ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Fleur (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

9 juni 2008

Taal:

Woorden:

3.700

Bekeken:

11852 keer (74 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (35 stemmen)

Deel op:

  • Door Jaap (4/HAVO) op 10-02-2012
    het is bestemt voor iedereen, hele goed samenvatting, ik zie alleen nog een paar lichte foutjes, maar dat maakt niet uit
  • Door Laura op 25-03-2009
    Er staat dat de kruistochten 3 dagen duurden maar het is veel langer!
Voorwood
Voor deze praktische opdracht konden we kiezen uit een paar verschillende onderwerpen. Wij hebben gekozen voor geneeskunde omdat we het ten eerste een leuk onderwerp vinden. Ten tweede realiseren we ons dat de geneeskunde van grote invloed is geweest op de wereldgeschiedenis. Als de geneeskunde zich niet had ontwikkelt was de wereldbevolking waarschijnlijk nog steeds bedreigt door allerlei ziektes en epidemieën. Hoe zou onze eigen gezondheid zijn geweest als de geneeskunde door de jaren heen niet was ontwikkelt? Om deze invloed van geneeskunde aan te geven hebben we in elk van de 10 tijdvakken een, na onze mening, belangrijke ontwikkeling of verandering uitgezocht. Hopelijk geven wij met onze praktische opdracht een goed beeld van de ontwikkelingen in de geschiedenis van de geneeskunde.

Tijdvak 1, Tijd van de jagers & verzamelaars
Zolang de mens bestaat, heeft hij te maken gehad met ziekten. Vanaf het begin heeft hij zich niet neergelegd bij ziek zijn, maar de strijd ertegen aangebonden. Schriftelijk bewijs van geneeskunde in de prehistorie is er niet, en dat maakt alles natuurlijk een stuk lastiger.
Omdat de mensen in de tijd van de jagers en verzamelaars de ziektes niet konden verklaren werden deze simpelweg gekoppeld aan demonen en geesten. Om te genezen moesten de demonen worden uitgedreven of de boze geesten tevreden gemaakt worden door offers of boetedoening. Er werden dieren of andere etenswaren geofferd. Bij elk volk werd er een medicijnman of priester aangewezen om de juiste rituelen en ingrediënten vast te stellen. Dit werd gedaan met behulp van sterren en kruiden. Deze kruiden waren zeker ergens goed voor en zo wisten deze medicijnmannen welke kruiden voor wat werkte. Ze wisten bijvoorbeeld dat venkel tegen koorts en keelpijn hielp. De geneeskunde van de Sumeriërs was gebaseerd op de sterrenkunde. De Sumeriërs waren, toen nog, de inwoners van Mesopotamië (tegenwoordige Irak). Deze bevolking geloofde namelijk dat de sterren de levensloop van een mens vanaf de geboorte bepaalden. Dit is ook de reden waardoor ze verbanden legden tussen bewegingen van de sterren, de seizoenen en de ziektes van een persoon. Ze zagen het bloed als de motor van het lichaam en de lever als de zetel van het leven omdat het bloed zich daar verzamelt. Ook droegen de mensen in de prehistorie vaak een amulet om zichzelf te beschermen. Ze dachten dat dit amulet de kwade krachten opzoog en dat het menselijk lichaam daardoor bewijze van spreke `schoon` was.

Naast deze wijze van ziekteverklaring zochten de jagers en verzamelaars ook zelf naar een verklaring voor de ziekte. In verschillende delen van de wereld zijn prehistorische schedels gevonden waarin gaten waren geboord. Dit is gebeurt met een waarschijnlijk puntige vuursteen met het idee kwade geesten uit het lichaam, dus het hoofd, te laten ontsnappen. Heel opvallend is dat er mensen zijn die deze operatie overleefd hebben, dichtgegroeide gaten in veel gevonden schedels kunnen dit aantonen.

Door deze sterke verbondenheid met religie heeft de geneeskunde zich op verschillende manieren wereldwijd ontwikkeld.

