Geschreven door: | ayla (6 vwo) |
Datum ingestuurd: | 10 december 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 5.850 |
Bekeken: | 5800 keer (27 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Kunstgeschiedenis KHO 2Hs 1: 19e eeuw: Neo Classicisme (na +/- 1750).Para 1 Inleiding.Lichte klassieke opleving begin 20e eeuw (sinds Renaissance al licht aanwezig) grondige orientatie en studie van vooral Griekse oudheid.
Rationalisme.
Verstand en Gevoel.
Godsdienst en moraal.
Vrije denken viert hoogtij.
Staatkunde.
Vorst regeert niet meer absoluut.
Wetenschap en kunst.
(gegoede) burgerij meer mee bezig.
Kunst meer natuurgetrouw,
Orientatie op klassieke oudheid: -ontdekking Pompeji – geschriften Winckelmann. (edele eenvoud en waardige grootheid.)
Waarheid op te vatten als morele waarde of als juiste weergave.
Para 2 Bouwkunst.Verschillende vormen, algemeen: zuiver & sober. Men ontdekt oervorm van het bouwen. Functionaliteit in de constructie: blijft zichtbaar hoe gebouw is opgetrokken. Beetje romantisch: verlangen naar vervlogen tijden. Imitatie.
Machthebbers die wereld willen overheersen gebruiken deze stijl vaak.
In Engeland veel gebruikt omdat: sinds 16e/17e/18e eeuw sterke classicistische onderstroom.
Frankrijk:doorgegaan na bewind van Lodewijk XIV.
Para 3 schilderkunst.Schilderkunst heeft bijna geen originele voorbeelden meer, alleen uit classicistische onderstroom tijdens Barok.
1e helft 18e eeuw oude Griekse en Romeinse gebouwen weergegeven.
2e helft 18e eeuw: duidelijke contour en vorm, geringe dieptewerking, koele kleur, figuren goede vorm maar statisch.
Werk: De Sabijnse maagdenroof-Jacques-Louis David.
Eind 18e eeuw: hedendaagse situaties uitgebeeld d.m.v. gebeurtenissen uit klassieke geschiedenis. Werk: De eed der Horatiers-David.
Para 4 beeldhouwkunst.Vormgeving statisch, klassieke voorbeelden te erg gevolgd. Uitvoering juist heel goed. Veel grafmonumenten, bv: Paoline Borghese als Venus-Antonio Canova.
Para 5 Empire.Vooral versierende stijl. Emblemen en motieven uit Romeinse keizerrijk toegepast (krijgshaftig). Bloeiperiode onder Napoleon.
Para 6 plaats en rol kunstenaar i.d. samenleving.Tot 19e eeuw kunstenaar gewaardeerd lid vd samenleving (middeleeuwen: spreekt namens kerk, Renaissance: wetenschapper en ontdekker, Barok: spreekt namens verschillende maatschappelijke groepen.) Eind vd Verlichting vallen kerk en adel weg asl grote kopers. Nieuwe middenklasse. Kunstenaar zelfstandiger maar ook meer onzekerheid. Midden 19e eeuw kloof avant-garde kunstenaar en maatschappij. Kunstenaar verheven boven burgerlijke normen en waarden. Elk jaar Salons (tentoonstellingen) waar geaccepteerde kunst te zien is. Avant-garde kunstenaars nu bekend, maar in eigen tijd op neergekeken. Later toch geaccepteerd, mede door kunstcritici, kunsthandel en wisselende modebeelden.
HS 2 Romantiek +/- 1800-1850.Para 1 inleiding:Eind 18e eeuw nationalisme vervangen door personolijke beleving. Ook aanzet tot maatschappelijke bevrijding. 1e helft 19e eeuw bloedige botsingen tussen handhavingen vd gevestigde orde en onafhankelijk wordende burger. Individueel gevoel eerst in literatuur, gevolgd door beeldende kunst.
- ongerepte natuur en persoonlijke ervaringen.
- Reisverslagen en exotische culturen.
- Menselijke dramatiek.
- Persoonlijke religieuze belevingen.
- Dromen/nachtmerries.
- Geschiedenis.
strijd poussinistes en rubenistes laait weer op: academisch neo-classicisme vs Romantiek.
Para 2 schilderkunst.Lichtval en kleur belangrijk. Verder uitingen heel verschillend. Goethe schrijft verhandeling over kleur. Constable en Delacroix zetten ongemengde kleuren naast elkaar. Turner probeert licht in schilderij vast te leggen.
Onderwerpen:
Historisch: Het vlot vd Medusa- Gericault.
Exotisch: Delacroix.
Natuur.
Naast indiv. Kunstenaars groepen met gemeenschappelijk ideaal:
- Nazareners of Lukasbroederschap. Duitse kunstenaars, werken vanaf 1810 vanuit Rome vanuit religieus ideaal. Vooral bijbelse verhalen als onderwerp.
- Prerafaelieten. Engelse kunstenaars, 1848. ideaal: kunst van voor Raphael (1510).
Para 3 bouwkunst.Geen romantische bouwstijl. Teruggegrepen op oude (neo) bouwstijlen. De belangrijkste: neo-gotiek, oorzaken:
- na anti-religieuze franse revolutie een nieuwe waardering voor christelijke waarden, en grote bewondering voor de van godsdienst doortrokken middeleeuwen (gezien als sociale tijd en waarin ambacht central staat.)
- na verlichting blik van onderzoekers eerst gericht op klassieke oudheid maar nu naar Middeleeuwen.
- Grenzen van landen opnieuw vastgesteld: nieuw nationalisme en men gaat op zoek naar eigen wortels en komt uit bij de middeleeuwen.
Dui.l., Fr.r. en Eng.l. vinden allemaal Gotiek eigen stijl.
Engeland al sinds middeleeuwen sterke onderstroom gotisch.
Duitsland: Goethe schrijft in 1773 lofzang over de gotische Dom van Straatsburg> nieuwe waardering gotiek.
Frankrijk: Violet-le-Duc schrijft systematische studie vd gotiek en restaureert oude monumenten.
