CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

Geschreven door:

anoniem (5 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

12 september 2006

Taal:

Woorden:

2.450

Bekeken:

2875 keer (17 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (5 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Existentialisme

1. Existentialisme
Volgens Sartre is de mens een vrij wezen dat steeds zelf moet kiezen. Daarin verschilt de mens van alle andere wezens. Bij de geboorte is de mens nog onbepaald: “blanco”. Dus wat de mens is, is wat hij van zichzelf gemaakt heeft. De mens kan zijn vrijheid gebruiken om steeds nieuwe plannen te maken en naar nieuwe doelen toe te werken. Hét wezen van de mens bestaat dus niet. De mens bepaalt zelf wat zijn wezen is. De praktijk staat centraal en niet de theorie over hoe de mens zou moeten zijn. Het gaat om het bestaan, de existentie. Vandaar dat Sartre zijn filosofie “existentialisme” noemt.

Volgens het existentialisme stelt het christendom de mens verkeerd voor. In het christendom is God degene die een idee heeft over hoe de mens moet zijn. Dát is het wezen van de mens. De kerken zeggen vervolgens dat de mensen moeten leven naar dit ‘wezen’ dat god in de mens gelegd heeft. Zo zou god de mens heteroseksueel geschapen hebben en dus zijn homoseksuele gevoelens en gedragingen zondig. Sartre laat geen Opperwezen toe omdat hij tegen alles is wat de vrijheid van mensen inperkt.

De mens is dus een vrij wezen. Een wezen dat steeds zelf moet kiezen. Aan deze vrijheid mag een mens zich niet onttrekken. Als iemand zegt: “Ik doe steeds wat in de bijbel staat” is dit volgens Sartre verraad van de mens aan zichzelf. Je mag je vrijheid niet uitleveren aan God of aan de overheid of aan de mening van de massa.

Mensen kunnen hun vrijheid op veel manieren vergeten. Een bekend voorbeeld van Sartre in dit verband: Een soldaat die de opdracht krijgt om enkele onschuldige kinderen te doden kan zeggen: “Ik moet het wel doen, want anders word ik zelf gedood vanwege ongehoorzaamheid.” Dit klopt niet, zegt Sartre. Je kunt wel degelijk weigeren, want je bent vrij.

Uit dit voorbeeld blijkt al dat voor Sartre vrijheid gekoppeld is aan verantwoordelijkheidsbesef. Steeds weer komt de mens in de verleiding om zijn verantwoordelijkheid van zich af te schuiven en te doen alsof hij niet anders kan. Zo kan iemand doen alsof hij niet anders kan. Zo kan iemand doen alsof hij niet vrij is door te zeggen: “Ik ben nu eenmaal geen held.” Sartre zou dan zeggen: je mag niet zeggen dat je geen held bent. Je kiest er op dat moment voor geen held te zijn. Je moet als mens je bestaan zelf maken door steeds opnieuw bewust te kiezen. Je kúnt kiezen, want je wil is vrij.

2. Werk van Sartre
Romans en novelles, bijvoorbeeld Le Mur, 1939
Theaterstukken, bijvoorbeeld Huis Clos, 1944
Filmscenario’s, bijvoorbeeld Les jeux sont faits, 19..
Essays, bijvoorbeeld Baudelaire, 1947
Filosofische werken, bijvoorbeeld L’imagination, 1936

3. Jean Paul Sartre
Geboren in Parijs in 1905.
Studeerde in Engeland.
Bekend in de sociale filosofie door zijn ideeën over het existentialisme.
Was actief op politiek gebied, en veroorzaakte nogal eens ophef op dit vlak.
Was de levensgezel van Simone de Beauvoir, ook een filosofe en politiek ‘activist’.
Bleef desondanks zijn leven lang ongetrouwd, omdat hij erg hechtte aan zijn persoonlijke vrijheid.
Zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog liggen ten grondslag aan veel van zijn werken.

