CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

Geschreven door:

Tets

Datum ingestuurd:

30 oktober 2007

Taal:

Woorden:

9.600

Bekeken:

2795 keer (20 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (7 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Leesdossier themamap

Voorwoord
Ik heb gekozen voor het thema “Verzet in de Tweede Wereldoorlog”. Dit thema heb ik niet zomaar gekozen. Al langer heb ik belangstelling voor geschiedenis, dit is dan ook een keuzevak. Met name oorlogen vind ik interessant. Niet omdat ik het leuk vind om te weten hoe alle helden dapper vochten en wie de sterkste was, maar gewoon om te lezen hoe het moest zijn, leven in een oorlog. Niet vrij zijn, dat is iets dat wij niet kennen. Met wij bedoel ik, mijn generatie.
Maar, ik had dan dus ook een ander thema kunnen kiezen, zoals “het dagelijks leven tijdens een bezetting”. Toch heb ik dit niet gedaan, omdat ik iets anders nog interessanter vind. Namelijk, dat sommige mensen zich gaan verzetten. Wie doen dat? En waarom zij? Waarom durven sommigen niet? Waarom lopen anderen over?
Mijn interesse voor het verzet wordt ook nog eens vergroot door mijn familie. Ten eerste hebben meerderen uit mijn familie interesse in geschiedenis, mijn oma leest er veel over, maar zit bijvoorbeeld ook in een comité dat ieder jaar lezingen houdt over de erebegraafplaats in de Kennemerduinen. En mijn oom is geschiedenisleraar. Bij alle gezellige familie aangelegenheden word ik dus overladen met mooie verhalen.
Ook heb ik dit thema gekozen, omdat de vader van mijn oma, dhr. Wiardi-Beckman, zelf in het verzet zat. Hij heeft ondergrondse kranten mogelijk gemaakt en is zelfs door koningin Wilhelmina ontboden om in Engeland te komen in ’44, om een nieuwe regering te maken. Mijn overgrootvader is verraden en op het strand opgepakt en heeft in verschillende kampen gezeten. Bij mijn oma zit dit diep en zij heeft het er veel over. Op een of andere manier hang ik al sinds ik klein ben aan haar lippen en leest zij mij mooie verhalen, dagboeken of romans voor. Nu wilde ik hier zelf ook werk van maken.

Ik heb vier boeken moeten kiezen, dit leek mij in eerste instantie makkelijk, maar bleek nog moeilijker dan verwacht. De eerste twee boeken waren makkelijk, de ene had ik al gelezen en van de andere wist ik dat hem sowieso wilde lezen: “De donkere kamer van Damokles” en “De Aanslag”. Hermans schrijft echt over iemand die zich verzet, Mulisch daarentegen laat een andere kant zien. Hij laat zien dat een slachtoffer, twijfelt over waar de schuld ligt van zijn ongelukkige ervaring. Ligt die schuld niet misschien bij het verzet? Het gaat dus niet perse over de handelingen van het verzet, maar over de gevolgen en invloeden die het verzet heeft gehad.
Het derde boek, “Het meisje met het rode haar”, was een makkelijke keuze. Dit was een boek dat ik ‘echt nog moest lezen’ en gaat ook over de daden van iemand van het verzet.
Het vierde boek echter, werd een probleem. Ik begon in “Bevrijdingsfeest” van Vestdijk, maar vond dit eigenlijk niet leuk. Ik ben niet iemand die gauw opgeeft, maar ik kwam er niet door heen, geen moment kon mij boeien. Na veel navragen kreeg ik de titel “Pastorale 1943”. Aangezien dit ook van Vestdijk was, had ik er eigenlijk geen zin in, maar ik moest toch wat. Het begin was moeilijk, maar uiteindelijk ben ik erg blij dat ik het gelezen heb.

In mijn map heb ik geprobeerd elk boek zo goed mogelijk te analyseren en ik heb mijn eigen interpretatie zijn werk laten doen. Ook heb ik gekeken naar de auteurs en hun thematiek. Komen er bekende thema’s in deze boeken terug, of herken ik ze juist niet?

Het was redelijk veel werk, maar ik heb er veel van geleerd en ik ben blij dat ik deze boeken heb gelezen.

1. “De aanslag” – Harry Mulisch
Titel: De aanslag
Auteur: Harry Mulisch
Jaar van eerste druk: 1982
Uitgeverij: De Bezige Bij
Aantal bladzijden: 254

1.2 Samenvatting
Eerste episode: 1945
In januari 1945 wordt in Haarlem, in de straat van de familie Steenwijk, de NSB’er Fake Ploeg doodgeschoten. Ploeg ligt voor het huis van de buren, de familie Korteweg, Deze buren verslepen het lijk van Ploeg tot voor het huis van Steenwijk. De Duitsers zijn snel ter plaatse, ze steken het huis van Steenwijk in brand en voeren de familie Steenwijk af. De ouders van Anton Steenwijk worden later gefusilleerd. In de cel van Anton zit ook een jonge vrouw, die waarschijnlijk bij de aanslag betrokken is geweest. Anton wordt na verloop van tijd uit de cel gehaald en naar Amsterdam gebracht, waar hij bij een oom en tante kan wonen.

Tweede episode: 1952
– Ten tijde van de Koreaanse oorlog – In 1952 bezoekt Anton een feestje in Haarlem. Voor het eerst sinds de oorlog is hij weer in die stad. Hij besluit een bezoekje te brengen aan de straat waar hij vroeger gewoond heeft. Hij treft daar de overbuurvrouw, mevrouw Beumer aan, met wie hij een praatje maakt. Anton besluit om nooit meer terug naar Haarlem te gaan.

Derde episode: 1956
Vanwege de inval van de Russen in Hongarije, wordt het hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland door relschoppers bestormd. Anton woont hier heel dichtbij, dus de relschoppers staan bij hem in de straat. Een van hen is Fake Ploeg jr.: de zoon van de NSB’er. Hij heeft een kei in zijn hand. Fake zat bij Anton in de klas. Anton vraagt hem mee naar binnen te gaan en daar praten zij over het verleden. Er ontstaat een kleine ruzie en Fake gooit met de kei een spiegel in en rent weg.

Vierde episode: 1966
– Ten tijde van de Vietnam-oorlog – Anton is inmiddels getrouwd met Saskia de Graaff en hebben een dochtertje, Sandra, van vier. Tijdens een begrafenis hoort Anton van Cor Takes dat deze bij de aanslag betrokken was, samen met Truus Coster. Truus Coster is gefusilleerd en Anton begrijpt dat zij degene was met wie hij in de cel gezeten heeft.

Vijfde episode: 1981
Anton is gescheiden en nu met Liesbeth getrouwd. Ze hebben een zoon: Peter. Wanneer Anton hevige kiespijn heeft, bezoekt hij zijn tandarts. Deze wil hem alleen maar helpen als Anton mee gaat demonstreren tegen kernwapens. Anton zegt toe. Tijdens de demonstratie komt Anton zijn vroegere buurmeisje Karin Korteweg tegen. Zij vertelt hem dat haar vader en moeder niet met het lijk voor hun deur gevonden wilden worden omdat haar vader hagedissen had, die dan zeker gedood zouden worden. Bij de andere buren kon het lijk ook niet gelegd worden, want daar zaten joden ondergedoken. Uit angst voor wraak van Anton was Korteweg naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd, waar hij in 1948 zelfmoord pleegde.

