Geschreven door: | Don (4 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 23 juni 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.100 |
Bekeken: | 4665 keer (20 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Samenvattingen Management & Organisatie
Inhoud:Hoofdstuk 1: Management & Organisatie
Hoofdstuk 3: Balans en resultatenrekening
Hoofdstuk 4 De vermogensmarkt
Hoofdstuk 8: Interestberekeningen
Hoofdstuk 10: Renten
Hoofdstuk 11: Personeelsbeleid
Hoofdstuk 12: Voorraadwaardering
Hoofdstuk 1: Management & OrganisatieOrganisatie:
Een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen bereiken.
Er zijn 2 soorten organisaties:
- commerciële organisatie’s: streven naar winst.
- niet-commerciële organisatie’s: streven niet naar winst.
Management:
Het bepalen van doelstellingen van de organisatie: het plannen, het organiseren, het geven van leidingen en controleren.
Rechtsvormen kunnen we splitsen in:
- natuurlijke personen: gewone personen die rechten en plichten hebben.
- rechtspersonen: bedrijven die rechten en plichten hebben.
Eenmanszaak;
Ondernemingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid met één eigenaar (deze kan aansprakelijk gesteld worden).
Vennootschap onder firma (v.o.f.);
Ondernemingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid waarbij twee of meer vennoten een bedrijf uitvoeren onder gemeenschappelijke naam.
Een naamloos vennootschap (NV);
Rechtspersoon met een in aandelen verdeeld eigen vermogen, waarin elk van de vennoten (aandeelhouders) voor één of meer aandelen deelneemt (deze kan aansprakelijk gesteld worden).
Een besloten vennootschap (BV);
Rechtspersoon met een in aandelen verdeeld eigen vermogen, waarin elk van de vennoten (aandeelhouders) voor één of meer aandelen deelneemt (deze kan beperkt aansprakelijk gesteld worden).
Vereniging;
Een rechtspersoon die leden kent en bepaalde doelen nastreeft.
Stichting;
Een rechtspersoon die zonder leden bepaalde doelen nastreeft.
Gegevens:
Gegevens zijn feiten op zich.
Informatie:
Gegevens die de kennis van de ontvanger vergroten.
Informatie:
- intern: binnen de organisatie.
- extern: informatie die de organisatie ontvangt van de buitenwereld of stuurt naar de
buitenwereld.
Informatiesysteem:
Het geheel van personen, hulpmiddelen en activiteiten dat gericht is op het verzamelen, verwerken en verstrekken van gegevens om te kunnen voorzien in de informatiebehoeften van personen binnen en buiten de organisatie.
Informatiestromen
De overdracht van informatie een doorlopend proces.
Informatie moet altijd aan de volgende eisen voldoen:
- betrouwbaarheid: dus juist en volledig.
- relevantie: de informatie moet zoveel mogelijk aansluiten op de
informatiebehoeften.
- tijdigheid: de informatie moet er op het juiste moment zijn.
Gebruik informatie:
- beslissingen nemen > beslissingsinformatie
- verantwoording afleggen > verantwoordingsinformatie
- vergelijking met de norm > feedbackinformatie
Communiceren:
Het uitwisselen van informatie tussen een zender en een ontvanger.
Communicatie:
- intern: tussen personen of afdelingen binnen die organisatie.
- extern: tussen afdelingen en personen van die organisatie met de buitenwereld.
Controle
Kijken of personen binnen een bedrijf hun taken goed uitvoeren.
Hoofdstuk 3: De BalansBegrippen:
Activa
Balans
Crediteuren
Debiteuren
Inventaris
Kapitaalgoederen
Liquide middelen
Passiva
Resultaatrekening
Stroomgrootheden
Vaste activa
Vlottende activa
Voorraadgrootheden
Een balans is een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een onderneming op een bepaald moment.
Aan de debetzijde van de balans staan de activa (kapitaalgoederen).
Aan de creditzijde van de balans staan de passiva (eigen en vreemd vermogen).