De Nederlanden: meeste gebouwen neo-classicistisch omdat favoriete vorm is van de staat. Waterstaat-stijl: neo-classicistisch vertaald in baksteen met bepleistering. Rond 1850 pas gotiek, maar veel architecten weten niet waar ze mee bezig zijn. P.J.H. Cuypers belangrijkste Nederlandse bouwmeester, gebruikt verschillende stijlen in 1 gebouw: eclecticisme.
Para 4 : beeldhouwkunst.Vooral academisch karakter: saai of sentimenteel. Francois Rude (werk: la marseillaise) springt eruit, zijn werk is beweeglijk.
HS 3 RealismePara 1 inleiding.Door explosieve industriele ontwikkeling worden landarbeiders naar de steden getrokken. De handarbeiders kunnen concurrentie met fabrieken niet meer aan en worden ook gedwongen in de fabrieken te gaan werken; hard en ongezond leven. Nieuwe leidende klasse van fabriekseigenaren leeft als vorsten.
Para 2 schilderkunst.De meeste kunstenaars sluiten aan op smaak van de leidende klasse. Deze smaak wordt bepaald door bv: Ecole des beaux Arts en Royal Academy of Arts. Als je wordt geweigerd op tentoonstellingen hiervan tel je niet mee. Veel kunstenaars zijn hier boos over en willen juist de echte wereld in beeld brengen. Door chemische ontdekkingen wordt het voor schilders ook veel gemakkelijker verf mee te nemen en naar buiten te gaan en dat gebeurt ook steeds meer.
Barbizon.
De schilders van de school van Barbizon is een groep schilders die in het midden van de 19e eeuw weggetrokken is uit drukke steden (o.a. Millet), ze schilderen wat ze zien in “plein-air”. Ze hebben grote bewondering voor 17e eeuwse nederlandse landschappsschilders en beinvloedt zelf de Hollandse schilders van de Haagse School.
Realisme.
Het realisme wil het echte werkelijkheid weergeven, dit is eerder gebeurt maar dan anders: -het beeld is gecomponeerd (het vlot van de Medusa), -de realiteit van de arbeid is slechts symbolisch genbruikt (17e eeuwse hollandse schilders).
Gustave Courbet-Begrafenis van Ornans. Hij heeft de naam aan het realisme gegeven. Hij organiseert namelijk als tegenhanger van de Salon in 1855 Salon van het Realisme. Het Realisme krijgt een sociaal karakter omdat het ongeluk van arbeiders registreert en affiches maakt tegen het kapitalisme.
Para 3 bouwkunst.Honore Daumier maakt beetje realistische beelden, maar meer karikaturen. Verder weinig realistische beeldhouwkunst.
Para 4 bouwkunst.In de 19e eeuw worden in de oude centra van europese steden stadsvernieuwingen aangebracht. In Parijs ontwerpt baron Hausmann het centrum met brede straten en pleinen. Ze willen het de modernste stad maken. Ook worden in de nieuwe centra parken aangelegd als groene longen, hierin worden allerlei gebouwtjes (theehuisjes) geplaatst.
Gietijzer
Na ontdekking in 1740 als vervanging gebruikt voor tot dan toe gebruikelijke materialen en constructies. Pas in loop 19e eeuw gebruikt op material geeigende manier.. bv: John Paxton - Crystal palace voor wereldtentoonstelling in 1851. tussen 1853-1859 in Parijs de Hallen gemaakt: distributiecentrum.
Staal.
Harder, lichter & buigzamer dan gietijzer. 1889 weer wereldtentoonstelling: de Machinehal & de Eiffeltoren hiervoor gemaakt.
Engeland: veel bruggen voor uitbreidende spoorwegen; 1889 grootste spoorbrug: Firth of Forth.
Amerika: wolkenkrabbers om grondvlak te sparen.
HS 4 Impressionisme.Para 1 ..?Courbet, Corot & Miller zijn realisten. Jaren 60 19e eeuw treedt nieuwe generatie in voetsporen Courbet. Bv: Eduard Manet. Hij wil niet het werkelijke leven weergeven maar werkelijke weergave geven van dingen zoals hij ze ziet. Hij heeft een opleiding gehad aan ecole des beaux arts en bewondering voor veel oude schilders. Zijn schilderij Dejeuner sur l’herbe (2 mannen in pak en een naakte vrouw aan het picknicken) wordt door iedereen afgekraakt en wordt ongewild revolutionair voor jongere generatie.
Deze schilders willen alleen weergeven wat ze zien, niet wat ze weten over een voorwerp. Vormen worden bepaald door licht- en kleurimpulsen, vlekjes licht en kleur. De schilderijen moeten daarom snel gemaakt worden omdat licht steeds verandert. Meestal geen lijnperspectief maar dieptewerking door licht/donker effect.
Claude Monet – rotsen aan zee & hooimijten is eerste die voor het eerst zo schildert. De naam impressionisme wordt van zijn werk: impression: soleil levant, afgeleid. Impressionisten proberen op een nogal simpele wetenschappelijke manier het licht te bestuderen. Monet- kathedraal van Rouaan. Men probeert toeschouwer bij werk te betrekken door afsnijding, geinspireerd op japanse prenten en fotografie.
Para 2 Rol en betekenis van de kunsthandel.In 19e eeuw Salon erg belangrijk, maar rond 1850 andere groep erg belangrijk: schrijvers en dichters. In kranten en tijdschriften wordt geplubiceerd over vernieuwingen in de kunst. Bv: Charles Baudelaire.
19e eeuw ontwikkeld ook de kunsthandel Zich, kunsthandelaars zijn kunstkenners en heeft daarom ook macht om de ontwikkelingen te stimuleren en sturen. Pere Tanguy en Ambroise Vollard zijn erg belangrijk voor ontwikkelingen in deze wereld eind 19e eeuw. Pere tanguy is sort vaderfiuur en ruilt werken voor schildersbenodigdheden. Ambroise Vollard is schrijver, dichter, organiseert tentoonstellingen en is een handige zakenman.
