CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vwo)

Datum ingestuurd:

7 november 2005

Taal:

Woorden:

2.950

Bekeken:

1468 keer (6 deze maand)

Waardering:

4.4/5 (7 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
H1
1910 Alfred Wegener, Duitse geoloog en meteoroloog, gelijkvormigheid van de kustlijnen aan beide zijden Atlantische oceaan. Continenten horizontaal verplaatsen
Canada had hetzelfde plooigebergte als West-Europa, sterke verwantschap tussen fauna’s Noord-Amerika en Europa en ook tussen Zuid-Amerika en Afrika
Verklaring overtuiging dat continenten vast lagen: aarde koelde af, kromp ineen veranderingen in aardoppervlak.
Door radioactiviteit was uitgerekend dat aarde langzamer afkoelde dan men aannam.
Mobilisme: (1915) ontinenten zaten ooit aan elkaar. Zijn langzaam uit elkaar gedreven ( horizontaal).
Verificatie: een theorie wordt aanvaard wanneer deze bevestigd wordt.
Karl Popper (1902-1994): het is alleen mogelijk de juistheid van een theorie te bepalen is dat hij falsifieerbaar was : een tegenbewijs en de theorie werd verworpen.
Thomas Kuhn: het streng verwerpen van een theorie op grond van één tegenstrijdige waarneming komt in de wetenschap niet voor.
Fixisme: de continenten blijven op hun plaats.
Paradigma: in wetenschappelijk rustige perioden gaat de wetenschap uit van een bepaald stramien volgens welke alle onderzoek gedaan wordt.
Als er teveel feiten zijn die niet in de bestaande theorieën passen komt er een alternatief paradigma.
Researchprogramma’s: (Imre Lakatos) complexe en uitgebreide onderzoeksmodellen. Het oude programma word daarbij verworpen bij een nieuw en beter alternatief.
1968: schollentektoniek werd ontdekt: aardkorst is vast. Hieronder zit de aardmantel, een laag met veel minder vast gesteente. Daarin vinden convectiestromingen plaats. onderkant v.d. Aardmantel is warm en naar boven toe vindt afkoeling plaats. Doordat het warme deel stijgt en het koelere daalt, ontstaan er stromingen. Hierop drijft de aardkorst mee.
6 grote platen (schollen): Amerika, Eurazië, Afrika, India, de Grote Oceaan en Antarctica.
Drie soorten grenzen tussen schollen:
*oceanische ruggen: aardkorst ontstaat door vulkanische activiteit.
* troggen: aardkorst verdwijnt doordat een schol onder de ander schuift.
* transformbreuken: assen van oceaanruggen doorbreken, schollen schuiven horizontaal langs elkaar
4,6 miljard jaar geleden ontstond de aarde, er was veel vulkanische activiteit en geen dampkring (temperatuur niet stabiel) geen zeeën of oceanen.
3,5 miljard jaar geleden ontstond er eerste leven toen was de aardkorst afgekoeld door waterdamp die was gecondenseerd, de dampkring was ontstaan (stikstof, waterdamp, koolstofmono-oxide, koolstofdioxide, waterstaf, ammoniak, methaan en waterstofsulfide.
Eerste leven ontwikkelde zich in het water, daar was een redelijk constant milieu (beschermde het leven)
2,3 miljard jaar geleden produceerden organismen pas zuurstof (zuurstof was een afvalproduct)
