Geschreven door: | Martin (6 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 23 februari 2007 |
Taal: |  |
Woorden: | 7.800 |
Bekeken: | 13042 keer (103 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
3. Welke ontwikkelingen zijn kansen voor de toekomstige economische ontwikkeling van China?
Bij het onderzoeken van deze deelvraag proberen we erachter te komen welke factoren in de toekomst bij zullen dragen aan de voortzetting van de economische groei van China in de toekomst. Deze deelvraag wordt voor het gemak onderverdeeld in verschillende deelparagrafen. In elke deelparagraaf belichten we een andere factor die positieve invloed uitoefent op de toekomstige economische ontwikkeling van China.
We behandelen achtereenvolgens:
* De openstelling van het land voor buitenlandse investeerders;
* De grote bevolking(sgroei) van China;
* De geleidelijke toetreding van China tot de internationale handel (vooral m.b.t. de export);
* De hoeveelheid onderzoek (Research & Development) die plaatsvindt;
* En de ‘drive’ van de Chinezen om te werken voor hun land.
3.1 De open deuren
Na de dood van voormalig president Mao Zedong in 1976 stond er een nieuwe leider op, Deng Xiaoping. Hij was de persoon die de beginselen legde voor het huidige China. Onder het motto: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt” schepte hij de basis voor de huidige Chinese economie. Zijn economische liberalisatiepolitiek heeft gezorgd voor de huidige grootschalige economische ontwikkeling van China.
De eerste stappen werden gezet met de oprichting van zogenaamd Speciale Economische Zones (SEZ’s).
“Een Chinese Speciale Economische Zone (Engels: Special Economic Zone of SEZ) is een plaats in China waar de regering van Peking buitenlandse handel en investeringen toelaat. De regering mengt er zich er ook niet in de werkzaamheden, productie en handel van de bedrijven.” (bron: Wikipedia)
In deze zones kregen buitenlandse bedrijven de kans van hun leven: ze konden hun productie verplaatsen naar China, of hun producten kwijt bij de gigantische Chinese bevolking. De buitenlandse investeringen stegen dan ook gigantisch, waardoor de SEZ’s snel in aantal (in het begin waren het er slechts vier: Xiamen, Shenzhen, Zhuhai & Shanton) werden uitgebreid.
In 2001 werd China het 143ste lid van de Wereld Handels Organisatie (World Trade Organization, WTO). Hoewel de Partij, die nog steeds een grote invloed uitvoert op de Chinese maatschappij, eerst weinig zin had in toetreding tot de WTO, zag deze uiteindelijk ook in dat dit het beste zou zijn voor de toekomst van China.
Door het toetreden tot de WTO zijn er nieuwe kansen ontstaan voor buitenlandse bedrijven. Twee belangrijke belemmeringen zijn namelijk verdwenen:
* Tot dan toe afgeschermde sectoren zijn dat nu minder of helemaal niet meer;
* De voormalig onbeschermde sectoren bieden een hogere kans op het terugverdienen van de investeringen, en een afname van de juridische belemmeringen maken de prijsstelling beter voor de buitenlandse bedrijven.
Dit alles is niet zonder succes geweest: de cijfers van afgelopen jaar (2006) laten een stijging van de buitenlandse investeringen zien van 4,5% ten opzichte van 2005, tot een gigantisch bedrag van maar liefst 48,6 miljard euro.
De toetreding tot het WTO biedt mogelijkheden voor bedrijven om ook in de toekomst China te zien als belangrijke vestigingsplaats. China valt op. Enkele factoren die bijdragen aan de investeringsdrang van buitenlandse ondernemers in China zijn:
1) De lage lonen. Vergeleken met Europa en de V.S. zijn de lonen in China extreem laag, waardoor productiekosten flink gedrukt kunnen worden.
2) De goede transportmogelijkheden. De verschillende Chinese havensteden (Sjanhai, Hongkong, Ningbo, Kanton, Tianjin en Qingdao, allemaal in de top 10 van de grootste havensteden ter wereld), in combinatie met de goede verbindingen met het achterland en de continue verbetering van het transportnetwerk door de Chinese overheid gunnen bedrijven de kans hun grondstoffen goedkoop en snel te exporteren en te importeren, net zoals hun eindproducten.
3) De grote binnenlandse markt. Omdat de economie van China aan het groeien is, zijn er steeds meer inwoners in China die producten en diensten willen. De investerende bedrijven zien in elke Chinees een potentiële klant, nu of in de toekomst, dat maakt niet uit.
4) De toegenomen kennis in China en dus ook onder de Chinese bedrijven, waardoor buitenlandse bedrijven die zich in China vestigen graantjes mee kunnen pikken van de al bekende kennis onder de Chinese kenniscultuur.
Zoals zo straks te lezen valt, zijn de investeringen zowel oorzaak als gevolg van de net opgesomde punten. Door de investeringen krijgt China de kans zich verder te ontwikkelen, waardoor de investeringen weer meer toe kunnen nemen omdat het land weer aantrekkelijker wordt om in te gaan investeren. Het ziet er niet naar uit dat deze investeringsdrang in de nabije toekomst afneemt, China blijft in de toekomst een aantrekkelijk land om in te investeren.
3.2 De (groei) van de Chinese bevolking
Voordat China overging op een open economie onder controle van de staatspartij, was het land al een land met een gigantische bevolking. Hieronder een tabel met de bevolkingsaantallen in de geschiedenis.
Tabel 1: bevolkingsaantallen China uit het verleden en prognose voor de toekomst
JAAR BEVOLKINGSAANTAL
1950 562,6 miljoen
1960 650,7 miljoen
1970 820,4 miljoen
1980 984,7 miljoen
1990 1,148 miljard
2000 1,269 miljard
2010 1,348 miljard
2025 1,453 miljard
2050 1,424 miljard
Volgens deze bron bereikt China rond 2040 de top van z’n bevolking. Andere bronnen als Wikipedia en het boek De Chinacode Ontcijferd wijzen op een eerdere piek, namelijk rond 2020. Hoe dan ook, in de nabije toekomst (dus minstens tot 2020) heeft China te maken met een behoorlijke bevolkingsgroei, terwijl het totale bevolkingsaantal toch niet al te min is. Wat voor positieve gevolgen heeft dat voor de Chinese economie in de nabije toekomst?
* De lonen kunnen laag blijven. Omdat er voldoende aanbod is van de productiefactor arbeid zullen de lonen onder invloed van deze oorzaak minder snel stijgen. Als gevolg daarvan blijft het voor buitenlandse investeerders nog interessant om in China te produceren.
