CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

Geschreven door:

dj Q-bone (3 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

6 oktober 2001

Taal:

Woorden:

2.700

Bekeken:

25414 keer (19 deze maand)

Waardering:

2.9/5 (262 stemmen)

Deel op:

  • Door dennie op 13-05-2002
    goede lap tekst
  • Door dj op 02-04-2002
    hoi, goed gedaan doei, Q of bones
Inleiding

Ik heb dit onderwerp (de ontwikkeling van de olie industrie in het havengebied) gekozen omdat het mij fascineert dat zo’n groot deel van het al zo grote Rotterdamse havengebied uit olie industrie bestaat.
Vroeger woonden mijn Opa en Oma in Zeeland en elke keer als we daar naar toe gingen, kwamen we langs Pernis en gingen we door de haven.
Ik vond het altijd prachtig om de olieraffinaderijen en enorme opslagtanks te zien, vooral ’s nachts was het mooi, als alles verlicht was.
Dus werd mijn hoofdvraag:

Waarom is de olie opslag en olieverwerkende industrie èèn van de belangrijkste pijlers van de Rotterdamse haven?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moest ik eerst deze deelvragen stellen:

1. Sinds wanneer zijn de oliemaatschappijen in het Rotterdamse havengebied aanwezig?
2. Waar komt de olie vandaan?
3. Wat gebeurt er met de olie die in Rotterdam word aangevoerd?
4. Als deze bedrijven zo veel ruimte in beslag nemen en ze alom aanwezig zijn, dan vervullen zij blijkbaar een belangrijk deel van activiteiten in de Rotterdamse haven. Maar waarom zijn olie bedrijven, de opslag van olie en de verwerking ervan zo belangrijk voor de haven?
5. Hoe staan oliebedrijven ten opzichte van het milieu?
6. Hoe ziet de toekomst van de olie industrie in de haven eruit?

Dankzij de excursie naar het Rotterdamse havengebied heb ik heel veel informatie kunnen verzamelen, alle andere informatie heb ik uit boeken, van het internet en zelfs van een video gehaald.

H1: De geschiedenis van de Rotterdamse haven.

Al tijdens de ijzertijd woonden er mensen aan de oevers van het riviertje de Rotte, waarop men toen ook al voer.
De naam Rotterdam is dan ook te danken aan de Rotte.
Alsnog was Rotterdam tot halverwege de 16e eeuw niets meer dan een haventje voor de haringvisserij en haringhandel.
Toch had Rotterdam wel stadsrechten en recht op vrije scheepvaart.
De havens die toen het meest gebruikt werden stonden in verbinding met de rivieren en waren zo aangelegd dat de schepen voor de koopmanshuizen konden lossen, zoals b.v. in Amsterdam en Haarlem.

In de tweede helft van de 16e eeuw werd de handel steeds belangrijker voor de Rotterdamse haven. De val van Antwerpen in 1585 zorgde ervoor dat Rotterdam een deel van de Antwerpse opslag (voorraadmarkt) overnam. Bovendien nam Rotterdam deel in de VOC. Deze twee factoren zorgden voor het begin van Rotterdam als een echte handelshaven.
Door de industriële revolutie in Europa rond 1870 veranderde de economische situatie in Rotterdam. In Duitsland ontstonden nieuwe mijn en industriegebieden langs de Rijn: het Ruhrgebied. Nu had Duitsland veel ertsen nodig en Rotterdam speelde daarin de hoofdrol. Grote sleepboten vol ertsen voerden over de Rijn naar Duitsland en kwamen met kolen terug. Rotterdam werd een steeds belangrijkere overslag- en doorvoerhaven. Maar langzamerhand voldeed de Rotterdamse haven niet meer aan de eisen van de snel ontwikkelende zeescheepvaart.