Tijd
“De Aanslag” is chronologisch verteld. Er zijn wel wat flashbacks, maar dit zijn dan herinneringen en het is niet zo dat hele hoofdstukken opeens flashbacks zijn. Wat mij wel opviel was dat er ook flash forwards waren, er werd soms vooruitgewezen naar dingen die nog komen gingen.
Het verhaal speelt zich af van 1945 tot 1981; de vertelde tijd is dus ongeveer zesendertig jaar. Van deze vrij lange periode worden periodes verteld. Het verhaal is verdeeld in vijf episodes, waardoor de gebeurtenissen ook in vijf periodes afspelen. De eerste is aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, januari 1945. De tweede episode speelt tijdens de Korea oorlog, in 1952, de volgende, de derde episode, is ten tijde van de Hongaarse opstand, in 1956. De gebeurtenissen in de vierde episode spelen zich af tijdens de provo rellen in 1966 en de laatste, vijfde episode, is in 1981 tijdens vredesdemonstraties.
Het verhaal begint dus aan het einde van de oorlog, als Anton en zijn ouders in barre kou in de woonkamer spelen. Anton is nog jong en de gebeurtenis die het begin van het boek vormt, heeft grote invloed op zijn leven en dus op dit verhaal. Het boek eindigt gesloten, met het laatste puzzelstukje voor Anton, om het raadsel omtrent de aanslag op de NSB’er op te lossen. Het raadsel is opgelost en Anton weet eindelijk waarom de gebeurtenissen zo zijn gegaan zoals ze gingen.

Opbouw
Zoals ik al eerder vermeldde, is dit boek verdeeld in 5 episodes. De episodes hebben geen naam, maar iedere periode is niet toevallig gekozen. Elke keer is er namelijk een belangrijke historische politieke gebeurtenis gaande. Verder komt Anton in iedere periode weer iets meer te weten over de aanslag op Fake Ploeg en de samenloop van omstandigheden voor, tijdens en na de aanslag. Het boek heeft een proloog, waarin een beeld wordt geschetst van de straat waarin het huis van de familie Steenwijk stond.

Ruimte
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Haarlem in Amsterdam. Ook heeft Anton een huisje in de Toscane, waar een klein deel van het verhaal ook nog speelt. De klimatologische omstandigheden zijn niet erg van belang, geloof ik. Over het algemeen heerst er een klimaat, dat wij gewend zijn in Nederland. Het enige wat mij wel erg is bijgebleven is dat het zo koud was in het begin, bij de familie Steenwijk thuis.

Personages
Anton is de enige echte hoofdpersoon. Hij is een nuchtere jongen en lijkt in het begin niet erg getraumatiseerd te zijn door de gebeurtenis aan het einde van de oorlog. Maar de ervaring blijkt hij toch helemaal niet te hebben afgesloten en blijft aan hem knagen. Iedere episode krijgt hij meer te weten over wat er gebeurd is. Hij worstelt met de vraag wiens schuld de dood van zijn ouders was en of die schuld wel aan iemand toe te schrijven was. Hij heeft noch hierover, noch over goed en fout, een duidelijk oordeel. Tijdens zijn onderzoek over de aanslag wil hij hoogstens meer te weten komen. Anderen veroordeelt hij niet, dit blijkt ook uit een uitspraak aan het einde van het boek: “Iedereen heeft gedaan wat hij heeft gedaan en niets anders.”
Anton is veel meer beïnvloed door de oorlog dan je als lezer aanvankelijk denkt en daar komt je dan ook, naar mate het verhaal vordert, achter. Bijvoorbeeld als hij ontdekt dat zijn echtgenote eigenlijk precies is, wat hij zich altijd van Truus Koster had voorgesteld.
Anton is dus een round character dat veel minder stabiel blijkt te zijn dan hij in het begin leek.
Sandra is de eerste vrouw van Anton, van wie hij een dochter krijgt: Sandra. Na de scheiding blijven Anton en Sandra goede vrienden. Liesbeth is zijn tweede vrouw, Anton krijgt een zoon van haar: Peter. Sandra en Liesbeth blijven op de achtergrond.
Over Cor Takes, een andere bijfiguur, is wat meer bekend. Anton vond Takes sympathiek, hij had zich nog nooit zo met een ander verbonden gevoeld. Voor Takes was het nog steeds oorlog, hij kon er niet los van komen. Takes sprak met Anton over de oorlog, niet om zijn daad goed te praten, maar omdat hij aan niks anders meer kon denken.
Truus Coster is niet ouder dan 24 jaar geworden: in april 1945 is ze in de duinen geëxecuteerd. Truus is behoorlijk belangrijk in het verhaal, omdat zij veel indruk maakte op Anton. Toch is er niet zo heel veel over haar bekend. Dit komt omdat zij een beetje een mysterieus figuur is, zeker voor Anton.
Fake Ploeg was de zoon van de NSB'er Ploeg. In 1956 blijkt hij een felle anticommunist te zijn. Hij verdedigt zijn vader hartstochtelijk.
Meneer Korteweg was zeeman geweest. Hij had veel reptielen, die voor hem heel belangrijk waren. Daarom had hij het lichaam van Ploeg verlegd.

Wijze van vertellen
Er is in deze roman sprake van een personale verteller: Alles wordt verteld in de derde persoon enkelvoud en de lezer weet slechts wat af van de gedachten van de hoofdpersoon, van Anton.

Titel, ondertitel en motto
De titel van het boek is “De Aanslag”: dit slaat terug op een aanslag op een NSB’er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Deze aanslag vindt plaats voor het huis van de ouders van Anton. Deze aanslag had tot gevolg dat het huis van Anton verbrand werd en dat zijn familie, op hem na, vermoord werden door de Duitsers. De rest van zijn leven zal nog in het teken staan van deze aanslag.

Er is een motto in dit boek en wel in de vorm van een citaat:
“Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.” – C. Plinius
Dit is een citaat van Plinius, die hier spreekt over Pompeii na de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. Het stadje lag onder een laag as en lava. Ook in de lucht zat as, zoveel dat het donkerder leek dan de nacht. De aanslag op Ploeg heeft op Anton en zijn familie net zo’n verwoestende werking. As is dan ook iets dat op verschillende plaatsen in “De Aanslag” terug komt. De tweede episode begint met de vermelding dat er nog tijden lang as uit de hemel zal neer vallen. Dit is een vooruitwijzing naar het feit dat de aanslag op de NSB’er nog lang invloed zal hebben op Anton. Ook later, als Ploeg jr. en Anton elkaar tegen komen in Amsterdam en Anton hem uitnodigt even mee naar huis te gaan, komt het as terug. Na een ruzie gooit Ploeg jr. een steen door de spiegel, vervolgens ploft er een wolk as uit de kachel.
As is het symbool voor dingen die vergaan zijn en aan as kan je niet meer zien wat het ooit was. Het boek eindigt met deze woorden: “zijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes stof opwerpen, ofschoon nergens as te zien is.”

Thema
Uit dit boek kan je verschillende thema’s halen, ik vond het moeilijk te kiezen wat ik de beste vond. Oorlog vind ik wat breed voor een thema, maar schuld als thema zegt ook niet alles. Deze drie thema’s vond ik het best van toepassing.
- Schuld. Zoals vaker bij Mulisch, komt ook in deze roman de schuldvraag weer naar boven. Wanneer is iemand schuldig? Wat is schuld eigenlijk? Wie kan de schuld krijgen van de dood van Antons ouders? De Duitsers? Het verzet, omdat zij Ploeg doodschoten? Of de buren, omdat zij het lijk van Ploeg voor het huis van de familie Steenwijk sleepten? Maar de schuldvraag komt in het verhaal niet alleen terug met betrekking tot de aanslag, maar ook op bijvoorbeeld de Hongaarse opstand: hadden de leden van de CPN schuld aan de Russische inval in Hongarije?
- Zoektocht. Aan de ene kant zegt Anton niets meer met de oorlog te maken te willen hebben, maar aan de andere kant lijkt hij de oorlog steeds weer op te zoeken. Uit eindelijk is het dus wel zo, dat Anton op zoek is. Hij komt immers iedere episode iets meer te weten over het raadsel rond de aanslag.
- Oorlog. Hier draait het natuurlijk ook grotendeels om, om de invloed van een oorlog op een slachtoffer. En dan gaat het niet om lichamelijk invloed, maar om de psychische invloed.