Hs 5 post-impressionisme.Voordinges:Post-impressionisme zet zich af tegen louter visuele waarneming,vluchtig en vormeloosheid van impressionisme.
Tijdens post-impressionisme wordt basis gelegd voor verschillende richtingen en stromingen die gaan komen in de 20e eeuw.
- gerichtheid structuur vormen, ondersteund door kleur: Cezanne. Paul Cezanne vindt impressionisten teveel bezig met vluchtige oppervlakkige impressies, waardeert kleurgebruik wel. Cezanne geeft geen exacte weergave van wat hij ziet maar maakt een evenwichtige compositie zonder perspectivische wetten. Gebruikt heldere kleuren. Hij verenigd poussinistes (lijn,vorm) en rubenistes (kleur). Cezanne wordt gezien als grondlegger van de moderne kunst.
- Kleuronderzoek: Georges Seurat. Kleuronderzoek door impressionisten was quasi-wetenschappelijk, Seurat is echt serieus wetenschappelijk. Eerst werkt hij alleen met zwart en daarna alleen met primaire en secundaire kleuren die hij ongemengd naast elkaar zet: divisionisme.
Zijn geestverwant en mede-schilder Signac schrijft verhandeling over kleur.
- gerichtheid op weergeven persoonlijk doorvoelde wereld: Vincent van Gogh. Hij gebruikt verschillende stijlen om weer te kunnen geven wat hij voelt. Eerst is zijn palet donker, onder invloed van impressionisten lichter.
- Gerichtheid op weergeven gevoelens en gedachten: Paul Gauguin. Hij trekt zich terug op een eiland in de stille zuidzee, daar wordt zn werk sterk door beinvloed. Kenmerken: grote ongebroken kleurvlakken van ongemengde kleuren, vereenvoudigde vormen, geen perspectivische dieptewerking. Hij zoekt naar een mythische wereld, belangrijke stichter van het symbolisme.
Para 1 invloeden van buiten-Europese kunst. Door de industrialisatie hebben europese landen meer grondstoffen nodig, om deze te vinden veroveren ze nieuwe gebieden en komen in contact met nieuwe culturen. Bijvoorbeeld Japan gaat een grote invloed vormen voor bv: Van Gogh, Gauguin &Henri Toulouse Lautrec. Subtiele lijnvoering, overvloeien van zachte kleurvlakken, geen westers perspectief, lijnbegrenzing om het kleurvlak (cloisonnisme). Ook belangstelling voor oude westerse tijdperken zoals Middeleeuwen en Renaissance. Ook volkskunst.
Para 2 beeldhouwkunst op het eind vd 19e eeuw.Ontwikkelingen in schilderkunst in 19e eeuw naquwelijks inbloed op beeldhouwkunst. Misschien omdat beeldhouwen kostbaarder is en daarom nog meer afhankelijk zijn van opdrachtgevers. Schilders gaan wel boetseren als steun voor schilderijen.
Eind 19e eeuw: Auguste Rodin blaast beeldhouwkunst nieuw leven in. begint sculptuur te zien als losstaand iets. Een beetje impressionistisch door manier waarop licht op het opp. Speelt.
1897 maakt Rodin- het monument voor Balzac.
Hs 6 Jugendstil.Para 1 inleiding.2e helft 19e eeuw hervormingsbeweging op gebied van vormgeving. William Morris is voor nieuwe bezinning op vormgeving in samenhang met gebruiksdoel, material, fabricageproces en versiering. Hij wil dat kwaliteit en vakmanschap van de handwerksman terugkomt, en niet alles in deel-bewerkingen. Hieruit ontstaat de Arts and Crafts-beweging. Het is ook social ideal, dat de arbeidsomstandigheden voor arbeiders beter worden. De producten die Morris wil komen er wel maar zijn te duur voor normale mensen.
Para 2 toegepaste kunst.Een andere pionier op gebied van toegepaste kunst wil in tegenstelling tot Morris wel gebruikmaken van machines: Henri van de Velde. Hij is grondlegger van de Industriele vormgeving.
De nieuwe vormentaal die hieruit ontstaan is niet meer zo sterk beinvloed door neo-stijlen, vindt vooral inspiratie in de natuur. Lijn en kleur worden sterk benadrukt, sterk decoratief accent. Dit is de Jugendstil. Affichekunst komt op en er wordt veel reclame mee gemaakt, bv: Alphons Mucha & Henri Toulouse Lautrec worden hier groot mee.
Para 3 Architectuur.Belgie, Duitsland & Nederland kenmerkt Jugendstil zich door asymmetrische gavels met decoraties op natuur geent, kleurige tegeltableaus & grote ramen.
Engeland & oostenrijk: strengere geometrische grondvorm. Grote muurvlakken, spaarzaam met decoraties, versieringen in hekwerk om gebouw.
Spanje: Antoni Gaudi.golvende lijnen en muurvlakken en kleurige versieringen. Hij maakt gebruik van hangmodellen.
Het hele interieur inclusief inventaris hoort bij elkaar in de Jugendstil.: Morris, Victor Horta & Henri van de Velde.
Verschillende namen Jugenstil: Art Nouveau, Modern Art, stile floreale, Sezession, slaoliestijl.
Hs 7 eerste helft 20e eeuw.Para 1 inleiding.Overgang 19e naar 20e eeuw onrustig; Europa lijkt rustig omdat meeste uitgevochten wordt in de kolonien.
Politiek.
Door invoering vd leerplicht wordt men zich bewust van de staat waarin men leeft. Dit leidt tot bewustwording maar ook tot angst. Vakbonden en socialistische en communistische partijen worden opgericht door bewustwordende arbeidersklasse.
Burgerij.
Gedrag gekoppeld aan maatschappelijke status. Sterke verzuiling.
Techniek en mechanisatie.
Massaproductie komt op gang.veel uitvindingen. Door industrialisatie en handel trekken veel mensen naar steden. Ook veel mensen naar Amerika met een lijndienst van schepen tussen Amerika en Europa.
Wetenschap en kunst.
Door de ontwikkelingen in de wetenschap krijgt de burger het idée dat alles mogelijk is of snel mogelijk zal worden.
