Geschreven door: | Dolfijntje |
Datum ingestuurd: | 3 februari 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.350 |
Bekeken: | 3153 keer (21 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Travelling1.* Vraag wat hij/zij gaat doen in Engeland.
* Zeg dat je naar Ierland gaat. Je gaat stagelopen bij een kinderdagverblijf. Vraag ook of hij/zij accommodatie heeft geboekt op de veerboot.
* A what are you going to do in England?
* I am going to Ireland. I have a placement at a day care center. Did you book any accomodation on the ferry.
2. * Zeg dat je dit niet hebt gedaan. ( hut te duur/ geen slaapstoelen meer; dus in een slaapzak op bank in de gang of in een andere ruimte)
* Zeg dat je hoopt dat het een rustige en vlotte overtocht zal zijn.
* No, I didn’t, a cabin is too expensive, there weren o reclining seats, so I wil sleap in a sleeping bag on a couch in the corridor or somewhere else.
* I hope it wille be a smooth, calm crossing.
3. * Zeg dat je het betwijfelt; er is veel wind; en je bent bang zeeziek te worden.
* Zeg dat je wat pillen tegen de zeeziekte hebt gekocht. Bied er een paar aan.
* I doubt it, there is a lot of wind, I’m afraid I get seesick.
* I got some pills against seasickness, do want one?
4. * Neem het aanbod aan. Vraag hoelang overtocht duurt.
*Je denkt ongeveer 6 uur. Vraag hoe de ander van Harwich naar zijn/ haar besteming reist.
* Yes, please. How long caused.
* I think about six hours. How doe you travel from Harwich to you destination.
5.*Eerst liften naar Fishguard; dan met de veerboot naar Rosslare; en dan met de trein naar Dublin.
*Vraag of hij/ zij al eerder in Ierland is geweest.
* First I hitchhike to Fishguard then I’ll take the ferry to Rosslare and then bij tram to Dublin.
* Have you ever been to Ireland before.
6. *Beantwoord ontkennend; vertel dat je vorig jaar met schoolreis naar London bent geweest. Met de hovercraft via Dover.
*(De trein komt aan in Hoek van Holland) Vraag of dit Hoek van Holland is.
* No, I haven’t, last year I went on schooltrip to London, bij hovercraft via Dover.
* Is this Hook of Holland.
7. * Bevestig. Stel voor om aan boord samen iets te drinken. Want je wilt dolgraag meer weten over de opleiding die je volgt; en hoe je een stageplek in het buitenland kunt vinden.
* Zeg dat dit een goed idee is. Vraag waar je af zult afspreken.
* Yes, Let’s have drink on board because. I would like to know more about your education, and how you find a placement abroad.
* Thats a good idea where shall we meet.
8. * Bij een belastingvrije winkel. Je zult eerst nog wat sigaretten kopen.
* Stem hier mee in. En zeg dat de ander niet moet vergeten om de pil tegen zeeziekte in te nemen.
* At the taxfreeshop, I want to buy cigarettes first.
* That’s ok and don’t forget to take you pill against seesickness.
9 * Vraag wanneer je die moet nemen.
* Ongeveer 1 uur voor de afvaart/vertrek.
* When do I have to take it?
* About 1 hour before departure.
10 * Zeg dat er tijd genoeg is; nog 2 uur voor vertrek.
* Neem afscheid. En bedank voor alles.
* There plenty of time, we still have two hours before departure.
* Thanks goodby.
Leisure Activities1 * Vraag waar de ander deze zomer zijn/haar vakantie doorbrengt.
* Zeg dat je naar de kust van Zuid-Frankrijk gaat. Je gaat kamperen.
* Where do you spent your summer holiday?
* I am going to the coast of Southern France. I am going to camp.
2 * Zeg dat het verstandig is om vooraf te boeken; vorig jaar was alles vol en het was heel moeilijk om een leuke camping te vinden die niet was volgeboekt.
