geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

anoniem (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

11 december 2007

Taal:

Woorden:

1.300

Bekeken:

11376 keer (45 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (47 stemmen)

Deel op:

    Basisstof 1
    1. 1. Groeien, bewegen, ademhalen en uitscheiden.
    2.Dood heeft geleefd en levenloos niet.
    3. Omdat die van de soort niet ophoud en van een individu wel ophoud.
    4. Van zwemmen naar springen.

    2.
    Natuurwetenschap Onderwerp van studie
    Biologie Leer van de levensverschijnselen.
    Scheikunde Leer van de samenstelling van stoffen en elementen.
    Biochemie Bestaat uit biologie en scheikunde. Leer van de omzetting van stoffen in levende organismen.
    Natuurkunde Leer van de verschijnselen van de natuur, waarbij geen chemische veranderingen optreden.
    Biofysica Bestaat uit biologie en natuurkunde. Leer van de toepassing van fysische methoden bij het onderzoek van levensverschijnselen.
    Geologie Leer van de bouw en de ontwikkelingsgeschiedenis van de aardkorst en van de processen die zich erin afspelen.
    Paleontologie Bestaat uit biologie en geologie. Leer van de bestuderingen van fossielen.

    Basisstof 2
    3. 1. Plotseling ontstaan van organismen uit levenloze of dode dingen.
    2. Muizen krijgen vaak en veel jongen. Die dingen zijn de benodigdheden die de perfecte leefomgeving creëren voor muizen.
    3. Omdat bij het werkboek afbeelding 2 er wel de hele tijd luchttoevoer is, maar de vliegen kunnen er niet bij en daardoor komen er geen maden.
    4. Probleemstelling → hypothesevorming → werkplan → experimentele fase → observatie → resultaten → conclusie.
    5. Om het verschil te bewijzen.
    6. Je moet er goed voor zorgen en je moet ze goed observeren.
    7. Dekseltjes eraf en meer bonen.

    4. 1. 10 per schaaltje.
    2. 20º C tot 25º C.
    3. Aan.
    4. Elke dag even observeren, steeds ongeveer de zelfde tijd.
    5. De resultaten, conclusie, de vraag, werkplan, waarnemingen en een veronderstelling.

    Basisstof 3
    6. 1. Lever.
    2. Slokdarm.
    3. Long.
    4. Hart.
    5. Milt.
    6. Maag.
    7. Dikke darm.
    8. Dunne darm.

    7. 1. Borstwervel.
    2. Rib.
    3. Long.
    4. Hart.
    5. Borstbeen.
    6. Galblaas.
    7. Lever.
    8. Nier.
    9. Aorta.
    10. Slokdarm.
    11. Maag.
    12. Holle ader.
    13. Dikke darm.
    14. Dunne darm.

    8. 1. Het blaadje gaat iets omhoog.
    2. Dan kan hij sneller zijn vleugels bewegen.

    9. 1. Als de kop, romp en staart geleidelijk in elkaar overgaan.
    2. Dan komt het makkelijker vooruit onder de grond.

    10. 1. Botten in de voeten en kwallen.
    2. Gestroomlijnde dieren.
    3. De romp.
    4. Holle botten.

    11. 1. Er zit geen diepte in.
    2. Cellen met dezelfde functie en vorm die in groepen bij elkaar liggen.
    3. Je kunt erdoor voelen.
    4. Dood materiaal.
    5 Hard anders kunnen botten ook niet hard zijn.

    Basisstof 4
    12.
    Nummer Onderdeel Functie of kenmerk
    1 Diafragma Draaibare schijf waaraan de objectieven zitten.
    2 Objectief De onderste lens.
    3 Klem Klemt het preparaat vast.
    4 Spiegel Regelt de hoeveelheid licht die door de lenzen valt.
    5 Lampje Laat licht door de lenzen vallen.
    6 Oculair De bovenste lens.
    7 Tubus Buis waar het oculair in zit.
    8 Standaard Hieraan pak je de microscoop vast.
    9 Tafel Hier leg je het preparaat op.
    10 Grote schroef Knop voor de grove scherpstelling.
    11 Kleine schroef Knop voor de fijne scherpstelling.

    13. 1. 40x, 100x en 400x.
    2. Nummer 1.
    3. Een dwarsdoorsnede.
    4. Nummer 3.

    Basisstof 5
    15.
    Deel Komt vrij bij plantaardige cellen Komt vrij bij dierlijke cellen
    Celwand X X
    Celmembraan X X
    Cytoplasma X X
    Grote centrale vacuole X X
    Celkern X X
    Kernmembraan X X
    Kernplasma X X
    Chloroplast X X
    Chromoplast X X
    Leukoplast X X

    16. 1. Het kernmembraan.
    2. Ja, anders blijft het niet op zijn plek.
    3. Vacuolevocht en plastiden.
    4. Het licht.
    5. Chloroplasten → Chromoplast.
    6. Chromoplast → Chloroplast.
    7. Ja, het heeft namelijk een functie.

    Basisstof 6
    21.
    Nummer Delen
    1. Celwand
    2. Celmembraan
    3. Intercellulaire ruimte
    4. Cytoplasma
    5. Kernporie
    6. Kernlichaampje
    7. Kernmembraan
    8. Mitochondrium
    9. Grote centrale
    10. Vacuolemembraan
    11. Chloroplastiden
    12. Endoplasmatich reticulum

    22.
    Delen Functie
    Celwand Stevigheid
    Grote centrale vacuole Stoffen opslaan
    Celkern Regelen van processen
    Endomlasmatich reticulum vervoeren van stoffen
    Mitochondriën Energie vrijgeven
    Chloroplasten Fotosynthese

    23. 1. Ze hebben een functie bij het vormen van eiwitten.
    2. Oppervlakte vergroten.
    3. De activiteit van de cel.
    4. Chloroplast heeft ligt nodig, want anders verkleurt het.
    5. 2 Fosfolipidelagen
    6. Bescherming, stoffen doorlaten en tegenhouden en grens tussen de cel en de omgeving.

