Geschreven door: | anoniem (4 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 24 oktober 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 5.200 |
Bekeken: | 2240 keer (12 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
BroeikaseffectInleidingIk ga een praktische opdracht over het broeikaseffect maken.
Het broeikaseffect is momenteel zeer actief in de media.
Doordat de temperatuur stijgt, gebeurt er veel met de wereld.
Omdat het zo belangrijk is om te weten wat er gaat gebeuren als de temperatuur stijgt en om te weten wat het broeikaseffect nou precies met de wereld doet, heb ik besloten dat mijn onderwerp voor deze praktische opdracht het broeikaseffect wordt.
Met Anw hebben we een hoofdstuk gehad, waarin werd uitgelegd wat het broeikaseffect precies was en waarom het noodzakelijk was dat er iets moest gebeuren om het broeikaseffect tegen te gaan. Ik vind het een interessant onderwerp, vooral omdat het ons allemaal aangaat en iedereen een steentje kan bijdragen aan het tegengaan van het broeikaseffect.
Om te begrijpen wat het broeikaseffect nou precies is, waar het door wordt veroorzaakt en hoe we het tegen kunnen gaan heb ik 4 deelvragen bedacht, die mij uiteindelijk antwoord moeten geven op de hoofdvraag.
De hoofdvraag is: Waarom is het belangrijk om het broeikaseffect tegen te gaan?Om deze vraag te beantwoorden heb ik 4 deelvragen bedacht.Deelvraag 1: Wat is het broeikaseffect?
Deelvraag 2: Wat zijn de natuurlijke oorzaken van het broeikaseffect?
Deelvraag 3: Wat zijn de menselijke oorzaken van het broeikaseffect?
Deelvraag 4: Wat kunnen we doen tegen het broeikaseffect?
Wat is het broeikaseffect?Het broeikaseffect is in de 19e eeuw door drie wetenschappers ontdekt. In 1827 kwam de Fransman Jean Baptiste Joseph Fourier met het idee dat de temperatuur alleen verklaard kon worden door onzichtbare warmtestraling. In 1896 kwam de Zweed Svante Arrhenius met berekeningen van temperatuurveranderingen op aarde door afwisselingen van de hoeveelheid kooldioxide. Eind jaren vijftig begon men de koolstofdioxideconcentratie in de atmosfeer te meten. Onderzoeker op dit gebied is Charles David Keeling.
Tot zover bekend is de aarde de enige planeet die een Biosfeer heeft.
In deze Biosfeer kunnen organische wezens overleven. Om leven te kunnen laten ontstaan en vooral om het levend te houden zijn een aantal dingen nodig, één hele belangrijke daarvan is een goed klimaat. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan een goede temperatuur en luchtvochtigheid. Op onze aarde zijn blijkbaar de omstandigheden goed genoeg om aan alle eisen te voldoen. Als je de aarde gaat vergelijken met andere planeten zoals Venus en Mars waar geen leven is komt 1 groot verschil duidelijk naar voren. De aarde blijkt een mantel om zich heen te hebben, voor het over grootste deel bestaand uit gassen. Deze mantel noemen we ook wel de atmosfeer. De aarde haalt zijn energie, die nodig is voor leven, uit zonnestraling. De zonnestralen passeren de atmosfeer en weerkaatsen op het aardoppervlak, dit brengt zowel licht als warmte-energie met zich mee. De warmte zou zonder een gasmantel zich vrij bewegen en de aarde verlaten. Dankzij de werking van de atmosfeer wordt de warmte vastgehouden. Dit zou je kunnen vergelijken met een broeikas, de zonnestralen passeren het glas, worden in de kas omgezet in warmte. De warmte zou wel weg willen, maar wordt op dat moment tegengehouden door het glas. Natuurlijke broeikasgassen, zoals waterdamp en CO2, zorgen ervoor dat de warmte die de aarde uitstraalt gedeeltelijk wordt teruggekaatst naar de aarde toe en dus zal het nog warmer worden.