Een uiterst belangrijke beslissing werd toen genomen: de aanleg van de Nieuwe Waterweg, deze zorgde ervoor dat de haven zich kon uitbreiden op de zuidelijke Maas oever.
In de periode van 1874 tot 1879 werden er vier nieuwe havens aangelegd: de Koningshaven, de Binnenhaven, de Entrepothaven en de Spoorweghaven.
Iedere haven had een aansluiting op het spoorwegnet.
In de komende jaren werden steeds nieuwe havens aangelegd. In 1929 was de eerste Petroleumhaven onder Pernis op de zuidelijke Maas oever aangelegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de haven van Rotterdam in grote mate verwoest. 45% van de opslagcapaciteit, 30% van de opslagruimte en veel schade aan de kademuren.

Na de bevrijding kreeg de wederopbouw alle voorrang. Er werd een nieuw plan voor een nieuw havengebied gemaakt, de Botlek.
Het maken en het uitvoeren van dit plan werd in nauwe samenwerking met oliemaatschappijen gedaan, want de vraag wat voor schepen dit gebied zouden betreden was van groot belang. Even belangrijk was de vraag in hoeverre de groei van de tankers door zou gaan.
In 1947 had men rekening gehouden met de komst van schepen tot 65.000 ton en een diepgang van ruim 12 meter.
Tegenwoordig zijn er mammoettankers met een diepgang van zo’n 22 meter en een capaciteit van 380.000 ton.

De verdere ontwikkelingen gingen heel snel, in 1957 werd het plan Europoort goedgekeurd en al in 1960 is de Europoort in gebruik genomen.
In 1966 is de aanleg van de Maasvlakte begonnen ( met de Maasvlakte werd voor het eerst water in land veranderd door middel van . zand in de zee opspuiten), later werd dit een industrie- en havengebied met een oppervlakte van 270 km².

In 1967 werd in de Eemhaven een containeroverslagbedrijf ( ECT ) opgericht en in dit jaar kwamen de eerste 226 containers in Rotterdam aan wal. Inmiddels worden in de haven jaarlijks meer dan 3 miljoen containers geladen en gelost.

Ondertussen is door het Rotterdamse havenbedrijf een plan voor de Tweede Maasvlakte ontwikkeld ( een industrieterrein van maximaal 1.000 hectare).
De definitieve beslissing over het wel of niet aanleggen is nog niet genomen.

H2: Behandeling van de deelvragen

1.
In 1930 was de Eerste Petroleum haven aangelegd met de mogelijkheid tot verdere uitbreiding.
In 1946 begon Shell met het uitbreiden van haar terrein rondom de Eerste Petroleumhaven. In 1938 deed Texaco een aanvraag voor 85 hectare grond in het havengebied. Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd besloten om de Tweede Petroleumhaven te bouwen.
Net voor de oorlog kwam er nog een kleine vestiging van BP in het Rotterdamse havengebied. Na de oorlog begonnen de gevestigde olie maatschappijen al snel met het bouwen van raffinaderijen, en later ook fabrieken en opslagtank parken. In die tijd hadden de oliemaatschappijen al een oppervlakte van 750 hectare in beslag genomen.

Inmiddels was er al een plan voor de Botlek en bij het ontwerpen van dat plan hadden de oliemaatschappijen een belangrijke rol gespeeld. Ze hadden de doorslaggevende stem gehad in de kwestie hoe diep de nieuwe haven zou moeten worden. Daarover waren de meningen nogal verschillend, maar uiteindelijk is er besloten om de havenbreedte in de Derde Petroleumhaven zodanig breed te maken, dat deze (indien nodig) altijd dieper gemaakt kan worden.
De oliemaatschappijen hebben dus eigenlijk als eerste het belang van de diepe havens aangekaart.

