CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

Geschreven door:

anoniem (4 vwo)

Datum ingestuurd:

30 juni 2007

Taal:

Woorden:

1.000

Bekeken:

2861 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (11 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Begrippen
Hervorming/reformatie
De afscheiding van de rooms-katholieke kerk.

Centralisatie
Het eenheidsstreven: Het streven tot het verenigen van de Nederlanden in één staat met één centraal gezag en met één geloof, het rooms-katholieke.

Geloofsvervolging
Mensen die over waren gegaan van het rooms-katholicisme naar het calvinisme werden vervolg en soms vermoord.

Nederlandse Opstand/Tachtigjarige Oorlog
De opstand tegen Karel V en Filips II. Er werd in pamfletten en geuzenliederen opgeroepen tot een opstand tegen Alva, die namens Filips II orde op zaken moest stellen.

Twaalfjarig Bestand
De vrede tijdens de Tachtigjarige Oorlog tussen 1602-1621. Er werd toen bijna niet gevochten tussen de Spanjaarden en de opstandelingen.

Vrede van Münster
Het definitieve einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648. De noordelijke gebieden werden erkend als onafhankelijke republiek, het zuiden bleef onder Spaans bewind.

Val van Antwerpen (27-08-1585)
Het einde van het beleg van Antwerpen. Het duurde 14 maanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het resulteerde in een Spaanse overwinning.

Stedelijke cultuur
Schilderijen en literatuur werden vooral door en voor burgers gemaakt.

Stedelijke gedragscode
Beheerst en beschaaft gedrag, dus geen onmatig gedrag vertonen.

Gouden Eeuw
Het bloeiende artistieke leven en de economische voorspoed.

Rederijkers
Dichters die samenkwamen in verenigingen en samen literatuur beoefenden.

Renaissance
= wedergeboorte. Het was een poging om de klassieke oudheid te doen herleven en na te volgen. De renaissance kwam in Noord- en Midden-Italië in de 14e en 15e eeuw tot bloei. De term slaat allereerst op de bewegingen in de kunst en verwijst niet naar iets politieks of religieus.

Lineair perspectief
Een methode om de werkelijke diepte op een plat vlak te laten zien. Bijv. Masaccio  De heilige Drieënheid.

Renaissance literatuur
Die klassieken waren vertaald (translatio). Een volgende stap was de nabootsing en de navolging (imitatio). Het doel was echter niet pure nabootsing, Uiteindelijk wilde men het klassieke voorbeeld overtreffen (aemulatio). Het werd geschreven voor een literair geschoold publiek, een publiek dat de verwijzingen naar en het spelen met (klassieke) bronnen kon waarderen. In de nieuwe visie op literatuur moest deze belerend en diepzinnig zijn, pronken met mythologie of geraffineerde taalschoonheden als ingenieuze woordspelingen en dubbelzinnigheden.

Humanisme
Een levensbeschouwing waarin de mens centraal staat en die uitgaat van de waarde van de mens.

Menswetenschappen
Grammatica, retorica (bezit van taal (samen met grammatica)), ethiek (onderscheid tussen goed en kwaad), poëzie en de geschiedenis.

Stoïcisme
Men moet heen waarde hechten aan zijn omgeving. Geluk moet ontstaan door je eigen geestelijke verrijking. Alles wat je hebt moet je beschouwen als niet echt jouw eigendom. Je kunt je omgeving niet beïnvloeden, dus is het niet realistisch om daar je geluk uit te halen.

Functie van kunst en literatuur
• Het publiek een spiegel voorhouden.
• Het publiek normen en waarden aanleren.
• Het publiek opvoeden.
• Maatschappelijke problemen schetsen.
• (Het Amsterdamse leven schetsen.)
• Wijze lessen geven.
• Inzicht geven.
• Oproepen
• Kritiek leveren.

Funeraire poëzie
Poëzie naar aanleiding van een sterfgeval.

Utile en Dulci
Het nuttige en het aangename

Lering en vermaak
Het publiek werd een wijze les, een moraal gegeven, maar ook mooie vormen ingenieuze verwijzingen of formuleringen die ontraadseld moesten worden. De les zat als het ware verborgen in het schilderij of de tekst.

Schijnrealisme
Elementen uit de werkelijkheid worden gebruikt om naar iets anders (een morele les) te verwijzen.

Standaardtaal
Een algemene taal
Strijdliteratuur
Teksten die direct verwijzen naar de actualiteit (een gebeurtenis met betrekking tot bijvoorbeeld de hervorming, de geuzen of de Opstand). De auteurs van deze teksten wilden het publiek van een bepaald standpunt overtuigen of stimuleren tot actie.

Humanistische-renaissancistische literatuur
Emblematiek, lyriek, sonnet, tragedie, komedie, klucht.

Emblematiek
Het toevoegen van illustraties bij teksten. Het ontraadselen van een plaatje met tekst. (embleem: heeft een driedelige vorm: een motto (opschrift), een pictura (afbeelding) en een subscriptio (uitleg)).

Analogiedenken
In het religieuze 16e en 17e-eeuwse wereldbeeld had alles een door God gewilde plaats en betekenis. Parallellen waren daarom nooit toevallig: alles kon naar iets verwijzen. De mens kon de verborgen betekenis ontraadselen en in alles (bijvoorbeeld een dier, een mythologische voorstelling, iets uit het dagelijks leven, de geschiedenis en natuurlijk de bijbel) een boodschap zien.

Nieuwe liedboeken
Boeken die in het begin van de 17e eeuw verschenen. Liefde speelde er een belangrijke rol in.

Petrarkisme
De aanbidding van een geïdealiseerde maar onbereikbare vrouw. De liefde veroorzaakt dientengevolge zowel geluk als smart. De zichzelf beklagende minnaar wordt wanhopig.

Sonnet
• Een gedicht van 14 regels.
• Bestaat uit een octaaf en een sextet.
• Het octaaf en sextet verschillen meestal van rijmschema.
• Na het octaaf zit er een vla, chute of volta.

Ethisch-didactisch doel van toneel
Toneel dat diende om de mensen de normen en waarden van sociaal gedrag voor te houden.

Tragedie of treurspel
Ernstig toneel. De hoofdpersonen zijn hooggeplaatste personages (bijv. vorsten). De tragedie toont de ondergang van de hoofdpersoon. De taal is verheven en de stof is in de regel ontleend aan de klassieke oudheid, de geschiedenis of de bijbel.

Retorisch-didactische tragedie
De tragedies kenden 5 bedrijven en koren die de handelingen becommentarieerden, maar er was geen hechte structuur die alle handelingen doelgericht verbond. Het stuk bestond meer uit afgeronde scènes.

Aristotelische tragedie
Er wordt teruggegrepen op de vaste handelingsstructuur met de eenheid van tijd, plaats en handelingen van de Griekse wijsgeer Aristoteles.

Komedie/blijspel
Mensen uit lagere klassen traden voor het voetlicht, de taal was meer spreektaal en het eindigde met een happy einde.

Klucht
Ze waren veel korter dan blijspelen en toonden grappige situaties waarde de auteur zijn personages (vaak afkomstig uit de laagste sociale milieus of de zelfkant van de samenleving: boeren, dieven, hoerenlopers etc.) liet leiden door primaire levensdriften zoals eten, zuipen en vrijen.

Kunstenaarsbiografie
De biografie (levensschets) over beroemde schilders of schrijvers.

Populaire proza
Pamfletten waarin gereageerd werd op actuele en godsdienstige zaken, anekdoteverzamelingen, novellebundels en traditionele prozaromans, gedrukt voor een groot en weinig geletterd publiek.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.