CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

Geschreven door:

Cocooo [meer]

Datum ingestuurd:

12 december 2007

Taal:

Woorden:

5.400

Bekeken:

6707 keer (99 deze maand)

Waardering:

4.2/5 (50 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
De West-Europeanen op ontdekkingstocht

Leg de rol van de Ierse monniken in de eerste ontdekkingen uit.
Ierse monniken zoeken tussen de 6de en de 8e eeuw afgelegen plaatsen om te bidden en te mediteren. Sommigen vestigen zich langs de Britse en Ierse rotskust. Anderen vinden dat nog niet onherbergzaam genoeg en laten zich in Lederen bootjes afdrijven. Enkele monniken bereiken zo ijsland sommige historici beweren zelf dat de Ieren tot in Amerika geraakt zijn.

Geef het verloop en het einde van de ontdekkingen door de Vikingen weer.
De vikingen bezitten vanaf de 9de eeuw de juiste schepen om op ontdekkingstocht te gaan: die zijn zeewaardig en hebben een geringe diepgang. Daardoor kunnen ze ook ondiepe baaien en rivieren opvaren. De vikingen koloniseren ijsland en Groenland. Onder leiding van Leif Eriksson verkennen ze vanuit Groenland een nieuw gebied. De vikingen noemen het Vinland (wijnland), naar de bessen die er groeien en die op druiven zouden lijken. Historici vermoeden dat ze Newfoundland (Noord-Amerika) bereikt hebben. Amerikaanse archeologen hebben er de restanten van een vermoedelijke vikingnederzetting blootgelegd. Omstreeks 1300 teisteren zware stromen het noorden van de Atlantische Oceaan. Scandinavië verliest het contact met de Groenlandse vikingen. Die sterven uiteindelijk door inteelt en gevechten met de Inuit. (Eskimo’s)

Geef de oorzaken van de verhoogde contacten met het Midden-Oosten vanaf de 11e eeuw.
Vanaf ongeveer het jaar 1000 heeft West – Europa meer contact met het Nabije Oosten. West – Europeanen willen er namelijk handel drijven, het christelijke geloof verspreiden of bondgenoten zoeken tegen de islam.

Leg de 4 hoofdoorzaken van de ontdekkingen vanaf de 14e-15e eeuw uit.
Vanaf de 14e eeuw gaan West – Europeanen steeds meer gebieden verkennen en koloniseren. Die ‘grote ontdekkingsreizen’ hebben:
· Economische oorzaken: West – Europese handelaars, vooral Italianen, kopen in het Midden – Oosten van Arabische kooplui specerijen, zijde, parels, reukwaren… Zij halen die producten o.a in Indië. In de 14e eeuw starten Turken echter een nieuwe veroveringsoorlog en hinderen zo de handel. Bovendien dromen enkele Europese kooplui ervan om zelf in Indië te geraken.
· Godsdienstige oorzaken: Op het Iberische schiereiland brengen de Portugezen en de Spanjaarden de reconquista (de hervorming van de christelijke gebeiden) tot een goed einde.
· Technische oorzaken: Enkele technische vernieuwingen laten toe dat de Europeanen zich verder op zee kunnen wagen. Vooral de schepen ondergaan verregaande verbeteringen. Het Portugees Karveel, een nieuw scheepstype, is beter geschikt voor verre zeereizen. Nieuwe instrumenten moeten de oriëntatie op open zee vergemakkelijken. Dankzij het kompas weet de scheepskapitein gemakkelijker het magnetische noorden te vinden. Meetinstrumenten, zoals het astrolabium, laten toe de breedtegraad te bepalen.
· Wetenschappelijke oorzaken: Men heeft de bolvorm van de aarde altijd aanvaard. De meeste geleerden en zeelui vrezen echter dat de oceanen te groot zijn om over te steken of dat er aan de evenaar een ondoordringbare hittegordel is. In de 14e – 15e eeuw zorgen verhalen van reizigers zoals Marco Polo ervoor dat een aantal avonturiers zich verder durven wagen. Ze willen immers ook de wonderen van het Oosten zien. Ze worden gesteund door geleerden die zich baseren op de Griekse geograaf Ptolemaeus. Zijn berekeningen tonen aan dat de aarde heel wat kleiner is. De verhalen van teruggekeerde zeelui en ontdekkers doen vervolgens de rest.


