CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Lieke (4 vwo)

Datum ingestuurd:

19 juni 2007

Taal:

Woorden:

900

Bekeken:

6964 keer (13 deze maand)

Waardering:

2.7/5 (24 stemmen)

Deel op:

  • Door Luuk op 13-01-2011
    het is hoofdstuk 2 kweenie of je dat nog kan veranderen maare... goed bezeig thnx
§1
Bedrijven
- rechtsvorm
- omvang
- economische activiteit

Rechtsvorm/ondernemingsvorm (juridische vorm)
- geen rechtspersoonlijkheid (gehele privé vermogen)
- wel rechtspersoonlijkheid (aandeelhouders)

Eenmanszaak
- leiding door 1 persoon
- risico overlijden, langdurige ziekte

Vennootschap onder firma (VOF)
- eigendom verdeeld door 2 of meer personen (firmanten, vennoten)
- Schulden voor de eigenaren
- +arbeidsverdeling, -langs elkaar heen werken

Naamloze vennootschap (NV)
- eigendom bij aandeelhouders

Besloten vennootschap (BV)
- aandelen niet handelbaar op de effectenbeurs
- beperkt aantal aandeelhouders (familie)
- geen publicatieplicht (balans en resultatenrekening)

Omvang van bedrijven
- aantal werknemers
- grootte van de omzet
- gezamenlijke beurswaarde van de uitstaande aandelen

Economische activiteit
- quartaire sector
- marktsector
- primaire sector (langbouw, visserij, delfstoffenwinning)
- secundaire sector (industrie, openbare nutsbedrijven -> energiebedrijven, waterleidingbedrijven en de bouwnijverheid)
- tertiaire sector (commerciële dienstverlening -> banken, horeca, trans-Portbedrijven

§2
Bedrijfskolom
Opeenvolging van economische activiteiten om een bepaald product te maken.

Oerproducent
Koeien melken, steenkolen dolven, vis vangen en graan oogsten.

Bedrijfstak
Alle bedrijven die zich in dezelfde fase in de bedrijfskolom bevinden

Veranderingen productiestructuur

Verticale bewegingen
Bewegingen binnen 1 bedrijfskolom. -> integratie, differentiatie

Horizontale bewegingen
Bewegingen van de ene naar de andere. -> parallellisatie, specialisatie

Integratie
Samenvoegen van 2 of meer opeenvolgende fasen van de bedrijfskolom in 1 bedrijf
+ verminderen van onzekerheid (minder afhankelijk van de keuze van anderen)
* wolhandel koopt een aantal schapenfokkers op

Differentiatie
Afstoten van een bepaalde activiteit naar voorgaande/volgende fase in bedrijfskolom
* confectieatelier huurt gespecialiseerde vervoersonderneming in.
Bedrijfskolom -> langer

Parallellisatie
Producten uit andere bedrijfskolommen in zijn assortiment opnemen (zelfde stadium)
* kledingwinkel die schoenen gaat verkopen, warenhuizen

Branchevervaging
* fotozaak die tv-apparaten en dergelijke gaat verkopen

Specialisatie
Toeleggen op 1 of enkele producten binnen een bedrijfstak
* groentewinkels
+ meer vakkennis en een groter assortiment

§3
Concentratie
Beslissingen over de productie van goederen en diensten worden die door een steeds kleiner aantal bedrijven worden genomen. Economische macht komt bij steeds minder bedrijven terecht.

Voor elkaar krijgen
- Grotere bedrijven worden groter, kleinere bedrijven geven op.
- Zelfstandige bedrijven gaan op in nieuwe grotere onderneming.
-> fusie en/of overnames
- Zelfstandige bedrijven gaan samenwerken zonder zelfstandigheid te verliezen.
-> kartel

Fusie
2 of meer gelijkwaardige partners gaan in op een nieuw rechtspersoon

Overname
Onderneming krijgt de meerderheid van de aandelen van een andere onderneming.
Management gedwongen om de besluiten van de nieuwe eigenaar uit te voeren.

Concern
Bundeling van bedrijven die binnen een grote eenheid hun plaats hebben

Holding Company
Bezit meer dan 50% van de aandelen van een ander bedrijf -> zeggenschap

Motieven schaalvergroting

Kostenvoordelen
Directiefuncties opheven, diensten/bijkantoren samenvoegen

Risicospreiding
Andere bedrijven overnemen met andere producten -> bedrijf minder afhankelijk van de grillen van de markt.

Toelevering
De toelevering of de afzet van producten kunnen beter worden gegarandeerd

Toegang tot de vermogensmarkt
Is veel groter voor grote bedrijven van kleinere

Research
Verbeteren van producten en ontwikkelen van nieuwe producten

Multinationale onderneming

Multinational
Een (grote) onderneming die in verschillende landen vestingen heeft.
*NL -> Shell, Philips, Unilever, ABN-AMRO, Heineken *USA -> Coca-Cola, ITT, Exxon

Motieven multinational
- lage lonen in het land van vestiging
- lage belastingsdruk in het land van vestiging
- lage transportkosten -> dicht bij de afzetmarkt en grondstoffen gaan zitten
- omzeilen van protectionistische maatregelen -> regering van bepaald land

Samenwerking

Kartel
Samenwerkingsvorm tussen juridisch zelfstandige ondernemingen
-> concurrentie beperken

Prijskartel
Ondernemers maken afspraken over de prijs.
* boekhandels

Productiekartel
Deelnemers maken spreken af niet meer dan een bepaalde hoeveelheid te produceren. -> prijs hooghouden door beperkt aanbod

Rayonkartel
Geografisch verdelen van de afzet -> elkaar niet voor de voeten lopen
* grote zuivelproducten

Voorwaardenkartel
Afspraken over kortingen, garantie en betalingsvoorwaarden

Nederlandse Mededingingswet

Mededingingswet (1 jan. 1998)
Het bestaan van kartels en andere vormen van misbruik van economische machtposities verbieden.

Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)
Concurrentie in Nederland bevorderen

§4
Verslaggeving van activiteiten van een bedrijf

Bepaalde ondernemingen
Werknemers, klanten, banken, belastingdienst en aandeelhouders.

Jaarrekening
- balans
- resultatenrekening
- toelichting op beide

Balans
Overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een bedrijf op een bepaald tijdstip

Activazijde
Linkerzijde, waarde van bezittingen

Passivazijde
Rechterzijde, schulden

Voorraadgrootheden
Grootheden die op een bepaald moment te meten zijn

Vaste activa
Kunnen langer dan een jaar worden gebruikt
* gebouwen, machines

Vlottende activa
Kunnen binnen een jaar in geld worden omgezet
* banksaldo, kasgeld
Debiteuren -> vorderingen op afnemers

Eigen vermogen
- aandelenvermogen
- reserves

Langlopende schulden
Schulden die niet binnen een jaar terug hoeven te worden betaald
* hypothecaire lening

Kortlopende schulden
Moeten binnen een jaar worden terug betaald
* belastingschulden, crediteuren(niet direct betalen -> schuld)

Solvabiliteit
Verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen

Liquiditeit
Verhouding tussen de vlottende activa en kortlopende schulden
Kan het bedrijf de kortetermijnschulden betalen?

Resultatenrekening
Overzicht van opbrengsten en kosten en daaruit de winst/het verlies over een bepaalde periode

Stroomgrootheden
Bedragen op resultatenrekening die alleen te meten zijn in periodes.
Rechts -> omzet (verliessaldo?)
Links -> kosten en winst

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.