Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 24 juni 2007 |
Niveau: | 4 havo |
Woorden: | 3774 |
Opvragingen: | 2460 (73 deze maand) |
Waardering: |
Een antropologisch kijkje op globalisering
Inleiding
De verspreiding van economische, politieke en culturele veranderingen, die hebben plaats gevonden in de afgelopen decennia, geven mensen in alle wereldlanden een nieuw bewustzijn van de wereld om hen heen. Deze nieuwe vorm van bewustzijn staat bekend als globalisering of wel mondialisering (Fisher, 2001: 23). Globalisering zorgt er voor dat de wereld door voortdurende interactie in elkaar verwikkeld raakt mede door een intensivering van circuits economische, politieke, culturele en ecologische wederzijdse afhankelijkheid.
Doordat grenzen en afgrenzingen hierbij steeds poreuzer worden gezien, ervaart men dit als een wereld die vol beweging, vermenging, contacten, linken, persistente culturele interactie en uitwisseling is. In een globale wereld wordt een radicale acceleratie van stromen, kapitaal, goederen en ideologie waargenomen. In een betrekkelijk korte periode heeft globalisering zelfs de meest afgelegen gebieden van de wereld met de diverse metropoolcentra in contact gebracht. Er is echter veel meer aan de hand in de moderne wereld dan slechts een groei van globaal in elkaar grijpen (Inda en Rosaldo, 2002: 2). Het gaat om een fundamentele herordening van tijd en ruimte, krachten van homogenisering en heterogenisering en een deterritorialisering van culturele stromen die invloed hebben op tal van onderdelen van een samenleving. Deze 3 belangrijke thema’s binnen het globaliseringdiscours dat zal ik nu eerst verder uitwerken. Hierna zal ik ingaan op de benadering van globalisering door Arjun Appadurai. Zijn benadering van het vaststellen van globalisering invloeden met scapes geeft een samensmelting van deze theorieën. Hij benoemt hierbij vijf scapes de ethnoscape, technoscape, financescape, mediascape en ideoscape. In de laatste paragraven van dit hoofdstuk zal ik deze scapes definiëren en uitleggen hun gevolgen benoemen.
De antropologie van globalisering
Er zijn er veel verschillende benaderingen mogelijk om de invloeden van globalisering op individuen en gemeenschappen weer te geven. Een van de eerste theorieën, de wereld-systeemtheorie van Immanuel Wallerstein valt onder de kritische stromingen van de invloeden van globalisering. Deze ook wel anders-globalistische benadering genoemde theorie leunt deels op theorieën van Marx . Uitgangspunt van de wereld-systeemtheorie dat de economische en politieke wereld op zichzelf staat en niet dat de economie deze beslaat. Mede omdat Europa geen wereldrijk is, maar opgebouwd uit diverse staten is, noemde Wallerstein zijn theorie: wereld-systeem theorie. Europa staat aan het begin van de groei van globale verhoudingen in een cyclus van kolonialisme, imperialisme en globalisering. De verschillende gebieden in de wereld kunnen worden ingedeeld in drie delen: de kern, de semiperiferie en de periferie. De kerngebieden, die nu de westerse wereld omvatten, zijn de kapitaalkrachtigste gebieden en hebben vooral behoefte aan goedkope grondstoffen en voedsel die zij ruilen voor hoogwaardige industriële goederen. De periferie levert de goedkope grondstoffen en voedsel en ruilt die voor de goederen uit de kern. De semi-periferie bestaat uit de gebieden die kenmerken van kern en periferie combineren. Sommige kerngebieden kunnen zo sterk worden dat ze hegemonie uitoefenen over de andere spelers in het systeem, waarbij de culturele factoren van de kern leidend worden (Fisher, 2001: 18-21).
