CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

15 januari 2007

Taal:

Woorden:

2.600

Bekeken:

5533 keer (14 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (20 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Inleiding

Wij hebben ons probleem gebaseerd op het hoofdstuk Bevolkingsonderzoek. We hebben ervoor gekozen om het AOW probleem preciezer te onderzoeken. De reden hiervoor is dat wij hier over een aantal jaar ook mee te maken zullen gaan krijgen. Om deze reden zijn wij benieuwd hoe de AOW nu in elkaar zit en hoe dat in 2054 zal zijn.
We werken volgens het stappenplan.

1) Vorm een groep:

2) Kies een Probleem: De regeling van de AOW nu en tegen de tijd dat wij 65 zijn.

Hoofdvraag:
Is tegen de tijd dat wij 65 zijn het werkende deel van de bevolking nog in staat om onze AOW te betalen?

Deelvragen:
1- Hoe is de betaling van de AOW nu geregeld?
2- Hoe ziet de verwachte bevolkingsgroei eruit tot 2054?
3- Wat moet er gebeuren om de AOW in 2054 nog betaalbaar te kunnen maken?

3) Plan van aanpak.
- Informatie: Internet, Guus (Familie van Floortje), Louis (Familie van Renske), wiskunde boek voor berekeningen als extrapoleren.
- Wie doet wat? We doen het grotendeels samen, behalve als het echt niet kan.

4) Internet site’s:
- www.cbs.nl
- www.google.nl
- www.cpb.nl
- www.gepensioneerden.nl
- www.sdnl.nl
- www.nidi.knaw.nl

5) Eindverslag.

Deelvraag 1:

Hoe is de betaling van de AOW nu geregeld?
Op dit moment heeft de overheid een AOW spaarfonds dat onderdeel is van de rijksbegroting. In feite wordt de AOW opgebouwd doordat alle werkende Nederlanders iedere maand een bedrag via hun loonstrook storten. Uit het spaarfonds dat daarmee opgebouwd wordt worden al diegenen, die recht hebben op een AOW-uitkering maandelijks een bedrag uitgekeerd. Zo’n stelsel wordt een “omslagstelsel” genoemd.
Dit systeem wijkt af van dat wat bij de pensioenfondsen wordt gehanteerd. Daar spaar je zelf voor je eigen pensioen. Zo’n systeem heet een “kapitaaldekkingsstelsel”.
Als je 65 jaar of ouder bent krijg je van de staat een uitkering die in feite door het werkende deel van de bevolking bij elkaar wordt gebracht. Anders dan bij het pensioen is het bij de AOW dus niet zo dat het een uitkering is waar je in je werkzame leven zelf voor hebt gespaard.

De afkorting AOW staat voor Algemene Ouderdomswet. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering. Iedereen die in Nederland gewoond heeft en 65 jaar of ouder is, heeft recht op AOW.

Is de AOW voor iedereen hetzelfde?
Nee. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van het aantal jaren dat iemand verzekerd is geweest voor de AOW en van de samenleefsituatie.
Iedereen die legaal in Nederland woont, is meestal automatisch verzekerd voor de AOW. Het maakt niet uit welke nationaliteit je hebt en ook niet of je wel of niet hebt gewerkt.
Iedereen die vanaf hun 15e tot zijn/haar 65e verjaardag verzekerd is geweest heeft recht op een volledig AOW-pensioen. Voor ieder jaar dat je in die periode verzekerd bent geweest, bouw je het AOW-pensioen met 2 procent op. Meestal ben je niet verzekerd in periodes die je buiten Nederland hebt gewoond of gewerkt.
De hoogte van de AOW uitkering hangt ook af van de samenleefsituatie. Met samenleefsituatie wordt bedoeld of iemand alleenstaand, een alleenstaande ouder, getrouwd of niet getrouwd is of een gezamenlijke huishouding met iemand anders voert.

Hoe moet je een AOW-pensioen aanvragen?
Als je in Nederland staat ingeschreven bij de gemeente, krijgt je zes maanden voordat je 65 wordt de AOW aanvraag automatisch thuisgestuurd. Als je in een EU- of verdragsland woont, moet je het AOW-pensioen aanvragen bij het sociale verzekeringsorgaan in je woonland. Als je in je woonland nooit verzekerd bent geweest voor sociale verzekeringen, moet je het AOW-pensioen bij de SVB (Sociale Verzekerings Bank) aanvragen. Als je buiten een EU- of verdragsland woont, moet je het AOW-pensioen bij de SVB in Roermond aanvragen.