In de kunst worden een aantal oude tradities losgelaten:
- aandacht voor uit te beelden voorwerp.
- Aandacht voor perspectief.
- Aandacht voor beheersing vd middelen.
- Aandacht proportieleer.
- Aandacht schoonheid (naakt) menselijk lichaam.
- Allegorische voorstellingen (symbolen & begrippen).
Het materiaal was eerst een middel maar wordt nu doel op zich. Kleurgebruik heeft invloed van wetenschappelijk onderzoek en vanuit de psychologie. Men laat oude tradities ook los door kennismaking met eenvoudige, geabstraheerde werken uit pre-historische kunst.
1910 eerste abstracte schilderij: Wassily Kandinsky. De lijn tussen schilders en beeldhouwers begint te vervagen.
Brancusi.
Constantin Brancusi – werk: Margit Pogany (1e versie:1913). Heeft als assistant van Rodin gewerkt. Zoekt het wezenlijke der dingen. Tientallen studies en werkt hieruit voort.
Para 2 expressionisme.Inleiding.
Expressionisme richt zich op weergeven van het innerlijke (impressionisme op het zichtbare). Expressionisme (deze naam vanaf 1911) bedoeld eerst vooral duitse kunstenaars vanaf 1905: Die brucke & Der Blaue Reiter. Later ook de franse fauvisten.
Duitsland: jonge generatie verzet zich tegen onrechtvaardige maatschappij. ze produceren pamfletten met felle dikke kleuren verf en provocerende onderwerpen. Ze tonen zo dus hun pessimisme en wanhoop uit.
Frankrijk: de burger is al gewend aan opstanden en revoluties. Het gaat bij hen om wijze waarop ze gevoelens en ideeen kunnen verbeelden: schilderkundig probleem. Wel gebruiken ze dezelfde beeldende middelen als Duitsers.
Para 3 schilderkunst.Fauvisme.
In parijs tussen 1904 en 1907 verschillende experimentele schilders, die de Fauves (wilden) genoemd worden. Ze zijn geen groep en hebben ook nooit gestreefd naar een nieuwe kunstestroming. Dit zijn: Henri Matisse (werk: luxe II), Andre Derain, Maurice de Vlaminck & Gustave Rouault.
Ze worden wilden genoemd vooral vanwege hun ongeremde kleurgebruik. Ze accentueren ongemengde kleuren en vereenvoudigen figuren. Ze gebruiken nauwelijks de lokale kleur.
Fauvisten beinvloed door:
- Gauguin. Hij bouwt zijn composities op uit ongebroken kleurvlakken, bij hem hebben ze een symbolische betekenis. Bij de fauvisten staat het in dienst vh schilderij.
- Van Gogh. Spontaan kleurgebruik.
- Seurat. Divisionisme.
Matisse.
Zoekt naar eenvoudige, geordende, en evenwichtige vlakverdelingen waarin ruimtewerking geen rol meer spelt (knipsels). Maakt ook sculpturen; nadruk op massa en lijnen.
Rouault.
Mixed religie met mystiek en pessimisme.sterk zart aangezette contouren.
Die Brucke.
1905 in Dresden door Ernst Kirchner groep schilders bijeen gebracht. Iedereen mag meedoen die oprecht is. Ze willen duitse heilige huisjes omtrappen. Bij het ruimtelijk werk is primitieve materiaal hout favoriet.
Eerst wordt vooral gekeken naar de inhoud van werken, later oiv grafische technieken meer aandacht voor compositie. Veel invloed van Edvard Munch (-de gil) terugkerende thema’s: eenzaamheid, doodsangst, haat en liefde.
Der blaue reiter.
Munchen; begin 20e eeuw; 2 werelden ontmoeten elkaar: klassiek geente westerse en mystiekreligieuze oosterse. Door deze ontmoeting ontstaat abstracte kunst.
Wassily Kandinsky.
Schildert eerst veel op fauvisten geinspireerde landschappen maar gaat later zijn gemoedstoestand uiten. Zijn werken worden bijna ‘ritmische muzikale composities van kleur’.
In 1911 richt hij samen met Franz Marc (-springend paard) der blaue reiter op.
Der blaue reiter is niet zo provocerend als die brucke en heeft ook een zachtere vormentaal.
Para 4 bouwkunst.Moeilijk aan te geven wat expressionistische architectuur is. In duitsland min of meer expressionistische architectuur. Bv: Erich Mendelsohn – Einsteintoren. Dit lijkt uit 1 massa gemaakt te zijn. Beetje problemen met geld.
Rudolph Steiner-Goetheanum (1924). Gaat expressief om met beton.
Nederland expressionistische architectuur: Amsterdamse School.
Michel de Klerk. Bouwt mooie huizen speciaal voor arbeiders.
Hs 8 Kubisme.Pablo Picasso (geboren 1881) heeft altijd grote invloed op de kunstontwikkeling gehad en vernieuwt voortdurend. Toch is zijn naam aan weinig stromingen verbonden. Met het werk: Les demoisseles d’Avignon (zo schokkend omdat de vrouwen lijken te zijn opgebouwd uit glasscherven en dat er geen traditioneel perspectief is)legt hij wel de basis voor de stroming kubisme. Andere invloeden van het kubisme zijn voorgaande stromingen; Cezanne, archaische en primitieve kunst.
Cezanne wordt door de fauvisten als de grote vernieuwer gezien. Door de wijze waarop hij de kleur als zelfstandige plastische realiteit behandeld. Picasso en Braque vinden hem tof omdat hij door herscfhikking van de natuur tot een nieuwe, zelfstandige ordening van het schilderij komt.
De felle kleuren die de fauvisten gebruiken wordt door Picasso en Braque ingetogener bruin en grijs.
Braque schildert in zuid-frankrijk landschappen, die hij heel erg vereenvoudigd en af en toe delen los van elkaar herkenbaar laat.
In 1908 gaan Braque en Picasso samenwerken.
Kleurgebruik: bruinen en grijzen. Veel stillevens van losslingerende artikelen. Vanuit meerdere standpunten samengevoegd. Geen perspectivische ruimtewerking maar relief-achtig. Deze beginperiode van het kubisme heet analytisch kubisme.