Het klimaat in de kas zal warmer zijn dan daarbuiten en kan mogelijk goed genoeg zijn voor leven. Dit systeem van de aarde noemen we het natuurlijke broeikaseffect en zorgt er dus voor dat er leven kan ontstaan en dat er geleefd kan worden. Een verhoging van de gemiddelde temperatuur van de aarde wil niet zeggen dat het overal op aarde warmer wordt. Mogelijk wordt het in sommige gebieden zelfs juist koeler, doordat weersystemen gangbaarder worden die op sommige plaatsen warmer en op een kleiner aantal andere plaatsen koeler zijn dan het gemiddelde. Hoe het klimaat op het broeikaseffect gaat reageren is nog steeds een raadsel. Een goed voorbeeld van het effect dat het broeikaseffect kan hebben, is de planeet Venus. Omdat Venus dichter bij de zon staat dan de aarde, valt een hogere temperatuur dan op aarde te verwachten. Het verschil is echter veel groter dan het verschil in afstand verwacht mag worden en de oppervlaktetemperatuur van Venus (480°C) is hoger dan die van Mercurius, hoewel Mercurius dichter bij de zon staat. Dat komt omdat Venus een zeer dichte atmosfeer heeft, die voor het grootste deel uit het broeikasgas kooldioxide bestaat. Het broeikaseffect is op Venus is dan ook zeer sterk. Mercurius heeft vrijwel geen atmosfeer en ook geen broeikaseffect.
Natuurlijke oorzakenHet broeikaseffect wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van bepaalde stoffen in de dampkring. De belangrijkste hiervan zijn:
- kooldioxide (CO2): komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en (in mindere mate) aardgas. CO2 komt ook vrij bij ontbossing.
- methaan (CH4): ontstaat vooral in de landbouw en veeteelt.
- distikstofoxide (N2O, lachgas): komt vrij bij verbranding van fossiele brandstof en gebruik van mest.
- fluorverbindingen: dit zijn stoffen als HKF's, PFK's en SF6 (deze worden gebruikt als vervangers van cfk's).
Verder hebben bepaalde stoffen een indirecte invloed op het versterkte broeikaseffect.
Te denken is hierbij aan stoffen als stikstofoxiden, koolmonoxide en vluchtige organische stoffen. De meeste bovengenoemde stoffen zijn een natuurlijk onderdeel van onze atmosfeer.
Klimaatonderzoekers proberen er achter te komen wat de oorzaken van klimaatveranderingen zijn en in hoeverre ze voorspelbaar zijn.
Het klimaat wordt door de natuurlijke factor veranderd, dat komt door:- verschuivingen van aardplaten (continenten)
- zeestromen
- inslagen op aarde van kometen of meteorieten
- vulkanisme
- verschillen in de aardbaan
- de zon die veranderd (veranderende zonneactiviteit)
- het onverwachte gedrag van de atmosfeer.
De zon maakt in 1 jaar een rondje om de aarde. Sinds 1979 zijn er door satellieten waarnemingen gemaakt waaruit je kunt zien dat de sterke intensiteit van de zon gelijk loopt met de 11 jarige duur van de zon van de rit om de aarde. De variaties in de zonnestraling in 11 jaar zijn klein. Ze zijn dan ook bijna niet terug te vinden. Er zijn ook aanwijzingen dat de zon langzame variaties vertoont. Die langzame variaties kunnen wel merkbare invloed op het klimaat hebben en misschien komt het daardoor dat er in de helft van de 17de eeuw lage wintertemperaturen waren en in de helft van de 20ste eeuw opwarming plaatsvond. Heel erg veel weten we er nog niet over, er wordt ook nog onderzoek naar gedaan. Er wordt soms ook gezegd dat de zon nog op een andere manier dan via zonnestraling invloed zou hebben op het klimaat, maar of dat echt waar is?
Verschuivingen van aardplaten (continenten)
De korst heeft geen invloed op de aarde, behalve dat zij voortdurend in beweging is onder invloed van de convectiestroming. Daardoor ontstaan verschuivingen van de aardplaten ten opzichte van elkaar. Door deze verschuivingen ontstaan aardbevingen en kunnen op zwakke plekken van de aardkorst vulkanen uitbarsten.
ZeestromenZeestromen zijn bewegingen in het oceaanwater van grote afmeting.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen warme golfstromen en koude golfstromen.
Als de temperatuur stijgt vindt er meer verdamping plaats, dus meer neerslag. Die neerslag kan de zeestromen beïnvloeden. Doordat het zeewater op grotere breedtematen warmer wordt, kan het water daar niet meer naar de bodem zakken. Dit moet dus op een andere plaats gebeuren. Als het zeewater warmer wordt zet het water uit en heeft het water een kleinere massa. Daardoor stijgt het zeeniveau en dat bedreigt landen waar het land net onder de zeespiegel ligt. Ook het leefgebied van dieren wordt daardoor steeds kleiner.
Inslagen op aarde van kometen of meteorieten
Als een meteoriet, een komeet of een asteroïde het oppervlak van een planeet, b.v. de aarde raakt ontstaat (afhankelijk van de grootte en de snelheid van het lichaam) een inslag krater.