Kritiek op de wereld-systeemtheorie is dat asymmetrische posities die mensen tegenwoordig in de wereld innemen, vallen echter niet meer te verklaren door mee te gaan in een cultuur die door een centrum kapitalisme is bepaald (Fisher, 2001: 22-25). Er kan daarentegen waargenomen worden, dat met de invloed van globalisering, mensen er meer op gericht zijn op hoe zij hun eigen cultuur kunnen behouden. Ook in ontwikkelingslanden wordt dit fenomeen steeds sterker. Hierbij worden vooral handvaten van globalisering gebruikt om deze ontwikkeling te versterken en dient flexibele accumulatie als instrument om stabiliteit hieraan te geven. Flexibele accumulatie is een van de kenmerken van globalisering, het betekent dat de flexibiliteit wordt bepaald door de vraag van de markt zoals het Post-Fordisme dat voorspelt (Inda en Rosaldo, 2002: 10): is de vraag klein, dan wordt er weinig geproduceerd; is de vraag groot dan wordt er meer geproduceerd. Hierdoor zullen uiteindelijk processen van produceren en consumeren onder invloed van globalisering versnellen, doordat afzet en productie steeds meer mondiaal worden. Door de verspreiding van kapitalisme in de wereld wordt dit proces op steeds meer plekken waargenomen. Hiermee worden steeds meer mensen en plekken met elkaar in contact gebracht. Een dergelijke conceptualisering van globalisering waarbij er vooral nadruk wordt gelegd op de versnelling van interactie wordt gedaan door David Harvey (1989).
Hij noemt dit fenomeen wat refereert aan de versnelling die plaats vindt in sociale en economische processen: time-space compression. Volgens Harvey is dit het algemene effect van kapitalistische modernisering en haar intentie van het verwijderen van grenzen. Dit heeft tot gevolg dat er een grote vorm van versnelling en acceleratie van de stappen van economische processen en het sociale leven plaatsvindt. Bijvoorbeeld de aanleg van spoorwegen, de telegraaf, telefonie, radio, vliegverkeer, televisie en recente vormen van telecommunicatie hebben grote geografische gevolgen gehad (Harvey, 1990: 230). Dit heeft de wereld als het ware voor de ervaring doen krimpen, omdat door de verkorting van tijd en verkleining afstand geen belemmering meer zijn voor de organisatie van menselijke activiteiten. Deze ervaring van tijd en ruimte past binnen Harveys postmodernistische benadering van globalisering als sociaal construct van flexibele accumulatie. Krachten van economische en technologische veranderingen tijd en ruimte doen in een storten, wat resulteert in een gevoel van uitroeiing van tijd en ruimte. Dit proces van time-space compression is niet als gradueel of een continu voorval worden beschouwd, het vindt plaats in discrete fases van korte en geconcentreerde uitbarstingen, hetgeen niet lineair is. (Inda en Rosaldo, 1999: 12).
Anthony Giddens benadert globalisering net als Harvey vanuit een reorganisatie van tijd en ruimte. Echter terwijl Harvey meer kijkt naar een versnelling van sociaal en economische processen, kijkt Giddens meer naar de uitrekking ervan met behulp van de term time-space distanciation. Het uitrekken van tijd en ruimte is een proces waarbij er een ver verwijderde vorm van interactie is, hetgeen een steeds belangrijker onderdeel van het menselijk leven is geworden en waar tussen sociale systemen die voorheen verschillend waren nu verbonden en afhankelijk van elkaar zijn. Het sociale leven bestaat hierdoor tegenwoordig uit face-to-face en remote (ververwijderde) interactie. In de moderne samenleving wordt de tweede van steeds groter belang.
Hieruit kunnen we dus opmaken dat globale culturele interacties tegenwoordig plaatsvinden met een nieuwe intensiteit en volgorde en niet meer direct verbonden zijn aan een bepaalde ruimte. Bij deze interacties wordt dus niet langer uitgegaan van een bepaald centrum en een periferie, waarbij het centrum de periferie beïnvloedt, maar van culturele interactie die als een web kriskras haar invloed uitspreidt.
Door het heen en weer gaan van deze onbegrensde stromen van culturele invloeden ontstaat er een ‘deterritorilisatie’ van de verbinding tussen de cultuur en de plek van oorsprong, dit is een concept dat is gecreëerd door Gilles Deleuze en Félix Guattari (1972). Hierbij verslapt de band van culturele aspecten met een vaste locatie. Cultuur heeft lang een grote band geïmpliceerd met een bepaalde plek waarbij culturele aspecten en objecten niet langer verbonden zijn met een vaste locatie. De globale beweging van stromen zorgen voor menging, contact, koppelingen en culturele interactie waardoor er een nieuw besef van nationale en regionale grenzen ontstaat (Inda en Rosaldo, 1999: 15). Als tegenreactie op de ontworteling van vloeibaar bewegende flows is een tendens van terugkerend verlangen te zien naar de verbondenheid met een bepaalde plek. Dit is wat Giddens noemt: reterritorialisatie (Giddens, 1990 in Inda en Rosalda: 1999: 8-10). Deze statische verbondenheid met een specifieke plek is een tegenreactie op de complexiteit die werkelijk aanwezig is. Deze dichotomie van aan de ene kant een versterkende hang naar traditie en plaatsverbondenheid en aan de andere kant een verlossing van grenzen en banden tussen een bepaalde locatie zien we ook in zekere mate terug in de homogenisering/heterogenisering discussie.