Noem twee Portugese en twee ‘Spaanse’ ontdekkingsreizigers op.
Portugese: 1. Bartolomeo Diaz
2. Vasco da Gama
‘Spaanse’ 1. Christoffel Colon of Colombus
2. Magelhaes

Beschrijf in grote lijnen het verloop van de Portugese en de Spaanse ontdekkingen.
Op het einde van de 14e eeuw komt er in Portugal een nieuwe koninklijke familie op de troon die de eeuwenoude strijd tegen de Moren wil voortzetten en nieuwe handelsgebieden wil vinden. Zij stimuleert zo uiteindelijk de ontdekkingsreizen. De Portugezen ontdekken verschillende eilanden in de Atlantische Oceaan. De Spanjaarden koloniseren de Canarische eilanden. De portugese karvelen verkennen de Afrikaanse kusten en een zeeweg naar Indië. De Portugezen hopen door het continent te roden Indië te bereiken. Vasco da Gama belandt in 1498 in Indië. Hij keert terug naar Portugal. Enkele jaren later veroveren de Portugezen verschillende steunpunten in Indië. Uit angst voor concurrentie houden de Portugezen hun zeerouten en ontdekkingen geheim.
De spanjaarden zijn onder invloed van Columbus met de kolonisatie van de ‘Nieuwe wereld’ begonnen. Columbus denkt dat je Indië het snelst bereikt door westwaarts te varen. Columbus kon de Portugese koning niet overtuigen maar zijn verhalen over de schatten van Indië overtuigen uiteindelijk de Spaanse koningin. Via de canarische eilanden zeilt Columbus naar het westen van de Bahama’s. Hij denkt dat hij enkele eilanden voor de Indische kust bereikt heeft. Hij sticht een kolonie en keert terug naar spanje. In bijkomende tochten probeer Columbus nieuwe kolonies te stichten en een een doorgang naar Indië te vinden. De meeste kolonies gaan echter ten onder: de kolonisten kampen met heimwee, tropisch klimaat onaangenaam, aangevallen door indianen… Columbus valt daardoor in ongenade. In 1506 sterft hij. De spanjaarden sturen andere expeditties naar de nieuw ontdekte gebieden. Dan komt men tot het besluit dan columbus eigenlijk een nieuw continent ontdekt heeft. Men noemt het Amerika, naar één van de ontdekkers.Amerigo Vespucci. Magelhaes zoekt verder naar de westelijke doorgang naar Indië maar sterft op de Fillipijnen met een gevecht met de inboorlingen. In 1521 bereikt 1 schip onder leiding van zijn spaanse luitenant opnieuw spanje. Dit is het eerste schip die rond de wereld is gevaren.

Geef de inhoud van het Verdrag van Tordesillas kort weer.
Het verdrag van Tordesillas is een verdrag die de paus regelt om de wereld te verdelen tussen Portugal en Spanje in 1494. Een deel van de wereld is voor portugal en een ander deel is voor spanje. Beide landen hanteren het ‘mare-clausumbeginsel’ (gesloten zee): enkel zij mogen zee en land in bezit nemen. Buitenlandse handelaars en verkenners beschouwen zij als piraten.

Leg de begrippen mare clausum en mare liberum uit en vergelijk.
Mare Clausum: Gesloten zee
Mare Liberum: Open zee
Bij gesloten zee is de zee niet van iedereen, en wordt de rest als piraten beschouwd. Open zee, zee is van en voor iedereen.

Noem de koloniale grootmachten op uit de 16e,17e & 18e eeuw.
16e eeuw: Spanje
17e eeuw: Engeland, Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden
18e eeuw: Engeland.

Geef het verschil tussen de Spaanse en Portugese kolonies.
Portugal richt op belangrijke plaatsen vooral versterkte handelsnederzettingen op en drijft handel met de plaatselijke bevolking.
Spanje palmt zoveel mogelijk grondgebied in. Ze richten in hun kolonies uitgestrekte plantages op waar allerlei koloniale producten gekweekt worden. Ze gebruiken aanvankelijk de inheemse volkeren als goedkope arbeidskrachten.
Verklaar het ontstaan van de Europese slavenhandel in Afrika.
Portugal en Spanje, en later ook de andere Europese landen starten in West-Afrika de slavenhandel. Zwarte slaven moeten vooral in Amerika op plantages en de mijnen werken.

Noem drie gevolgen van de ontdekkingen op en leg uit.
Op cultureel vlak veranderen de ontdekkingen het wereldbeeld van de Europeanen. Nieuwe landbouwproducten veranderen na verloop van tijd het voedingspatroon.



Handel en Handelstechnieken

Verklaar de volgende begrippen:

