Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 14 januari 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 900 |
Bekeken: | 1557 keer (11 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Spelregels:
Aan het begin van het spel word er getost met de shuttle. De tos bepaald wie er mag beginnen met het spel. Dat gebeurt bij enkel en dubbelspel.
Er zijn verschillende soorten spellen.
De spellen zijn:
Herendubbel.
Herenenkel.
Damesdubbel.
Damesenkel.
En gemengd dubbel.
Herendubbel word gespeeld met 4 mannen in totaal. Aan elke kant van het speelnet 2. Bij herenenkel in het met 2 mannen aan iedere kant van het speelnet 1. Bij dames enkel en- dubbel is het hetzelfde alleen dan met vrouwen.
Bij gemengd dubbel is het met 2 vrouwen en 2 mannen aan elke kant van het net staat 1 vrouw en 1 man.
Spelregels enkel:
- Bij een enkel spel slaat de speler bij de eerste slag van het spel op aan de rechterkant van het veld.
- Als er een punt is gemaakt ga je naar de andere kant van het veld waar je al stond.
- Als het oneven is dan sta je aan de linkerkant als het even is dan sla je op vanaf de rechterkant.
- Als de shuttle uit is dan gaat de service over naar de andere kant van het net en heeft de tegenpartij een punt.
- De shuttle word dan opgeslagen aan de even of oneven kant dat ligt aan de punten.
- Als je de shuttle opslaat moet het altijd diagonaal over het net worden geslagen.
- Er worden 2 sets gespeeld hebben de partijen allebei een keer gewonnen dan word er nog één set gespeeld.
- Als de tegenpartij uitslaat heb jij een punt gescoord.
- Als de service uitgaat heeft de tegenpartij ook een punt.
Spelregels dubbel:
- De dubbel moet gespeeld worden met 4 personen aan elke kant 2.
- Als de shuttle uitgaat heeft de tegenpartij een punt per dubbel heb je maar 1 servicebeurt.
- Als bij de persoon de shuttle uitgaat is het service over.
- Als er een punt is gemaakt dan ga je met je teamgenoot van plek verwisselen.
- Als je oneven punt hebt dan slaat de gene op die aan de linkerkant staat als je even punt hebt dan slaat de gene op die aan de rechterkant staat.
- Er wordt altijd diagonaal opgeslagen.
- Bij het gemengd dubbel staat de vrouw altijd aan het begin van het spel aan de rechterkant.
- Ook bij dubbel worden er 2 sets gespeeld en als allebei de partijen 1 set heeft gewonnen word er nog een 3de set gespeeld.
- Als de tegenpartij uitslaat heeft de partij waar jij inspeelt een punt.
- Als de service uitgaat heeft de tegenpartij ook een punt.
Technieken:
Er zijn vele soorten technieken voor badminton. Bijvoorbeeld de Clear, netdrop, dropshot, smash en de lob.
Clear:
De clear word ver en hoog over het net geslagen. Van de clear heb je ook een backhanduitvoering maar deze is moeilijker. Zo word de clear gespeeld
Netdrop:Bij de netdrop gaat de shuttle kort over het net. Als deze techniek gebruikt word moet de tegenstander hem omhoog terug spelen. Bij deze slag is het voetenwerk heel belangrijk. De dropshot kan je ook leren met de backhanduitvoering.
Dropshot:De dropshot lijkt in het begin om een clear maar op het laatste moment word een schijnbeweging gemaakt. De shuttle valt vlak achter het net. De dropshot kan ook door de backhanduitvoering gespeeld worden. Zo word de dropshot gespeeld.
Smash:
De smash is een slag waarbij een aanval word gemaakt. De shuttle gaat via de kortste weg naar beneden en word hard geslagen. De tegenstander moet de shuttle terug slaan met een hoge shuttle. Zo word de smash gespeeld.
Lob:
De lob is een onderhandse slag die dient om de dropshot of netdrop te vangen.
De shuttle word dan gespeeld met een grote boog. De lob is een verdedigende slag. Ook deze kan je met de backhand spelen. Zo word de lob gespeeld.
Speelveld:
Het speelveld is 13,40 meter lang en 6,10 meter breed het net moet 1.55 meter zijn. Bij het speelveld heb je de rechterservicevak en de linkerservicevak. De zijlijn enkelspel en zijlijn dubbelspel en de korteservicelijn
Benodigdheden:
Bij badminton heb je een shuttle nodig, een racket, een tegenstander, gepaste kleding en een speelveld
Shuttle:
Je hebt verschillende soorten shuttles je hebt ze met veren en met nylon. De nylon shuttles zijn voor beginners en de shuttles met veren zijn voor gevorderden.
Racket:
Je hebt een goed racket nodig meestal krijg je een racket van het team waar je speelt. Anders moet je er een kopen, als je een racket gaat kopen moet je een goeie spanning en gripdikte.
Tegenstander:
Als je gaat spelen heb je een tegenstander nodig anders is het saai want dan komt de shuttle nooit terug en win je de wedstrijd zo.
Speelveld:
Als je gaat spelen moet je ook een speelveld nodig hebben. Anders kan je niet goed spelen en weet je niet wanneer je een punt hebt.
Kleding:Kleding bij badminton is een trainingspak boven je kleding die je draagt tijdens het badmintonnen soms is dat alleen een vest waaronder een T-shirt zit. Anders is het ook nog een broek waar een kortere broek onder zit.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.