ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (6 vwo)

Datum ingestuurd:

28 mei 2008

Taal:

Woorden:

4.650

Bekeken:

1683 keer (4 deze maand)

Waardering:

2.1/5 (10 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Hoofdstuk 1. Op zoek naar de verloren tijd
1. Op welke wijze in de beeldende kunst van de Renaissance en barok het beeld van Arcadië, dat wordt opgeroepen in de poëzie van de Antieke Wereld en in de latere pastorale literatuur, wordt uitgewerkt in de Venetiaanse schilderkunst van de Renaissance.
De droom van een simpel leven in een vriendelijke natuur komt het eerst voor in de literatuur. De andere kunsten, zoals schilderkunst en de muziek, sluiten vaak nauw aan bij die literaire traditie. Eenvoud krijgt de nadruk, maar de invulling ervan is beslist niet in handen van eenvoudige lieden. Tot de negentiende blijft het verloren paradijs een oord van de elite. Een verlangen naar vrijheid speelt daarbij een grote rol. Het rustige leven op het schone platteland werd bijna vanzelfsprekend onderwerp van dromen en verlangen naar onschuld, vrijheid en fatsoen.
Vanaf 1500 krijgt de pastorale een plaats in de beeldende kunst. De herdersgedichten en toneelstukken, vol charmante taferelen tegen het decor van een lieflijke natuur, raakten ook een poëtische snaar bij de schilders. In Venetië, moederstad van het pastorale thema in de schilderkunst, werd Giorgione de onbetwiste meester van het genre. Hij is bekend om zijn vrije behandeling van onderwerpen.
In de eerste helft van de 16e eeuw beleefde het pastorale landschap een grote bloei in de Venetiaanse schilderkunst.

2. Hoe het dichterlijk motief van het pastorale landschap inhoudelijk betekenis krijgt bij schilders als Giorgione, Annibale Caracci en Claude Lorrain en welke bijzonder dimensie Poussin hieraan geef met de schildering van het gegeven ‘Et in Arcadia ego’.
‘Ut pictura poesis’ betekent: een gedicht is een soort schilderij en vice versa. Dit hielt in dat het landschap en het verhaal met elkaar in overeenstemming moeten zijn, alleen zo kan een historisch of poëtisch thema goed worden geïllustreerd.

Giorgione
Belangrijker bij Giorgione is de emotie die wordt opgeroepen door de zachtheid van
de verftoets, de warme kleuren, de ‘saamhorigheid’ van alle onderdelen van de
compositie en door het stemmig weergegeven landschap.

Caracci
Neem bijvoorbeeld ‘Vlucht uit Egypte’. In ‘Vlucht uit Egypte’ bieden de burchtachtige stad en de ruime verten achter de bomen een waardig decor voor de scène op de voorgrond. Jozef met de ezel en Maria met het kind, zojuist over de rivier gezet in de roeiboot achter hen, lopen vooraan op het ‘podium’. Zij bepalen het dramatische accent, maar ze nemen slechts weinig plaats in. Veel meer ruimte is gegeven aan het grote vergezicht dat zich heel geleidelijk met bogen en diagonalen in breedte en diepte uitstrekt.
Caracci verbond het thema ‘ut pictura poesis’ met de natuurlijke echtheid die het uitgangspunt vormt van de 17e eeuwse kunst.

Lorrain
In zijn schilderijen is de werkelijkheid omgevormd tot een droomwereld. Mensen van verheven schoonheid zijn afgebeeld in volstrekte harmonie met het ideaal landschap, badend in gouden licht. Bij Lorrain is het altijd vroege ochtend of late middag – het poëtische moment bij uitstek – en steevast mooi weer en eeuwige lente. Hij verbeeld de volmaakte harmonie tussen de mens en de natuur.

Poussin
Hij voegt een vleugje onrust toe in het schilderij ‘et in arcadia ego’. Ondanks het gouden avondlicht is de sfeer erin melacholiek en tot nadenken stemmend. Poussin laat de dood het mythische herdersland binnensluipen in de vorm van een sarcofaag met de inscriptie waarnaar het schilderij is vernoemd. De herders hebben eigenlijk niets van eenvoudige landelijke types, maar lijken meer op goden.