* De afzetmarkt blijft doorgroeien. En hoewel de lonen voor de meerderheid van het productiepersoneel (fabrieksarbeiders en landbouwers) waarschijnlijk laag zullen blijven, is er in China ook al een ‘nouveau riche’ ontstaan, dat zijn de middenstanders zoals we die hier in Nederland kennen. Zij hebben de vruchten geplukt van de openheid van de Chinese economie door zelf een goed lopend bedrijf(je) te starten. Zij bezitten ook het geld waar de buitenlandse investeerders op afkomen, want mensen met geld zijn consumenten met een portemonnee.
De bevolkingsafname na 2020-2040 zal worden besproken in Deelvraag 4, waar we de bedreigingen voor de Chinese economie belichten. Omdat op lange termijn de bevolking van China zal afnemen, zullen de hiervoor genoemde twee positieve effecten minder goede uitwerking hebben op de Chinese economie in de toekomst.
3.3 Exportcijfers
De Chinese export is erg groot. In 1978 bedroeg de Chinese export een ‘luttele’ 20 miljard dollar (omgerekend zo’n 15,35 miljard euro), waardoor het land 32ste stond in de ranglijst van ‘s werelds grootste exporteurs. Sinds toen groeide de export elk jaar met een gemiddelde van 30%, waardoor China in 2004 Japan voorbij streefde, die toen nog op de derde plek stond, met een uitvoer van maar liefst 600 miljard dollar (€ 460,53 miljard). De export blijft nog steeds groeien. Is deze exportgroei ook in de toekomst een factor die de economische vooruitgang van China veiligstelt? Of begint het einde in zicht te komen?
Wat niet vergeten moet worden, is dat de economie van China nog steeds onder controle staat van de Chinese staatspartij. Hoewel de markt op het eerste gezicht volledig open is, valt duidelijk te merken dat de overheid een behoorlijke vinger in de pap heeft bij de beslissingen die in normale, kapitalistische landen aan de marktwerking worden overgelaten. Of dat een goede of slechte zaak is komen we later op terug, hier concentreren we ons op de strategie die de overheid voert op het gebied van de export, en het saldo export-import.
Het is belangrijk om te weten dat China, als één van de weinige landen ter wereld, beschikt over alle voorkomende typen mineralen in de wereld, in staatsbezit. Bedrijven moeten een bepaald percentage betalen over de jaarlijkse inkomsten voor het exploiteren en uitvoeren van deze stoffen.
China heeft ook de grootste delfstoffenvoorraden ter wereld. De kolenvoorraad bedraagt (naar schatting) meer dan 1 biljoen ton. Ook op het gebied van ijzererts zit China niet droog, met een voorraad van circa 500 miljard ton. Wolfraam (wordt gebruikt in o.a. gloeilampen), antimoon, titanium (zeer sterk metaal), tantanium en zwaar fluoriet tellen ook mee.
De voorraden ruwe aardolie zijn gigantisch met vele miljarden tonnen. Daarnaast zijn er veel aardgasvelden en wordt er van de volgende stoffen ook veel gewonnen: tin, molybdeen, mangaan, lood, zink, bauxiet, goud, platina, nikkel, titaan, grafiet, fosfor, vloeispaat, kwik, asbest, zwavel, zout en fosfaat.
Bij de voorraden ijzer, staal en kolen moet wel een kanttekening worden geplaatst. De kwaliteit van deze delfstoffen is namelijk niet altijd voldoende.
Als we kijken naar de samenstelling van het belangrijkste deel van het exportpakket , dan valt op dat vooral apparatuur, machines en benodigdheden bij het opwekken van stroom een belangrijk segment van de export tot zich nemen. Dit zijn eindproducten, geen grondstoffen. De binnenlandse en buitenlandse bedrijven verwerken dan vaak ook binnen China de grondstoffen tot ware eindproducten. Het exportpakket van China is veelzijdig. De dienstensector blijft groeien door de buitenlandse investeringen en het toenemend toerisme, maar de landbouwsector moet ook niet vergeten worden, waarbij vooral de productie van graan (450 miljoen ton in 2001) aan de flinke kant is. Daarnaast levert de industriesector een groot deel van de Chinese exportproducten. Vooral de textielindustrie is van belang voor de Chinese export.
De toekomstige economische ontwikkeling van China is sterk afhankelijk van de export, daar deze een gigantisch deel uitmaakt van het totale wat er in China wordt verdiend. Hoe is de overheid, die de export nog steeds goed in de tengels heeft, van plan hierop in te spelen? En hoe zullen de Chinese bedrijven proberen in de toekomst nog meer te kunnen exporteren?
Om de export te vergroten en veilig te stellen, zal er o.a. het volgende moeten gebeuren.
1) Inefficiëntie bij het productieproces verkleinen;
2) Lonen laag houden;
3) Bureaucratie tot een minimum beperken;
4) Transportfaciliteiten verbeteren;
5) Technologisch niveau verbeteren.
Het goede is dat de overheid en de bedrijven zich aan deze punten te houden. Er wordt onderzoek gedaan (zie subparagraaf 3.4) zodat het productieproces efficiënter kan, de lonen zullen nog laag blijven de komende jaren, de overheid moet, zeker onder de internationale druk en na de toetreding tot het WTO belemmerende regeltjes en wetten verzwakken of afschaffen, waardoor bedrijven o.a. meer kunnen exporteren, de overheid investeert miljarden in het verbeteren van de Chinese infrastructuur.
De export zal in de toekomst betrekkelijk veilig zijn.
3.4 R&D
Onderzoek is belangrijk voor een land. En dus ook voor China. Door onderzoek (ook wel Research and Development geheten, kortweg R&D) is het voor een land mogelijk te concurreren met andere landen door het verbeteren van productieprocessen, het verbeteren van de kwaliteit van producten en het maken van compleet nieuwe producten en diensten. Kortom: de efficiëntie van een land en dus de algehele prestaties zullen verbeterd worden door het doen van onderzoek. Onderzoek is een belangrijke investering voor de toekomst.
China heeft dit ook door. Volgens het Chinese Ministerie van Handel waren er in 2006 tegen de 750 R&D-centers (onderzoekscentra) vergeleken met 200 in 2002. In 2000 was er $ 11,13 miljard geïnvesteerd in R&D, tegen $ 29,4 miljard in 2005. Hierbij worden de buitenlandse onderzoeken die in China plaatsvinden nog niet eens meegerekend.
Het is namelijk zo dat het R&D-gehalte onder middelgrote en grote bedrijven in China vooral bepaald wordt door de buitenlandse bedrijven. Slechts een kwart van de Chinese bedrijven hadden eigen onderzoeks- en technologiecentra. Het zegt maar weer eens hoe sterk China afhankelijk is van buitenlandse investeerders (zie daarvoor Deelvraag 4).
De slechte bescherming van patenten en andere intellectuele rechten, samen met de concurrentie van India (andere sterk wordend opkomend land) en de relatieve laagheid van het percentage van het BBP dat wordt besteed aan R&D vergeleken met andere landen(2006: China 1,3%, VS 2,7%), doen vraagtekens oprijzen bij het waarom. Waarom willen buitenlandse bedrijven dan tóch zo graag in China onderzoek doen?
