Geschreven door: | Alice (3 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 25 maart 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.000 |
Bekeken: | 1896 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
KunstgeschiedenisKunstuitingen als weerspiegelingen van maatschappelijke gebeurtenissen en veranderingen. De grote verandering in de wereld van de kunst begon rond 1500. Toen waren de meeste mensen in West-Europa nog Katholiek. Maar daar kwam verandering in. Er was een hiërarchische piramide: koning bevoorrechte adel clerus volk. De hoge geestelijken, zoals de Paus, kardinaals en bisschoppen waren ontzettend rijk, in tegenstelling tot de lage geestelijken en het volk, die heel arm waren. Zo kwam er steeds meer kritiek op de kerk. De kerk verkreeg haar rijkdom door de bisschoppen die hoge belastingen hieven in hun bisdommen, en door de aflatenhandel. De geestelijken beloofden dat als je een aflaat kocht, je sneller in de hemel zou komen. Een aflaat kostte veel geld en de kerk verdiende er goed aan. Maar Jezus had toch eens gezegd dat de kerk niet om te handelen was maar om te bidden? Om die redenen ontstond er onder het volk een grote behoefte om te hervormen. Sommige mensen gingen boeken uitbrengen met daarin hun kritiek op de kerk. De belangrijksten van die hervormers zijn Luther en Calvijn. Het lutheranisme verspreidde zich vooral in Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen, het Calvinisme in Zwitserland, Frankrijk, Schotland en de Nederlanden. In Engeland ontstond er een hele andere vorm van protestantisme.
Als te veel mensen Protestants zouden worden, en dus niet meer naar de katholieke kerk luisterden en geld betaalden, zou die een heleboel macht en inkomsten verliezen. Daar zat de katholieke kerk niet op te wachten, en nam daarom maatregelen tegen de hervorming. Een daarvan was het Concilie van Trente in 1545. Daarvoor kwamen belangrijke Katholieken bij elkaar om betere afspraken over het Katholicisme te maken, want het Katholicisme was in verval geraakt.
Uit die beweging ontstond ook de Barokkunst. Daarbij gaat het vooral om indruk maken. Aan de ene kant wilden de protestanten indruk maken bij de Reformatie, en aan de andere kant wilden de katholieken dat bij de Contrareformatie. Bij de Barokkunst staan beweeglijkheid en sierlijkheid centraal. In de schilderkunst worden sterke effecten gebruikt, zoals clair-obscur. De schilderijen zijn vaak heel groot, zodat zij nog meer indruk maken op de toeschouwer. In de bouwkunst is er nauwelijks symmetrie te ontdekken, omdat alles rijkelijk versierd is. In de beeldhouwkunst worden vaak mensen afgebeeld in beweeglijke en ingewikkelde standen. Bekende kunstenaars uit de Baroktijd zijn Rembrandt, die o.a. De Nachtwacht heeft geschilderd, Vermeer, die vooral het dagelijks leven van de gewone burger schilderde, Rubens en Ruysdael. Tussen de werken van Rembrandt en van Rubens zijn duidelijke verschillen te zien. Rubens laat in zijn werk de dramatiek zien door middel van een diagonale lijn, waar de hoofdpunten uit het schilderij op staan. In zijn schilderijen zit beweging en dynamisch evenwicht. Rembrandt gebruikt veel verschil tussen licht en donker, de zogenaamde clair-obscur techniek. Rubens gebruikt deze ook. Bij Rubens gaat het vooral om het uiterlijk van het schilderij, en bij Rembrandt veel meer om het gevoel dat je er bij krijgt. In zijn portretten zoekt Rembrandt naar zielsontleding.
In de Renaissance zorgde de klassieke oudheid voor inspiratie. In de 17e eeuw werden er nog steeds veel motieven uit de klassieke oudheid gebruikt. Maar iedereen moet zich ook aan verscheidene regels en voorschriften houden. Op die manier ontstaat er verstarring.
Er was ook grote behoefte aan gezag. Dat werd op de manier opgelost zoals het ook ging in de klassieke oudheid, waar er één keizer de absolute macht had. In de 17e eeuw heet dat het vorstelijk absolutisme. Het idee daarachter was dat de koning de plaatsvervanger was van God op aarde. In Engeland wilde de dynastie van de Stuarts de macht, in Duitsland de Habsburgers en in Frankrijk de Bourbons. In Frankrijk is het vorstelijk absolutisme voor de bourbons ook echt tot stand gekomen. Zij lieten alles wat met kunst te maken had overdadig versieren. De paleisbouw, schilderkunst, beeldhouwkunst en meubelkunst dienden om de macht en roem van de vorst te laten zien. Dat was een typisch kenmerk van vorstelijk absolutisme.
