Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 22 mei 2008 |
Woorden: | 4019 |
Opvragingen: | 1389 (35 deze maand) |
Waardering: |
Korte Biografie
Over het leven van Breugel is weinig bekend.
Breughel werd geboren ergens tussen 1520 en 1530 in een dorpje dat Breughel heette.
Hij kreeg zijn opleiding bij de schilder Pieter Coecke.
Rond 155 verbleef hij een tijd in Rome, na zijn terugkeer was hij actief in Antwerpen. Waar hij verbonden was aan het atelier van Hieronymus Cock.
In 1563 huwde Breughel met Maaike Coecke en verhuisde naar Brussel , waar het merendeel van zijn werken is ontstaan.
Kunststroming en periode
Pieter Breughel leefde van ca. 1525 tot 1569.
Grafisch kan je Breughel tot de Vlaamse Primitieven beschouwen.
Zijn schilderijen zijn eenvoudig en niet evenwichtig opgebouwd.
Hij ging neen renaissance schilder imiteren op grafisch gebied.
Inhoudelijk is hij zeker een renaissance schilder omwille van zijn humanistische visie en diepe belangstelling voor de mens en voor de natuur.
Hoewel veel mensen Bosch zijn als de geestelijk vader van Breughel is
is het verschil met Jeroen Bosch en Pieter Breughel de oude dat bij Bosch de kunstwerken echt zeer pessimistisch zijn en heel moraliserend, bij Breughel heb je dat minder.
Bouwstenen van de schilderkunst
1) Het schilderij
Het schilderij is figuratief , het schilderij stelt verschillende spreekwoorden voor van vroeger.
Alle spreekwoorden zijn negatief en moraliserend vb : een hart van goud zal er niet bij zitten
(zie bijlage)
1. Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (er heerst overvloed)
2. Onder de bezem getrouwd zijn (zonder kerkelijke inzegening, samenleven)
3. De bezem uitsteken (doen en laten wat je wil, als de baas er niet is: 3)
4. Iets door de vingers zien (iets oogluikend toestaan)
5. Daar hangt het mes uit (een uitdaging)
6. Daar staan klompen (te patijnen staan: tevergeefs wachten)
7. Elkaar bij de neus nemen (elkaar voor de gek houden:)
8. De teerling is geworpen (het besluit is gevallen)
9. De gekken krijgen de beste kaarten (het geluk helpt de dommen:)
10. Het is maar hoe de kaarten vallen (de toekomst ligt niet vast; hoeveel geluk men heeft?: )
11. Op de wereld schijten (overal maling aan hebben)
12. De omgekeerde wereld (niets is zoals het zou moeten zijn)
13. Door het oog van de schaar trekken (afgezet worden)
14. Een ei in het nest laten (iets achter de hand houden)
15. Lachen als een boer die kiespijn heeft (gedwongen lachen)
16. Tegen de maan pissen (iets onmogelijks proberen)
17. Een gat in het dak krijgen
18. Aan een oud dak moet je veel herstellen (verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
19. Men heeft daar latten op het dak (er wordt afgeluisterd)
20. Daar hangt de po uit (het is niet zoals het zou moeten zijn)
21. Ergens de gek mee scheren (iets of iemand bespotten; de gek)
22. Uit het raam groeien (niet geheim kunnen blijven)
23. Twee zotten onder één kaproen (een gek is niet graag alleen)
24. De ene pijl de andere nazenden (misplaatste hardnekkigheid)
25. De duivel op het kussen binden (met elke man raad weten))
26. Een pilaarbijter (iemand zo schijnheilig dat hij zelfs kerkpilaren omhelst)
27. Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier (wees niet lichtgelovig; niet iedereen is je vertrouwen waard)
28. Boter op zijn hoofd hebben (schuldig zijn)
29. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (daar zit meer achter)
