CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Manon (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

28 april 2008

Taal:

Woorden:

2.350

Bekeken:

1692 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (6 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Samenvatting hoofdstuk 2 CKV2 – Goddelijke orde

Conques
In de 11e en 12e eeuw ligt Europa er verlaten bij. De pelgrimages, waartoe de kerk oproept, zijn dan ook gevaarlijke ondernemingen die al gauw maanden in beslag nemen. De pelgrims volgen een vaste route, Conques ligt op 1 van de routes naar Santiago de Compostela - ligt het graf van de apostel Jacobus de Oudste.
Conques ligt er verlaten bij in een dal. De kerk is ingericht voor het ontvangen van de pelgrims. Boven de entree zie je een groot gebeeldhouwd timpaan, waarop de meest verschrikkelijke martelingen staan afgebeeld.
In het midden troont Jezus. Hij kijkt streng en met een groots gebaar maakt hij een scheiding tussen goed en kwaad, tussen de hemel en de hel. Links van Jezus heerst orde, rechts iet. Vanuit het midden worden mensen door helpers van de duivel de hellemond ingedreven. Achter deze poort heerst de duivel. Hij beslist over de straffen van de zondaars (dieven, overspelige vrouwen enz.).

Angst

Bij het binnentreden van deze kerk staan de bezoekers oog in oog met de verschrikkingen van het Laatste Oordeel. Dit oordeel wordt in het laatste Bijbelboek, de Apocalyps, beschreven. Een vernietiging van de mensheid gaat aan het oordeel vooraf. Alleen zij die het ware geloof hebben, zullen na deze vernietiging opstaan en toetreden tot het eeuwige leven. Angst is een kenmerk van de vroegmiddeleeuwse cultuur; angst voor de almachtige God en zijn niet te doorgronden plannen en harde straffen in de vorm van natuurrampen en zonsverduisteringen.
Bescherming tegen die gevaren biedt de lagere adel. In naam de koning, die zelf weinig macht heeft, heersen de feodale heren over kleinere gebieden. Een beroepsleger bestaande uit ridders beschermt deze gebieden.
Op de timpanen boven de ingang van de kerken zien we de geest van de tijd terug: de Apocalyps als ridderlijk slagveld met Christus als feodale heer.

Ora et labora
Met de dood of totale ondergang van de schepping in het vooruitzicht, is het zaak schoon schip te maken en God tevreden te stellen. Schenkingen aan kerken en kloosters zijn een manier om gemaakte fouten goed te maken.
Vanaf de 10e eeuw neemt het aantal kloosters in West-Europa toe. Tussen feodale heren en kloosters bestaat een onafgesproken taakverdeling. De feodale heren dragen zorg voor verdediging en bestuur, terwijl de monniken in de kloosters de taak op zich nemen God te loven met zang en gebed. Vergelijkbaar met de ridders, kun je de monniken als een soort beroepsleger beschouwen. Het is hun vak zich in te zetten voor het heil van de hele mensheid en vooral van iedereen die het klooster met schenkingen steunt.
Om in te kunnen treden in een klooster, staan velen een flink deel van het familiebezit af aan de kloosters. Eenmaal ingetreden geven ze wereldse genoegen op en onderwerpen ze zich aan de discipline van de kloosterorde.
De regels in de kloosters hebben als kern ora et labora (bid en werk). Er wordt geslaapt in het dormitorium. Het monnikenwerk wordt veelal in het scriptorium gewerkt (kopiëren oude en eigentijdse teksten). De handschriften worden vaak voorzien van illustraties, ook wel miniaturen genoemd.