Cyanobacteriën ontwikkelden fotosynthese waarmee ze zonne-energie konden vastleggen , zuurstof ontstond.
Dampkring houdt warmte vast, door warmtestralen v.d. Aarde te reflecteren en beschermt tegen meteorieten en schadelijke zonnestraling (filtert straling en zet om in warmte).
Broeikasgassen: waterdamp, stikstofoxiden, koolstofoxiden, methaan
Biosfeer: laag waarin leven voorkomt, onderste laag dampkring en bovenste deel aardoppervlak.
Kringlopen: waterkringloop, energiekringloop, zuurstofkringloop en koolstofkringloop
Alle stoffen op aarde nemen deel aan kringlopen. Deze kringlopen beïnvloeden elkaar en vormen samen een complex geheel binnen de biosfeer.
1910 eerste officiële geologische tijdschaal
4 uitgangspunten:
* wet van superpositie (eerste laag ligt onderop)
* fossielen
* sedimenten en vulkanisme
* dik of dunne lagen sediment
Carboon: veel steenkool, veel plantengroei, tropisch klimaat
Het Krijt: mariene afzettingen (krijt bestaat uit kalk à schelpen)
Pleistoceen: wisselende perioden van ijstijden (glacialen) en interglacialen.
James Hutton (schot) = de grondlegger van de wetenschappelijke geologie, sprak hierover en werd genegeerd.
Louis Agassiz (Zwitser): gebruikte term ijstijd voor het eerst (1937), 1940 publiceerde hij hierover en werd uitgelachen, daarna toch serieus genomen.
Afgelopen 2,5 mln jaar 7 grote ijstijden geweest afgewisseld door interglacialen.
Mogelijke oorzaken: vermindering intensiteit zon, schommelingen aardas, wisselende baan aarde om zon, draaiing aarde om eigen as.
Nederland gevormd tijdens Pleistoceen en Holoceen.
Keileem: grondsoort die door oprukkend landijs ontstaat.
100.000 jaar geleden kwam de Neanderthaler in heel Europa voor, stierf 30.000 jaar geleden uit.
Ons zonnestelsel bestaat uit : de zon, negen planeten, talloze planetoïden, kometen en meteoroïden.
Reuzenplaneten: hebben een vast kern en een uitgestrekte koude atmosfeer
Aardse planeten: staan veel dichter bij de zon.
Mercurius: op een na kleinste aardse planeet, geen dampkring, kraterlandschap.
Maan: geen dampkring, kraterlandschap.
Venus: lijkt het meest op de aarde (grootte, vorm van haar baan, samenstelling en massa) heel heet, venus staat dichter bij de zon, verstikkende, kurkdroge dampkring (hoge dichtheid, luchtdruk 90x groter, zwavelzuurregen, het waait er continu. Door grotere dichtheid van de dampkring en de hoge concentratie koolstofdioxide heerst er een zeer sterk broeikaseffect.
Mars: een rode planeet met witte poolkappen (mengsel koolstofdioxide en ijs), de baan om de zon is meer excentrisch en dus zijn er grotere verschillen in de lengte van de seizoenen (lente 51 dagen langer dan herfst) de lucht is erg ijl, luchtdruk is slechts 0,7% van die op de aarde, concentratie koolstofdioxide kan de warmte niet vasthouden, oppervlak is kaal met inslagkraters.
James Lovelock (Brit): Gaia-hypothese is een manier van denken waarbij de aarde als een groot zelfregulerend geheel wordt gezien, een superorganisme. Het leven zelf houdt de aarde leefbaar.