Jaarmarkten: Plaats waar kooplui uit Noord & Zuid elkaar ontmoeten
Wisselbrief: een verfijnde en nieuw geïntroduceerd betalingstechniek van de christenen. Een handelaar deponeert een bepaalde som geld bij een bank. In ruil krijgt hij een officieel document dat die storting bevestigt. Met dat document kan hij in een andere stad bij een filliaal van die bank die brief terug inwissel tegen baar geld.
Gilden: Een vereniging van kooplieden uit eenzelfde stad. Deze samenwerking zorgt niet alleen voor meer veiligheid, maar maakt ook dat kooplui de handel in hun stad kunnen gaan regelen en zelfs monopoliseren. Ze financiëren en stimuleren sos de uitbouw van een goede infrastructuur.
Hanze: een Hanze verenigt kooplui uit eenzelfde regio (steden) die met een bepaald gebied handel drijven.
Actieve handel: Handelaars trekken met goederen naar markten en steden om te kopen en te verkopen.
Passieve handel: kooplui vestigen zich op een vaste plaats waaruit ze hun zaken regelen.
Naamloos vennootschap: Een samenwerkingsverband van lange duur. De verschillende investeerders hoeven elkaar niet te kennen. Iedereen is vrij zijn aandeel te verkopen. Deze waarde hangt af va de prestaties van de onderneming.
Handelskapitalisme: Kooplui gaan samenwerken om dure expedities mogelijk te maken en risico’s te spreiden. Ook herinvesteert men (een deel van ) de winst om in de toekomst nog meer winst te maken. Daarmee wordt de basis van het kapitalistische systeem gelegd. Omdat het vooral over investering in grondstoffen, goederen en transport gaat spreken we over handelskapitalisme.
Indistrueel kapitalisme: In de 19de eeuw zal men vooral gaan investeren in de productie van goederen en van machines en fabrieken. Dat noemen we industrieel kapitalisme.
Beurs: hier worden voorbeeld ook wisselbrieven geïnd en doorgegeven
Mercantilisme: Economische politiek die onder andere via protectionistische maatregelen er naar streeft om meer geld (edelmetaal) binnen een staat te houden dan er uitvloeit.

Leg de herleving van de handel in de 10de eeuw uit.
In de loop van de 10e eeuw keert de rust geleidelijk weer. Een verbetering van het klimaat en betere landbouwtechnieken leiden tot bescheiden overschotten in de landbouwproductie. Een nieuwe heropbloei van de handel en de steden is het gevolg. Die steden ontwikkelen zich vervolgens van lokale marktplaatsen tot heuse centra van handel & nijverheid. Kooplui beginnen bovendien over steeds grotere afstanden handel te drijven.

Verklaar het ontstaan van de jaarmarkten in champagne.
De handelaars uit Noord en Zuid ontmoeten elkaar steeds meer op de jaarmarkten in Champagne. In de 12e & 13e eeuw is dat Franse vorstendom het kloppend hart van de internationale handel in europa.

Noem 4 nadelen van de transcontinentale handel op.
- Slechte wegen
- Struikrovers
- Allerhande tollen
- Beperkte vervoerskapaciteit.

Geef de belangrijkste reden voor het verval van champagne.
Door de ontdekking van handelsrouten over zee.

Geef een reden voor het feit dat de eerste bankiers Joden waren.
Geld uitlenen (Tegen een vaak hoge rente) is niet naar de zin van de kerk die dergelijke activiteiten lange tijd veroordeeld.



Leg een reden uit voor de verschuiving van het Economische zwaartepunt in de 16de eeuw in Europa.
Omdat de atlantische oceaan de draaischijf is van de handel over zee verschuift het economische zwaartepunt in Europa van de MZ naar de Atlantische havensteden.

Geef voor de 16e, 17e & 18e eeuw telkens een voorbeeld van een belangrijke havenstad .
16e eeuw: Antwerpen
17e eeuw: Amsterdam
18e eeuw: Londen

Geef een gevolg van de ongelijke handelsbalans tussen Europa & Azië in de Nieuwe Tijd en leg twee manieren uit waarop men dat probleem probeert op te lossen.
Er gaat meer geld uit dan dat er binnenkomt. De waarde van de invoer overtreft die van de uitvoer. à tekort aan betaalmiddelen.
Oplossingen zijn: * Bankbiljetten
* Import edelmetalen uit Amerika.

Geef twee redenen waarom de doorbraak van het bankbiljet zo lang op zich liet wachten.
1. Een gebrek aan vertrouwen
2. Fraude

Noem twee voordelen op van privésamenwerking in de intercontinentale handel.
Men kan de winst herinvesteren

Het risico wordt verspreidt.

Geef een belangrijk voordeel van een naamloze vennootschap.
De verschillende investeerders hoeven elkaar niet te kennen en kunnen dus vrij hun aandeel verkopen.

Noem twee redenen waarom de VOC een machtige organisatie wordt.
De VOC drijft niet alleen handel, maar sticht ook kolonies, sluit verdragen en voert zelfs oorlogen.

Geef de oorzaak voor de mercantilistische politiek van Frankrijk en Engeland.
Men probeert om met concrete maatregelen hun eigen markt te beschermen tegen de groeiende markt van de VOC.

Leg het verschil uit tussen de Franse & Engelse mercantilistische politiek.
Frankrijk= Verdediging eigen nijverheid
Engeland= Verdediging eigen Handel.

De ondergang van de indianenrijken.


Schets de evolutie van jagers naar stadstaten in algemene bewoording.
Ongeveer 30 000 jaar gelden steken nomaden de Beringstraat over tussen Siberië (Azië) en Alaska (Amerika). Ze verspreiden zich verder over het Amerikaanse continent. Omstreeks
11 000 v.C bereiken de eerste stammen het zuiden van Zuid-Afrika. Vooral in Midden – en Zuid Amerika evolueren de jagers en voedselverzamelaars tot landbouwers. De indiaanse boeren verbeteren gaandeweg hun teelten en technieken.