Tijdvak 2, Tijd van de Grieken & Romeinen
In dit tijdvak veranderde de manier van denken. In plaats van alles op de goden en demonen af te schuiven gingen mensen zelf nadenken. De Grieken en Romeinen wilde alsmaar nieuwe dingen ontdekken en wilde de koploper van de wereld zijn op wetenschappelijk gebied. In de tijd van de Grieken en Romeinen is Hippocrates de bekendste ontwikkeling op medisch gebied, hij wordt beschouwd als de 'vader' van de geneeskunde. Hij was de eerste, zover we weten, die natuurlijke in plaats van bovennatuurlijke oorzaken voor ziektes of aandoeningen zag. Hij kon een diagnose stellen en daarbij een bepaalde therapie voorschrijven. Hij haalde dus de geneeskunde uit de tijd van tovenarij en zwendel op naar wetenschap. Hij heeft ook de Eed van Hippocrates geschreven.
De Eed van Hippocrates is een tekst, eed, waar Hippocrates onder andere in belooft dat hij geen mensen zal doden of verkeerde middelen zal voorschrijven die tot dood kunnen leiden. Met deze eed creëerde Hippocrates ook een vertouwen tegenover zijn patiënten. Hier de vertaalde versie uit het Grieks van de Eed van Hippocrates:
‘Ik zweer bij Apollo de Genezer, bij Asklepios, Hygieia en Panakeia, en bij alle goden en godinnen, en ik roep hen als getuigen aan, dat ik deze eed en deze verbintenis naar beste weten en vermogen zal nakomen.
Ik zal hem die mij deze kunst heeft geleerd gelijk stellen aan mijn ouders, hem laten delen in mijn levensonderhoud en hem, als hij in behoeftige omstandigheden mocht komen te verkeren, steun verlenen. Zijn nakomelingen zal ik beschouwen als mijn broers. Ik zal hun die kunst onderwijzen, als zij die willen leren, zonder beloning en zonder schuldbewijs. Tot de voorschriften, voordrachten en heel mijn verder onderwijs zal ik toelaten mijn zonen en die van mijn leermeester, en de leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en zich onder ede verbonden hebben aan de medische code, maar niemand anders.
Ik zal dieetregels naar beste weten en vermogen aanwenden ten bate van de zieken, maar van hen weren wat kan leiden tot verderf en onrecht. En ook niet zal ik iemand, daarom gevraagd, een dodelijk medicijn geven en ik zal ook geen advies geven van deze aard. En evenmin zal ik ook aan een vrouw een verderfelijke tampon geven.
Rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn vak uitoefenen. Ik zal niet snijden, zelfs geen steen leiders, maar ik zal dat werk overlaten aan degenen die daarin deskundig zijn.
In welk huis ik ook binnenga, ik zal er binnengaan ten bate van de zieken, mij onthoudend van elk opzettelijk onrecht en verderfelijke handeling in het algemeen, in het bijzonder van seksuele omgang met de lichamen van mannen of vrouwen, vrijen of slaven.
Wat ik ook bij de behandeling, of ook buiten de praktijk, over het leven van mensen zal zien of horen aan dingen die nooit mogen worden rondverteld, zal ik verzwijgen, ervan uitgaande dat zulke dingen geheim zijn. Moge het mij, als ik deze eed in acht neem en niet breek, goed gaan in mijn leven en in mijn vak en moge ik altijd aanzien genieten bij alle mensen, maar als ik hem overtreed en meinedig word, moge dan het tegendeel daarvan mij overkomen.'
Op deze eed is de tegenwoordige beroepscode van artsen gebaseerd, er hebben wel een aantal veranderingen plaats gevonden. Zoals de abortus die toentertijd strafbaar was en nu een legale operatie is.
Naast Hippocrates is er nog een belangrijke man geweest in de tijd van de Grieken en Romeinen. Zijn theorieën zijn ook heel bekend en daar zullen we later ook op terug komen. Zijn naam was Galenus.