3. Hoe Gauguin de inheemse cultuur van Tahiti en de Marqueasas-eilanden waarneemt en verbeeld.
In een brief schreef hij:
‘Als maar eindelijk de dag komt waarop ik kan vluchten naar de wouden van een eenzaam eiland in de Zuidzee, als een wilde, om daar te leven in vrede en extase voor mijn kunst. Omringd door een nieuwe familie, ver weg van het Europese gevecht om geld. Daar in Tahiti zal ik in de stilte van de lieflijke tropische nachten kunnen luisteren naar de zacht murmelende muziek van de bewegingen van mij hart, in de liefdevolle harmonie met de mysterieuze wezens in mijn omgeving. Eindelijk vrij! Zonder geldzorgen zal ik in staat zijn te beminnen, te zingen en te sterven.’

Oog in oog met de bevolking van Tahiti bleek Gauguin echter veel minder wild dan hij dacht te zijn. In Noa Noa, geschreven na zijn eerste verblijf in de Stille Zuidzee, beschrijft hij de cultuurschok die hij daar onderging.
De werken die Gauguin maakte en later op het eiland Dominique laten zien dat hij altijd de gecompliceerde Westerse kunstenaar bleef, ondanks zijn verlangen naar eenvoud van de edele wilde.

4. Op welke wijze het ideaal van de natuurlijke tuin werd vormgegeven in Engeland en Nederland en welke rol literaire associaties hierbij speelden.
Het verlangen naar een waardig en eenvoudig leven in de natuur komt op een bijzondere manier tot uiting in de tuinarchitectuur van de achttiende eeuw. De landschapstuinen, een Engelse uitvinding, werden populair in heel Europa. Landschapstuinen hadden nog geen enkele status. Daarom zochten de tuinarchitecten hun voorbeelden in de schilderkunst. ‘Ut pictura hortus’ betekent dat de tuin eruit moet zien als een schilderij.
Er waren 2 soorten tuinen: de geleerde tuin en de wilde tuin. In de geleerde tuin kwamen natuur en cultuur samen in de combinatie van schilderachtige vergezichten met tempeltjes, grotten, nimfen, zuilen, urnen en inscripties met citaten uit klassieke gedichten. Dit was meer bedoelde voor de intellectuele elite. In de wilde tuin was het meer gericht op de emotionele beleving en daarom werd het ook vol gezet met ‘stemmingsarchitectuur’. Deze fantasievolle en vaak ook dwaze bouwsels noemde met follies. Wat ze verbeelden is het romantische dwepen met het verbeelden.

5. Waarom vanaf de negentiende eeuw parken voor het volk werden aangelegd en hoe in onze tijd architecten als Tschumi het stadspark verlevendigen.
- Goede waterhuishouding
- Even weg uit de ongezonde leefomstandigheden in de stad. Dit gold niet alleen voor de elite, maar ook voor de vermoeide stadsbewoner. Inrichting en stoffering in een arcadische landschapstuin zouden de geest kunnen verkwikken en verheffen.

In tegenstelling tot de parkontwerpers van de 19e eeuw, die hun creaties entten op de landschapsparken van de periode daarvoor, heeft de Zwitserse architect Bernard Tschumi in zijn Parc de la Villette een park voor de 21ste eeuw willen maken.
Dit doet hij onder andere door verschillende ‘steden’ te creëren, zoals de Stad van de Wetenschap en een Stad van de Muziek en ook theaters en kunstruimtes. Ook zijn er tien spectaculaire tuinen aangelegd. Blikvangers zijn een aantal knalrode gebouwtjes, alle met een kubus als uitgangspunt, waarin allerlei activiteiten worden georganiseerd. Tschumi noemt ze follies.

