Geschreven door: | Mies (5 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 30 januari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 3.550 |
Bekeken: | 8037 keer (11 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Artikel: De houdgreep van het najaarsakkoord
Datum : 29 januari 2004
Bron : NRC Handelsblad
Samenvatting bij het artikel: De houdgreep van het najaarsakkoord
In het Najaarsakoord is bepaald dat er de komende periode geen loonstijging voor werknemers zal komen omdat dit niet mogelijk zou zijn omdat bedrijven nauwelijks meer winst maken. Er moet volgens deskundigen gestreefd worden naar een nullijn. Nu blijkt echter dat de bedrijven weer winst gaan maken en vinden werknemers dat ze recht hebben op een loonstijging ondanks dat er in het Najaarsakkoord is afgesproken dat er een loonbevriezing zal plaatsvinden. Het Najaarsakoord is volgens de werknemers achterhaald terwijl de werkgevers natuurlijk willen dat de loonbevriezing standhoud. De overheid speelt in deze situatie een belangrijke rol en zal uiteindelijk doorslaggevend zijn bij de oplossing van deze situatie.
Begrippen bij het artikel “ De houdgreep van het najaarsakkoord ”
Winst: Het positieve verschil tussen omzet en kosten
Werknemer: Iemand die in loondienst werkzaam is bij een werkgever
Loonsverhoging: Een verhoging van het loon voor de werknemer
Loonbevriezing: Een voorbeeld van een loonmaatregel, waarbij gedurende een zekere periode geen verhogingen van lonen zijn toegestaan
Investeringen: Het aanschaffen van kapitaalgoederen door bedrijven
Vakbond: is een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen die de belangen van werknemers zo goed mogelijk behartigt
Sociale zekerheid: vangnetfunctie door middel van het stelsel van sociale verzekeringen en
sociale voorzieningen
CAO: collectieve arbeidsovereenkomst; geldt altijd voor een groep werknemers (van een groot bedrijf of bedrijfstak) Een CAO bevat zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden.
Loonsverhogingen: zie loonstijgingen
Arbeidsvoorwaarden: primaire en secundaire voorwaarden. Met de primaire arbeidsvoorwaarden wordt bedoeld de loonontwikkeling. Bij de secundaire arbeidsvoorwaarden gaat het om zaken als adv. , scholingsfaciliteiten en reiskostenvergoeding
Werkgevers: is een bedrijf of organisatie die mensen in dienst neemt om tegen betaling werk te verrichten
WAO: is de wet op de arbeidsongeschiktheid
Sociale partners: betreft de werknemersbonden (vakbeweging) en werkgeversbonden als (overleg) partners in de Stichting van de arbeid
Artikel: “ Economie is gunstigst sinds jaren “80”
Datum: 19 februari 2004
Bron: NRC Handelsblad
Samenvatting bij het artikel: “Economie is gunstigst sinds jaren “80”
De Amerikaanse econoom Fosler ( meermalen bekroond als beste voorspeller van de economie in de VS. ) is zeer optimistisch over de wereldeconomie voor het jaar 2004 en de aanvang van het jaar daarop. De oorzaken zij volgens haar dat in de Westerse economie structureel naar de dienstensector verschuift en die is minder conjunctuurgevoelig en dat de Amerikaanse economie langzamerhand in een fase raakt waarin de positieve invloeden elkaar versterken. Toch blijft Fosler voorzichtig omdat er toch enkele risico’s zijn zoals de stijgende grondstofprijzen en ook de eventuele stijging van de Amerikaanse rente.
Begrippen bij het artikel: “ Economie is gunstigst sinds jaren “80”
Recessie: is een "kleine" economische terugval. Er is sprake van afnemende economische groei of een geringe daling van het nationaal inkomen.
Economische groei: een groei van het reële nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
Economie: is de wetenschap die de mens bestudeert in zijn streven zijn behoeften te bevredigen met schaarse alternatief aanwendbare middelen.