De energie die vrijkomt bij een inslag is enorm. Berekeningen hebben aangetoond dat bij de inslag van een meteoriet met een diameter van 30 meter en een snelheid van 15 km/s energie vrijkomt die vergelijkbaar is met de explosie van ± 4 miljoen ton TNT. Er zou dan een inslag krater kunnen ontstaan met een diameter van ± 1 km. en een diepte van ± 200m!
Vulkanisme
Als er een vulkaan uitbarst kan er veel stof in de atmosfeer komen, deze stof reflecteert zonlicht. Meestal verdwijnt het stof binnen een paar jaar vanzelf weer uit de atmosfeer. Maar sterke vulkaanuitbarstingen hebben een grote invloed op de warmtebalans van de aarde. En tast dus ook het broeikaseffect aan.
Verschillen in de aardbaan
Ook variaties in de jaarlijkse baan van de aarde om de zon en schommelingen in de stand van de aardas hebben invloed op het klimaat. Het gevolg van deze variaties is dat de stralingsintensiteit op verschillende geografische breedten varieert. Deze theorie van de Yoegoslavische geoloog Milankovitch wordt gezien als een van de meest waarschijnlijke verklaringen voor het ontstaan van de ijstijden.
De zon die verandert (veranderende zonneactiviteit)
De activiteit van de zon vertoont een duidelijke cyclus van 11 jaar. Als de zon actiever is vertoont haar oppervlak zowel meer zonnevlekken als meer explosieve fakkels. Sinds 1979 zijn er nauwkeurige satellietwaarnemingen beschikbaar waaruit blijkt dat de intensiteit van de zonnestraling in de pas loopt met de 11-jarige cyclus van zonneactiviteit. Maar de 11-jarige variaties in de zonnestraling zijn klein en daarom verwacht men dat ze maar weinig invloed hebben. In de waarnemingen zijn ze dan ook niet of nauwelijks terug te vinden. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de activiteit van de zon ook langzame variaties vertoont. Deze langzame variaties zouden wel een merkbare invloed op het klimaat hebben en mogelijk hebben bijgedragen aan de lage wintertemperaturen in de zeventiende eeuw en aan de opwarming in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ook wordt wel gezegd dat de zon nog op een andere manier dan via de zonnestraling invloed zou kunnen hebben op het klimaat, maar dit is nog onzeker.
Het onverwachte gedrag van de atmosfeer
Door de jaren heen is de samenstelling van de atmosfeer veranderd. Maar niet zo opvallend sinds de laatste jaren. Vroeger veranderde het klimaat wel eens, doordat de aardas verschoof. De polen schuiven dan niet mee en dus komen deze op een andere plek en ook verandert de stand van de evenaar. Deze veranderingen zijn allemaal natuurlijk. Het versterkte broeikaseffect wordt versterkt door de mens. De mens scheidt natuurlijke en onnatuurlijke stoffen uit. Te veel van natuurlijke stoffen is ook niet goed. Het kan het klimaat veranderen.
Het weer
Het klimaat en vooral de temperatuur in West-Europa is heel erg afhankelijk van de zeewatertemperatuur in het noorden van de Atlantische Oceaan. Een warme oceaan houdt de temperatuur in de gebieden die daarbij liggen op een gematigd niveau. Het water in het noorden van de Atlantische Oceaan is warm omdat daar de Warme Golfstroom loopt. Die je kunt beschrijven als een transportband van warmte, de stroming gaat met een slingerende rivier met draaikolken, zinkende bellen van koud en warm water. De Golfstroom begint in de Golf van Mexico en vanaf daar brengt het warm water naar het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Omdat het water in dat gedeelte zout is zinkt het nadat het afgekoeld is naar beneden en daarna stroomt het in zuidelijke richting weer terug. De stroom wordt waarschijnlijk in beweging gebracht door enorme wervels in de wateren rond Zuid-Afrika. Er lekt daardoor warm water uit de Indische Oceaan naar de Zuidelijke Atlantische Oceaan. Onderzoekers hebben uitgezocht dat een warmer klimaat de Golfstroom kan afremmen omdat er dan door de warmte, ijsblokken afbreken en het ijs smelt en er meer zoet water bij de Warme Golfstroom komt, waardoor het water in het Zuiden van de Atlantische Oceaan niet meer naar beneden zinkt omdat het te zoet is. Dus het hele proces raakt dan in de war.