Ik zal nu eerst deze homogenisering en heterogenisering concepten verder uitleggen. In de volgende paragraaf zal ik aan de hand van Appadurai dan verder ingaan op waarom niet gesproken kan worden van homogenisering en heterogenisering als twee tegenstrijdige krachten.
Globalisering en verspreiding van modernisering over de wereld wordt wel gezien als een nieuwe vorm westers imperialisme. Dit komt bijvoorbeeld terug in theorieën zoals die van Wallerstein. De verspreiding van westerse producten en de incorporatie hiervan in de periferie culturen is hier een eenrichtingsverkeer, waarbij het westen een synchroniserende globale monocultuur veroorzaakt. Kritiek hierop is dat dit soort ideeën over invloeden uit het westen als een vorm van imperialisme, niet instaat voor de gevolgtrekking van culturele goederen en hun bijdrage aan diepere culturele of ideologische effecten. Het lijkt bij een dergelijke benadering dat alleen al het bestaan van westerse vormen zelfevidente culturele effecten hebben op derde wereld subjecten. Kritiek hierop is echter dat er niet worden aangenomen dat de consument direct bij consumptie ook de ideologie erachter absorbeert, nog de waarden, de life-style posities en teksten die er bij horen. Subjecten geven altijd hun eigen culturele disposities voor een tekst, waardoor homogenisering zijn kracht verliest. De homogeniseringdiscussie heeft dus alleen zin als er ook een internalisering van de waarden van buitenlandse culturele producten optreedt. Het bestaan van westerse culturele vormen alleen, is echter een onvoldoende argument om van homogenisering te spreken. Een ander argument waarom men niet over globalisering als homogenisering door westers imperialisme mag spreken, is dat globalisering meer impliceert dan stromen van het westen naar de rest van de wereld. Het is niet zo dat alleen het westen spreekt, de periferie spreekt ook terug. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de opkomst van Thais, Chinees, Mexicaans, Argentijns, Japans, Indiaas, Indonesisch, Surinaams eten. Ook muziek kent veel invloeden uit de periferie, denk aan reggae, salsa, rap, samba, goatrance enzovoorts. En religie met de opkomst van de populariteit van boeddhistische religies en invloeden de islam (Hannerz, 1989: 68). Bij dit soort invloeden speelt de opkomst van migratie vanuit en binnen in de periferie een grote rol. Mensen worden dus steeds minder gesetteld of verbonden met een speciale plek, maar worden ook meer bewust van de plek waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen omdat er een soort van ondoorzichtige wetten blijven bestaan die mensen in de wereld blijft begrenzen. De mentale verbondenheid met een specifieke plek doet migratie dus bijvoorbeeld niet afnemen. Mensen zijn juist steeds meer in staat de handvaten van globalisering te gebruiken om de verbondenheid van de cultuur te versterken, dit wordt heterogenisering genoemd. Heterogenisering betekend dat globalisering tot gevolg heeft dat door de invloeden van producten uit het westen een vergrotende waardering van diversiteit en culturele uniekheid ontstaat. De interactie tussen deze twee tegenstrijdige gevolgen van globalisering zal ik nu aan de hand van Appadurai’s idee over globalisering verder uitwerken.
Arjun Appadurai en Globalisering
Arjun Appadurai geeft in zijn essay ‘Disjuncture and Difference in the Global Cultural Economy’ een benadering om deterritoriale stromen van culturele invloeden vast te stellen.
Volgens Appadurai kunnen de invloeden van globalisering worden opgedeeld in 5 verschillende scapes van globalisering. Ten eerste de ethnoscape die kijkt naar de beweging van mensen over de wereld, ten tweede de technoscape welke kijkt naar de verspreiding van technologie en ten derde de financescape gericht op financiële stromen. Op basis van deze drie scapes worden de twee andere scapes geconstrueerd, namelijk de mediascape en de ideoscape. De eerste verwijst naar de verspreiding van media, zoals kranten en ook billboards, de tweede verwijst naar de verspreiding en verandering van ideologieën.