H2
40.000 jaar geleden leefden mensen als jager en verzamelaar (nomadenbestaan): zij kenden de planten en dieren, ze gebruikten de natuur maar brachten haar weinig schade toe. (het aantal mensen was beperkt), jagers trokken verder zodat de natuur zich weer kon herstellen.
Eerste boeren: hadden een zeer nauwe band met de natuur. Ze verbouwden voedsel voor hun eigen familie (werktuigen van steen) wilde dieren werden beschouwd als vijanden die verdreven moesten worden en wilde planten werden als onkruid van de akkers verwijderd. ( akkers met: tarwe, gerst en peulvruchten)
Boeren gingen van stenen werktuigen naar brons en in 700 voor Chr. naar het sterkere ijzer.
Er was een volledige kringloop tussen boeren en natuur. (kappen, as vruchtbaar, voedsel, mest vruchtbaar)
Akkerbouw en veeteelt zorgden voor een constante beschikbaarheid van voedsel, mensheid nam in aantal toe.
Overschotten werden verhandeld, kooplieden ontwikkelden zich al 500 jaar voor Chr. In Afrika, Azië en Zuid-Amerika. (Eeuwenlang bleef de economie gebaseerd op landbouw en huisnijverheid)
Men ging de natuur misbruiken en daardoor werden grote oppervlakten land en water aangetast.
Vernieuwingen op het gebied van de textielproductie werden geïntroduceerd in Engeland, hierdoor werden de productieprocessen grootschaliger en fabrieken werden gebouwd.
1776: James Watt ontwierp de stoommachine, dit was de omslag naar de industriële revolutie.
Francis Bacon zei: ‘onderwerp de natuur door haar te gehoorzamen’ ij bedoelde dat de wetenschap de natuurwetten moet leren kennen. Zo krijg je macht over de natuur.
In de Industriële revolutie werd veel steenkool (fossiele planten uit het Carboon), aardolie en aardgas gebruikt.
Door verbeteringen in de landbouw (dorsmachine, kunstmest enz.) waren minder boeren nodig, zij trokken daarom naar de steden om in mijnen of fabrieken te werken.
In de 2e helft van de 19e eeuw trad vervuiling op in industriesteden: as en roet bedekten de huizen en bomen (door steenkool stoken), mensen kregen last van longaandoeningen en rook zo dik verduisterde de zon.
Technologie ontwikkelde zich in de 20e eeuw verder. Mensen gingen zich steeds onafhankelijker voelen van de natuur.
1831: Michael Faraday ontdekte elektriciteit.
1879: de 1e gloeilamp uitgevonden door Thomas Alva Edison
1876: Alexander Graham Bell vond de telefoon uit
1878: Thomas Alva Edison vindt de grammofoon uit
Het dagelijkse leven is aan het begin van de 20e eeuw ingrijpend veranderd. Het huishoudelijk werk werd makkelijker, communicatie door telefoon, tv , radio, films, nieuwe gerechten, nieuwe conserveringstechnieken.
Steeds meer mensen gaan in handel en industrie werken dus moeten de overgebleven boeren meer produceren. Schaalvergroting is het gevolg. Land wordt op grote schaal ontgonnen en wordt opnieuw verdeeld: ruilverkaveling, de productie per hectare wordt verhoogd en de massaproductie neemt toe in de voedselverwerkende fabrieken.
Er leven tegenwoordig meer dan 6 miljard mensen op aarde. (in de 20e eeuw is de wereldbevolking enorm gegroeid na 1650 nam de groei steeds sneller toe. 1825: 1 mld. 1925: 2 mld. 1965: 3 mld. 1975 4 mld. Eind jaren 80 5 mld.
Thomas Robert Malthus had uitgerekend dat sinds 1750 de bevolking zich elke 25 jaar verdubbeld had, volgens hem kon de voedselproductie dit niet bijhouden en zouden hongersnood en voedseloorlogen ons lot zijn.
De westerse wereld consumeert de helft van de wereldvoedselvoorraad terwijl dit maar 25% v.d. Bevolking is.
Allerlei producten maken ons het leven makkelijker maar deze producten leveren ook milieuproblemen: bijv. Schoonmaakmiddelen, verdelgingsmiddelen en cfk’s (in koelkasten, spuitbussen)(chloorfluorkoolwaterstoffen) deze breken ozon af en tasten zo de ozonlaag aan.
Auto’s, energiecentrales en de industrie stoten de meeste zwaveldioxide en stikstofoxiden uit. Wanneer deze in aanmerking komen met water ontstaat er zwavelzuur en salpeterzuur (verzuren meren en rivieren, beschadigde kieuwen van vissen, verzuurt de bodem, vernietigt naaldbossen en tast metalen en stenen voorwerpen aan.