Toon het belang van mais aan.
De keek van mais, een aangepaste grasplant, is zeer belangrijk. Mais heeft niet alleen veel toepassingen (brood,bier,maaltijd) het is ook gemakkelijk in gedroogde toestand te bewaren.

Leg zo volledig mogelijk uit wie de god Quetzalquatel is.
Quetzalquatel is een gevederde slang, is de god die de mais uitgevonden heeft. Latere culturen, waaronder de Azteken nemen de god over. Eigenaardig genoeg denken ze dat Quetzalquatel een blanke man met een baard is.

Leg de rol van quetzalquatel in de spaanse veroveringen uit.
De azteken geloven dat Cortez de teruggekeerde Quetzalquatel is. Mentecuzuma, de gebieder, en zijn raadgevers weten niet goed hoe ze moeten reageren. Als ze beseffen dat er niets goddelijk is aan de conquistadores heeft cortez tijd genoeg gehad om de zwakke plekken van het rijk te doorgronden. Hij verwerft zo de steun van de andere indianensteden die hopen hun vrijheid op de Azteken terug te winnen.

Schets de opkomst van de Azteken van de 12e tot de 16e eeuw.
De azteken vestigen zich in de 12e eeuw in Middel – Mexico waar ze dienst doen als huurlingen voor de elkaar bestrijdende stadsstaten. Ze zijn zeer gegeerd omdat ze onder tegenstanders echte slachtpartijen aanrichten. In de 14e eeuw echter verjagen de stadsstaten de Azteken naar de moerassen van het Texcocomeer. Ze stichten daar zelf een stad: Technotitlan. Van daaruit starten ze een ware veroveringstocht. Verslagen vijanden moeten een schatting betalen: ze leveren jaarlijks een hoeveelheid producten (huiden,edelstenen,katoen,voedsle,koper,goed,…) en een aantal mensen die aan de Azteekse goden geofferd worden. Uit angst voor vergelding en nog zwaardere schattingen gehoorzamen de meesten. De schatting van trouwe en volgzame steden kan bovendien verlicht worden. Omstreeks 1519 bestaat het Azteekse rijk uit 3 hoofdsteden en telt 200 000 inwoners.

Leg het systeem van de schatting uit.
Verslagen vijanden moeten een schatting betalen: ze leveren jaarlijks een hoeveelheid producten( huiden, edelstenen, katoenen, voedsel, koper, goud)

Verklaar de talrijke mensenoffers.
De Azteken geloven dat de wereld al 4 keer vergaan is. De zonnegod die de 5de wereld zijn licht schenkt moet met bebloede mensenharten gevoed worden anders kan hij de maan en de nacht (het kwaad) niet overwinnen en vergaat de wereld.

Beschrijf het Azteekse geloof in het hiernamaals.
Azeteken geloven in het hiernamaals. Gesneuvelde krijgers, ge-offerden en vrouwen die in het kraambed sterven (bevallen = vechten) komen in het aards paradijs terecht. Na 4 jaar de zonnegod gediend te hebben, veranderen ze in vlinders & kolibries die veel nectar mogen eten. Anderen belanden in een minder aards paradijs.

Geef de oorzaken en gevolgen van de hoge landbouwopbrengsten.
De Azteekse macht is gedeeltelijk te danken aan de hoge landbouwopbrensten bij het meer van Texoco. De azteken irrigeren niet alleen droge stukken land, maar maken in het meer drijvende landbouweilanden (chinampas) Op rieten vlotten die in de meerbodem veranker zijn, gooien ze vruchtbaar slib uit het meer. Zeven weken boeren voedt 1 gezin voor 1 jaar. De Azteken hebben dus voldoende tijd om zich als ambachtsman of krijger bekwaam te maken.

Noem de voorwaarden op om gebieder te worden.
Een raad van priesters en krijgers en edelen kiest uit de koninklijke familie een nieuwe gebieder. Hij moet daarbij getuigen van Militair leiderschap, redenaarstalent, en kennis van godsdienstige gebruiken. Na zijn verkiezing vertrekt hij op veldtocht. Als hij niet genoeg krijgsgevangenen (offers) maakt wordt zijn gezag niet aanvaard en is hem geen lang leven beschoren.

Schets de samenstelling van de Azteekse samenleving.
De azteekse samenleving bestaat uit verschillende standen ( edellieden,clanleden,gewone lieden,slaven) en beroepsgroepen (krijgers, priesters, handelaars, ambachtslieden, kunstenaars, boeren,enz). Gewone Azteken kunnen opklimmen door goed te presteren op het slagveld, priester te worden of een machtige een dienst te verlenen. De meeste slaven zijn azteken die zichzelf aan een meester verkocht hebben. Ze hebben nog een grote vrijheid. Ze mogen zichzelf vrijkopen en kinderen van een slaaf zijn vrij.