Conjunctuur: De versnellingen en vertragingen in het groeitempo van het nationaal product
Dienstensector: sector die bestaat uit commerciële en niet commerciële dienstverlening
Bestedingen: Dit zijn de consumptieve vraag van particulieren en overheid, de investeringsvraag van particulieren en overheid en de vraag uit het buitenland.
Werkgelegenheid: is de totale vraag naar de productiefactor arbeid. De werkgelegenheid is gelijk aan het bezette banen inclusief het aantal vacatures, en wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren
Werkloosheid: is te onderscheiden in conjuncturele en structurele werkloosheid
Effectenbeurs: is een (concrete) markt waar vraag en aanbod van effecten elkaar ontmoeten
Vermogen: is het verschil tussen bezittingen en schulden
Productie: is het combineren van productiefactoren, waarbij goederen (en dus ook diensten) worden voortgebracht, of voor consumptie geschikt gemaakt worden
Rente: is een vergoeding voor het gebruik van krediet (ook wel interest genoemd)
Artikel: Mondialisering werkt
Datum: 1 mei 2004
Bron: Elsevier
Samenvatting bij het artikel: Mondialisering werkt
Presidentskandidaat John Kerry valt Bush aan omdat hij vindt dat er onnodig banenverlies is in de VS omdat er te veel productie wordt overgeheveld naar de lagelonenlanden. Kerry houdt Bush hier voor verantwoordelijk en vindt dat er iets moet gebeuren aan zijn mondialiserende /globaliserende beleid. Terwijl Amerika toch de vaandeldrager is van de vrije handel is. Kerry wijst erop dat sinds Bush aanstelling er 2.3 miljoen mensen hun baan zijn verloren. Volgens zowel links als rechts georiënteerde deskundigen heeft dit banenverlies echter niets te maken met het beleid van Bush. Een andere klacht is dat er door” Outsourcing ““twee Amerika’s” zouden ontstaan. Het ene deel almaar rijker en het andere steeds armer. Deze klacht wordt onderbouwd met cijfers maar zoals zo vaak zit er een dubbele bodem in de cijfers want een andere verklaring voor de eventuele arm en rijk tegenstelling is de migratieontwikkeling. De toename van die immigratie in de VS is in de afgelopen 25 jaar groter geweest dan de groei van de totale legale immigratie in de rest van de wereld. De nieuwelingen nemen vaak de slechtstbetaalde banen op zich en belanden zo meestal tijdelijk onder aan de inkomensschaal waardoor dus een vertekend beeld ontstaat van de groeiende onderklasse. Als je de immigratie buiten beschouwing laat dan blijkt dat iedereen in Amerika aanmerkelijk meer is gaan verdienen ook de zwarte bevolking ( het immigratie effect niet meegerekend).
Begrippen bij het artikel: Mondialisering werkt
Vrije handel: betekent dat de overheden zich onthouden van allerlei protectionistische maatregelen
Mondialisering: houdt in dat de industriële productie zich steeds meer over de wereld verspreid. Dit komt vooral tot uiting in de stijging van de industriële exporten uit de lage lonenlanden
Lagelonenlanden: Meestal ontwikkelingslanden waar de arbeidskosten laag zijn, westerse bedrijven verplaatsen hun productie naar zulke landen vanwege deze gunstige loonverhoudingen
Handelsverdrag: Verdrag tussen 2 landen waarin afspraken gemaakt worden over de onderlinge handel tussen beide landen
Protectionisme: geheel van beschermende maatregelen om de eigen industrie te beschermen en de import te remmen
Econoom: iemand de economie bestudeert
Werkloosheid: is te onderscheiden in structurele en conjuncturele werkeloosheid
Vrije markteconomie: is een extreme vorm (grondvorm) van economische orde waarbij het allocatieprobleem door middel van het vrije spel van vraag en aanbod ( het prijs - en marktmechanisme) wordt opgelost
Consument: iemand uit de gezinshuishouding die aankopen doet om in behoeften te voorzien. De consument is eindverbruiker van de goederen en diensten.
Koopkracht: Hiermee wordt bedoeld de hoeveelheid goederen en diensten die men voor een gegeven geldbedrag kan kopen
Export: Uitvoer: verkoop van goederen en diensten aan het buitenland.
