Geschreven door: | Nils en Francesco (5 vwo) |
Datum ingestuurd: | 11 oktober 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.300 |
Bekeken: | 1401 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Aids
Francesco & Nils
Deelvraag 1: Wat is Aids?
Aids is een afkorting voor: Acquired Immuno-Deficiency Syndrome (verworven immunodeficiëntiesyndroom) dat syndroom wordt veroorzaakt door het retrovirus.
Retrovirussen slaan hun erfelijk materiaal op in de vorm van RNA, dat echter op bepaalde punten in hun levensloop in DNA veranderd. De naam is gekozen omdat dit een omkering is van het normale proces, daar wordt namelijk DNA in RNA omgezet. Omdat hij een virus is maakt het gebruik van een gastheercel.
Aids is een syndroom dat bij mensen meestal veroorzaakt wordt door hiv-1. Er is een stamboom van aidsvirussen, daarbij wordt verschil gemaakt tussen menselijke virussen (hiv) en apenvirussen (SIV, Simian Immunodeficiency Virus). De mensvirussen worden onderverdeeld in het veel voorkomende hiv-1 en het zeldzamere hiv-2, dat vooral voorkomt in West-Afrika. Het verschil tussen hiv-1 en hiv-2 is, is dat bij hiv-2 het niet altijd dodelijk en die mensen krijgen ook niet altijd aids bij hiv-1 is dat wel het geval. De aapvirussen kunnen worden gesplitst in het chimpanseevirus, het roodkopmangabévirus en verschillende meerkatvirussen. Het verschil tussen deze virussen is te vinden in de verschillen in het erfelijk materiaal RNA. Een virus is geen cel en heeft zelf geen enzymen waarmee een stofwisseling in stand kan worden gehouden. Een virus is voor zijn vermenigvuldiging daarom altijd aangewezen op levende cellen. Daarom dringt een virus levende lichaamscellen binnen en dwingt deze om nieuwe virusdeeltjes te maken die gelijk zijn aan het oorspronkelijk binnengedrongen deeltje. Het RNA van het virus wordt met behulp van enzymen 'vertaald' tot DNA. Het DNA van het virus dringt binnen in het DNA van de gastheercel en zet de gastheercel aan tot het maken van RNA voor het aidsvirus.
Deelvraag 2: Hoe verliep de geschiedenis van Aids?
Begin jaren '80 stak er een onbekende ziekte de kop op in Amerika en iets later in Europa. De ziekte taste de weerstand aan van de slachtoffers. 9/10 was homoseksueel en 98 % was man. Het leek alsof het een 'homoziekte' was , veel kranten bevestigden dat ook en werd het in eerste instantie ook wel GRID (Gay-Related Immune Deficiency) genoemd. Later bleek deze aanduiding echter niet waar te zijn. In 1982 werd bekent dat ook drugsverslaafden en lijders aan de bloederziekte hemofilie de ziekte kregen. Deze laatst genoemde kregen bloedtransfusies met besmet bloed. De ziekte kreeg een naam al voordat de verwekker gevonden was: Acquired Immuno-Deficiency Syndrome, afgekort aids.
Wetenschappers veronderstelden dat de ziekte te maken had met het afweersysteem, omdat een belangrijke groep bloedcellen die onze immuniteit regelen, de zogenaamde CD4+ T-cellen, afnamen bij mensen met aids. Hierdoor krijgen mensen met aids zogenaamde 'opportunistische infecties': infecties die normale mensen niet krijgen, maar mensen met het aidsvirus wel omdat hun afweersysteem steeds verder verzwakt. Een goed voorbeeld hiervan is een doodgewone longontstekingen, die bij mensen met aids vaak voorkomt. Gezonde mensen lijden immers nooit aan een infectie met dit organisme. Ook infecties die gezonde mensen meestal overleven, waren vaak dodelijk voor personen die getroffen waren door deze onbekende ziekte.
Professor dr. Jaap Goudsmit schreef dat het aids-veroorzakende virus, hiv, al tientallen jaren eerder voorkwam in Europa. Het virus zou verantwoordelijk zijn geweest voor enkele epidemieën van de bovengenoemde Pneumocystis-longontsteking. De eerste epidemie was in de Poolse stad Danzig (Gdansk) in 1939 en het virus was waarschijnlijk meegekomen met Duitse soldaten vanuit Kameroen.
De tweede epidemie stak de kop op tussen 1955 en 1958 in de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Heerlen. Er zijn in enkele decennia oude weefselmonsters van patiënten die aan toen onverklaarbare ziekten waren gestorven wel aidsvirussen aangetroffen. Volgens Goudsmit is het aidsvirus oorspronkelijk een apenziekte. Dit blijkt niet waar te zijn, toont een studie aan de Universiteit van Warschau, Polen. Volgens Goudsmit is het virus bij de mens terechtgekomen door de jacht op en de handel in apen, het kappen van het Afrikaanse regenwoud en de kolonisatie van Afrika. Hiv is een virus, heeft dus gastheren nodig, het aidsvirus stapte dus van de ene gastheer (de aap) over naar een andere gastheer, de mens, en evolueerde verder.