Waar komen de problemen rond het betaalbaar blijven van de AOW vandaan?
Aan het einde van de jaren zestig begon het aantal geboortes af te nemen, terwijl de levensverwachting juist begon toe te nemen. Het eerste was onder meer het gevolg van de mogelijkheden tot geboortebeperking en het tweede was het gevolg van verbetering van de medische zorg.
Deze twee factoren leidde tot de “vergrijzing” van de bevolking in Nederland. En dit heeft als gevolg, dat steeds minder werkende mensen de kosten van het AOW-pensioen van steeds meer gepensioneerde op moeten gaan brengen.

Deelvraag 2:

Hoe ziet de verwachte bevolkingsgroei eruit tot 2054?
De bevolkingsgroei is een essentieel onderdeel om te weten om uit te zoeken hoe de AOW er in 2054 uit ziet. We moeten immers een voorspelling doen over de bevolkingsopbouw in dat jaar.
Bij het bepalen van de uitkomst gaan we er vanuit dat het werkende deel van de bevolking in 2054 geen groter gedeelte van haar bruto-loon kwijt is aan AOW-premie. Dat percentage blijft dus constant. Ook gaan we er van uit dat de hoogte van de AOW-uitkering gelijk blijft.
Overigens is het wel zo, dat de Nederlandse overheid via het AOW-fonds een soort buffer opbouwt om de groei van de AOW uitgaven enigszins op te vangen.
Tenslotte gaan we er ook van uit dat de pensioengerechtigde leeftijd gehandhaafd blijft op 65 jaar.
Met het omschrijven van deze uitgangspunten hebben we trouwens meteen drie oplossingen aangedragen voor het geval mocht blijken dat de AOW in 2054 niet meer betaalbaar zou zijn namelijk:
1. Het verhogen van de AOW-bijdrage door het werkende deel van de bevolking;
2. Het verlagen van de AOW-uitkering van de AOW-gerechtigden;
3. Het verhogen van de AOW-leeftijd (de pensioengerechtigde leeftijd).
Hier komen we in deelvraag 3 nog op terug.

We hebben gegevens kunnen vinden waar in staat hoe de bevolking nu is opgebouwd en hoe de bevolkingsgroei er naar verwachting tot 2050 uit zal gaan zien. Door middel van extrapoleren kunnen we een inschatting maken voor het jaar 2054.

We hebben de gegevens met betrekking tot de bevolkingsprognose die we gevonden hebben op de website van het CBS in een Excelbestand ingevoerd. Er waren getallen te vinden over de situatie in 2006. We vonden het totale bevolkingsaantal en de procentuele verdeling in verschillende leeftijdsgroepen.
In een andere tabel werd de ontwikkeling gegeven van 2010 tot en met 2050. Hier werden alleen de absolute getallen weergegeven.
Deze gegevens hebben we eerst uitgewerkt en daarna gecombineerd in een tabel (zie bijlage).
Om een compleet overzicht te krijgen hebben we waar dit nodig was de absolute getallen omgezet in relatieve getallen (percentages). Waar de percentages waren gegeven hebben we deze omgezet in absolute getallen.
Onze bedoeling was om daaruit conclusies te trekken over de bevolkingsopbouw in 2054, anders gezegd: we wilden de voorspellingen van het CBS extrapoleren naar de verwachte situatie in 2054.
De Nederlandse bevolking hebben we opgedeeld in drie categorieën:
- van 0 tot 20 jaar
- van 20 tot 65 jaar
- van 65 jaar en ouder
Deze verdeling is volgens ons een redelijk goed uitgangspunt voor het doen van de voorspelling over het betaalbaar zijn van de AOW in 2054. De groep van 20 tot 65 jaar moet telkens in staat zijn om de premie op te brengen voor de groep van 65 jaar en ouder. Voor wat betreft de AOW kunnen we in de betreffende periode de groep van 0 tot 20 jaar buiten beschouwing laten. Die levert nog nauwelijks een bijdrage aan de AOW-premie.

Het vergelijken van de percentages van de bevolkingsverdeling, zoals die in de tabel over de verschillende periodes zijn weergegeven, heeft natuurlijk niet zo veel zin. Die cijfers zeggen alleen iets over de relatieve verdeling binnen die periodes. Ze geven geen inzicht in de ontwikkeling van de leeftijdscategorieën in de tijd.
We hebben daarom de absolute cijfers met elkaar vergeleken. Die geven wel een beeld ontwikkeling van de aantallen binnen de drie leeftijdscategorieën.
Uit het totale overzicht konden we eerst geen trend ontdekken. Waar we dachten dat de aantallen binnen een categorie terug zouden lopen liepen ze juist weer op en andersom. Er is eigenlijk nergens sprake van een constante toe- of afname. Later zullen we toch wel een paar conclusies kunnen verbinden aan de ontwikkelingen die we hebben waargenomen.

