CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

30 oktober 2007

Taal:

Woorden:

3.100

Bekeken:

1996 keer (11 deze maand)

Waardering:

4.1/5 (16 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Hoofdvraag?

Wat is Amnesty International?


Deelvragen?

Hoe is Amnesty International ontstaan?

Wat doet Amnesty International?

Wat zijn de resultaten van Amnesty International?

Waar is Amnesty International mee bezig ( Anno 2007 )?

Inleiding
Mijn werkstuk gaat over Amnesty International. Ik heb Amnesty International als onderwerp gekozen omdat ik het een organisatie vind met een hele goede achterliggende gedachte. Ook wou ik me er in verdiepen omdat ik er zelf ook wel geïnteresseerd ben om als jongerenvrijwilliger actie te voeren. Ik hoop dat ik met mijn werkstuk u de lezer ook kan interesseren in deze mensenrechtenorganisatie.

Hoe is Amnesty International ontstaan?

Amnesty International werd opgericht in 1961, door de Engelse Jurist Peter Benenson. Jurist Peter Benenson had een artikel gelezen over twee Portugese studenten die na het uitbrengen van kritiek op het bewind van de toenmalige dictator Salazár en voor de dronk op de vrijheid die ze hadden uitgebracht. Zeven jaar gevangenisstraf kregen. Benenson startte met twee collega’s een actie: “Appeal for Amnesty 1961”. De actie ging van start met het krantenartikel dat op 28 mei 1961 verscheen onder de titel “The forgotten Prisoners”, het artikel verscheen overal ter wereld. Het artikel riep mensen op te protesteren op een onpartijdige, vreedzame manier. Ze zouden protesteren tegen de opsluiting van mensen wegens hun politieke en regelieuze overtuiging. Deze gevangen werden gewetensgevangen genoemd.

De reacties op het artikel waren onderschat, binnen een maand hadden meer dan duizenden lezers brieven gestuurd waarin zij steun of praktische hulp aanboden. Ook kwamen er gegevens binnen van andere gewetensgevangene. Acties van de gewone mensen over ter wereld, dat zou de gedachte achter de organisatie worden. Een half jaar na de uitgave van het artikel begon Benenson aan zijn volgende stap. Iets wat als een tijdelijke actie begon werd een permanente internationale beweging, Amnesty International.
Een jaar later had de nieuwe organisatie mensen gestuurd naar vier landen, om op te komen voor gevangenen, en hield zich bezig met 210 gevalle. Er was zo veel belangstelling en enthousiasme voor de organisatie dat er in 7 landen nationale afdelingen werden opgericht. Amnesty International die zich bezig hield met gewetensgevangene begon nu ook actie te voeren voor eerlijke processen voor politie gevangen en actie tegen het martelen en mishandelen van gevangenen in het algemeen.

Amnesty International sprak zich in de jaren ’70 uit tegen de doodstraf in alle omstandigheden en bereide dit standpunt ook uit tot buitengerechtelijke executies en “verdwijningen”. Omdat Amnesty International wilde vermijden dat mensen slachtoffer zouden worden van bepaalde transacties van regeringen onderling, begon ze ook bescherming te bieden aan vluchtelingen die toevlucht zochten in een land om te ontkomen aan een repressieve regering in hun eigen land.
Terwijl het werk terrein van Amnesty International zich steeds groter aan het uitbereiden was, kwamen er steeds nieuwe methoden om druk uit te oefenen, van dringende oproepen om een einde te maken aan martelingen en executies,tot breed opgezette campagnes tegen schendingen op grote schaal. Anno 2007 is Amnesty International bijna overal op de wereld aanwezig en telt de organisatie meer dan twee miljoen leden, abonnees en donateurs verspreid over 160 landen.

Wat doet Amnesty Internationale?

Amnesty Internationale is een organisatie die de naleving van de mensenrechten zoals, vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de standaard minimumregels voor de behandeling van gevangenen, op 10 december 1984 door de Verenigde Naties ondertekend en beoogt.
Op 10 december 1977, ontving Amnesty International de Nobelprijs voor de vrede.
Voor de volgende punten in het bijzonder zet Amnesty International zich in.