30. Tussen twee stoelen in de as zitten (helemaal niets uitvoeren)
31. De rook kan het hangerijzer niet deren (zinloze ondernemingen moet men achterwege laten)
32. De spindel valt in het vuur (de zaak is misgegaan)
33. De hond in de pot vinden (de laatste zijn en niets meer krijgen)
34. De zeug loopt met de tap weg (nalatigheid wreekt zich)
35. Met het hoofd tegen de muur lopen (het onmogelijke proberen)
36. Bent u een krijger of bent u een boer?
37. De kat de bel aanbinden (iets al te publiekelijk ondernemen
38. In het harnas steken (woedend zijn)
39. Tot de tanden bewapend zijn (zwaar bewapend zijn)
40. De hennentaster (iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren [iets wat nog onzeker is, m.n. een belofte of toezegging waar men niet veel aan heeft]
41. Aan een been knagen (langdurig vergeefs bezig zijn)
42. Daar hangt de schaar uit (daar wordt je bedrogen)
43. Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont (wie twee tongen in hun mond dragen, zijn altijd onoprecht )
44. De een scheert schapen, de ander varkens (het is in deze wereld ongelijk verdeeld de ene heeft voordeel, de andere nadeel)
45. Veel geschreeuw en weinig wol (veel drukte, maar weinig resultaat)
46. Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
47. Zo mak als een lammetje (heel gedwee)
48. De een rokkent wat de ander spint (roddel napraten)
49. Hij draagt de dag met manden uit (het licht in een mand naar de dag; hij verdoet zijn tijd:)
50. Een kaars voor de duivel branden (met iedereen slijmen)
51. Bij de duivel te biecht gaan (geheimen aan de vijand verklappen)
52. Een oorblazer (de kwaadspreker)
53. De kraan? en de vos hebben elkaar te gast (twee bedriegers zijn steeds op hun voordeel uit; de bedrieger bedrogen?)
54. Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? (lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke , wat heb je aan een schone tafel, als deze leeg is?)
55. Een schuimspaan zijn (zuiplap, klaploper , opschepper?)
56. Bij iemand in het krijt staan (iemand iets verschuldigd zijn , het is hem aangerekend?)
57. Als het kalf verdronken is dempt men de put (pas als het kwaad reeds is geschied, wordt er iets ondernomen)
58. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (mensen doen alles wat hij wil)
59. Een stok in het wiel steken (iemand dwarsbomen)
60. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (wie iets wil bereiken, moet daar wat voor over hebben)
61. Gode enen vlassenen baert maken (schijnheilig zijn)
62. Met moet geen rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (iets verkwisten aan iemand die het niet waard is)
63. Zij hangt haar man de blauwe huik om (zij bedriegt haar man)
64. Het varken is door de buik gestoken (alles was afgesproken werk)
65. Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (verbitterd om iets vechten)
66. Op hete kolen zitten ([bang of] ongeduldig zijn)
67. Het is gezond om in het vuur te pissen (het is goed om hevigheid te kalmeren)
68. Met hem kan men geen spies draaien (met hem valt niet samen te werken)
69. Hij vangt vissen met zijn handen (hij profiteert van het werk dat door anderen reeds is gedaan; slimmerik)
70. Door de mand vallen (doorzien worden)
71. Tussen hemel en aarde hangen (zich in een lastige situatie bevinden)
72. Naar het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (uit gierigheid een verkeerde keuze maken)
73. Hij probeert wijder te gapen dan de oven (zichzelf overschatten; een grote mond opzetten)
74. Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (nauwelijks rondkomen)
75. Zijn licht ergens op laten schijnen (zeggen wat men ergens van vindt; iets begrijpelijk maken)
76. De bijl naar de steel werpen (de moed geheel opgeven)
77. Een hark zonder steel (iets onbruikbaars)
78. Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (schade is nooit meer goed te maken)
79. Si trecken omt lanxte (zij proberen er alle twee voordeel uit te halen)
80. Liefde is waar de geldbuidel hangt (liefde is te koop)
81. Niemant en soeckt de anderen in den oven of hi hefter selver in gewest (alleen wie zelf slecht is, denkt slecht over de anderen; zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten)
82. Hi speelt op die kake (hij stelt zich aan)
83. Van de os op de ezel springen (wispelturig zijn; slechte zaken doen)
84. De ene bedelaar ziet de ander niet graag voor de deur staan (bang zijn voor concurrentie)
85. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (hij lijkt alleen maar een wonderdokter)
86. Zijn gat aan de poort vegen (zich nergens druk om maken: 86; 58))
a. Zijn last dragen (ieder heeft zo zijn problemen; zijn ongeluk meedragen)
87. Hi cust het rinscken van der deuren (hij is overdreven onderdanig)
88. Achter het net vissen (een gelegenheid voorbij laten gaan)
89. De grote vissen eten de kleine (de machtigen verrijken zich ten koste van de armen)
90. De zon niet in het water kunnen zien schijnen (afgunstig zijn)
91. Zijn geld in het water gooien (zijn geld verkwisten)
92. Uit hetzelfde gat schijten (onafscheidelijke kameraden)
93. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (dat is overduidelijk)
94. Twee vliegen in één klap slaan (twee zaken die men in een moeite kan afdoen)
95. De ooievaar nakijken (zijn tijd verdoen)
96. Aan de veren kent men de vogel (kinderen verloochenen hun afkomst niet:))
97. Zijn huik naar de wind hangen (zijn mening aan de omstandigheden aanpassen)
98. Pluimen in de wind waaien (iets doen zonder nadenken)
99. Dune moets niet ute anders mans siden, eneghen breden rieme sniden (het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toekomt;
100. De kruik gaat zolang te water tot zij berst (de onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren, ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
101. Een aal bij de staart hebben (een moeilijke zaak die gedoemd is te mislukken)
102. Tegen de stroom is het kwaad roeien (zwemmen) (tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
103. De cappe op den thuyn hangen (het voor gezien houden
104. De beren zien dansen (erge honger hebben)
105. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (hij loopt zeer hard)
106. So ras het hecken van de dam is, lopender de verckens in het koren (als er geen toezicht is, springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
107. Hem roeckt niet wiens huys dat brant, als hi hem by de colen wermen mach (elk voordeel is meegenomen)
108. Een morse muur is snel afgebroken (een slechte zaak gaat niet lang mee, of: als iets slecht gemaakt/gebouwd wordt, gaat het gemakkelijk kapot)
109. Voor wint ist goet seylen (onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
110. Een oogje in het zeil houden (opletten voor de anderen)
111. Wie weet waeromme die ganzen bervoets gaan? (alles heeft zo zijn reden)
112. Paardenkeutels zijn geen vijgen (laat je niets wijsmaken )
113. Het (struikel)blok slepen (zich uitsloven om niets)
114. Nood doet oude quenen draven (angst geeft vleugels)
115. De galg beschijten (nergens bang voor zijn)
116. Waar aas is, vliegen kraaien (als er iets te halen valt, staat iedereen vooraan)
117. Als de ene blinde de ander leidt, vallen ze beiden in de gracht (wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren, gaat het fout)
118. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (je hebt je doel pas bereikt als alles gedaan is)
2) Materiaal
a) uit welke materie bestaat de drager?
De drager bestaat uit een houten paneel.
b) Welke soorten verf zijn er gebruikt?
olieverf
c) Met welk gereedschap is de verf aangebracht?
met een penseel.