Exporteren: het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland
Outsourcing: het verkrijgen van diensten of producten, van een buitenlandse leverancier of fabrikant om kosten te snijden.
Economie: is de wetenschap die de mens bestudeert in zijn streven zijn behoeften te bevredigen met schaars alternatief aanwendbare middelen
Arbeidsmarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid, bestaand uit een groot aantal deelmarkten.
Dienstensector: Tertiaire sector bestaande uit commerciële en niet-commerciële dienstverlening
Belasting: heffing door de overheid dwangmatig opgelegd, zonder dat er voor de belastingbetaler een individueel aanwijsbare tegenprestatie tegenoverstaat
Inkomensgroei: groei van het inkomen van de werkgever of werknemer
Recessie: is een "kleine" economische terugval. Er is sprake van afnemende economische groei of een geringe daling van het nationaal inkomen
Werkgelegenheid: is de totale vraag naar de productiefactor arbeid. De werkgelegenheid is gelijk aan het bezette banen inclusief het aantal vacatures, en wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren
Inflatie: meestal wordt hier een algehele stijging van het prijspeil bedoeld. Als uitgangspunt neemt men het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie
Kapitalisme: is een mengvorm van economische orde, waarbij de kenmerken van de vrije ruil verkeersverhoudingen overheersen. De productiefactoren zijn in handen van particulieren en het allocatie probleem wordt voornamelijk opgelost middels het prijs en marktmechanisme
Bedrijfstak: is een groep ondernemingen met een gelijksoortige productie en zich bevinden op dezelfde hoogte van de bedrijfskolom.
Vakbond: is een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen die de belangen van werknemers zo goed mogelijk behartigt
Artikel: Ziek, zelfstandig en onverzekerd
Datum : 11 april 2004
Bron : NRC Handelsblad
Samenvatting bij het artikel: Ziek, zelfstandig en onverzekerd
Per 1 juli wordt de Waz afgeschaft voor veel zelfstandigen is dat goed nieuws want de uitkering is laag en de premie hoog. Maar het gevaar bestaat nu wel dat als je als zelfstandige niets regelt je wel onverzekerd rondloopt. De Waz keert 70% van het laatstverdiende loon uit. Nadelen van de Waz zijn talrijk de Waz houdt geen rekening met arbeidsongeschiktheid in het eigen beroep maar hanteert het het begrip van “gangbare arbeid” zo is er een mogelijkheid dat je als werkgever niet meer kan functioneren maar nog wel een simpel karweitje aan de lopende ban kan uitvoeren ook de wachttijd is een groot probleem deze bedraagt 52 weken. Arbeidsjurist Bart-Jan van Hees schets een sombere toekomst volgens hem zullen veel werkgevers zonder de AWZ een beroep gaan doen op de bijstand als ze eenmaal arbeidsongeschikt raken.
Begrippen bij het artikel: Ziek, zelfstandig en onverzekerd
Waz: arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
Zelfstandigen: zijn personen die niet in loondienst zijn maar een eigen bedrijf voeren.
Inkomen: loon, huur, pacht, rente, interest, winst
Minimumloon: de minimale beloning waarop een volwassen werknemer in Nederland recht heeft
Arbeid: is de mens als productiefactor .Het is ook een oorspronkelijke productiefactor, waarvan de kwaliteit door veel zaken bepaald wordt, zoals scholing.
Loon: is de beloning voor de productiefactor arbeid. Hier vallen alle andere namen onder, die beloningen inhouden voor arbeid, zoals bijvoorbeeld: salaris, vakantiegeld, bonus, 13e maand, gratificatie, honorarium, wedde, etc.