* Zeg dat je 2 weken geleden een plaats hebt besproken. Je moest wel een aanbetaling van 100 euro doen.
* It is wise tob ook in advance; Last year everything was fully booked, and it was difficult to found a nice campsite. That wasn’t fully booked.
* I booked a place two weeks ago. I had to make a deposet of 100 euros.
3 *Vraag wat voor camping het is.
* Zeg dat het er een is met veel voorzieningen: douches, zwembad, tennisbaan en disco.
* What kind of campsite is it?
* This campsite has a lot of facilities: showers, a pool, tennis courts and disco.
4 * Zeg dat het goed klinkt; hier ben jij ook wel in geïnteresseerd. Vraag hoe je het adres hebt gevonden.
* Zeg dat je via de internetsite van de ANWB een brochure hebt aangevraagd over campings in Frankrijk.
* Sounds good. I’m interested. How did you find the adress.
* I found it on the internet. I asked for a brochure of campsites in France on the ANWB site.
5 * Zeg dat je niet weet wat de ANWB is. Vraag om uitleg.
* Leg uit. (denk aan diensten voor de auto/verzekeringen/reisinformatie)
* What is the ANWB, could you explain?
* It’s a Dutch company, it gives services for cars/ insurance, travel information.
6 * Vraag of je met de auto gaat.
* Zeg dat je meereist met de vrachtwagen van een vader van een vriend; die moet toch naar Barcelona.
* Are you going by car?
* I travel with a truck at a father of a friend he goes to Barcelona anyway.
7 * Vraag of de ander al eerder in het Middellandse Zeegebied is geweest.
* Antwoord dat je vorig jaar hebt gewerkt op een “Keycamp’’ camping in de buurt van Saint Tropez.
* Have you been to the Mediterranean before?
* Last year I worked on an a ‘’Keycamp” campsite near Saint Tropez.
8 *Vraag of je dit leuk vond; en wat je moest doen.
* Zeg dat je het heel erg leuk vond; je werk bestond uit het werken met kinderen van ongeveer 4 tot 12 jaar oud. Je organiseerde allerlei activiteiten zoals allerlei spelletjes met de bal; tekenen en koekjes bakken; maar ook wedstrijdjes in het zwembad.
* Did you like it? What did you do?
* I really likes it, I workes with children between 4 and 12 years old. I organized all sorts of activities like games with a ball, drawing bailing cookies and games in the pool.
9 * Vraag of je naast je werk ook nog andere dingen hebt gedaan.
* Antwoord bevestigend. Zeg dat je voldoende vrije tijd had om de omgeving te bekijken en ook om uit te gaan. Vraag hoelang de ander deze zomer op vakantie gaat.
* Did you do another things besides work?
* Yes, I had enough free time to visit the surroundings and to go ont. How long do you go on Holiday this summer.
10 * Zeg dat je 3 weken gaat. Maar als het geld op is moet je eerder naar huis. Je denkt dat je wel genoeg zal hebben want de eerste 3 weken van de zomervakantie werk je als assistent begeleider in een tehuis voor lichamelijk gehandicapten.
* Zeg dat dit een goed idee is. Wens hem/ haar een goede vakantie en neem afscheid.
* I am going for 3 weeks, but if my money runs out. I’ll have to go home sooner. But I think I will have enough because the first three weeks. I work as am assistant in a home for physically disables people.
* This is a good idea. Have a nice Holiday.
At the Doctor’s1 * De doktersassistent beantwoordt de tefelefoon op de juiste wijze.
* Vraag om een afspraak.
* Hello dr’s assistant speaking how can I help you.
* I would like to make an appointment.
2 * ‘’Een ogenblikje aub’. Zeg dat de patiënt vanmiddag om 15.00 kan komen.
* Vraag of het iets later kan. Dan is je moeder terug en zij heeft een auto. Dan kan ze je brengen.
* One moment please. You could some at 3’o clock
* Can I come a little bit later. Then my mom is back she has a car, she can drive me.
