ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

9 oktober 2007

Taal:

Woorden:

1.350

Bekeken:

2656 keer (16 deze maand)

Waardering:

3.9/5 (21 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
1. Kenmerken van het leven

1
Het verschil zit in een onsterfelijk deel, de ziel of psyche. Dit deel wordt bij de dood gescheiden van net lichaam.

2a In de Middeleeuwen kwam men tot kennis door net bestuderen van geschriften, vooral van de oude Grieken.
b In de Renaissance werd zelf onderzoek gedaan, waarbij metingen een belangrijke rol speelden.

3a Deductie. b Inductie. c Inductie. d Deductie. e Inductie.

4Het meest kenmerkend aan leven is het handhaven van een bepaalde orde.

5Bij zaken als koeienmest en compost wordt vaak als criterium aangehouden: als je nog ziet dat het materiaal van dierlijke/plantaardige oorsprong is, noem je het dood. Zie je dat niet (meer) dan noem je het levenloos.

2

Voorbeelden van kenmerken van de soort mens: rechtop gaand bewegen, relatief grote hersenen, relatief weinig ben aard. Voorbeelden van variaties van de soort mens: haarkleur, bloedgroep, lichaamslengte, aanleg voor muziek /wiskunde/ hardlopen.

2a b 1

Ja, paddestoelen kunnen 's nachts groeien, omdat ze geen gebruiken licht bij de groei.

2 Ja, paddestoelen hebben lucht nodig
voor hun verbranding (dissimilatie).
3 Ja, zoals elk levend wezen hebben paddestoelen water nodig voor celgroei en als transportmiddel.
4 Ja, paddestoelen planten zich (ongeslachtelijk) voort via sporen.
5 Ja, paddestoelen voeden zich meestal met dode organische resten, soms met levend materiaal (parasitaire paddestoelen).
cdef

3De spreiding van meetresultaten is vaak groter dan bij een brugklas. Bijvoorbeeld bij onderzoek aan lengtegroei is bij bovenbouwers, die al sterk gegroeid zijn, een groter bereik aan meetresultaten ontstaan dan bij brugklassers. Voor bloedgroepen geldt deze redenering niet!

4De sensoren registreerden een lichaamstempertuur die boven de norm kwam Via transpiratie werd geprobeerd dat te corrigeren. Er trad veel waterverlies op, de transpiratie werd geremd, daardoor steeg de licnaamstemperatuur met al resultaat een zonnesteek.

5. Autotroof (planten, sommige bacteriën) beteken in staat om zelf voedsel te maken; heterotroof betekent: net voedsel moet ergens anders vandaan komen (dieren, schimmels, de meeste bacteriën).

6. Celdeling kan zijn voor de groei, voor de voortplanting en voor vervanging.

7. Door geslachtelijke voortplanting kan er een pantoffeldiertje ontstaan met een gunstige combinatie van eigenschappen, zodat overleven in moeilijke omstandigheden mogelijk wordt. Door ongeslachtelijke voortplanting wordt zo'n diertje dan snel gekopieerd.

8. Een mens kan geen ultraviolet en infrarood licht waarnemen met zijn ogen en geen ultrasone geluiden waarnemen met zijn oren.


9a Er zijn foto's gemaakt met een film die gevoelig is voor ultraviolet licht. Via bepaalde versterkers is het mogelijk, zachte geluiden op te sporen.
b Zo iemand zou volslagen krankzinnig worden door een overvloed aan informatie. In een normale situatie wordt zeer veel zintuiginformatie gefilterd of na registratie snel verwijderd.
c-
d Wij hebben een zeer beperkt en vertekend beeld van de werkelijkheid.

10. Boven die lijn is het moeilijk om af te koelen; door de combinatie van een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid is verdamping van zweet erg moeilijk.
b) In warme omstandigheden raakt het lichaam, dat zelf al veel warmte produceert bij de marathon, gemakkelijk oververhit en kan dan minder spierarbeid leveren.
c) Als het warm én vochtig is, wordt afkoeling extra moeilijk (zie a)
d)Veel drinken, dunne kleding aantrekken, minder hard gaan, het lichaam met een spons vochtig houden.
e) In een lauw bad koelen de sporters af en krijgen ze pas later in de wedstrijd last van de hitte zie b).
f) Als de spieren afkoelen, kunnen ze minder presteren.

11. De schreeuw van de vleermuis brengt de nachtvlinder ertoe naar de grond te duiken.
Hij kan het geluid van de vleermuis hebben opgenomen en afgespeeld en gekeken hebben naar het gedrag van de nachtvlinder. Of hij heeft de oren van de nachtvlinder afgesloten en gekeken naar het gedrag ten opzichte van de vleermuis.