Loondienst: is men als werknemer, wanneer men werkt op basis van een vast (of tijdelijk) arbeidscontract
Aaw: algemene arbeidsongeschiktheidswet
Werkgevers: is een bedrijf of organisatie die mensen in dienst neemt om tegen betaling werk te verrichten
Ondernemers: combineert de drie productiefactoren
VOF: vennootschap onder firma
BV: besloten vennootschap
Werknemer: Iemand die in loondienst is bij een werkgever
Bruto inkomen: beloning van de productiefactor arbeid voor aftrek van de af te dragen belastingen en verzekeringspremies
Belastingdienst: Organisatie die de belastingen int
IOAZ: inkomens voorziening voor oudere arbeidsongeschikte zelfstandigen
Eigen vermogen: Het eigen vermogen op de balans van een vennootschap bestaat uit het door de aandeelhouders beschikbaar gestelde aandelenvermogen plus de winstreserve
Artikel: “bijna voor niks” Slowaakse fabriek
Datum: 12 februari 2004
Bron: NRC
Samenvatting bij het artikel: “bijna voor niks” Slowaakse fabriek
De ontwikkeling van het verplaatsen van de productie naar Oost-Europa niet alleen loonkosten maar ook het opkomen van een lokale afzetmarkt en het volgen van fabrikanten van de afnemers speelt een rol. Schuifdakenfabrikant Inalfa is zo’n bedrijf dat om die reden zijn productie verplaatst naar Slowakije. Maar er is eigenlijk geen sprake van verplaatsing van de productie maar juist van nieuwe productie voor een nieuwe afzetmarkt. Ongeveer 1/3 van de Inalfa’s productie in Slowakije gaat naar klanten uit Nederland en België de rest is bestemd voor de lokale markt
Begrippen bij het artikel: “bijna voor niks” Slowaakse fabriek
Arbeidsintensief: wanneer bij het produceren relatief veel arbeid wordt gebruikt. De productiefactor arbeid overheerst.
Werk: Betaalde arbeid in het productieproces.
Loonkosten: voor een werkgever bestaat uit het brutoloon plus (het aandeel in) de sociale verzekeringspremies die de werkgever moet betalen voor de werknemer
Afzetmarkt: markt waarop de overheid of bedrijven hun goederen aanbieden
Productie: Het maken van goederen en diensten door ondernemingen met behulp van productiefactoren
Salaris: ander woord voor loon
Arbeidsplaatsen: vacatures
Producten: alle dingen die geproduceerd worden met behulp van productiefactoren
Ondernemerschap: is de opvatting dat het ondernemen, het (economisch) risico durven nemen, een aparte productiefactor is
Personeel: Geheel van werknemers dat een bedrijf in dienst heeft
Produceren: zie productie
Werknemer: iemand die in dienst is bij een werkgever om tegen betaling werk te verrichten
Industrie: secundaire sector
Economische groei: een groei van het reële nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
Bruto binnenlands product: is de som van alle bruto toegevoegde waarde voortgebracht door alle sectoren in het binnenland van een land in een jaar tijd. Uit het binnenlandsproduct is het nationaal product te berekenen door bijtelling van het saldo ontvangen en betaalde primaire inkomens van en aan het buitenland.
Marktaandeel: is van een producent zijn omzet uitgedrukt in de totale marktomzet.
Omzet: is de totale waarde (totale opbrengst) van de verkopen (afzet) in een bepaalde periode. In formule vorm: TO = p x q ; waarin TO de omzet of totale opbrengst is en q de afzet.
Winst: Het positieve verschil tussen omzet en kosten
Artikel: bezuinigen nog steeds slecht voor economie
Datum : 7 mei 2004
Bron : NRC Handelsblad
Samenvatting bij het artikel: bezuinigen nog steeds slecht voor economie
Nu de formatiebesprekingen in volle gang zijn komen ook de economische plannen op tafel. Er gaat flink bezuinigd worden maar volgens het CPB heeft dit enorm veel negatieve gevolgen voor de economie. Er valt nog heel veel te onderhandelen vooral over de bezuinigingen in de zorgsector. Er liggen ook plannen klaar om fors te bezuinigen op de sociale zekerheid dat zou een positief effect hebben op de werkgelegenheid. Maar ook deze ingreep zou volgens het CPB niet gunstig zijn voor de economie.