4. Albert Camus
Albert Camus wordt gezien als de grondlegger van het absurdisme. Absurdisme is een filosofische stroming waarin wordt gezegd dat het leven in essentie geen betekenis heeft. Het is onmogelijk te verklaren waarom er leven is en dat iedere poging om de essentie van het heelal te ontrafelen gedoemd is te mislukken.
Albert Camus beweerde dat de enige ware filosofische vraag die van zelfmoord was. Deze vraag was: Zouden wij ons intensief bezig moeten houden met het leven of zouden wij ons eenvoudig moeten doden?
Camus beweerde dat mensen een godsdienst gecreëerd hebben om hun leven te vullen. Camus beweerde ook dat wij kunnen realiseren dat het leven zonder betekenis is en wij ons zelf dan toch in leven kunnen houden. Als mensen dit konden geloven dan waren zij absurde helden.
Albert Camus heeft heel wat geschreven. Hij heeft veel romans geschreven een paar korte verhalen, een toneelstuk en een aantal non-fictie werken.
Werken van Albert Camus:
Romans
1942 - De vreemdeling (L'Étranger)
1956 - De val (La Chute)
1970 - De gelukkige dood (La Mort heureuse) (eerdere versie van De Vreemdeling, postuum gepubliceerd)
Korte verhalen
1957 - Koninkrijk en ballingschap (L'exil et le royaume)
19?? - De gast (L'Hôte)
Toneel
1950 - De rechtvaardigen (Les Justes)
Non-fictie
1942 - De mythe van Sisyphus (Le Mythe de Sisyphe)
1951 - De mens in opstand (L'homme révolté)

Eugène Ionesco
Eugène Ionesco werd geboren op 26 november en stierf op 28 maart 1994. Hij was een invloedrijke Frans toneelschrijver, hij werd geboren in Slationa, dat ligt in Roemenië. Zijn moeder kwam uit Frankrijk waar hij al snel naar verhuisde. Hij wordt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurdistisch toneel gezien. Zijn eerste toneelstuk schreef hij op zijn 13e. Toen Eugène een puber was keerde het gezin terug naar Roemenië, waar Eugène Frans ging studeren. Hij begon daar poëzie en literaire kritieken te schrijven. Na zijn studie was hij een tijdje leraar in Boekarest.
In 1936 trouwde hij met Rodica Burileano en in 1938 keerde ze weer terug naar Frankrijk. Eugène schreef een aantal absurdistische toneelstukken, geïnspireerd door de waarzin van het alledaagse leven. In het begin waren er nog niet echt enthousiaste kritieken op zijn toneelstukken. Maar in de jaren zeventig werden zijn werken steeds populairder. In zijn werk komen typisch absurdistische thema's aan bod, zoals de dood en de onzin van het leven.
In 1970 werd hij benoemd tot lid van de Académie Française. Eugène Ionesco schilderde ook.

Werken van Eugène Ionesco:
1950 - La canatrice chauve
1951 – La Leçon
1959 – Le rhinocéros
1965 – Le soif en la faim
1962 – Le roi se meurt
Eugène schreef 1 roman :
1973 – Le Solitaire

Samuel Barclay Beckett
Samuel Barclay Beckett was een Ierse schrijver en dichter en werd waarschijnlijk geboren op 13 april 1906, en overleed op 22 december 1989. Hij ligt begraven op Cimetière Montparnasse in Parijs.
Hij studeerde Frans, Italiaans en Engels aan het Trinity College in Dublin van 1923 tot 1927. Vlak daarna werd hij aangenomen als leraar in Parijs. Daar ontmoette hij James Joyce die een enorme invloed op hem had. Beckett schreef zijn eigen verhalen terwijl hij ook secretaris was van James Joyce. In 1929 bracht hij zijn eerste werk uit, een kritisch essay dat het werk van James Joyce verdedigde. Zijn eerste korte verhaal Assumption werd hetzelfde jaar uitgebracht. In 1930 won hij een kleine literatuurprijs met zijn gedicht Whoroscope dat voornamelijk over René Descartes gaat, een andere grote invloed op zijn schrijven.
In 1930 gaat hij terug naar Ierland en werkt aan het Trinity College, maar vertrekt weer na 2 jaar. Hij reist door Europa en blijft uiteindelijk in Frankrijk wonen. Hij geeft daar een kritische studie van het werk van Marcel Proust uit.
Hij doet een poging om een boek te maken in de stijl van James, maar dit wordt later uitgebracht als een serie korte verhalen, More Pricks than Kicks. Hierna bracht hij de roman Murphy uit.
Beckett is het meest beroemd geworden door het toneelstuk, Waiting for Godot, dat werd uitgebracht in 1952. Er gebeurt vrijwel niets in het toneelstuk. Het stuk kreeg in eerste instantie dan ook slechte kritieken, maar langzaam werd het erg populair. Dit geldt ook voor het stuk Endgame.
Omdat zijn stukken na 1947 bijna allemaal in het Frans geschreven zijn wordt hij samen met Ionesco gezien als de beste Franse toneelschrijver van de twintigste eeuw. Beckett vertaalt zijn stukken zelf in het Engels. De theaterstukken die hij schrijft zijn kaal, minimalistisch en diep pessimistisch over de natuur van de mens en de menselijke situatie. Na zijn laatste boek, How it is, worden zijn thema's ook steeds cryptischer.
In 1969 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
Zijn bekendste boeken zijn waarschijnlijk de drie die bekend staan als de trilogie:
1951 – Molloy
1951 – Malone Dies (in 1958 vertaald in het Engels)
1953 – The Unnamable ( deze werd vertaald in 1960)