- Allereerst zijn de loonkosten van Chinese onderzoekers en technici laag, de oorzaken daarvoor zijn al bekend.
- Ten tweede valt er genoeg talent uit China te halen, China kent een zogenaamde grote ‘talent pool’ om uit te vissen. Elk jaar studeren er 5 miljoen inwoners af. Hiervan is 20% afgestudeerd op R&D-relevante studies.
- Als derde punt hebben we de 1,3 miljard consumenten die China kent. (Het inwonertal.)
We weten nu waarom buitenlandse bedrijven graag aan R&D doen in China. We vergeten echter een belangrijke speler, de overheid. Wat zijn de toekomstplannen van de overheid?
Het doel van de overheid is duidelijk: het vergroten van het R&D-gehalte in China. De VS kent nu een R&D-gehalte in percentage van het BBP van 2,7%. Waarschijnlijk zal dat niet meer stijgen. China komt met sterke groeiplannen om in de toekomst alle andere landen van de kaart te vegen op het gebied van R&D. In 2010 moet dit percentage 2,0% van het BBP worden, en in 2020 zal het 2,5% moeten zijn .
Om niet volledig afhankelijk te zijn van buitenlandse investeerders, probeert de Chinese overheid binnenlandse bedrijven te stimuleren zélf ook aan onderzoek te gaan werken. Dit doet de overheid door het geven van subsidies en het verlagen van belastingen, maar ook door het aantrekken van buitenlands talent en het binnenhouden van eigen talent. Chinese studenten die in het buitenland studeren, krijgen na het afstuderen gulle onderzoeksfinanciering en de kans om eigen R&D-projecten te runnen. Hiermee wordt de zogenaamde ‘brain-drain’ enigszins tegengewerkt, waardoor talent van eigen bodem ook op eigen bodem blijft.
Hoewel de afhankelijkheid van buitenlandse onderzoeksbedrijven maar langzaam teruggedrongen wordt (de investeringen wil men wel, maar de eigen markt moet veilig blijven, een terugkerend dilemma voor de Chinese overheid), is over het algemeen te stellen dat het hoge gehalte van R&D in China alleen maar positief kan bijdragen voor dit land in de toekomst. China wordt steeds innovatiever en interessanter op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technieken en producten.
3.5 De Chinese werkgeest
Iets wat ook enigszins van belang is, als je kijkt naar de toekomstige groei van de Chinese economie, is de werkgeest, de zogenaamde ‘spirit’ van het Chinese volk. De mensen willen werken voor hun land. De instelling van het volk is bijna euforisch te noemen. De mensen zien gebeuren wat ze al jaren, decennia, eeuwen geleden hadden willen meemaken.
Men zag na 1978 een wereld van kansen open gaan. Niet alleen de buitenlandse bedrijven, maar ook vooral de Chinezen zélf. De economische groei draagt bij aan het welzijn van het volk van China, dat al lang te lijden had onder Mao, met hongersnoden, Grote Sprongen Achterwaards en lange marsen.
Nu men ziet dat een open economie kansen creëert om hogerop te komen, wil iedereen in China er graag aan meewerken. Arbeiders, ondernemers, mensen die werkzaam zijn bij de Partij, iedereen staat achter hun land. De mensen werken voor hun land. Men accepteert over het algemeen de lage lonen in verhouding tot het werk, omdat de toekomst van China erbij gebaat is. Ook ziet men kans om individueel hogerop te komen, zoals dat voorheen nooit gewoon was geweest. Hierdoor wil men nog nét een versnelling hoger schakelen.
Je zou dit eens moeten vergelijken met het lui geworden Europa en de VS. De Europeanen en Amerikanen leven in welvaart, hebben een goed sociaal vangnet en hebben dus weinig om zich zorgen over te maken. Het gevolg is dat we hier een beetje ingedut zijn. Ondertussen worden we wel ingehaald door de landen die hun kans zien liggen en er dus handig gebruik van maken. En dan beginnen we weer wakker te worden.
Hoewel een open economie het volk in een algehele staat van openbaring heeft gebracht, heeft het vooral voor de nog steeds machthebbende Chinese (staats)Partij waarschijnlijk nadelige gevolgen in de toekomst (zie Deelvraag 4). Voor de economie is deze instelling in ieder geval positief te noemen. Ook voor de toekomst.
Conclusie behorend bij Deelvraag 3
Factoren die een belangrijke rol spelen bij de gunstige economische ontwikkeling van China in de toekomst (kansen) zijn achtereenvolgens:
* De open Chinese economie vanaf 1978, waardoor vele buitenlandse investeerders kwamen en de export kon toenemen, inclusief de toetreding tot het WTO waardoor er in de toekomst nog betere investeringscijfers en exportgroei te verwelkomen zijn;
* Het hoge Chinese bevolkingsaantal en de bevolkingsgroei, waardoor buitenlandse investeerders in China een goede afzetmarkt en een goed productieland zagen;
* De hoge exportcijfers en de in voldoende mate bijgemoeide investeringen van de overheid die ervoor zorgen dat buitenlandse investeerders blijven produceren in China;
* De goede toekomstverwachtingen op het gebied van Research&Development;
* De Chinese bevolking die graag werkt voor het land, en daarmee voor zichzelf.
4. Welke ontwikkelingen zijn bedreigingen voor de toekomstige economische ontwikkeling van China?
Hoewel China een gigantische groei heeft doorgemaakt sinds de openstelling van het land door Deng Xiaoping in 1978, is het zeker niet allemaal koek en ei. Er zijn nog velerlei factoren die bijdragen of bij kunnen dragen bij eventuele verslechtering of zelfs totale ineenstorting van de Chinese economie in de toekomst.
Als we het over de toekomst hebben, praten we over de nabije toekomst (tussen nu en enkele jaren), maar zeker niet in het minst over de lange duur.
Deze deelvraag delen we voor het gemak in verschillende deelparagrafen. In elke deelparagraaf onderzoeken we een ander aspect dat negatieve gevolgen heeft voor de toekomstige economische ontwikkeling van China.
We gaan, in volgorde, kijken naar:
* De problemen bij de Chinese banken;
* De slechte sociale omstandigheden en de grote sociale ongelijkheid in China;
* De milieuomstandigheden die in de toekomst niet rooskleurig meer te noemen zijn;
* De dubbelzijdigheid van aan de ene kant het hebben van een controlerende staatspartij en het aan de andere kant hebben van een ‘openmarkteconomie’;
* De corruptie in China;
* En ook het gevaar van een mogelijke oververhitting van de Chinese economie.