6. Hoe Ian Hamilton Finlay literaire en historische tradities gestalte geeft in zijn (arcadisch-revolutionaire tuin) Little Sparta en hiermee verbonden kunstwerken.
Little Sparta is een tuin als metafoor voor de maatschappij. Finlay heeft veel kritiek op de moderne samenleving en de rol van de kunstwereld daarin. Met het verweven van Arcadische en revolutionaire beelden wil hij bijdragen tot een betere wereld, waar niet alles in het teken staat van het materialisme en onverschillige consumptie staat, maar waar spiritualiteit en traditie weer een plaats krijgen.
Zijn tuin is voor een onvoorbereide toeschouwer een samenraapsel van allerlei elementen uit en verwijzingen naar de geschiedenis. Zoals het werk ‘See Poussin, Hear Lorrain’. Wat betekent het? En wat te zeggen van de vele verwijzingen naar oorlog en bewapening, zoals het embleem van een tank in Arcadia, de fontein in de vorm van een vliegdekschip of de medaille met aan een kant klassieke zuilen als symbool van de deugd en aan de keerzijde de guillotine als beeld van verschrikking en terreur.

Hoofdstuk 2. Collectief, totaal, totalitair
7. Tegen welke achtergrond kunstenaarskolonies ontstonden, hoe zijn bijdroegen aan vernieuwingen in de kunst en welke verwachtingen Vincent van Gogh ervan had.
De kunstenaarscollectieven die tussen het midden van de 19e en het begin van de 20e eeuw zijn opgericht staan vrijwel alle in het teken van maatschappijhervormingen door middel van kunst. De kunst moest vele facetten van de maatschappij omvatten of liever nog, het maatschappelijke leven tot één totaalwerk maken. Zo kon er een Nieuwe Gemeenschap worden geboren waarin kunst en leven op natuurlijke wijze met elkaar overvloeien en iedereen – in aanleg althans – een kunstenaar is. Om de natuur zo eerlijk mogelijk in beeld te brengen gingen ze buiten schilderen. Zij waren de eersten die dat vanuit een artistiek principe deden.
De onderwerpen van de schilderijen veranderde op internationaal niveau. Er werden taferelen geschilderd van boeren, vissers, handwerkslieden en spelende kinderen in plaats van onderwerpen uit de stad (rokende schoorstenen, stampende locomotieven, etc…). Ook het paradijselijke leven en het landschap was populair.

In Vincent’s droom was er geen plaats voor onderlinge haat en nijd en in een ambiance waarin het individu moest wijken voor de groep. Hij streefde naar een synthese van verschillende kunstenaarsgroepen van uit een uiteenlopende achtergrond en artistieke overtuiging.
Het ideaal bleek niet bestand tegen pietluttige onderlinge ruzies.

8. Wat de betekenis is van het idee van Gesamtkunst bij Wagner en hoe het doorwerkt in de latere kunst, met name bij het Bauhaus.
De definitie van Gesamtkunst is volgens Wagner. Een samenwerking van verschillende kunstdisciplines bij de realisering van één kunstwerk. Als ideaal stond hem een muziekdrama voor ogen. Dans, muziek, decors, kostumering en tekst versterken elkaar wederzijds, en wel zó dat het geheel meer is dan de som der delen.
Na WOI ontstond onder architecten, beeldende kunstenaars en vormgevers het verlagen om een bijdrage te leveren een de opbouw van de nieuwe maatschappij door het scheppen van een nieuwe visuele omgeving. Het Bauhaus werd het centrum van dit streven. Het Bauhaus stelde zich ten doen alle kunstvormen te bundelen tot een eenheid en alle artistieke disciplines te herenigen tot een nieuwe bouwkunst waarvan ze de onlosmakelijke bestanden zijn. Een voorbeeld hiervan is het Triadisch Ballet.

