ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Andrea (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

11 februari 2008

Taal:

Woorden:

650

Bekeken:

761 keer (2 deze maand)

Waardering:

1.0/5 (1 stem)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Artikel 25. De Geschiedenis van de Aarde.
De mens is bijvoorbeeld te klein om enige voeling te hebben met de enorme afstanden in het heelal en te groot om zich echt te kunnen voorstellen hoe klein moleculen zijn. Hij is veel te traag om zoiets als de lichtsnelheid of de trilling van atomen kunnen bevatten en te ongedurig om zich bewust te zijn van de processen die de wereld gevormd hebben. Zo zien we dat de mens niet veel mee heeft om sterrenkunde, scheikunde, natuurkunde of geologie te bedrijven.
Johann Scheuchzer
begin 18e eeuw onderzocht de Zwitserse een fors fossiel van het skelet van een lang uitgestorven salamandersoort, gevonden in een steengroeve bij Ohningen. Hij zag daar een mens in.

Men rekende de ouderdom van de wereld in Bijbelse termen: enkele duizenden jaren.

Scheuchzer: overblijfselen van iemand voor de zondvloed.
Zondvloed: iets wat je in vele religies tegenkomt. Het is een oude watersnoodramp het komt voor in het soemerische gilgameshepos, in de Indiase mythologie en zelfs in de mythologie van een groot aantal Indiaanse stammen in Noord en Zuid-Amerika. Scheuchzer in 1726 publiceerde hij beschrijving van diluvii tetis.

Franse dierkundige George Cuvier:
1811 hij bestudeerde het fossiel opnieuw, en zag dat het een salamander soort was, die niet in die tijd levend op aarde voorkwam. Hij benoemde het dier naar Adrias Scheuchzeri.

Karel Capek:
1936 schreef hij een boek over de salamander, eerst waren de dieren grappig en daarna waren ze de dieren die de mensheid zouden vernietigen.

William Smith: Eerste helft van de 19e eeuw wist hij dat de aarde veel ouder moest zijn. Hij heeft veel gegraven in de Engelse bodem tijdens zijn werk als technicus bij het aanleggen van kanalen. Hij wist ook beter dan wie dan ook uit welke lagen de bodem in een bepaald gebied bestond en hij kende ook alle fossielen die in zo’n laag thuishoorden. In 1815 publiceerde hij een kaart van Engeland van 2 bij 2.5 waarin de aardlagen precies stonden weergegeven.

Charles Lyell 1830: publiceerde principles of geology, de aarde zou meer dan 100 miljoen jaar oud zijn. Hij gaf expres geen beginpunt aan in zijn tijdschema’s. De tijdas was open aan de onderkant.
George Cuvier:
hij wist dat er vaak fossielen van zeedieren op het land werden gevonden. Waarschijnlijk was het in die periode van ruim 100 miljoen jaar meerdere keren gebeurd dat de zeebodem oprees en boven het water uitkwam of dat het land langzaam onder water verdween. Men wist ook dat de lagen met fossielen die men in de bodem aantrof, elk een bepaalde periode voorstelden. De fossielen die veel in een bepaalde laag voorkwamen vond men niet in de bovenste laag (jonger). Cuvier was ervan overtuigd dat op bepaalde momenten een catastrofe voor het massale uitsterven van bijna alle organismen op aarde had gezorgd en dat daarna de schepping opnieuw kon beginnen. Cuvier betoogde dat de Bijbelse Zondvloed voorlopig de laatste was van die reeks van volgens hem vier catastrofes. Zo bracht hij de aardlagen, fossielen, bijbel en de goddelijke schepping in een aantrekkelijke theorie bij elkaar.

Hij had genoeg aanhangers gekregen en later hadden ze 30 catastrofes bij elkaar. Maar het leek er meer op dat ieder tijdperk geleidelijk overging in het volgende en dat sommige fossielen wel degelijk in opeenvolgende lagen aanwezig blijven. Blijkbaar waren ze niet uitgestorven tijdens de overgang naar een volgend geologisch tijdperk en wat er ook geen allesverwoestende catastrofe geweest.

Men kon er dus beter van uitgaan dat de krachten ie we ook tegenwoordig nog op het aardoppervlak aan het werk zien, zoals zwaartekracht, beweging v/d aardkorst, wind en stromingen van water,, ook in het verleden werkzaam waren.

Actualisme of Uniformitarianisme: natuurwetten waren vroeger niet anders dan nu. Vooral Lyell zei dit.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.