De koning zorgde ook dat hij financieel alles voor elkaar had. Hij handhaafde daarvoor een soort politiek die hem een zo groot mogelijk kapitaal opleverde. Dit wordt het mercantilisme genoemd. De keizer zorgde voor goede welvaart voor zijn land en zichzelf, waardoor er meer overdaad in het dagelijks leven van iedereen kwam. Een paar voorbeelden hiervan zijn de weldadig versierde vertrekken, de kleding met gouddraad en parels bestikt en zeer veel etiquette.
In 1661 ging Lodewijk XIV zelf Frankrijk regeren. Hij was van mening dat menselijke controle de koninklijke macht ik geen geval mocht beperken. Hij was de enige regeerder, hij had alleen een paar adviseurs. De ambtenaren zorgden dat alles wat hij beval, precies werd uitgevoerd. Onder de heerschappij van Lodewijk XIV werden veel bouwwerken in zijn bouwkunst gebouwd, zoals het Louvre, de Tuilerieën en Fontainebleau. Het merkwaardigste gebouw uit zijn tijd is zonder twijfel het paleis te Versailles. De bouw van dat paleis heeft grote kapitalen en vele mensenlevens gekost.
De kerk in de Baroktijd was een meesterwerk. De kerk begon met een ovaal grondplan en verwerkte de ruimte in golvende lijnen. Het koepeldak was het symbool voor de hemel. Er waren zeer veel versieringen en verfijningen, die uit de klassieke oudheid stamden.
Er was natuurlijk ook muziek in de Baroktijd. Voor deze muziek liet de componist zijn eigen gevoel spreken, en maakt de muziek om te overtuigen, net als in de welsprekendheid. In een barokpartituur zitten tegelijkertijd orde en expressie, ratio en affect. De bovenstem en de onderstem worden beklemtoond in meerstemmige composities.
Uit de barok ontstaat een nieuwe kunststroming: het rococo, wat letterlijk schelp betekent. De schilderijen zijn met zachte tinten, tederheid, poëtisch en met een met weemoed doorweven droom van een beter leven. Een bekende kunstenaar die rococo maakte is Watteau. Rubens was zijn leermeester. Het verschil tussen hun kleurenpaletten was dat Rubens levendige, warme en weelderige kleuren gebruikte en Watteau zachte en getemperde tinten.
Het leven werd luchtig, speels verfijnd en decoratief. Dit zag je goed terug in herdersspelen, landelijke romans, menuetten en serenades. De beeld- en bouwkunst werden versierd met stucwerk, salons, spiegels en porseleinen beeldjes. Bekende kunstenaars van rococo zijn Watteau, Fragonard, Boucher en Hogarth.
In de 17e eeuw ontstaat er een toename van gezagsuitoefening, waarop in de Verlichting veel kritiek zal komen. Er ontstaan in de 17e eeuw 2 stromingen, het empirisme en het rationalisme. Bij het empirisme wordt gebruik gemaakt van de zintuigen, en als die niet afdoende zijn, wordt er gebruik gemaakt van instrumenten die de menselijke zintuigen kunnen aanvullen en versterken, zoals een verrekijker, microscoop, barometer en thermometer. De denkwijze van de empiristen is als volgt: alleen wat men met de zintuigen (of genoemde instrumenten) waarneemt is echt. Bekende empiristen zijn Francis Bacon, de grondlegger van het empirisme, en Isaäc Newton. In het Rationalisme draait alles om het beredeneren. Wat beredeneerd kan worden is waar. De grondlegger van het rationalisme was de wijsgeer Descartes. Hij twijfelde aan de correctheid van de menselijke waarnemingen, maar dacht dat het menselijk denkvermogen wel in staat was de waarheid aan te tonen.
Empirisme en rationalisme hebben een tegenovergestelde leer, maar tocht komt hun invloed in de praktijk op hetzelfde neer: mensen observeerden en beredeneerden om de wereld te begrijpen. Ze vertrouwden op het menselijk kunnen, en daarmee openden ze de “tijd der Verlichting” na de “donkere middeleeuwen.”
In de 18e eeuw werd er veel kritiek geleverd op vele belangrijke gebieden als gevolg van het vertrouwen in de menselijke rede. De kracht van het vorstelijk absolutisme en het kerkelijk triomfalisme nam af. Uit het rationalisme kwam het deïsme als idee bij de godsdienst voort. De wereld was volgens de deïsten door God geschapen, maar Hij had zich daarna niet meer met de wereld bemoeid. Alles op aarde verliep volgens vaste natuurwetten. Door het gebruik van rede kon men weer prettiger op aarde samenleven.