Met behulp van een benadering van invloeden van globalisering aan de hand van scapes probeert Appadurai het debat van globalisering rondom homogenisering en heterogenisering als tegenstrijdige krachten af te wenden en de aandacht te vestigen op een andere capaciteit die door globalisering wordt ontwikkeld. Hij zegt dat het bij globalisering gaat om een variëteit van stromingen die in elke locatie en context weer een andere betekenis krijgen. Deze stromingen indiginizeren als het ware in elke tijd en ruimte opnieuw, dat betekend dat stromen worden getransformeerd om in de locale cultuur te passen. Invloeden van buiten af worden op een bepaalde manier geïnterpreteerd zodat ze meer gewoon voor hun lijken. De bekwaamheid tot indiginizeren verklaart Appadurai door het vermogen van imagination (Anderson, 1985: 13-18). Imagination als social practice is een sociaal feit en het kernbegrip van de nieuwe globale orde. Met globalisering zien we dat de kracht tot verbeelding iets is geworden dat iedereen kan doen en dat het niet langer individuele verbeelding, een uitvlucht of een elitair genoegen is. Het is een talent en een proces die de mogelijkheid bieden tot het creëren van een complete persoonlijke perceptie van de wereld, die voor iedereen toegankelijk is. Deze perceptie op de wereld wordt bepaald vanuit aangeleerde richtingen, bijvoorbeeld door opvoeding, onderwijs of worden gevormd door interactie, zij staan centraal in alle vormen van agencies (agentschappen). Binnen een groep of gemeenschap bestaat er algemene verbeelding van de wereld om hen heen. Deze perceptie wordt ontwikkeld door middel van interactie. Dit kan zijn vanuit face-to-face contact maar ook op afstand. Uit de theorie van Giddens van time-space distanciation is te zien dat de laatste van steeds groter belang wordt. Hierdoor ontstaan er steeds verder reikende netwerken van imagination.
De scapes van Appadurai die over de wereld stromen op een complexe, overlappende en disjunctive manier, dat wil zeggen niet-verbonden met een bepaald punt of plek, zijn de bouwstenen voor de hedendaagse imagined worlds (Appadurai, 1996: 2-3). Deze flows schieten dus, zonder dat zij enige basis te hebben, rond; ze kunnen ergens en nergens terechtkomen en ook weer gedeeltelijke vorm verdergaan. Ik zal nu deze disjunctive flows in de vorm van ethno-, techno-, finance-, media-, en ideoscapes verder uitwerken.
De Etnoscape
De ethnoscape is een landschap van mensen die bewegen in de wereld, zoals toeristen, immigranten, vluchtelingen en gastarbeiders dat doen. De ethnoscape laat zien dat ondanks een vergrotende flexibiliteit van reizende mensen er stabiele netwerken blijven bestaan zoals familierelaties, vriendschap, geboorte en verblijf. Zoals bijvoorbeeld wanneer een kind naar het westen migreert om daar aan het werk te gaan en er interactie blijft via telefoon, internet of doormiddel van geldzendingen. Dergelijke lange afstandnetwerken bepalen direct de kijk van mensen op de wereld om hen heen. Netwerken kunnen dus veranderen in de zin dat zij afhankelijk zijn van de grootte van de afstand die ertussen mensen bestaat, maar we kunnen niet zeggen dat veranderingen van stabiliteit in netwerken door het menselijk bewust heen zijn gegaan, hiervoor is er ondanks de realiteit van beweging te veel interactie. We kunnen hier dus uit concluderen dat er door de ethnoscape een nieuwe vorm van bewustzijn gecreëerd voor de wereld om hen heen (Appadurai, 1996: 5). Deze interactie is dus in toenemende mate heterogeen omdat ze over variërende afstanden bestaat. Een andere invloed van de ethnoscape die Appadurai door de opkomst van een vergrotende menselijke flexibiliteit waarneemt, is een toename van het bewustzijn van de fysieke verbondenheid aan een bepaalde locatie. Door fysieke verplaatsing naar een andere ruimte kan er een versterking ontstaan van het gevoel van mentale verbondenheid naar hun eigen wortels en die van hun voorouders. Dit gevoel kan worden versterkt door discriminatie, waardoor er een versterking ontstaat van het bewustzijn van de eigen culturele of etnische achtergrond. Door het gevoel van dislocatie kan een gevoel van heimwee en zelfs verheerlijking van een andere plek worden opgewekt. Dit kan ook plaats vinden binnen een diaspora waardoor deze mentale verbeelding van een andere plek in de wereld onderdeel is van imagination as a social practice. Op deze ideologische gedachtegangen in de ethnoscape zal ik verder ingaan in de laatste scape, de ideoscape.