9. Hoe Kurt Schwitters een levend mode was van het principe Gesamtkunst en hoe dit te verbinden is met het anarchisme van Dada.
Kurt Schwitters was aanvankelijk bekend om zijn lyrische collages van allerhande vodjes papier die hij op straat vond. Op den duur omvatte zijn werk bijna alle kunstdisciplines, niet alleen beeldende kunst, poëzie en typografie maar ook theater en muziek. Schwitters noemde dit MERZ. Dit was geen specifiek kunstgenre maar een werkmethode voor de realisering van het MERZ totale wereldbeeld. Het meest bekend is zijn driedimensionale assemblage MERZbau. Het was een chaotisch labyrint van doorsluipgangetjes, alkoven en kamertjes, opgetrokken uit karton, gips, hout en gevonden voorwerpen. Ook zijn Ursonate is heel bekend. Hij heeft er talrijke voordrachten van gegeven en hij heeft het klankgedicht telkens bijgeschaafd.
Begin 1923 heeft Schwitters een totaaltheater in Nederland opgevoerd. Hun grote voorbeeld was het Cabaret Voltaire in Zürich, waarin in 1916 een groep kunstenaars en schrijvers DADA oprichtten.
Het podium was de uitlaatklep waarop ze met veel spektakel hun afkeer van het maatschappelijke en culturele establishment ten beste gaven. De verschillende programma-onderdelen werden begeleid door allerlei onzinnige kreten en achtergrondgeluiden. Hierdoor aangevuurd begon het publiek binnen de kortste keren ook te kraaien, te blaffen, de neus te snuiten en onzin uit te kramen. Een enkele keer beklommen aanwezigen zelfs het podium en begonnen aan hun eigen voorstelling. Vooral dit laatste was voor Schwiteers een wezenlijke artistieke factor in het geheel, in MERZ. Het publiek neemt deel aan een totaal-gebeuren.

10. Op welke manier kunstenaars in Sovjet Rusland en in de DDR binnen de staatsideologie functioneerden en hoe je dat kunt zien aan hun werk.
In Sovjet Rusland bleven de kunstenaars zich artistiek inzetten ten behoeve van de vorming van het volk. De opdracht aan de sovjetkunstenaars was minder abstract en hoogdravend: in aantrekkelijke beelden moest het paradijselijke leven van alledag in de Sovjetunie worden voorgespiegeld, hoe leugenachtig die voorstelling van zaken ook geweest moge zijn. De onderwerpen van de getoonde affiches, beelden en schilderijen omvatten alle aspecten van het nieuwe schijnbaar problematische sovjetleven: de gespierde arbeider, het gelukkige gezin, het onbekommerde stadsleven, de jubelende sporter, de militaire heldendaad, etc… als belichaming van de nieuwe communistische mens.
De tentoonstelling ‘Kunst in de DDR’ ging niet over de DDR-kunst, maar,
neutraler, over kunst úit de DDR. Zij wilden tonen wat er in de Oost-Duitse kunst was
gebeurd buiten het officiële realistische maakwerk om, kunst dus ondanks de strikte
voorschriften van het regime. Onderwerpen waren bijvoorbeeld saaie stillevens, verveelde naakten, zouteloze harlekijnen.Uit de werken bleek hoe geïsoleerd en naar binnen gekeerd DDR-kunstenaars gedurende veertig jaar hadden moeten werken. De onderwerpen riepen niets op, ze waren saai en neutraal.

11. Op welke wijze Atelier van Lieshout het idee van een utopische leefgemeenschap vormt.
Joep van Lieshout is een van de vele kunstenaars die hardnekkig blijft vasthouden aan de utoptie van een perfecte wereld. In 1995 stichtte hij het Atelier van Lieshout, een vrijstaat met eigen wetten onder leiding van Van Lieshout zelf. Het AVL in gevestigd op een verlaten stortplaats van het chemisch afval in het Rotterdamse havengebied, een soort niemandsland. In het AVL kan worden gegeten in een restaurant, en behalve een grondwet is er geld gedrukt en zijn er containers ingericht als respectievelijke ziekenhuis, bibliotheek, slachthuis en destilleerderij. Het is een beetje de doe-het-zelf-gedachte. Alles is uitgevoerd in felgekleurd polyester, van Lieshouts lievelingsmateriaal en daardoor handelsmerk. Deze kunst heeft tot doel de gebruiker zelfredzaamheid te brengen.

Hoofdstuk 3
12. Welk beeld oprijst uit beschrijvingen en uit de beelden van Doré van de gevolgen van de 19e eeuwse industrialisering.
Gustave Doré was in de 2e helft van de 19e eeuw de meest gevraagde illustrator van Frankrijk. Doré verbleef vaak in Londen en was bevriend geraakt met Blanchard Jerrold, verslaggever. Doré besloot aan Jerrolds pland mee te werken om een beok te maken over het eigentijdse Londen, opgevat als een soort pelgrimstocht. Beschermd door de politie en begeleid door deskundigen begonnen Doré en Jerrold systematisch de mooie wijken en de achterbuurten van Londen de doorkruizen, te schetsen en notities te maken. De waarnemingen en de verbeelding van Doré leveren een zeer levensecht beeld op van de werkelijke toestand. Hierin schetst hij onder andere dat door de industrialisatie er te veel mensen in de stad zijn gaan wonen, waardoor er gebrek was aan woonruimte, ellendige toestanden op het gebied van hygiëne, verpaupering en toename van werklozen en armlastigen. Doré schets onder andere de sloppenwijken, die bij de dokken en de fabrieken stonden, met alle bijverschijnselen van dien: misdaad, alcoholisme en prostitutie.