Elk van deze factoren heeft in zekere mate invloed op de economische ontwikkeling van China in de toekomst.
Na het behandelen van deze deelvraag kunnen we de voordelen en nadelen, de gunstige en ongunstige voorspellingen over de toekomstige economie van China, zorgvuldig tegen elkaar afwegen en een juiste conclusie trekken met betrekking tot de economische kracht van China in de toekomst.
4.1 Het Chinese bankensysteem
De Chinese banken lijken op het eerste gezicht goed te lopen. Maar dit is slechts schijn. Een groot probleem waar Chinese banken nog mee opgezadeld zitten zijn de zogenaamde ‘bad loans’. Dit zijn leningen die niet terugbetaald worden.
Volgens gegevens uit het boek ‘De Chinacode ontcijferd’ geschreven door zakenman Henk Schulte Nordholt waren in 2004 13,2 procent van alle leningen bij de bank Non Performing Loans (NPL). Gegevens van Standard & Poor, een internationale instantie die de kredietwaardigheid van bedrijven en banken meet, is dat zelfs 30%.
Bron 4.1 – NPL’s in miljarden RMB en als percentage van het totale aantal bankleningen, bekeken van 2001 tot 2005. Dit zijn slechts de gegevens van één bank, namelijk de China Development bank.
Chinese banken lenen dus graag geld uit zonder in voldoende mate te controleren of het geld later ook daadwerkelijk terugbetaald kan worden. Als de banken geld uitlenen aan ontwikkelings- en bouwprojecten controleren ze niet in voldoende mate of die projecten uitvoerbaar en dus rendabel zijn.
Dit heeft als eerste gevolg dat er om de steden in het land zogenaamde ‘ghost towns’ ontstaan, zoals bijvoorbeeld karkassen van villa’s die nooit afgebouwd zijn.
Het tweede, economisch belangrijker gevolg, is dat de financiële situatie van banken er natuurlijk niet beter op wordt, waardoor de gezondheid van het gehele Chinese financiële systeem gevaar loopt.
Er zijn verschillende oplossingen voor dit probleem toegepast.
Allereerst heeft de overheid recent de rekeningen van de banken ‘schoongewassen’ door de vier grootste Chinese banken een financiële injectie te geven, waarna ze weer met een schonere lij verder kunnen gaan. Echter, de ‘bad loans’ blijven een grote kostenpost voor de banken, en het aantal niet-terugbetaalde leningen groeit nog steeds.
Ten tweede zijn werknemers van de Chinese banken nu persoonlijk aansprakelijk gesteld wanneer ze goedkeuring hebben gegeven aan een lening die niet wordt terugbetaald. Dit zelfs wanneer ze de bank hebben verlaten. Er wordt gehoopt dat zo de corruptie (zie ook 4.5 – corruptie & nepotisme) teruggedrongen wordt.
Want hoewel de banken volgens de regels van de markt zouden moeten werken, komt het in de praktijk in China nog wel eens op andere zaken neer. China telt vele verschillende districten, en als een lokale machthebber een project wil ontwikkelen om ‘zijn’ district op te stuwen, kunnen de bankwerknemers natuurlijk moeilijk ‘nee’ meer zeggen.
Nu de gevolgen voor de bankwerknemers groot zijn wanneer ze akkoord gaan met een slechte lening, zal naar verwachting deze vorm van corruptie snel verdwijnen.
Wat ook gebruikt wordt als oplossing: het vergroten van de concurrentie. Naast de vier grote staatsbanken, zijn er ook allerlei kleinere banken op de markt toegelaten. Hier horen ook buitenlandse banken bij, die na het toetreden van China tot de World Trade Organization de kans zagen zich ook in China te mogen vestigen.
Hierdoor zullen banken sterker hun kostenposten in de gaten moeten houden, omdat ze anders weggeconcurreerd kunnen worden door de banken die wel opletten. Dit leidt, in theorie, tot een afname van het aantal ‘bad loans’.
In de praktijk zitten de banken in China nog met een hoop onafgeloste rekeningen, wat een probleem oplevert voor de gezondheid van deze banken. Als China de positie van economische grootmacht wil bereiken, zullen er efficiëntere maatregelen moeten worden genomen om de Chinese banken sterk en gezond te houden. Anders vormt de slechte gezondheid onvoldoende basis voor de toekomstige economische vooruitgang van China.
4.2 Sociale ongelijkheid en de sociale omstandigheden
De welvaartskloof in China tussen stad en platteland is de grootste ter wereld, volgens het China’s Human Development Report 2005. Dit rapport verschaft enig inzicht in de sociale omstandigheden zoals ze nu zijn, en zoals ze invloed uitoefenen op de economische toekomst van China wanneer er onvoldoende gebeurt om de sociale ongelijkheid de kop in te drukken.
Voordat we dieper naar het nu en de toekomst kijken, is het van uiterst belang te weten dat sociale ongelijkheid ook in de geschiedenis van China aanwezig was. Sociale ongelijkheid is van alle tijden, het is ook nooit helemaal uit te bannen, het kan echter wel beperkt worden.
Door de huidige economische ontwikkelingen beginnen mensen echter te zien dat de omstandigheden waarin ze leven niet acceptabel zijn. Er ontstaat sociale onrust. In 2005 waren er 74.000 kleine relletjes. In het verleden waren de boeren de pionnen die de laatste zet deden voor het beëindigen en laten beginnen van nieuwe dynastieën, onder andere door het ontketenen van revoluties en grote massa-opstanden. Een eventuele grote opstand, een directe opstand tegen de Chinese staatspartij als onvreugde tegen het tekortgeschoten beleid, is niet ondenkbaar en een gevaar voor de economische ontwikkeling van China en de stabiliteit van het land. De huidige Chinese overheid is niet van plan dit rampscenario werkelijkheid te laten worden, en heeft volgens het HDR (Human Development Report 2005) zich vooral gericht op 3 punten ter verbetering van het lot van de arme Chinezen op het platteland:
1) Het verbeteren van het onderwijs onder de armste lagen van de Chinese bevolking;
2) Het verbeteren van de gezondheidszorg;
3) Het verbeteren van het systeem van de sociale zekerheid.
Het goede nieuws is dat China in de afgelopen 25 jaar meer dan 250 miljoen mensen boven de armoedegrens heeft gesleept. In dezelfde tijdsspanne verdubbelde echter de inkomensongelijkheid. Iemand die in de stad leeft verdiend gemiddeld gezien $ 1.000 per jaar, tegen $ 300 voor iemand die in buitengebieden woont.
Ook leven de stedelingen gemiddeld 5 jaar langer dan een agrariër.
In Tibet kan slechts de helft van de bevolking lezen en schrijven terwijl 97 procent van de inwoners van Beijing, Shanghai en Tianjin alfabeet zijn. Landelijk gezien zijn er dubbel zo veel vrouwen alfabeet dan mannen.