Vrijlating van gewetensgevangene zijn gevangenen, die omwille van hun politieke, religieuze, sociale of seksuele overtuiging en/of geaardheid vervolgd worden, en gevangengezet zijn, en die geen geweld hebben gebruikt.
Een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor de overige gevangenen.
Afschaffing van martelingen en andere mishandelingen van gevangenen.
Afschaffing van de doodstraf in alle omstandigheden en buitengerechtelijke executies.
Stopzetting van zware schendingen, zoals buitensporig geweld door overheidsdiensten, of gijzelneming van en aanvallen op burgers in oorlogsgebieden.
Tegenwoordig ziet Amnesty International ook toe op gedragingen van gewapende verzetsbewegingen en richt de organisatie zich op schendingen in de “privé-sfeer” zoals huiselijk geweld.
Sinds 2001 houdt de organisatie zich ook bezig met schendingen van sociaal-economische rechten.
Het Hoofdgebouw in Londen onderzoekt informatie over mensenrechtenschendingen in de hele wereld op basis van getuigenissen van (ex)gevangenen en hun familie leden, gezaghebbende instanties ter plaatse, persberichten en mededelingen van plaatselijke overheden de diplomatieke vergeenwordingen. Steeds worden de bronnen onderworpen aan dubbele controle.
Het behoort tot de regels van Amnesty International, om nooit te werken voor gevallen in eigen land. Bescherming van de eigen activisten, maar ook het principe van onafhankelijkheid en ongebondenheid speelt hierbij een rol. Deze regel is in de afgelopen jaren wel versoepeld. Diverse nationale afdelingen hebben al acties gevoerd tegen mensenrechtenschendingen in eigen land.
Om er zeker van te zijn dat de grondrechten van alle mensen evenzeer verdedigd worden en om te voorkomen dat dit belemmerd word door enige voor van belangenverstrengeling, wil Amnesty International niet gebonden zijn aan enige overheid, politieke partij,ideologie, godsdienstige gezindte of economische belangengroep. Hiertoe worden geen giften of subsidies van een overheid geaccepteerd en zijn er richtlijnen voor het werven van fondsen opgesteld.

De Nederlandse en Vlaamse secties van Amnesty International houden zich bezig met uiteenlopende campagnes en acties. Zo zijn er campagnes tegen de doodstraf, tegen discriminatie en voor meer controle op de handel in wapens. Daarnaast zijn er acties van gewetensgevangenen, zoals de succesvolle 'bliksemacties' voor individuele gevallen. Speciale thema-actienetwerken voeren actie op het gebied van homorechten, vrouwenrechten en mensenrechtenactivisten. Verder zijn hulp aan politieke gevangenen en asielzoekers en voorlichtingen aan nieuwe leden en/of niet leden belangrijke activiteiten. Dit laatste gebeurt bijvoorbeeld op scholen. Tegenwoordig wordt voor acties vaak gebruik gemaakt van nieuwe communicatiemiddelen. Zo kan iedereen meedoen aan internet, e-mail en sms-acties. Dergelijke acties bereiken ook veel jongeren

Wat zijn de resultaten van Amnesty International?

Oneerlijk proces
Taye Woldesmiate werd na een oneerlijk proces veroordeeld wegens gewapende samenzwering. Een aanklacht die nooit bewezen werd. Hij werd vrijgelaten toen in hoger beroep en zijn straf werd teruggebracht van vijftien naar zes jaar, een tijd die hij er toen al op had zitten.

Hij vertelt: ‘De tijd in de gevangenis was verschrikkelijk. Eerst werd ik opgesloten in een overvolle cel, waar geen plaats was om te liggen. Het was een broedplaats voor allerlei ziektes, de meeste gevangenen leden aan tbc. De bewakers stookten mijn celgenoten tegen me op, moedigden ze aan om mij te mishandelen, dan hoefden ze zelf hun handen niet vuil te maken. Helaas voor de bewakers stonden de andere gevangenen aan mijn kant. Uit frustratie sloten ze me toen op in een donkere cel.

Verbeterde omstandigheden
'Toen ik daar vier maanden zat kwamen de eerste kaarten van Amnesty International'
Ik mocht met niemand contact hebben en ook niets lezen of schrijven. De mishandelingen gingen door. Toen ik daar vier maanden zat kwamen de eerste kaarten van Amnesty International. De autoriteiten werden nerveus - helemaal toen ik ook nog een onderscheiding kreeg van de FNV - en verbeterden de omstandigheden. Ik kreeg een ruimere cel en het mishandelen hield op, maar ik mocht nog steeds met niemand contact hebben. Toch besloten de bewakers om de post aan mij te overhandigen. Het was fantastisch om al die brieven en kaartjes te lezen. Ik wil iedereen daarvoor hartelijk bedanken en oproepen om door te gaan met schrijven voor andere gewetensgevangenen. Ik ben het levende bewijs dat schrijven wel degelijk een verschil maakt.’

