Geschreven door:

Erik

Datum ingestuurd:

5 oktober 2006

Niveau:

4 vwo

Woorden:

2509

Opvragingen:

4439 (72 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (11 stemmen)

Paragraaf 1

1a. De Sumeriërs leefden in Mesopotamië, 6000 jaar geleden.
b. Dat deden ze door bamboebuizen.
c. Je moet het water(waar dat zout inzit) verdampen. Dan blijft het
zout achter.
d. Dat je het kunt gebruiken als brandstof.

2a. Hij liet gewoon steeds een beitel op de grond vallen, dus echt boren is het niet.
b. 3000 Liter.
c. Ze moeten het eerst gaan destilleren.
d. Dat je grote stukken in kleinere stukjes breekt.
e. Ik denk dat het chemisch is, omdat het allemaal met moleculen breken is.
f. Omdat er anders niet genoeg is.

4a. Heel erg veel.
b. Dat waren waterkracht, aardgas, aardolie, kolen en kernenergie.
c. Ik denk dat ze het in Nederland veel meer gebruiken. Het meeste bij aardgas.
d. Ik denk dat ze in Nederland meer aardgas verbruiken omdat we dat hier ook veel hebben. Verder gebruiken wij andere dingen niet zoveel omdat dat allemaal uit andere landen moet komen.
5 a Hieronder is de staafdiagram van het verbruik van ruwe olie door
raffinaderijen in Nederland. Jaarlijks verbruik x 106 kg.

b. Rond die tijd was er de opkomst van de auto, dus er was heel veel
vraag naar.
c. Per dag  11.000.000.000 liter, per jaar is x 365 = 4015 miljard liter. Dat x 0,88 = 3533 miljard kilo. Het was in 2000 55,078 miljard kilo. Dus 55,078 ÷ 3533, dat x 100 % = 1,55 %.

6a.

b. Benzine  5505 – 4307 = 1198, 4307 : 100 = 43,07. 1198 : 43,07 = 28%
Diesel  1795 – 1059 = 736, 1059 : 100= 10,59. 736 : 10,59 = 69,5%
LPG  880-1449 = -569, 1449 : 100 = 14,49. -569 : 14,49 = - 39,3%
c. Dat komt door een steeds betere welvaart.

7a. Teergrond in Alaska, water, zon en wind.
b. Teergrond  Lang proces.
Wind  Geluidsoverlast
Zon  Duur
c. Energie die nooit opraakt.
d. Wind, water en zon.

8a. Windenergie en de biobrandstoffen.
b. Dat je erg ver vooruitloopt, maar op een gegeven moment iets niet
meer kunt omdat je vastloopt. Je gaat dan dus ‘vertragend’.

9 Zie bijlage achterin.


Paragraaf 2

1a. Katoen, wol, zijde. Nylon, Polyester, Celluclose.
b. Dat was in 1892 door Hilaire de Chardonet. Dat was in Frankrijk.

2a. Het komt van planten.
b. Dat het nep is, de natuur kan dit niet maken.
c. Nee, het komt van planten dus eigenlijk niet.

3a. Polyamide.
b. Fabrikant Du Pont.
c. 1940
d. Je kunt het smelten.
e. Als je het uitrekt wordt het sterker.

4a. Het kan worden gebruikt bij films.
b. De broers Hyatt in 1886.
c. Toen kwam de filmindustrie op gang.
d. Je moet cellulose omzetten in cellulosenitraat. Dan moet je het plastificeren met kamfer.
e. Celluloid is organisch, dus heel brandbaar.

5a. Dat zijn materialen waarvan de moleculen bestaan uit lange ketens.
b. Celluse, zetmeel en eiwitten.
c. Petrochemisch betekent petroleum en chemie. Petroleum komt van aardolie, chemie komt van de chemische reacties.
d. Geen idee.

6a. Dat is tussen 1910 en 1915.
b. In WO I moest Duitsland wel synthetisch rubber gebruiken omdat zie niet meer konden handelen met natuurlijk rubber.
Synthetisch rubber heeft betere eigenschappen dan natuurlijk rubber; Synthetisch rubber is goedkoper en van een betere kwaliteit.
d
Soort Kunststof Ontdekkingsjaar
celluloid 1870
viscosevezel 1900
bakeliet 1905
polystyreen 1930
nylon 1930
polyetheen 1930
PVC 1940

10a. Biopolymeren worden door micro-organismen afgebroken, normale kunststoffen niet.
b. Kunststofafval kun je storten en verbranden.
c. Het terugwinnen van energie en hergebruik.