Het analytisch kubisme ontwikkeld zich tot een bijna abstracte kunst waarin alleen nog hele kleine delen herkenbaar blijven.
Picasso maakt in 1909 voor het eerst een kubistische sculptuur: Vrouwenhoofd. De van allerlei materialen gemaakte reliefs komen goed van pas voor de kubistische sculpturen vanaf 1914.
Orfisme.
Het kleurgebruik wordt gevarieerder oiv de diverse materialen in een schilderij. Robert delaunay onderzoekt kleur. Elke plaats van een bepaalde kleur heeft een betekenis. Orfisme heeft invloed op: Der blaue Reiter, Paul Klee, Fernand Leger en Marc Chagall. (later ook de abstract expressionisten.)
Hs 9 Futurisme.Futuristen vinden dat in een tijd van zulke vooruitgang de kunst en cultuur erg is achtergebleven. Dit laten ze merken op een provocerende en agressieve manier, die vooral onder jongeren en avant-garde populair is. Ze schoppen tegen alle oude cultuur. Het gaat vooral om snelheid en lawaai. Ondertekenaars van de manifesten van het futurisme zijn italianen, zij hebben het sterkst de neiging zich af te zetten omdat ze de druk van de klassieke traditie het sterkst voelen.
De manier waarop ze de beweging weergeven is (door uitvinden film en snelle fotos achter elkaar.) is door opeenvolgende bewegingen tegelijk weer te geven en krachtlijnen en schokgolven te gebruiken. De vormgeving lijkt op het kubisme door hechte statische compositie en nadruk op het centrum.
Umberto Boccioni vertegenwoordiger vh futurisme en verheerlijkt machines. Futurisme oefent sterke invloed op Dadaisme en Constructivisme.
Bouwkunst.
Veel ideeen worden nooit uitgewerkt. Antonio Sant’Ella (werk: unieke vormen van continuiteit in de ruimte) ontwerpt een complete futuristische stad. Men streeft naar strakke vormen en lijnen in de architectuur.
Hs 10 de periode rond de eerste wereldoorlog.Para 1 inleiding.Na de puinhopen van 1e wo zijn er pessimisten (Dadaisten) en optimisten (De Stijl, het constructivisme & het Bauhaus) zij geloven dat op de
grondslag van de oude samenleving een nieuwe gemaakt kan worden.
Para 2 De Stijl.De Stijl wil de kunst zuiveren en onafhankelijk maken; geen natuurnabootsing en geen willekeur. Door abstracte middelen willen ze harmonie creeren.
Leden van de stijlgroep: Oud, Wils, Van t Hoff (architecten), Van Doesburg, Mondriaan, van der Leck (schilders), Huszar (grafisch vormgever) en Vantongerloo (beeldhouwer). Later: Rietveld en Van Eesteren (architecten).
Er wordt veel grbuik gemaakt van horizontale en verticale lijnen, verklaringen:
- tot het uiterste doorgevoerde kubistische vormentaal.
- Nederlandse landschappen als voorbeeld.
- Door NL puriteinse aard willen ze alle afbeeldingen uit de natuur vernietigen.
Aan neo-plasticisme (Nieuwe Beelding) stelt mondriaan ook eisen:
- beeldingsmiddel moet rechthoek of prisma zijn in de kleuren rood, blauw, geel & zwart,wit. Lege ruimtes zijn niet-kleuren.
- Gelijkwaardigheid grootte en kleur.
- Compositie bepaald door samenhang grootte & kleur.
- Evenwicht ontstaat door verhoudingen grootte van vlakken en ritme.
- Overanderlijke evenwicht door rechthoekige tegenstalling door horizontal/verticaal.
- Geen symmetrie.
Theo van Doesburg; oprichter tijdschrift “de stijl” is van alle markten en kunstvormen thuis. Ook is hij weg van dadaisme omdat hij daar vrijheid heeft alle vormen te gebruiken en vervormen.
De stijl streeft naar universele harmonie in de levensbeschouwing, is dit bereikt, dan is de kunst klaar.
De architectuur is beinvloed door de ideeen van De Stijl. Gerrit Rietveld is in 1919 tot de stijlgroep toegetreden. In 1924 ontwerpt hij het Schroderhuis: asymmetrisch, overlappende delen, effect openheid en gewichtloosheid. Kleuren benadrukken verschillende onderdelen. Ook in de toegepaste kunst is hij bezig, geinspireerd door Arts and Craftsbeweging. Rood-blauwe stoel.
Para 3 het constructivisme.Voor het eerst is er, na russische revolutie, het idée dat een kunstenaar kan helpen aan een nieuwe samenleving.
Principes:
- kleur niet als beeldend element.
- Lijn niet beschrijvend.
- Volume niet als beeldende en plastische voorstelling vd ruimte.
- In beeldhouwkunst: massa geen beeldhouwkundig element.
- Statische ritmen niet als enige element van 2-3dimensionale kunsten.
Kunst staat ten dienste van de revolutie. Helaas is er geldgebrek waardoor veel niet uitgevoerd kan worden. (bv: Vladimir Tatlin: Monument voor de derde internationale.
De architectuur heeft een grote openheid, door veel glas.
Vanaf 1921 vertrekken veel constructivisten uit rusland omdat Lenin wil dat ze andere dingen maken.
Naum Gabo (opgebouwd hoofd) & Antoine pevsner.
Suprematisme.
1913: Malevitsj heeft, beinvloed door oosteuropese mystiek, kubisme & futurisme, volkomen abstracte vormentaal gemaakt. Rechte lijn en vierkant (later cirkel), meest essentiele vormen en symbool voor verwerpen vroegere kunst. Verschil met het constructivisme is dat het geen praktisch nut heeft. Later kiezen toch meer kunstenaars voor Malevitsj.
