CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

Danique. (2 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

16 januari 2008

Taal:

Woorden:

1.600

Bekeken:

1525 keer (13 deze maand)

Waardering:

4.3/5 (6 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 Paragraaf 1: Uitvindingen bieden nieuwe mogelijkheden.

Snelle ontwikkeling van de industrie
Toen de landbouw voor steeds meer mensen in West - Europa als belangrijkste middel van bestaan verdrongen werd door de industrie, waren de veranderingen zo groot dat men ook wel sprak van de Industriële Revolutie.
Door de Industriële Revolutie ontstond er een Industriële Samenleving = een samenleving waarin de meeste goederen in fabrieken worden gemaakt en de meeste mensen in de steden wonen.
Als een agrarische samenleving door het toenemen van het aantal industrieën verandert in een industriële samenleving, wordt dit industrialisatie genoemd.

Door de uitvinding van machines ontstaat er katoenindustrie
Katoen werd in Azië al heel lang gebruikt voor kleding. Engelse kooplieden voerden het uit India in. Slimme zakenlieden zagen in, dat van katoen goedkopere kleding was te maken dan van wol of zijde. Katoen was bovendien handiger in het gebruik, omdat men het zonder problemen kon wassen. Er ontstond erg veel vraag naar katoenen kleding. De spinners en wevers, die nog met spinnewielen en weefgetouwen werkten, konden de vraag niet meer bijhouden. Fabrikanten, arbeiders en uitvinders sloegen aan het experimenteren. En vanaf de 18e eeuw zorgde een heel reeks uitvindingen ervoor, dat er steeds meer en goedkoper kon worden geproduceerd.

De stoommachine verschaft goedkope energie
Tot ongeveer de 18e eeuw werd het werk met de handen verricht en kreeg de mens hulp van het dier, stromend water en wind. Sindsdien ging men gebruikmaken van stoom, verbranding van gassen en elektriciteit.
Stoom werd de 1e nieuwe energiebron. Begin 18e eeuw werden stoommachines al gebruikt, toch werden ze niet direct ingevoerd omdat de fabrikanten al veel geld in fabrieken met waterkracht hadden gestoken.

De stoomlocomotief en de spoorwegen
Houten en ijzeren rails waren al lang in gebruik in mijnen en steengroeven om het verplaatsen van zware ladingen te vergemakkelijken.

De stoomboot
De eerste stoomboten (1807) waren langzaam, de stookkosten waren hoog en de machines en kolen voorraden namen veel plaats in.
Stoomboten maakten mogelijk dat:
- Zware en omvangrijke goederen over grote afstanden werden vervoerd.
- Havensteden tot (grotere) bloei kwamen, overal waar grondstoffen werden gevonden en waar afzetgebieden waren.
- Er meer contact kwam tussen de verschillende werelddelen, vooral tussen moederland en koloniën.
- Nieuwe handelsgebieden voor de West – Europese industrie werden opengesteld.

Staal biedt tal van mogelijkheden
Van de eerste stoommachines zijn sommige uit elkaar gesprongen. Dit kwam doordat het gebruikte ijzer niet sterk genoeg bleek te zijn om de hoge druk van de stoom te kunnen weerstaan. Staal is een hard soort ijzer. Maar staal was veel duurder dan smeed- en gietijzer. De methode om op goedkope wijze staal te maken uit ruw ijzer hebben we vooral te danken aan de Engelse uitvinder Henry Bessemer. Hij ontdekte dat door lucht te persen door een vat met gesmolten ijzer onzuivere bestanddelen van het ijzer in een vonkenregen worden verbrand. Zo kon in ongeveer 20 min. ijzer veranderd worden in staal. Men beschikte nu over een metaal dat harder, lichter en buigzamer was dan ijzer.
De uitvinding bood tal van mogelijkheden:

- Er konden stalen constructies worden ontworpen voor allerlei doeleinden
- De kwaliteit van ijzeren producten zoals wapens kon worden verbeterd
- Grote staalindustrieën ontstonden in West – Europa en de VS. Bij die industrieën groeiden nieuwe steden als Essen in Duitsland en Lille in Frankrijk

Uitvindingen maken uitbreiding van de mijnbouw mogelijk
IJzer werd belangrijk als grondstof, kolen als energiebron. De mijnbouw breidde zich daardoor uit. Twee grote problemen waarmee de mijnbouw te maken had waren het mijngas en het water. Voor het wegpompen van water vond men in het begin van de 18e eeuw een stoommachine uit. Bij het aanboren van nieuwe lagen steenkool bestond altijd het gevaar dat mijngas vrijkwam. De Engelsman Humhrey Davy ontdekte dat metalen gaas de warmte zo snel afleidt, dat een vlam er niet doorheen kan slaan. Zo vond hij de veiligheidslamp uit. Met deze lamp werden niet alleen ontploffingen voorkomen, maar door het flikkeren van de vlam waarschuwde de lamp ook voor gevaarlijke gassen.

Elektriciteit wordt een nieuwe bron van licht en energie
In de 19e eeuw slaagden uitvinders erin elektriciteit te benutten als bron voor licht en energie. Men ontdekte dat men ook van waterkracht gebruik kon maken door een dynamo aan te sluiten op een waterrad.
Vanaf dat moment leken de mogelijkheden onbeperkt:
- Elektriciteit werd zo goedkoop dat het mogelijk was ieder huis op een elektriciteitscentrale aan te sluiten.
- In fabrieken en huizen kon elektriciteit als bron van energie worden gebruikt voor allerlei doeleinden
- Op den duur slaagde men er ook in treinen en trams door elektriciteit voor te bewegen.
- Elektriciteit kon ook gebruikt worden voor het contact tussen mensen over lange afstanden

Een bezwaar van het gebruik van elektriciteit is, dat men in verbinding moet blijven staan met de elektriciteitscentrale.