3 * Zeg dat het 16.00 ook kan. Vraag om achternaam en adres.
* Geef achternaam en adres.
* Ok, 4’o clock is als possible. What is your surname and adress?
* My name is Atar an my adress is Damsterdiep 3.
4 * Vraag om voorletters en vraag om achternaam te spellen.
* Geef voorletters en spel achternaam.
* What are you mitials and could you spell you surname please.
*
5 * Vraag of patiënt verzekerd is.
* Antwoord dat je verzekerd bent bij het Ziekenfonds in Nederland.
* Do you have an insurance?
Yes, I am with the National Health Service, in the Netherlands.
6 * Vraag naar het adres van de verzekeringsmaatschappij in Nederland.
* Zeg dat je dit niet weet; je moet het opzoeken. Zeg dat de papieren zult meebrengen.
* What is the adress of your insurance company in Holland.
* I don’t know, I will have too book it up. I will bring the papers.
7 At the surgery.
* De dokter vraagt wat de klachten zijn.
* Antwoord dat je pijn in je maag hebt; slecht slaapt, misselijk bent en moet overgeven.
* What are you complaints?
* I have a stomach ache, I don’t sleep well. I feel nauseous, I have to throw up.
8 * De dokter antwoord dat dit nu veel voorkomt. Hij zal een recept geven voor tabletten.
* Vraag naar de dichtstbijzijnde apotheek.
* I hear that a lot. I will give you a presciptions for tablets.
* Where is the nearest pharmacy?
9 * Zeg dat de Boots is in High Street. Zeg dat je morgen terug moet komen als ze niet helpen.
* Zeg dat je dat zult doen. Vraag ook naar de tijden van het spreekuur.
* That will be Boots in High Street come back tomorrow if they don’t work/help.
* Ok, I will do that, what are the surgery hours?
10 * In de ochtend van 8.30 tot 10.30. En in de middag van 13.00 tot 16.00.
* Bedank; en sluit gesprek af.
* From 8.30 till 10.30 in the morning and 1 till 4 in the afternoon.
* Thank you, bye.
A Car Accident1 * De bestuurder van de Engelse wagen vraagt: “Ben je ongedeerd?’’
* Antwoord: Alles is goed, geen letsel. Alleen auto is beschadigd.
* Are you ok?
* Yes, I’m fine. Only my car is damaged.
2 * Vraag waarom ander niet stopte.
* Zeg dat je dacht voorrang te hebben.
* Why didn’t you stop?
* I thought I had right to way.
3 * Zeg eens naar links te kijken. Er staat een ‘’geef voorrang bord’’.
* Geef de ander gelijk. Zeg dat je probeerde te remmen; maar het is erg glad.
* Look left there is a give way sign.
* Yes you are right. I tried te brake but it is very slippery.
4 * Vraag of ander buitenlands is
* Bevestig en geef eigen nationaliteit.
* Are you foreign?
* Yes, I am Dutch.
5 * Zeg dat het auto en kenteken Brits zijn.
* Antwoord dat je de wagen hebt gehuurd.
* You car and licenceplace are British.
* I rented the car.
6 * Vraag wat de schade is?
* Zeg dat er een kleine deukje in het portier zit. Vraag naar de schade aan de andere auto.
* What is the damage?
* Only a dent in the door. Do you have damage?
7 * Antwoord dat het maar een krasje is. Het is niet nodig om de politie te bellen.
* Stem hiermee in. Zeg dat je dit ook zonder politie kan oplossen.
* It is just a scratch. It is not necessary to call the police.
* It’s ok. We can fix it without the police.
8 * Vraag of ander verzekerd is.
* Zeg dat je WA verzekerd bent.
* Do you have am insurance?
* I have a third party insurance.
9 * Vraag om het adres van het verhuurbedrijf en om het adres van de verzekeringsmaatschappij.
* Zeg dat de papieren in de auto liggen; je denkt dat je ook een groene kaart hebt gezien. Zeg dat je ze even gaat pakken.