Menselijke oorzakenEr zijn nu ongeveer 6 miljard mensen op aarde, dit worden er in de nabije toekomst ongeveer 10 miljard. Met deze snel groeiende bevolking oefent de mens een steeds grotere druk uit op de natuur en heeft dus een grote invloed op het milieu van de aarde. Iedereen moet eten en heeft ruimte nodig om te wonen en te ontspannen. Elk mens benut natuurlijke bronnen zoals aardolie. We produceren ook afval, vooral in de rijke landen, maar nu ook steeds meer in de arme landen.
De mens veroorzaakt schade aan het leven naast natuurlijke factoren zoals een natuurramp of een klimaatverandering. Wat zijn precies de schadelijke ingrepen van de mens?
OverbevissingDankzij verbeterde technologie hebben vissers moderne vistuigen met verwerkingsfabrieken en opsporingsapparaten die tot grote vangsten leiden en erg weinig vissen laten ontsnappen. Door het gebruik van enorme sleepnetten wordt de zeebodem omgeploegd waarbij schuil en voortplantingsplaatsen worden vernietigd. Dit leidt tot overbevissing en een gevaarlijke afname van vispopulaties. Vaak worden ook onbedoelde soorten meegevangen zoals schilpadden en dolfijnen die beschadigd of dood terug in de zee worden gegooid.
OntbossingDe mens kapt steeds meer bomen om huizen te bouwen en voor meubilair. Vooral in de ontwikkelingslanden wordt hout ook als bouwmateriaal of als brandstof gebruikt. Door het kappen van bomen vernietigt de mens leefgebieden en schuilplaatsen van dieren en isoleert de opgesplitste leefgebieden steeds verder. Met het kappen van bossen daarom verdwijnen ook heel veel dieren en planten. Soorten op de grens van bos en ontbost gebied worden door ontbossing makkelijker aan wind, predatoren en jagers blootgesteld waardoor hun bestaan niet gemakkelijker wordt.
Bomen spelen een belangrijke rol in de waterhuishouding doordat ze water opnemen, vasthouden en langzaam weer afgeven. Daardoor spelen ze een belangrijke rol bij het in stand houden van het klimaat. Ontbossing heeft dus een grote invloed op de landbouw. Zonder bomen zal er uiteindelijk een droger, plaatselijk klimaat en een droge bodem ontstaan.
Bomen spelen ook een belangrijke rol bij het tegenhouden van bodemerosie. Als bomen weg zijn, hebben wind en regen vrij spel waardoor de vruchtbare toplaag van de grond makkelijker wordt weggespoeld naar de rivieren, wat erosie wordt genoemd. De vruchtbare toplaag van de bodem is bruikbaar voor de groei van nieuwe planten en dus heel belangrijk voor de landbouw. Omdat veel traditionele volken afhankelijk van de bossen zijn, bedreigt de ontbossing ook hun bestaan.
Bomen zijn ook een onderdeel van de kooldioxidekringloop. Ze nemen kooldioxide op uit de lucht en geven zuurstof af. Hierdoor houden bomen de hoeveelheid kooldioxide in de lucht in evenwicht. Als bomen gekapt worden, wordt het kooldioxide concentratie in de lucht hoger. Een hogere concentratie van kooldioxide verstoort de instandhouding van ons klimaat; een hoog kooldioxide concentratie leidt tot een hoge wereldtemperatuur, het zogenaamde broeikaseffect
Overbegrazing
Onze bevolking groeit steeds meer en met deze toename neemt ook onze behoefte aan voedsel, vooral voor vlees toe. Het wordt dus steeds winstgevender om op een grote schaal koeien, schapen en geiten te houden. Deze planteters hebben natuurlijk gras en andere vegetatie nodig om te eten. Er is dus een toenemende vraag naar graslanden. De veetelers gaan hun veehouderijen in Zuid-Amerika en Afrika vestigen om hun dieren grootschalig te voeren. Het vee graast op een enorme schaal en verwijdert veel vegetatie over een grote afstand. Slechts een paar sterke vegetatiesoorten kunnen overblijven. Er is dan ook weinig kans voor nieuwe soorten. De mogelijkheid voor ruimte waar het vee op kan grazen is dus verkleind en er is sprake van overbegrazing. De afname van vegetatie leidt tot bodemerosie, dichtslibben van rivieren en overstromingen. Als de planteters niet vaak grazen, hebben beschadigde en nieuwe planten voldoende tijd om te groeien.