Een balans moet altijd in evenwicht zijn.
De posten worden op de balans in een bepaalde volgorde opgenomen:
Debet Balans Credet
|
Vaste activa | Eigen vermogen
Vlotte activa | Schulden op lange termijn
Liquide middelen | Schulden op korte termijn
Een onderneming levert goederen of diensten. Daarvoor ontvangt zij een opbrengst. Voordat er opbrengsten zijn, moeten kosten worden gemaakt.
Hoofdstuk 4 De vermogensmarktDe vermogensmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen.
Geldgevers op de vermogensmarkt zijn:
1. spaarders en institutionele bellegers* (zij lenen geld uit);
2. ondernemingen (zij kopen aandelen of investeren hun geld in productiemiddelen);
3. de overheid (zij kopen aandelen of lenen geld uit).
* Institutionele beleggers zijn instellingen die grote sommen geld te beleggen hebben als uitvloeisel van hun hoofdtaak.
Geldnemers op de vermogensmarkt zijn:
1. consumenten (zij sluiten een persoonlijk of hypothecaire lening af);
2. ondernemingen (zij moeten lenen om productiemiddelen te kunnen betalen);
3. de overheid (zij kan staatsobligaties uitgeven als er een begrotingstekort is).
De vermogensmarkt bestaat uit de geldmarkt en de kapitaalmarkt:
Op de kapitaalmarkt wordt vermogen verhandelt met een looptijd langer dan één jaar.
Op de geldmarkt wordt kortstondig tijdelijk vermogen verhandeld.
Voorbeelden van kredieten van de kapitaalmarkt zijn:
1. aandelenvermogen; (komt in latere hoofdstukken aan bod)
2. obligatieleningen*;
3. hypothecaire leningen (komt in latere hoofdstukken aan bod).
* Een obligatielening is een langlopende lening die opgesplitst is in kleinere gedeelten (obligaties).
Voorbeelden van kredieten van de geldmarkt zijn:
1. rekening-courantkrediet (bepaald bedrag dat de lener bij de bank rood mag staan);
2. leverancierskrediet (de koper koopt bij de leverancier op rekening);
3. afnemerskrediet (de koper betaald pas daarna moet de leverancier aan zijn verplichtingen voldoen).
Kort krediet
Een lening met een looptijd korter dan één jaar.
Lang krediet
Een lening met een looptijd langer dan één jaar.
Een onderhandse lening is een langlopende lening waarbij geld wordt uitgeleend door één geldgever.
Op de openbare markt worden leningen verhandeld, die door een emissie zijn geplaatst en die via de effectenbeurs kunnen worden gekocht en verkocht.
Op de onderhandse markt is er één aanbieder die voor het nodige vermogen zorgt.
Voordelen van de onderhandse markt boven de openbare markt zijn:
1. Er kan worden onderhandeld over de voorwaarden.
2. De leningen zijn goedkoper: het rentepercentage is lager dan bij een obligatielening.
3. De betaling van aflossing en rent eis goedkoper dan bij een obligatielening.
Nadelen van de onderhandse markt boven de openbare markt zijn:
1. Er kan minder vermogen worden aangetrokken dan op de openbare markt.
2. Er is geen beursnotering
De soorten orders zijn:
1. limietorder: de belegger geeft de bank een minimum/ maximum prijs. De prijs staat dus vast maar of het verkocht wordt staat niet vast.;
2. marktorder: de opdracht wordt tegen de eerstvolgende prijs uitgevoerd. Er is dus wel zekerheid dat de opdracht wordt uitgevoerd, maar niet over de prijs.
Beleggingsmaatschappij
Bij een beleggingsmaatschappij kun je je geld storten. Jou geld beleggen de maatschappijen. Omdat deze maatschappijen veel klanten hebben kunnen zij het risico spreiden over vele ondernemingen.