Noem 4 voordelen die de Spanjaarden hebben.

1. Ze beschikken over betere wapens (zwaarden,borstplaten,geweren,…)
2. De Spaanse paarden & bloedhonden boezemen angst in
3. De azteken dachten dat Cortez de teruggekeerde Quetzalquatel is
4. de Azteken blijken niet opgewassen tegen Europese ziekten zoals Mazelen & Pokken

Noem 2 Spaanse wijzigingen op in het bestuur.

1. Een indiaan moet i.p.v de Azteekse gebieder de Spaanse vice – koning gehoorzamen.
2. Spaans is de bestuurstaal

Leg de volgende begrippen uit.

Gebieder = Tlachtoani, staat aan het hoofd van het rijk
Conquistador = veroveraar, naam voor avonturiers die de Nieuwe werled voor de spaanse kroon veroveren
Pueblo de los indios = indianendorpen

Het Ottomaanse Rijk

Situeer het ontstaan, de uitbreiding en de inkrimping van het Ottomaanse rijk in tijd en ruimte.
Aan het eind van de 13e eeuw verklaar Osman, één van de stamhoofden van de Seldsjoeken zich onafhankelijk. Vanuit het noordwesten van Anatolië onderwerpen Osman en zijn opvolgers ( de Osmanen of Ottomanen) de andere Turkse stammen. Ze breiden dan ook het rijk verder uit. In 1453 verovert sultan Mehmed II constantinopel, dat hoofdstad van het Ottomaanse rijk wordt en later Istanbul zal heten. Rond 1680 kent het Ottomaanse Rijk zijn grootste omvang. Niet lang daarna verliest het langzaam maar zeker de controle over verschillende Europese gebieden. Militaire nederlagen in de 18e eeuw versnellen dat proces.

Leg het begrip janitsaren uit.
Janitsaren is de benaming van een elite- of keurkorps, goedgetrainde soldaten in het Osmaanse Rijk, ingesteld rond 1330. Hun aantal is 12 000. Ze worden over alle delen van het rijk ingezet. En ze worden ingezt voor het bemannen van forten tegen de vijanden of ter bescherming.

Benoem de bestuursinstellingen en omschrijf hun bevoegdheden
De sultan bekleedt het hoogste gezag. Onder het gezag van de sultan heeft de grootvizier de absolute macht. Hij staat aan het hoofd van de viziers (ministers) die elk hun eigen bevoegdheid hebben over bijvoorbeeld het leger, de provinciebesturen, de ambtenaren enz. De administratie is enorm en bestaat uit goed geschoolde ambtenaren: boekhouders waken over de inkomsten (belastingen) en uitgaven. Rechters worden opgeleid in speciale staatsscholen. Voor hun rechtspraak baseren ze zich op de sharia. Regelmatig komen de hoogste functionarissen van de overheid, het leger en het gerecht samen in een raad (divan) in het paleis. Die raad adviseert de sulten, ontvangt buitenlandse gezanten, stelt wetten op, antwoordt op verzoekschriften en behandelt de belangrijkste strafrechterlijke zaken over de staadsveiligheid.

Beschrijf de macht van de sultan.
In het ottomaanse rijk bekleedt de sultan het hoogste gezag. Hij moet de islamitische wet (de sahria) handhaven. Als heerser over Mekka en Medina voert hij de trotse titel ‘Dienaar van de Twee Heiligdommen’ en controleert hij de twee belangrijkste wegen waarover de pelgrims trekken ( vanuit Damascus en Caïro ). Het organiseren en leiden van de jaarlijkse bedevaart behoort tot zijn voornaamste taken. Zijn aanzien in de Arabische wereld steunt grotendeels op zijn functie als beschermer van de islam.

Geef drie machtsverschuivingen in het bestuur.
· 16e eeuw= leden van de hofhouding van de sultan worden met de hoogste positie bekleed
· 17e eeuw: de macht van de grootvizier neemt toe, en hij en andere hoge ambtenaren bepalen de benoeming, wordt de sulton opgevolgd door oudste lid van de familie
· het bestuursysteem wordt ingeburgerd in het rijk.

Noem en typeer de verschillende groepen in de maatschappij.
De ottomaanse maatschappij is sterk opgesplitst in twee groepen: de heersers en de onderdanen. Tot de asker=heerser behoren onder andere de hoge ambtenaren en de legeraanvoerders. Ze zijn vrijgesteld van buitengewone belastingen en hebben een eigen rechtspraak. Ze zijn zeer rijk en kunnen hun bezit meestal doorgeven aan hun familie. De reaya = onderdanen wordt onderverdeeld in aparte categorieën, bijvoorbeeld per beroep. Ook de christelijke en joodse gemeenschappen vormen een aparte groep. Zij betalen hoofdelijke belastingen. In istanbul en in elke provincie heeft elke gemeenschap een door de overheid erkende geestelijke leider die verantwoordelijk is voor het handhaven van de orde.

