Geschreven door: | DonHengelo (3 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 15 januari 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.500 |
Bekeken: | 4687 keer (39 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Let op! Op het proefwerk kunnen de vragen anders gesteld worden!! De antwoorden met een * waren twijfelgevallen. Antwoorden met ** waren helemaal zelf bedacht en dus een gok.
Stone 10:
- This screen is bigger than our neighbours'.
Dit beeldscherm is groter dan die van onze buren.
- This broad screen TV is cheap compared to Brad's
Deze breedbeeldtv is goedkoop vergeleken met die van Brad.
- It is very different from a cinema screen.
Het heel anders dan een bioscoopbeeldscherm. *
- Susie's clothes are a lot like yours.
Susie's kleren lijken veel op de jouwe.
- These are less expensive than new ones.
Deze zijn minder duur dan nieuwe.
- They are a lot like yours.
Ze lijken veel op de jouwe.
- The mouse of your computer looks exactly like mine.
De muis van jou computer lijk precies op de mijne.
- This watch reminds me of the one i used to have.
Dit horloge doet me denken aan die ene die ik had. *
- It makes me think of a designer product.
Het doet me denken aan een merk-product.
- It resembles mine.
Het is gelijk aan de mijne. *
Stone 11:
- I'm fed up with living like this.
Ik ben het zat om zo te leven.
- I'm (not) satisfied with my working conditions.
Ik ben (niet) tevreden met mijn werkomstandigheden.
- I'm sick of him.
Ik ben misselijk van hem. *
- I'm ashamed of what i've done.
Ik schaam me voor wat ik heb gedaan.
- I'm proud of the clothes I wear.
Ik ben trots op de kleren die ik draag.
- I'm unhappy about it.
Ik ben er niet blij mee. *
- I'm happy the way things are.
Ik ben blij hoe de dingen zijn/gaan.
- I'm proud of my current situation.
Ik ben trots op mijn huidige situatie.
- It makes me feel sad.
Het maakt me verdrietig.
- Thinking of it makes me feel angry.
Eraan denken maakt me boos. *
- Poverty makes me feel helpless.
Armoede maakt me hulpeloos.
- Inequality makes me feel desperate.
Ongelijkheid maakt me wanhopig.
Stone 12:
- Beecham's Riding School, how may I help you?
Beecham's Riding School, hoe kan ik u helpen?
- Good afternoon, this is Rob Vis speaking.
Goedemiddag, u spreekt met Rob Vis.
- Linda Michaels here.
Linda Michaels hier.
- Can I speak to Mrs Williams, please?
kan ik met Mrs. Williams praten, alstublieft?
- Is Mr Koontz in?
Is Mr Koontz thuis?
- Could you put me through to Mr King, please?
Kunt u me doorverbinden naar Mr King, alstublieft? *
- Could you give me someone from the personnel department?
Kunt u me aan iemand van de persooneelszaken geven?
- Could you put me through Mr Barker's office?
Kunt u me doorverbinden naar het kantoor van Mr Barker?
- Hold the line, please. I'll see if she's there.
Blijf aan de lijn, alstublieft. Ik zal kijken of ze er is.
- One moment, please. I'll check if he's in.
een moment, alstublieft. ik zal even checken of hij thuis is. *
- I'm afraid there's no reply. Just a moment please.
Ik ben bang dat er geen antwoordt is. Een moment alstublieft. *
- I'm sorry he's just left the office.
Het spijt me, hij heeft net zijn kantoor verlaten.
- I'm sorry, she isn't in today.
Het spijt me, ze is niet thuis vandaag.
- I'm afraid the line is engaged.
Ik ben bang dat de lijn in gesprek is. *
- Could I leave a message?
Kan ik een bericht achterlaten?
- When will Mr Barker be in again?
wanneer is Mr Barker weer thuis?
- When can I reach him?
Wanneer kan ik hem bereiken?
- Could you tell him I'm interested in the job.
kunt u hem vertellen dat ik geïnteresseerd ben in het baantje.
- Could you tell him that I have to cancel our appointment.
Kunt u hem vertellen dat ik de afspraak moet afzeggen.
- Could you try again at three o'clock?
Kunt u het opnieuw proberen om drie uur?
- Maybe he can call you back in an hour or so?
Misschien kan hij u terugbellen binnen een uur ofzoiets? *
- I'll let him know that you've called.
Ik zal hem laten weten dat u gebeld heeft.
- I'll ask him to call you back.
Ik zal hem vragen of hij u terugbelt.
- I'll give her the message.
ik zal haar het bericht geven.
Stone 13:
- How do I find a holiday job?
Hoe vind ik een vakantiebaantje.
- How do i find a part-time job?
Hoe vind ik een deeltijdbaantje. *
- How do I find work in the catering industry?
Hoe vind ik werk in de horeca?
- What sort of work could I do?
Wat voor soort werk kan ik doen?
- What sort of person are you looking for?
Naar wat voor een soort persoon zijn jullie op zoek?
- Could you tell me a few things about wages and conditions?
Kunt u me een paar dingen vertellen over het loon en de omstandigheden?
- Could you tell me a few things about the work I'd have to do?
Kunt u me een paar dingen vertellen over het werk dat ik moet doen?
- Does working at the baker's sound interesting to you?
Interesseert het werken bij een bakkerij je? *
- Does working in a supermarket appeal to you?
Spreekt het werken in een supermarkt je aan?
- Does working as a waitress pay well?
Verdiend het werk als serveerster goed?
- Does working as a waitress include cleaning?
Moet je ook schoonmaken bij het werk als serveerster? **
- Do I have to work for more than eight hours a day?
Moet ik langer werken dan acht uur per dag?
- Am I allowed to work night shifts? *
Is het voor mij toegestaan om nachtdiensten te draaien?
- Am I expected to work on Sundays?
Wordt het van mij verwacht om op zondag te werken?
- Is it illegal to work on Sundays?
Is het illegaal om op zondag te werken?
Stone 14:
- These are perfect jobs for animal lovers.
Dit zijn perfecte baantjes voor dierenliefhebbers.
- These are nice tasks for young people.
Dit zijn goeie taken voor jonge mensen. *
- These are easy duties for someone like you.
Dit zijn makkelijke taken voor iemand als jij.
- It's ideal if you are creative.
Het is ideaal als je creatief bent.
- Teaching art is fun if you like working with children.
Leren schilderen is leuk als je het leuk vind om te werken met kinderen. *
- You could work with other pupils.
Je kunt werken met andere leerlingen.
- You can help old people.
Je kunt oudere mensen helpen.
- You could help pets.
Je kunt huisdieren helpen.
- This job pays well.
Dit baantje verdient goed.
- Tutoring includes working with people.
Bijles geven plus werken met mensen. **
- Being a lifeguard involves part-time work.
Een badmeester zijn betrekt je op deeltijdwerk. **
- You (don't) have to feed them.
Je hoeft ze (niet) te voeren.
- You are (not) expected to work with children.
Er wordt (niet) van je verwacht dat je werkt met kinderen.
- Your are (not) to entertain them.
Het is je (niet) toegestaan om ze te vermaken. *
Ik hoop dat je er wat aan zult hebben... en succes met leren.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.