Geschreven door: | Joris S. (5 vwo) |
Datum ingestuurd: | 15 februari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.950 |
Bekeken: | 2832 keer (17 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
MensbeeldAntropologie, menskunde.
Lichaam, ziel en geest.
Hoofdnoot:Om te beginnen wil ik duidelijk maken dat wanneer ik zeg: “dit is…”, of “dat zijn…”, dat ik dan bedoel te zeggen, “dit is in mijn ogen…, of “dat zijn volgens mij…”. Het is dus puur en alleen hoe ik denk dat het is.
Het idealisme:Plato:
De geestelijke werkelijkheid, laat zijn afdruk achter op de materiele werkelijkheid. Alles is slechts een afspiegeling. De mens doet echter niet mee in het spel der schaduwen. De mens is slechts de toeschouwer.
Plato gebruikte het beeld van de mensen als grotbewoners, die in donkere holen in een kring rond een vuur zitten, maar met de rug ernaar toe. Ieder kijkt voor zich uit, en ziet slechts schaduwen tegen de rotswand spelen. Zij aan wie het lukt uit de grot te ontsnappen, zullen de werkelijke wereld leren kennen. De anderen zullen hen echter nooit geloven, tot ze het met eigen ogen hebben gezien.
Wat de mens direct waarneemt is slechts de veranderlijke schijn der dingen; achter de zintuiglijke wereld ligt de echte realiteit in eeuwige, onveranderlijke, bovenzintuiglijke en zelfstandige "ideeën". Deze wereld waarvan wij slechts een weerspiegeling waarnemen is perfect. (of "vormen")
Ziel en lichaam zijn twee afzonderlijke wezens: de verbinding met het lichaam is voor de ziel hinderlijk, ze verblijft in het lichaam als in een kerker, een graf. het waarneembare is slechts een schijn van de werkelijkheid: zintuiglijke waarneming is onbetrouwbaar en leidt hoogstens tot een mening (doxa); het verstand is gericht op de kennis van de Ideeën, de enige ware kennis.
Ons levensdoel bestaat erin, het goede te vinden, niet in de zintuiglijke wereld (Plato wijkt van de lichamelijkheid af), maar door de beschouwing van de Ideeën (kennis = deugd), door het filosoferen dus.
Ik ben het niet eens met Plato. Hij gebruikt (in Socrates’ dialoog) als argument dat je zegt, mijn lichaam en zo, dat je je lichaam dus hebt. Dat je het als gereedschap gebruikt. Dat klopt wel enigszins, maar hiervoor is echt geen geest nodig. Het zijn je hersenen die denken. En als je het over ‘mijn hersenen’ hebt, is dat zelfs nog geen argument. Hoe kan de taal nou als bewijs dienen? Met hem ben ik het dus totaal niet eens.
Het materialisme:De La Mettrie:
De mens is als een machine. Het is een heel erg ingewikkelde machine. Die menselijke machine is zo ontzettend ingewikkeld dat we nog lang niet in staat zijn om de werking ervan precies te doorgronden en te beschrijven. Maar wat nu wel zeker is dàt zowel het menselijke lichaam als de menselijke geest (dit was heel nieuw in die tijd, Descartes geloofde in ongeveer hetzelfde bij het menselijke lichaam, maar maakte een uitzondering voor de menselijke geest, dat was volgens hem een verhaal apart) werkt volgens de mechanistische wetten en principes van de natuurwetenschap.Een chemische reactie. Wat er na de dood gebeurt is voor ons onzeker, net zoals een rups niet zal weten dat hij een vlinder wordt.
Met Julien ben ik het wel eens. Het is jammer dat hij geen uitspraken doet over het leven na de dood (want je kunt het inderdaad niet weten, maar ja, speculeren mag natuurlijk ook!). Ik kan echter nergens in zijn betoog een punt van kritiek vinden. Alles wat hij schrijft klinkt logisch in mijn oren. Met hem ben ik het dus ook het meeste eens van de door ons behandelde filosofen.
Darwin:De mens is een ver geëvolueerd dier. We stammen af van de apen. Eigenlijk zegt dit weinig over de mens zelf, alleen dat ons denken ook een resultaat is van de evolutie.
Het is moeilijk om het hiermee oneens te zijn. Ik vind het niet echt een mensbeeld en acht verdere toelichting onnodig.
Het psychosomaticismeAristoteles:De geest is het lichaam en andersom. Er is een substantiële eenheid van lichaam en ziel. De ziel is de vorm van het lichaam. Toch is de ziel onsterfelijk en het lichaam sterfelijk.