Motieven
- As. Dit heb ik al uitgelegd bij het kopje “motto”.
- Dobbelsteen. Steeds als hij een dobbelsteen ziet veranderd er iets in zijn leven. Na de aanslag verandert zijn complete leven. Als hij met zijn oom het politiebureau uitloopt heeft hij weer zicht op een toekomst. Hij kan nu weer gewoon leven en dit is als het ware een nieuwe stap. Ook na de crisis in Italië verandert het leven van Anton.
De dobbelsteen staat dan ook voor het lot of het toeval. Het is toeval welk getal de dobbelsteen gooit. Zo is het ook toeval dat de aanslag in hun straat werd gepleegd. En dan is het ook het lot dat Anton steeds in contact brengt met mensen van het verleden. Zo heeft het hele leven van Anton te maken met het lot. Het lot dat de dobbelsteen hem brengt.
- Vuur. Het huis van de familie Steenwijk wordt door de Duitsers in de fik gestoken en gaat in vlammen op. Tijdens de provorellen wordt een vlag in de fik gestoken en even later ontmoet Anton Ploeg jr. Na hun ruzie vat ook de kachel bij Anton vlam. Steeds als Anton in aanraking komt met het verleden krijgt hij te maken met vuur. Dit betekent dat voor hem de aanslag toch nog wel brand. Steeds probeert Anton de herinneringen van de aanslag in de doofpot te stoppen. Maar steeds als hij een persoon die er mee te maken heeft tegenkomt, laait het vuur weer op. Het lukt hem maar niet om het vuur voor altijd te blussen. Tijdens de vredesdemonstratie tegen de atoombommen sluit hij eigenlijk het laatste stukje wel af. De atoombom geeft eerst een heel groot vuur, om vervolgens alles te doven. Ik denk dat dit hetzelfde is als met de gedachten van Anton. Uiteindelijk weet hij ze toch te doven.

Genre
Vaak heb ik gelezen dat dit boek een oorlogsroman wordt genoemd. Een oorlogsroman is een roman waarin de oorlogsjaren of de effecten van die jaren op de naoorlogse generaties worden beschreven. In principe zou je in het geval van “De Aanslag” wel kunnen zeggen dat het laatste deel van deze definitie van toepassing is. Maar ook vind ik dit wel een beetje een psychologische roman, telkens gaat het erom hoe Anton de aanslag verwerkt en de enorme invloed die deze aanslag op zijn leven heeft. Ook denkt Anton veel over dingen als het lot en schuld.

1.4 Achtergrond van de auteur
Harry Mulisch is geboren in Haarlem, 1927. Zijn vader was Oostenrijks-Hongaars, zijn moeder Duits en een joodse. Ook al werd er thuis Duits gesproken, Harry Mulisch genoot zijn opvoeding in het Nederlands. Als hij 9 jaar oud is, scheiden zijn ouders. Zijn moeder vertrekt naar Amsterdam, Harry blijft bij zijn vader in Haarlem.
Als de tweede oorlog uitbreekt en de Duitsers Nederland bezetten, werkt zijn vader bij een bank die de afgenomen spullen van Joden beheert. Hij helpt Harry’s moeder en Harry te ontkomen aan het lot dat zo veel andere Joden hebben geleden.
Mulisch heeft verschillende thema’s die vaak terug komen. Er zijn er twee die ik graag wil bespreken. Ten eerste de schuldvraag, waar ik al eerder over heb gesproken bij thema’s in dit boek. Het thema schuld komt vaak terug in Mulisch’ werken. Hij filosofeert over de vraag wat schuld is en of je überhaupt iemand ergens de schuld van kan geven. Een ander thema van Mulisch is het stilzetten van de tijd: dingen als dood en verstening komen vaak terug. Ook het terugkeren naar het begin is een veel voorkomend thema.
Motieven die veel terugkomen in het werk van Mulisch zijn mythologische elementen, engagement, geschiedenis en steen. Zijn personages hebben het moeilijk met de schuldvraag en zijn bezig met hun verleden. Dit laatste is ook echt iets wat ik veel heb terug gezien in “De Aanslag”.

1.5 Mijn mening
“De Aanslag” heb ik best al een tijdje geleden gelezen, op aanraden van mijn moeder. Het boek heeft me heel erg geïnteresseerd, hoewel ik het niet heel erg spannend vond. Spanning is normaal gesproken wel is, wat iets met mij doet, iets dat een boek lekker laat lezen en mij erin vasthoudt. Maar dat ik dit boek niet erg spannend vond, maakte niet uit, ik vond het erg leuk om te lezen.

Wel ben ik het eens met wat August Hans den Boef zegt in zijn recensie “Mulisch Onderhoudend” (zie bijlage 1): “Hinderlijker is dat er van het begin af aan vooruitgewezen wordt naar latere levensfasen van de hoofdpersoon, wat de spanning eerder breekt dan verhoogt.”
Na het lezen van deze recensie, vond ik het jammer dat ik niet meer boeken van Mulisch heb gelezen, omdat deze columnist veel vergelijkt met ander werk van Mulisch en niet erg enthousiast is, in tegenstelling tot mij: dit boek vond ik erg mooi en boeiend om te lezen. De columnist zegt: “De Aanslag is onderhoudend, maar volstrekt niet verrassend.” Ik vond het boek ook onderhoudend en voor mij was het verrassend: de schuldvraag was een nieuwe kijk op slachtoffers en daders, ‘goed’ en ‘slecht’, voor mij.
De andere recensie (bijlage 2) van Edwin Fagel is positiever. Bijvoorbeeld: “De roman is in de eerste plaats superieur vanwege de stijl. Subtiele beschrijvingen van details brengen de gebeurtenissen tot leven.” Hier sluit ik mij bij aan: Mulisch schrijft niet moeilijk, in niet te lange zinnen, maar toch zijn de beschrijvingen levendig en zie je alles voor je gebeuren. Ik vond het boek erg fijn lezen. Edwin Fagel noemt in een van de laatste alineas de kleine, maar erg goede details uit het boek. Deze waren mij nog niet erg opgevallen, maar ik vind het erg leuk dat je als je zo’n recensie leest opeens na begint te denken over deze details.
Kortom, ik vond “De Aanslag” en goed en mooi boek, dat mij ook nog eens aan het denken heeft gezet.

1.6 Citaten
Ik vind dat Harry Mulisch sommige dingen heel erg mooi verwoord. De tweede episode begint met deze zinnen:
“De rest is naspel. De aswolk uit de vulkaan stijgt naar de stratosfeer, draait om de aarde en regent nog jaren later op alle continenten neer.”
Hij verwoordt de grote invloed van de aanslag op Anton’s leven metaforisch, maar toch heel erg begrijpelijk en duidelijk.
Zoals ik al eerder vertelde, was de schuldvraag een nieuwe visie voor mij. In het laatste hoofdstuk, van de laatste episode, staat het nog erg mooi en letterlijk verwoord:
“Was iedereen schuldig en onschuldig? Was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig?”
Dit geeft aan, hoe Mulisch nadenkt over schuld en onschuld. Dit boek heeft mij ook aan het denken gezet en het brengt je nog al eens op rare gedachtes.