Gregoriaans
In de kloosters zijn er op vaste tijden gebedsdiensten: de getijden. Iedere week worden, volgens een vast rooster, alle 150 psalmen gezongen en omlijst met andere gezangen en gebeden. En dit alles in Latijn.
Aanvankelijk gebruikt iedere streek zijn eigen melodieën. Volgens oude bronnen is het de verdienste van Paus Gregorius de Grote geweest hierin ordening aan te brengen. Uit historisch onderzoek is inmiddels gebleken dat de regels pas enkele eeuwen later zijn ontdekt. De benaming voor de gezongen psalmen is desondanks nog altijd gregoriaans.
Het gregoriaans kenmerkt zich door een eenstemmige vocale, dat wil zeggen gezongen, melodielijn in een niet maatgebonden ritme. De zang van de monniken is altijd bestemd voor de liturgie. Veel van de psalmen worden erg sober, lettergreep voor lettergreep op 1 toon gezongen. Daarnaast zijn er melodieën met een reeks van tonen op 1 lettergreep, zoals bij het uitbundig gezongen ALLELUJA. Het zingen voorkomt dat de verplichte teksten gedachteloos worden afgeraffeld. Bovendien leeft de overtuiging dat de zuivere klank van het gregoriaans een echo is van de goddelijke harmonie. De menselijke stem, vindt de kerk, is uitermate geschikt om Gods heil te loven en staat hoger in aanzien dan de instrumentale muziek.

Muzieknotatie
Het perfectioneren van het gregoriaans is dan ook van groot belang. Grote kloosters laten het zingen van de psalmen over aan speciaal opgeleide monniken. Het repertoire neemt zienderogen toe en de overlevering van de muziek van monnik op monnik via het gehoor wordt steeds moeilijker.
Als 1e stap in de ontwikkeling van de muzieknotatie worden er als geheugensteuntje tekentjes, neumen, aangebracht boven in de tekst. Guido van Arezzo perfectioneert dit systeem door 2 lijnen aan te brengen, een gele die de toon c aangeeft en een rode die de f aangeeft. Vervolgens ontstaat de vierlijnige notenbalk met sleutel en de voor het gregoriaanse zo opvallende notatie in vierkante noten. Om het instuderen van de muziek verder te vergemakkelijken geeft hij de verschillende tonen namen die beter in het gehoor liggen. De namen van deze solmisatie ontleent hij aan een Johanneshymne. Iedere regel begint een toon hoger en de lettergreep waarmee die begint, bepaalt de naam van de toon. (do-re-mi enz. ipv c-d-e enz.) - daarom mogelijk tegenwoordig muziek van eeuwen geleden opnieuw te laten klinken.

De orde van Cluny
De kloosterorden leven door het ontvangen van schenkingen in grote luxe. Vooral de kloosters van de Cluniacenzers, een orde ontstaat vanuit de abdij te Cluny, staan bekend om hun enorme rijkdommen. De Sainte Madeleine in Vézelay, ziet er op het 1e gezicht sober uit, maar een overdaad aan beeldhouwwerk spreekt deze indruk tegen. Alle pijlers en halfzuilen zijn voorzien van rijk bewerkte kapitelen. Elk kapiteel onderscheidt zich van de andere kapitelen en is voorzien van bloem- en plantmotieven, scènes uit de Bijbel of duivelse gedrochten. In de narthex is een groot gebeeldhouwd portaal opgenomen. De tronende Christus wordt hier omgeven door 4 evangelisten. Verder zie je een grote variatie aan heidense, en dus te bekeren volkeren, uitgebeeld als halfmenselijke wezens. Dit portaal wijkt af van de meer gebruikelijke verbeelding van het Laatste Oordeel, al speelt het onderscheid tussen de gelovigen en verdoemden ook hier een rol. De reden dat is gekozen voor een andere aanpak, heeft alles te maken met de rol die deze kerk speelt in de geschiedenis van pelgrims- en kruistochten.
De Saint Madeleine:

Vézelay
Volgens de overlevering bezit Vézelay het gebeente van Maria Magdalena. In de middeleeuwse kerk spelen dit soort relikwieën een belangrijke rol. Kerkgangers zijn ervan overtuigd dat de kracht van de heilige hierin is overgegaan.
In 1120 stort de kerk in na een brand, waarna deze wordt herbouwd. Naast bedevaartskerk is de kerk ook bekend als 1 van de vertrekplaatsen van de pelgrimsroute naar het graf en de relikwieën van apostel Jacobus de Oudste in Santiago de Compostela. In 1146 roept Bernardus van Clairvaux in deze kerk de gelovigen op voor een nog grotere onderneming: een kruistocht naar het graf van Christus in Jeruzalem.
Vézelay speelt een belangrijke rol in de verspreiding van het christelijk geloof. De tronende Christus die we in het portaal zien, is dan ook niet afgebeeld als rechter die het Laatste Oordeel uitspreekt, maar als verspreider van de Heilige Geest. Hij symboliseert hier de start van een tocht naar Santiago de Compostela, naar Jeruzalem en uiteindelijk naar de bekering van de hele mensheid.
Deze tocht wordt ook in de verdere architectuur van de kerk gesymboliseerd. Vanuit de narthex geeft de poort met de tronende Jezus toegang tot het donkere middenschip. Kapitelen links en rechts waarschuwen de bezoekers tijdens hun toch duivelse verleidingen te weerstaan. De apsis baadt in het licht als symbool voor het Rijk Gods: het uiteindelijke doel van de tocht.

