Geschreven door: | anoniem (4 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 11 december 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.300 |
Bekeken: | 11376 keer (45 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Basisstof 11. 1. Groeien, bewegen, ademhalen en uitscheiden.
2.Dood heeft geleefd en levenloos niet.
3. Omdat die van de soort niet ophoud en van een individu wel ophoud.
4. Van zwemmen naar springen.
2.
Natuurwetenschap Onderwerp van studie
Biologie Leer van de levensverschijnselen.
Scheikunde Leer van de samenstelling van stoffen en elementen.
Biochemie Bestaat uit biologie en scheikunde. Leer van de omzetting van stoffen in levende organismen.
Natuurkunde Leer van de verschijnselen van de natuur, waarbij geen chemische veranderingen optreden.
Biofysica Bestaat uit biologie en natuurkunde. Leer van de toepassing van fysische methoden bij het onderzoek van levensverschijnselen.
Geologie Leer van de bouw en de ontwikkelingsgeschiedenis van de aardkorst en van de processen die zich erin afspelen.
Paleontologie Bestaat uit biologie en geologie. Leer van de bestuderingen van fossielen.
Basisstof 23. 1. Plotseling ontstaan van organismen uit levenloze of dode dingen.
2. Muizen krijgen vaak en veel jongen. Die dingen zijn de benodigdheden die de perfecte leefomgeving creëren voor muizen.
3. Omdat bij het werkboek afbeelding 2 er wel de hele tijd luchttoevoer is, maar de vliegen kunnen er niet bij en daardoor komen er geen maden.
4. Probleemstelling → hypothesevorming → werkplan → experimentele fase → observatie → resultaten → conclusie.
5. Om het verschil te bewijzen.
6. Je moet er goed voor zorgen en je moet ze goed observeren.
7. Dekseltjes eraf en meer bonen.
4. 1. 10 per schaaltje.
2. 20º C tot 25º C.
3. Aan.
4. Elke dag even observeren, steeds ongeveer de zelfde tijd.
5. De resultaten, conclusie, de vraag, werkplan, waarnemingen en een veronderstelling.
Basisstof 36. 1. Lever.
2. Slokdarm.
3. Long.
4. Hart.
5. Milt.
6. Maag.
7. Dikke darm.
8. Dunne darm.
7. 1. Borstwervel.
2. Rib.
3. Long.
4. Hart.
5. Borstbeen.
6. Galblaas.
7. Lever.
8. Nier.
9. Aorta.
10. Slokdarm.
11. Maag.
12. Holle ader.
13. Dikke darm.
14. Dunne darm.
8. 1. Het blaadje gaat iets omhoog.
2. Dan kan hij sneller zijn vleugels bewegen.
9. 1. Als de kop, romp en staart geleidelijk in elkaar overgaan.
2. Dan komt het makkelijker vooruit onder de grond.
10. 1. Botten in de voeten en kwallen.
2. Gestroomlijnde dieren.
3. De romp.
4. Holle botten.
11. 1. Er zit geen diepte in.
2. Cellen met dezelfde functie en vorm die in groepen bij elkaar liggen.
3. Je kunt erdoor voelen.
4. Dood materiaal.
5 Hard anders kunnen botten ook niet hard zijn.
Basisstof 412.
Nummer Onderdeel Functie of kenmerk
1 Diafragma Draaibare schijf waaraan de objectieven zitten.
2 Objectief De onderste lens.
3 Klem Klemt het preparaat vast.
4 Spiegel Regelt de hoeveelheid licht die door de lenzen valt.
5 Lampje Laat licht door de lenzen vallen.
6 Oculair De bovenste lens.
7 Tubus Buis waar het oculair in zit.
8 Standaard Hieraan pak je de microscoop vast.
9 Tafel Hier leg je het preparaat op.
10 Grote schroef Knop voor de grove scherpstelling.
11 Kleine schroef Knop voor de fijne scherpstelling.
13. 1. 40x, 100x en 400x.
2. Nummer 1.
3. Een dwarsdoorsnede.
4. Nummer 3.
Basisstof 515.
Deel Komt vrij bij plantaardige cellen Komt vrij bij dierlijke cellen
Celwand X X
Celmembraan X X
Cytoplasma X X
Grote centrale vacuole X X
Celkern X X
Kernmembraan X X
Kernplasma X X
Chloroplast X X
Chromoplast X X
Leukoplast X X
16. 1. Het kernmembraan.
2. Ja, anders blijft het niet op zijn plek.
3. Vacuolevocht en plastiden.
4. Het licht.
5. Chloroplasten → Chromoplast.
6. Chromoplast → Chloroplast.
7. Ja, het heeft namelijk een functie.
Basisstof 621.
Nummer Delen
1. Celwand
2. Celmembraan
3. Intercellulaire ruimte
4. Cytoplasma
5. Kernporie
6. Kernlichaampje
7. Kernmembraan
8. Mitochondrium
9. Grote centrale
10. Vacuolemembraan
11. Chloroplastiden
12. Endoplasmatich reticulum
22.
Delen Functie
Celwand Stevigheid
Grote centrale vacuole Stoffen opslaan
Celkern Regelen van processen
Endomlasmatich reticulum vervoeren van stoffen
Mitochondriën Energie vrijgeven
Chloroplasten Fotosynthese
23. 1. Ze hebben een functie bij het vormen van eiwitten.
