Geschreven door: | anoniem (1 havo) |
Datum ingestuurd: | 18 maart 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 450 |
Bekeken: | 4440 keer (39 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Engels grammar
Hoofdstuk 11 persoonlijke voornaam woorden.I – ik
You - jij
He / she / it – hij / zij / het
We - wij
You - jullie
They – zij
2 de present simple.Tt = bij shit een s achter het ww. Ook voor namen van een persoon.
Ww eindigt op y = ies. Als a, o,e,u, i voor y staat niet dan gewoon ys.
3 de preseent simple van to be.I am
You are
He/she/it is
We are
You are
They are
4 verkorte vorm van to be.I’m
You’re
He / she / it – he’s / she’s / it’s
We’re
You’re
They’re
5 ontkenning met to be.I Am not I’m not
You are not you’re not you aren’t
He/she/it is not he/she/is’s not he/she/it isnt
We are not we’re not we aren’t
You are not you ‘re not you aren’t
They are not they’re not they aren’t
Hoofdstuk 2
1 vragen maken met to be.Vorm to be vooraan.
2 de presentsimpel van to have got.Namen en shit is has got.
I ‘ve got
She ‘s got
We ‘ve got
3 bezittelijke voornaamwoorden.Iets van jou of van iemand anders;
My mijn
Your jouw / u
His zijn
Her haar
Its zijn / haar
Our onze
Your jullie / u
Their hun
Hoofdstuk 4
1 zin vragend maken. Vragend -> to be vooraan én CAN. Het hulpwerkwoord vooraan.
Bij alle andere ww DO vooraan. bij he, she, it met DOES, ww –s weg!
2 ontkenningen.To be not erachter verkorte vorm.
Ww anders, don’t voor ww. He, she, it doesn’t –s weer weg.
3 persoonlijke voornaamwoorden.I – me ik – mij / me.
You – you jij / u – je / jou / u.
He – him hij – hem.
She - her zij – haar.
It – it het – het.
We – us wij – ons.
You – you jullie – jullie.
They – them ze – ze / hen
4 ‘s1 persoon of dier = ‘s
meer dan een persoon of dier = alleen een ‘
meervouds die niet eindigen met een –s, krijgen een = ‘s
hoofdstuk 51 vragen en ontkenningen met to have (got)met have begin met do, of does (shit). Vragen met have got
have / has voooraan.
Ontkenningen met to have, don’t have / doesn’t have.
Ontkenningen met have got, n’t achter have / has.
2 some, anyontkennende zin = any en in de meeste vragende zinnen, voor de rest some
als je iets wilt hebben some
3 …of…hoeveelheid -> of.
4 Meervoud
-f -> ves
-o -> oes
5 this, that, these, those.Iets aan wijst
Enkelvoud meervoud
Dichtbij This These
Verder weg That those
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.