Levensverzekeringsmaatschappij
Tegen betaling van een premie kun je je bij een levensverzekering verzekeren van een periodieke uitkering vanaf een bepaalde leeftijd. Ook is het mogelijk dat nabestaanden een uitkering krijgen bij het overlijden van een persoon op wiens naam een levensverzekering is afgesloten.
Pensioenfonds
Dit fonds keert aan een persoon zijn opgebouwde pensioen uit, op de leeftijd van 65 jaar.
Ondernemend sparen
Als mensen van het grote vermogen dat ze hebben, aandelen van een NV gaan kopen.
Effecten zijn waardepapieren die kunnen worden gekocht of verkocht zoals aandelen en obligaties.
Op de effectenbeurs worden aan- en verkooporders gegeven.
Koers
De waarde van een aandeel uitgedrukt in punten.
Koerswinst
Een aandeel voor een hogere verkoopprijs verkopen dan de inkoopprijs van een aandeel.
Koersverlies
Een aandeel voor een lagere verkoopprijs verkopen dan de inkoopprijs van een aandeel.
Provisie is de prijs die betaald moet worden voor een bemiddeling met een commissionair.
Centrum voor fondsen en administratie: Deze meeste aandelen zijn bij dit centrum geregistreerd.
Belangrijke indices zijn:
1. Euronext 100
2. Next 150
3. AEX
De handel op de Euronext vindt plaats via:
1. doorlopende handel;
2. handel door veiling.
Hoofdstuk 8:Interest
De vergoeding voor het lenen van geld. We maken onderscheid tussen:
- enkelvoudige interest;
- samengestelde interest,
Enkelvoudige interest
Hierbij wordt als algemene interestformule te gebruiken:
Bij t in jaren: c=1
Bij t in maanden: c=12
Bij t in weken: c=52
Bij t in dagen: c=360(of 365)
K=kapitaal
P=percentage
Bij de berekeningen wordt het aantal interestperioden steeds aangepast aan de periode waarvoor het interestpercentage geldt:
- bij p = 12% per jaar en tijd = 10 jaar: n = 10
- bij p = 6% per halfjaar en tijd = 10 jaar: n = 20
- bij p = 3% per kwartaal en tijd = 10 jaar: n = 40
- bij p = 1% per maand en tijd = 10 jaar: n = 120
De eindwaarde van een bedrag is de beginwaarde of aanvangswaarde van een storting plus de gekweekte interest.
Formule voor de berekening van de eindwaarde of de contante waarde: sorry kan ik niet typen
Waarin geld:
= eindwaarde van één bedrag
= aanvangswaarde van één bedrag
Samengestelde interest
Hierbij wordt de interest berekend over het oorspronkelijk geleende bedrag plus de reeds gekweekte interest.
- het interestbedrag wordt afgerond op centen
- de maand wordt op 30 dagen gesteld
- het jaar wordt op 360 of 365 dagen gesteld
bij het berekenen ban het aantal dagen wordt de eerste dag wel meegeteld en de laatste dag niet.
- het interestpercentage geldt per jaar, tenzij anders wordt vermeld.
Hoofdstuk 10:Rente
Dit is een reeks van gelijke bedragen, die met gelijke tussenruimten worden ontvangen of betaald.
De eindwaarde
Van een rente is de eindwaarde de waarde van een reeks gelijke bedragen op een bepaald tijdstip in de toekomst op basis van samengestelde interest.
De contante waarde
Van een rente is de contante waarde de waarde van samengestelde interest. Om de gekweekte interest in een bepaalde periode te berekenen, berekenen we de eindwaarde aan het begin en aan het eind van de betreffende periode.
Het verschil tussen de beide eindwaarden is de gekweekte interest.
We kunnen de eindwaarde of contante waarde van een rente ook berekenen met behulp van de somformule van de meetkundige rij:
Rn - 1
a x -------------
R - 1
Waarbij:
- eerste term = a
- reden = r
- aantal termijnen = n
Hoofdstuk 11:Tot het personeelsbeleid worden gerekend:
- prognose van de personeels behoefte;
- werving, selectie en introductie;
- opleiding en scholing;
- beoordeling en promotie;
- beloningssystemen;
- ontslag en pensioen.