2. “De donkere kamer van Damocles” – W.F. Hermans
Titel: De donkere kamer van Damocles
Auteur: Willem Frederik Hermans
Jaar van eerste druk: 1958
Uitgever: G.A. van Oorschot
Aantal bladzijden: 334 bladzijden

2.2 Samenvatting
Het verhaal gaat over Henri, een jongen die opgroeit bij zijn oom Bart omdat zijn moeder zijn vader vermoord heeft. Henri ziet is niet echt mooi uit, hij heeft bolle wangen en wit zijdeachtig haar, dat hij zo kort mogelijk laat knippen. Hij krijgt geen baard. Hij trouwt met Ria, een nicht van hem. Ook Ria is niet echt mooi, ze heeft een lange spitse onderkaak en haar tanden zijn lang. Henri zet de sigarenzaak van zijn vader voort.
Henri ontmoet Dorbeck in mei 1940. Dorbeck zegt uit Engeland te komen en hij lijkt als twee druppels water op Henri. Dorbeck vraagt hem foto's te ontwikkelen en door Dorbeck komt Henri in het verzet. Henri voelt zich onderdanig aan Dorbeck en ziet hem als de volmaakte Henri. Hij krijgt opdrachten van Dorbeck als het ontwikkelen van foto’s en hij doet mee in het verzet, ook in moorden.
Omdat Dorbeck wordt gezocht en Henri veel op hem lijkt wordt hij gearresteerd. Henri
weet echter na een mislukte ontsnapping toch nog naar bevrijd gebied te vluchten maar daar wordt hij ook achter de tralies gezet. Hij wordt er van verdacht een verzetsgroep te hebben verraden (door een mislukte ontsnapping is hij daaraan wel schuldig).
Henri beweert dat Dorbeck alles zou weten en kunnen verklaren maar Henri heeft geen bewijs dat hij bestaat. Als bij de ontwikkeling van een foto waarop zij alle twee zouden staan blijkt dat die foto helemaal zwart is, rent Henri weg van het strafkamp en wordt hij buiten neergeschoten.

2.3 Technische Analyse
Tijd
Het verhaal speelt zich af van 1932 tot 1945. De vertelde tijd is dus ongeveer dertien jaar. Het tijdsverloop is chronologisch, met enkele tijdsprongen.

Opbouw
De roman is verdeeld in zesenveertig episodes, verdeeld in segmenten. De eerste eenendertig episodes, de tijd van Henri’s jeugd, het verzet en de Duitse bezetting. De laatste 15 episodes gaan over de tijd dat Nederland weer vrij is, maar Henri alsnog niet veilig is.

Ruimte
Het verhaal speelt zich vooral af in verschillende plaatsen in Nederland. Een aantal genoemde plaatsen zijn Voorschoten, Leiden, Amsterdam en Breda. Heel even is hij nog in Engeland, Manchester. Verder gaat het meestal om kleine en nauwe plekken: smalle straatjes, donkere kamers, etc.

Personages
Henri Osewoudt is de hoofdpersoon. Hij is alles behalve een heldenfiguur, eerder een mislukkeling. Hij komt uit een gezin dat uit elkaar is gevallen en hij heeft een bleek meisjes gezicht. Hij trouwt zijn lelijke nicht, heeft een oersaaie baan als sigarenboer en wordt afgekeurd voor militaire dienst. Hij fantaseert slechts over helden en de stoere mannen wereld. Als Dorbeck in zijn winkel verschijnt, verandert zijn leven: Osewoudt belandt in een reeks gebeurtenissen en raakt er steeds meer in verstrikt.
Wat opvallend is, is dat Dorbeck, misschien wel de belangrijkste bijpersoon, de ‘mannelijke’ tegenpool van Osewoudt is. Ze lijken extreem op elkaar, maar Dorbeck is mannelijk en stoer en heeft in tegenstelling tot Henri’s blonde haar, zwart haar. Osewoudt is een onzeker persoon en ziet zichzelf als de mislukte versie van Dorbeck. Osewoudt is een rond karakter, verandert in de roman. Dorbeck daarentegen, blijft hetzelfde en is een plat karakter.
Andere bijfiguren zijn Ria, Osewoudt’s nicht en vrouw, van wie hij niet houdt. Marianne is een joodse studenten op wie Henri verliefd wordt en zij op hem. Eerst is het contact tussen hen goed, later niet meer. Ria en Marianne zijn allebei platte karakters.

Wijze van vertellen
De verteller in dit verhaal is een personale verteller; alles staat in de derde persoon enkelvoud en wordt geschreven omtrent Henri Osewoudt. Het probleem is dat Osewoudt niet zo helder ziet hoe alles in elkaar zit. Aan het eind van het boek is het nog steeds niet duidelijk of Dorbeck wel of niet bestaat en dat is ook Hermans’ doel.

Titel, ondertitel en motto
De titel “De donkere kamer van Damocles”, is er niet zomaar een. Damocles is een mythische figuur die een zwaard boven zijn hoofd had hangen aan een paardenhaar. Damocles staat dus voor een constante dreiging, het noodlot kan plots toeslaan. De dreiging in deze roman is, dat de Duitsers Henri en Dorbeck zomaar zouden kunnen ontdekken. De donkere kamer slaat terug op de zwarte kamer van Henri, waar hij zijn foto’s ontwikkelde. Ook staat dit voor de donkere kamer die de wereld eigenlijk is, waarin Henri zit opgesloten.

Thema
De onachterhaalbaarheid van de waarheid. Henri is telkens op zoek naar bewijs, maar zelfs de lezer twijfelt na de laatste bladzijde wat nou eigenlijk waar is en wat niet.

Motieven
Een erg belangrijk motief in dit boek, is wel de foto. Als de foto van Dorbeck en Osewoudt gevonden wordt, is van alles opgelost. Telkens komt het probleem van de weggeraakte foto weer terug. Ook is het dubbelgangermotief belangrijk, Dorbeck en Osewoudt schijnen dubbelgangers te zijn, maar Jagtman zou er ook een kunnen zijn.

Genre
“De donkere kamer van Damocles” is een oorlogsroman, het gaat over gebeurtenissen en effecten van oorlog ten tijde van oorlog.

2.4 Achtergrond van de auteur
Willem Frederik Hermans werd geboren in Amsterdam, 1921. Zijn vader was leraar en zijn moeder gaf ook les, tot zij trouwde. Hermans had in zijn jeugd het gevoel nooit gelukkig te zijn, dat kwam door de zuinigheid van zijn relatief oude ouders, de bemoeizuchtige oma en het feit dat hij niets mocht, wat andere kinderen wel mochten. Ook zijn drie jaar oudere zus, die erg intelligent was en voorgetrokken werd, was slecht. Hij deed eindexamen op het Barleaus Gymnasium en ging in 1940 sociologie studeren, maar studeerde af in fysische geografie in 1950. Zijn literaire loopbaan begon hij vlak voor de Tweede Wereldoorlog, en schreef tijdens de oorlog ook verhalen die merendeels na de oorlog gepubliceerd werden. Meerdere malen was Hermans in een proces verwikkeld, onder andere omdat hij een anti-katholieke uitspraak had gedaan in “Ik heb altijd gelijk”. Maar Hermans kreeg gelijk en dat was een belangrijke stap voor de Nederlandse literatuur.
Veel terugkomende thema’s van Hermans zijn chaos, waanideeën en werkelijkheid, egoïsme van de mens, isolement en de eenzaamheid van de mens. Hermans is een echte pessimist. Vooral het thema waanideeën en werkelijkheid kwam duidelijk terug in “De donkere kamer van Damocles”. Volgens Hermans klampt de mens zich vast aan waanideeën om zo een greep op de werkelijkheid te krijgen. Is het volgend Hermans dan zo, dat Dorbeck een waanidee was van Osewoudt, om aan de werkelijkheid te ontsnappen? Als dat zo is, kan ik me daar wel in vinden. Osewoudt is een ongelukkig persoon, heel onzeker, die zich misschien wel beter voelt door zich vast te klampen aan Dorbeck, ‘de held’. De personages in Hermans werk zijn dan ook vaak mensen die zich in ellendige situaties beginnen ten gevolge van toevallige gebeurtenissen (zoals de ontmoeting van Osewoudt en Dorbeck). De personages verkeren in een identiteitscrisis en ondervinden geen steun van anderen, of begrijpen de goede bedoeling niet.
Ook is oorlog een onderwerp dat een rol speelt in Hermans werk: hij is van mening dat de mens zich tijdens een oorlog ontdoet van het dunne laagje beschaving dat ze hebben en zijn ware aard laat zien.