De Technoscape
Met deze scape wordt de globale stroom van technologische kennis en toegankelijkheid van techniek bedoeld. Hieronder wordt de mechanische - en informatie technologie verstaan. Veel ontwikkelingslanden zijn de wortels van grote westerse bedrijven, omdat zij daar goedkoper kunnen produceren. Echter het vreemde van de distributie van technologie, en dus de bijzonderheid de technoscape, is dat deze stromen niet worden aangedreven door grote westerse economieën of marktwerking, maar door de voortdurende mogelijkheid tot complexiteit van relaties tussen geldstromen, politieke mogelijkheden van zowel hoog als laag geschoolde arbeid. Door time-space compression is het veel gemakkelijker geworden op tal van verschillende plekken onderdelen van een bedrijf te hebben, omdat grenzen van tijd en ruimte nog maar een heel kleine rol spelen. De geldstromen zijn dus niet langer verbonden aan een bepaald stramien, maar kunnen vrij over de wereld bewegen zonder enige koppeling te hebben met tijd nog ruimte. Dit bewijst bovendien ook weer eens dat globalisering niet alleen bestaat uit invloeden van het westen op de periferie, als een vorm van modern westers imperialisme, maar dat het ongebonden flows zijn die over de hele wereld kris kras, heen en weer schieten.
Een andere invloed van globalisering vanuit de technoscape is de technologiesering van traditionele producten, de verandering van deze producten, de betekenis ervan op mensen, bijvoorbeeld veranderende figuren en patronen, maar ook de schaal waarop het wordt geproduceerd en de onkosten van de productie. Dit alles heeft zijn weerslag in een vergroting van het gebruik ervan (Appadurai, 1996: 6). Bij de technoscape van communicatietechnologie kan worden waargenomen dat er een specifieke ontwikkeling is van sociale banden. Technologie creëert een bewijs voor de ontwikkeling van onverbonden relaties, waar binnen de fysiek absente partij een aanwezigheid creërt. Dit gebeurt door middel van een vermeerdering van communicatiemogelijkheden waar speciale communicatiegebaren ontwikkeld worden zodat het gevoel van afstandsontwikkelingen kan worden verminderd. Op deze manier kunnen communicatietechnologieën vervanging of compensatie geven van de weinige face-to-face interacties (Licoppe, 2004: 135). Harvey kijkt ook naar deze verandering van contact met de term time-space distanciation. Met dit uitrekken van tijd en ruimte wordt een ver verwijderde vorm van interactie een steeds belangrijker onderdeel van het menselijk leven, waardoor face-to-face interactie minder belangrijk wordt (Inda en Rosaldo, 1999: 13).
De Financescape
Een andere globale flow is die van de financescapes. De toename van globaal kapitaal is een van de meest mysterieuze, snelle en lastige landschappen om te volgen. Huidige markten en handel gaan over nationale grenzen heen met een ongelofelijke snelheid; zo hebben overdrachten van geld tegenwoordig minder dan een minuut nodig. De financescape laat zien dat er een zeer complex geheel is van flows van investeringen de iedereen die zich bezig houdt met geld verbin met een globaal rooster van waardespeculaties, kapitaaloverdrachten en beveiligingen. Het kritieke punt is dat globale relaties tussen ethno, techno en financescape disjunctive is. Disjunctive wil zeggen dat de flows niet bepaald of verbonden zijn aan een vaste plaats op de wereld. Hierdoor zijn ze zeer onvoorspelbaar omdat ze geen specifieke culturele lading hebben, maar juist binnen elke cultuur kunnen worden geindigeniseerd. Deze landschappen zijn allemaal het onderwerp van hun eigen beperkingen en prikkelingen en beïnvloeden elkaar op een disjunctive wijze: door het door elkaar heen vloeien. Een voorbeeld van een belangrijke financescape is de invloed die de omzet van migratie heeft op het dagelijkse leven van mensen in Latijns Amerika en de Caraïben. Dit komt door de grote geldbedragen die er omgaan in remittances door migratie. Remittances spelen een vergrotende grote rol in de economieën van vele landen en dragen bij aan de economische status van vele landen (Winn, 2006, 586-587).