Pelgrimsroute
De afstanden tussen de afgelegen burchten, dorpen en klooster waren groot. Goede wegen ontbraken en de kans om overvallen te worden was groot. Kloosters zijn voor de pelgrims een welkom toevluchtsoord om te overnachten en aan te sterken.
Het klooster Santo Domingo de Silos ligt iets buiten de route, maar is voor veel reizigers toch een etappeplaats. Tegenwoordig geniet dit klooster bekendheid omdat de monniken er nog het traditionele gregoriaans ten gehore brengen. In de kruisgang rond de kloostertuin treffen we voorstellingen uit het evangelie, zoals De ongelovige Thomas. We zien hier apostel Thomas die twijfel aan Christus’ herrijzenis uit het graf. Christus, omgeven door de elf andere apostelen, nodigt Thomas uit zijn hand toe te steken om de verwondingen van de kruisiging de voelen. Thomas moet dan erkennen dat argwaan ten onrechte zijn geloof beïnvloedde. Een toepasselijk thema in een periode waarin het niet ging om onderzoek en weten, maar geloven in iets. Dit zie je ook terug in de beelden: de beelden tonen weinig gezichtsuitdrukking en details, maar het verhaal is duidelijk.

Bernardus van Clairvaux
De uitbundige architectuur en schitterende erediensten van de kerk staan in schril contrast met de armoede van de bevolking. Deze weelde, zo kenmerkend voor de cluniacenzers is verdacht in de ogen van andere kloosterorden. In de geschriften van Bernardus van Clairvaux wordt deze pracht en praal aangevallen.
De kerken van zijn orde, de cisterciënzers maken een soberder indruk dan de Cluny-kerken. Deze orde wijst overdadig beeldhouwwerk, zoals te zien is in Vézelay of Silos, af. Voor de liturgie stelt Bernardus nieuwe regels op, waarin voor uiterlijk vertoon geen plaats meer is. 1 van deze regels schrijft voor dat de kloosters bij voorkeur in eenzame en onherbergzame gebieden worden gesticht.
De meningsverschillen over weelde ter ere van God of soberheid naar het voorbeeld van Christus houden de kerk in de 12e eeuw bezig. Het zijn de 1e tekenen van verdeeldheid in de roomse kerk.
In Nederland zijn ook een aantal cisterciënzerkloosters gesticht. De monniken werden hier schiermonniken genoemd. Schiet betekent grauw of grijs en slaat op de sobere pijen van ongebleekt katoen die deze monniken droegen.

Fontenay
Ook het kloostercomplex Fontenay ligt afgelegen. Dit klooster geeft een goede indruk van de eenvoud die Bernardus voorstond. Centraal in het complex ligt de kloostertuin. In tegenstelling tot de onherbergzame woestenij rondom, is de kloostertuin strak en symmetrisch van indeling en keurig onderhouden. Voor de monniken, die bijna nooit buiten de poort komen, is deze tuin een afspiegeling van de goddelijke orde.
De handgeschreven boeken worden, gezien de regels van Bernardus, niet meer voorzien van illustraties. De enige architectuur die is toegestaan is met harmonieuze verhoudingen en invallend licht moet verwijzen naar God. De cisterciënzers hebben veel belangstelling voor bouwkundige aspecten en hebben bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van de bouwkunst. Ze lopen hierin vooruit op de architectuur van de gotiek.

Begrippenlijst hoofdstuk 2 – De Goddelijke orde

Pelgrimage Bedevaart. Toch naar plaatsen waar heiligen worden vereerd of waar het goddelijke zich heeft geopenbaard. Het ondernemen van een pelgrimstocht is vaak een vorm van boetedoening: door de - vaak moeizame – tocht te ondernemen en bij het heiligdom te bidden, worden zonden vergeven.

