Geschreven door: | anoniem (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 20 november 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.100 |
Bekeken: | 1669 keer (4 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
HOOFDSTUK 1Het aanbod van arbeid bestaan uit alle mensen tussen 15 en 65 die kunnen mogen en willen werken.
Een ander woord voor aanbod van arbeid is beroepsbevolking.
Het aanbod van arbeid omvat niet alleen de mensen die op zoek zijn naar een baan dus de werklozen voor zover zijn officieel geregistreerd staan, maar ook de mensen die al een baan hebben werknemers en zelfstandigen (ook meewerkende gezinsleden).
Een demografische factor in de bevolkingssamenstelling: het arbeidsaanbod groeit vooral als er meer mensen komen in de beroepsgeschikte leeftijd.
5 demografische factoren:
- Stand v. economie
- Aanzuigeffect
- Ontmoedigingseffect
- Wetgeving
- Organisatie van het arbeidsproces
De vraag naar arbeid wordt uitgeoefend door bedrijven en de overheid, werkgevers. De werkgevers hebben arbeidskracht nodig dus vragen zij. Daarnaast horen ook de zelfstandige en vacatures bij deze groep. Zelfstandige hebben een eigen bedrijf en vragen hun eigen arbeidskracht. Vacatures is als een bedrijf op zoek is naar een bepaalde functie.
De groei van de economie gaat samen met de bestedingen van goederen en diensten. Voor deze productie hebben de bedrijven en de overheid arbeidskrachten nodig. Een stijging van bestedingen komt neer op een stijging van de vraag naar arbeid. Omgekeerd wordt de vraag naar arbeid in korte tijd negatief beïnvloed als het slecht gaat met de economie. Een terugloop van bestedingen komt neer op een daling van de vraag naar arbeid.
Met een arbeidsjaar wordt een volledige baan bedoeld op dit moment zijn de meeste volledige banen ongeveer 38 uur per week.
Het aantal werknemers en zelfstandigen in personen is groter dan dit aantal in arbeidsjaren, omdat veel mensen hun arbeidsjaren in een deeltijd aanbieden. Er zijn dan meerdere mensen nodig om een volledige baan te vormen. Daarnaast kan ook de vraag naar arbeid voor sommige functies niet voltijds maar deeltijds zijn.
De omvang van de werkgelegenheid en hoogte van de loon komen tot stand op de arbeidsmarkt.
De hoogte van de loon heeft te maken met een krappe of ruime arbeidsmarkt. Als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid dan is er een krappe arbeidsmarkt en stijgen de lonen.
Wanneer de vraag kleiner is dan het aanbod is er een ruime arbeidsmarkt en dalen de lonen.
HOOFDSTUK 2Een vereniging is een rechtsvorm, d.w.z. dat de vereniging een organisatievorm is die in de wet voorkomt en bepaalde eisen stelt aan elke vereniging. Eén van die eisen is dat een vereniging een bestuur heeft.
Eenmanszaak:
- Heeft 1 eigenaar
- Er kunnen meerdere mensen werken (wel 100 als het groot is)
- Je bent privé aansprakelijk voor schulden die je maakt, ze kunnen dat de schulden terughalen op jou bezittingen.
- Je hebt geen last van anderen als je beslissingen wilt nemen en je kunt alle winst voor jezelf houden.
- Het voortbestaan v.h. bedrijf komt alleen in gevaar wanneer de eigenaar overlijd.
Vennootschap onder firma:
- Er zijn meerdere eigenaren
- Je bent privé aansprakelijk als er schulden ontstaan, schuldeisers kunnen dat op je privé bezittingen terughalen.
- De mogelijkheden om geld te lenen zijn bij een VOF veel groter dan bij een eenmanszaak.
Besloten vennootschap:
- Er is een scheiding tussen de leiding en de personen die eigenaar zijn.
- Het zijn rechtspersonen dus ze zijn juridisch zelfstandig, je kunt bijvoorbeeld alleen het bedrijf voor de rechter slepen, zonder de eigenaren aan te klagen.