13. Welke oplossingen Fourier, Godin en Owen uitwerkten om de wantoestanden in de samenleven tegen te gaan door werken en wonen opnieuw met elkaar te verbinden.

Fourier
Bij Fourier leven de mensen in luxueuze, collectieve woon- en productiecomplexen, zo groot als het paleis van Versailles. Hij noemt ze Phalanstères. Alle levensbehoeften zijn er centraal geregeld. De bewoners leveren door werkzaamheden een bijdrage aan de gemeenschap en ontvangen daardoor een basisloon. Hoe zwaarder het werk is wat men doet, hoe hoger het loon is. Kinderen worden collectief opgevoed en de wooneenheden zijn is paleisachtige complex aaneengeregen als galerijflats in onze steden, maar dan gerangschikt in symmetrische blokken rondom royale binnenhoven, dus afgeschermd van de buitenwereld.

Godin
Zijn gemeenschap van arbeiders was gebaseerd op het gezinsleven en heette dan ook Familistère. Ieder gezin had een eigen appartement dat uitkwam op een met glas overkapte centrale hof. Er zijn 500 appartementen, voorzien van voor de tijd modern comfort als stromend water, wc en vuilniskokers. Er waren ook winkels, een theater, een school, park, kinderdagverblijf, zwembad, etc… De fabriek is altijd succesvol geweest en het complex wordt nog steeds bewoont.

Owen
Owen’s gemeenschap was een dorp van zo’n 1000 mensen, die gezamenlijke zouden werken op het land en in de fabrieken en die, omdat in het dorp alle nodige voorzieningen aanwezig waren, zich helemaal zelf zouden kunnen bedruipen.
Er zouden nauwelijks of geen persoonlijk bezit en onderlinge wedijver bestaan en
alles was strak en overzichtelijk geordend. Dit project mislukte omdat er in het dorp weinig mogelijkheden om aan de opgelegde discipline te ontsnappen, hierdoor lijkt het meer op een kazerne dan een agrarisch dorp. Mensen zijn gehecht aan vrijheid.

14. Welke tegenstelling zicht aftekent tussen ambachtelijk vervaardigde en industrieel geproduceerde objecten en hoe de Wereldtentoonstelling van 1851 het beeld oproept van de beginnende consumptiemaatschappij.
Met de hand gemaakte voorwerpen zijn altijd een compromis tussen wat gewenst en wat uitvoerbaar is en het zijn eigenlijk altijd unica, dat willen zeggen ze zijn nooit volkomen gelijk aan elkaar. De ambachtsmand weet in het algemeen wie zijn klanten zijn en kan zjn ideeën daarop afstemmen. Met machinale productie is dit uitgesloten. De machine produceert uniform. Haar kracht ligt in de kwantiteit en de onpersoonlijke perfectie. Het gevolg was valse schoonheid; de uiterlijke schijn verdrong de gebruikswaarde. Het gevoel voor de kwaliteiten van het handwerk en de vertrouwde omgang met materialen ging snel verloren.
Bij de wereldtentoonstelling van 1851 (in het Crystal Palace) zag je bij de uitgestalde voorwerpen alle stijlen van de kunstgeschiedenis terug, met een nachtmerrie aan versieringen. Alles kon in grote oplagen voor relatief geringe prijs rijk, weelderig en mooi worden gemaakt. Vorstelijke allure voor de gewone burger. Dit kon allemaal door de machinale productie. Hiermee begon de consumptiemaatschappij.

