Geschreven door: | willy251 [meer] |
Datum ingestuurd: | 25 januari 2008 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.150 |
Bekeken: | 3066 keer (39 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Concurrentie politiekDe Chinese overheid zorgt er voor dat er meer word geëxporteerd dan word importeert. Dit betekent dat China een positieve handelsbalans heeft. Als je kijkt naar de handels balans van de Amerikanen kun je zien dat zij veel importeren uit China en zelf een negatieve handels balans heeft. De VS probeerde de Chinese overheid de munteenheid te herwaarden. De Chinese overheid houdt de koers van de munteenheid yuan expres laag en wilecht de wensen van de VS niet in. Om te zorgen dat de koers van de yuan niet stijgt grijpt de overheid in op de valutamarkt. Doordat ze ingrijpen kunnen ze de lage koers vasthouden. De overheid van China streeft naar een yuan die 8,28 tot 1 dollar staat. Door deze twee maatregelingen blijven de producten die uit China komen goedkoop. Omdat de producten goedkoop blijven is China gegarandeerd van een groeiende export. Dit zorgt op zijn beurt dan weer voor een groeiende productie capaciteit van China. Dat weer op zijn beurt zorgt voor groeiende werkgelegenheid. Deze principes zijn tot grote frustraties van de grote afnemers van China. Zij willen dat China meer gaat importeren.
LoonpolitiekOok met deze irritatie van de afnemers blijft het land een goede concurrentiepositie houden. De overheid houd de lonen laag en zorgt er voor dat de arbeidsproductiviteit erg stijgt. Door dat de arbeidsproductiviteit zo stijgt kan de regering de lonen laag houden. Maar de lage lonen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de lage prijzen. Maar ook dat de bedrijven veel winst maken. Deze winst inverteren ze terug in het land. Dit zorg voor meer banen. Je zou dus iegelijk zegen dat de lonen ook zouden stijgen. De lonen stijgen niet omdat China een hele grote bevolkingsgroei heeft en veel mensen van het platteland naar de steden trekken. De staat heeft de economie nog erg stevig in handen. De loonontwikkeling worden gecontroleerd en als het niet naar verwachting is gestuurd. Kapitaal verkeer is toegestaan maar word wel erg geremd door de Chinese overheid. China zorgt er voor dat de Amerikaanse munt sterk blijft omdat die sterk gekoppeld is aan de yuan.
Economische stabiliteit politiekRisico’s weerhouden beleggers om te gaan investeren in China. Hoewel statistieken uitwijzen dat er rendementen van meer dan 100% zijn te behalen zijn zij toch bang. De verschillen in rijkdom en ontwikkeling van de verschillende gebieden zijn enorm. Als er meer openheid komt en de communicatie tussen stedelijk gebied en achterland toeneemt zal dit zeker leiden tot sociale onrust. En stabiliteit is toch wel een belangrijke voorwaarde voor een stabiele economische groei.
UrbanisatieOm een stabiele economische basis te leggen motiveert de overheid de mensen van het platteland om naar de steden te trekken. Dit is omdat in de steden meer werk is en de lonen hoger liggen. Door deze hogere lonen zullen mensen in China steeds welvarender worden. Dit beleid heeft tot nu toe nog gewerkt. Het aantal armen neemt af in China en de middenklasse neemt toe. Doordat veel mensen naar de stad trekken breiden de steden snel uit. Iedereen moet immers een huis hebben waarin ze kunnen wonen. Met deze verstedelijking probeert China de arme landbouw te ontzien van een grote werkloosheid. China heeft de landbouw achtergesteld en wil er dan ook voor zorgen dat het volk gemiddeld beter word door de verstedelijking. Maar niet het gehele volk wordt beter: de mensen die achterblijven op het platteland zijn nog steeds heel arm. Deze mensen worden weggemoffeld en als zij tot opstand komen de grond in geslagen. Er zijn de afgelopen jaren velen van hen geëxecuteerd. En luistert niet naar de boeren want de vergroting van de werkgelegenheid is belangrijker en daarmee ook het verhogen van de welvaart.
Vergroting van de werkgelegenheid D.m.v. investeren
De winsten die er in China worden gemaakt worden weer geïnverteerd in de Chinese economie. Door deze geïnverteerde winsten vergroot je de werkgelegenheid. China maakt ook gebruik van leningen. Voor China zijn dit enorme bedragen. Door deze leningen is het bankwezen in China er slecht aan toe. Er wordt geschat dat meer dan 20% van de leningen niet liquide is en dus niet meteen inbaar. Dit zorgt voor een zakelijke onzekerheid onder de bedrijven.