Zoals het hierboven staat lijkt het nogal onnozel. Toch is het ietwat genuanceerder. Hij bedoelt te zeggen dat ze persé elkaar nodig hebben. Dat er maar 1 ziel per lichaam is. Dat dat ook de enige ziel is die in het lichaam zou passen. En dus niet dat een willekeurige ziel in een willekeurig lichaam intrekt. Dit klinkt allemaal nog wel logisch, maar waarom in ’s hemelsnaam is er dan nog een ziel nodig? Dan is het toch gewoon hetzelfde? Met deze man was ik het dus ook niet eens.
Van Peursen:De geest is geen etalage. Elke ‘laag’ die een objectiverende beschouwing van de mens kan aftasten zijn slechts delen. Een alomvattende beschouwing is niet mogelijk. Want dat zou van de mens een object maken. De mens is geen object, eerder een beweging. Existentie gaat vooraf aan essentie; bestaan gaat voor doel. Ziel en lichaam zijn één. Want het lichaam doet dingen met een bedoeling, dat is het transcendentale aan het hele gebeuren. Niet alleen dat er stroompjes lopen waardoor de spieren samentrekken et cetera.
Met van Peursen ben ik het wel enigszins eens, maar niet helemaal. Wie zegt namelijk dat een object geen doel kan hebben?
Tot zover de denkbeelden van de filosofen en mijn reactie erop. Hieronder mijn gedachten over de mens. Het is misschien een samengeraapt zooitje maar dat moet u maar voor lief nemen. Soms zijn de gedachten ook niet in één verhaal samen te vatten en zijn enkele zelfs tegenstrijdig.
Het jorisme:Joris S:Mensen zijn… ehm. Nou ja, ze zijn in ieder geval.
Wat is een mens?
Een mens is een levend wezen.
Een mens is in staat om te denken. Tegenwoordig zijn bijna alle mensen in staat om ook te praten, en een enkeling beheerst de kunst van het schrijven.
Voor mij is er niet meer tussen hemel en aarde. Sterker nog, er is volgens mij niet eens iets als een hemel. Sowieso omdat er niet zoiets kan zijn als continue gelukzaligheid (geen licht zonder donker, geen geluk zonder ongeluk).
De mens staat bovenaan de voedselketen. We doden om te eten, maar worden niet (of zeer zelden) doodgemaakt om vervolgens gegeten te worden.
Sommige mensen menen dat de mens het hoogste levende wezen is op aarde. Hiermee ben ik het ook eens. De mens kan immers denken, en vooral, de mens kan over zichzelf denken. De mens is het enige wezen (voor zover bekend) dat van zichzelf weet dat het bestaat.
Een mens kent.De kwestie lichaam en geest. Ik geloof in een lichaam. Ik geloof niet in een geest. Ik geloof niet dat er iets is buiten mijn cellen, de dingen waarvan ik gemaakt ben. Voor mij is de ziel gelijk aan de geest en andersom.
Ik denk met mijn hersenen niet met mijn geest/ziel. Een argument hiervoor zou kunnen zijn dat ik, zonder hersenen immers ook niet kan denken. Ik werk in een psychogeriatrisch verpleegtehuis en daar zie ik dag in dag uit mensen die hun hersenen verliezen. Mensen die daarmee ook gedachten kwijtraken en herinneringen. Wanneer ze doodgaan, kunnen ze meestal niets meer. Ze zijn in de regel dan niet eens meer in staat zelf te eten. Ze weten niet meer hoe dat moet. Ze weten überhaupt zo goed als niets meer. Voor mij bestaat er geen geest, omdat het enige wat die geest zou zijn, het bovenlichamelijke, niet nodig is.
Je zou kunnen denken met je geest, maar we denken met onze hersenen.
Je geest zou je gedachten kunnen zijn, maar ik kan me niet voorstellen, dat je geest (iets immaterieels) gemaakt zou kunnen worden door je hersenen (materie).
Een mens staat tot een dier als een dier tot een plant en als die tot een steen.
Bovendien zijn je gedachten te beïnvloeden. En niet alleen met woorden of met andere immateriële dingen, maar met chemische stoffen. Iemand die depressief is en (de juiste) antidepressiva krijgt, voelt zich beter. Hij of zij denkt dan niet meer zo negatief als voor heen.
Hoe zou je kunnen verklaren dat wanneer je bijvoorbeeld chocolade eet, je jezelf beter gaat voelen (opgewekter). Dit komt omdat chocolade meerdere bestanddelen bevat die alle samen zorgen voor een goed humeur. De aanwezigheid van cafeïne (niet eens zoveel) bijvoorbeeld zorgt voor een opgewekt gevoel. Serotonine, weer een ander bestanddeel, werkt kalmerend.
Ook bevat chocolade fenylethylamine, een natuurlijke stof die gewoonlijk door onze hersens wordt geproduceerd als we verliefd zijn.