Timpaan Driehoekige ruimte ingesloten door de lijst van een fronton. Vaak voorzien van reliëfs.

De Apocalyps Laatste Bijbelboek met het visioen van Johannes. Het Laatste Oordeel is een onderdeel van dit visioen en is een bekend thema in de schilder- en beeldhouwkunst.

Dormitorium Slaapzaal in een klooster.

Scriptorium Schrijfkamer, ruimte waar boeken worden gekopieerd in het klooster.

Miniaturen Oorspronkelijke schildering met omtreklijsten aangegeven in rode verfstof. Illustratie in handschriften. Ook wel gebruikt als term voor een klein schilderijtje.

De getijden
Officiële gebeden van de katholieke kerk die op vaste tijden de dag vullen.

Psalm
Lied opgenomen in het Oude Testament en/of zoals het vertaald en berijmd wordt gezongen in de christelijke kerk.

Gregoriaans Benaming voor de eenstemmige Latijnse onbegeleide kerkzang in de katholieke kerk. Reeds in de 1e eeuwen van het Christendom ontstaat uit joodse wortels. Genoemd naar paus Gregorius de Grote. De gezangen staan naar het kerkelijk jaar geordend in 2 boeken.

Liturgie Het geheel van voorschriften en ceremonieën voor inrichting van de eredienst; de gebeden en zangen van de dienst. In de Middeleeuwen geheel gezongen.

Solmisatie In de muziek toegepast als hulpmiddel waarbij melodieën op de lettergrepen do-re-mi-fa-sol-la-si (ti) worden gezongen. De lettergrepen geven een relatieve toonhoogte aan.

Cluniacenzers Kloosterorde gesticht in Cluny. Invloedrijk in de 10e en 11e eeuw. Luxe en rijkdom, ter ere van God, is kenmerkend voor de leefwijze, liturgie en bouwstijl van de orde.

Pijler Kolom, al naar gelang de positie en type van de pijler wordt onder mee een onderscheid gemaakt tussen muurpijlers (pilasters), hoekpijlers en dubbele pijlers

Halfzuil of schalk
Halve zuil die tegen een dragende pijler of muur is aangebouwd, half verzonken in muurvlak en wordt voortgezet in de ribben van het gewelf. Voornamelijk decoratieve functie.

Narthex Portaal of voorhal van een kerk.

Evangelisten Schrijvers van de vier evangeliën. Twee evangelisten. Johannes en Mattheus, behoren ook tot de apostelen. Sinds de Middeleeuwen worden de evangelisten afgebeeld door middel van symbolen: de engel of mens (Mattheus), leeuw (Marcus), stier (Lucas) en adelaar (Johannes).

Middenschip Gedeelte van de kerk waar de gemeenschap zich verzamelt, geflankeerd door zijbeuken.

Apsis Overwelfde, halfronde nis of uitbouw waarmee het koor aan de oostzijde van de kerk wordt afgesloten.

Cisterciënzers Kloosterorde gesticht eind 11 eeuw in Citeaux. Soberheid, in navolging van Christus, is kenmerkend voor leefwijze, liturgie en de bouwstijl van de orde.
Zijbeuk Deel van een kerk of vergelijkbare ruimte, evenwijdig aan het middenschip en ervan ge scheiden door een zuilenrij of in sommige gevallen door een wand.

Dwarsschip/transept
Dwars op de lengte-as geplaatst gedeelte van de kerk. Het kruispunt van het midden- en dwarsschip heet de viering.

Koor In kerkelijke bouwkunst de benaming voor de ruimte tussen de viering en de apsis. Hier vindt de christelijke liturgie plaats en staat het altaar.

Altaar Liturgische offertafel, centrale plaats van de eucharistieviering in de katholieke kerken.

Kooromgang Een rond het kook lopende gang in het verlengde van de zijbeuken. Langs de gang treffen we vaak straalkapellen aan. Vooral te vinden in bedevaartskerken.

Kapel Deel van de kerk, toegevoegd aan kooromgang of zijbeuken, gewijd aan een heilige of ter nagedachtenis aan een bepaald persoon.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.