CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (1 havo)

Datum ingestuurd:

18 maart 2007

Taal:

Woorden:

450

Bekeken:

4440 keer (39 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (17 stemmen)

Deel op:

    Engels grammar
    Hoofdstuk 1


    1 persoonlijke voornaam woorden.
    I – ik
    You - jij
    He / she / it – hij / zij / het
    We - wij
    You - jullie
    They – zij

    2 de present simple.
    Tt = bij shit een s achter het ww. Ook voor namen van een persoon.
    Ww eindigt op y = ies. Als a, o,e,u, i voor y staat niet dan gewoon ys.

    3 de preseent simple van to be.
    I am
    You are
    He/she/it is
    We are
    You are
    They are

    4 verkorte vorm van to be.
    I’m
    You’re
    He / she / it – he’s / she’s / it’s
    We’re
    You’re
    They’re

    5 ontkenning met to be.
    I Am not I’m not
    You are not you’re not you aren’t
    He/she/it is not he/she/is’s not he/she/it isnt
    We are not we’re not we aren’t
    You are not you ‘re not you aren’t
    They are not they’re not they aren’t

    Hoofdstuk 2

    1 vragen maken met to be.

    Vorm to be vooraan.

    2 de presentsimpel van to have got.

    Namen en shit is has got.
    I ‘ve got
    She ‘s got
    We ‘ve got

    3 bezittelijke voornaamwoorden.
    Iets van jou of van iemand anders;
    My mijn
    Your jouw / u
    His zijn
    Her haar
    Its zijn / haar
    Our onze
    Your jullie / u
    Their hun

    Hoofdstuk 4


    1 zin vragend maken.

    Vragend -> to be vooraan én CAN. Het hulpwerkwoord vooraan.

    Bij alle andere ww DO vooraan. bij he, she, it met DOES, ww –s weg!

    2 ontkenningen.

    To be not erachter verkorte vorm.
    Ww anders, don’t voor ww. He, she, it doesn’t –s weer weg.

    3 persoonlijke voornaamwoorden.

    I – me ik – mij / me.
    You – you jij / u – je / jou / u.
    He – him hij – hem.
    She - her zij – haar.
    It – it het – het.
    We – us wij – ons.
    You – you jullie – jullie.
    They – them ze – ze / hen

    4 ‘s

    1 persoon of dier = ‘s
    meer dan een persoon of dier = alleen een ‘
    meervouds die niet eindigen met een –s, krijgen een = ‘s

    hoofdstuk 5


    1 vragen en ontkenningen met to have (got)
    met have begin met do, of does (shit). Vragen met have got
    have / has voooraan.

    Ontkenningen met to have, don’t have / doesn’t have.

    Ontkenningen met have got, n’t achter have / has.

    2 some, any

    ontkennende zin = any en in de meeste vragende zinnen, voor de rest some
    als je iets wilt hebben some

    3 …of…

    hoeveelheid -> of.
    4 Meervoud
    -f -> ves
    -o -> oes

    5 this, that, these, those.

    Iets aan wijst

    Enkelvoud meervoud
    Dichtbij This These
    Verder weg That those

    Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.