Tijdvak 3, Tijd van de monniken & ridders
De geneeskunde bleef gedurende de middeleeuwen stilliggen. Niemand twijfelde aan de theorieën van Hippocrates. Dit kwam voornamelijk omdat iedereen die zelfs maar een beetje voorzichtige kritiek leverde op deze theorieën, meteen op de brandstapel werd gegooid. De kerk zag de uitspraken van Galenus als “op goddelijke inspiratie berustende wijsheden die dientengevolge niet onjuist konden zijn”. Dit kwam eigenlijk doordat Galenus ooit had gezegd dat het lichaam een instrument was van de ziel. Een uitspraak die aansloot op godsdiensten in die tijd; het christendom en de islam. Mensen hadden geen eigen gedachtes meer en hadden absoluut geen behoefte dingen te onderzoeken.
Maar er is een andere reden waarom de geneeskunde stil bleef liggen. Christus heeft een belangrijke rol gespeeld in het stilliggen van de geneeskunde in de middeleeuwen. Door hem werden de zeven werken van barmhartigheid opgesteld. Dit hield in: “Dorstigen te laven, hongerigen te voeden, vreemdelingen te herbergen, naakten te kleden, en zieken en gevangenen te bezoeken en de doden te begraven.”
Ziekte genezen was dus simpelweg geen prioriteit in de middeleeuwen! Dit kwam omdat ziektes door de christelijke bevolking gezien werd als daden van God en alleen de zieke persoon zichzelf kon genezen door te bidden tot God.
Er werden kloosters gesticht waarin deze zeven werken van barmhartigheid werden uitgevoerd. Deze kloosters veranderden al snel in een soort ziekenhuis/armenhuis/kerk, eigenlijk een combinatie ervan.
Doordat de monniken de zieken verzorgden, hielden ze zich er ook steeds meer mee bezig. In de kruidentuinen van de kloosters werden geneeskrachtige gewassen aangemaakt die verwerkt werden in medicijnen. De monniken experimenteerden niet alleen maar hadden ook een hele grote medische kennis in hun bibliotheken.
Op een gegeven moment werd de kloostergeneeskunde verboden omdat de monniken ook huisbezoeken begonnen af te leggen bij zieken. Volgens de kerk fixeerde ze zich op de geneeskunde en besteedden te weinig aandacht aan hun geloof. Maar de monniken waren succesvol in hun behandelingen en waren het absoluut niet eens met dit besluit. Pas toen het uitoefenen van geneeskunde verbannen was keerde de rust terug in de kloosters.

Tijdvak 4, Tijd van de steden & staten
In deze periode werden de dokters steeds minder populair omdat ze niet iedere patiënt konden genezen en de geneeskunde begint in verval te raken. De mensen gingen weer hun heil zoeken bij tovenarij en bijgeloof.
In de 14e eeuw brak een verschrikkelijke ziekte uit, de Pest. Het begon in 1347 op Sicilië en bereikte in een half jaar later Marseille en verspreidde zich vandaar uit verder Europa in.
De Pest werd verspreid door vlooien en ratten, die aanboord van schepen uit Azië meereisden.
Niemand wist hoe de Pest te genezen was, maar ze wisten wel de symptomen; hoge koorts, onrust, verwardheid en bulten ter grootte van een ei in de lies, oksel of hals, het opgeven van bloed en je kreeg zwarte vlekken op je lichaam. Omdat je zwarte vlekken kreeg, was de bijnaam voor de Pest; de Zwarte Dood.
Het was een uiterst besmettelijk ziekte, wanneer in een huis één persoon ziek geworden was, volgden binnen enkele dagen de andere personen in hetzelfde huis ook. En ook artsen of geestelijken die bij de zieken geroepen werden, waren binnen de kortste keren zelf het slachtoffer. De ziekte was dodelijk, binnen 2 tot 8 dagen kon iemand dood en begraven zijn. Zodra er ergens in een huis de pest was uit gebroken vluchtten de medebewoners weg en zorgden voor heel wat ophef.
De doden werden 's nachts weggehaald en in grote kuilen begraven. De ziekte maakte zoveel slachtoffers dat een fatsoenlijk begrafenis niet mogelijk was. Er waren te weinig levenden om de doden te begraven. Iedereen probeerde angstig een genezing tegen de ziekte te vinden. Er kwamen allerlei kwakzalvers die rare middeltjes aanprezen en de mensen geloofde daar heilig in. Zo werden bijvoorbeeld de huizen van mensen met de Pest dicht getimmerd met houten planken voor de ramen en het drinken van azijn werd aangeraden, wat nergens op sloeg.
Veel mensen zagen de Pest als een straf van God. Om Gods boze humeur te veranderen werden er kruistochten gehouden. Sommige duurden wel 3 dagen en er liepen soms wel 2000 mensen in mee. Niemand realiseerde zich echter dat door deze tochten de ziekte zich nog sneller verspreidde.
Toen de kruistochten niet hielpen gaven de mensen de schuld aan de Joden. De Joden zouden het water vergiftigd hebben en om die onterechte gedachte werden talloze joden hun huizen uitgesleept en verbrand. De Pest heeft tot 1350 geduurd en heeft ongeveer 20 miljoen slachtoffers geëist.