Om te komen tot een voorspelling van de situatie in 2054 zijn we als volgt te werk gegaan.
We hebben de absolute verschillen tussen de aantallen inwoners per leeftijdscategorie uitgerekend. We vergeleken dus 2010 met 2020, 2020 met 2030 enz. De aantallen in laatste periode (2040-2050) hebben we vervolgens door 10 gedeeld en met 4 vermenigvuldigd. De uitkomst hebben we bij de inmiddels bekende aantallen voor 2050 opgeteld. Zo kregen we een voorspelling voor 2054.
In de tabel hebben we de resultaten die we op deze manier door middel van extrapolatie hebben bepaald, in een afwijkende kleur weergeven.

Om een duidelijk overzicht te krijgen van cijfers en vooral van de trends die je er uit kunt afleiden hebben we ook nog twee grafieken gemaakt. Daarin hebben we de periode van 2010 tot 2050 weergegeven. We hebben een lijnengrafiek en een staafgrafiek gemaakt waarin dezelfde gegevens zijn verwerkt.
Vooral de gegevens van de bevolkingsgroepen van 65 jaar en ouder en die van 20 jaar tot 65 jaar zijn belangrijk voor ons vraagstuk. In de grafieken zie je vooral in de periode 2010 tot 2030 de groep van 65 jaar en ouder sterk toenemen terwijl de groep van 20 jaar tot 65 jaar in die periode juist afneemt.

Deelvraag 3

Wat moet er gebeuren om de AOW in 2054 nog betaalbaar te kunnen maken?
Uit onze berekende gegevens in deze po blijkt dat er geen groot probleem zal zijn met de betaling van de AOW in 2054 want we stuiten wel op het probleem rond 2040, wat ook te zien is in de tabel. Hier is het wel een probleem doordat de vergrijzing toeneemt terwijl het werkende deel van de leeftijdsgroep 20 tot 65 jaar afneemt.

Oplossingen voor het eventuele probleem rond 2040.
We hebben eerder al drie oplossingen gegeven;

1. Het verhogen van de AOW-bijdrage door het werkende deel van de bevolking.
2. Het verlagen van de AOW-uitkering van de AOW-gerechtigden.
3. Het verhogen van de AOW-leeftijd (de pensioengerechtigde leeftijd).

Wat er aan gedaan kan worden om dit probleem rond 2040 te verminderen is een van deze drie oplossingen toepassen of een combinatie van deze drie.
Het verhogen van de AOW-bijdrage door het werkende deel van de bevolking lijkt ons geen goede oplossing omdat hierdoor veel onrust en ontevredenheid kan ontstaan. Echter lijkt ons het verlagen van de AOW-uitkering van de AOW-gerechtigden of het verhogen van de AOW-leeftijd (de pensioengerechtigde leeftijd) een betere oplossing. Hierbij betrek je de mensen die gebruik maken van de AOW erbij. Wij zijn van mening dat het belangrijk is dat de pensioengerechtigden zelf ook een bijdrage zullen leveren aan hun AOW op de langere termijn.

Toch zal er in het geval van onze gegevens geen echt drastische oplossing nodig zijn voor het probleem rond 2040. Er zal zeker wel iets moeten gebeuren, maar het hoeft geen hele grote verandering te zijn. In de bijlage is namelijk te zien dat het weer ‘goed’ komt als we tegen 2054 aan lopen. Ofwel, de maatschappij zet haar eigen problemen recht.

Wat zal er met de gegevens gebeuren als er inflatie zal ontstaan?
Wij hebben met het maken van de berekening niet gekeken naar de eventuele inflatie (vermindering van de waarde van geld) die zou kunnen ontstaan. En zoals het er nu uit ziet zal het allemaal in 2054 wel goed komen. Toch zal er rekening moeten worden gehouden met het feit dat er inflatie kan ontstaan. Wanneer dat het geval is zal er zeker een probleem ontstaan.

Toelichting
Als het AOW-inkomen nu E900 euro bedraagt en in 2054 ook, is het inkomen gelijk gebleven maar de verwachting is reëel dat de kosten van levensonderhoud zullen zijn gestegen. Dit is de laatste 40 jaar het geval waardoor we er vanuit kunnen gaan dat deze trend zich zal voortzetten. Dat betekend dat voor hetzelfde inkomen een stuk minder gekocht kan worden.