- Aandeelhouders zijn de eigenaren van een bedrijf, het is een eigendomsbewijs, aandeelhouders krijgen allemaal een deel van de winst een dividend.
- Deze aandelen staan op naam, er zijn meestal één of enkele directeuren – grootaandeelhouders.
- De gene die het meeste geld heeft ingelegd ontvangt ook het grootste deel van de winst, gaat het bedrijf failliet dan zijn ze alleen het ingelegde geld kwijt.
Naamloze vennootschap:
- Er is een scheiding tussen de leiding en de personen die eigenaar zijn.
- Het zijn rechtspersonen dus ze zijn juridisch zelfstandig, je kunt bijvoorbeeld alleen het bedrijf voor de rechter slepen, zonder de eigenaren aan te klagen.
- Aandeelhouders zijn de eigenaren van een bedrijf, het is een eigendomsbewijs, aandeelhouders krijgen allemaal een deel van de winst een dividend.
- Deze aandelen staan niet op naam en zijn dus vrij verhandelbaar, bijvoorbeeld kan een bedrijf door een uitgifte in 1 klap miljoenen of zelf miljarden binnenhalen.
- 1x per jaar is er een aandeelhoudersvergadering, elke aandeelhouder heeft stemrecht.
- Aandeelhouders worden gecontroleerd door de Raad van Commissarissen
- Door verkoop van de aandelen kunnen de aandeelhouders dan koers winst maken.
HOOFDSTUK 3Als het loon van werknemers gelijk blijft en de prijzen in de winkel stijgen dan kunnen de werknemers minder kopen. De koopkracht van het inkomen zal gaan dalen. Werknemers willen altijd een loonstijging die ervoor zorgt dat zij gewoon kunnen blijven kopen wat ze normaal ook kochten.
De loonstijging die bedoeld is om de koopkracht op peil te houden heet prijscompensatie.
100 jaar geleden werd er minder geproduceerd dan nu, de stijging van de gemiddelde productie per werknemer per tijdseenheid van een uur, noemt met een stijging van de arbeidproductiviteit.
Daar zijn een aantal oorzaken voor
1. Technische ontwikkeling: mechanisering (gebruik van machines)
Automatisering (gebruik van computers)
2. Arbeidsverdeling / specialisatie: verdelen van het productieproces in onderdelen zodat mensen zich gaan specialiseren in een bepaald deel van de productie.
3. Scholing: door scholing zijn werknemers in staat om per tijdseenheid meer te produceren.
Een stijging van de arbeidsproductiviteit wordt beloond met een loonstijging.
In de praktijk gaat het niet om de arbeidsproductiviteit van een bepaald bedrijf maar om de landelijk stijging van de arbeidsproductiviteit.
In de quartaire sector (niet-commerciële dienstverlening) zoals onderwijs en de zorgsector zoals bejaardenhuizen en ziekenhuizen is de mogelijkheid voor een stijging van de arbeidsproductiviteit veel kleiner dan in de primaire sector (landbouw, visserij), de secundaire sector (industrie) en de tertiaire sector (commerciële dienstverlening.
In de laatste sector kun je makkelijk mechanisering en automatisering gebruiken. De quartaire sector zal altijd mensen werk blijven.
Naast prijscompensatie en initiële loonstijging is er ook nog incidentele loonstijging, dit is een voorbeeld van loonstijging door promotie.
Prijscompensatie en initiële loonstijging worden vastgelegd in de CAO, alle werknemers die vallen onder deze 2 groepen krijgen evenveel prijscompensatie en initiële loonstijging.
Incidentele loonstijging is niet voor iedereen gelijk, want soms is er niets terug te vinden over de incidentele loonstijging in de CAO, bijvoorbeeld een werkgever besluit om een werknemer extra te belonen of laat de werknemer promotie maken.
Andere incidentele stijgingen liggen wel in de CAO vast zo is afgesproken in de meeste CAO’s dat een werknemer elk jaar een zogenaamde ‘periodiek’ krijgt.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.