Op 8 mei 1997 werd Woldesmiates plaatsvervanger Assefa Maru door de Ethiopische politie vermoord. Gemoraw Kassa, de algemeen secretaris van ETA, was op dat moment in Londen en zag het nieuws op de BBC. Hij vertelt: ‘De Ehiopische autoriteiten verklaarden dat iedereen die samenwerkte met Maru zou worden gearresteerd. Mijn naam stond ook op de lijst, ik kon toen niet terug.’ Uiteindelijk leefde Kassa ruim zes jaar in ballingschap in Londen. Ondanks dat de situatie in Ethiopië niet of nauwelijks verbeterd is gaat hij nu samen met Woldesmiate toch terug. ‘De vakbond krijgt nog steeds geen ruimte. Onze banktegoeden zijn bevroren. Onze leden zijn ontslagen als leraar. De regering blijft ons zien als tegenstanders, terwijl wij juist met de regering willen samenwerken. In augustus werden vakbondsleden nog bedreigd om niet naar de vergadering van de ETA te gaan. Maar ik moet terug om de strijd voor de mensenrechten en voor goed en eerlijk onderwijs voor alle Ethiopische kinderen voort te zetten”, zegt Woldesmiate.
Voor Kassa geldt hetzelfde. “Het is voor mij nog steeds gevaarlijk om terug te keren. Ik moet maar hopen dat er op het vliegveld niemand klaar staat om me te arresteren. Maar ik ben nu lang genoeg weg geweest, ik kan veel meer voor Ethiopië doen als ik onder de Ethiopiërs ben.”

Stralende glimlach
Tian Chua valt onmiddellijk op door zijn stralende glimlach. In tegenstelling tot wat zijn verhaal doet vermoeden, is Chua een man die is blijven geloven in de goedheid van de mens. Een man die zich er niet onder heeft laten krijgen door de intimidaties van zijn onderdrukkers. Hij neemt ons mee terug in de tijd.

‘Het was een lentedag in 2001. 10 April was het, geloof ik. Ik was aan het werk voor het Labour Resource Centre (LRC – een vakbondsorganisatie, red). Een vriend van mij werd opgepakt door politieagenten in burger. Ze wilden mij ook oppakken, maar ik protesteerde en zei dat ze geen mensen mochten arresteren zolang zij niet als politie herkenbaar waren. Ze gingen weg. Nog geen half uur later kwamen ze terug, keurig in politie-uniformen. Ze omsingelden mijn kantoor en arresteerden me. Geblinddoekt en geboeid werd ik in een busje meegenomen. Waar ze me naartoe brachten, wist ik niet. Uiteindelijk kwam ik in een verhoorruimte terecht. Ik mocht mijn familie niet bellen en mocht geen advocaat spreken.

Eenzame opsluiting
'Alles wilden ze van me weten. Wat ik had gedaan, wie ik had bezocht, welke gesprekken ik had gevoerd'
Dertig dagen heb ik in eenzame opsluiting gezeten. Iedere dag werd ik opnieuw ondervraagd. Alles wilden ze van me weten. Wat ik had gedaan, wie ik had bezocht, welke gesprekken ik had gevoerd; alles van mijn geboorte tot aan de dag van dat moment. Dingen die mij irrelevant leken werden eindeloos uitgemolken. Iedere dag opnieuw diezelfde vragen. Na dertig dagen werd ik overgeplaatst. Ik kwam in een hel terecht.

Mijn nieuwe onderkomen was een isoleercel van ongeveer zes vierkante meter in een kelder. Daglicht kon me niet bereiken, ramen waren er niet. Ik raakte ik mijn tijdsbesef kwijt. Ik had geen idee meer wanneer ik moest slapen en wanneer ik wakker hoorde te zijn. Was een dag al afgelopen, of eigenlijk pas net begonnen? Ik wist het niet. De kruisverhoren gingen door. Iedere dag moest je herhalen wat je de voorgaande dag had verteld. Zo hoopten ze ‘hun’ waarheid te achterhalen. In die kelder heb ik 52 dagen gezeten. Daar had ik nog geluk mee, want in Maleisië mogen mensen tot zestig dagen in een isoleercel worden opgesloten. Ik werd veroordeeld tot twee jaar cel en overgeplaatst naar het Kamunting Detention Centre. Vergeleken met waar ik daarvoor had gezeten, was dit hemels.