3) Textuur , toets en uitvoering
a) welk type toets heeft de schilder gebruikt?
redelijk grove penseelstreken , niet echt fijn.
b) is de uitvoering grafisch , picturaal of sculpturaal?
grafisch
4) Compositie
a) Welke geometrische basisvormen kan je in het schilderij herkennen?
driehoeken en diagonalen.
b) in welke verhouding zijn basisvormen , kleurvlakken , licht- en schaduwdelen tegenover elkaar geplaatst?
van voor heb je veel licht kleuren en vanachter veel donkere
kleuren , vanachter is het minder chaotisch dan vanvoor.
c) richtingslijnen
- Welke denkbeeldige richtingslijnen kan je in de compositie
aangeven?
rechterbovenhoek , omdat veel gezichten naar daar kijken
en veel lichamen naar daar zijn gedraaid
- Is het werk dynamisch of statisch?
zeer dynamisch
- Is het werk rustig of onrustig?
onrustig
- evenwicht of niet?
geen evenwicht
d) Ritmische ordening
- Welke rimische patronen komen voor?
de mensen op de achtergrond die op dat paadje lopen, verder is er niet veel ritme.
5) Kleur
a) Welke kleuren komen er vooral voor?
primaire kleuren (rood en geel) en veel tertiaire kleuren
b) Zijn er zwart en wit gebruikt?
zwart als schaduw en veel witte kleding.
c) is er gebuik gemaakt van kleurtinten?welke?
Veel blauw en groen tinten
d) Is er gebruik gemaakt van kleurtonen? Welke?
veel bruin en geel tonen
e) Zijn er harmoniërende kleuren gebruikt?
ja , combinatie rood , oranje , geel , bruin
f) Zijn er vooral warme of vooral koude kleuren gebruikt?
Vooral warme
g) is het geheel gebaseerd op harmoniërende kleuren of op felle
contrasten?
Vooral harmoniërende kleuren
h) Is het kleurgebruik realistisch , expressief of symbolisch?
realistisch
i) Is het werk eerder monochroom of polychroom?
monochroom
Vragenlijst : iconografisch kenmerken
1) Wat is er allemaal op het schilderij te zien?
Vooral zeer veel mensen , dieren , voorwerpen , chaos , bootje ,
vervallen huis , gewoon huis.
2) Ga vervolgens op zoek naar de betekenis van het schilderij
De betekenis van het schilderij op zich was volgens mij weeral zeer moraliserend , elk tafereel stelt een spreekwoord voor.
De spreekwoorden zijn opnieuw heel moraliserend en ook eigenlijk
straffend. er is geen enkel positief spreekbeurt bij.
Ik denk dat alles waar hij een hekel had in dit schilderij verwerkt heeft.
In totaal zijn er 118 spreekwoorden.
hier komt een lijst van wat elk tafereel op zich betekent.
1. Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (er heerst overvloed)
2. Onder de bezem getrouwd zijn (zonder kerkelijke inzegening, samenleven)
3. De bezem uitsteken (doen en laten wat je wil, als de baas er niet is: 3)
4. Iets door de vingers zien (iets oogluikend toestaan)
5. Daar hangt het mes uit (een uitdaging)
6. Daar staan klompen (te patijnen staan: tevergeefs wachten)
7. Elkaar bij de neus nemen (elkaar voor de gek houden:)
8. De teerling is geworpen (het besluit is gevallen)
9. De gekken krijgen de beste kaarten (het geluk helpt de dommen:)
10. Het is maar hoe de kaarten vallen (de toekomst ligt niet vast; hoeveel geluk men heeft?: )
11. Op de wereld schijten (overal maling aan hebben)
12. De omgekeerde wereld (niets is zoals het zou moeten zijn)
13. Door het oog van de schaar trekken (afgezet worden)
14. Een ei in het nest laten (iets achter de hand houden)
15. Lachen als een boer die kiespijn heeft (gedwongen lachen)
16. Tegen de maan pissen (iets onmogelijks proberen)
17. Een gat in het dak krijgen
18. Aan een oud dak moet je veel herstellen (verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
19. Men heeft daar latten op het dak (er wordt afgeluisterd)
20. Daar hangt de po uit (het is niet zoals het zou moeten zijn)
21. Ergens de gek mee scheren (iets of iemand bespotten; de gek)
22. Uit het raam groeien (niet geheim kunnen blijven)
23. Twee zotten onder één kaproen (een gek is niet graag alleen)
24. De ene pijl de andere nazenden (misplaatste hardnekkigheid)
25. De duivel op het kussen binden (met elke man raad weten))
26. Een pilaarbijter (iemand zo schijnheilig dat hij zelfs kerkpilaren omhelst)
27. Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier (wees niet lichtgelovig; niet iedereen is je vertrouwen waard)
28. Boter op zijn hoofd hebben (schuldig zijn)
29. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (daar zit meer achter)