11a. Je kunt die kunststoffen onderverdelen in biopolymeren en synthetische afbreekbare polymeren.
b. Biopolymeren zijn afbreekbaar, dat doen ze door middel van micro-organismen.

Paragraaf 3

1a. Planten hebben koolstofdioxide dat komt uit de lucht, water en voedingstoffen uit de bodem en licht van de zon of een andere lichtbron nodig.
b. Als er te weinig voedingsstoffen in de grond zitten, gaan planten slechter groeien.
c. Dan moet er worden bemest zodat er meer voedingsstoffen in de grond komen.

2a. De bevolking nam toe omdat er een veel betere welvaart was en betere hygiëne etc..
b. Dat is natuurlijke mest en kunstmest.
c. Natuurlijke mest  voordeel  Het is natuurlijk, nadeel  De samenstelling kan erg variëren.
Kunstmest  voordeel  Altijd dezelfde samenstelling, nadeel  Je krijgt meer mest in de natuur.

3a. Voedingselementen die planten bijvoorbeeld al nodig hebben.
b. De zouten die in deze stoffen zitten komen erg veel voor in de natuur.
c. Planten halen koolstofdioxide uit de lucht voor koolstof.
d. Chilisalpeter.

4a. Hij moet bijvoorbeeld de bevolkingsgroei weten, de stukken landbouwgrond en wat ze produceren.
b. Er is al 140 kg, dat is 140/2500 x 100% is 5,6%.
c. Het is niet genoeg als de plant alle stikstof opneemt.
d. Per hectare is 144 kg stikstof nodig. 7 x 144 = 1008 kg stikstof. Per ton stalmest 4,7 kg stikstof. 1008 kg stikstof is 1008/4,7 = 214 ton = 214 000 kg stalmest.

5a. Duitsland was in oorlog met Engeland en met Frankrijk, waardoor de import van chilisalpeter niet meer doorging.
b. Opschalen wil zeggen dat de installatie van laboratoriumschaal naar industriële productieschaal gebracht wordt. Dus dat de installatie steeds groter wordt.
c. Geen idee.
d. Salpeter kan gemakkelijk uit ammoniak gemaakt worden.

6a. Omdat er veel ammoniak nodig was voor de wapens, was er weinig over voor kunstmest.
b. Er kwam een hongersnood in Duitsland.
c. Dat is kunstmatig gemaakte mest.

7a. DSM
Grondstoffen Tussenproducten Eindproducten
Ammoniak Salpeterzuur Kunstmeststoffen
Andere stoffen
b. Ze maken kunstmest op een bepaalde manier.
c. Ik denk dat het makkelijker is qua voorzorgsmaatregelen en het aanleggen van bijvoorbeeld extra wegen voor deze transport etc.. Het zou lastiger zijn als ze in veel verschillende gebieden veel maatregelen moeten nemen.

8a. Een meststof uit meerdere verschillende stoffen
b. Dat is een deel uit de meststof.
c. Dat kun je zien aan de codes die erbij horen. Zo weet hij welke mest hij moet gebruiken.
d. 214000 x 7 = 149800 x 144 = 215712000

9a. Het voedingselement fosfor wordt beschreven.
b. Met mestoverschot bedoelen ze dat er meer mest wordt gemaakt dan dat er hergebruikt kan worden.
c. Veel vee betekent ook veel vraag naar voedsel. Dit voedsel komt grotendeels uit andere landen en het afval komt in de mest terecht.





10a. Een stukje van het DNA veranderen zodat er betere eigenschappen ontstaan.
b. Weet ik niet.
c. Je moet kijken welke gevaren er kunnen ontstaan. Ook welke mogelijkheden er zijn.
d. 7,5 x 10 = 75%
e. Nee, want er zitten altijd gevolgen. Maar op sommige planten wel, voor beter voedsel, maar niet op dieren.

11a. Ziektes en plagen kunnen ook oogsten vernielen.
b. Er kan onkruid bestreden worden met herbiciden, schimmels en een aantal ratten, muizen en slakken.
c. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen gevaar opleveren voor de volksgezondheid.
d. Phytophthora  Op de bladeren ontstaan dan donkere vlekken.
De stengels en knollen worden ook aangetast
e. Je moet weten of het bepaalde gevaren en risico’s kan hebben voor mensen. Ook moet je dan weten of het echt wel goed is voor plant en milieu.