Andere negatieve punten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en het sociale zekerheidsstelsel:
* Minder dan 1,5% van de Tibetaanse kinderen gaan naar de middelbare school, terwijl meer dan 60% van de kinderen van de grotere steden het na de basisschool hogerop zoeken. De verschillen tussen basiseducatie (basisschool) en de overstap naar middelbare school zijn dus erg groot, veel kinderen maken die stap niet. Het onderwijs moet voor armere mensen beter betaalbaar zijn om ze uit de zogenaamde armoedecyclus te halen. Zo verdient men uiteindelijk meer en ontstaan er minder inkomensverschillen in het land.
* Slechts 15% van de bewoners van de buitengebieden had medische verzekering in 2004. Dit terwijl de helft van de stedelijke bevolking in het bezit was van een volledige verzekering.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de erbarmelijke sociale omstandigheden onder de armere bevolking van China. Door de economische ontwikkelingen is er een nieuwe middenklasse ontstaan, zijn de rijke stinkerds nog rijker geworden, maar de armen profiteren te weinig mee. De kans dat ze dit nog lang verdragen is klein, en er is dan ook dringend ingrijpen nodig door de Chinese overheid om dit grote probleem het hoofd te kunnen bieden en de stabiliteit van het land in de toekomst veilig te stellen.
4.3 Milieuomstandigheden en het tekort aan energie
De Chinese stoomtrein dendert maar door. Sneller en sneller, want hoe sneller hoe beter. Wat dat betreft leven de Chinezen nog zoals wij leefden aan het begin van de industriële revolutie tot 1970, toen het milieubesef eindelijk in voldoende mate ontwikkeld was dat we doorkregen dat we maatregelen moeten nemen om milieuvervuiling tegen te gaan. Economische groei is leuk, maar als dat ten koste van het milieu gaat, en vooral op de schaal zoals dat nu in China gebeurt, moet er nodig wat gebeuren om iets terug te doen voor moeder Natuur. Niet alleen omdat groen zo mooi staat, maar ook omdat de economie er in de toekomst zelf bij gebaat is.
Wie langzaam een kuil graaft, heeft weinig kans om er in te vallen. Graaft men snel een kuil, dan gaat men onvoorzichtig te werk. Door die onvoorzichtigheid bestaat de kans dat men in zijn eigen gegraven kuil valt. Dit is wat er momenteel met China (en in meer of mindere mate met de hele wereld) aan de hand is op het gebied van milieu. Duurzame groei gaat boven kortstondige grote economische groei met een hard einde, maar de mensen hebben dat niet door, ze denken alleen maar aan de korte termijn, waardoor de gevolgen op lange termijn niet te overzien zijn bij voortzetting van de leefwijze en bij handhaving van de productiemethoden zoals men altijd al gewend is.
Er zijn over het algemeen drie grote problemen.
* Het land heeft enorme voorraden steenkool, maar aan overige energiebronnen een tekort;
* De economische groei is gebaseerd op een zeer verkwistend gebruik van energie;
* Het milieubesef onder de bevolking is onvoldoende ontwikkeld.
Het land heeft enorme voorraden steenkool, maar aan overige energiebronnen een tekort, en de economische groei is gebaseerd op een zeer verkwistend gebruik van energie.
Niet minder dan 70 procent van China’s energiebehoefte wordt gedekt door steenkool, de enige energiebron die het land in overvloed bezit. Het is natuurlijk zo dat deze kolen vervuilen, en daarom liggen veel steden onder een laag roet. Zeven van de tien meest vervuilde steden ter wereld liggen nu in China. Er sterven jaarlijks (als gevolg van de luchtvervuiling) meer dan 20.000 personen aan ademhalingsziektes.
De Chinese overheid, gezeteld in Peking, ziet het gevaar en probeert om energiebronnen te spreiden, dus over te schakelen op energiebronnen die minder of niet vervuilend zijn. Zo wordt China ook minder afhankelijk van de steenkoolindustrie. Waterkracht, windenergie en zonkracht zijn drie van de meest veelbelovende alternatieve energiebronnen. Waterkracht is helemaal interessant, gelet op de snelstromende rivieren die door het westen en zuidwesten meanderen. Een zeer beroemd en vooruitstrevend voorbeeld is de chinese Drieklovendam moet – als de derde bouwfase in 2009 is afgerond – 18.200 megawatt aan capaciteit opleveren. Dit is even veel als het gecombineerde vermogen van 30 grote kolengestookte centrales. Het enige nadeel is dat de dam 185 meter hoog wordt. Waarom? Als de dam het begeeft, zal de destructieve kracht waarschijnlijk groter zijn dan die van een atoombom. Gelukkig is er in het ontwerp dan ook rekening gehouden met militaire aanvallen, nucleaire explosies en natuurrampen (zoals aardbevingen).
Echter, nog steeds is China grotendeels afhankelijk van het buitenland voor de dekking van zijn energiebehoefte. China is na de V.S. de grootste consument van olie ter wereld met 2,5 miljoen ingevoerde vaten per dag. In 2015 zal dit aantal waarschijnlijk verdubbeld zijn. Peking probeert dit tegen te gaan door belangen in buitenlandse bedrijven te verkrijgen, echter, dat gaat niet altijd even makkelijk.
Een ander groot probleem is het energieverbruik van China. Dit is veel te verkwistend. Voor iedere dollar nationaal product gebruikt het land drie keer zo veel energie als de rest van de wereld, vijf keer zoveel als de EU en zelfs acht keer zoveel als Japan. Waarom is dat zo? Dat heeft vooral te maken met het gebrek aan besef dat de natuurlijke hulpbronnen eindig zijn, net zoals dat in het Westen niet lang geleden ook zo was.
(Bron 4.3.3: Tekst van Mao Zedong, 1966)
Pas in de laatste jaren realiseren de leiders zich dat een andere koers onafwendbaar is. In het nationale ontwikkelingsplan voor 2006-2010 wordt voor het eerst gezegd dat de groei duurzaam moet zijn, en niet ten laste van het milieu mag gaan. Dit is de theorie, nu de praktijk nog. De State Environmental Protection Agency (SEPA) is belast met de controle en strafuitdeling. Het probleem is dat er vaak een hechte relatie is tussen de lokale SEPA en de overtreder (bijvoorbeeld een fabriek die illegaal loost). Ook mag de boete nooit hoger zijn dan 200.000 renminbi, wat natuurlijk een schijntje is vergeleken met de kosten van het kopen van een waterzuiveringsinstallatie. De overheid zal in de praktijk veel strenger moeten optreden dan nu gebeurt, anders zal China alsnog zijn eigen (economisch en ecologisch) graf graven, alle nieuwe goedbedoelde wetten ten spijt.
Het milieubesef onder de bevolking is onvoldoende ontwikkeld.