30. Tussen twee stoelen in de as zitten (helemaal niets uitvoeren)
31. De rook kan het hangerijzer niet deren (zinloze ondernemingen moet men achterwege laten)
32. De spindel valt in het vuur (de zaak is misgegaan)
33. De hond in de pot vinden (de laatste zijn en niets meer krijgen)
34. De zeug loopt met de tap weg (nalatigheid wreekt zich)
35. Met het hoofd tegen de muur lopen (het onmogelijke proberen)
36. Bent u een krijger of bent u een boer?
37. De kat de bel aanbinden (iets al te publiekelijk ondernemen
38. In het harnas steken (woedend zijn)
39. Tot de tanden bewapend zijn (zwaar bewapend zijn)
40. De hennentaster (iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren [iets wat nog onzeker is, m.n. een belofte of toezegging waar men niet veel aan heeft]
41. Aan een been knagen (langdurig vergeefs bezig zijn)
42. Daar hangt de schaar uit (daar wordt je bedrogen)
43. Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont (wie twee tongen in hun mond dragen, zijn altijd onoprecht )
44. De een scheert schapen, de ander varkens (het is in deze wereld ongelijk verdeeld de ene heeft voordeel, de andere nadeel)
45. Veel geschreeuw en weinig wol (veel drukte, maar weinig resultaat)
46. Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
47. Zo mak als een lammetje (heel gedwee)
48. De een rokkent wat de ander spint (roddel napraten)
49. Hij draagt de dag met manden uit (het licht in een mand naar de dag; hij verdoet zijn tijd:)
50. Een kaars voor de duivel branden (met iedereen slijmen)
51. Bij de duivel te biecht gaan (geheimen aan de vijand verklappen)
52. Een oorblazer (de kwaadspreker)
53. De kraan? en de vos hebben elkaar te gast (twee bedriegers zijn steeds op hun voordeel uit; de bedrieger bedrogen?)
54. Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? (lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke , wat heb je aan een schone tafel, als deze leeg is?)
55. Een schuimspaan zijn (zuiplap, klaploper , opschepper?)
56. Bij iemand in het krijt staan (iemand iets verschuldigd zijn , het is hem aangerekend?)
57. Als het kalf verdronken is dempt men de put (pas als het kwaad reeds is geschied, wordt er iets ondernomen)
58. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (mensen doen alles wat hij wil)
59. Een stok in het wiel steken (iemand dwarsbomen)
60. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (wie iets wil bereiken, moet daar wat voor over hebben)
61. Gode enen vlassenen baert maken (schijnheilig zijn)
62. Met moet geen rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (iets verkwisten aan iemand die het niet waard is)
63. Zij hangt haar man de blauwe huik om (zij bedriegt haar man)
64. Het varken is door de buik gestoken (alles was afgesproken werk)
65. Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (verbitterd om iets vechten)
66. Op hete kolen zitten ([bang of] ongeduldig zijn)
67. Het is gezond om in het vuur te pissen (het is goed om hevigheid te kalmeren)
68. Met hem kan men geen spies draaien (met hem valt niet samen te werken)
69. Hij vangt vissen met zijn handen (hij profiteert van het werk dat door anderen reeds is gedaan; slimmerik)
70. Door de mand vallen (doorzien worden)
71. Tussen hemel en aarde hangen (zich in een lastige situatie bevinden)
72. Naar het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (uit gierigheid een verkeerde keuze maken)
73. Hij probeert wijder te gapen dan de oven (zichzelf overschatten; een grote mond opzetten)
74. Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (nauwelijks rondkomen)
75. Zijn licht ergens op laten schijnen (zeggen wat men ergens van vindt; iets begrijpelijk maken)
76. De bijl naar de steel werpen (de moed geheel opgeven)
77. Een hark zonder steel (iets onbruikbaars)
78. Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (schade is nooit meer goed te maken)
79. Si trecken omt lanxte (zij proberen er alle twee voordeel uit te halen)
80. Liefde is waar de geldbuidel hangt (liefde is te koop)
81. Niemant en soeckt de anderen in den oven of hi hefter selver in gewest (alleen wie zelf slecht is, denkt slecht over de anderen; zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten)
82. Hi speelt op die kake (hij stelt zich aan)
83. Van de os op de ezel springen (wispelturig zijn; slechte zaken doen)
84. De ene bedelaar ziet de ander niet graag voor de deur staan (bang zijn voor concurrentie)
85. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (hij lijkt alleen maar een wonderdokter)
86. Zijn gat aan de poort vegen (zich nergens druk om maken: 86; 58))
a. Zijn last dragen (ieder heeft zo zijn problemen; zijn ongeluk meedragen)
87. Hi cust het rinscken van der deuren (hij is overdreven onderdanig)
88. Achter het net vissen (een gelegenheid voorbij laten gaan)
89. De grote vissen eten de kleine (de machtigen verrijken zich ten koste van de armen)
90. De zon niet in het water kunnen zien schijnen (afgunstig zijn)
91. Zijn geld in het water gooien (zijn geld verkwisten)
92. Uit hetzelfde gat schijten (onafscheidelijke kameraden)
93. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (dat is overduidelijk)
94. Twee vliegen in één klap slaan (twee zaken die men in een moeite kan afdoen)
95. De ooievaar nakijken (zijn tijd verdoen)
96. Aan de veren kent men de vogel (kinderen verloochenen hun afkomst niet:))
97. Zijn huik naar de wind hangen (zijn mening aan de omstandigheden aanpassen)
98. Pluimen in de wind waaien (iets doen zonder nadenken)
99. Dune moets niet ute anders mans siden, eneghen breden rieme sniden (het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toekomt;
100. De kruik gaat zolang te water tot zij berst (de onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren, ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
101. Een aal bij de staart hebben (een moeilijke zaak die gedoemd is te mislukken)
102. Tegen de stroom is het kwaad roeien (zwemmen) (tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
103. De cappe op den thuyn hangen (het voor gezien houden
104. De beren zien dansen (erge honger hebben)
105. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (hij loopt zeer hard)
106. So ras het hecken van de dam is, lopender de verckens in het koren (als er geen toezicht is, springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
107. Hem roeckt niet wiens huys dat brant, als hi hem by de colen wermen mach (elk voordeel is meegenomen)
108. Een morse muur is snel afgebroken (een slechte zaak gaat niet lang mee, of: als iets slecht gemaakt/gebouwd wordt, gaat het gemakkelijk kapot)
109. Voor wint ist goet seylen (onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
110. Een oogje in het zeil houden (opletten voor de anderen)
111. Wie weet waeromme die ganzen bervoets gaan? (alles heeft zo zijn reden)
112. Paardenkeutels zijn geen vijgen (laat je niets wijsmaken )
113. Het (struikel)blok slepen (zich uitsloven om niets)
114. Nood doet oude quenen draven (angst geeft vleugels)
115. De galg beschijten (nergens bang voor zijn)
116. Waar aas is, vliegen kraaien (als er iets te halen valt, staat iedereen vooraan)
117. Als de ene blinde de ander leidt, vallen ze beiden in de gracht (wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren, gaat het fout)
118. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (je hebt je doel pas bereikt als alles gedaan is).
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

Joost heeft slapeloze nachten door Frans. Had hij maar aardrijkskunde mogen kiezen.