Het kamp had veel weg van een jeugdherberg. Er waren enorme slaapzalen waar de bedden in rijen stonden opgesteld. Hier konden we rondlopen en ook luchten was toegestaan. Lezen mocht ook, al was er zoveel censuur dat de stof heel beperkt was. Politiek nieuws heb ik bijna niet onder ogen gekregen. Je leert in zo’n kamp dat alles draait om overleven. Smokkelen hield ons op de been. Zo nu en dan kregen we dus toch nog iets belangrijks te zien.

Vijf kilo Amnesty-brieven
'Toen ik vrij kwam, wachtte mij een postzak van meer dan vijf kilo met heel veel kaarten en brieven van Amnesty-leden'
Nog altijd mocht mijn familie mij niet bezoeken. Iedere week mocht ik één brief schrijven en één brief ontvangen. Ik wist dat ik meer post kreeg, maar die kreeg ik niet te zien. Samen met andere gevangenen hebben we geëist dat die post bewaard bleef tot na onze gevangenisstraf. Dat is gebeurd en toen ik vrij kwam, wachtte mij een postzak van meer dan vijf kilo met heel veel kaarten en brieven van Amnesty-leden. Ik vind het heel jammer dat ik deze niet tijdens mijn gevangenschap heb kunnen zien en beantwoorden. De meeste brievenschrijvers geloven dat hun brief weinig effect zal hebben. Het voeren van schrijfacties wordt bijna routine. Toch is het absoluut niet nutteloos. Het heeft een psychische impact op de gevangenisbewakers. De post uit alle windstreken beangstigt ze: ‘wie zijn die mensen? Hoe kent Chua hen allemaal?’, denken ze. Tijdens mijn gevangenschap ben ik niet gemarteld, iets wat vele andere gevangenen wel is overkomen. Ik geloof dat de brieven ermee te maken hadden.

Hoewel ik de brieven niet allemaal heb kunnen lezen tijdens mijn detentie, hebben die paar die ik wel onder ogen kreeg, me de kracht gegeven om door te gaan en te blijven vechten voor mensenrechten. Het was een stimulans, maar uit de brieven bleek ook dat men hoge verwachtingen van mij en de andere gevangenen had; er werd verwacht dat we bleven strijden. Het gaf me het gevoel deel uit te maken van een grote beweging, waarvan de leden allemaal vechten voor hetzelfde doel.

De vele kruisverhoren waren erg traumatisch, maar ik heb mijn gedachten niet laten vangen. Ze kunnen alles met je doen; je intimideren, gevangen zetten, martelen… Maar in je gedachten blijf je altijd vrij. Ik reis de wereld rond om te vertellen over mijn ervaringen en te laten zien dat het niet nodig is bang te zijn. Ik wil mensen motiveren op te komen voor hun rechten. Sinds de aanslagen in New York op 11 september 2001, wordt overal ter wereld de strijd tegen terrorisme gevoerd. Onder het mom van die strijd worden mensenrechten geschonden. Nationale veiligheid gaat voor individuele rechten. Een heel gevaarlijke ontwikkeling, want het breidt zich snel uit. Langzaam maar zeker geraken we in een vicieuze cirkel want met de strijd tegen terrorisme, doen we angst ontstaan. En door die angst worden weer mensenrechten geschonden. We moeten de hoos die over de wereld waait stoppen. Dat kan alleen door ons te verenigingen en samen te strijden voor mensenrechten. Met kleine stapjes komen we er wel.’

Waar is Amnesty International mee bezig ( Anno 2007 )?

Op 11 mei 2006 werd de Nederlander Faleh Abdullah al-Mansouri (1946) tijdens een bezoek aan Syrië gearresteerd en overgedragen aan Iran. Omdat het onbekend is waar hij gevangen wordt gehouden, is elke vorm van contact onmogelijk. Tijdens een dergelijke incommunicado-detentie is het risico groot dat de gevangenen worden mishandeld, gemarteld of zelfs worden geëxecuteerd. Inmiddels is er contact geweest tussen Al-Mansouri en zijn familie, maar zijn advocaat heeft nog niet met hem kunnen spreken.