We hadden het over de praktijk.
Het tweede grote probleem is dat het te volk weinig aandacht besteedt aan de milieuproblemen.
China’s snelle groei in de laatste decennia heeft een kritieke impact gehad op de natuurlijke hulpbronnen van het land. Over het algemeen is de bevolking zich niet bewust van dit feit, en ook erg onverschillig bij het beschermen van de omgeving en de natuur. Hierdoor is de kwaliteit van het land, het water en de lucht flink achteruit gegaan.
In 2002 werd er een enquête gehouden onder de Chinese bevolking. De mensen werd gevraagd welke problemen zij het belangrijkst vonden. Het milieu stond op de 10e plek. In 2005 werd door de State Environmental Protection Administration onderzoek gedaan naar de actieve participatie van de Chinese bevolking bij milieuzaken. Slechts 20% van de inwoners houdt zich op een of andere wijze bezig met het milieu. Interessant weetje: het Chinese woord voor dier is dongwu. Dit betekent iets als ‘bewegend ding’. Hoezo, Chinezen zijn niet zo gek op hun medeschepselen in de natuur. Henk Schulte Nordholt, schrijver van het boek De Chinacode Ontcijferd, is getuige geweest van enkele schokkende taferelen. Chinese bezoekers van een dierentuin doofden sigarettenpeuken uit op apen. Op de voedselmarkt van Taipei knipten verkopers met een enorme schaar de hoofden van (levende!) schildpadden af voor ze aan een klant te verkopen. Op een plein werd een marter met benzine overgoten en aangestoken.
Het moge duidelijk zijn dat het milieubesef onder de bevolking te laag is. Zonder het milieu is de economie van China echter nergens, dus hier moet nodig wat aan veranderen.
Het goede nieuws is dat mensen uit zichzelf al actie beginnen te voeren. Een voorbeeld zijn de Chinese boeren, die zich steeds vaker en feller tegen fabrieken verzetten die hun land en grondwater vervuilen. Natuurlijk is dit allereerst eigenbelang, maar er er komen ook steeds meer NGO’s (niet-gouvernementele organisaties, organisaties niet opgericht en niet onder controle van de Chinese staatsoverheid, oftewel, deze organisaties zijn opgericht door mensen uit eigen initiatief) op die zich inzetten voor een beter milieu. Er zijn ongeveer 2.000 milieugroepen actief in China. Ze houden zich bezig met onder andere:
* Voorlichting op scholen en door middel van lezingen;
* Bescherming van de biodiversiteit;
* Dierenbescherming;
* Het blokkeren van grote projecten die het milieu schaden.
Als voorbeeld bij dit laatste punt kunnen we noemen dat in 2004 de afdamming van de Nu-rivier in de provincie Yunnan werd tegengegaan door samenwerking van een paar verschillende organisaties . Deze rivier is één van de weinige ongetemde rivieren in het land. De bergen waar hij doorheen stroomt puilen uit van de zeldzame dieren en planten. Met de indamming wilde men voorzien in de bouw van dertien waterkrachtdammen die meer elektriciteit moeten opleveren dan de Drieklovendam. Zoals te lezen valt is er dus een continue afweging tussen onafhankelijkheid van energiebronnen enerzijds en volledige milieubescherming anderzijds. Door de protesten en de verzameling van meer dan 50.000 handtekeningen zijn er nog steeds geen definitieve beslissingen genomen.
Ook het feit dat lokale pers nu wordt aangemoedigd milieuproblemen aan de kaak te stellen, beperkt onder andere illegale lozingen en grote milieuvervuiling door bedrijven, omdat ze anders negatieve publiciteit krijgen met alle gevolgen van dien. Bedrijven zelf zijn, door de overheidssubsidie, de strengere wetten en de regelmatige controle ook milieubewuster bezig. Dit is echter onvoldoende om in de toekomst grote ecologische en daardoor economische schade te voorkomen. China zal meer moeite moeten stoppen in duurzame economische groei om de natuur te behouden, en daarmee economische vooruitgang in de toekomst veilig te stellen.
4.4 Openmarkteconomie en Partij gaan niet samen
Toen in 1949 de communistische partij aan de macht kwam, hoopten de chinezen dat deze onder anderen de sociale ongelijkheid zou omvormen in gelijkheid. Onder andere door middel van de volgende maatregel probeerde de partij de sociale ongelijkheid tegen te gaan.
* Door middel van druk maar vooral propaganda moesten de boeren ‘heropgevoed’ worden tot boeren die ‘ met inzet en enthousiasme’ collectieve arbeid gingen verrichten. Hierdoor zouden ook de landbouwopbrengsten moeten stijgen.
Propagenda is het beïnvloeden van de publieke opinie om aanhangers te winnen voor bepaalde principes. De Chinese Communistische Partij (CCP) gebruikte propagenda om het volk te winnen voor de Partij, voor de standpunten die de partij in hield, om het volk te weren tegen invloeden van buitenaf. Op deze manieren werd het Chinese volk dom gehouden. De mensen werden zo erg beïnvloed door alle propagenda dat de Chinese Partij als waarheid werd aangezien. Andere meningen telden niet meer, andere standpunten waren per definitie niet waar. Het was gevaarlijk om tegen de Partij te zijn, want er was een sterk controlesysteem, nergens werd je toegestaan je eigen mening erop na te houden. Anders liep je het risico gevangen je sociale status te verliezen, of je baan, of in de gevangenis terecht te komen, of zelfs te worden geëxecuteerd.
In 2001 executeerde China volgens gegevens van Amnesty International nog meer mensen in drie maanden tijd, dan de rest van de wereld in drie jaar tijd deed. Overtredingen waarop de doodstraf staat zijn onder andere:
* Gewelddadige misdaad;
* Drugsdelicten;
* Separatisme (lid zijn van een afscheidingsbeweging);
* Hulp bieden aan mensen die vanuit Tibet de grens over willen steken;
* Steekpenningen aannemen / aanvragen;
* Belastingfraude, verzekeringsfraude;
* Benzine stelen (!);
* Voeding verkopen die schadelijk is voor de gezondheid.
Het gevolg was dat er weinig sociale onrust was, want als men in opstand kwam, werd deze opstand vaak krachtig de kop in gedrukt. Het Chinese volk was relatief rustig en hield wijselijk z’n mond dicht. Dit terwijl de sociale omstandigheden bepaald niet voldoende waren naar onze huidige en toenmalige Westerse standpunten en ideeën.
Ook nu is de invloed van de Partij nog behoorlijk groot. Het is echter zo dat de combinatie Partij – open economie gewoonweg niet mogelijk is. De Partij wil gewoon een te grote invloed uitoefenen op de maatschappij om de markteconomie op z’n best te kunnen laten werken.