Paragraaf 4

1a. Hoe meer behoeftes er zijn, hoe meer gebruik van producten, hoe meer afval.
b. In het begin was het nog niet zoveel en kon het milieu het nog wel hebben.
c. Rivieren, straten, hele steden, alles werd vervuild
d. Er kwamen wetten in de industrie waardoor schoner werd geproduceerd. Dus je krijgt dan ook schonere producten.

2a. Recyclen.
b. Dat zijn alle wetten en regels die ze hebben gemaakt. Daardoor is er minder vervuiling.
c. Er blijft altijd wel vervuiling en met wetten en voorschriften zal je het nooit kunnen oplossen.
d. Gewoon alles in de vuilnisbak gooien, nee.

3a. Kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.
b. Uitlaatgassen en ongelukken kunnen het milieu vervuilen.

4a. Nee, je mag een chemische fabriek niet langs een woonwijk zetten.
b. Hij bedoelt hiermee dat de fabriek en de stort ongewenste milieueffecten kan hebben.
5a. Door de verbranding ontstaat zure regen, smogvorming en een versterkt broeikaseffect.
b. Verzuring van de grond en bodem door de uitstoot van ammoniak.
c. De milieutechnologie.

6a. Papier, blik en glas.
b. Voor de opwekking van elektriciteit.
c. Als je plastic verbrand houd je niets over, je kunt er dus ook geen nieuw plastic uit maken.

7a. Mode van frisdrankflessen. Daarvan worden kleren gemaakt.
b. Ja, want het wordt opnieuw gebruikt.
c. ECO is wel een beetje milieuvriendelijker.
d. Je moet de flessen reinigen en dan opnieuw gebruiken. Dit kost minder.
e. Het verbranden ervan.

8a. Betere hygiënische en medische voorzieningen
b. Er moesten veel kinderen geboren worden omdat de kinderen daar vaak ook snel overlijden.
c.

Aantal per 1.000 mensen per jaar.
d. Het sterftecijfer is lager, maar het geboortecijfer is juist hoger.

9a. Dan is er ook geld om te promoten.
b. Hoe verder ze met de technologie zijn, hoe schoner het wordt.
c. Vooral links, want daar is het minste welvaart.
d. Vooral rechts, omdat wij veel welvarender zijn.




Paragraaf 5, Diagnostische Toets

1. c

2. d

3. c

4. b

5a. 23 miljard kg plastic
b. d
c. Het hergebruiken van de stof of verbranden.
d. Extra kosten op andere middelen.

6. d

7. c

8a. Die zal snel dalen omdat je aaltjes dan niet meer goed kan bestrijden.
b. c
c. De stof doet niets meer.
d. Aangepaste grond door micro-organismen.

9a. c
b. Nieuw stukje DNA inbouwen om te zorgen dat de plant geen
nadelige eigenschapen krijgt van bestrijdingsmiddelen.
c. Ze worden niet aangetast door bestrijdingsmiddelen.

10a. Heel lang kon het milieu het afval nog wel aan.
b. De rivieren worden steeds vuiler, uitstervende diersoorten en
vervuilde lucht.
c. Loodvrije benzine










Paragraaf 8

Dit zijn de vragen en antwoorden van de website van SCALA over aardolie.
Vragen en opdrachten
1 a Aardolie behoort tot de fossiele brandstoffen. Welke drie energiebronnen vallen hieronder?

b Leg uit onder welke omstandigheden aardolie kan ontstaan.

c Ook op Nederlands grondgebied wordt olie gewonnen. Welk bedrijf houdt zich in ons land met de winning van olie bezig?

d Noem twee gebieden in Nederland waar momenteel olie wordt gewonnen.

e Hoe treft men olie in de bodem aan?
A in ondergrondse oliemeren
B in ondergrondse rivieren
C in de poriën van poreuze en doorlatende gesteenten
D in ondergrondse grotten



f Voordat men een proefboring doet, voert men eerst een seismologisch onderzoek uit. Vul aan: Bij seismologisch onderzoek maakt men gebruik van
A röntgenstraling.
B geluidstrillingen.
C computersimulaties.
D chemische analyse.
2 Vul in onderstaande tekst de ontbrekende woorden in.
Aardolie is een mengsel van veel bruikbare stoffen. De ruwe aardolie wordt op de verder verwerkt. Allereerst vindt een scheiding van de componenten plaats. Hiertoe wordt het oliemengsel in hoge torens. Men verkrijgt fracties die verschillen in . Je kunt dan denken aan brandstoffen zoals voor vliegtuigen, voor schepen, voor vrachtauto’s en voor personenauto’s.
De producten worden niet alleen als brandstof gebruikt. In fabrieken als DSM in Limburg produceert men op basis van aardolie. De researchafdelingen van veel oliemaatschappijen houden nu al rekening met een toekomst zonder aardolie. Zij onderzoeken de mogelijkheden om kunststoffen te vervaardigen uit .