De uitvinding van de moderne communicatiemiddelen
Telegraaf

De Amerikaan Samuel Morse vond in 1837 de telegraaf uit. Hij ontwierp een code van punten en strepen, eigenlijk van korte en lange trillingen, dat jarenlang gebruikt is als internationale telegraafcode.

Telefoon en Grammofoon
De Amerikaan Alexander Graham Bell lukte het in 1876 het gesproken woord via kabels over een grote afstand te verplaatsen.
De eerste die erin slaagde geluid vast te leggen (op een plaat) was de Fransman Charles Cros (1877)

Van draadloze telegrafie naar draadloze radio
De Italiaan Guglielmo Marconi was de belangrijkste van enkele uitvinders die de draadloze telegrafie ontwierpen. In 1897 vond er een uitzending plaats tussen een Italiaanse haven en een schip over een afstand van 5500 meter. Het jaar daarop kwam de eerste verbinding tussen Frankrijk en Engeland tot stand en in 1901 tussen Europa en Amerika.

Film en Televisie
Film werd rond 1900 voor het eerste aan het grote publiek vertoond. Aanvankelijk werden de – nog stomme – films meestal gecombineerd met toneelvoorstellingen. Maar vanaf 1905 werden er ook uitsluitend films vertoond. De film werd een groot succes. Televisie werd in de 20e eeuw uitgevonden. Pas na de 2e wereld oorlog werd de televisie als massaproduct vervaardigd.

Voor oude grondstoffen worden nieuwe toepassingen, nieuwe ‘grondstoffen’ uitgevonden
Sinds de 18e eeuw bestudeerden scheikundige nauwkeurig de samenstelling van stoffen. Hun proeven met aardolie en steenkool leidden tot de uitvinding van nieuwe “grondstoffen” zoals plastic en nylon. Tot halverwege de 19e eeuw wist men alleen van het bestaan van aardolie op plaatsen waar olie aan het aardoppervlak kwam. In 1859 ontdekte de Amerikaan Edwin L. Drake, dat aardolie in grote hoeveelheden uit ondergrondse bronnen kon worden gehaald door gebruik te maken van boorinstallaties.
Men ontdekte dat olie ook kon worden gebruikt:
- als smeermiddel voor machines
- als brandstof voor motoren (diesel, benzine, kerosine)
- als grondstof waaruit weer andere producten konden worden gemaakt. Bijv. kunstrubber, asfalt, wasmiddelen en kunstvezels.

Nieuwe middelen van vervoer: de auto en het vliegtuig
Stoommachines waren groot. De vervoertuigen die erdoor werden aangedreven, waren te zwaar om voor vervoer over de weg te worden gebruikt. De stoommachine bleek wel geschikt voor het vervoer over rails. De elektrische motor was ook beperkt in het gebruik, omdat het voertuig voortdurend in verbinding moest staan met de elektriciteitscentrale. Elektriciteit was voor de trein en de tram zeer geschikt, maar voor vervoer over de weg niet. De eerste benzinemotor werd ontwikkeld door de Duitser Benz. Voor olieraffinaderijen was deze uitvinding zeer gunstig. Benzine werd namelijk uit het deel van de ruwe olie gemaakt, dat tot die tijd nergens voor kon worden gebruikt. In de 20e eeuw werd de auto een massaproduct, dat tot grote veranderingen in de samenleving leidde.
Het vliegtuig werd al voor de 1e wereldoorlog uitgevonden door de gebroeders Wright. Tijdens de 1e wereldoorlog werd het vliegtuig eerst gebruikt als oorlogswapen, later ook steeds meer voor vervoer van post en goederen, later ook steeds meer voor het vervoer van personen.

Lijst met uitvinders
James Hargreves – ontwierp een spinmachine waarmee acht draden tegelijk konden worden gesponnen maar wel met de hand moest worden bediend.
Richard Arkwright – ontwierp een spinmachine die door waterkracht werd aangedreven. (weer iemand anders combineerde deze twee machines met elkaar)
Eli Whitney – vond de katoen-ontpluis-machine uit waarmee de zaadjes uit de katoenpluis konden worden gehaald. (hierdoor kon 1 man het werk doen, waar vroeger 50 voor nodig waren)
James Watt – verbeterde de bestaande stoommachine, zodat deze voor meer doeleinden kon worden gebruikt.
George Stephenson – werd het meest bekend met het experimenteren met locomotieven.
Henry Bessemer – Hij ontdekte dat door lucht te persen door een vat met gesmolten ijzer onzuivere bestanddelen in het ijzer in een vonkenregen worden verbrand. Zo kon in 20 min. ijzer veranderd worden in staal.
Humphrey Davy – ontdekte dat een metalen gaas de warmte zo snel afleidt, dat een vlam er niet doorheen kan slaan. Zo vond hij de veiligheidslamp uit.
Tomas Edison – uitvinder van de gloeilamp.
Siemens – uitvinder van de dynamo.
Samuel Morse – uitvinder van de telegraaf en bedacht de morse code van streepjes en puntjes.
Alexander Graham Bell – lukte om het gesproken woord via kabels over lange afstanden te verzenden.
Charles Cros – Was de eerste die er in slaagde om geluid op een plaat vast te leggen.
Guglielmo Marconi – was de belangrijkste van enkele uitvinders die de draadloze telegrafie ontwierpen.
Edwin L. Drake – ontdekte dat de aardolie in grote hoeveelheden uit de ondergrondse bronnen kon worden gehaald door gebruik te maken van boorinstallaties.
Benz – ontwikkelde de eerste benzinemotor.
De gebroeders Wright – vonden het vliegtuig uit.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.