In 1952 kreeg de Shell raffinaderij een nieuwe directeur: J. Ernste ( later werd hij ook “de vader van de Nederlandse Petrochemische industrie” genoemd.
Later bleek hij een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van Rotterdam tot wereld haven. Hij was namelijk de persoon, die grootschalig kon denken en bereid was om heel veel (200 miljoen per jaar) te investeren in de olie-industrie.
Een paar jaar later ging Esso haar tweede Benelux vestiging, niet als de eerste in Antwerpen maar in Rotterdam vestigen. De haven in Antwerpen was in tegenstelling tot Rotterdam niet meer diep genoeg voor de steeds groter wordende olietankers.

Tegenwoordig zijn er acht petroleum havens in Rotterdam met gigantische opslagtanks, tal van raffinaderijen en omringd door chemische- en petrochemische fabrieken. Samen neemt dit een gigantisch oppervlak in beslag.
In 1993 vormde het aandeel van aardolie en aardolieprodukten 52,3%
van de totale overslag van goederen in Rotterdam.
Rotterdam is het grootste raffinagecentrum van de wereld.

2.
Olie, ook wel het zwarte goud genoemd, is waarschijnlijk het grootste machtsmiddel op aarde.
Het was ongeveer 140 jaar geleden dat olie voor het eerst in de bodem werd gevonden. Dat gebeurde in Pennsylvania en de eerste olieput was maar 21 meter diep. In die tijd werd aardolie alleen als lampolie gebruikt.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw, met de komst van de auto, werd olie steeds belangrijker en sinds de Tweede Wereldoorlog is olie een belangrijke motor achter de economie. Zonder olie (dat een grondstof is voor benzine, kerosine, diesel en LPG) zou vervoer en transport door middel van vliegtuigen, vrachtwagens, auto’s en schepen er heel anders uitzien.

Aardolie is ook een grondstof voor kunststoffen, verpakkingsmaterialen en vele andere produkten. Olie wordt in veel landen ook gebruikt bij de produktie van energie.
Aardolie is een natuurprodukt, dat op zeer veel plaatsen in de wereld wordt gewonnen.

Niet alle olie is van dezelfde kwaliteit. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Midden-Oosten (Irak, Iran, Koeweit, Oman, Saoedi-Arabië) een zeer belangrijke leverancier van aardolie (dat is olie van uitstekende kwaliteit).
In Nederland komt jaarlijks zo’n 90 miljoen ton olie via de Rotterdamse haven ons land binnen en wordt vervolgens of doorverkocht, of opgeslagen of bewerkt in de raffinaderijen.

3.
Van alle ruwe olie die via de haven in Nederland word aangevoerd, wordt de helft onbewerkt opgeslagen of doorgevoerd naar afnemers in Nederland, België en Duitsland. De olie wordt daar naar toe vervoerd via pijpleidingen, zo gaat het vervoer sneller, goedkoper en makkelijker dan met tankers. Door de leidingen kan per dag 100.000 ton ruwe olie getransporteerd worden.

De grootste opslagtanks staan helemaal op de punt van de Maasvlakte en zijn eigendom van de Maasvlakte Oil Terminal (MOT).De MOT is een samenwerking tussen BP Raffinaderij, Esso Nederland, Koeweit Petroleum, Vopak Maasvlakte Terminal, Shell Nederland en Total Opslag. Alle opslagtanks van de MOT hebben een gezamenlijke capaciteit van
4.000.000 m³. Olietankers lossen hier hun ladingen bestemd voor raffinage in de Europoort of ergens in het achterland.
Ook in de Botlek staan enorme opslagtanks, deze tanks bevatten samen een miljard liter olie en zijn bedoeld als een noodvoorraad die voldoende is voor heel Nederland 3 maanden lang.

De andere helft wordt in Nederland bewerkt tot eindprodukten (b.v. benzine, kerosine, diesel en LPG) of halffabrikaten (olie is b.v. een grondstof voor speelgoed, verpakkingsmaterialen en auto-onderdelen).De eindprodukten of halffabrikaten worden verder gedistribueerd via treinen, tankauto’s, zee- en binnenvaart schepen en soms ook pijpleidingen.