* Do you have the adress of the rental company and off the insurance company?
* The papers are in the car. I thought I saw a green card. I will get them.
10 * Vraag wat de naam en het adres van de ander zijn.
* Geef rijbewijs en papieren. Zeg dat jouw naam en adres op het rijbewijs staan.
* What’s your name and address?
* Here are my driving- licence and papers. My name and address are on my driving –licence.
The weather1 * Zullen we vanmiddag gaan windsurfen?
* Zeg dat je er geen zin hebt. Het giet en er is geen wind.
* Shall we go windsurfing this afternoon?
* I don’t feel like it. It is pouring with rain and there is no wind.
2 * Vraag naar het weerbericht voor vandaag?
* Zeg dat er af en toe buien en kans op onweer is voorspeld. De temperatuur is ongeveer 20 graden.
* What is the weather forecast for today?
* Showers now and then. The is a chance on a thunderstorm. The temperature is twenty degrees.
3 *Vraag of de ander bang is van bliksem of donder?
* Zeg dat het tijdens onweer gevaarlijk is op het water. Vorig jaar werd een windsurfer getroffen door de bliksem. Hij verdronk.
* Are you afraid of thunder and lightning?
* During a thunderstorm it is dangerous on the water. Last year a windsurfer was struck by lightning. He drowned.
4 * Vraag naar het weerbericht voor morgen.
* Zeg dat het morgen beter wordt. Windkracht 6 tot 7 met zonnige perioden.
* What’s the weather forecast for tomorrow?
* Tomorrow it is getting better. Galeforce 6 to 7 with sunny spells.
5 * Antwoord dat je het ideaal weer vindt om te surfen. Vraag of het weer altijd zo is in de zomer.
* Verwerk de volgende informatie in je antwoord: Erg veranderlijk. Vorige week vrij warm: 26 graden. Ideaal windsurfweer: windkracht 5.
* That is ideal weather for wind surfing. Is the weather always like this in the summer?
* It is very changeable. Last week it was rather warm 26 degrees. Ideal windsurfing weather galeforce 5.
6 * Zeg dat jou zus stage loopt op een camping in Frankrijk. Zeg dat je je afvraagt hoe het weer daar is.
* Vraag in welk deel van Frankrijk.
* My sister has a placement on a campsite in France. I wonder what the the weather is over there.
*In what part of France?
7 * Zeg dat ze op een camping in de buurt van Bordeaux verblijft.
* Zeg dat je even in de krant kijkt; onbewolkt 30 graden.
* She is on a campsite near Bordeaux.
* I will look in the paper; uncloundy 30 degrees.
8 *Anwtoord dat zij altijd geluk heeft met het weer. Vraag of de ander ooit in Zuid- Frankrijk is gewest.
* Zeg dat je er vorig jaar was. Hittegolf; 40 graden. Niet leuk: je kunt niet tegen de hitte.
* She is always lucky with the weather. Have you ever been to South France?
* Last year I was there. Heat wave 40 degrees. Not so nice. I can’t stand the heat.
9 * Vraag of er ook iets in de krant staat over Zweden.
* Even kijken. Stockholm: Bewolkt, regen, 18 graden.
* Is there anything in the paper about Sweden.
* I will take a book. Stockholm, cloudy rains, 18 degrees.
10 * ‘’Dat is nog slechter’’. Zeg dat het nu droog is. Stel voor om naar het meer te gaan.
* Antwoord dat je het een goed idee vindt en even buiten zal kijken of er wind genoeg is.
* That is ever worse. It is dry now. Shall we go to the lake?
* That’s a good idea. I will look outside if there is wind enough.
Telephone Call
1 * Vraag toestemming om te telefoneren. Je wilt je moeder bellen in Nederland maar je beltegoed van je mobiel is niet toereikend.
* Geef toestemming. Zeg waar de telefoon is. ( Op de bovenste plank van de boekenkast) vraag wel om het kort te houden.
