Geschreven door: | B-Rose [meer] |
Datum ingestuurd: | 19 februari 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 600 |
Bekeken: | 734 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Anna Maria van Schurman (Keulen, 5 november 1607 – Wieuwerd, 4, 5, of 14 mei 1678) was de zeer begaafde dochter van Frederik van Schurman en Eva van de Harf die zich later ontwikkelde tot geleerde, dichteres en kunstenares.
Toen ze 4 jaar oud was, kon Van Schurman al lezen en op haar 7e maakte zij al heel fijn knipwerk. Het gezin verhuisde in 1613 naar Utrecht waar ze in 1636 als eerste vrouwelijke studente aan de universiteit studeerde. Omdat vrouwen in die tijd eigenlijk niet aan een universiteit mochten studeren, volgde ze de colleges achter een gordijn zodat de mannelijke studenten haar niet konden zien. Ze had belangstelling voor literatuur en allerlei wetenschappen, waaronder vooral theologie. Ze correspondeerde en kreeg bezoek van Jacob Cats, Anna Roemer Visscher, Gisbertus Voetius, Heinsius, Caspar Barlaeus, Constantijn Huygens, Elisabeth van de Palts, René Descartes, Christina van Zweden en Bathsua Makin.
Haar Antwerpse grootouders waren calvinisten. Op de vlucht voor Alva belanden ze in Keulen, waar haar vader huwt met een Duitse freule. Ze krijgen drie zonen en een dochter, Anna Maria. In 1615 verhuist het patriciërsgezin naar Nederland.
Anna Maria van Schurman groeit op in een gefortuneerd milieu. Het is een bijzonder intelligent kind. Ze studeert wiskunde, geneeskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, theologie, letterkunde. Haar talenkennis is uitzonderlijk: Frans, Duits, Engels en Latijn, de taal van de wetenschap, maar ook de talen van godsdienst en bijbelstudie: Grieks, Hebreeuws, Chaldeeuws, Arabisch, Syrisch en Ethiopisch. Daarnaast volgt ze ook kunstonderwijs : portretschilderen, graveren, kalligrafie, muziek. Anna Maria blinkt uit in alles wat ze aanpakt. Zestien is ze wanneer haar vader haar op zijn sterfbed laat beloven om niet te trouwen. Dank zij het familiekapitaal heeft ze de vrijheid om zich te concentreren op studie, kunst en wetenschap. Haar sociaal netwerk in de hoogste kringen van de Republiek doen de rest.
Haar mentor en vriend Gisbertus Voetius, hoogleraar theologie en Oosterse talen, zorgt ervoor dat Anna Maria van Schurman als eerste en enige vrouw in Nederland les mag volgen aan de pas opgerichte universiteit van Utrecht. Voetius geeft haar de kans een Latijns lofdicht te schrijven bij de opening van de universiteit. Daarin hekelt ze de uitsluiting van vrouwen aan de universiteit, wat haar meteen beroemd maakt.
In haar Dissertatio (eindverhandeling) houdt Schurman een pleidooi voor het recht op studeren van christelijke vrouwen die er de middelen en de tijd voor hebben. Sinds 1631 is ze daarover in discussie met theoloog André Rivet. Godsdienst is niet alleen de basis van haar studies, het is er ook de rechtvaardiging voor. Wie kan bezwaar hebben tegen een vrome jonge vrouw die de bijbel beter wil verstaan?
Mijn mening over dit verhaal:Ik vind het heel knap van haar dat ze zich zo voor haar mening uit laat komen. Ze mocht wel even als eerste vrouw de universiteit volgen. En dat kun je nu niet een, twee, drie regelen. Verder was ze al heel vroeg bezig met talen, de bijbel en kon ze ook nog heel mooi portretten tekenen. Daarom wordt ze ook wonderkind genoemd. Ze heeft veel voor de wereld veranderd en daar zijn we haar nu nog allemaal dankbaar voor.
Het was wel een beetje moeilijk om een niet te grote tekst op te zoeken. Want op het internet stonden hele moeilijke en lange teksten waar ik niks van snapte. Maar zo als u ziet is het me gelukt om een korte en niet al te moeilijke tekst te vinden, met een mening en plaatjes. Ik hoop dat u het een leuke mening vond.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.