Dit is typisch de stijl van Beckett:
"Where now? Who now? When now? Unquestioning. I, say I. Unbelieving. Questions, hypotheses, call them that. Keep going, going on, call that going, call that on."
Nog een aantal van zijn werken:
Drama
1955 - Waiting for Godot
1961 - Happy Days
1976 - That Time
1984 - Catastrophe

Korte verhalen
1929 - Assumption
1932 - Sedendo et Quiescendo
1946 - The End
1969 - Lessness

Novelles en Romans
1938 – Murphy
1983 - Worstward Ho

Simone de Beauvoir
Simone de Beauvoir werd op 9 januari 1908 geboren in Parijs. Ze was een Frans Filosoof, schrijfster en feministe.
Ze is de oudste dochter van een deftig, maar niet al te rijk gezin. Al vanaf haar tweede krijgt ze godsdienstonderwijs van haar moeder en op latere leeftijd volgt ze haar onderwijs aan de kloosterschool. Maar de Beauvoir maakte haar eigen keuzes en geloofde niet in God. Zij koos voor haar waarheid, ze gelooft dat je geen boete kunt doen voor je zonde, je bent verantwoordelijk voor je eigen daden.
Omdat haar ouders niet genoeg geld hadden om een bruidsschat voor hun dochters te betalen, moest Simone zelf voor alles betalen. Ze moest gaan studeren, wat ze met haar aangeboren intelligentie heerlijk vond. Aan de Parijse universiteit de Sorbonne studeerde ze literatuurwetenschappen, wiskunde en filosofie. Na haar studies werd ze toegelaten op de docentenopleiding. Daar leerde Simone Jean Paul Sartre kennen. Dit werd haar levenspartner. In haar relatie met Sartre wilde Simone koste wat kost haar zelfstandigheid bewaren. Tot aan Sartres dood zou hun relatie gebaseerd blijven op onderlinge afspraken zodat ze allebei hun persoonlijke vrijheid niet op hoefde te geven. In het werk van Simone zijn heel wat invloeden van Sartre aanwezig.
De Tweede Wereldoorlog was goed voor de literaire carrière van Simone. In 1938 schreef ze haar eerste volledige boek.
Vanaf de oorlog begon ze zich ook meer te interesseren voor de politiek, die een belangrijke rol speelt in haar werk. Op latere leeftijd zou Simone zelf ook een belangrijke rol gaan spelen, onder andere, in de vrouwenbeweging. In 1943 werd de Beauvoir als onderwijzeres ontslagen en nam ze alle tijd om zich tot het schrijven te wenden. In 1944 volgde een nieuw boek van Simone, De anderen. Voorin dat boek staat te lezen: Maar de mens is gedoemd te leven; zijn eigen leven te leven. Dat houdt in dat hij niet anders kan dan indringen in het leven van een ander. Simone de Beauvoir werd na de oorlog gerekend tot de existentialisten, een stroming die aangevoerd wordt door Sartre, Camus en Dumas. Zij gaan uit van ieders eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van zichzelf en de hele wereld om hen heen. In 1947 kwam het boek, Niemand is onsterfelijk uit en groeide haar bekendheid vanwege haar actieve politieke bestaan.
In 1949 schreef ze het essay, De tweede sekse, waarin ze pleit voor de economische onafhankelijkheid van de vrouw. Simone was tegen de rol van de vrouw in het klassieke huwelijk omdat de vrouw dan volledig afhankelijk was van de man. Ze zei: Je moet leven in een morele, psychische, totale innerlijke afhankelijkheid van een man; dat zou geen enkel menselijk wezen mogen accepteren. Voorin haar essay stond een quote van Poulain de la Barre: Al wat door mannen over vrouwen is geschreven moet als verdacht worden beschouwd omdat ze zowel rechter als partij in het geschil zijn. Onder andere door dit essay en met Simone de Beauvoir als inspirator begon de tweede feministische golf.