Tegen woordig zijn er 39,5 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv op de wereld . Elke zes seconden loopt iemand hiv op. Elke tien seconden sterft iemand aan aids. Negentig procent van de getroffenen leeft in ontwikkelingslanden. In Nederland raken elke week twee à drie mensen geïnfecteerd met hiv, de totale hoeveelheid seropositieve mensen wordt geschat op 16.000-23.000 in Nederland.
Percentage van de bevolking dat besmet is met AIDS; data van UNAIDS
Deelvraag 3: Hoe loop je HIV op en hoe kun je het voorkomen?
Het HIV virus kan zich bevinden in het bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en in moedermelk.
Als iemand het virus heeft dan bevatten bloed en sperma in tegenstelling tot vaginaal vocht en voorvocht een hoge concentratie van het virus, maar overdracht blijft wel mogelijk via deze lichaamsvochten. In andere lichaamsvochten dan hierboven genoemd (Speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting) kan het virus wel aanwezig zijn, maar het virus is in een niet schadelijke concentratie aanwezig. Ze zijn alleen gevaarlijk als er zichtbaar bloed in zit. Dus door te (tong)zoenen met iemand loop je het virus niet op. Vele mensen worden ongerust als ze met HIV of Aids in contact komen. Dit is meestal onterecht. Een pleister op een wondje biedt al voldoende bescherming. Het virus kan niet verder leven in de buitenlucht, dus het virus zit ook niet op het bestek, beddengoed etc. Vele mensen raken dus onterecht ongerust en/of onzeker. Je kunt gewoon met iemand met hiv of aids blijven omgaan. Steun en lichamelijk contact voor de hiv-geïnfecteerde kan heel belangrijk zijn.
Er zijn verschillende manieren om besmetting te voorkomen
• seksuele onthouding
• een condoom gebruiken bij elke vorm van gemeenschap
• bij orale seks dient de penis voor ejaculatie te worden teruggetrokken
• stellen die pas sinds kort monogaam zijn, zouden een HIV-test moeten laten uitvoeren
• nooit naalden of spuiten gebruiken die al door anderen zijn gebruikt
• handschoenen dragen bij aanraking van lichaamsvloeistoffen van iemand die mogelijk met HIV besmet is
• in geval van blootstelling aan HIV door een prikaccident, laten behandelen om infectie te voorkomen
Hoofdvraag: Bestaan er geneesmiddelen tegen aids?
Nadat aids werd ontdekt is er veel vooruitgang geboekt. Hiv-remmers zijn vaak in staat de ziekte Aids te voorkomen of uit te stellen. Er is zicht op leven met hiv
Er zijn drie soorten geneesmiddelen beschikbaar voor de behandeling van HIV-infectie
• Nucleoside-reverse-transcriptaseremmers
• Non-nucleoside-reverse-transriptaseremmers
• Proteaseremmers
HIV wordt niet vernietigd, maar deze remmers voorkomen vermeerdering van het virus. Als de vermeerdering wordt verdraagt dan worden er minder cellen vernietigd.
Dit kan leiden tot een resultaat. Namelijk dat een groot deel van de door HIV veroorzaakte beschadiging van het afweersysteem wordt hersteld. Een veilig, betaalbaar en effectief middel dat infectie kan voorkomen is de enige echte oplossing, maar dit zal helaas nog meer dan 10 jaar duren.
Er wordt wel heel veel gedaan om de aids-patiënten steun te geven en aan de familie en geïnteresseerden informatie te geven.
Conclusie
Na een hiv test kan worden aangetoond of je lichaam antistoffen tegen hiv in het bloed heeft. Als dit het geval is dan is die gene hiv-positief of seropositief.
Het woord 'seropositief' is een beetje verwarrend. Het begrip 'positief' laat je denken aan een positieve uitslag, terwijl seropositief juist betekent dat iemand drager is van het virus.
Seropositief zijn betekent niet dat iemand ziek is, maar wel dat diegene anderen kan infecteren met het virus. Sommige seropositieve mensen blijven nog vrij lang gezond, anderen niet. Door het gebruik van anti-hiv-middelen wordt het ziek worden uitgesteld.
Hoe onvolmaakt de medicatie ook is, vandaag de dag hebben mensen met hiv een heel ander toekomstbeeld: ze kunnen leven met hiv.
Bronvermelding
nl.wikipedia.org/wiki/Aids
www.aidsfonds.nl/
www.hivnet.org/
www.aidsenhiv.nl/
www.erfelijkheid.nl/zwangerschap/aids_kort.php
www.soaaids.nl/
aids.startpagina.nl/
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.