Begrippen bij het artikel: bezuinigen nog steeds slecht voor economie
Bezuinigen: het verminderen van uitgaven door de overheid of door bedrijven
Economie: is de wetenschap die de mens bestudeert in zijn streven zijn behoeften te bevredigen met schaarse alternatief aanwendbare middelen
Investeringen: bestedingen door producenten
Economische groei: een groei van het reële nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
Werkgelegenheid: is de totale vraag naar de productiefactor arbeid. De werkgelegenheid is gelijk aan het bezette banen inclusief het aantal vacatures,en wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren
Begrotingssaldo: Het saldo van de verwachte ontvangsten en de voorgenomen uitgaven (inclusief de aflossing op vaste staatsschuld) op de rijksbegroting
Begrotingstekort: is het verschil tussen de totale uitgaven en totale ontvangsten van de overheid. Indien niet als anders vermeld, zijn dus de aflossingen op de staatsschuld een onderdeel van de uitgaven
Sociale zekerheid: vangnetfunctie door middel van het stelsel van sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
Rijksuitgaven: alle uitgaven van het rijk in een bepaalde periode
WW : werkeloosheidswet
Werklozen: Alle volwassen personen die geen geregistreerde betaalde arbeid verrichten
Overheidsbegroting: is een overzicht van de vermoedelijke uitgaven en inkomsten van het rijk voor een bepaalde periode
Liberalen: mensen die aanhanger zijn van het prijs-mechanisme en die zo min mogelijk overheidsbemoeienis willen in de economie
Begrotingsevenwicht: de inkomsten en de uitgaven van de overheid zijn gelijk in een bepaalde periode
Artikel: Onontkoombare belastingharmonisatie
Datum : 12februari 2004
Bron : NRC Handelsblad
Samenvatting bij het artikel: onontkoombare belastingharmonisatie
De inkomensbelasting is in voor de belastingbetaler in Nederland zeer onoverzichtelijk en ingewikkeld. Daarbij komt nog eens dat het belastingstelsel in Nederland zeer nivellerend is. Er zijn door de linkse kabinetten diverse nivellerende maatregelen die funest waren voor het “hard werken “ en het durven nemen van ondernemersrisico. Belastingplichtigen bedachten daarom allerlei manieren om te vluchten, de BV is daar een kenmerkend voorbeeld van. Ook bleken vermogende te vluchten naar landen met lagere fiscale tarieven. De Nederlandse wetgever heeft hierop als gevolg denivellerende maatregelen genomen. De komende jaren zal echter blijken dat verdergaande aanpassingen van ons belastingstelsel nodig zijn om we rekening moeten houden met de buren en de EU. Een belangrijk onderdeel daarvan in is de hypotheekrente die in Nederland duidelijk royaal geregeld is t.o.v. andere landen en de discussie is dan ook of de hypotheekrente regeling zou moeten worden afgeschaft. Maar ook in dit vraagstuk zal de EU een belangrijke rol spelen. Kortom op den duur is een zekere belastingharmonisatie in de EU onontkoombaar.
Begrippen bij het artikel: onontkoombare belastingharmonisatie
Belastingdienst: instantie die de belastingen int in Nederland
Inkomen: loon, huur, pacht, rente, interest, winst
Inkomensbelasting: is de belasting die je over je inkomen betaalt
Belasting: heffingen door de overheid dwangmatig opgelegd, zonder dat er voor de belastingbetaler een individueel aanwijsbare tegenprestatie tegenoverstaat. De belastingen zijn te verdelen in de directe en indirecte belastingen
Aftrekposten: is en bedrag dat op het bruto-inkomen in mindering mag worden gebracht bij de berekening van het belastbaar inkomen. Enkele voorbeelden zijn: beroepskosten, persoonlijke verplichtingen en buitengewone lasten
Progressief belastingtarief: belasting waarbij men bij een hoger inkomen een hoger percentage belasting betaalt. De progressie is gebaseerd op het draagkrachtbeginsel
Inkomensverschillen: kunnen bijvoorbeeld ontstaan door verschillen in opleiding, leeftijd, verantwoordelijkheid, bekwaamheid, zwaarte van het werk etc. Een belangrijke factor (misschien wel de belangrijkste) is de schaarste op de arbeidsmarkt van bepaalde talenten en deskundigheid
Nivellering: is het verkleinen van de inkomensverschillen. De inkomensverdeling is dan geli
Netto-inkomen: beloning van de productiefactor arbeid minus de af te dragen belastingen en sociale verzekeringspremies
Bruto-inkomen: beloning van de productiefactor arbeid voor aftrek van de af te dragen belastingen en verzekeringspremies. Het bruto loon is één de primaire inkomens
Ondernemersrisico: het risico dat een ondernemer loopt als hij een onderneming begint
BV: besloten vennootschap, alle aandelen in deze onderneming staan op naam
Belastingparadijs: Een land kent lage belastingtarieven of zelfs vrijstelling van belasting toe voor inkomsten die uit bepaalde activiteiten worden verkregen.