Het zijn dus werkelijk stoffen die ervoor zorgen dat je je anders gaat voelen. Het kan toch niet zo zijn dat deze stoffen invloed hebben op het geestelijke? Want als dat zo is, dan is het te vatten, te grijpen. Dan is een geest gewoon een iets, een ding.
Een mens leeft voor zichzelf. Het enige probleem in mijn theorie (of ja, de mijne is het niet, ik hang hem enkel aan) is dat er geen plaats is voor liefde. Wel voor seks en genot, maar niet voor liefde.
Hierdoor raakt alles in de war. Wanneer je lief hebt. Wat is dat dan. Het kan geen stof zijn. Misschien is het dat echter wel. En snap ik gewoon niet hoe het zit. Want hoe kunnen atomen en moleculen en al die onzin liefhebben. HOE IS DAT MOGELIJK?!
Een mens is flexibel.Het volgende stukje gaat deels ook over dit probleem. Ook is er, wat is de mens? Het lichaam (omhulsel, uiterlijk) of de geest (hersenen eventueel).
Liefdevol keek ze hem aan. Ze zorgde voor hem.
Anders dan het vroeger was. Toen was zij degene waarvoor gezorgd moest worden.
Niemand begreep haar, alleen hij. Maar nu ook hij steeds verder weg raakte, werd het steeds moeilijker.
Gewoon, zoals het was. Zo had het moeten blijven. Maar natuurlijk was dat teveel gevraagd.
Ze kon het steeds moeilijker opbrengen om zijn taken over te nemen.
Als ze hem zo zag zitten, iedere keer weer opnieuw, groeide haar verdriet. Beetje bij beetje.
Alsmaar groter en groter. Ze voelde dat ze steeds voller kwam te zitten. Ze hield het nog wel even vol.
Maar niet lang meer…
Dierbare vrienden. Het is tijd geworden voor ons afscheid.
Onzeker, als ze was, schreef ze die eerste zin vele malen opnieuw, voordat ze er tevreden mee was.
Ongelooflijk, zo snel als de tijd kon gaan. Ze was al oud. Heel oud. Maar te jong. Veel te jong.
Fataal. Het zou haar einde worden. Ze wist het, maar probeerde die gedachte te verdringen.
Te laat om het goed te maken. Maar ze wist dat hij het haar vergeven zou hebben.
Huilend, steeds harder, liet ze zich vallen.
Altijd was er iemand geweest die haar hielp opstaan, door te zetten. Maar nu niet.
Alleen lag ze daar op de grond. Ze voelde zich zo eenzaam. Maar langzaam kwam ze tot rust.
Rust. De zwarte, kolkende eenzaamheid verdween. Langzaam. Tergend langzaam.
Liefde, zo enorm mooi. Zo enorm verschrikkelijk. Wat aan hem was het houden van waard? Zijn buitenkant?
Innerlijk? Draaide niet alles om het innerlijk? Er was niets van zijn innerlijk over. Geen druppel.
Concentratie was het belangrijkst. Soms was hij even terug. Zoals hij was. Maar nooit lang. Altijd kort. Te kort.
Hangend aan zijn lippen, vroeger. Als hij vertelde. Over de landen achter de horizon. Achter de zee. De oceaan.
Terwijl ze nu blij was met een enkel woord. Of zelfs maar een blik van begrip. Ze kon het niet meer.
…
Uiteindelijk was de brief klaar. Ze legde hem op de tafel. Ze liep naar hem toe.
Innig kuste ze hem. Tranen stroomden over haar wangen. Zoveel verdriet, zoveel pijn. Ze huilde.
Terwijl ze samen het glas leegdronken.
Een mens oordeelt.Mens:
Ik ben volgens mij een machine. Aan de ene kant ben ik een tabula rasa, maar aan de andere kant staat wel enigszins vast hoe ik ga reageren. Ik ben als het ware de klei, waarin de mogelijkheden al zitten, maar tot beeld ben ik nog niet gevormd. Dat doet mijn omgeving. Het staat wel vast dat ik niet kan vliegen, wat ik wel zou kunnen als ik geen klei was, maar een ballon waar helium in kan (metaforisch gezien dan, hè…).
Een mens is creatief.Het zou ook kunnen, dat de wereld heel anders in elkaar zit.
Misschien zit het wel zo:
Livrisme:Wij zijn allemaal relatief.Niets bestaat echt, en alles is een verhaal, een droom. Voor de een een prachtige droom, voor de andere een verschrikkelijke nachtmerrie. Niet iedereen bestaat echt. Sommige mensen zijn verzonnen. Er zijn verschillende soorten mensen. Je hebt figuranten, die zijn er enorm veel, heel afrika zit er vol mee. Mensen die wel bestaan, tenminste, dat denk je. Maar mensen die je nooit hebt gezien. Ze hebben honger, maar wat weet je verder van ze? Niets. Of de mensen in de VS? Ken je die? Nee. Dat zijn allemaal figuranten. Niet iedereen is even belangrijk. Niet even belangrijk voor jou tenminste. Maar sommige mensen die in jou leven geen rol spelen, kunnen in andere dromen van levensbelang zijn. Want bijna iedereen heeft een dubbelrol in het leven.
