Geschreven door: | Annemarie (2 vwo) |
Datum ingestuurd: | 2 september 2001 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.400 |
Bekeken: | 15218 keer (49 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Wat is visueel gehandicapt?
Visueel betekend: Betrekking hebben op het zien. Als er ernstige beperkingen zijn bij het zien, spreekt men van visueel gehandicapt. Als een oogafwijking te corrigeren is met een bril, spreek je bijna nooit van een visuele handicap. Als iemand helemaal niet meer kan zien, noem je dat blindheid. Kan je nog een heel klein beetje zien, heb je het over (ernstige) slechtziendheid. Sommige mensen kunnen alleen nog maar licht van donker onderscheiden. Die noemen zichzelf ook vaak blind. Ze hebben niets aan dat beetje dat ze nog kunnen zien om zich te oriënteren.
Veel mensen gooien handicap, beperking, stoornis en aandoening door elkaar. Ik zal een voorbeeld geven waarin duidelijk wordt wat het verschil is. Bij een oogziekte zoals staar (aandoening) heeft de betrokkene last van mistig beeld (stoornis), kan moeilijker lezen (beperking) en daar heeft hij/zij dan last van (handicap). De hoeveelheid last hij/zij er van heeft, heeft te maken met de mate waarin hij/zij gehandicapt is. Bijvoorbeeld als iemand slechtziend is, maar hij/zij kan toch nog doen wat die wil, valt de hoeveelheid last ook wel mee.
De belangrijkste oorzaken van de visuele handicap zijn:
· Staar; dat is dat de ooglens niet meer doorzichtig is. Vergelijkbaar met een glas melk en een glas water. Goedziende mensen hebben een “waterbeeld”, mensen met staar een “melkbeeld”.
· Glaucoom; dat is een te hoge oogdruk. Door die druk gaan de zenuwcellen op het netvlies kapot.
· Ongelukken; verkeersongelukken, blind geboren, iets dat in de oog is geschoten, vuurwerk en ga zo maar door.
· Suikerziekte; door suikerziekte kunnen je bloedvaten kapot gaan. Ook de bloedvaten in je oog en daardoor kan je blind worden.
· Ook kan het erfelijk bepaald zijn.
Over een aantal van deze aandoeningen zal ik later nog iets vertellen.
Wat is blindheid?
De meeste mensen kunnen zich wel aardig voorstellen hoe het is om blind te zijn. Je kunt gewoon even je ogen dicht doen. Als je je ogen dicht doet en je praat met iemand anders, loopt naar de deur of je probeert iets in te schenken en op te drinken, merk je meteen al hoe moeilijk het eigenlijk is, om echt blind te zijn. Blinden gebruiken vaker hun andere zintuigen. Ze herkennen stemmen sneller, tasten alles af en hebben speciale manieren om dingen te doen zonder iets te zien.
Ook in het verkeer kan het moeilijk zijn om de weg te vinden. Wanneer er een auto aankomt, kan je overgereden worden. Of als je moet oversteken. Dat kan ook een probleem zijn, als er geen rateltikkers (die tikkende dingen bij een stoplicht) zijn. Mensen kunnen in zo’n geval een blindengeleidehond nemen. Ook worden er op plaatsen waar veel blinden komen een gidslijn aangelegd. Dat is een pad met ribbels zodat blinden precies weten waar ze moeten lopen. Op de meeste stations en vaak bij zebrapaden.
Wat is slechtziendheid?
Mensen die slechtziend zijn hebben vaker misverstanden dan blinden met hun omgeving. Want er zijn veel verschillende oogaandoeningen. Terwijl de ene nog gewoon in het verkeer kan lopen, moet de andere daar hulpmiddelen bij gebruiken, zoals de herkenningsstok. Het komt wel voor dat iemand geholpen moet worden in het verkeer, maar nog wel rustig op een terrasje een krant kan gaan lezen. Het kan ook zo zijn dat iemand nachtblind is; dat betekent dat iemand overdag goedziend is, maar ’s nachts helemaal niet goed ziet. Het is dus aardig moeilijk voor een goed ziende om een beeld te krijgen van slechtziendheid. Veel mensen denken dat als je slecht ziet, een bril voldoende is. Meestal is dat ook wel zo, maar niet altijd. Iemand die slecht ziet en dat is niet met een bril te corrigeren, is hij/zij slechtziend.
Mensen die maculadegeneratie, glaucoom of retenitis pigmentosa hebben, zijn of worden slechtziend. Het zijn oogaandoeningen die langzaam maar zeker heel duidelijk worden. Bepaalde delen van het netvlies of de oogzenuw raken beschadigd. Een bril kan het beeld op het netvlies dan wel scherp maken, het wordt niet goed doorgegeven aan de hersenen en daardoor blijft die gene een wazig beeld zien. Bij andere oogaandoeningen, zoals cataract en corneadistrophie, wordt de ooglens of het hoornvlies troebel. Ook dan zie je alles wazig. Het maakt niet uit of je nou wel of geen bril draagt.