Tijdvak 5, Tijd van de ontdekkers & hervormers
De Renaissance betekende voor de geneeskunde een tweede kennismaking met de klassieke geneeskunde. Mensen gingen zich, in tegenstelling tot in de middeleeuwen, bezighouden met hun eigen waarnemingen en gingen onderzoek doen. Ze gingen verschillen zoeken tussen het gezonde menselijk lichaam en het zieke menselijk lichaam, levend en na de dood.
In de renaissance zijn er veel dokters geweest die voor de algemene geneeskundeontwikkeling hebben gezorgd. Bijvoorbeeld Leonardo da Vinci, Andreas Vesalius en Paracelsus. Deze mensen kwamen tot de ontdekking dat Galenus´ theorieën niet overeen kwamen met die van hun zelf.

Paracelsus geloofde niet in de theorie van Galenus en verbrandde zijn boeken in het openbaar. Hierbij wilde Paracelsus duidelijk maken dat de mensen laf en stom waren geweest om alles maar blindelings te geloven en daardoor de ontwikkelingen in de geneeskunde stil te zetten. Paracelsus kwam tot de conclusie dat de anatomie van een dier niet hetzelfde was als dat van een mens. Hij introduceerde chemische middelen als medicijnen, zoadat mensen beschikking hadden over vele nieuwe medicijnen.
De ideeën en ook bewijzen van Paracelsus schokten heel veel mensen. Wie kon er twijfelen aan de ‘heilige’ Galenus? Het was ongehoord om te twijfelen aan het grote voorbeeld!
*Hier onder zie je een afbeelding van Paracelsus.

Tijdvak 6, Tijd van de regenten & vorsten
De geneeskunde, die in de Renaissance zo vooruit was gegaan, leek in de zeventiende eeuw bijna terug te vallen tot in de middeleeuwen. Een heel groot deel van de artsen was slecht opgeleid en kon de nieuwe ontwikkelingen niet volgen en bijbenen. Ze snapten de oude theorieën beter en zo beperkten ze zich heel erg.
Gelukkig waren rond het midden van de zeventiende eeuw bijna alle theorieën (voornamelijk van Galenus) uit de oudheid verworpen of verbeterd. De ontwikkeling ging verder! Omdat veel experimenten en onderzoeken nieuwe apparatuur eisten, en met het blote oog de kleinere dingen niet goed gezien konden worden, werd er een apparaat ontwikkeld om de oogkracht te vermenigvuldigen, de microscoop. Hierdoor konden wetenschappers de bacteriën voor het eerst echt zien. De microscoop is de belangrijkste vooruitgang geweest in de geneeskunde van de zeventiende en achttiende eeuw.
Naast die ene ontwikkeling waren er ook een paar kleine ontdekkingen of theorieën die belangrijk waren voor de geneeskunde. William Harvey toonde aan dat de bloedstroom een gesloten kring was, die altijd een kant op ging. Het enige wat ontbrak aan zijn systeem waren de haarvaten, die uiteindelijk in 1661 ontdekt werden.