Toon aan dat de economie een hoge bloei kent.
Het Ottomaanse Rijk vormt een uitgestrekt handelsgebied waar handelaars hun goederen relatief veilig kunnen vervoeren. Ze trekken over handelsroutes die onder toezicht staan van rijkstroepen en waarlangs karavanserais liggen. In het hele rijk neemt de bevolking toe en groeien de steden.

Geef twee verschillen tussen de Ottomaanse kunst en de Islamitische traditie.
Bij de Ottomanen is het donker & somber, & er worden personen afgebeeld.

Geef drie vormen van Ottomaanse toegepaste kunst en beschrijf.
Ze beelden af op gebruiksvoorwerpen, in miniaturen, op schilderijen en op feresco’s. De tapijtkunst gaat terug op het oorspronkelijke nomadenbestaan van de Turken.





Humanisme en wetenschap

Leg het begrip Humanisme uit.
Het humanisme is geestelijke stroming in de renaissance, gekenmerkt door vernieuwde studie van de klassieken.

Noem 3 kenmerken van het humanisme op.
Humanisten bestuderen met belangstelling de klassiek oudheid, velen beweren zelf dat zij de klassieke oudheid herontdekken, ze proberen een volledig en historisch corrrect beeld te vormen van de klassieke oudheid. Ze vergelijken verschillende versies van 1 tekst met elkaar om zo de fouten te ontdekken en daarna die test in zijn oorpsronkelijke vorm te herstellen. De meeste humanisten beperken zicht niet tot louter historisch of taalkundig onderzoek. Gedreven door hun kritische zin ontwikkelen ze een persoonlijke visie op mens en maatschappij. Ze willen allerlei wantoestanden aanpakken en gebruiken teksten en citaten van klassieke auteurs om hun standpunten te verantwoorden. Hun kritische ingesteldheid tegenover de kesten beïnvloedt ook de vooruitgang van de wetenschap in de 16de & 17de eeuw

Leg het verschil uit tussen de geleerden uit de 12de eeuw & de humanisten.
De geleerden in de 12de eeuw kenden en bestudeerden al de Griekse en Romeinse auteurs, maar Humanisten gaan verder, ze proberen een volledig en historisch correct beeld te vormen van de klassieke oudheid.

Geef 3 opvattingen van Erasmus weer.
- Hij pleit voor vrede en verdraagzaamheid
- Hij schrikt er niet voor terug om scherpe kritiek te leveren op machtsmisbruik en schijnheidligheid, bijvoorbeeld in de kerk.
- Erasmus wil de katholike kerk van binnenuit hervormen.

Geef 3 opvattingen van More weer.
- weigert de godsdienstpolitiek van de koning te steunen en wordt terechtgesteld.
- Aansporing om naar oplossingen te zoeken voor de verbetering van de maatschappij.
- Succesvolle politieke carrière in het lagerhuis.

Leg 3 ideeën van Macchiavelli uit.
Elke daad van de heerser die gericht is op het belang van de staat is gerechtvaardigd. Het doel heiligt de middelen. Morele overwegingen spelen daarbij geen rol. Liegen, bedriegen, moorden en zelfs oorlog zijn toegelaten als de staat er beter van word. De taak van de politicus bestaat erin om eerst te bepalen wat zijn doel is. Daarna moet hij onderzoeken voer welke middelen hij beschikt om dat doel te bereiken. Ten slotte moet hij een rationele afweging maken : met elk middel bereikt hij het best dat doel?

Verklaar waarom men Erasmus, More en Macchiavelli humanisten noemt.
Ze vormen een mening over maatschappelijke problemen. Men toont belangstelling voor de klassieke oudheid, maken hun eigen mening & bekijken alle teksten zeer kritisch.

Leg de invloed van het humanisme op de vooruitgang van de wetenschap.
Een aantal factoren leiden tot aanzienlijke wetenschappelijke vooruitgang in de Nieuwe Tijd: dankzij de boekdrukkunst verspreiden nieuwe inzichten zich razendsnel in de wetenschappelijke wereld. Vanaf de 17e eeuw worden er wetenschappelijke genootschappen en academies opgericht die het wetenschappelijk onderzoek ondersteunen en de uitwisseling van ideeën bevorderen. Dankzij de kritische zin van de humanisten en hun geloof in de eigen waarneming durven meer en meer geleerden af te stappen van het geloof in gezagsargumenten

Noem drie voorbeelden op van wetenschappelijke vooruitgang.
- De poolse wetenschapper Copernicus komt tot de conclusie dat de zon een vaste ster is waarrond de planeten draaien. Johannes Kepler verfijnt de ideeën van Copernicus. Hij toont aan dat de planeten geen cirkelvormige baan rond de zon beschrijven, maar een ellipsvormige baan.
- Dodoens beschrijft systematisch de planten en rangschikt ze
- William harvey toont aan dat de mens een bloedsomloop heeft. Hij baseert zich daarbij op dissecties van mensen en dieren.