2.5 Mijn mening
Drie jaar geleden las ik “De donkere kamer van Damokles” voor het eerst. Toen al vond ik het heel interessant, maar nu ik het in mijn map wilde stoppen, bedacht ik dat het verstandig was de roman nog een keer te lezen. Het is een gecompliceerd verhaal en ik wist nog dat ik de eerste keer nogal verward was toen ik het boek uit had. De tweede keer heb ik het boek dan ook veel meer gewaardeerd, ik vond het echt prachtig. En misschien juist wel het allermooist, die verwarring nadat ik de laatste zin weer had gelezen. Leuk dus, dat Jos Borré zijn recensie in de Standaard (bijlage 3) begint met de vraag: “Bestaat Dorbeck eigenlijk wel?” Ik vond het taalgebruik in het boek helemaal niet moeilijk, maar toch vond ik het een lastig verhaal de eerste keer.
De tweede keer zou je denken dat de spanning van een verhaal af is, maar daar had ik nou totaal geen last van. Weer werd ik helemaal het verhaal ingetrokken en voelde ik mee met de machteloosheid van Henri Osewoudt. Het eerder genoemde thema van Hermans, waanideeën en werkelijkheid, komt hier ook prachtig terug. Zoals Jos Borré zegt: “In ieder geval sleept Hermans de lezer meesterlijk mee in een situatie waarin de werkelijkheid niet meer van de illusie te onderscheiden is. “
Ook de tweede recensie is lovend en wijst erop dat het Hermans bedoeling was dat men niet weet of Dorbeck bestaat of niet: “Voor hem was de essentie van zijn roman nu juist dat de vraag naar het bestaan van Dorbeck niet beantwoord kan worden.”
Wat ik lekker vond lezen aan het boek, waren de vele dialogen. Gesprekken lezen lekker weg en zijn interessant.
Ik ben nog op zoek gegaan, naar een negatieve recensie, maar die heb ik helaas niet kunnen vinden. Ondanks dat ik er geen heb kunnen vinden, vind ik “De donkere kamer van Damokles” een geweldig boek en zou het, als ik even tijd heb, zo nog een derde keer lezen.

2.6 Citaten
Hermans is een pessimist, dat weet ik. Ook vind ik dat hij redelijk grof schrijft, wat mij soms wel aanspreekt. Hij houdt spanning in het verhaal. “Osewoudt zag niets meer. Hij had zijn rechterhand in de opgerolde handdoek gestoken die hij met de linkerhand voor zijn borst hield als een polsmof en door de handdoek heen schoot hij driemaal op de man met het rode hoofd die naast hem stond. De man sperde zijn mond open of hij wilde braken, strekte zijn handen uit naar Osewoudt’s schouders, maar greep mis en viel op de grond.” (blz. 41)
Wat ik ook interessant vond, is het feit dat Dorbeck de enige redding van Osewoudt is. Osewoudt ziet Dorbeck dan ook als een hoger iemand, de ideale versie van zichzelf. Deze twee citaten zijn delen van dialogen:
“- Nee, ik heb niets gezegd. En waarom niet? Omdat Dorbeck mij vier dagen tevoren twee gestuurd heeft die zeiden dat ik geen moeite voor die films hoefde te doen, want dat er niets opstond
- Dorbeck, alweer Dorbeck!
- Dorbeck weet hoe alles precies gegaan is.”
(Pagina 371)
“ – Dorbeck weet alles. Zoek Dorbeck. Dorbeck moet ergens zijn. Dorbeck weet alles.
- Maar Osenwoudt...
- Dorbeck moet gevonden worden.”
(Pagina 409)
Ik vond het erg om te lezen hoe Henri zo afhankelijk van Dorbeck was, hoe het zijn enige redding was.

3. “Het meisje met het rode haar” – Theun de Vries
Titel: Het meisje met het rode haar
Auteur: Theun de Vries
Jaar van eerste druk: 1956
Uitgeverij: Querido
Aantal bladzijden: 440

3.2 Samenvatting
Het boek gaat over Hanna Schaft, die samen met de Joodse Tanja en Portugese Judith studeert in Amsterdam. Ze wonen met z'n drieën op een kamer maar duiken onder bij de ouders van Hanna als het door de oorlog te onveilig wordt in Amsterdam. Hanna, gestopt met haar studie, weigert stil te zitten en sluit zich aan bij de verzetsgroep in Haarlem. Eerst brengt ze verzetskrantjes rond en verzorgt ze nog andere "kleine klusjes", maar al gauw mag ze met de "groten" meedoen. Wanneer op een keer de opdracht mislukt mag ze een tijdje niets doen omdat ze niet mag worden gezien. Maar Hanna kan nog steeds niet stilzitten en besluit samen met Hugo, die al veel gevaarlijke opdrachten op zijn naam heeft, samen te werken. Bij Hanna en Hugo gaat het lange tijd heel goed totdat Hugo op een keer niet kan wegkomen nadat hij getroffen is door een schot. De Duitsers vinden bij Hugo een foto van Hanna waarom haar rode haar duidelijk zichtbaar is. Om weer onherkenbaar te worden verft Hanna haar haar zwart. Ondertussen werkt ze weer samen met de verzetsgroep totdat ook zij getroffen wordt door een schot. Hanna kan wegkomen maar haar been wil niet geheel genezen. Hierdoor kan ze geen grote ondernemingen meer aan en pakt ze het koerierswerk weer op. Maar dit vindt zij nog altijd te "kleine klusjes". Daarom sluit ze zich aan bij een verzetsgroep in Velsen. Maar als ze er daar achter komt dat ze "gewoon" pakjes sigaren aan het rondbrengen is, is ze woedend dat ze door zoiets haar leven op het spel zet. Ze besluit zich weer bij de oude verzetsgroep aan te sluiten, maar door haar bekendheid bij de politie mag ze alleen maar krantjes rondbrengen. Dit gaat lange tijd goed totdat ze door de politie wordt aangehouden en er verzetskrantjes en een pistool worden gevonden bij haar. Hanna moet naar de gevangenis en als ze er achter komen dat ze "het meisje met het rode haar" is, heeft ze zoveel misdaden op haar naam, dat ze door de Duitsers wordt vermoord in de duinen.

3.3 Technische Analyse
Tijd
Dit verhaal is in chronologische volgorde verteld. Er zijn wel enkele tijdsprongen, maar die zijn goed geplaatst en komen het verhaal ten goede: houden het tempo erin. Als er flashbacks zijn, zijn dit herinnering. Het verhaal speelt zich af van 1942 tot 1945; de vertelde tijd is dus ongeveer 3 jaar. Als je begint te lezen, val je midden in het leven van Hanna Schaft, in 1942. Ze moet studeren maar is onrustig en staat wat voor het raam naar buiten te kijken. Omdat je er zo invalt, en het vanuit haar visie wordt verteld, voelt het erg vertrouwd. Het boek eindigt gesloten, met de dood van Hanna Schaft. Het boek begint dus midden in een leven en eindigt met de dood.

Opbouw
De roman bestaat uit 5 delen, 5 aparte boeken. Ieder van de vijf getitelde boeken is weer verdeeld in een aantal hoofdstukken met titel, dat per boek verschilt.

Ruimte
Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het westen van Nederland. Belangrijke plaatsen zijn Haarlem, Amsterdam en Den Haag, maar niet alleen grote steden, ook het platteland in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland zijn veel voorkomende ruimten. De ruimte is belangrijk, dat is te merken aan de uitgebreide beschrijvingen.