15. Vanuit welke maatschappelijke motieven de waardering voor de Middeleeuwen en het succes van de neo-gotiek in Engeland te verklaren zijn, en welke betekenis Pugin en Ruskin daarbij hebben gehad.
In de Romantiek werden de middeleeuwse kerken en kloosters uit de vergetelheid gered, en bezongen, getekend en nagebouwd vanwege hun schilderachtigheid. Dit nationale karakter werd ingezet tegen het classicisme van Napoleon. Gotisch werd de banier van de vaderlandslievendheid en van de eigen aard van het volk. Terwijl het classicisme een elitestijl was voor Romereizigers en mensen die hun klassieken kenden, werd de gotiek steeds meer verbonden met het volkseigene, met de bloei van een ridderlijke maatschappij en met het authentieke christendom.

Pugin
pleitte als architect voor de terugkeer naar de – vermeende – overichtelijk geordende samenleving van de Middeleeuwen. Hij laat in zijn boek ‘contrasts’ contrasten zien tussen de middeleeuwse steden met hun glorieuze kathedralen en torens tegenover moderne steden met kapotte torenspitsen tussen fabriekschoorstenen. Pugin kreeg onder andere de opdracht neo-gotische Houses of Parliament in te richten.

John Ruskin
De gotische stijl werd gezien als een ‘spirituele’ kunstvorm, verbonden met menslievende idealen. De belangrijkste pleitbezorger hiervoor was John Ruskin. Hij hield zich bezig met het analyseren van schone vormen en met onderricht in goede smaak. Hij deed
om daarmee bij te dragen aan de verheffing van het (Engelse) volk. Ruskin zag de gotiek als een moraal hoogstaande kunstperiode. Zij was het resultaat van het samengaan van individuele prestaties van de gemeenschap. Ruskin beschouwde de natuur ook als iets heiligs. De maatschappij moest weer bloeien door contact met de natuur en door een bestaan dat, net als in de Middeleeuwen, op handwerk zou worden gebaseerd en op esthetisch (schoonheid) inzicht, dat wil zeggen op de beleving van het ware en het schone dat de kunst en de vormgeving te bieden heeft.

16. Vanuit welke initiatieven in Nederland de Nieuwe Kunst ontstaat en wat het belang is geweest van Berlage en het Binnenhuis voor het ontwikkelen van een sobere omgeving als esthetisch fundament voor vormgeving en architectuur.
Tegen 1900 ontstond onder schilders, architecten kunsthandwerkers een nieuw elan om te komen tot kunstvormen die zouden kunnen bijdragen aan nieuwe geest in de samenleving. Dit streven werd aangeduid met de naam Gemeenschapskunst. Het leidde tot schilderijen en monumentale taferelen, zoals het gebouw van de Diamantbewerkersbond met muurschilderingen van Richard Roland Holst, vol socialistische thema’s of personificaties van arbeid en sociale strijd.
Berlage zag de noodzakelijke samenhang tussen vorm en functie in en stelde daarom zijn bouwkunst in dienst van de opkomende sociaal-democratische ideeën voor een meer rationele ordening van de moderne maatschappij, in tegenstelling tot de Art Nouveau-kunstenaars. Bij ’t Binnenhuis zijn sloten, scharnieren, handgrepen en constructieve verbindingen functioneel en sierend tegelijk, en het vaak wat massief en hoekig verwerkte materiaal geeft het idee van eerlijkheid, degelijkheid en duurzaamheid.

17. Hoe Mondriaan de kunst ziet als model voor een toekomstige samenleving en hoe Van Doesburg dat uitwerkt.
De schilderkunst van De Stijl is een voorbode, niet alleen van een nieuwe kunst, maar van een nieuwe levensstijl die de wetten van de universele harmonie waar maakt, die de mens in harmonie brengt met het Al. De meesters van de Stijl, en niet alleen Mondriaan, gaan
verder: zij zien in deze verkonding van de nieuwe kunst, van het nieuwe leven, nu juist de opdracht van de schilderkunst. Het zuiver beeldend zien moet een nieuwe maatschappij opbouwen, een maatschappij van een gelijkwaardige tweeheid van het materiële en het
geestelijke, een maatschappij van een evenwichtige verhouding. Stilering, versiering en persoonlijk handschrift moest vervangen worden door een kunst van de geest die boven de concrete werkelijkheid uitging, die boven de natuur stond. Zo zou een kunst kunnen ontstaan van het bovennatuurlijke, van het onveranderlijke, van orde en harmonie.
Theo van Doesburg heeft vanuit de Stijlbeginselen het beeldend onderzoek uitgebreid tot andere kunstvormen. In samenwerking met architecten verzorgt hij kleurtoepassingen voor nieuwbouwwoningen. Kleur wordt spaarzaam toegepast.