De CAO
Dit is een overeenkomst die wordt afgesloten door vakbonden en de werkgeversorganisaties in de betreffende bedrijfstak, waarbij de primaire en de secundaire arbeidsvoorwaarden worden geregeld.
Verplichtingen van de werkgever zijn:
- op tijd het loon betalen;
- een getuigschrift uitreiken bij vertrek;
- onderwijs verstrekken aan minderjarige werknemers.
Verplichtingen van de werknemer zijn:
- de arbeid zelf verrichten;
- de arbeid zo goed mogelijk verrichten;
- zich houden aan de voorschriften;
- zich gedragen als een goed werknemer
Selectie mogelijkheden bij het aantrekken van personeel zijn:
- gegevens uit het verleden;
- psychotechnisch onderzoek;
- vaardigheidsproeven;
- interviews.
Wet Gelijke Behandeling
Discriminatie is het onderscheid maken tussen personen met een andere huidskleur, ras, godsdienst enzovoort.
Positieve discriminatie
Het bevoordelen van bevolkingsgroepen die in een achterstandspositie zijn geraakt.
Emancipatie
Het verkrijgen van gelijke rechten door een groep die tot nu toe was achtergesteld.
Bevoegdheden van de OR en de MR zijn:
- adviesrecht;
- instemmingsrecht;
- informatierecht.
Hoofdstuk 12:De standaardkostprijs
Dit is een kostprijs die vóór de productie van start gaat, volgens bepaalde normen wordt vastgesteld.
De risico’s van het aanhouden van voorraden zijn:
- diefstal en brand;
- prijsdaling;
- bederf;
- het uit de mode raken van het artikel.
De technische voorraad
Dit is de voorraad die werkelijk in het bedrijf aanwezig is.
De economische voorraad
De voorraad waarover de onderneming prijsrisico loopt
(= de technische voorraad + de gekochte, maar nog niet ontvangen grondstoffen – de verkochte, maar nog niet verzonden grondstoffen).
Er zijn vier systemen van voorraadwaardering:
- fifo-stelsel;
- lifo-stelsel;
- vaste verrekenprijs;
- vervangingswaarde.
Het fifo-systeem
Hierbij worden de goederen bij verkoop afgeboekt tegen de prijs van de langst aanwezige partij.
Het lifo-systeem
Hierbij worden de goederen bij verkoop afgeboekt tegen de prijs van de goederen die het laatst zijn ingekocht.
De vaste verrekenprijs
Hierbij worden de goederen voor een bepaalde periode opgeslagen en afgegeven tegen een van tevoren geschatte prijs. In de vaste verrekenprijs worden de inkoopkosten opgenomen.
Bij toepassing van vaste verrekenprijzen bestaat de brutowinst uit:
- verkoopwinst;
- resultaat op inkopen;
- resultaat op inkoopkosten.
De vervangingswaardetheorie
Hierbij worden de goederen op het moment dat ze worden afgeleverd, afgeboekt tegen de vervangingsprijs, dat is de inkoopprijs op het moment van aflevering.
Logistiek houdt zich bezig met de wijze waarop de goederen worden
voortgestuwd op weg naar de consument.
De bedrijfskolom
Deze bestaat uit de ondernemingen die het product brengen van producent naar consument.
Het logistiek proces
Dit bestaat uit een informatiestroom en een goederenstroom.
Het Jit-principe
Hierbij maken ondernemingen afspraken met de leveranciers over het precieze tijdstip waarop onderdelen en grondstoffen beschikbaar moeten komen, teneinde de voorraden zo klein mogelijk te houden.
Reverse logistics
Dit omvat afval, uitval en de goederenstroom die de producent retour ontvangt en die hij om milieutechnische redenen dient te recyclen.
Logistieke systemen zijn:
- voorraadgestuurde systemen;
- ordergestuurde systemen;
- plangestuurde systemen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.