Personages
Hanna Schaft is de hoofdpersoon. Hanna is een studente met opvallend rood haard, in het begin van de oorlog studeert zij rechten. Later gaat zij het verzet in, omdat ze er niet tegen kan toe te kijken en ze wilt mee helpen gerechtigheid te krijgen. Zij is een rond karakter: Door het verzetswerk wordt zij steeds wat sterker en kan ze meer hebben, fysiek en mentaal. Zij ontwikkelt zich van een studente tot een harde verzetsstrijdster en communiste.
Hugo is de belangrijkste bijfiguur. Hij is een arbeider en werkt ook in het verzet. Samen met Hanna voert hij verzetsacties uit. Zij worden verliefd, maar tijdens een van deze verzetsacties komt Hugo om het leven.
Floor , ook wel ‘de Witte’, vanwege zijn witte haar, is de baas van het verzet in Noord-Holland.
Tanja en Judith zijn vriendinnen van Hanna. Tanja is een Griekse jood en moet onderduiken. Ook Judith duikt een tijdje onder bij de ouders van Hanna, maar op het moment dat Hanna in het verzet gaat, vertrekt ze naar Amsterdam.

Wijze van vertellen
Alle passages zijn verteld door een ik-verteller. De lezer ziet alles door de ogen van Hanna Schaft. Je weet dus ook net zo veel, of vaker, net zo weinig, van de situatie af als zijzelf. Hierdoor is het verhaal vrij onvoorspelbaar.

Titel, ondertitel en motto
Hanna Schaft heeft rood haar. In het dossier van de Duitsers staat ze ook beschreven als "Het meisje met het rode haar". De kleur rood heeft ook nog een andere betekenis. Rood is de kleur van het communisme en de hoofdpersoon was een communiste. De ondertitel is "Roman uit de jaren 1942-1945". De ondertitel slaat op de tijd wanneer het verhaal zich afspeelt.

Thema
Oorlog en het verzet tegen de onderdrukker. Dit thema is erg duidelijk, het gaat erom dat Hanna Schaft niet zomaar laat gebeuren wat er gebeurt, zij wil vechten voor de gerechtigheid.

Genre
Ook “Het meisje met het rode haar” is een oorlogsroman. Het gaat immers over gebeurtenissen die spelen in een oorlog.

3.4 Achtergrond van de auteur
Theunis Uilke de Vries werd in 1907 geboren in Friesland als enigskind van Sjoerd de Vries en Elisabeth Dijkstra. Zjin ouders kwamen allebei uit een landbouwersmilieu. Zijn vader besloot de zuivelhandel in te gaan en familie de Vries verhuisde naar Apeldoorn. Nog voor Theun de Vries zijn school had afgemaakt, verliet hij het gymnasium en bibliotheek beambte in Sneek. Hij trouwde en kreeg twee kinderen. De Vries was zeer geinteresseerd in historie en maatschappelijke ontwikkelingen en kwam tot het communisme. Hij werd lid van de CPN (Communistische Partij Nederland) en in 1937 werd hij redacteur van de partijkrant. Hij ging in Amsterdam wonen. In de Tweede Wereldoorlog ging hij het verzet in en werd ook nog opgepakt door de Duitsers. Hij zat in een kamp in Amersfoort, maar overleefde de oorlog. Hij werkte na de oorlog weer voor de CPN, onder andere als Tweede Kamerlid en reisde veel, vooral naar communistische landen. Maar langzamerhand werd hij kritischer tegenover de CPN en werd partijloos marxist. Het schrijven deed hij eerst in de vorm van dichten maar ging later over op proza. Hij publiceerde onder verschillende pseudoniemen.
Zijn communistische geest komt ook terug in zijn boeken, zo is “Het meisje met het rode haar” volledig geschreven vanuit een communistische geest en Hanna Schaft bevindt zich in een communistisch milieu.
De romans van de Vries zijn te verdelen in twee groepen: de eerste groep speelt zich af in Friesland, de tweede groep zijn historische romans met nadruk op levensbeschrijvingen van nationale beroemdheden. In de laatste groep valt “Het meisje met het rode haar”, een beschrijving van de beroemde verzetsheldin Hannie Schaft.

3.5 Mijn mening
Dit is echt een van de betere boeken die ik de afgelopen tijd heb gelezen. De spanning was heerlijk, maar ook het medeleven dat je voelde maakte het fijn om te lezen. Je werd helemaal in het verhaal betrokken doordat je als lezer alles door de ogen van Hanna Schaft ziet. Het is net of je er zelf midden in zit. Dit is ook iets dat je terug ziet in de twee recensies. De eerste recensie (bijlage 5) uit het Brabants Nieuwsblad, 1979, is eigenlijk niet erg nuttig. Er staat vooral veel in over de feiten waarop het boek wel en niet opgebaseerd is, maar waar ik het wel helemaal mee eens ben, is het feit dat de betrokkenheid met Hanna enorm is door de ik-verteller: “Daartoe draagt bij dat De Vries evenals in het hierboven besproken werk de ik-vorm gekozen heeft. De betrokkenheid bij alles wat over Hannie Schaft verteld kan worden, kan niet duidelijker tot zijn recht komen!”
Ook in de tweede recensie (bijlage 6) Van J.H. Bartman, in het Haarlems Dagblad, 1956, wordt de ik-vorm positief ervaren: “..de ik trant te laten vertellen, waardoor tussen de persoon van de schrijver en die van de figuur van Hannie Schaft een soort geestelijke osmose is ontstaan.”
De recensies waren beiden vrij positief, maar ik vond ze niet interessant om te lezen. In tegenstelling tot de recensies over mijn andere boeken, kwamen hier niet echt nieuwtjes voor mij aan het licht. Ik vond het een mooi boek, goed te begrijpen en ik kan me alleen maar aansluiten bij de eerste rescecent:
“’Het meisje met het rode haar’ is een groots boek”.

3.6 Citaten
Wat ik mooi vind in dit boek, is om een keer de dapperheid van een vrouw te lezen. Niet dat mannelijke stoere gedrag, maar een vrouw die oprecht dapper is. Ook wel bang, maar met heel veel lef. Als ze haar executie tegemoet gaat, blijft ze nog staande. Mooi vind ik in het laatste hoofdstuk, dat Hanna Schaft beschrijft dat de Duitsers die de trekker moeten overtrekken, zelf ook bang zijn en dat zij een grapje maakt:
“De lange met de bloedloze lippen heeft geschoten. Ik zie het aan zijn hand met het geheven pistool, aan de paniek in zijn dode ogen. Ze zijn bang, allemaal. Ik glimlach verachtelijk; ik zeg: ‘Ik schiet toch beter dan jij.’”
Naast de dapperheid, vond ik het interessant te lezen hoe het verzet zorgde voor hun veiligheid, door bijvoorbeeld code woorden. In het tweede boek moet Hanna aan An en Tinka op een bepaalde manier laten weten dat ze elkaar kunnen vertrouwen. Dit doen ze door een uitspraak, die An en Tinka moet herinneren aan een vroegere mislukte opdracht van hun:
“"Denken jullie nog wel eens aan de Deventerkoek die Wijnant altijd voor jullie meenam?"
Ik vind het mooi om te lezen dat mensen zich op basis van dit soort uitspraken, elkaar konden vertrouwen.

4. “Pastorale 1943” – S. Vestdijk
Titel: Pastorale 1943
Auteur: Simon Vestdijk
Jaar van eerste druk: 1948
Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar
Aantal bladzijden: 440 bladzijden

4.2 Samenvatting
Schults is leraar Duits, verder is hij ook werkzaam voor het Verzet. Hij en anderen verstrekken o.a. de Engelsen van informatie. Op de boerderij "De Hoenderik" zitten een aantal mensen ondergedoken. Een van hen (Jan in 't Veldt) heeft een relatie met de dochter van de boer (Marie Bovenkamp). Marie raakt echter zwanger van Kees Poerstamper (een NSB-er) en moet daarom met hem trouwen. Op een gegeven moment worden de onderduikers verraden en gepakt door de Duitsers. Schults verdenkt Poerstamper ervan de onderduikers te hebben verraden. Met een aantal anderen besluiten ze hem te vermoorden. Later wordt Schults door de Duitsers gevangen genomen. Hij zit een aantal weken in de cel, dan zorgt zijn broer August, die bij de SS zit, ervoor dat hij vrij komt.