Para 4 het Bauhaus.In 1919 opgericht door Walter Gropius. Fusie tussen 2 kunstinstellingen: Kunstgewerbeschule en Hochschule fur bildende kunst. Gropius wil nieuw soort gilde stichten (architectuur, sculptuur & neeldhouwkunst = eenheid.) eerste jaren erg vaag en mystiek instituut. Vanaf 1923 meer objectieve ontwerpprocessen. Het Bauhaus wil mooie, functionele en betaalbare producten maken, hierin verscdhilt het van arts and crafts movement: zij wezen machine af.
1907 wordt de Deutscher werkbund opgericht.vereniging van architecten, handwerkslieden en vormgevers. Verdeeld in verschillende groepen dus weinig invloed. Individuele leden wel invloed: Peter Behrens, hij ontwerpt alles voor electrotechnisch bedrijf: AEG. Bij zijn apparaten zijn aparte onderdelen duidelijk te onderscheiden.
De werkbund, De Stijl (vormzuiverheid) en het constructivisme (geloof in mechanisatie.) zijn inspiratiebronnen Bauhaus.
De opleiding van de Bauhaus-studenten is all-round. Ook was het Bauhaus vooruitstrevend in de reclame en typografie, het zag er heel eenvoudig uit.
Voorbeelden Bauhaus: Wassily-stoel: Marcel Breuer, Licht-ruimte modulator: Laszlo Moholy-Nagy..
1933 Bauhaus gesloten door nazi’s. veel kunstenaars naar Amerika.
Art Deco.
Decoratieve stijl in toegepaste kunst. Patronen afgeleid van de natuur maar minder zwierig dan Jugenstil. Sobere, strakke geometrische vormen met verschillende kleuren, patronen en materialen.
Industriële vormgeving in Amerika.
Tijdens de crisis in 1929 komt Raymond Loewy op het idee om producten mooier te maken om meer te verkopen. Samen met Norman Bel Geddes & frank Lloys Wright ontwerpt hij een nieuwe vorm: gestroomlijnd. Dit veroorzaakt een echte rage en wordt te pas en te onpas overall voor gebruikt.
Hs 11 Dadaisme.In het begin van de 20e eeuw wordt alleen het werk dat door de grote massa gewaardeerd wordt als kunst gezien. Ook kunstenaars doen zich soms belangrijker voor dan ze zijn met bijvoorbeeld onnodig lange verhandelingen over hun werk. Gelukkig zijn er ook kunstenaars die hier humor in proberen te brengen en zoeken steeds naar iets nieuws.
Marcel Duchamp is in 1913 die ready-made gebruikt (fietswiel op een krukje.)
Voor de 1e wereldoorlog zijn er weinigen die de gevestigde kunst afbreken maar als de oorlog uitbreekt en er zoveel mensen dood gaan komt er een hele groep op gang die vindt dat de hele beschaving opnieuw opgebouwd moet worden zonder gezag en autoriteit. Deze beweging wordt Dada genoemd, ontstaan in het neutrale Zwitserland. 1915: Hugo Ball & Tristan Tzara stichten het Cabaret Voltaire. Dit zijn theatervoorstellingen waarbij het doel is om het publiek erbij te betrekken en de kenmerken zijn: verrassing, verveling en provocatie.
Dada is naar men zegt ontstaan door het gebrabbel van een baby, dit om te laten zien dat het dadaisme is voortgekomen uit de onschuld en dat men niet is onderworpen aan het gezag.
Dada gaat ongebruikelijk om met de verwerking van materialen; schilderkunst en beeldhouwkunst worden één. Door deze volstrekte vrijheid en onvoorspelbare uitingen wordt men bevrijd van oude kunstvooroordelen en wordt de weg vrijgemaakt voor het surrealisme. Dada wordt door zichzelf opgeheven in 1920 wanneer het een echte kunststroming dreigt te worden.
Hs 12 Surrealisme.André Breton is de grondlegger van het surrealisme. Hij is geinteresseerd in de werken van Sigmund Freud. Door hem wordt gedrag van mensen toegeschreven aan het onderbewuste. In dromen, hallucinaties en ijlingen wordt de echte persoon zichtbaar.
Verschil met dadaisme: dada gericht op intuisme, tegen elk systeem en keurt alle voorgaande kunst af. Breton baseert op wetenschappelijke gegevens, wil zijn werk tot systeem verheffen en vindt symbolisme, romantische kunst en schilder Jeroen Bosch (15e eeuw) wel tof. In 1924 sticht hij bureau voor surrealistisch onderzoek, tijdschrift “la revolution surrealiste” en een surrealistisch literair manifest. Het terrein wordt snel uitgebreid tot alle menselijke activiteit. Veel ex-dadaisten sluiten zich aan bij deze beweging, die vooral op gebied van geweld en sex taboes wil doorbreken.
1925 expositie oud-dadaisten: Joan Miró, Max Ernst & André Masson. Chaos: onsamenhangende compositie, abstracte vormen, automatische tekeningen.
Groep surrealisten groeit en meer vormen; estetisch gerichte uitingen. Fotografisfch geschilderd maar het is niet werkelijk. Vaak geconstrueerde dromen. Composities en traditionele schilderwijzen komen terug.
1929 crisis in de beweging omdat Breton wil dat het toetreedt tot communisme. Salvador Dalí treedt toe en brengt nieuwe elementen in:
- maakt met Bunuel surrealistische film: Le chien Andalou.
- Presenteert zichzwelf op excentrieke wijze.
- Gebruikt veel (sexuele) symbolen.
- Introduceert “paranísche kritische activiteit”: 1 schilderij stelt 2 dingen voor, bv; groep mensen maar ook gezicht.
René Magritte speelt met illusie en werkelijkheid. (bv: dubbelbeeld en; “dit is geen pijp”.)
Carel Willink & Pijke Koch schilderen magisch realistisch. lijkt overdreven realistisch maar mysterieuze sfeer. Neue sachlichkeit ontstaat tegelijk in Duitsland; reactie op negeren van weergeven werkelijkheid; objectief omgeving in beeld brengen.
Voor 2e wo gaan veel kunstenaars naar Amerika en oefenen daar invloed uit.
Beeldhouwkunst.