De tegenstand uitleggen waarop de wetenschappers stoten.
Vele wetenschappers krijgen af te rekenen met mensen die de oude, traditionele opvattingen verdedigen. Ze moeten onweerlegbare bewijzen vinden voor hun opvattingen om die mensen van hun tijd tot zwijgen te brengen.


Leonardo Da Vinci en tijdgenoten.


Verklaar het werk van de ingenieurs voor de vorsten.
Vorsten en kerkleiders proberen de beste ingenieurs en kunstenaars te strikken. Ze moeten hun talenten tonen op het vlak van architectuur en schilderkunst, maar vaak moeten ze ook bruggen of aquaducten ontwerpen, plannen tekenen voor het bevaarbaar maken van waterwegen of oorlogstuig verzinnen. De kunstenaar-ingenieurs bedenken ook machines om bepaalde stappen in productieprocessen te vereenvoudigen. Bij feestelijkheden van het hof van hun opdrachtgever of theatervoorstellingen moeten zij zorgen voor speciale effecten zoals automaten die het publiek met verstomming moeten slaan.

Geef drie kenmerken van het werk van Leonardo Da Vinci.
- Hij bekijkt machines niet als geheel maar als een samenspel van een beperkt aantal onderdelen.
- Leonardo is ook erg bedreven in de schilder en tekenkunst en voorziet al zijn teksten van uitgebreide illustraties in perspectief.

Verklaar de samenwerking tussen humanisten en ingenieurs.
Ingenieurs bestuderen ook de wetenschap, de bouwkunsten en de technische vondsten uit de Klassieke Oudheid en brengen daarom vaak een bezoek aan de ruïnes van het oude Rome. Omdat ze in veel gevallen het Latijn niet machtig zijn roepen ze de hulp in van Humanisten om geschreven bronnen over wetenschap en techniek uit de Oudheid te vertalen. Omgekeerd helpen ze de Humanisten bij het correct vertalen van technische beschrijvingen.

Vergelijk Leonardo da Vinci met de andere ingenieurs van de Nieuwe Tijd.
Sommige van Leonardo’s tijdgenoten experimenteren al met stoomkracht. Leonardo is ervan overtuigd dat ook de natuur geen levende wezens kan laten bewegen zonder daarbij gebruik te maken van ‘mechanische onderdelen’. In het geheim voert h ij daarom dissecties uit op lijken om de werking van de menselijke organen te bestuderen.



Reformatie & Contrareformatie


Beschrijf de wantoestanden in de katholieke kerk voor de Reformatie.
Op het vlak van kennis van het christelijke geloof bestaat veel ontwetendheid. Het volksgeloof belanceert vaak op of over de grens tussen geloof en bijgeloof. De opleiding van de gewone parochiepriesters stelt niet zo veel voor. Met de hoge geestelijkheid is het al niet veel beter. Vorsten benoemen bisschoppen en ambten worden verkocht. Bovendien is het gezag van de paus al ondermijnd door het verblijf van de pausen in Avignon en het Westers Schisma. Zowel de hoge als de lage geestelijkheid komen de celibaatsverplichting dikwijls niet na. Het toedienen van sacramenten vinden ze niet altijd even belangrijk en als de plannen voor de bouw van een nieuwe grote Sint-Pieterskerk in Rome vaste vorm krijgt, trekken pauselijke aflaatpredikers door Europa. In deze bonte wereld vol tegenstellingen kadert in 1517 het optreden van Maarten Luther. Daarmee begint de Reformatie.

Beschrijf de leer van Luther.
Maarten Luther zegt dat het heil van de mens niet afhangt van het onderhouden van kerkelijke wetten en het doen van goede werken, maar wel van de vertrouwvolle overgave aan God. Luther ergert zich aan de handel in aflaten. Hij schrijft hierop op 31 oktober 1517 brieven aan enkele bisschoppen. Bij de brieven voegt hij 95 stellingen. In 1520 veroordeelt de paus een aantal stellingen van Luther. Die herroept zijn stellingen niet en wordt eerst in de kerkelijke ban en nadien in de keizerlijke ban geslagen. Luther plaats de bijbel boven het gezag van de pausen; concilies en de traditie in de katholieke kerk. In zijn denken is er nog slechts plaats voor 2 sacramenten: Avondmaal en doopsel. Het verplichte celibaat voor priesters verwerpt hij ook.

Beschrijf de leer van Calvijn.
Calvijn is na Luther de belangrijkste kerkhervormer uit de 16de eeuw. Hij wordt beïnvloed door de nieuwe Lutherse leer. Hij is veel radicaler dan Luther: de redding van de mens hangt alleen van god af, God kiest wie hij wil voor de hemel en wie voor de hel. ‘wat er ook gebeurd, je bent veilig bij je god’

Verklaar het ontstaan van het anglicanisme.
De oorsprong van het anglicanisme is nauw verwant aan de protestantse Reformatie.