D.m.v. achterhaald financieel systeem
De kredietverlening bestaat uit 4 primaire staatsbanken. Toen in 2001 China lid werd van het WTO wilde het WTO orde op zaken stellen in het bankwezen in China door privatisering van de primaire banken. Deze belofte heeft echter niks uitgehaald. Alles primaire banken zijn nog in handen van de staat. Niet echt in handen maar het schoot wel te hulp als de banken problemen hadden. China was in 2006 het probleem beu en liet alle buitenlandse banken toe in China. Het plan was dat deze banken voor een goed bankwezen zouden zorgen. Maar de overheid haalde zijn controle op het bankwezen nog niet helemaal weg. De Chinese overheid verplichte de banken grote kasreserves te hebben zodat alles bijna liquide werd. Door deze maatregel werd de economie van China stabieler en dit lijkt zicht to nu toe aan te houden.
Deze banken brachten hun eigen liberale systeem mee
Wat in ons liberale banksysteem in dit soort situaties is renteverhoging. Renteverhoging leidt namelijk tot afname van de investeringen en overbesteding. Helaas is rente geen bruikbaar instrument om de te snelle kredietgroei aan te pakken, omdat de overheidsbedrijven de grote vragers zijn, en de hoogte van de rente speelt dan nauwelijks een rol. Daardoor heeft renteverhoging dus geen doorslaggevende invloed.
Een goede beursgang van de banken is essentieel. Het vergroot het vertrouwen in de economie. Natuurlijk blijven de banken in het bezit van de staat en zo zijn ook een instrument om de conjunctuur te beïnvloeden.
Positief is dat de autoriteiten het grote risico onderkennen van een zwakke financiële sector. Ook door buitenlandse investeerders en beleggers wordt dit als een groot risico gezien. Dit moet worden ingeperkt. Want toevoer van het buitenlandse kapitaal én kennis ís belangrijk. Dus zal China zich in belangrijke mate aan de gemaakte afspraken met de WTO houden. Want op dit moment is concurreren met westerse (winstgevende) banken nog totaal irraisonable.
D.m.v. offshoren
Veel bedrijven van hier verplaatsen hun assemblage naar landen als China of overwegen dat te doen. Omdat de lonen daar een stuk lager liggen dan hier. De gemiddelde arbeidsproductiviteit ligt misschien lager, maar de kwaliteit van de geschoolde werknemer doet in de grote steden van China nog maar nauwelijks onder voor de gemiddelde Europeaan. En lagere kosten maken een grotere winstmarge mogelijk, ondanks de extra transportkosten. Men noemt dit fenomeen offshoren. Ook dit vergroot de werkgelegenheid in China, dus de regering ontvangt zulke bedrijven met open armen.
Groei inperkingDe Chinese regering vreest voor oververhitting van de economie. ‘De hoofdplanner van de Chinese regering, Ma Kai, zei begin maart al dat 'China niet blind groei moet nastreven. We moeten de manier waarop we economie laten groeien veranderen, want ze staat nu onder druk. Het Chinese inflatiecijfer zou tot de conclusie kunnen leiden dat het met de oververhitting wel meevalt. Een inflatie van 3 procent is inderdaad niet alarmerend hoog, maar vergeleken met de 0,9 procent prijsstijging die de Chinese economie verleden jaar kende is het wel een flinke sprong.Zij stelde dat de geldhoeveelheid dit jaar maar 17% mocht groeien, maar nu al is zij over de 19,4% heen. ‘Zo zou de investeringsgekte en het uitdijen van de geldhoeveelheid de inflatie in het land kunnen aanwakkeren en overinvesteringen in de hand kunnen werken. Dit laatste zou de last aan oninbare leningen bij de fragiele bankensector verder kunnen verzwaren.Peking stelde eerder al dat banken de uitgifte van leningen aan 'oververhitte' bedrijfstakken, zoals de staal-, aluminium- en cementindustrie, moeten minderen. De regering beval lokale en provinciale bestuurders te voorkomen dat er teveel geld naar bedrijven vloeide. Peking drong hier bij plaatselijke politici op aan, omdat juist zij lokale banken vaak onder druk zetten om de kredietkraan naar bedrijven wijd open te zetten. Ook al zijn die ondernemingen soms niet kredietwaardig, ze krijgen nieuwe leningen als de juiste contacten hebben. De oproep vanuit Peking blijkt tot nu nauwelijks te hebben beholpen, want plaatselijke besturen zijn volgens de regering verantwoordelijk voor de golf aan kapitaalsinvesteringen. Zij gaven hier 65% meer aan uit in de eerste twee maanden van het jaar; bij de centrale overheid was dat 'maar' 12% Een andere oplossing is de zogeheten kruipende koppeling (crawling peg). Een geleidelijke opwaardering zodat de dollarkoppeling langzaam wordt losgemaakt en er geen al te grote klappen vallen. De yuan koers jaarlijks met een (half) punt ten op zichtte van de dollar laten oplopen, zou redelijk zijn. Dit betekent twee dingen. Aan de ene kant wordt de onstuimige Chinese exportgroei afgeremd, wat bijdraagt aan de afkoeling van de Chinese economie (oftewel minder oververhitting). Want een iets duurdere yuan, die het gevolg zou zijn van het versoepelen van de koppeling aan de dollar zou de groei van de export, de motor van de Chinese economie, een tikje vertragen. En de duurdere yuan zou door middel van lagere invoerprijzen ook bijdragen aan een verlaging van het inflatietempo. Maar de PBOC hoeft ook minder dollaraankopen te doen. Zo wordt de dollarkoers minder belangrijk voor het doen en laten van de Chinese economie. Dit zorgt er in ieder geval voor dat er geen plotseling wegvallend vertrouwen in de dollar ontstaat, met alle onoverzichtelijke gevolgen van dien. Wat ook een zeer grote gevolgen zou hebben voor China, want de Chinese economie is sterk verweven met de Amerikaanse economie.