Vermogensbelasting: belasting die iemand over zijn vermogen moet betalen
Rente: is de prijs voor krediet. Men kan de rente globaal indelen naar geldmarktrente (deze korte rente betreft leningen met een looptijd korter dan een jaar) en kapitaalmarktrente (de lange rente met een looptijd langer dan een jaar)
Dividenden: Het bedrag dat de aandeelhouder ontvangt uit de jaarwinst van de onderneming
Proportioneel belastingtarief: belastingtarief waarbij je ongeacht hoeveel je verdient altijd een vast percentage aan belasting betaalt
Denivellering: tegenovergestelde van nivelleren
Sociale uitkering: uitkeringen uit de algemene middelen aan mensen die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien
Vakorganisaties: is een overkoepelende organisatie van vakbonden
Minimumloon: de minimale beloning waarop een volwassen werknemer in Nederland recht heeft
Vakbeweging: is een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen. Voorbeelden van vakbonden zijn: de Ambtenarenbond, de Industriebond, de Voedingsbonden, de Vervoersbonden, de Onderwijsbond,
Belastingstelsel: volgens dit systeem word belasting geïnd, kan zijn: progressief, degressief of proportioneel
Europese unie: organisatie van Europese landen die streeft naar liberalisering van de wereldhandel
Vennootschapsbelasting: belasting die je betaalt als je bij deze ondernemingsvorm bent aangesloten
Hypotheekrente: is het bedrag dat je moet als rente moet betalen als je geld leent voor je hypotheek
Artikel: Keuze voor een kenniseconomie heeft en prijs
Datum : 10 mei 2004
Bron: Financieel Dagblad
Samenvatting bij het artikel: Keuze voor een kenniseconomie heeft en prijs
Volgens deskundige Bas Jacobs is de keuze voor een kenniseconomie een keuze met desastreuze gevlogen. Hij denkt dat er grotere inkomensongelijkheid zal komen en dat het de opbouw van menselijk kapitaal ondermijnt. Met menselijk kapitaal bedoelt hij: arbeidsmarktvaardigheden door scholing, training en werkervaring. Het ondermijnen van dit menselijk kapitaal zou ook weer ernstige gevolgen hebben. Door dat de overheid riante sociale voorzieningen verzorgd en de inkomensongelijkheid bestrijd is de prikkel om door te leren veel minder. Als de overheid nu eens toe zou staan dat inkomensverschillen toenemen zullen volgens hem meer mensen doorstuderen en doorleren om dat daar een hoger inkomen tegenover staat. Voor bedrijven zou het dan ook aantrekkelijk zijn om in menselijk kapitaal te investeren. Volgens Jacobs is differentiatie in het lager middelbaar beroepsonderwijs nodig en ook vindt hij dat door regelingen als de vut en de WAO menselijk kapitaal veel te vroeg wordt afgeschreven.
Begrippen bij het artikel: keuze voor een kenniseconomie heeft en prijs
Kenniseconomie: overlegeconomie waarbij de sociale partners niet als vijanden maar als partners om de tafel gaan zitten
Inkomensongelijkheid: kunnen bijvoorbeeld ontstaan door verschillen in opleiding, leeftijd, verantwoordelijkheid, bekwaamheid, zwaarte van het werk etc. Een belangrijke factor (misschien wel de belangrijkste) is de schaarste op de arbeidsmarkt van bepaalde talenten en deskundigheid.