Verklaar en beschrijf de houding van de vorsten in Duitsland,Frankrijk en Engeland.
- In het Duitse rijk steunen de rijksvorsten de reformatie (voor het lutheranisme) om onafhankelijker van de paus en het keizerrijk te worden. De Duitse keizer verliest de oorlog met die Lutherse rijksvorsten en moeten toestaan dat ze zelf de godsdienst in hun eigen territorium mogen kiezen.
- Uit angst voor ondermijning van zijn gezag blijft de franse koning het katholicisme trouw. Hij voert een sterke politiek tegen andersgezinden. Het edict van Nantes brengt vrde: het verleend te de calvinistische hugenoten (de franse protestanten) burgerrechten.
- In Engeland probeert de koningin (bijgenaamd bloody Mary) tevergeefs het katholicisme in Engeland te herstellen door protestanten te bestraffen en terecht te stellen. Elisabeth herstelt het anglicanisme.

Situeer het Edict van Nantes en de Vrede van Augsburg in de tijd en leg uit.
Het edict van Nantes brengt vrede: het verleent de calvinistische hugenoten ( de franse protestanten) burgerrechten (eind 16de eeuw) in 1555. De Duitse keizer verliest de oorlog met die Lutherse rijksvorsten en moet toestaan dat ze zelf de godsdienst in hun eigen territorium mogen kiezen. (vrede van augsburg)

Geef het doel van de concilie van Trente weer.
Het concilie van Trente wil de kerk herenigen, misbruik aanpakken en duidelijkheid scheppen over de geloofsleer.

Som drie maatregelen op van het concilie die het protestantisme moeten bestrijden.
1.De bisschoppen moeten in hun bisdom blijven
2. De nieuwe priesters worden opgeleid in seminaries.
3. Oude kloosterorden worden hervormd en er worden nieuwe opgericht.

Vergelijk de inhoud van de verschillende christelijke godsdiensten met elkaar.


Het Habsburgse Rijk.

Verklaar het begrip ‘Hausmacht’.
Het streven van de Duitse keizers uit het geslacht van Habsburg om hun familiebezit; waarop hun werkelijke macht gebaseerd was, uit te breiden. Die politiek stond soms haaks op de belangen van het Rijk.

Noem de belangrijkste erflanden van Karel V op.
Sardinië, Napels, Sicilië, Castilië, Aragon, Nerderlanden, delen van Italië en Spanje. En de Spaanse kolonies in de Nieuwe Wereld.

Noem drie vijanden van Karel V op en geef ook hun motieven.
1. Duitse vorsten :Ze bekeren zich tot het protestantisme om zich zo te verzetten tegen de groeiende macht van de Katholieke keizer.
2. Franse koning : Voelt zich ingesloten door Karel V.
3. Turken : Probeerden in 1529 tevergeefs Wenen te belgeren.

Geef de ‘Stamvaders’ van de Spaanse en de Oostenrijkse habsburgers.
Oostenrijkse Habsburgers: Kareld de Stoute, Frederik III, Maximilaan van Oostenrijk en Filips de Schone.
Spaanse habsburgers: Ferdinand I & Johanna de Waanzinnige.

Geef twee redenen voor de neergang van Spanje in de 17de eeuw.
In de 17de eeuw brokkelt de Spaanse macht af: o.a. de noordelijke Nederlanden en Portugal gaan verloren.met de dood van de mentaal en lichaamelijk gehandicapte karel II in 1700 sterven de Spaanse habsburgers uit.

Geef telkens een oorzaak voor het uitbreken van de Dertig-jarige Oorlog, de Spaanse Succesieoorlog en de Oostenrijkse Succesieoorlog.
In de 17e eeuw proberen de katholieke Habsburgers ook hun keizerlijke gezag te versterken. Dat leidt vooral tot spanningen met de protestanten. Een nieuwe oorlog waarmee buurlanden zoals frankrijk zich bemoeien is het gevolg. --> Dertig-jarige Oorlog.

Na de dood van Karel II van Spanje komt de Spaanse troon in handen van een kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. De Oostenrijkse Habsburgers, gesteund door andere landen, claimen de troon. --> Spaanse successieoorlog.

Een aantal landen, waaronder Pruisen, weigert Maria Theresia als erfgename te erkennen en vallen de Habsburgse landen binnen. --> Oostenrijkse Successieoorlog.

Geef telkens het gevolg van die oorlogen voor de habsburgers.
Dertig-jarige oorlog --> De habsburgers trekken aan het kortste eind. De oostenrijkse habsburgers leggen zich weer toe op hun Hausmacht.

Spaanse succesieoorlog --> Levert niet de Oostenrijkers de Spaanse troon op maar wel de Zuidelijke Nederlanden en Zuid italië.

Oostenrijkse Successieoorlog --> Maria Theresia weet haar rijk grotendeels te behouden. Zij en haar opvolgers streven niet alleen naar gebiedsuitbreiding, maar proberen het Habsburgse Rijk om te vormen tot een meer Hechte staat.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.