Het denkbeeld dat door het rationalisme was ontstaan in de samenleving, was dat alle mensen gelijk waren geboren, van welke stand of ras men ook was. Rousseau pleitte voor de oorspronkelijke gelijkheid tussen de mensen, die verdwenen was door de ontwikkeling van de maatschappij. Men wilde ook prettigere omgangsvormen bij bijvoorbeeld het recht en rechtsgebruiken, niet meer zo gruwelijke en onmenselijk, en bij het opvoeden van kinderen.
John Locke, Montesquieu en Rousseau verkondigden de denkbeelden van het rationalisme in de staat. John Locke streefde naar volkomen vrijheid en gelijkheid en was tegen het absolutisme. Hij streefde ook naar volkssoevereiniteit. Dat wil zeggen dat het volk zich toevertrouwt aan een vorst, maar als die niet in het belang van allen regeert, krijgt het volk weer de macht. Hij maakte een scheiding tussen de wetgevende macht en de uitvoerende macht. Zijn denkbeelden werden niet snel buiten Engeland bekend, omdat alleen in het engels schreef. Montesquieu echter was een groot aanhanger van die ideeën en verspreidde ze in zijn boek “De l’Esprit des Lois” in Europa. Hij maakte een scheiding van drie staatsmachten, een Trias politica: de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.
Een groot kunstenaar uit de verlichting was Voltaire. Hij was ook een rationalist en had kritiek op het toenmalige bestuur.
Er ontstond steeds meer kritiek van de Franse burgers op het bestuur van Frankrijk. Deze kritiek was vooral op de standenstaat, het financiële beheer en de rechtspraak. De standenstaat wil zeggen dat de adel en geestelijkheid nog altijd voorrechten bezaten die niet meer nodig waren in de maatschappelijke en politieke toestand. Het financiële beheer was helemaal verkeerd ingericht, want de burgers moesten zeer hoge belastingen betalen, terwijl de koninklijke familie en de adel in overdadige luxe en rijkdom leefden. Er ontstond zelfs een enorme staatsschuld vanwege de ongehoorde uitgaven van het koninklijk huis, dat 10 procent van de staatsinkomsten gebruikte. De kritiek op de rechtspraak was omdat die was verouderd. Het lidmaatschap van de rechtbanken (parlementen) was erfelijk en de rechters waren vaak omkoopbaar.
Vanwege alle kritiek ontstond er een volksopstand, welbekend als de Franse Revolutie. Die begon met de bestorming van de Bastille, een grote gevangenis die de absolute vorstenmacht vertegenwoordigde. De burgers beëindigden hun afhankelijkheid van de adel en de adel moest vluchten of toestemmen in de eisen van de bevolking.
In 1769 was Napoleon Bonaparte geboren op Corsica. Hij had gestudeerd aan een Franse krijgsschool en koos als wapen de artillerie. Hij was een bekwame officier en had zich twee maal onderscheiden in de Franse revolutie. Bonaparte veroverde grote gebieden voor Frankrijk, totdat hij als generaal op expeditie werd gestuurd naar Egypte. Hij wist nog net te ontkomen aan Nelson, maar de Franse vloot werd vernietigd door de Engelsen. Toch wist Bonaparte zich op te werken tot Consul en besloot Frankrijk tot rust te brengen. Hij wilde vrede sluiten met de invloedrijke machten van de adel en de kerk. De gevluchte adel mocht naar Frankrijk terugkeren als zij beloofden niets tegen zijn beleid te ondernemen. Met de Paus sloot hij een concordaat, waarbij de rooms-katholieke kerk werd erkend als de kerk van de meerderheid van de Fransen. Bonaparte streefde ook naar vrede met het buitenland. Alle oorlogen werden tot een eind gebracht, en de grenzen van zijn rijk werden bevestigd en Bonaparte kroonde zichzelf tot keizer.
Onder leiding van Napoleon verbeterde de landbouw, handel en nijverheid. Omdat alles zo goed ging liet Napoleon de welvaart goed zien in de kunst, met de Classicistische stijl. Napoleon heeft in veel landen voor nieuwe opvattingen in bestuur en rechtspraak gezorgd, en vele jaren na de val van Napoleon bleef deze wetgeving in gebruik.
De kunst in de verlichting heet Classicistische kunst. Dat was een rationele stroming waarin rust, eenvoud en helderheid centraal stonden. Een classicistische kunstenaar was David. Het classicisme ontstond toen er orde kwam, dus toen Napoleon de regeerde. Een classicistische compositie is evenwichtig en weloverwogen, en de kleuren waren koel, beheerst en helder.
De classicistische muziek was evenwichtig. Er was een goed evenwicht tussen gevoel en verstand, en de muziek bestond vaak uit een voorzin en een nazin. Een classicistische componist is Mozart, die zijn muziek goed ordende.
In de conceptie stonden eenvoud en natuurlijkheid centraal.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.