Tijdvak 7, Tijd van de pruiken & revoluties
In dit tijdvak speelde Herman Boerhaave een grote rol, hij heeft veel medische kennis opgeschreven in boeken, waar we nu nog steeds veel aan hebben. Al zijn proeven heeft hij uitgebreid beschreven in boeken. Nu hoeven wetenschappers die proeven niet opnieuw te doen om te onderzoeken wat er uit zo’n proef komt.
Hij had niet zozeer iets ontdekt. Het ging om de manier hoe Boerhaave alles aanpakte. Na zijn dood werden hoogleraren onderwezen volgens de stijl van Boerhaave.
Hij heeft bereikt dat de artsen anders tegen de geneeskunst aan gingen kijken, van de praktische geneeskunst naar de, op ervaringen berustende en van het bijzondere naar het algemene komende geneeskunst.
Herman was voorbestemd om predikant te worden, maar zijn hart lag bij de geneeskunde. Na zijn studie wijsbegeerte in Leiden, promoveerde hij in 1693 aan de universiteit van Harderwijk tot dokter in de geneeskunde. In 1709 werd Boerhaave benoemd tot hoogleraar botanie in Leiden. Dat was niet zijn specialisme, maar hij leerde zeer snel en werkte systematisch. Boerhaave breidde de Hortus Botanicus in Leiden sterk uit en zorgde er voor dat de plantentuin internationale faam kreeg. In 1710 trouwde hij met Maria Drolenvaux en ze kregen samen vier kinderen, waarvan er drie jong stierven.
Later werd hij ook hoogleraar in de scheikunde en de geneeskunde. Hij gaf zijn medische lessen niet alleen in klaslokalen en aan huis, maar soms ook in het Caecilia Gasthuis. Hier werd aan de bedden van de patiënten les gegeven.
Zijn systematische methode van lesgeven trok studenten uit binnen- en buitenland, die - eenmaal terug in hun eigen land – zelf beroemde geneesheren werden. Daarnaast wisten vele 'groten der aarde' zoals tsaar Peter de Grote en de latere keizer Frans I van Oostenrijk Boerhaave te vinden voor medisch advies. Hij was zo beroemd dat hij post ontving, geadresseerd als: Boerhaave, Europa.

Herman Boerhaave´s motto was: Simplex sigillat verum - Eenvoud is het kenmerk van het ware.

Tijdvak 8, Tijd van de burgers & stoommachines
Laënnec is de uitvinder van de stethoscoop, een instrument dat artsen dagelijks gebruiken en een statussymbool is geworden.
Op een dag zag Laënnec een paar kinderen in de tuin van het Louvre spelen. Een jongen drukte z’n oor aan één kant van een gekapte boomstam terwijl een andere aan de andere kant er met een pin op kraste. Laënnec luisterde mee en hoorde zeer duidelijk het verre krassen. De dag nadien rolde hij een bundel papier op, bond er een strikje rond en plaatste dat primitief akoestisch instrument op de borst van zijn patiënt. Groot was z’n verrassing toen hij geluiden hoorde die hij vroeger nooit zo duidelijk en zo zuiver gehoord had. Met z’n opgerold papiertje onderscheidde hij rhonchi, crepitaties, bruits du pot fêlé (geluid van een gebarsten pot) en vele andere.
Snel verving hij het primitieve instrument door een uitneembare houten cilinder van 30 cm lengte die hij stethoscoop noemde. Het woord ontleende hij aan het Grieks. Stethoscoop betekent immers: onderzoek van de borst. Met behulp van die zelf ineen geknutselde stethoscoop onderscheidde hij bronchitis, pneumonie, bronchiëctasie, longoedeem en emfyseem als afzonderlijke ziektebeelden, en lijnde die duidelijk af van tuberculose. Groot was de verbazing bij zijn collega’s toen ze merkten dat de afwijkingen die hij bij leven beschreven had, bevestigd werden bij obductie.
Drie jaar lang bestudeerde hij de hart- en longgeluiden van zijn patiënten en vergeleek ze met de afwijkingen die hij tijdens de autopsie zag. Dat alles vatte hij samen in een boek dat in augustus 1819 verscheen: De l’auscultation médiate. Het werd onmiddellijk herkend als een grote mijlpaal in het fysische borstonderzoek en in de kennis en de classificatie van de borstziekten. Zo was hij de eerste die inzag dat verschillende voorheen apart beschreven ziektebeelden eigenlijk onder de ene noemer tuberculose vielen.
Nog geen vijf jaar nadat Laënnec de stethoscoop had uitgevonden, was het apparaat een statussymbool geworden. De Nederlander Cornelis Burgersdijk, die in 1823 in Parijs geneeskunde studeerde, schreef in een brief naar huis dat ‘alle medische studenten in Parijs met een stethoscoop door de stad liepen om zich als zodanig te laten herkennen.’