Hoewel de economie op het eerste gezicht goed lijkt te lopen, zit een ongeluk momenteel in een klein hoekje. De 74.000 kleine relletjes zoals besproken in deelparagraaf 4.2 zijn daar een goed voorbeeld van. De mensen ruiken aan de economische groei en ze merken dat het goed is. En als iets goed is, dan wil je er meer van.
De bedoeling van de overheid is echter minder duidelijk. Volgens sommige bronnen gooit de overheid de deuren van China slechts voor korte duur wagenwijd open, om zo de economie een leuke ‘boost’ te geven, om de deuren daarna weer keihard dicht te slaan. Sommige bronnen gaan nog verder, zij wijzen erop dat China daarna overgaat tot een agressieve aanpak. Met de economische macht die China heeft opgebouwd kan China zich dan in de toekomst een groot leger veroorloven. Ook sluiten ze niet uit dat China dan met atoombommen begint te strooien.
Wat men echter over het hoofd aan het zien is, is een belangrijke factor die de Chinese overheid kan breken. Namelijk de bevolking zelf. Zal zij accepteren dat de Partij de economie van China weer overlaat aan staatsbestuur? Dat China weer grotendeels zelfvoorziend wordt? Als men terugkijkt naar de geschiedenis, dan zien we dat het communisme weinig goeds heeft gebracht in de landen waar de overheid communistisch was. Hongersnoden. Te weinig werk. Oorlogen.
Kijk dan eens naar de kant van het kapitalisme, waar de Chinese bevolking momenteel zo blij mee is. Hoge inkomens, vrijheid om te doen en te laten wat je wilt en luxe zijn slechts enkele voorbeelden van deze vorm van economie.
Ook al gaat de overheid niet zo ver als deze bronnen zeggen, wat veel waarschijnlijker is, dan blijft de invloed van de overheid, de Partij, te groot om de bevolking volledig zijn gang te laten gaan. Hoe lang de bevolking nog blijft pikken dat de Partij hun leven in haar hand houdt, is niet te voorspellen. Hoe lang het duurt voor enerzijds de Partij verdwijnt (waarschijnlijker) of anderzijds de open economie verdwijnt (stuk minder waarschijnlijk) is ook onvoorspelbaar. De klap die het verdwijnen van de Partij teweeg brengt op de economie van China is ook onvoorspelbaar. Zal er een revolutie plaatsvinden? Zal de economie van China volledig instorten omdat de Partij niet toe wil geven? Zal de Partij de opmerkingen en opstanden met harde hand de kop inslaan? Of zal de Partij, net zoals nu, geleidelijk door blijven gaan met de vercommercialisering en democratisering van China, totdat de Partij uiteindelijk één van de politieke partijen van China wordt, een soort SP?
Voor de economie van China is dat laatste van belang. Het gevaar is dat we niet weten in hoeverre de Partij hiermee akkoord zal gaan in de toekomst.
4.5 Corruptie en nepotisme
“Corruptie is het verschijnsel waarbij iemand in een machtspositie ongeoorloofde gunsten verleent in ruil voor wederdiensten of als vriendendienst.”
“Nepotisme is het begunstigen van eigen familieleden door autoriteiten, b.v. door ze in hoge functies te benoemen of door ze opdrachten te gunnen.”
(bron: Wikipedia. Overigens wordt de definitie van corruptie niet overal zo beschouwd)
De Chinese economie zit niet altijd even fris in elkaar. Het gebeurt maar al te vaak dat ambtenaren steekpenningen aannemen van bedrijven die graag zonder al te veel administratieve rompslomp gelijk aan de slag willen.
Bedrijven die graag makkelijk hun gang willen kunnen gaan, bouwen relaties op met relevante plaatselijke personen die hun daarbij kunnen helpen. Hoe? Door het houden van etentjes, uitstappen en het uitdelen van flinke smakken geld.
Met alle nadelige gevolgen van dien, denk bijvoorbeeld aan milieuvervuiling of oneerlijke vormen van concurrentie.
In welke sectoren vindt dan de meeste corruptie plaats? Vooral in sectoren die te maken krijgen met buitenlandse bedrijven. Denk hierbij aan de banksector, de dienstensector en de industrie. De agrarische sector heeft betrekkelijk weinig te maken met corruptie, simpelweg omdat daar voor buitenlandse bedrijven het minste te verdienen valt.
Wat is nou de economische impact van corruptie? Daar zijn economen het niet over eens, er is ook nauwelijks onderzoek naar gepleegd. In eerste instantie zijn er geen nadelige economische gevolgen voor de macro-economie. China zelf zal er in principe geen last van ondervinden. Echter, op kleinere schaal binnen China, zullen bedrijven die benadeeld worden door bijvoorbeeld de oneerlijke concurrentie de overheid (of het WTO, die op zijn beurt de overheid weer contacteert) op de vingers tikken. Zij willen evenveel kansen hebben om hun bedrijf uit te bouwen als elk ander bedrijf, en door de vriendelijke ambtenaar wordt die kans dat hun niet gegund. Het gevolg kan zijn dat buitenlandse bedrijven hun heil ergens anders zoeken. En dat is het moment waar China wél de pijn begint te voelen. En dat is waarom China wél wat moet doen tegen corruptie.
Wat kan de Chinese overheid dan doen tegen corruptie? Enkele maatregelen:
* Strenger optreden tegen corruptie, bijvoorbeeld door hogere boetes en hogere strafmaten vast te stellen;
* Strengere controle door het aanstellen van betrouwbare controleurs en het aanmoedigen van media om nieuws over corruptie niet in de doofpot te stoppen;
* Het persoonlijk aansprakelijk stellen van ambtenaren (overheid) of andere personen die te maken hebben met sectoren gevoelig voor corruptie, denk hierbij aan het bankpersoneel dat bij het uitlenen van niet-terugbetaald geld persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld.
Omdat corruptie behoorlijk ingeburgerd is in het Chinese denkbeeld, is het moeilijk om corruptie volledig uit te bannen. Dit is echter ook in de rest van de wereld zo, dus corruptie levert slechts een miniem probleem op voor de toekomstige economische ontwikkeling van China.
4.6 Afhankelijkheid van buitenlandse investeerders
Hier kunnen we betrekkelijk kort over zijn. China geniet behoorlijk van de buitenlandse investeerders, zie daarvoor Deelvraag 3 met de cijfers over de buitenlandse investeringen en het hoe en waarom de buitenlandse investeerders zo graag in China zitten.
Aan de ene kant heb je de enorme inkomsten uit buitenlandse investeringen en export. Daar zit aan de andere kant wel een gevaar achter: wie zegt dat China ook in de toekomst kan rekenen op grootschalige buitenlandse investeringen?