Andere werken van Simone de Beauvoir:
1954 – De Mandarijnen
1958 – Memoires d’une jeune fille rangie
1964 – Une mort tres douce
1966 – Les belles images
1970 – La vieillesse

In 1980 overlijdt haar levensgezel Jean Paul Sartre. Ze is er kapot van. Ze schrijft er een boek over. Adieux: a farewell to Sartre. Zes jaar later zou Simone zelf overlijden. Lichamelijk en geestelijk uitgeput door haar verslaving aan drank en amfetaminen.

5. Passages
Garcin : Et pourquoi m’a-t-on ôté ma brosse à dents ? (blz. 12)
Garcin wil graag zijn tanden poetsen, dus vraagt hij de ober om een tandenborstel. Hij heeft alleen geen tandenborstel meer nodig, hij hoeft nooit zijn tanden meer te poetsen, want hij is dood. Hij realiseert zich nog niet dat hij in de hel is beland, omdat de kamer niet strookt met het beeld dat we hebben van de hel. Geen brandende vuren, geen zetelende duivel. De ober legt het hem, en in feite ook de lezer, helemaal uit.

Garcin: Elle m’avait attendu toute la nuit; ellen e pleurait pas. Pas un mot de reproche, naturellement. Ses yeux, seulement. Ses grands yeux. (blz. 32)
Garcin was getrouwd, en mishandelde zijn vrouw. Ze was erg afhankelijk van hem, en maakte hem nooit verwijten vanwege zijn affaire met Gomez. Hij begreep dit niet, snapte niet waarom ze niet tegen hem schreeuwde, of hem zelfs verliet. Zijn excuus om vreemd te gaan, was dat zijn vrouw het hem zo makkelijk maakte.

Estelle: C’était une fille. Roger était près de moi quand elle est née. Ça l’amusait d’avoir une fille. Pas moi. (Blz. 35)
Estelle was bevallen van een dochtertje. Haar man Roger was vlakbij haar toen het kind geboren werd. Hij vond het leuk dat ze een meisje hadden gekregen, maar Estelle kon er niet blij mee zijn. Na de geboorte gooit ze het kind over het de rand van het balkon in het meer eronder.
Ik denk, of liever ik hoop, dat Estelle gewoon een postnatale depressie had, en niet om kon gaan met haar nieuwe kind en alles wat daarbij hoorde. Ik heb net Van de koele meren des Doods van Frederik van Eeden uit. In dit boek wordt de hoofdpersoon na de geboorte van haar dochter ook helemaal manisch. Estelle zou met haar vreemde actie de eerste dus niet zijn.

6. In de huid van Ines
Estelle: Zij is wel een leuk mens. Jammer dat ze dat nog niet van mij vindt, maar dat komt nog wel. Als die Garcin nou maar eens ophoepelde. Estelle is telkens door hem afgeleid. Als ze hem maar niet leuker vindt! Maar dat zal ik wel voorkomen. Je moet trouwens wel uitkijken met haar af en toe. Wat een temperament! Je moet echt uitkijken met wat je zegt, want als het haar niet bevalt kan ze een echte furie worden.
Garcin: Wat een sukkel. Eigenlijk is hij gewoon laf. Hij haakt telkens af, zelfs midden in een behoorlijke discussie. Gelukkig windt hij zich niet snel op, daar kan ik al helemaal niet tegen. Die vrouw van hem is eigenlijk ook gestoord. Jarenlang heeft ie d’r mishandeld, gaat ie dood, gaat ze alsnog liggen janken. Lekker is dat.

Zelf lijkt het me ook helemaal niks, zeker met de verkeerde mensen zou ik na een uur al tegen de wanden oplopen. Toch maken ze zich allemaal iets te druk. Gewoon allemaal problemen op tafel, en uitpraten maar. Zo moeilijk kan het niet zijn. En wat die driehoeksverhouding betreft: het is duidelijk dat Ines er gewoon uit ligt, Garcin en Estelle voelen wel wat voor elkaar. Doe dan niet zo moeilijk en negeer Ines gewoon. Is dat ook weer opgelost.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.