18. Welke idealen de stichting ‘Goed Wonen’ nastreefde in de jaren van de Wederopbouw en op welke wijze zij die in praktijk bracht.
Het doel was verbetering van de wooncultuur voor brede lagen van de bevolking. Door middel van voorlichting in de vorm van lezingen, tentoonstellingen en het inrichten van modelwoningen wilden ze dit bereiken. De verdiensten van Goed Wonen liggen vooral in de promotie van het moderne meubel en het luchtige, praktisch ingerichte interieur. De stichting Goed Wonen stichtte ruimte door toepassing van grote ramen en kleur, door middel van een kleurenschema.

Hoofdstuk 4
19. Hoe in vroegere eeuwen voorstellingen werden gemaakt van het Hemelse en Aardse Jeruzalem.
De utopie van een Land van Belofte werd in de christelijke Middeleeuwen geconcretiseerd in het beeld van de stad Jeruzalem – niet de stad op aarde – maar haar plaats in de hemel. Het hemelse Jeruzalem was het symbool van verlossing en orde, het kosmische centrum van de schepping. Tal van middeleeuwse geestelijke hymnen en traktaten geven gedetailleerde schilderingen van deze goddelijke ideale stad.

20. Van welke ideeën Filarete uitgaat bij het ontwerpen van Sforzinda en hoe ideale vormen en maatschappelijke ideeën leiden tot stadsontwerpen als Luchao en experimentele architectuur als het Nederlandse paviljoen Hannover.
De stad, die is gepland in een glooiend Italiaans landschap, heeft een stervormig grondplan met acht punten. De overzichtelijke geometrische structuur is de perfecte uitdrukking van de efficiënte maatschappelijke herstructurering die de basis vormt van vele utopische stadsplannen. Het stervormige diagram bleek sinds de uitvinding van buskruit ook uit strategisch oogpunt uitstekend geschikt: vanuit de puntvormige vestingwallen met toren kon de vijand in alle richtingen onder vuur worden genomen.
De cirkelvormige stadsutopie is ook toegepast in de havenstad Luchoa. Vanuit het centrum zijn, net als in Sforzinda, ringwegen gepland met verbindingswegen die aansluiten op allerlei gebouwen (bioscoop, kantoren, ziekenhuis). Het centrum van de ideale stad is hier hoofdzakelijke gewijd aan cultuur en amusement.

21. Op welke wijze Ledoux in zijn ideale stad Chaux het economische uitgangspunt wilde integreren in een nieuwe sociale structuur.
Ledoux ontwierp niet alleen het industriële complex maar ook een complete ideale stad eromheen. Het grondplan is cirkelvormig. Dwars door de cirkel lopen 2 elkaar kruisende hoofdassen waaraan de belangrijke gebouwen zijn gesitueerd. Deze hoofdgebouwen worden omgeven door een ring van arbeiderswoningen met tuinen. Het geheel heeft het karakter van een tuinstad. De wiskunde aanleg ervan symboliseert volgens Ledoux de nieuwe rationele relatie tussen de mens en de natuur. Het buitengewone schuilt in de sprekende architecturale vormgeving van sommige gebouwen, zoals het ‘huis van de rivierwachter’, waar de rivier, die nodig is voor de zoutproductie, dwars doorheen stroomt.

22. Wat de uitgangspunten zijn van de tuinstadgedachte van Ebenezer Howard en hoe de concretisering ervan oplossingen bood voor de wantoestanden in de sloppenwijken.
Het komt erop neer dat Howard de stadsbevolking verspreid over het platteland wilde herhuisvesten in groepen kleinschalige stadjes met elk zo’n 30.000 inwoners, bestaande uit woningen en huisindustrie in gemeenschappelijk bezit. Deze clusters van dorpen zouden onderling worden verbonden door ringwegen met in het midden een grote stad voor de typisch stedelijke functies. Howard vatte deze tuinstadprojecten op als een huwelijk tussen stad en platteland waarin de voordelen van de stad en die van het gezonde platteland een harmonieuze twee-eenheid zouden vormen.