Ammoniak: levert grote bijdrage aan zure neerslag (uit mest) landbouw is hiervoor verantwoordelijk.
Tot aan de 17e eeuw werd de natuur ervaren als een levend organisch geheel. Mensen hadden respect voor haar
In de 17e eeuw werd de mens als individu belangrijker en ging op ontdekkingsreizen.
René Descartes (frans filosoof): wordt gezien als de grondlegger van de moderne filosofie. Hij kwam tot de conclusie dat hij er alleen zeker van kon zijn dat hij dacht. Vandaar: ik denk dus ik besta.
Dualisme: de scheiding van lichaam (materie) en ziel (zeker)
Aangezien men ervan uit gaat dat alleen de mens een ziel heeft, kan de natuur als een machine behandeld en beheerst worden.
18e eeuw à verlichting, men stelt rede; het verstand centraal. Kennisvermeerdering is de motor van vooruitgang naar een betere wereld.
Het vooruitgangsstreven heeft een keerzijde: mensen raken verder en verder van de natuur verwijderd.
Jean Jaques Rousseau: ziet dit als een verval van de maatschappij. Hij beschouwt het streven naar vooruitgang als een vervreemding van zichzelf. Hierdoor gingen mensen zich weer meer voor de natuur interesseren.
1899: Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels (nu Vogelbescherming Nederland) opgericht
1905: Natuurmonumenten opgericht
Zij probeerden mensen bewust te maken van de uitbuiting van de natuur en deze wettelijk beschermen.
1917: alle arbeiders kregen algemeen kiesrecht
1919: vrouwen kregen kiesrecht
Eind jaren 60 en begin jaren 70 was er een 2e emancipatiegolf: sterke feministische beweging; vrouwen streden voor gelijke kansen op arbeidsmarkt, onderwijs en politiek en respect op gebied van seksualiteit.
1961: Wereld Natuurfonds opgericht
1971: Milieudefensie en Greenpeace opgericht
1972: rapport club van Rome , grenzen aan de groei.
Tegenwoordig zijn er stromingen die verhouding tussen mens en natuur weer willen verbeteren: ‘ecofeminisme’ en ‘ecosofie’ van Arne Naess. Zij stellen respect voor de natuur voor economie en eigen belang.
Na het rapport van de club van Rome was iedereen in een klap milieubewust. Er kwamen wetten om milieuvervuiling tegen te gaan en men probeerde met name in ontwikkelingslanden de bevolkingsgroei te remmen door middel van geboortebeperking.
1992: het rapport ‘de grenzen voorbij’ werd gepubliceerd. Hierin staat dat er nog genoeg olie is tot 2031 en genoeg gas tot 2050.
Rond 1900 ontdekte de Zweedse chemicus Svante Arrhenius dat koolstofdioxide en waterdamp verantwoordelijk zijn voor het vasthouden van zonnewarmte.
Sinds het begin van de 20e eeuw is de temperatuur gemiddeld een halve graad gestegen, ook de hoeveelheid koolstofdioxide is toegenomen.
Stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde kan vergaande gevolgen hebben:
* Nederland: zachtere en nattere winters, hetere en drogere zomers, hierdoor vaker overstromingen.
* ontwikkelingslanden: sommige landen meer overstromingen, andere landen extreme droogte en deze landen hebben niet het geld om deze gevolgen het hoofd te bieden. Hele oogsten kunnen mislukken en eilanden in de Grote en Indische Oceaan zullen volledig onder de zeespiegel verdwijnen.
In gematigde landen zullen de gevolgen vooral positief zijn: koolstofdioxide bevordert de groei van planten en het klimaat wordt subtropisch.
Protocol 1997 industrielanden in Kyoto is vastgelegd, zegt dat voor 2010 de uitstoot van koolstofdioxide 5% onder het niveau van 1990 moet liggen.
Koolstofdioxide kan beperkt worden door minder energie te gebruiken en door duurzame energie in te zetten.
Satellietmetingen geven aan dat de troposfeer, de onderste luchtlaag niet opwarmt.
Wetenschappers zijn het oneens over de oorzaken van de temperatuurstijging van de afgelopen eeuw.
Vanaf 1850 trekken de gletsjers zicht terug door opwarming van de aarde. Ze reageren traag op veranderende omstandigheden, dus dit kan geen reactie zijn op de menselijke activiteit vanaf de industriële revolutie.
Natuurlijke oorzaken van de stijgende temperatuur zouden kunnen zijn:
* toenemende zonneactiviteit
* veranderende stand van de zon ten opzichte van de aarde
* vulkanische activiteit