Vernietiging en versnippering van leefgebieden De toenemende menselijke behoefte aan ruimte voor steden, wegen, industrie en recreatie gaat ten koste van de natuurlijke leefomgeving. De mensen pikken steeds meer natuurgebieden in en veranderen ze in cultuurgebieden door het aanleggen van wegen, uitbreiding van steden en de landbouw. Cultuurlandschappen hebben vaak dezelfde strakke vormen en zijn minder afwisselend dan natuurgebieden. In natuurlijke gebieden is er dus meer variatie aan leefgebieden, schuilplaatsen en voedseltypen en is de biodiversiteit groter.
Door het bebouwen van natuurlijke gebieden splitst de mens de wilde leefgebieden van de dieren op. Opgesplitste leefgebieden zijn nu overal te vinden. De oude uitgestrekte bossen in Europa zijn bijvoorbeeld nu eilandjes met een paar bomen en soorten geworden. Hoe kan de opsplitsing van grote leefgebieden tot kleine leefgebieden schadelijk zijn voor soorten?
De kleine versnipperde leefgebieden liggen vaak op een afstand. Sommige soorten vinden het moeilijk om naar een ander leefgebied te gaan want dan moeten ze door de ongeschikte plekken met weinig voedsel of met veel roofdieren reizen. Daarom vindt paring en genetische uitwisseling tussen individuen uit verschillende leefgebieden weinig plaats wat tot inteelt kan leiden. Bij inteelt zijn individuen meer kwetsbaar voor ziektes en externe factoren zoals een plotselinge klimaatverandering dan hun normale soortgenoten.
Vervuiling en wereldwijde klimaatverandering: het broeikaseffect
De mens produceert een enorme hoeveelheid afval. Veel van die stoffen zijn afbreekbaar in de natuur, maar veel zijn onafbreekbaar. Denk bijvoorbeeld aan gif. Deze slecht afbreekbare stoffen, vinden hun weg naar de voedselketens en webben en hopen in de lichamen van de dieren en planten op. Dit leidt tot een slechte stofwisseling, waardoor ze kunnen uitsterven. De waterdieren en planten zijn ook bedreigd door gifstoffen die de fabrieken in rivieren of in meren storten.
De uitlaatgassen van auto's en industrie vervuilen de lucht wat tot zure regen leidt. Zure regen heeft een lage PH waarde en dus is zuur. Het is schadelijk voor planten, schimmels en ook voor dieren. Door de zure regen gaan bijvoorbeeld de schimmels die op de plantenwortels leven dood. Deze schimmels zijn erg belangrijk voor bomen voor de opname van hun nutriënten. Zonder deze schimmels gaan dus ook de bomen dood.
De uitlaatgassen komen vrij door de verbranding van fossiele brandstoffen in de vorm van koolmonoxide en kooldioxide. Hierdoor vormt zich een soort deken rond de aarde, die het zonlicht doorlaat en de warmte vasthoudt binnen onze dampkring. Dit leidt tot een verhoging van de temperatuur op aarde, het zogenaamde broeikaseffect. In de vorige eeuw steeg de temperatuur op aarde 1 tot 3 °C, waardoor de ijskappen gedeeltelijk afsmolten en de zeespiegel 1 tot 2 meter steeg.
De verschillende klimaten van landen zijn heel belangrijk voor de verspreiding van soorten. Als het plaatselijke klimaat plotseling verandert, moeten soorten zich snel aan de nieuwe eisen van hun veranderde leefgebieden aanpassen of naar een andere geschikte plek gaan om niet uit te sterven.
Invoering van vreemde soorten (exoten)
Vroeger door kolonisatie en tegenwoordig door wereldreizen worden dieren en planten makkelijk van het ene land naar het andere vervoerd. Als de mens nieuwe soorten invoert, kunnen ze zich met succes in de nieuwe gebieden vestigen. De aankomst van de nieuwkomers maakt het leven van de oorspronkelijke soorten er niet gemakkelijker op. De inheemse soorten, vooral de eilandsoorten, zijn alleen aan concurrentie van naburige soorten gewend. Daarom kunnen ze niet goed met de nieuwe soorten concurreren en sterven soms zelfs uit als steeds meer leefgebieden en niches door de nieuwkomers worden bezet. Een voorbeeld hiervan is de sterke afname van het aantal cichliden (de inheemse soort) na de invoering van de nieuwe predator Nijlbaars (de vreemde soort) in het Victoriameer in Afrika.
Nieuwkomers kunnen soms nieuwe ziekten met zich meebrengen en soms met inheemse soorten paren. De nakomelingen hebben dan gemengde eigenschappen en worden "hybriden" genoemd. Ze kunnen onvruchtbaar zijn.