Tijdvak 9, Tijd van de wereldoorlogen
In de tweede wereld oorlog ontstond voor het eerst het conflict over hoe ver je kon experimenteren met geneeskunde. Hitler wilde een Arisch ras kweken en medische experimenten werden doorgevoerd om de fysische kenmerken te kunnen vaststellen en eventueel verbeteren. Himmler was de baas van de SS en gelijk ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van medische experimenten op Joden, gevangenen en andere Untermenschen. Deze experimenten waren een groot onderdeel van de zogenaamde wetenschappelijke benadering van geneeskunde in de tweede wereldoorlog.
Deze experimenten waren gruwelijk en onmenselijk. De meeste medische experimenten werden uitgevoerd op gevangen in de concentratiekampen. Om bijvoorbeeld de effecten van tyfus, malaria en andere tropische ziektes te bestuderen en er inentingen tegen te produceren, werden gevangenen geïnfecteerd met die ziekteverwekkers. Velen stierven eraan. Ook werden gevangenen verplicht grote hoeveelheden zeewater te drinken om na te gaan bij welke concentratie aan zout in het water een mens nog net kon overleven. Ter bestrijding van verwondingen aan het oorlogsfront werden gevangenen pijn gedaan om dan allerlei zalven en medische hulpmiddelen uit te testen. Zo was het een praktijk om gevangenen brandwonden toe te dienen of om sneden aan te brengen en te voorzien van hout- en glassplinters of metalen brokstukjes. Na enkele dagen kon men dan het resultaat en andere gruwelijke gevolgen bekijken en bestuderen! Bij andere gevangenen werden open beenbreuken veroorzaakt of zeer gevaarlijke scheuringen van spieren toegebracht.

Vervolgens werd de oorlog gebruikt als excuus voor deze ongeoorloofde en vooral afgrijselijke medische experimenten. Mensen vroegen zich voor het eerst af hoe ver je kan gaan met experimenteren…

Tijdvak 10, Tijd van televisie & computers
In dit tijdvak zijn er veel ontdekkingen geweest op medisch gebied, van de strijd tegen kanker tot de strijd tegen AIDS en HIV. Maar de MRI-scan steekt er bovenuit omdat dit apparaat, binnen een half uur foto’s van een lichaam kan maken en de artsen een goed beeld geeft of er bijvoorbeeld iets gebroken is. Dit symboliseert onze kennis tegenwoordig en dat er met behulp van elektronica en wetenschap heel veel te bereiken is. De mens gaat steeds meer ontdekken en WILT ook meer ontdekken, overal word een oorzaak en oplossing voor gezocht.
Bij deze afbeeldingtechniek komt de patiënt in een lange tunnel te liggen die een sterke magneet bevat, waarmee het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt.
Er worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (men noemt dat resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie weer uitgezonden als een signaal waarin allerlei bijzonderheden van het weefsel zijn vervat. Deze zwakke signalen worden door een gevoelige radioantenne opgevangen. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan). Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan. Ook hangt het signaal af van de duur van de perioden waarin de radiogolven worden uitgezonden, omdat hiermee bepaalde kenmerken van de magnetisatie tot uiting worden gebracht. Zo kan men zogenaamde T1-gewogen beelden verkrijgen waarin de eigenschap T1 de overhand heeft; op deze beelden verschijnen hersenvocht en waterrijke structuren donker. Daarentegen zijn liquor en waterrijke structuren op T2-gewogen beelden juist wit. Door de keuze van de T1- of T2-weging kan men van de weefsels bepaalde aspecten zichtbaar maken. MRI-beelden zijn daarom zeer gedetailleerd in het vertonen van de verschillende weefsels, maar een nadeel is dat het bot zelf niet zichtbaar is (wel het beenmerg), omdat het bot bijna geen water bevat.
Deze ontwikkeling toont aan dat er medisch heel veel mogelijk is, en er waarschijnlijk in de toekomst nog veel meer ontwikkelingen komen. Wie weet wat ons nog te wachten staat!

Nawoord
Ten eerste vonden wij het leuk om aan dit project te werken. Ik heb, als ik zo terug kijk, onbewust veel geleerd over de manier van denken in verschillende tijdperiodes. Je bent zo druk bezig dat je eigenlijk niet door hebt dat je ondertussen veel leert.
Soms waren dingen moeilijk te omschrijven of waren we bang dat we overbodige informatie gaven.
De samenwerking verliep eerst wat stroefjes omdat er veel geregeld en gepland moest worden en we allebei graag de touwtjes in handen houden. Uiteindelijk is alles op tijd (!) afgekomen en zijn we tevreden met het resultaat.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.