Opdracht 9, Paragraaf 1

Dit is het verslag over waterstof.

Waterstof is een stof die een goede uitkomst biedt voor de toekomst. Je kunt het erg goed gebruiken als motorbrandstof. Het heeft geen CO2 als uitstoot, dus het is niet vervuilend voor het milieu. Het kan ook niet op, want de stof kan niet opraken. Ze zijn al lang bezig met het ontdekken van een goede brandstof voor voertuigen. BMW en Ford hebben al een aantal proefmodellen ontwikkeld. Het biedt al een uitkomst, maar het heeft nog een laag vermogen, ongeveer de helft. Daar werken ze nu nog aan, maar het is bijna zeker dat waterstof later een goede uitkomst bied voor het gebruik als motorbrandstof.

Een voorraad is er dus nog genoeg, want waterstof is eigenlijk gewoon water. Dat raakt dus niet op. De kosten van het toepassen van waterstof zijn eigenlijk nog te hoog. Op het begin kostte het nog 60 dollar per KWh, in 200 was dat nog maar 12, dollarcent.

Waterstof heeft een lage energiedichtheid. Het is de laagste als je het hebt over brandstoffen die gebruikt kan worden bij voertuigen etc.. De dichtheid is 8,4 Mega Joules per liter.

Het is niet moeilijk om motoren klaar te maken voor het gebruik van waterstof. Er zijn bijvoorbeeld complete ombouwsets verkrijgbaar. Een aantal onderdelen kunnen dan erg makkelijk worden vervangen. Dus om een motor om te laten bouwen ben je niet veel tijd kwijt.

De opslag van waterstof is een stuk lastiger. In verhouding met gewicht en volume is het aantal liters waterstof heel erg weinig als je het hebt over het opslaan van waterstof. Er komt wel verbetering in. Soms laten ze het absorberen in metalen, waardoor er natuurlijk meer in kan. Dus echt gemakkelijk is de opslag zeker niet. Ze willen voor 2020 een oplossing vinden, zodat het net zo goed getransporteerd kan worden als de fossiele brandstoffen.

Het produceren van waterstof kan gewoon zonder dat je het milieu ermee bevuild. Je kunt het door middel van water-, wind- en zonne-energie milieuvriendelijk produceren. Ook neemt het geen broeikasgassen met zich mee. Het is ook niet zo dat je alle gronden uitput, want waterstof is er gewoon altijd. Het is dus niet slecht voor het milieu, zeker niet in verhouding met een aantal andere fossiele brandstoffen.

Over het algemeen is waterstof niet echt gevaarlijk. Ze zijn in onder meer de Chemische- en Elektronica-industrie al een aantal jaren bezig met het gebruik van waterstof. Daar komen een paar keer per jaar ongelukken voort, maar dat heb je ook bij andere brandstoffen. Een van de grootste gevaren van waterstof is dat het brandbaar is. Dat is het alleen niet in vloeibare of samengeperste vorm. Waterstof is geur- en kleurloos, als het ergens lekt, kan het ook gaan exploderen. Ook is het soms moeilijk voor de brandweer om zelfs een brand te zien of te ontdekken! Het is namelijk net als met (m)ethanol dat het ook bij vuur kleurloos is. Je ziet het dus niet, maar tegenwoordig voegen ze er geur en kleur aan toe. Dit was mijn verslag over de bruikbaarheid, energiedichtheid, gebruik van bestaande motoren, opslagmogelijkheden, het milieu en de veiligheid.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken



Thijs schreef een profielwerkstukje en zat niet veel later bij Pauw & Witteman. Watskeburt?

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

a d v e r t e n t i e

geef je mening: Mobiele kosten

Weet jij hoeveel je per maand aan je mobiel uitgeeft?



» resultaten poll