H3
1950: het begin van de ‘groene revolutie’ in de westerse landen: uitgestrekte landbouwgronden werden beplant met 1 soort gewas. De gewassen waren verbeterd door kruising en selectie (plantenveredeling). Om plagen op deze monoculturen tegen te gaan werden insecticiden en pesticiden gebruikt. Onkruid werd verdelgd met herbiciden.
1970: een 2e groene revolutie in Azië en Midden- en Zuid-Amerika: er werden verbeterde rijstsoorten geplant. Gewassen ingevoerd die speciaal gekweekt waren voor groei in tropische en subtropische streken. De opbrengst werd 5x zo groot.
Biotechnologie werd al langer toegepast in de voedselindustrie: kaas, yoghurt, wijn, bier, broed en zuurkool; hierbij worden micro-organismen gebruikt. Bacteriën en schimmels (gisten) produceren alcohol en zuurkoolgas (koolstofdioxide)
Inzicht in de werking van enzymen leidde tot producten die langer houdbaar waren.
1944: Oswald Alvery ontdekte dat een molecuul in de celkern de drager is v.d. erfelijke eigenschappen: het DNA (desoxyribonucleïnezuur)
1953: werd de structuur van het DNA door James Watson en Francis Crick ontrafeld.
Erfelijke eigenschappen in ieder organisme zijn vastgelegd in genen.
Met deze kennis was recombinant-DNA-techniek mogelijk: in een cel van een organisme wordt een stukje DNA veranderd, ook kan DNA van een ander organisme worden ingebracht, zo kunnen micro-organismen verbeterd worden. Men spreekt hier van genetische modificatie( het kweken van organismen met gewenste eigenschappen).
Kunstmatige inseminatie: één vaderdier met de gewenste eigenschappen kan zo duizenden nakomelingen krijgen. Ook één moederdier kan vele nakomelingen krijgen door embryotransplantatie en draagmoederdieren.
Embryo’s kunnen gekloneerd worden. Een viercellig embryo kan in vier cellen worden verdeeld. Deze vier cellen groeien vervolgens uit tot vier genetisch identieke individuen.
Vitro fertilisatie: een zaadcel versmelt buiten het moederlichaam met de eicel (in vitro = in glas)
Het is niet duidelijk of genetische modificatie gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Ook maakt men zich zorgen over de gezondheid van de gemodificeerde dieren. (varkens last van artritis) en er zijn principiële bezwaren tegen het veranderen van DNA.
Er was een hogere voedselopbrengst maar tegelijkertijd kwamen er allerlei milieuschadelijke stoffen in het milieu. Nu moest de overheid een oplossing vinden voor de milieuproblemen. De overheid heeft besloten dat de vervuiler betaalt. Er zijn allerlei milieunormen vastgesteld (maximale uitstoot) er worden eisen gesteld aan de inrichting van een bedrijf, zodat de vervuiling zoveel mogelijk beperkt wordt. Mensen kunnen toch de wet ontlopen door schadelijk afval te dumpen in landen waar de wetgeving soepeler is. (3e wereldlanden)
In augustus 2002 is in Johannesburg weer een grote VN-top georganiseerd over duurzame ontwikkeling.
Het probleem is de WTO (World Trade Organisation) door allerlei handelsverdragen komt het milieu telkens op de 2e plaats. Daarbij zijn de verschillen tussen arm en rijk nog steeds enorm.
Ontbossing: heeft veel negatieve gevolgen. Koolstofdioxide wordt niet meer opgenomen door de planten (versterkt het broeikaseffect) de malariamug krijgt meer kans om zich te verspreiden, bodemerosie neemt alarmerende vormen aan. Inheemse stammen worden verdreven, de biodiversiteit ( aantal diersoorten) neemt af
Eeuwen geleden begon Europa met het uitbreiden van grondgebied: eerst Amerika, toen Afrika en Azië.
Slechts de helft van de 110 mln ton mest, geproduceerd door 120 mln dieren wordt in de landbouw verwerkt, de rest veroorzaakt bodemvervuiling, zure neerslag en vergiftiging van drinkwater.
De derde wereld is een belangrijk afzetgebied voor westerse landen: met het verdiende geld van de derde wereld landen kopen ze technologieën uit de westerse landen.