Ook in de beeldhouwkunst surrealisme; objecten gemaakt of samengesteld uit associaties oproepende voorwerpen. Hans/Jean Arp (werk:Ster) laat zich door de natuur inspireren. Salvador Dalí houdt zich er ook mee bezig maar meer om aandacht te trekken. Alexander Calder maakt mobiles.
Hs 13 bouwkunst.Para 1 inleiding.19e eeuw vooral neo-stijlen. De nieuwe opdrachtgevers (industrielen, hoge ambtenaren en kooplieden ipv adel en kerk.) laten paleisachtige huizen bouwen. Stadsbestuurders laten prestige-gebouwen maken om aanzien stad te vergroten, door de oude stijlen te gebruiken willen ze ze imponeren maken.
2e helft 19e eeuw trek van platteland naar stad > huisvestingprobleem en slechte hygiene. John Ruskin vindt dat kunstenaar ten dienst moet staan van (vooral de arme) gemeenschap.
Er worden kleine besloten samenlevingen gesticht die zichzelf kunnen onderhouden, dit gaat een tijdje heel goed maar houdt geen stand vanwege financiele problemen, argwaan en de maatschappij steunt het niet.
Op fabrieksterreinen worden huizen voor de arbeiders gebouwd. Ziekteverzuim wordt minder en minder loon want gratis huis, vakbeweging minder invloed op arbeiders.
Door groeiend geloof in socialistisch ideal en eisen vakbeweging gaat gemeente huizen laten bouwen voor de arbeiders. Accent licht op lucht in huis. Ook wordt de wijk mooier gemaakt en er ontstaan belangstelling voor stadsplanning. Door het tijdsbeeld, geloof in tijd van vooruitgang, welvaart, mechanisatie en industrie komt er nieuwe lichting architecten en er worden nieuwe materialen gebruikt. Europese architecten gaan onderling ervaringen en ideeen uitwisselen, CIAM wordt opericht. Tijdens de conferenties hiervan komen er revolutionaire ideeen op tafel. De decadente gebouwen moeten weg, de steden moeten bestaan uit 2 sectoren voor werken, 1 voor wonen en 1 voor recreatie, onderling verbonden door wegen en rails (Metro).
Para 2 Nederland.Nederland heeft belangrijke bijdrage geleverd aan moderne architectuur.
Hendrik Petrus Berlage.
Grondlegger nieuwe architectuur NL (werk: koopmansbeurs; 1900, Jachtslot St. Hubertus; 1916 en vele publiciaties, lezingen en studiereizen.)
Vernieuwend want: wijst neo-stijlen af, heeft een strakke, sobere vorm, werkwijze blijft zichtbaar, spaarzame decoraties, geometrische vorm Art Nouveau. Hij heeft aandacht voor eenheid bouw-schilder-beeldhouwkunst en voor ambachtelijke verwerking materialen (was lid van Arts and crafts beweging.) zijn werk is inspiratie voor functionalisme en Amsterdamse school. Hij brengt in Nederland werk van Frank Lloyd Wright onder de aandacht.
Frank Lloyd Wright.
Guggenheimmuseum, New York. Prairiehuizen; geleidelijke overgang binnen naar buiten, lange horizontalen, breed silhouette en binnen overgang van kamers in elkaar.
Amsterdamse school.
Michel de Klerk doorbreekt taboe door arbeiderswoonblok (De Dageraad) heel mooi te maken, toen was het idee dat alleen rijke mensen van mooie dingen mogen genieten.
Kenmerken Amsterdamse School: lijkt geboetseerd, veel decoraties. Doet denken aan gestileerde versie van de Jugendstil.
De Stijl.
‘de stijl streeft naar een abstracte, universele vormentaal waarbij het subjectieve, het individuele moet worden verbannen.’ Toch proberen Rietveld, Oud en Doesburg De Stijl te vertalen naar architectuur. Monumentaliteit, expressiviteit en decoratie mag niet. Vooral het functionele aspect is belangrijk daarom spreekt het boek van Functionalisme.
Functionalisme.
Architect J. Oud stadsarchitect van Rotterdam breekt met abstractie van De Stijl. Hij bouwt blokvormig, strak, licht, open, veel glas, witte kleur, strak lijnenspel en geen decoratie.
J. Duiker (openluchtschool, Amsterdam), J. Brinkman en L. vd Vlugt (Van Nelle-fabriek, Rotterdam) gebruiken bijna transparante bouw dmv betonskeletconstructie, deze wijze van bouwen vooral ontwikkeld in het Bauhaus.
Architectonische principes Bauhaus:
- ‘open’ betonnen constructies.
- Veel glas > veel licht.
- Asymmetrische compositie van de delen.
- Functionaliteit vertalen in aan te passen gebruiksmogelijkheden: (Verplaatsbare wanden.)
Delftse school.
Men zet zich af tegen de functionalistische stijl en mist geestelijke inspiratie.Hun stijl (M.j. Granpré Moliére) eerst te zien in kerken en klooster, al snel ook huizen & openbare gebouwen. Voorkeur voor eenvoudige landelijke architectuur; baksteen, kleine ramen, riet. Nederlandse elementen; trapgeveltjes, bordessen met trapjes naar voordeur en portiekjes. Gezin hoeksteen samenleving.
Para 3 overige ontwikkelingen.Auguste Perret is eerste die consequent gewapend beton gaat gebruiken. Hierdoor hebben buiten en binnenmuren geen dragende functie meer en er wordt gezocht naar vormen die goed zijn voor deze constructie. (beton brut = beton onbewerkt uit bekisting.)
Peter Behrens (AEG werkhal) grote overspannigen en grote ramen. Het functionalisme krijgt door dit gebouw een sterke impuls.
Le Corbusier (eigenlijk: C. Jeanerette) ontwikkeld standaardconstructie van gewapend beton: Dom-Ino. Door dit systeem wordt massaproductie in woningen mogelijk. Hij ontwerpt steden in China en Brazilie, wel hoogstandjes in architectuur maar geen goede leefomgeving. Eind jaren 30ontwikkeld hij plannen voor complete woongemeenschap: unite d’habitation. Grote flatgebouws die bewoners zelf in kunnen richten. Ook dit is niet lekker leven omdat inwoners dreigen contact te verliezen met rest vd wereld.