4.3 Technische Analyse
Tijd
“Pastorale 1943” is chronologisch verteld. Er zijn af en toe flashbacks, vaak in de vorm van herinneringen, maar er zijn geen tijdsprongen die van belang zijn.
Het boek begint met een gesprek tussen de hoofdpersoon en een collega. De opening is niet heel denderend en maakt je als lezer niet meteen heel nieuwsgierig. Het is ook niet meteen duidelijk wie de hoofdpersoon is. Het verhaal eindigt in de duinen, als Johan de vrijheid toeloopt. Dit is een open einde, want hij werd vrijgelaten met de verwachting dat hij zijn leven zou beteren maar hij denkt heel wat anders: “Iedere boef, dacht hij, terwijl Duitse versterkingen, Duitse duinen, Duitse kazernes aan zijn linkerhand voorbijtrokken, iedere boef, die zijn tijd heeft uitgezeten, behoort gereclasseerd te worden. Maar de meeste boeven, helaas, reclasseren zich door te gaan doen wat ze deden voor ze gevangen werden genomen. Laat mij dat voorbeeld dan maar volgen.” (blz 280, laatste bladzijde) Johan is dus van plan in het verzet te blijven, maar hoe het loopt, weet noch de lezer, noch Johan zelf.

Opbouw
Het boek bestaat uit 30 hoofdstukken met titels. Het is verder niet verdeeld in delen, al kan ik voor mijzelf wel 3 delen onderscheiden: Het begin, waarin het leven van Schults en het leven op de boerderij beschreven wordt. In het tweede deel gaat het om de ontvoering van Poerstamper en het laatste deel is Schults’ tijd in de cel. Er is noch een proloog, noch een epiloog.

Ruimte
Alles speelt zich af rondom Amsterdam, veel op boerderij “de Hoenderik”, waarvan niet precies duidelijk is waar hij gelegen is. Een ander belangrijke plaats is “Het Oranjehotel” in Scheveningen, de gevangenis waar Schults verblijft. Met name zijn cel is een belangrijke plek.

Personages
Johan Schults is de enigehoofdpersoon, nog geen 30 jaar oud en leraar Duits. Eigenlijk heet hij Schultz, maar die naam wil hij niet hebben. Hij is anti-Hitler en helpt onderduikers en zit ook in het verzet. Toch is hij voorzichtig met uitlatingen die tegen de nazi’s gericht zijn. Hij is iemand die goed nadenkt en welbewust handelt.
Marie Bovenkamp, de dochter van de boer, waar de onderduikers zitten, is niet zo’n slim, aantrekkelijk meisje. Zij is naïef, maar wilt alles hebben zoals zij het wilt.
Cohen Kaz is een van de onderduikers, een jood, die flauwe Hitler grappen vertelt. Johan heeft sympathie voor hem, als Cohen wordt opgepakt, komt Johan dan ook in actie.
Van Dale is een vriend van Schults en tevens ook een verzetsman. Hij helpt ook bij de ontvoering van de NSB’er. Marie, Cohen, Van Dale, Kees en vader Poerstamper en de andere onderduikers zijn allen bijfiguren.

Wijze van vertellen
De verteller in deze roman is een alwetende verteller. Het verhaal wordt geheel verteld in de derde persoon enkelvoud, maar de verteller is wel op de hoogte van de gedachten van meerdere personages.

Titel, ondertitel en motto
De titel “Pastorale 1943” kan je zo verklaren: een pastorale is een herderslied met een eenvoudig landelijk karakter. Dit boek is dus eigenlijk een soort (lof)lied op het verzet. Het verhaal speelt zich af in 1943, vandaar het jaartal.
De ondertitel, “roman uit de tijd van de Duitse overheersing”, spreekt eigenlijk voor zich: dit boek is een verzonnen verhaal, een roman, over een periode in de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse overheersing dus.

Thema
Oorlog en verzet. Oorlog wordt hier anders neergezet dan ik anders heb gelezen: de Duitsers zijn ook wel eens aardig en de Nederlandse verzetshelden zijn ook wel amateuristisch en sukkelig neergezet.

Genre
Dit is een oorlogsroman. Zoals ik al eerder beschreef: in een oorlogsroman worden oorlogsjaren, of effecten van de oorlogsjaren op de naoorlogse generaties, beschreven. Hier gaat het om het eerste soort, deze roman is een beschrijving van handelingen van onderduikers, gewone burgers en het verzet, tijdens de oorlog.

4.4 Achtergrond van de auteur
Simon Vestdijk werd in 1898 geboren in Harlingen, waar hij ook is opgegroeid. Zijn vader was een strenge man, gymleraar op de HBS waar Simon naar school ging. Hij noemde Simon altijd ‘boy’ (‘vent’ in de Anton Wachter-cyclus), wat Simon niet leuk vond. Zijn moeder was een lieve vrouw, die voor Simon symbool staat voor kindertrekken.
Vestdijk is een naar binnen gekeerde man, verlegen, dromerig en hij heeft een sterke verveelding. Hij had allerlei waanbeelden die hem ook bang maakten. De angst die hij had en die de mens in het algemeen heeft, heeft hem beziggehouden in de literatuur.
Hij woonde overal en nergens, maar uiteindelijk, in 1939 kwam hij in Doorn terecht, waar hij tot zijn dood leefde met Ans Koster.
Zijn de debuut in de literatuur kwam in 1932 met “du Perron”. Hij heeft in al zijn werk geprobeerd zijn leven te verwerken, de meeste boeken hebben dan ook een autobiografisch karakter. Op het eerste gezicht zag ik dat niet in Pastorale 1943, maar toen ik las dat Vestdijk zelf gegijzeld is door de Duitsers en dat hij aan het einde van de oorlog zelf twee onderduikers in huis heeft gehad, kan ik begrijpen dat hij veel dingen zelf moet hebben gezien, dat hij het zo uitgebreid en levendig kan beschrijven.Ik heb allerlei veel terugkerende thema’s in Vestdijks werk gevonden, zoals angst, liefde, geweld, onbereikbaarheid, betrokkenheid en medelijden. Ik denk dat angst, geweld en liefde terug komen in “Pastorale 1943”.

4.5 Mijn mening
Dit boek viel mij eigenlijk niet tegen of mee, omdat ik er geen verwachting van had. Toen ik het zag, het viel bijna uit elkaar, had kleine letters en was redelijk dik, had ik verwacht dat het saai zou zijn. Dit vond ik ook in het begin, door de vele uitgebreide beschrijvingen die erg gedetailleerd waren. Ook moest ik even wennen aan het taalgebruik. Toch werd het later leuker en ben ik uiteindelijk blij dat ik het heb gelezen. Niet alleen de redelijke goede behandeling die Schults kreeg van de Duitsers verrasde mij, het boek is anders dan andere verhalen over de oorlog: hier worden de verzetshelden af en toe gewoon afgeschilderd als sukkelige amateurs en sommige Duitsers als vriendelijke jongens. Het laat wat meer de normale gang van zaken zien in de oorlog. Dit zijn ook punten die ik veel terug zie komen in de recensies. Bijvoorbeeld in de recensie “De tweeënvijftig romans van S. Vestdijk” uit het NRC door dhr. Corstius (bijlage 7). Hij zegt op de eerste pagina: “Hoe is anders te verklaren dat vlak na de bevrijding de bekendste romancier van Nederland een roman publiceerde, waarin nu juist het slappe gedrag van de meeste Nederlanders en het amateurisme van het verzet pijnlijk duidelijk gedemonstreerd werd?” Hij zegt dat de mythe die vele geloofden, over de dapperheid van het Nederlandse volk, toch echt niet door iedereen geloofd werd, kijk maar naar deze roman van Vestdijk. Toen ik zag dat het boek in 1946 gepubliceerd werd, heb ik me erg verbaasd. Ten eerste omdat ik niet wist dat er zo snel na de oorlog al literatuur werd uitgebracht over de oorlog en ten tweede zeker omdat Vestdijk best wel kritisch is ten opzichte van het verzet.
Ook de tweede recensie, “Strijd tegen tweeërlei vijanden” (bijlage 8), is positief. Ik vind dat er vrij veel ironische stukken in het boek zitten en ook wel grappige stukken. Toch gaat het over ernstige en zwaar beladen zaken. Deze recensent (waarvan geen naam bekend is) verwoord dit heel goed: “Beide boeken behoren tot de serie meeslepende, vernuftige spelletjes, welke Vestdijk met de literatuur speelt, maar in de twee romans is tegelijk toch zoveel ernst aanwezig, de schrijver is er op zo persoonlijke wijze bij betrokken, gefascineerd door wat die vijanden buiten ons en in ons zelf met ons kunnen doen, dat hij toch veel meer heeft geleverd dan alleen knap, briljant maakwerk.”
Het boek heeft me tijdens het lezen niet heel erg vermaakt, maar bij het nazoeken van informatie kwam ik nog wel achter dingen die mij ervan verzekeren dat het toch goed is geweest, dat ik het boek gelezen heb.