* Can I used the telephone? I want to call my mother in the Netherlands but I don’t have anough credit on my cell phone.
* Alright. The phone is over there on the topshelf of the bookcase. Please keep it short.
2* Vraag hoe je naar Nederland moet bellen.
*Eerst het nummer voor Nederland draaien. Dan het netnummer zonder de 0. Dan het telefoonnummer.
* How do I call to the Netherlands.
* First the number for Netherlands. Thanthe area code without the 0 ( zero). Then the subscriber’s number.
3 * Vraag om het toegangsnummer voor Nederland en om de kosten per minuut.
* Zeg dat je dit niet weet. Stel voor om in het telefoonboek te kijken. Maar zeg dat het misschien een goed idee is om op kosten van de ontvanger te bellen.
* What’s the number for Netherlands ans the costs per minute?
* I don’t know. Why don’t you look in the phone book. Maybe it’s a good idea to make a collect call.
4 * Stem hier mee in. Welk nummer moet je draaien?
* Weet dat niet. Stel inlichtingen te bellen: 191
* That’s a good idea. Which number do I have to call.
* I don’t know. Why don’t you call directory enquiries: 191.
5 * Inlichtingen vraagt wat de beller wil.
* Zeg dat je op kosten van de ontvanger naar Nederland wilt bellen.
* Directory enquiries. How may I help you?
* I won’t too make a collect call to the Netherlands.
6 * Vraag beller om abonneenummer in Nederland en om achternaam.
* Noem netnummer, abonneenummer en achternaam.
* What is the subscriber’s number in the Netherlands and what is the surname?
* 078, 6161170 and Atar.
7 * Vraag de naam te spellen.
* Spel de naam.
* Could you spell the name?
* Atar ( Ee, Tie, ee, ar)
8* Vraag aan de lijn te blijven…… het nummer is in gesprek.
* Zeg dat dit vervelend is.
* Could you hold the line please….. the number is engaged.
* That’s not nice
9 * Vraag of beller wil wachten.
* Zeg dat dit erg duur kan worden want je kent de gesprekken van je moeder.
* Do you want to wait?
* This could be very expensive because I know my mothers calls.
10 * Stel voor om gesprek te beëindigen.
* Stem hier mee in; zeg dat je het later nog eens probeert.
* I suggest to finish this call?
* That’s right; I will try it can a later.
Elections1 * Vraag waarom ander deze sticker op zijn auto heeft.
* Zeg dat het te maken heeft met de algemene verkiezingen van volgende maand.
* Why do you have a sticker on your car
* It has to do with the general elections of next month.
2*antwoord dat je dit niet begrijpt
*Leg uit dat er volgende maand een nieuwe regering wordt gekozen in Engeland
* I don’t understand it, could you explain.
* Next month they will choose a new governmenth.
3* Vraag hoe vaak er verkiezingen zijn in Engeland
*Antwoord dat ze elke 5 jaar worden gehouden. Vraag hoe vaak er in in nederland verkiezingen zijn
* How often are there elections in England.
* Every 5 year. How often are there elections in the Netherlands.
4*Vertel hoe vaak. Zeg dat de laatste verkiezingen dit voorjaar zijn geweest.
* Vraag wat de ander heeft gestemd
* They are hold every 4 years. The last elections were in the spring.
* What did you vote?
5*Zeg dat je nog te jong was;bij volgende verkiezingen ga je zeker stemmen
*Vraag wat de ander gaat stemmen
*I was too young then, but next time. I am sure, I am going to vote.
* What are you going to vote.
6*Zeg dat je dit nog niet weet. Misschien PVDA
*Vraag wat voor soort partij dit is
* I don’t know, maybe ‘’PVDA”
* What kind of part is that.
7* Probeer uit te leggen. Zeg dat je denkt dat hij op de Engelse Labour Partij lijkt; maar dat je dit niet zeker weet. Er zullen best wel verschillen zijn
*Vraag of Nederland ook een “constituency system”heeft
* I think it is like the labour party, but I’m not sure there maybe difference.