De meeste olieraffinaderijen en chemische fabrieken zijn gesitueerd in de Botlek en de Europoort. Alle grote olie maatschappijen zijn hier vertegenwoordigd. Ook veel chemie concerns hebben hier eigen fabrieken.
Bij elkaar heeft de petrochemische industrie meer dan de helft van de terreinen in het havengebied in gebruik.
De oudste en de grootste is Shell Pernis. Dat zijn in feite twee verschillende en zelfstandige bedrijven: Shell Nederland Raffinaderij en Shell Nederland Chemie.


4.
Vanaf het moment dat olie word gewonnen tot en met het moment dat de olie op de plaats van bestemming aankomt, levert het boren, het winnen, het vervoer, de overslag en de bewerking ervan voor veel mensen werk en geld op.

Alle in de haven binnenkomende schepen betalen haven belasting.
Ruwe olie die via pijpleidingen naar Duitsland, België en raffinaderijen word vervoerd word duurder verkocht dan ingekocht. Maar het meeste geld wordt verdiend door middel van waarde toevoeging. Ruwe olie is namelijk veel goedkoper dan de produkten daarvan (benzine, diesel, kerosine en LPG), dus door het bewerken van ruwe olie in raffinaderijen word er veel winst gemaakt.
De oliemaatschappijen en de petrochemische industrie zijn samen de grootste werkgevers in het Rotterdamse havengebied.

5.
In Nederland wordt het milieubeheer bij de wet geregeld.
De belangrijkste wetten voor b.v. chemische bedrijven in de haven zijn: de wet milieubeheer en de wet verontreiniging oppervlaktewateren. Voor elke activiteit waarbij de mogelijkheid bestaat dat het milieu kan worden beïnvloed, moet een vergunning worden verleend.
Iedere nieuwe vestiging, uitbreiding of wijziging kan worden geweigerd indien er de mogelijkheid had ernstige hinder, gevaar of schade aan de gezondheid of het milieu zou meebrengen.

In de praktijk was in de beginjaren geen sprake van een milieubeheer zoals wij dat tegenwoordig kennen. Direct na de oorlog werden er zelden industrieën in de haven geweigerd. Pas in de jaren zestig, toen de belangstelling voor het milieu sterk groeide, kwam dit op . Een goed voorbeeld uit die tijd was de vestiging van een tankterminal op de Maasvlakte. De vergunning daarvoor werd pas verleend na de goedkeuring van de speciale Commissie Bodem, Water en Lucht.

Dezelfde commissie had reeds in 1953, bij de toen al twee raffinaderijen van Shell en Caltex, aanbevolen te gaan experimenteren met plastic bolletjes om de verdamping uit de opslagtanks met olieprodukten tegen te gaan. De experimenten mislukten, pas in 1958 bleek door een bijzondere fundering de opslag in grote tanks met drijvende daken mogelijk.
Dat hebben wij tijdens de excursie in het echt en tijdens de expositie gezien.

De afgelopen 30 jaar is het bedrijfsleven fors gaan investeren om aan de nieuwe strenge milieu-eisen te voldoen.
De uitstoot van schadelijke gassen en stoffen wordt minder, het afvalwater schoner en er wordt ook geprobeerd om de geluids- , stank- en stofoverlast te verminderen.
De regionale milieudienst heeft b.v. een systeem van 12 “snuffelpalen” die de mate van luchtvervuiling in het Rotterdamse havengebied continu meet.

Shell Pernis is in de afgelopen 5 jaar grondig verbouwd. Oude installaties zijn afgebroken of vernieuwd en nieuwe installaties zijn geplaatst. Een project, met de naam “per +” heeft 3,2 miljard gulden gekost, maar nu is de uitstoot van schadelijke gassen en het energieverbruik drastisch omlaag gehaald.
De produkten die worden geproduceerd zijn schoner.
Shell erkent inmiddels net als andere bedrijven, dat een industriegebied alleen werkt als je er ook in kunt leven.