Walter Gropius (tot 1928 directeur Bauhaus) ononderbroken glaswand om betonskelet; geen horizontale of verticale benadrukking meer maar “glazen dozen”.
Mies van der Rohe maakt gebouwen als gladde, verticale, hoekige of afgeronde balken. Proportie en harmonie belangrijkste uitgangspunten.
De bouw en constructiewijzen van het Bauhaus leiden tot de Internationale Stijl. Na opheffing Bauhaus (1933) vertrekken veel architecten naar VS. er zijn ook architecten die vasthouden aan eigen ideen op basis van intuitie, fantasie en individueel. Dit kan leiden tot expressionistische manier van bouwen, bv: einsteintoren van E. Mendelsohn (1921) en het Goetheanum van R. Steiner (1928)
Para 4 Duitsland en Italië.Als Hitler in 1933 aan de macht komt wordt alle eigentijdse kunst weggehaald. Alleen neo-classicisme, heroisme, monumentaliteit en sentimele volkskunst wordt toegestaan. Architectuur is bedoeld om grootsheid van het “duizendjarig rijk” uit te stralen. Dan weet je het wel!
Hs 14 de tweede helft van de twintigste eeuw.Para 1 Amerika.Tot 2e wo Parijs centrum artistieke wereld, Amerika is niks. De Amerikaanse avant-garde zijn eenlingen, geen contact met elkaar.Onderwerpen schilderkunst: realistisch, hard werken fabriek en platteland, landschappen. tijdens crisis in jaren 30 zet regering Federal Art Project op, hierdoor leren kunstenaars elkaar kennen. Toch blijven veel mensen geloven dat echte moderne kunst alleen uit Europa komt. Daarom wordt een groep gevormd: American Abstract Artists. Geometrische abstracte stijl. Impressionisme, expressionisme en surrealisme afgewezen omdat die uitgaan van een voorstelling (?)
Voorbeelden: Mondriaan, Picasso, Klee, Arp & Miró. Wanneer veel mensen naar VS vertrekken tijdens wo 2 ontwikkeld eigen stijl (wel ontvankelijk voor automatisme) en agressieve verkoopmethoden wordt VS toch centrum vd kunstwereld.
Abstract expressionisme. (New York School)
Fusie tussen Amerikaans abstract & Europees surrealisme; automatisme.
2 hoofdstromingen;
- actionpainters/Gesturepainters
- Colorfieldpainters.
Actionpainters (1940-1955).
Meestal geen voorstelling. Impulsief met het hele lichaam “ertegenaan”.
Belangrijkste tegenwoordigers: Jackson Pollock & Willem de Kooning.
Jason Pollock maakt “drippings” groot doek met spetters bewerkt. Werken lijken buiten lijst door te lopen doordat hij een deel van het grote doek uitsnijdt en inlijst.
De Kooning maakt heel grote doeken waarop onstuimig met de verf wordt omgegaan.
Colorfieldpainters.
Werking van kleur belangrijkst en niet handeling van het schilderen. Bekendste schilders: Rothke & Newman grote egale kleurvlakken. Bij Rothko geen strakke scheidingen, Newman wel. “de kleurvlakken moeten direct op toeschouwer inwerken zonder afleiding door half herkenbare vormen.” Door de grote kleurvlakken wordt de kijker opgenomen in het schilderij.
Postpainterly Abstraction.
Oiv Pollock & Newman. Kleurwerking is uitgangspunt. Maakt deel uit vh abstract expressionisme.
Hard Edge.
Jozef Albers gebruikte kleur als uitgangspunt en onderzocht de werking van primaire kleuren naast elkaar. Elsworth Kelly doet beetje hetzelfde. Door 2 kleurvlakken naast elkaar te zetten lijkt het of er een lijn tussenzit en hierdoor maakt hij vorm. (werk: Green-White nr. 381.)
Andere richting binnen postpainterly abstraction wordt aangegeven door Morris Louis (benadrukt object-karakter v.e. schilderij en de platheid van 2dimensionaal werk door het doek de verf op te laten zuigen. Doek is niet alleen drager van, maar deel van het werk) en Kenneth Noland kleurbanen en grote delen onbeschilderd; gelijkmatigheid. Deze 2 en Louis Stella vinden het object-karakter heel belangrijk; het stelt niks voor, het is. Ze maken hun doeken ook in een gepaste vorm: shaped canvas.
Para 2 Europa.Ook na de 2e wo (bij 1e wo is dat dadaisme) ontstaan er groepen die een hele nieuwe start willen maken.
Cobra. (COpenhagen, BRussel en Amsterdam)
Speelsheid en spontaniteit (automatisme wordt als techniek gezien en afgewezen.) vooral kindertekening is inspiratie. Karel Appel schildert in felle kleuren en met poppetjes uit kindertekeningen. Agressieve/lichamelijke schilderwijze. De Cobra groep wilde kunst dichter bij de mensen brengen. 1952 door zichzelf opgeheven.
Materieschilders.
Er worden werken gemaakt die symbool lijken te staan voor het scheppen van iets nieuws: met dikke reliefs en aparte materialen. Jaap wagemakers (:metaalgrijs) werkt bv met aardachtige verfmassa’s en afvalstukken.
Grotere wetmatigheid, onderzoek.
Net als in Amerika is als reactie op spontane uitingen nu weer verstandelijkheid aan de beurt. Er zijn veel verschillen stromingen tegelijk. Sommige geaccepteerd, andere afgewezen en sommigen neutraal. Zij spelen in op technischwetenschappelijke ontwikkelingen. Het gaat niet meer over gevoel maar wetmatigheid, van Doesburg deed dit al op het eind van zijn leven. Ad Dekkers (:relief met zaagsneden) plaatst vlakken van verschillende functie of intensiteit ook op verschillende hoogte.
Peter Struycken (computerstructuur A4) laat de structuur en indeling alle richtingen uitbreiden.
Bauhaus experimenten met behulp van optische effecten voortgezet.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.