Critici die vinden dat China te afhankelijk is van buitenlandse investeerders halen naar voren dat de de ‘foreign trade dependence ratio’ (het percentage van het BBP dat wordt verdiend aan handel met het buitenland – dus inclusief buitenlandse investeringen) te hoog is. In 2005 was dit inderdaad 80 procent, wat groter is dan dat van vele andere landen, inclusief de V.S., Japan en India. De Chinese afhankelijkheid van export, op zijn beurt, heeft dan weer wrijving veroorzaakt met handelspartners, daarbij mogelijkerwijs de economische veiligheid van China in gevaar brengend.
Critici van deze critici zeggen dat bij de berekening van deze ftdr te weinig rekening werd gehouden met de Chinese dienstensector die behoorlijk op gang is gekomen en dus ook bijdraagt bij het Chinese BBP.
Hoe dan ook, het aandeel export/buitenlandse investeringen is groot en dus afhankelijk van gebeurtenissen waar de Chinese overheid weinig invloed op heeft. Is het mogelijk dat China in de toekomst zijn investeerders gaat verliezen, en daarmee flink terugvalt op de economische ladder?
Kort en krachtig: het is niet waarschijnlijk, zelfs onwaarschijnlijk. De lage lonen mogen dan stijgen, het gemiddelde loon is nog altijd veel lager dan in andere landen. Daarbij komt dat de prijs (lonen)/ kwaliteit (arbeidsproductiviteit) –verhouding bijzonder goed is vergeleken met andere ontwikkelingslanden. De investeringen in R&D hebben China goed gedaan en geven ook in de toekomst een goede basis voor de kenniseconomie. De enige manier waarop China in de toekomst haar buitenlandse investeerders kan verliezen is door extreme omstandigheden. Extreme omstandigheden als internationale spanningen (eventueel oorlog), grote sociale onrust (rellen en opstanden, burgeroorlog) of een komeet die China van de kaart veegt. De kans dat dit soort zaken gaan plaatsvinden in de (nabije) toekomst is echter zeer klein.
4.7 Oververhitting
De Chinese economie is vanaf 1980 met een gemiddelde van meer dan 9 procent per jaar gegroeid. Deze groei is mede te danken aan de introductie van marktmechanismen in het socialistische systeem. De overheid stelde enkele gebieden in China open voor buitenlandse investeerders, die toehapten.
Het risico van een deze groeiende economie is (o.a.) dat de gigantische snelheid en omvang van de investeringen in China voor inflatiedruk zorgen. Het gemiddeld prijsniveau stijgt, en de Chinese yuan wordt minder waard.
In een rapport uit 2004* ( Het Chinese groeiwonder / Kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven) worden over de verwachtingen van de economische groei drie verschillende toekomstscenario’s gegeven.
Tabel 4.7.1 Toekomstscenario’s, in procenten groei van Chinese BBP
2004 2005 2006 2007 2008 2009
Zachte landing 9.3 8.1 7.2 6.9 7.4 6.1
Harde landing 9.3 7.1 3.1 6.4 10.4 8.1
Langdurige crisis 9.3 7.1 5.1 5.3 2.8 5.0
(bron: ABN AMRO)
Een korte uitleg van de drie verschillende scenario’s.
* Zachte landing: De Chinese autoriteiten blijken redelijke tot succesvolle maatregelen te hebben genomen, waardoor de economie geen zware klap krijgt. Er moet gedacht worden aan maatregelen als het remmen van buitenlandse investeringen, het verhogen van de rente en het verhogen van de waarde van de renminbi. Ook het verhogen van de minimale reserve van banken is een goede maatregel, want zo houden banken minder geld over om uit te lenen.
* Harde landing: De Chinese autoriteiten blijken weinig succesvol of onvoldoende maatregelen te hebben genomen. Hierdoor raakt de Chinese economie oververhit en zal de economische groei voor onbepaalde tijd onbeperkt blijven;
* Langdurige crisis: De economie van China raakt oververhit en de gevolgen voor de economische groei zijn zeer negatief. Hierdoor zal de economische groei van gemiddeld tegen de 10% dalen tot een gemiddelde van tussen de 4 à 6%, met uitschieters naar beneden.
We hebben de kans op oververhitting nog niet besproken. Hierover zijn verschillende deskundigen het niet eens, maar gemiddeld genomen is de kans op oververhitting momenteel redelijk groot. Sterker, enkele belangrijke indicatoren wijzen op een eventuele oververhitting van de economie van het land. De afgelopen jaren is de inflatie samen met de economische groei flink gestegen. Daarbij moet gezegd worden dat de inflatie in 2005 wel is gedaald van 3,2% in het eerste kwartaal naar 2,8% in het tweede. De explosieve economische groei heeft ook gezorgd voor tekorten aan energiebronnen en transportmogelijkheden. Laat dat nou toevallig de punten zijn waar de Chinese overheid momenteel flink op aan het hameren is. De kans is groot dat China slaagt in het verbeteren van hun energievoorziening (Drieklovendam als beste voorbeeld) en hun infrastructuur (enorme investeringen).
Als de Chinese economie oververhit raakt, dan is de kans op een zachte landing momenteel het grootst. Duidelijk moge zijn dat het zeer onzeker is óf er oververhitting plaatsvindt en in welke mate.
Conclusie behorend bij deelvraag 4
* De Chinese banken zijn onvoldoende solvabel om de economische groei van China bij te benen, dit kan in de toekomst ongewilde negatieve effecten uitoefenen op de economische vooruitgang van China.
* De sociale ongelijkheid is in China momenteel zo groot, dat de Chinese overheid dringend maatregelen moet nemen om dit probleem het hoofd te bieden. Als dat niet of in onvoldoende mate gebeurt zal China het in de toekomst erg moeilijk krijgen.
* China moet werken aan duurzame groei in plaats van alleen economische vooruitgang ten koste van het milieu. Ook moet er overgestapt worden op andere en milieuvriendelijke energiebronnen, dit om minder afhankelijk te worden van het buitenland. Momenteel is dit echt een groot probleem dat in de toekomst zeer nadelige effecten zal hebben op de economie.
* De Chinese Communistische Partij zal moeten verdwijnen als overheid. Dit om de economische vooruitgang van China te kunnen blijven bewerkstelligen. Mogelijkerwijs gebeurt dit niet, waardoor er binnenlandse conflicten ontstaan tussen overheid en bevolking.
* De corruptie zal moeten worden teruggedrongen omdat anders het verlies van buitenlandse investeerders te groot kan worden, echter, dit probleem valt in het niet bij de overige.
* Ook is de afhankelijkheid van de buitenlandse investeringen een aandachtspunt. Het ziet er alleen niet naar uit dat het buitenland in de toekomst snel zal veranderen van investeringsgebied.
* Het voorkomen van oververhitting van de Chinese economie is van groot belang, anders bestaat de kans dat de economie van China in een crisis gaat verkeren in de toekomst.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.