Binnen het Livrisme wordt geloofd dat er figuranten, bijpersonen en hoofdpersonen zijn. Ook heb je vertellers, maar die zijn enorm zeldzaam. De bijpersonen, zijn mensen die een rol in een verhaal spelen. Mensen die weinig over het eigen leven te zeggen hebben. Dan krijg je de hoofdpersonen, mensen die een groot gedeelte van hun eigen leven controleren, maar met wie het lot soms toch nog een loopje kan nemen. Tot slot zijn er de vertellers, mensen die hun eigen leven helemaal controleren, en zelfs een groot gedeelte van de levens van andere. Natuurlijk zijn er geen duidelijke grenzen binnen de verschillende standen. Binnen je leven kun je van stand veranderen. Maar ook niet iedereen past binnen zijn of haar eigen stand. Er zijn bijpersonen die meer over hun eigen leven kunnen vertellen dan de meeste hoofdpersonen, vaak hebben echt belangrijke bijpersonen een belangrijke rol in het leven van de hoofdpersoon. Soms zelfs zo belangrijk dat het leven van de hoofdpersoon afhankelijk is van dat van de bijpersoon. En er zijn ook hoofdpersonen die het leven van andere gedeeltelijk kunnen controleren, en daarmee bijna evenveel macht hebben als de meeste vertellers. Bij welke groep je hoort heeft dus niet zoveel te zeggen over je macht, hoewel daarmee toch grofweg een indeling wordt gegeven van het totale geheel.
Iedereen die dit leest, zal waarschijnlijk denken dat hij of zij een hoofdpersoon is, maar dat weet je niet zeker. Want wie weet zijn al je herinneringen wel nep, en heb je maar de helft van al je herinneringen echt meegemaakt. En zijn je herinneringen er alleen maar om je een persoonlijkheid te geven. Dit weet je niet. Dit kan je niet weten, omdat je nog zelf in het verhaal meespeelt. Pas op het einde, na het einde, als je dood bent gegaan, mag je je verhaal nog eens nalezen/kijken/voelen/beleven. En dan weet je of het verhaal om jou draaide, of om je vriendin. Of misschien wel je vijand. Pas dan. Maar er zijn wel aanwijzingen. Zodat je toch een beetje een indicatie hebt over in welke groep je waarschijnlijk zit. Als je een enorm fijn leven hebt, sta je hoger dan iemand met een rotleven. Want, als je een fijn leven hebt, heb je er waarschijnlijk zelf voor gekozen om zo’n leven te leiden. Of iemand die van je houd. En als je er zelf voor gekozen hebt, heb je dus veel controle over je leven. En als je niets over je leven te zeggen zou hebben, maar toch een fijn leven hebt, is je beste vriend of vriendin waarschijnlijk een hoofdpersoon (of heel misschien wel een verteller), en wil diegene dat je een fijn leven leid. Als je een rotleven hebt, heb je weinig over je leven te vertellen, en is je leven bepaald door anderen. Want zonder rottigheid, kan er ook geen geluk bestaan. Dus omdat anderen geluk willen, ben jij uitverkoren om al het geluk uit je handen te zien glippen. Maar ook dan, wees niet getreurd, je hoeft niet zo onbelangrijk te blijven. Als je het wilt, kun je meer en meer over je eigen leven (en daarmee ook wat over het leven van anderen) te vertellen krijgen. Al zul je nooit een verteller worden als het niet in je bloed zit. Maar een hoofdpersoon moet voor iedereen te bereiken zijn. Als je maar gelooft. En als je maar wilt.
Een mens is het enige.Dit is natuurlijk allemaal fictief. Maar ik ben op het idee gekomen door de macht. De dingen die ik wil, doe of wat dan ook, hebben een groter effect dan verwacht. Ik kan het niet goed uitleggen, maar het zijn oneindig veel kleine dingen, als met shuffle op je mp3-speler aan een liedje voorspellen (van de playlist van 500 nummers). Het is natuurlijk geen bewijs, maar het zet me aan het denken. Hebben mijn gedachten ook invloed? Net zoals mijn daden?
Een mens is dominant.
Van Peursen had in ieder geval met 1 ding gelijk, de mens is niet in een hokje te plaatsen. Want zelfs met dit mensbeeld is het voor mij niet duidelijk wat een mens is. Het nadenken heeft mijn beeld van de mens eigenlijk alleen maar vervreemd. Ik snap minder van de mens dan voor deze periode. Ik weet er echter wel meer van.
Een mens is immens.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.