6.
In het afgelopen jaar is de totale overslag aan goederen in de Rotterdamse haven gestegen tot 324,4 miljoen ton, dit is een nieuw record (een stijging van 6,5% ten opzichte van 1999.
Het aantal aardolieprodukten is met 14,6% gestegen.
De aanvoer van ruwe olie bedroeg 98 miljoen ton (3,1% meer dan in 1999) en was zoals altijd de grootste goederenstroom in de Rotterdamse haven, ondanks de problemen in de eerste helft van 2000, toen door de hoge olie prijzen het niet zo goed met de olie overslag ging.

Dat probleem heeft zich niet alleen in 2000 voor gedaan maar is typerend voor de olie industrie. Het ene moment is olie goud waard, het andere moment kan haar waarde razend snel dalen. Zolang ons hele transport en vervoerssysteem op olie gebaseerd is, zal de toekomst van de petrochemische industrie, de oliemaatschappijen en daardoor dus ook de toekomst van de Rotterdamse haven er goed uit zien.

Samenvatting

Door natuurlijke factoren (de gunstige ligging) en menselijke factoren (de diepe sluisvrije havens, de goede opslag mogelijkheden en de distributie en verwerking van goederen) is Rotterdam de belangrijkste haven van Europa en een hele belangrijke mainport in de Wereld geworden.
Samen met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog ging het snelle vestigen en verspreiden van oliemaatschappijen in het Rotterdamse havengebied door.

Olie, ook wel het zwarte goud genoemd, bleek een onmisbare grondstof voor de snel ontwikkelende autoindustrie en het hele transportsysteem, maar ook voor kunststoffen en andere produkten te zijn.
De handel in olie levert veel geld op, zeker als in de haven nog waardetoevoeging plaats vindt.
Rondom alle (inmiddels al acht in de haven aanwezige) raffinaderijen zijn chemische- en petrochemische fabrieken gevestigd.
De aangevoerde ruwe olie wordt dus gedeeltelijk doorverkocht, gedeeltelijk opgeslagen, maar het grootste deel wordt op het haventerrein verwerkt en dan pas verkocht.

Het gaat goed met de Rotterdamse haven en één van de “grootste geldverdieners” zijn de olieverwerkende bedrijven.


Conclusie

Voor de Rotterdamse haven zijn de bedrijven, die bezig zijn met opslag, vervoer en verwerking van ruwe olie + alle “neven” activiteiten en bedrijven economisch van zeer groot belang, want daaraan wordt heel veel geld verdiend.

Anderzijds is de diepe haven van Rotterdam met sluisvrije kanalen waar de grootste mammoettankers kunnen varen heel interessant voor bedrijven die met olie bezig zijn. Immers, hoe groter de tanker, hoe meer ruwe olie in één keer vervoerd kan worden des te lager de vervoerskosten per liter.
De aanwezigheid van oliemaatschappijen in het Rotterdamse havengebied is aan de ene kant zwaar belastend voor het milieu, aan de andere kant juist de rijke olie industrie investeert veel geld in het beschermen en het behouden van het milieu.

Bronnen

Boeken,
Rotterdam europoort 1945-1970; A.D. Donker, Rotterdam 1972
De Geo lesboek 3; Meulenhoff educatief bv. Amsterdam
Rotterdam Mainport; Leerling boekje
Shell Pernis; Informatie krant
Op avontuur in de wereldhaven; Informatie krant gemeente haven ‘r dam.

Rotterdam
NRC – Handelsblad; Kranteknipsel, 21 december 2000
NRC – Handelsblad; Kranteknipsel, 29 december 2000


Internet,
www.scholieren.nl
www.studiehuis.nrc.nl
www.shell-pernis.nl

Video materiaal,
Rotterdam – wereldhaven no. 1 ; Videoband gemeente Rotterdam

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.