Effect van de anticyclische maatregelenGezien de structurele hervormingen en de afzwakkende groei van de wereldeconomie in 2005 en de signalen van de Chinese beleidsmakers die voorlopig het huidige groeibeperkende macro-economische beleid willen voortzetten, is het vooruitzicht dat in de loop van 2005 de groei zal terugvallen rond een trendniveau van 8% en dat deze trend zich zal doorzetten ook in 2006 en 2007
Evenwichtige economische groeiDe Chinese economie moet blijven groeien, want anders stoort het land in. Het heeft nog te weinige zekerheden opgebouwd. De werkgelegenheid moet blijven toenemen, maar geleidelijk. Want als alle economische processen geleidelijk gaan, dan ontstaan er geen onevenwichtigheden of knelpunten.
Bepaalde instrumentaria die hier in het westerse beleid geheel zijn ingeburgerd, zoals renteverhoging, hebben in China weinig nut. De Chinese overheid weet door de staatsbedrijven genoeg invloed op de economie uit te oefenen. ‘Zij heeft namelijk wel meer dan 75% van de sectoren telefonie, petrochemie, olie, auto, staal en aluminium industrie in handen. Echter, zij zijn niet de drijvende kracht achter de Chinese expansie. Dat zijn de bedrijven de privé bedrijven en ‘joint ventures’ . Zij bewerkstelligen de meeste dynamiek, scheppen vrijwel alle nieuwe banen.
Toch zijn de overheidsbedrijven aantrekkelijker voor buitenlandse beleggers, omdat zij in de schaduw van de staat, een financiële garantie hebben. De staat zal áltijd het bedrijf ‘in leven houden’. Misschien komt hier verandering in, na de structurele veranderingen die moeten worden doorgevoerd, om aan de voorwaarden van open financiële markt van de WTO te voldoen. Maar voorlopig is de grote belangstelling voor de aandelenemissies begin dit jaar ‘je reinste hype’ te noemen.’ Oftewel een grote vraag en dat leidt tot hoge prijzen. Waarschijnlijk is hier sprake van overwaardering. En dat is gevaarlijk. Zie de economische crisis van de jaren ’30 die begon op de beurs van Wallstreet. De oorzaak? Overwaardering van soms zelfs ook nog niet-bestaande aandelen! Een risico, en risico’s moeten zo goed mogelijk worden beperkt, of uitgesloten zijn.
Zo leiden grote tegenstellingen in een land tot sociale onrust. Daarom probeert de Chinese overheid zo snel mogelijk de werkgelegenheid laten toenemen. Dit heeft zij zelfs als hoogste prioriteit gesteld. Dáárom ook, wordt er zo gemakkelijk krediet verstrekt; om maar zo snel mogelijk de productiecapaciteit te laten toenemen.
Maar tegelijkertijd is dit ook weer een groot risico, want als de groei ook maar een beetje tegenvalt zullen velen banken in problemen komen. En een goed bankwezen is toch wel een voorwaarde voor een evenwichtige economie.
De Chinese overheid zal dus de groei moeten inperken om overwaardering en
-investeringen de economie niet te laten ondermijnen. Maar tegelijkertijd weer niet te veel, want de een grote toename van werkgelegenheid moet gewaarborgd blijven. De koers van de yuan aan de dollar was ingesteld om deze laatste reden, maar verstandig lijkt, om hier langzaam van los te komen, door middel van de kruipende koppeling.
Verder is verdere doorvoering naar westers model noodzakelijk, want in praktijk blijkt dat de particuliere bedrijven de drijvende kracht zijn achter de economische groei en werkgelegenheid. Voor hen geldt geen financiële garantie van de staat, dus zullen zij streven naar winst en inspringen op nieuwe ontwikkelingen (consumentgericht beleid).
Tegelijkertijd moet iedereen in het grote China beseffen dat zij groot zijn geworden door te concurreren met lage prijzen. Langzaam mag dit uitgebouwd worden, maar voorlopig nog niet. Zo alleen kan een fatsoenlijke levensstandaard voor iedereen binnen bereik komen volgens de regering van China
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.