Differentiatie: is het verticaal afstoten door een geleding van een activiteit (productiestap) in een bedrijfskolom. Er komt daardoor een geleding bij, (en een markt)
Kapitaal: wordt in de algemene economie meestal opgevat als reëel kapitaal, d.w.z. goederen als productiefactor, in tegenstelling tot geldkapitaal dat een som geld is (vermogen) Kapitaal is een afgeleide productiefactor
Subsidie: is een door de overheid verstrekte inkomens- of (geld)kapitaaloverdracht aan gezinnen of ondernemingen
Arbeidsmarkt: Het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid, bestaand uit een groot aantal deelmarkten
Arbeidsparticipatie: is de beroepsbevolking uitgedrukt in een percentage van de beroepsgeschikte bevolking
Productie: is het combineren van productiefactoren, waarbij goederen (en dus ook diensten) worden voortgebracht, of voor consumptie geschikt gemaakt worden
Innovatie: de ontwikkeling en de succesvolle invoering van nieuwe of verbeterde goederen en diensten, productie- of distributieprocessen.
Investeringen: bestedingen door producenten
Arbeidsproductiviteit: is de gemiddelde productie per werknemer gedurende een bepaalde periode
Investeren: is het aanschaffen van (kapitaal)goederen door de bedrijven
Internationaliseren: houdt in dat de industriële productie zich steeds meer over de wereld verspreid
Werkloosheid: wordt gevormd door alle volwassen personen in Nederland die geen geregistreerd betaald werk verrichten
Vergrijzing: Het aantal pensioengerechtigde stijgt sterker dan dat de beroepsbevolking stijgt
Loon: is de beloning voor de productiefactor arbeid
Inkomen: loon, huur, pacht, rente, interest, winst
Vakbonden: is een organisatie van werknemers van één of meer bedrijfstakken of beroepsgroepen.
Nivelleren: is het verkleinen van de inkomensverschillen. De inkomensverdeling is dan gelijkmatiger geworden..
Economische groei: als maatstaf neemt men vaak de groei van het reële nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
CAO : collectieve arbeidsovereenkomst geldt altijd voor een groep werknemers (van een groot bedrijf of bedrijfstak)Een CAO bevat zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden
Verzorgingsstaat: Staat waarin de overheid een belangrijke rol speelt in de economie en zorgt voor een uitgebreid sociaal zekerheid stelsel
Belastingen: heffingen door de overheid dwangmatig opgelegd, zonder dat er voor de belastingbetaler een individueel aanwijsbare tegenprestatie tegenoverstaat
Progressief belastingstelsel: stelsel waarbij geldt; hoe meer je verdient des te meer belasting betaal je relatief (procentueel)
Rendement: Opbrengst, meestal uitgedrukt in procenten van het in een belegging gestoken bedrag
Bezettingsgraad: is het percentage dat aangeeft welk deel van de productiecapaciteit wordt benut.
Minimumloon: de beloning waar een volwassen persoon in Nederland minimaal recht op heeft
Sociale zekerheid: vangnetfunctie door middel van het stelsel van sociale verzekeringen en sociale voorzieningen
Vut: is de (vrijwillige) vervroegde uittreding
WAO: is de Wet op de arbeidsongeschiktheid.
Overheidsuitgaven: bestaan uit de overheidsbestedingen en de overdrachtsuitgaven
Herverdeling van inkomen: de overheid streeft naar een rechtvaardiger verdeling van het nationaal inkomen. Middels progressieve loon en inkomstenbelasting en de inkomensoverdrachten vindt er een (niet onaanzienlijke) herverdeling van inkomen plaats
Economie: is de wetenschap die de mens bestudeert in zijn streven zijn behoeften te bevredigen met schaars alternatief aanwendbare middelen
Vakbeweging: is een overkoepelende organisatie van vakbonden.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.