Oplossingen voor het inflatie probleem
Om het probleem van de kosten AOW in combinatie met inflatie op te lossen zal er flink ingegrepen moeten worden. Hierbij zullen alle drie de oplossingen die wij eerder bedacht zeker een grote moeten spelen.

1. Het verhogen van de AOW-bijdrage door het werkende deel van de bevolking.
2. Het verlagen van de AOW-uitkering van de AOW-gerechtigden.
3. Het verhogen van de AOW-leeftijd (de pensioengerechtigde leeftijd).

Wij zijn zeker niet de enige die over dit probleem na denken. In de politiek wordt er veel over gesproken en gediscussieerd. Er staan dan ook regelmatig artikelen in de krant over de ontwikkelingen die er zijn. We hebben er een gevonden waar een aantal oplossingen in besproken worden en wat ze ermee kunnen doen. Bron: De Gelderlander.


FNV Bondgenoten steunt Bos over toekomst AOW
UTRECHT (ANP) - De AOW moet in de toekomst ook door 65-plussers zelf worden betaald. Dat heeft FNV Bondgenoten donderdag gezegd. De grootste vakbond van Nederland kiest hiermee voor dezelfde oplossing als PvdA-leider Wouter Bos om de AOW in de toekomst betaalbaar te houden.
Eerder kozen de vakcentrales en de centrale werkgeversorganisaties al voor dit antwoord. FNV Bondgenoten stelt wel een aantal voorwaarden. Zo mag de leeftijd waarop mensen AOW krijgen niet omhoog gaan. Ook moet de hoogte van het staatspensioen gelijke tred houden met de lonen in Nederland. En mensen met alleen AOW en geen of slechts een klein aanvullend pensioen van zo'n 10.000 euro per jaar hoeven niet mee te betalen.
De vakbond realiseert zich dat onder deze voorwaarden meer geld nodig is voor de AOW. Door de vergrijzing komen er namelijk steeds meer 65-plussers bij. Om dit te kunnen betalen, wil FNV Bondgenoten evenals de PvdA de AOW-premie fiscaliseren.
Op dit moment dragen alleen mensen tot 65 jaar met werk premie af voor de AOW. Door de AOW-uitkeringen te betalen uit de belastingopbrengsten, gaan ook 65-plussers bijdragen. Zij betalen namelijk ook belasting.
De vakcentrales CNV en FNV, waar FNV Bondgenoten onder valt, en de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland verklaarden zich begin vorig jaar al voorstander van een systeem waarin een steeds groter deel van de AOW-uitgaven uit de belastingopbrengsten betaald wordt. Alleen de kleinere vakcentrale MHP is tegen het plan. In de Tweede Kamer heerst echter groot verzet tegen fiscalisering van de AOW.
Overigens verwacht FNV Bondgenoten dat het probleem van de oplopende kosten van de AOW het best gedekt kan worden door meer mensen aan te slag te helpen. ,,Teveel ouderen, jongeren en vrouwen staan geheel of gedeeltelijk aan de kant, terwijl ze een belangrijke bijdrage kunnen leveren'', aldus de bond in een verklaring.

In dit krantenartikel staat de oplossing zoals de PvdA en de vakbonden dit zien:
De ouderen mee laten betalen aan de AOW door een deel van de belastingen voor de AOW-uitkeringen te gebruiken.
Hierbij word de oplossing die wij hadden gegeven, het verlagen van de AOW-uitkering van de AOW-gerechtigden, bepaald aan de hand van fiscalisering (hoogste inkomens, zwaarste lasten).
Deze oplossing wordt tot op heden nog niet goedgekeurd door de Tweede Kamer.

Conclusie

We gaan er van uit, dat de AOW op dit moment nog op te brengen is zonder dat er iets veranderd hoeft te worden aan de regeling. We menen uit de door ons verzamelde en geanalyseerde gegevens de conclusie te kunnen treken dat de AOW-problemen zich vooral voor kunnen gaan doen in de periode van 2010 tot 2030. Na 2030 blijft de groep van 65 jaar en ouder redelijk constant en neemt de groep van 20 jaar tot 65 jaar juist weer toe.
Om de AOW over de hele periode betaalbaar te houden zouden er volgens ons nu al een aantal maatregelen genomen moeten worden om problemen in de periode 2010-2030 te voorkomen.
Het gaat om de groep mensen die nu ongeveer tussen de 40 jaar en de 60 jaar oud zijn. Voor die groep zou nu een extra spaarfonds gemaakt kunnen worden dat in de periode van 2010 tot 2030 uit gaat keren. Dan is het in die periode niet meer nodig dat de groep mensen die dan tussen de 20 en 65 jaar oud zijn, de hele AOW-premie op moet brengen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.