2. Oppervlakte vergroten.
3. De activiteit van de cel.
4. Chloroplast heeft ligt nodig, want anders verkleurt het.
5. 2 Fosfolipidelagen
6. Bescherming, stoffen doorlaten en tegenhouden en grens tussen de cel en de omgeving.
Basisstof 724. 1. 15 milliliter.
2. 250 milliliter.
3. 1 gram keukenzout en 19 gram water.
4. Suikeroplossing K.
5. 12%.
6. Buitenlucht.
25. 1. Bij de deur, die opening is groter.
2. 3, dat is groter.
3. Sneller.
27. 1. Ja, de oplossing is niet het zelfde.
2. De rechter.
3. Ja.
4. De linker.
5. Ja.
6. Overal gelijk.
7. Nee.
8. De linker.
9. Ja, naar rechts.
10. De rechter.
11. Minder water.
12. Nee, de suiker blijft aan de zelfde kant.
28. 1. Hoger, omdat in het gedestilleerde water geen zout zit.
2. Omdat het gedestilleerde water er bij in komt.
3. Gedaald, door het water dat erbij kwam.
4. Gedaald, door het water dat erbij kwam.
5. Doordat het is verdund.
6. Nee, er is geen druk mee.
7. Omdat het alleen water doorlaat.
29. 1. Hij scheurt.
2. Vervormen.
3. Het is geen 0,9% NaCl-oplossing.
4. Gaat er meer water in het pantoffeldiertje.
5. Ze zullen verdwijnen, want het zout neemt vocht op.
30. 1. Weefselvloeistof.
2. Omdat het bepaalde stoffen doorlaat.
3. Die maakt het zelf aan.
4. Door de poriën.
5. Tegen.
6. Ja.
7. Als molecuul.
8. Geen zuurstof nodig.
9. Transport waarbij energie nodig is.
10. Als molecuul.
11. Mee.
12. Ja.
13. Mee.
14. Ja.
Basisstof 831. 1. Ja.
2. Zout water.
3. Naar buiten.
4. Het wordt minder.
5. Kleiner.
6. Slapper.
7. Lager.
32. 1. Het groter worden van een cel.
2. Naar buiten, de osmotische waarde buiten de cel lager is.
3. Af.
4. Bij P.
5. Het volume van de cel wordt kleiner, terwijl de celwand niet loslaat. De cel laat daardoor de celwand los.
6. 0
7. 1
8. Gelijk, want anders komt er meer vocht in of gaat er meer vocht uit.
9. Dan is het volume buiten te laag.
10. Anders verwelkt het.
11. De smaak.
12. Het droogt de cellen uit.
33. 1. Lager, het vocht gaat eruit.
2. 1, er is nog bijna geen vocht uit.
3. Extern milieu.
4. Dat het gelijk is.
5. Dan komt het weer vol vocht te staan.
Extra basisstof 111.
Onderwerp Beroepen
Natuur en milieu Akkerbouwer / boomchirurg / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
Voorlichting en uitleg geven Biologieleraar / sportleraar
Verzorging van mensen Apothekersassistente / erfelijkheidsonderzoeken / huisarts / kinderverzorgster / biologieleraar / mondhygiënist / opticien / schoonheidsspecialiste / verloskundige / verpleger
Verzorging van dieren Dierenarts / dierentuinoppasser / biologieleraar / veehouder
Verzorging van planten Akkerbouwer / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
Bestrijding van ziekten bij mensen Apothekersassistente / erfelijkheidsonderzoeker / huisarts / biologieleraar / mondhygiënist / verpleger
Bestrijding van ziekten bij dieren Dierenarts / biologieleraar / veehouder
Bestrijding van ziekten bij planten Akkerbouwer / boomchirurg / boswachter / hovenier / milieuconsulent / biologieleraar
Voeding bij mensen Diëtist / akkerbouwer / kok / biologieleraar / mondhygiënist / verpleger
Beweging Fysiotherapeut / sportleraar / biologieleraar / verpleger
Voortplanting Biologieleraar / veehouder / verloskundige / verpleger
De huid Huisarts / biologieleraar / schoonheidsspecialiste / verpleger
Zintuigen Huisarts / biologieleraar / mondhygiënist / opticien / schoonheidsspecialiste / verloskundige / verpleger
2.
Categorie 1. Geen interesse 2. Niet veel interesse 3. Best wel interesse 4. Veel interesse
1. Zorg en welzijn X
2. Medisch X
3. Planten, dieren en milieu X
4. Voeding X
5. Onderzoek X
3. 2. Medisch: Laborant klinische neurofysiologie en Radiologisch laborant.
5. Onderzoek: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek en?
4. 1. Allemaal.
2. Hoe je proefjes moet aanpakken.
3. Natuur en techniek of natuur en gezondheid.
4. Ja.
5. Geen idee en ik kan het ook niet vinden.
6. Iets in een laboratorium lijkt me heel leuk, en dit komt vooral door een aantal tv-series, zoals Bones, Crime Scene Investigation, CSI Miami en die soort dingen.
Verrijkingsstof 11. 1. Uit planten en dode dieren.
2. Omdat eencellige zich delen.
3. Omdat er bij die van Spallanzani geen lucht kwam.
4. Omdat als je het kookt, gaan de bacteriën weg en komen ze niet meer terug.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.