23. Hoe bij Le Corbusier rationaliteit en schaalvergroting de grondslag vormen voor het ontwerpen van de ‘stralende steden’ en hoe dat wordt gevolg in de bouw van nieuwe steden als Brasilia en Nederlandse stads- en woningbouwprojecten.
Le Corbusier ontwierp voor het nieuwe industriële tijdperk functionele stadsmodellen op grote schaal. Hierin zijn alle functies – wonen, werken, verkeer en ontspanning – overzichtelijk van elkaar gescheiden. Licht, lucht en hygiëne en veel groen veraangenamen het leven en de moderne industriële samenleving kan er efficiënt van functioneren. De mens, zo vond hij, is van nature ordelijk ingesteld en wordt gedicteerd door de rechte lijn en de rechte hoek, dus moet de moderne stad ook worden gebouwd volgens het principe van strikte ordening en rechte verbindingen.
Brasilia heeft niet de bekende rationele rechthoekige plattegrond maar de vorm van een vogel met wijduitgespreide vleugels. De kop van de vogel bestaat uit een enorm plein waaraan de regeringsgebouwen zijn gevestigd. Binnen de organische vorm zijn de gebouwen, pleinen, plantsoenen en verbindingswegen echter ook volgens een strikt rechthoekig patroon geordend.
Ook in het platte Nederland heeft de maquette-stad van Le Corbusier goed kunnen gedijen. Nagele in de Noordoostpolder is een Ville Contemporaine in miniformaat. Het gold destijds als een voorbeeld van de toekomst van Nederland. Eigenlijk zijn bijna alle na-oorlogde nieuwbouwwijken tot op een zeker hoogte opgezet naar model van het plan Voisin.

24. Welke alternatieven voor de statische stadsstructuren opkomen in de jaren ’60, onder andere bij Archigram en New Babylon
De kritische houding die zich sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw steeds luidruchtiger manifesteerde had te maken met een groeiende afkeer van hiërarchische gezagsstructuren.
De ontdekking van de adembenemende nieuwe constructieve mogelijkheden heeft bij vele architecten geleid tot de droom de gehele wereld te bedekken met een megastructuur van buizen, capsules, staketsels, opblaasbare elementen, geodetische koepels en tentdak-constructies waarbinnen de bewoners naar hartelust hun spel zouden kunnen spelen met nieuwe woonvormen en nieuwe sociale patronen.

Archigram
De stad Archigram bestaat geheel uit open ruimtelijke structuren die een mobiele coulise bormen voor het moderne leven. Op cruciale punten van deze stadsmachine staan grote hijskranen die verouderde elementen als wegwerparchitectuur kunnen vervangen en nieuwe elementen kunnen aanklikken. Archigram is meer in het scheppen van verrassend nieuwe omgevingen geïnteresseerd. De kleurrijk, pop art-achtige structuren ademen een vrolijke optimistische sfeer en de hoop op een mooie nieuwe wereld.

New Babylon
New Babylon houdt nergens op, er zijn geen grenzen, er zijn geen gemeenschappen, iedere plaats is voor iedere mens toegankelijk. De gehele aarde is het woongebied. Het leven is als een reis zonder einde in een omgeving die in een zo snel tempo verandert dat ze steeds als nieuw ervaren wordt.
In dit bouwlichaam zijn één of meer vaste kernen, waar ruimte is voor een technische centrale, een verzorgingscentrum, enz…

25. Welk nieuw beeld van de stedelijke ruimte naar voren komt in de hedendaagse shopping mall.
De stad is niet meer aan een specifieke plaats gebonden. Mobiliteit heeft steden getransformeerd tot een anonieme conglomeratie van verspreid liggende vestigingen. Hotels, shopping malls, bioscopen, theaters, restaurants, fitness-centra, zwembaden en disco’s zijn nieuwe onderkomens. Amusemtn, emotie en rvije tijd zijn de verbindinde factoren van het nieuwe saamhorigheidsgevoel.
Winkelen is een van de belangrijkste motoren van het stedelijk leven geworden

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.