Amnesty is uiterst bezorgd over het lot van Al-Mansouri. Het aantal executies in Iran neemt toe en mensen die tot onderdrukte minderheidsgroepen horen, zoals de Arabische Ahwazi, lopen extra gevaar. Al-Mansouri is voorzitter van de Ahwaz Bevrijdingsorganisatie (ALO). Dit wereldwijde verbond van uit Iran gevluchte Ahwazi streeft naar een zelfstandige staat voor Arabieren afkomstig uit de Al-Ahwaz regio. Dit gebied is voor Iran van groot belang vanwege de olievoorraden.

Al- Mansouri vluchtte zelf in 1988 uit Iran, kreeg een vluchtelingenstatus en uiteindelijk de Nederlandse nationaliteit. Sinds 1989 woont hij met zijn vrouw en vier kinderen in Limburg. Hij is actief lid van de Amnesty groep Maastricht en werd voor zijn inzet onderscheiden als Lid in de Orde van Oranje Nassau.

Amnesty-acties
Sinds zijn arrestatie, in mei 2006, heeft Amnesty International op verschillende wijzen actie gevoerd om meer informatie te krijgen over het lot van Al-Mansouri. Vele burgers en politici onderschreven de door Amnesty gestelde eisen om toegang te krijgen tot Al-Mansouri. Burgemeester Leers van Maastricht, de (voormalige) kamerleden Koenders, Karimi en Peters en Eduard Nazarski, directeur van Amnesty Nederland, spraken bij de Iraanse ambassadeur in Nederland, de heer Ziaran, hun bezorgdheid uit over het lot van Al-Mansouri. Door die acties weet Amnesty dat Al-Mansouri nog leeft, maar zijn verblijfplaats is onbekend.

Al-Mansouri al een jaar in Iraanse cel (3:40)

Maart 2007: Al-Mansouri is nog in leven
De Maastrichtse mensenrechtenactivist Abdullah Al-Mansouri is nog steeds in leven. Hij kreeg onlangs toestemming van de Iraanse autoriteiten om zijn familie in Nederland te bellen. Volgens hen 'klonk hij zwak, gebroken en staat hij onder zware druk'. Amnesty vreest dat Al-Mansouri wordt mishandeld, gemarteld en het risico loopt om geëxecuteerd te worden.

De afgelopen maanden heeft Amnesty op intensieve wijze aandacht gevraagd voor de situatie van Al-Mansouri. Op 9 maart was het een half jaar geleden dat Amnesty’s directeur Eduard Nazarski een visumaanvraag heeft ingediend samen met de advocaat van de familie Al-Mansouri, Gerard Spong. Tot op heden heeft noch Amnesty noch de advocaat van de familie iets van de Iraanse autoriteiten vernomen.

11 mei 2007: Al-Mansouri precies een jaar gevangen in Iran
Vrijdag 11 mei 2007 was het precies een jaar geleden dat Faleh Abdoullah al-Mansouri, actief Amnestylid uit Maastricht, in Damascus (Syrië) werd gearresteerd.

Op 8 augustus 2006 werd bekend dat Al-Mansouri al na vijf dagen is overgedragen aan Iran.
Amnesty, leden en sympathisanten kwamen op 11 mei voor de Iraanse ambassade bijeen om hun ongerustheid te uiten en opnieuw aan te dringen op opheldering over zijn lot.

Eduard Nazarski, directeur van Amnesty International en Tweede Kamerlid Mariko Peters (GroenLinks) hielden voor de ambassade een toespraak. Directeur Nazarski overhandigde 3000 handtekeningen voor Al-Mansouri aan de ambassadeur. Verder waren groepsleden van de Amnesty-groep uit Maastricht (waar Al-Mansouri deel van uitmaakte) en familieleden van Al-Mansouri aanwezig bij de actie.


NOHRS, een Syrische mensenrechtenorganisatie, meldde op zondag 28 oktober 2007 op haar site dat Al-Mansouri onlangs ter dood is veroordeeld.

29 oktober 2007: 'Al-Mansouri ter dood veroordeeld'
Amnesty is zeer verontrust over een bericht dat Abdoullah Al-Mansouri ter dood zou zijn veroordeeld, en heeft de Iraanse ambassadeur om opheldering gevraagd.

Rechtszittingen
Op 13 juni 2007, 13 juli 2007 en 30 juli 2007 vonden achter gesloten deuren rechtszittingen plaats tegen Al-Mansouri. Deze zittingen vonden plaats zonder juridische bijstand door een advocaat van zijn keuze en zonder een Nederlandse vertegenwoordiging, die door de Iraanse autoriteiten is toegezegd. Amnesty International heeft steeds aangedrongen op een eerlijk proces, en maakt zich zorgen over deze laatste berichten.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.