Wat gebeurt er met de aarde en wat kunnen we er tegen doen?
Wat gebeurt er met de wereld?
Door het broeikaseffect stijgt de temperatuur op aarde, denk maar aan 10 jaar terug. Toen waren de winters veel kouder. Door de hoge temperaturen krijg je klimaatsverandering.
Voortgaande zeespiegelstijging door afsmelten van gletsjers en andere ijsmassa’s. Zullen deze eeuw naar schatting tussen 9 en 88 cm in de komende eeuwen enkele meters stijgen. Hierdoor zullen overstromingen in laaggelegen gebieden toenemen. Veranderingen in de waterkringloop. Zoetwatertekort kan in bepaalde regio’s groter worden. Het Midden-Oosten, de Sahel, Australië en Midden-Amerika kunnen hiermee te maken krijgen. In andere gebieden, zoals delen van China en de Verenigde Staten zal de hoeveelheid zoet water toenemen. Veranderingen in de volksgezondheid door tekort aan water of voedsel of door grotere verspreiding van ziektes zoals malaria.
Ook de mensen zullen onder het broeikaseffect gaan lijden. De landen die afhankelijk zijn van de landbouw zullen het zwaar krijgen. En de meeste landen die afhankelijk zijn van de landbouw, hebben het nu al moeilijk. De voedselproductie van die landen zal minder worden. Alles wat de bevolking produceert, is vooral bedoeld om de eigen bevolking te voeden. En vaak geeft dat al problemen. Als het waterpeil nog meer zal gaan stijgen, zullen er overstroming komen. In Nederland hebben we wel geld om dat probleem op te lossen, maar hoe moet dat bijvoorbeeld in Bangladesh?
Ozon op grootte hoogte kan geen kwaad, maar op laag niveau zoals in de Troposfeer is het giftig voor mensen. Dit heeft grote gevolgen voor de mens en natuur.
Door het gat in de ozonlaag zullen meer UV-stralen op aarde terechtkomen. Zelfs een toename van UV-stralen met maar één procent is al gevaarlijk voor de mens. Twee groepen lopen vooral gevaar: mensen met een lichte huidskleur en jongeren. Twee van de drie vormen van huidkanker: Basaalcelkanker en Melanoom.
Wat gebeurt er met de planten en dieren?
Het broeikaseffect grijpt met een reusachtige snelheid om zich heen. Planten kunnen er over een aantal jaren niet meer leven. De planten zullen dus een geschiktere woonomgeving moeten vinden waar ze wel kunnen overleven. Doordat zaden van verschillende planten kunnen overwaaien zouden ze zich ergens anders kunnen vestigen en zo verder leven. Door gebergten zoals de Alpen, Caucasus en de Pyreneeën, kunnen zaden nooit overwaaien naar een betere leefomgeving. Vele soorten planten die in de bossen wonen zullen naarmate het broeikaseffect toeneemt waarschijnlijk uitsterven.
Het broeikaseffect zal het eerste te merken zijn in het noorden. Daar leven planten en dieren in de kou en wanneer het ook maar een paar graden stijgt kunnen allebei de soorten het niet aan. Naarmate het broeikaseffect toeneemt en de veranderingen erg duidelijk worden, zul je merken dat het een uitstralingseffect heeft. Het begint in de gebieden waar ze een temperatuurstijging nauwelijks aankunnen. Maar naarmate de gevolgen extremer worden en de verschillen oplopen naar hoge temperaturen, zullen ook de meest sterke gebieden eronder lijden. Het hele ecologische evenwicht zal uit balans raken en heel veel kringlopen zullen verstoord worden en ook uitsterven.
Door de temperatuurstijging zal de zeespiegel ook stijgen. Dit is een gevolg door de smeltende ijsbergen. Door de stijging zal het de zeestromen beïnvloeden. Het water kan niet weglopen, daardoor mengt het water zich met het andere water en stijgt de zeespiegel. Wanneer dit uit de hand loopt zullen laaggelegen landen onder water lopen. De zee heeft een sterke invloed op het weer. In Limburg vriest het harder dan in Noord-Holland, omdat Noord-Holland naast de zee ligt. Terwijl Noord-holland door de zee, de zomer kouder is dan in Limburg. Doordat het water niet weg kan stromen, zullen de oude stromingen die van grote invloed waren op ons weer afnemen. Die warme of koude zeelucht zal vervangen worden door poollucht. Daardoor word Europa kouder en droger. Grond die altijd bevroren is noemen we permafrost. Door de poollucht zal de grond in Europa meer op permafrost gaan lijken en is landbouw niet meer mogelijk.