4.6 Citaten
In “Mijn Mening” zei ik al dat ik in het begin het boek wat saai vond, door uitgebreide en gedetaileerde beschrijvingen. Hiervan zal ik een voorbeeld geven:
“Voor het tuintje met het gipsjongetje was nauwelijks plaats over; een stenen trap met een ijzeren leuning haastte zich steil naar boven, en wie boven stond keek op de Hoenderik neer als op een verzonken spookhuis uit den jare 1866 (in ijzer gestaafd boven de ramen in de voorgevel), - 1866, dat was het jaar van de oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk, waarbij het eerstge-noemde land Hannover, Kurhessen, Nassau, Frankfort en Sleeswijk-Holstein annexeerde, en het was op één na het geboortejaar van zijn vader, die in Polen vergast was.” (blz 31)
Dit is één zin, waarin veel informatie staat, die mij eigenlijk niet interesseerd. Dit soort zinnen, zorgen ervoor dat het boek niet lekker wegleest en dat er niet veel snelheid in zit. Er wordt wel eens gezegd dat we tegenwoordig zo snel leven, dus daar zal het dan aan liggen. Maar toch zou ik niet gauw nog een boek van Vestdijk uit de kast pakken, omdat ik me echt heel erg moest concentreren om bij de les te blijven.
Later in het boek kreeg het iets meer spanning en zat ik er lekkerder in:
“Ook begon hij weer 'Help' en 'Hilfe' te gillen, waaraan een tweede slag, nu van Van Dale, een einde maakte. Hammer en Ballegooyen hielden hem stevig genoeg vast, maar stil stond hij geen moment, en Eskens liep om hem heen als een dierentemmer die het met een lastige leeuw te kwaad heeft gekregen. Ook Schults had zijn revolver getrokken. Terwijl de drogist weer 'denk toch om mijn jongens' begon te smeken, met zachte, trillende stem schreeuwde Ham-mer: 'Daar komen twee moffen aan, op fietsen! Kijk uit, jongens!'
'Schiet hem neer, en als de bliksem de auto in!' snauwde Van Dale.”
Er zit meer spanning in het verhaal, het gaat er natuurlijk ook om, dat hier beschreven wordt hoe er met levens wordt gespeeld, dit is geen beschrijving van een leven op de boerderij.
Ook komen er heel wat ironische passages voor, dit vind ik wel leuk. Een goed voorbeeld hiervan is:
“Ondanks deze speldeprikken uit de rauwe werkelijkheid wist hij wat hem persoonlijk betrof geen reden tot klagen te hebben. Hij had een eigen cel, waarin twee vrienden op hem wachtten als angstige huisvrouwen; Hij had zijn werk; hij kon met minstens acht verschillende mensen praten overdag; er was afleiding, de kleine dingen des leven richtten hem op”.
Er wordt gedaan of hij een prima leven heeft, niets te klagen. Ik hou er wel van als dit soort onderwerpen geridiculiseerd worden. Een ander leuk citaat:
“In de zesde week van Schults’ gevangenistijd werd men bij hem thuis verblijd met een vierde man”. Bij hem thuis betekent bij hem in zijn cel.

5. Thema
Mijn thema ‘verzet in de Tweede Wereldoorlog’ kwam in ieder boek anders terug. In alle boeken, behalve ‘De Aanslag’, worden echt duidelijk handelingen van verzetslieden beschreven. Maar ook tussen die romans zijn genoeg verschillen.
In “Het meisje met het rode haar” word een werkelijke heldin beschreven, in “Pastorale 1943” daarentegen, wordt het verzet wat sukkelig afgeschilderd. Beide beschrijvingen vind ik iets hebben: de ene is een prachtig verhaal over een dappere vrouw die gerechtigheid wil en de andere is kritisch, ironisch en is anders dan andere verhalen. “De donkere kamer van Damocles” heeft misschien toch wel het meeste indruk op mij gemaakt. Het gaat daar niet perse om wat Osewoudt doet voor het verzet, maar het gaat meer om een psychisch proces, om een wereld waarin hij leeft. Hij raakt verstrikt in de gebeurtenissen rond de oorlog, als gevolg van toevalligheden.
Als laatste “De Aanslag”, waarin ook een andere kant wordt getoond: ook het verzet zou je misschien schuldig kunnen bevinden aan sommige nare gevallen. Ook dit boek gaat meer in op de psychische kant, de effecten die een oorlog en een aanslag hebben op het verdere leven van een kind. Toch denk ik dat mijn thema het minst terug komt in “De Aanslag”, in vergelijking met de andere boeken.

Ik denk dat mijn keuze van de boeken goed is geweest: het verzet had natuurlijk ook meerdere kanten. Ik denk dat het goed is, dat verschillende kanten van dit verzet naar voren komen. Ook het feit dat ik een boek heb gelezen, dat al één jaar na de oorlog is gepubliceerd en een ander boek pas weer 30 jaar later, zorgt ervoor dat ik een bredere visie heb gekregen op het verzet.

Wat ik wel leuk vind, is dat ik eerst het thema ‘Tweede Wereldoorlog’ wilde kiezen, maar dit te breed vind. Het verzet in de Tweede Wereldoorlog was dus specifieker. Maar nu blijkt voor mij, dat ook dit een vrij breed thema is.

Geïnspireerd door deze map, ben ik van plan op zoek te gaan naar boeken over verzet in andere landen. Ik ben erg benieuwd of dat er anders aan toeging, of dat verhalen daarover veel gelijkenissen vertonen.

Ik ben blij dat ik heb gekozen voor het thema ‘Het Verzet in de Tweede Wereldoorlog’. Het heeft mij veel geleerd, ik heb anders leren kijken naar dingen. Wat is schuld eigenlijk? Wat is waarheid? Deze twee vragen zijn mij toch wel het meest bijgebleven. Als je deze twee vragen los zou neerzetten, zou ik ze eigenlijk niet gelijk verbinden met het verzet. Toch heb ik er over nagedacht door dit thema te kiezen, en kan je het thema verzet er makkelijk mee in verband brengen.

Zo is het thema in ieder boek terug te vinden. Vier mooie boeken, allemaal hebben ze schoonheid op hun eigen manier.

6. Bronvermelding
Literatuur Lexicon (mediatheek)
www.antiqbook.nl
www.derescecent.nl
www.knipselkranten.nl/literom
www.studenten.samenvattingen.com
www.web.inter.nl.net/users/l.de.groot/nederlands/literatuur

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.