De oren van een nachtvlinder zitten op zijn heupen, van de mens aan de zijkanten van het
hoofd. Bij de vlinder is er slechts sprake van een eenvoudig trommelvlies met daarachter een eenvoudige klankkast, terwijl bij de mens sprake is van een gehoorgang, trommelvlies, trommelholte, ovale en ronde vlies met gehoorbeentjes en inwendig oor.
14 Het is belangrijk om bij een experiment slechts één factor te variëren, omdat je anders niet zeker weet welke factor verantwoordelijk is voor een gemeten effect.


3. Bijzondere kenmerken, vreemde wezens

a Anthonie van Leeuwenhoek, een lakenhandelaar uit Delft, ontdekte de micro-organismen.

b Hij ontdekte micro-organismen met een lichtmicroscoop.

2a Virussen dringen een cel binnen, waarna deze cel zorgt voor de vermenigvuldiging van de virussen.
b Bij een ziekteverwekkende stof treedt een verdunningseffect op, aangezien zo'n stof niet wordt vermenigvuldigd. Na enkele passages in proefdieren is het effect uitgewerkt.
c Virussen zijn zo klein, dat ze alleen met een sterk vergrotend instrument als de elektronenmicroscoop te zien zijn.

3Voortplanting, stofwisseling.

4-
5a Kuru is een ziekte die voorkwam in Nieuw Guinea, waarbij mensen in een soort continue slaap raakten. De oorzaak was het eten van mensenhersenen (een vorm van kannibalisme), waarin prionen bleken voor te komen.
b In 1967 was het begrip prion volkomen onbekend. Men dacht meer aan een langzaam werkend virus. In 1985 kende men prionen al.
c Als de stabiele vorm zeer goed bestand is tegen beschadiging, is het voor ons moeilijk om die vorm te vernietigen.
d DNA of RNA.

4.

a RNA is korter dan DNA; RNA heeft de base U in plaats van T bij DNA; RNA kan wel uit de kern, DNA niet; RNA is enkelstrengs, DNA dubbelstrengs.
b Transcriptie: een RNA-afschrift van DNA maken; translatie: een vertaling van de code in een eiwitketen.

2. Omdat eiwit een veel ingewikkelder molecule is, met twintig verschillende bouwstenen, terwijl DNA er maar vier heeft.

3Doordat A altijd tegenover T staat en G tegenover C is een exacte kopiëring mogelijk.

4Een nucleotide bestaat uit een suiker, een fosfaat en een stikstofbase.

5. Transcriptie in RNA: AUGCCUGUAUUUCCGGGAUUAAUUGCG. Translatie in eiwit: met-proval-phe- pro-g ly-leu-ile-ala.

6a
b Iedere keer kun je uit 20 aminozuren kiezen. Als je dat 100 keer mag doen, zijn er dus 20.00 verschillende mogelijkheden.
c Omdat insuline een eiwit is, wordt het in de maag en de dunne darm afgebroken tot losse aminozuren.

d De leesfout wordt overgeschreven in het RNA. Daardoor ontstaat er een fout in een codon, waardoor een verkeerd aminozuur in de eiwitketen terechtkomt. Het eiwit werkt dan minder goed of soms helemaal niet.

5

D
Licht, elektronen.

3 Zeventiende en twintigste eeuw.

4. Politiek-culturele factor: er was geen stimulans tot waarneming, alle kennis werd uit boeken gehaald. Technische factor: er was maar weinig goede
apparatuur, geen telescopen, microscopen, et cetera.

5. Inductie (1), deductie (2).

6. Je ogen nemen slechts licht waar van bepaalde golflengte (kleur) en sterkte, je oren nemen slechts geluid waar van bepaalde hardheid en toonhoogte.

7. Alle slachtafval waar BSE-verdenking op rust, wordt buiten de menselijke consumptie gehouden.

8A
9B
10 B

11 B, C en D

12 C

13 A, B en D

14 B,C, D en E

15 78,8% (104 van de 132 bleven inleven).

16 X-as valhoogte; V-as overlevingspercentage; zeer
riskante hoogte 17 meter; minst riskante hoogte 35


17. evolutie
18

gezichtsbedrog bij de mens
liniaal
sonar bij vleermuizen
geluidsapparatuur


dopingtesten bij een zwemwedstrijd
chromatograaf
nachtelijke activiteit bij bosuilen
infrarood kijker

19 A

20 lb; 2a; 3a; 4b

21 D
22 C

23 (Lichaams)temperatuur, sensoren/zintuigen, transpireren /zweten.

24

lage vochtigheid, lage temperatuur-----------weinig problemen

lage vochtigheid, hoge temperatuur------------ nog meer problemen


hoge vochtigheid, lage temperatuur----------meer problemen

hoge vochtigheid, hoge temperatuur------------de meeste problemen

2S Verhitting van het lichaam is niet meer te voorkomen door veel zweten en veel drinken. Als de lichaamstemperatuur oploopt, dreigt levensgevaar.

26 DNA: dubbel streng AACGCTACGTTA; TTGCGATGCAAT.
RNA enkelstreng UUGCGAUGCAAU

27 44 = 256. Dat is ruim voldoende voor 100 aminozuren, dus een codon van vier letters voldoet.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.