De Mediascape
Gebaseerd op de disjunctures van de ethno/techno/finance scape worden de mediascape en de ideoscape gebouwd. Zo maakt mediascape gebruik van de elektronische technologie bij de productie van het uitzaaien van informatie en is dus direct afhankelijk van de verspreiding van technologische interactievoorzieningen door de technoscape. De technoscape maakt media voor de hele wereld toegankelijk. Media wordt in elke context op een andere manier gebruikt en naar eigen doelen ingezet, de technoscape wordt in dit verband toegepast op een manier die voor een bepaalde context van belang wordt geacht en indiginizeerd.
Mediascapes bieden een complex repertoire aan beelden en verhalen voor kijkers over de hele wereld. Doordat televisiezenders worden bekostigd door de staat of bedrijven, moet de tevredenheid van de financieraders geborgd worden in de boodschap die zij overbrengen. Hierbij beelden ze een wereld uit waarbij commerciële producten en nieuws- en politieke communicatie sterk vermengd zijn. Doordat de media een belangrijke bijdrage bij het beeld dat we van de wereld hebben leveren, is hun invloed op de imagined world die mensen construeren en welk hun handelen en mening bepaald, groot en divers. Het kan dus niet worden gezegd dat media een homogeniserende invloed hebben, beelden worden in iedere context op een eigen manier geïnterpreteerd en mede afhankelijk van culturele achtergrond wordt de uiteindelijke boodschap van de televisie lokaal geconstrueerd en heterogeniseren dus ook weer. Deze invloed gebeurt afhankelijk van hun manier (documentaire of entertainment), hun hardware (elektronisch of pre-elektronisch), hun publiek (nationaal, lokaal of transnationaal) en de belangen van degene die de media in hun bezit hebben (Appadurai, 1996: 6-11).
De Ideoscape
Dit landschap is een aaneenschakeling van stromen van ideeën en beelden met een ideologische lading welke meestal politiek getint is. Zij bevatten bijvoorbeeld de ideologieën die de overheid zelf uitdraagt of een tegenbeweging hiervan. Deze ideologieën zijn meestal gebaseerd op een verlichte kijk op de wereld, welke bestaat uit een aaneenschakeling van ideeën, termen en beelden van vrijheid, welvaart, rechten, soevereiniteit, representaties en democratie. Deze verhalen zijn meestal dusdanig uit hun verband gehaald dat ze de interne coherentie missen. In verschillende inheemse organisaties zijn deze terminologieën ook terug te vinden. Hier valt bijvoorbeeld te zien dat de voorhoede hiervan veelal hoogopgeleiden zijn die hun typologie op westerse literatuur inspireren en deze “indiginizeren” voor hun eigen doeleinden (Appadurai, 1996: 11-15).
Conclusie
Globalisering bestaat niet alleen uit een homogenisering van cultuur over de hele wereld zoals dat voorheen in globaliseringtheorieën veronderstelt. Er wordt niet langer meer gesproken van globalisering als kracht vanuit de kern op de periferie maar als netwerk van interactie. Echter, de verspreiding van het gebruik van instrumenten van homogenisering zoals bewapening, advertentie technieken en taalhegemonie worden in de locale politiek en de culturele economieën gerepatrieerd naar heterogene dialogen. De staat is de arbiter van deze repatriatie van verschil geworden, in de vorm van goederen, beelden en slogans. Het centrale element van globale cultuur is de politiek van wederzijdse saamhorigheid en verschil geworden. Dit betekent dat de wereldpolitiek moet trachten om het samenleven en het verschil zo goed mogelijk te behouden.
De meer heldere kant van globalisering zit in de uitbreiding van de horizon van vele individuen met hoop en fantasie van de globale verspreiding van technologieën en welzijn. Ook worden staten en bedrijfseconomieën wereldwijd in toenemende mate de mogelijkheid geboden progressieve transnationale allianties te sluiten.
Het kritieke punt van globalisering is dus dat globaal culturele processen vandaag de dag producten zijn van tegenstrijdige wederkering van gelijkheid en verschil. Dit wordt gekarakteriseerd door radicale disjunctures tussen verschillende soorten globale flows die onzekere landschappen gecreëerd. Dit betekent dat de stromen van technologie, financiën, mensen, ideologieën en media geheel ontworteld lijken. Ze verspreiden een beeld en een idee welke in iedere context weer een andere waarde krijgt onafhankelijk van waar zij vandaan komen (Appadurai, 1996: 14).
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

Femke weet niet wat ze meemaakt: stiekem spijbelende docenten!