De zeespiegelstijging is een van de gevolgen, die het meeste gevolgen heeft. Als het op aarde een graad warmer wordt, zal de zee met 10 tot 20 centimeter stijgen. Havens zullen moeten worden verplaatst.
Wat zijn de maatschappelijke gevolgen?
Klimaatveranderingen zullen grote gevolgen hebben voor de maatschappij, het weer kan extreem worden:
- Overstromingen
- Stormen
- Hittegolven
- Droogtes
Omdat weersomstandigheden uit het verleden ons niet helpen met het voorspellen van het toekomstige weer, zullen extreme weeromstandigheden als verrassing optreden. De schade van deze weersomstandigheden zal daardoor heel groot zijn.
De klimaatsveranderingen kan ook voordelen met zich meebrengen zoals: hoger landbouwopbrengsten, uitbreiding van toerisme en lagere stookkosten. Veel agrarische gebieden in noordelijke streken in Canada en Rusland kunnen misschien profiteren van de hogere temperaturen en een hogere koolstofdioxideconcentratie. Maar om die voordelen te gebruiken moet er veel tijd en geld ingestoken worden om de samenleving in die streken te veranderen.
Wat zijn de economische gevolgen?
Gevolgen van het broeikaseffect zijn voor de economie zijn:
- De staatsschuld in alle landen stijgt
- De belastingen moet daardoor ook stijgen
- De mensen kunnen minder besteden, dus gaan minder kopen
- De winkelier krijgen minder omzet, dus betalen minder belasting
Deze gevolgen brengen een behoorlijke klap voor de economie in alle landen. De economie heeft niet alleen te lijden, ook de mensen in de maatschappij. De mensen hebben door al die maatregelen die de overheid doet om de CO2 uitstoot te verminderen, minder te besteden. Doordat ze minder kunnen besteden gaan ze minder geld uitgeven aan bijvoorbeeld sport of school. De mensen worden hierdoor minder betrokken bij de maatschappij.
Die gevolgen hoeven in Nederland niet zo groot te zijn, maar in andere landen gebeurt dit misschien wel.
De maatregelen zelf hebben ook grote gevolgen voor de economie en de maatschappij. De maatschappij moet zelf ook het nut van duurzame energie zien. De mensen moeten dus ook die duurzame energie kopen. Als dat niet gebeurt dan blijven de maatregelen zinloos dus heeft niemand er wat aan. De economie moet veel investeren in duurzame middelen om het milieu te sparen.
Wat gebeurt er met Nederland?
Een groot deel van Nederland ligt nu al beneden de zeespiegel. Zonder duinen en dijken zou Utrecht een kustplaats zijn. Om ons tegen het water te beschermen heeft Nederland in Zeeland niet zo lang geleden alle dijken verhoogd en een stormvloedkering gebouwd. Het Deltaplan, zoals dit officieel heet, heeft Nederland ongeveer 9 miljard gulden gekost.
Als de zeespiegel de komende eeuw met een meter gaat stijgen, zal een veelvoud van dit bedrag nodig zijn om alle zee en rivierdijken voldoende te verhogen en bruggen en sluizen aan te passen.
Stijging van de temperatuur heeft echter nog meer gevolgen voor Nederland.
De stijging van de temperatuur zijn gevolgen voor het drinkwater en de landbouw. De temperatuurveranderingen zullen tot gevolg hebben dat de natte perioden natter zullen worden en de droge perioden nog droger. Grote problemen zijn te verwachten voor de drinkwatervoorzieningen in Zuid- en Oost-Nederland. Door de droogte daalt daar het grondwaterpeil. De droge zomers zullen ervoor zorgen dat boeren en tuinders in de problemen komen. ’s Zomers zullen akkers vaker besproeid moeten worden. Doordat ’s winters minder schadelijke organismen gedood worden, zullen boeren en tuinders meer schadelijke bestrijdingsmiddelen moeten gaan gebruiken. En de kans op misoogsten neemt toe.
Wat kunnen we doen tegen het broeikaseffect?
We kunnen het Broeikaseffect op heel veel manieren bestrijden, maar het probleem is dat er niet veel aan wordt gedaan. Het bestrijden van het Broeikaseffect is erg duur. Veel bedrijven kopen liever goedkope energie, die energie is juist de energie die ervoor zorgt dat de broeikasgassen concentratie juist toeneemt. Hierdoor wordt het Broeikaseffect juist versterkt.