De westerse wereld houdt vast aan haar ontwikkelingsmodel. Westerse landen verbruiken allerlei dingen die slecht zijn voor het milieu, terwijl ze willen dat de ontwikkelinglanden zuinig zijn op het milieu.
Meer dan wat ook heeft de natuurbescherming bijgedragen aan de vernietiging van het milieu in Oost-Afrika schrijft George Monbiot in zijn boek ‘No man’s land’ hij doelt hierbij op het feit dat de Masai door de inrichting van natuurparken (waardoor zij weg moesten ) hun beste weidegronden verloren.
Het besef is gegroeid dat vooruitgang ook negatieve effecten kan hebben, de westerse samenleving heeft nog veel positieve gedachten van de maakbaarheid van de wereld vastgehouden. Het geloof in de techniek is dus nog steeds sterk. Alleen onze manieren om milieuproblemen op te lossen verplaatsen of stellen het probleem alleen maar uit. Bijv. De ‘schone auto’ deze auto loopt op elektriciteit, maar de centrales die de elektriciteit opwekken stoken weer op aardgas, kolen of aardolie, zo blijft het probleem bestaan.
De nederlandse veestapel eeft inde loop der jaren voor veel problemen gezorgd. Door het doorfokken in de bio-industrie hebben allerlei besmettelijke ziektes de kop op gestoken: BSE (koeien werden gek, waarschijnlijk gevaar voor de volksgezondheid, men kreeg de ziekte van Creutzfeld-Jakob door het eten van besmet zenuwweefsel), varkenspest(1997), MKZ (hoefdieren; 2001) dioxine in kippenvlees (1999)
Preventief ruimen: niet alleen besmette dieren maar ook alle andere dieren van hetzelfde bedrijf werden vernietigd.
Door overmatige consumptie van vlees moeten er veel dieren gefokt worden. Deze dieren kunnen het meest efficiënt in de bio-industrie worden gehouden. Juist in deze bedrijven is het besmettingsgevaar groot.
Milieufilosofen zijn ervan overtuid dat de milieucrisis veroorzaakt wordt door de economisch-technologische cultuur van de westerse landen.
Alleen door een radicale omslag in ons denken kan de crisis afgewend worden. Dit houdt in dat ingezien wordt dat de aarde geen onuitputtelijke bron is en dat men zijn gedrag daarop aanpast.
Men schakelt steeds meer over op duurzame energie: energie uit bronnen die niet uitgeput raken: zon, wind, stromend water en nieuwe biomassa.
Groene stroom: stroom opgewekt uit duurzame energiebronnen. De uitstoot van koolstofdioxide wordt daardoor aanzienlijk verminderd.
Nieuwe biomassa : is een recente energiebron, er wordt brandstof verbouwd op akkers. Brazilië vergisting uit suikerriet à alcohol (rijden op alcohol)
Frankrijk à koolzaad : biodiesel
Engeland à algen, te kweken in rioolwater, verbrand kunnen worden om elektriciteit te leveren.
Organisch afval en rioolslib à vergisten tot methaangas.
Natuurproducten worden aangeduid met de term biobrandstof.
Men heeft een aantal doelen opgesteld om mondiale duurzaamheid te bereiken:
* de schulden van de ontwikkelingslanden moeten kwijtgescholden worden
* de ontwikkelingshulp moet verhoogd worden.
* WTO-regels moeten gunstiger worden voor de ontwikkelingslanden.
* Er zijn bindende regels nodig voor multinationals met betrekking tot het milieu, de mensenrechten en sociaal.
*duurzaamheidsverdragen moeten niet ondergeschikt zijn aan handelsverdragen.
‘zonnewater’: water wat inwoners van Sarwal gebruiken om graan te verbouwen. Het wordt uit de bodem omhoog gehaald door pompen die aangedreven worden door zonne-energie.
De introductie van nieuwe technologieën in ontwikkelingslanden heeft niet altijd een gunstig effect: coca-cola verving suiker door isoglucose (zoetstof) dus suikerriet werd overbodig. Katoenzaden die resistent zijn tegen een bepaald bestrijdingsmiddel. Ze zijn wel steriel dus de boeren moeten elk jaar opnieuw zaden kopen.
Duurzame ontwikkeling houdt in werken aan 2 kanten: de armoede en de rijkdom verminderen.
1984: India: methylisocyanaatgas ontsnapt uit een voorraadtank.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.