Ik zal nu vertellen wat al die moeilijke woorden betekenen:
1. Maculadegeneratie: De gele vlek krijgt te weinig bloed en functioneert minder goed. Het gevolg is dat men in het midden van het beeld wazig ziet.Bril nr. 5 en 7.
2. Glaucoom: Een verhoogde oogdruk die er voor zorgt dat de oogzenuw slechter gaat werken. Het gevolg is dat steeds grotere delen van het netvlies niet meer goed kunnen meewerken. Uiteindelijk wordt kan je blind worden. Bril nr. 6
3. Retinitis pigmentosa: langzaam maar zeker neemt het gezichtsveld af. Meestal van buiten naar binnen. Uiteindelijk wordt die gene blind. Bril nr. 1
4. Cataract: Een andere naam is staar. De ooglens wordt troebel en dat maakt het erg moeilijk om goed te kijken. Bril nr. 4 en 9.
5. Corneadistriphie: De hoornvlies wordt troebel. In tegenstelling tot Cataract is deze aandoening niet zichtbaar.
Braille
Dit onderwerp het ik verdeeld in twee delen. Eerst vertel ik iets over de maker van braille, Louis Braille, en daarna vertel ik iets over braille in het algemeen.
LOUIS BRAILLE
Louis Braille was geboren in Coupvray in 1809. Door een ongeluk in de zadelmakers zaak van zijn vader werd hij blind aan één oog. Toen hij later aan zijn andere oog een ziekte kreeg, ging hij naar Parijs. In het blindeninstituut leerde hij letters met zijn handen te “lezen”. Hij oefende zo hard, dat hij op zijn 10e op die manier kon lezen. Hij hielp het instituut door nieuwkomers te leren lezen. Het schrift van het instituut was gemaakt van grote stoffen letters, die ze op grote papieren geplakt hadden. Daardoor waren de boeken erg zwaar en konden de kleine kinderen het boek moeilijk vasthouden.
Dat was de reden voor Louis Braille om een ander schrift te maken. Na veel na gedacht te hebben, hoorde hij van een kapitein die puntjes te gebruikte om elkaar zo te begrijpen in het donker. Louis begon met het maken van een nieuw schrift met puntjes. Hij gebruikte niet meer dan 6 puntjes. In 1826 was het schrift af. Hij ging naar de directeur, maar die vond zijn schrift beter en keurde het af. Maar Louis geloofde dat niet. Hij wilde leraar worden en slaagde in 1828. Hij bleef in Parijs om les te geven. Hij was verplicht leerlingen het oude schrift te leren, maar hij leerde hun ook het nieuwe schrift. In 1837 verscheen zijn eerste brailleboek en daarmee werden alle oude boeken meteen verdreven. Door dit schrift konden blinden ook schrijven en dat kon daarvoor niet. Maar hij ging verder en bedacht ook een manier om blinden muziek te kunnen laten lezen. In 1852 overleed hij op 43 jarige leeftijd.
ALGEMEEN
Voor veel blinden en zeer slechtzienden is het brailleschrift onmisbaar. Door braille kunnen die mensen zonder de hulp van anderen dingen lezen. De letters moeten daarvoor gemaakt zijn van voelbare puntjes.
De puntjes worden me de hand, met een brailleschrijfmachine, of brailleprinter van onderaf in het papier gedrukt. Als de puntjes met de hand worden aangebracht, moeten de woorden in spiegelbeeld gezet worden. Dat doen de makers door het papier in een reglette vast te klemmen. Het is een werkje waar je wel voor moet oefenen, omdat de puntjes in het spiegelbeeld gezet moeten worden en het moet puntje voor puntje gedaan worden. (Hoeveel goed zienden kunnen gewone letters in het spiegelbeeld?) Als je het papier dan omdraait kun je de puntjes voelen en blinden dus lezen.
Elk teken heeft zijn eigen combinatie van puntjes. Nog niemand heeft de eenvoud van het schrift kunnen verbeteren en het is dus ook nog steeds in gebruik. Je merkt pas echt wat er zo verbluffend aan is, als je bedenkt dat de combinaties, door een blinde, nooit verward kunnen worden met elkaar. Bij elke letter komt er een puntje bij. Als je A t/m J vergelijkt met K t/m T, valt je op dat ze precies dezelfde puntcombinaties hebben, maar dan komt er een puntje bij. Dat is ook zo bij de letters U t/m Z. Alleen de W is een uitzondering, omdat die in het Frans niet voorkomt en Louis Braille was Frans. Voor hoofdletters en cijfers had hij ook een speciaal teken. Die zette hij voor de hoofdletter of het cijfer.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.