De bekendste methode om het Broeikaseffect te remmen is door alternatieve stroom te gebruiken, zoals; groene stroom. In heel veel landen zijn er honderden windturbines neer gezet om energie op te wekken. Het enige nadeel is, als er geen wind is wordt er ook geen energie gewekt. Andere gebruiken zonne-energie. Dit wordt steeds vaker toegepast, maar zonnepanelen leveren natuurlijk meer energie op zonnige dagen.
Om de energie voorziening van de wereld te veranderen wordt er dus een heel andere aanpak vereist. Al die maatregelen kosten geld. Als niemand er geld voor over heeft kan er niet veel veranderen. De mensen moeten dus bewust gemaakt worden dat die maatregelen uiteindelijk goed zijn voor het milieu is en voor de mens.
Om te beginnen kunnen beter andere alternatieve energiebronnen gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen zoals:
- Waterkracht
- Windenergie
- Zonne-energie
- Kernenergie
Het gebruik van windmolens is tot nu toe de meest schone manier van energie productie. Een moderne windmolen produceert rond de 600 kW. Deze windmolens produceren per jaar 1 tot 1,5 miljoen kWh. Dat is genoeg om 300 tot 500 huishoudens een jaar lang van duurzame energie te voorzien. Het enige nadeel van een windmolen is: als er geen wind is wordt er geen energie geproduceerd. Veel windmolens worden aan de kant van het water neergezet en daar is altijd wel genoeg wind.
Zonne-energie wordt ook steeds meer toegepast. Een zonnepaneel levert natuurlijk op zonnige dagen meer energie dan op bewolkte dagen.
Ook de energie productie kan milieu vriendelijker, maar ook het vervoer van mensen.
Voorbeelden hiervan zijn:
- Auto’s zuiniger maken
- Auto’s met een brandstofcel
- Auto’s met een motor en een elektromotor
- Volledig elektrische auto’s
Alle landen hebben met elkaar afgesproken dat de concentratie broeikasgassen in de dampkring weer op het niveau moet komen zodat de gevaarlijke verstoring van het klimaat voorkomen wordt. Deze afspraken samen heet het Klimaatverdrag, die daar 196 landen is getekend. Men denkt dit te bereiken door energiebesparing, door het invoeren van energieheffingen en door het gebruik van duurzame energiebronnen. Ook wij kunnen zorgen dat er minder broeikasgassen in de atmosfeer komen. Veel van die gassen komen in de lucht door dingen die we dagelijks doen. En door daar eens over na te denken kunnen we energie besparen.
Hieronder vind je een aantal tips:
- Doe het licht uit als er niemand in de kamer is. - Laat geen deuren en ramen open staan als de verwarming brandt. - Zet apparaten zoals een computer of een tv uit als je ze niet gebruikt. - Doe de deur van de koelkast niet langer open dan nodig is. - Zet geen warme dingen in de koelkast. - Sta niet eindeloos onder de douch, en wees ook zuinig met warm water uit de kraan. - Geef je ouders het goede voorbeeld en stap op de fiets in plaats van bij ze in de auto te stappen.
ConclusieIk heb nu uitgelegd wat het broeikaseffect is, wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn en waarom het nou zo belangrijk is om het broeikaseffect te bestrijden. Er is nog niks zeker en niemand weet de juiste oplossing tegen het broeikaseffect. Toch kunnen we wat met de informatie die we hebben iets tegen het broeikaseffect doen. Wat zal de belangrijkste oorzaak zijn van het broeikaseffect en wat zouden we het beste kunnen doen om te zorgen dat de situatie niet verder uit de hand loopt?
Zelf denk ik dat de mens niet de belangrijkste veroorzaker is van het broeikaseffect. Ik denk dat het broeikaseffect veroorzaakt wordt door natuurlijke oorzaken, maar dat de mens het broeikaseffect wel verergert doordat we tegenwoordig allemaal zo luxe leven. Dat verklaart dat het probleem in plaats van beter alleen maar slechter gaat. We zullen toch allemaal een steentje moeten bijdragen en denken om de kleinste dingen die zouden kunnen helpen. Want als iedereen er zo makkelijk over blijft denken, wordt het probleem niet opgelost. Er zijn al vele verdragen getekend en verschillende milieu organisaties komen in actie tegen het bestrijden van het broeikaseffect. Er wordt dus wel aan gewerkt, maar of het voldoende is?
Dat zullen we in de toekomst zien!
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.