* Do the Netherlands also have a Consituency system.
8*Leg uit wat voor systeem Nederland heeft. (je kunt uit het hele land op iemand stemmen; en niet alleen per kiesdistrict)
*Zeg dat het Nederlandse systeem veel eerlijker voor de kleine partijen vindt.
* You can vote for someone. In the whole countryand not per constiuency.
* The system in the Netherlands is fairer for the small parties.
9*Zeg dat je het hiermee eens bent. Minderheidspartijen horen ook in het parlement
*Zeg dat je wel geschrokken was toen je hoorde dat extreem rechts veel had gewonnen in Nederland
* I agree, minorty parties also belong in parliament.
* I was schocked , when I heard extreme right has a lot won in the Netherlands.
10*Stem hiermee in; maar leg uit dat de vorige verkiezingen dit weer hebben veranderd
*zeg dat het je verbaast; maar dat je hier wel blij om bent.
* I agree, but the last elections have changed this again.
* I am surprised. I am very happy about it.
Social security1*Zeg dat je hebt gehoord dat de sociale voorzieningen in Nederland erg goed zijn.
Vraag of ander hier iets over kan vertellen
*Vraag wat ander precies wil weten
*I’ve heard, that the social security system in Holland is very good. Can you tell?
* What do you, want to know?
2* Vraag wat er bijvoorbeeld gebeurd wanneer je,je baan verliest
* Zeg dat je een werkeloosheidsuitkering krijgt
* What happens if you lose your job?
* You get unemployment benefit.
3* Vraag hoeveel dat is
* Weet je niet precies. Zeg dat het afhangt van het salaris; en hoe lang je hebt
gewerkt (weet je het wel; leg uit)
* How much is that?
* I don’t know. It depends on your salary and how long you have worked.
4* En vraag hoet het zit met mensen die nog nooit hebben gewerkt
* Zeg dat die een bijstandsuitkering krijgen
* How about the people who never worked before?
* They get social security.
5*Vraag of het waar is dat ouders met kinderen extra uitkering krijgen.
*Bevestig; voor kinderen onder de 18 krijg meestal kinderbijslag
* Is it true that parents with children get extra benefit?
* Yes, that’s true, for children under 18 you get child benefit.
6* Vraag hoe het zit met kinderen die ouder zijn dan 18
* Verwerk het volgende in je antwoord: Werkende kinderen niets. Studerende kinderen die thuis wonen vaak wel. Of studeren kinderen krijgen een studie beurs.
* How about children over 18?
* Children who work get nothing. Children who study and live at home often got something. Children who study get a grant.
7* Vraag of regering alle kosten voor de studie betaalt.
* Antwoord dat een beurs alleen niet goed is sommige lenen extra geld of krijgen
van ouders of studenten werken er nog bij
* Do the government pay for all the costs of study?
* The grant is not enough. Some borrow extra money. Or they get money from their parents, or they work also.
8* Zeg dat je het snapt. Vraag op welke leeftijd mensen stoppen met werken.
* Vertel wanneer de meeste mensen met pensioen gaan. Zeg dat het ook mogelijk
is om eerder met pensioen te gaan
* I understand, at what age do people stop working?
* Most people stop working at the age of 65, but is is possible to retire earlier.
9* Vraag hoe het zit met het inkomen van mensen die met pensioen gaan.
* Vertel over AOW. Een inkomen voor iedereen die 65 is; dat vaak wordt
aangevuld met pensioen van de werkgever
* How about the income of people who retire?
* They get an old age pension from there employer.
10* Zeg dat de Nederlandse sociale voorzieningen beter zijn dan in eigen land.
* Antwoord dat het wel veel geld kost; daarom hoge belastingen in Nederland
* The social security system in Holland is better than in my own country.
* It costs a lot of money, that is why the taxes are so high in the Netherlands.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.