    Basisstof 7
    24. 1. 15 milliliter.
    2. 250 milliliter.
    3. 1 gram keukenzout en 19 gram water.
    4. Suikeroplossing K.
    5. 12%.
    6. Buitenlucht.

    25. 1. Bij de deur, die opening is groter.
    2. 3, dat is groter.
    3. Sneller.

    27. 1. Ja, de oplossing is niet het zelfde.
    2. De rechter.
    3. Ja.
    4. De linker.
    5. Ja.
    6. Overal gelijk.
    7. Nee.
    8. De linker.
    9. Ja, naar rechts.
    10. De rechter.
    11. Minder water.
    12. Nee, de suiker blijft aan de zelfde kant.

    28. 1. Hoger, omdat in het gedestilleerde water geen zout zit.
    2. Omdat het gedestilleerde water er bij in komt.
    3. Gedaald, door het water dat erbij kwam.
    4. Gedaald, door het water dat erbij kwam.
    5. Doordat het is verdund.
    6. Nee, er is geen druk mee.
    7. Omdat het alleen water doorlaat.

    29. 1. Hij scheurt.
    2. Vervormen.
    3. Het is geen 0,9% NaCl-oplossing.
    4. Gaat er meer water in het pantoffeldiertje.
    5. Ze zullen verdwijnen, want het zout neemt vocht op.

    30. 1. Weefselvloeistof.
    2. Omdat het bepaalde stoffen doorlaat.
    3. Die maakt het zelf aan.
    4. Door de poriën.
    5. Tegen.
    6. Ja.
    7. Als molecuul.
    8. Geen zuurstof nodig.
    9. Transport waarbij energie nodig is.
    10. Als molecuul.
    11. Mee.
    12. Ja.
    13. Mee.
    14. Ja.

    Basisstof 8
    31. 1. Ja.
    2. Zout water.
    3. Naar buiten.
    4. Het wordt minder.
    5. Kleiner.
    6. Slapper.
    7. Lager.

    32. 1. Het groter worden van een cel.
    2. Naar buiten, de osmotische waarde buiten de cel lager is.
    3. Af.
    4. Bij P.
    5. Het volume van de cel wordt kleiner, terwijl de celwand niet loslaat. De cel laat daardoor de celwand los.
    6. 0
    7. 1
    8. Gelijk, want anders komt er meer vocht in of gaat er meer vocht uit.
    9. Dan is het volume buiten te laag.
    10. Anders verwelkt het.
    11. De smaak.
    12. Het droogt de cellen uit.

    33. 1. Lager, het vocht gaat eruit.
    2. 1, er is nog bijna geen vocht uit.
    3. Extern milieu.
    4. Dat het gelijk is.
    5. Dan komt het weer vol vocht te staan.

    Extra basisstof 11
    1.
    Onderwerp Beroepen
    Natuur en milieu Akkerbouwer / boomchirurg / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
    Voorlichting en uitleg geven Biologieleraar / sportleraar
    Verzorging van mensen Apothekersassistente / erfelijkheidsonderzoeken / huisarts / kinderverzorgster / biologieleraar / mondhygiënist / opticien / schoonheidsspecialiste / verloskundige / verpleger
    Verzorging van dieren Dierenarts / dierentuinoppasser / biologieleraar / veehouder
    Verzorging van planten Akkerbouwer / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
    Bestrijding van ziekten bij mensen Apothekersassistente / erfelijkheidsonderzoeker / huisarts / biologieleraar / mondhygiënist / verpleger
    Bestrijding van ziekten bij dieren Dierenarts / biologieleraar / veehouder
    Bestrijding van ziekten bij planten Akkerbouwer / boomchirurg / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
    Voeding bij mensen Diëtist / akkerbouwer / kok / biologieleraar / mondhygiënist / verpleger
    Beweging Fysiotherapeut / sportleraar / biologieleraar / verpleger
    Voortplanting Biologieleraar / veehouder / verloskundige / verpleger
    De huid Huisarts / biologieleraar / schoonheidsspecialiste / verpleger
    Zintuigen Huisarts / biologieleraar / mondhygiënist / opticien / schoonheidsspecialiste / verloskundige / verpleger

    2.
    Categorie 1. Geen interesse 2. Niet veel interesse 3. Best wel interesse 4. Veel interesse
    1. Zorg en welzijn X
    2. Medisch X
    3. Planten, dieren en milieu X
    4. Voeding X
    5. Onderzoek X

    3. 2. Medisch: Laborant klinische neurofysiologie en Radiologisch laborant.
    5. Onderzoek: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek en?

    4. 1. Allemaal.
    2. Hoe je proefjes moet aanpakken.
    3. Natuur en techniek of natuur en gezondheid.
    4. Ja.
    5. Geen idee en ik kan het ook niet vinden.
    6. Iets in een laboratorium lijkt me heel leuk, en dit komt vooral door een aantal tv-series, zoals Bones, Crime Scene Investigation, CSI Miami en die soort dingen.

    Verrijkingsstof 1
    1. 1. Uit planten en dode dieren.
    2. Omdat eencellige zich delen.
    3. Omdat er bij die van Spallanzani geen lucht kwam.
    4. Omdat als je het kookt, gaan de bacteriën weg en komen ze niet meer terug.

    Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.