Geschreven door: | FsB&ReaX^? (5 havo) |
Datum ingestuurd: | 16 september 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.300 |
Bekeken: | 2464 keer (32 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
In dit hoofdstuk gaan we iets vertellen over wat beleggen nou precies is. We vertellen iets over de definitie van beleggen, de beleggingsstrategieën, de beleggingsfondsen en hoe beleggen nou in zijn werk gaat.
De definitie van beleggen
Beleggen is eigenlijk het investeren in een bedrijf of onderneming zodat je hier op korte of op lange termijn koerswinst kan maken. Stel dat je een aandeel koopt van een bedrijf of onderneming dan bezit je een gedeelte van dat bedrijf. Je bent dan dus mede-eigenaar. Als het dan goed gaat met dat bedrijf dan maken ze winst, en maak jij dus ook winst omdat je mede-eigenaar bent. Dan zal jou aandeel dus stijgen. Hoe meer aandelen je hebt gekocht, hoe meer winst je hebt gemaakt. Maar het kan dus ook andersom. Als het slecht gaat met het bedrijf dan zal de waarde van je aandeel dalen en maak je verlies.
Beleggingsstrategie
Een beleggingsstrategie kan zijn dat je eerder wilt stoppen met werken. Je kan nu aandelen kopen die als het goed is op je 50e jaar genoeg geld hebben opgeleverd zodat je nog kan leven van dat geld. Je moet dan wel aandelen kiezen waarbij weinig mis mee kan gaan zodat een faillissement niet mogelijk is. Die aandelen vind je eigenlijk alleen maar in de 25 hoofdfondsen. Want een groot bedrijf is over het algemeen stabieler dan een heel klein bedrijfje dat misschien het ene jaar een heel goed resultaat behaald en het andere jaar misschien een heel slecht resultaat behaald.
Wat is een beleggingsfonds
Een beleggingsfonds is eigenlijk het meest makkelijkste beleggingsinstrument dat er bestaat. Tenslotte hoef je de koers niet nauwlettend in de gaten te houden want experts beleggen jou geld in verschillende ondernemingen. Meestal bestaat een fonds uit aandelen of obligaties. En de waarde van al die aandelen en obligaties bepalen de koers van een beleggingsfonds. Een beleggingsfonds beheert een groot pakket aandelen. Als je belegd bij een beleggingsfonds beleg je dus ook gelijk in veel verschillende bedrijven.
De beheerders van een beleggingsfonds houden dagelijks het economische en financiële nieuws voor je bij. Zij kopen en verkopen aandelen. Je hoeft je dus alleen met beleggen bezig te houden als je daar zelf zin in hebt. Maar dat is dus niet nodig want alles wordt voor je geregeld en voor je bijgehouden. Omdat heel veel beleggers deelnemen heeft het beleggingsfonds veel geld te besteden. Het beleggingsfonds kan dit geld weer gebruiken om in bedrijven te beleggen. Als het slecht gaat met een bedrijf waarin is belegd kan dat gecompenseerd worden door goede resultaten die behaald zijn in een ander bedrijf. Je bent dus minder gevoelig voor koersschommelingen.
Welke soorten zijn er verhandelbaar
Net als bij aandelen zijn beleggingsfondsen in alle sectoren verkrijgbaar. Zo zijn er telecom fondsen, financiële fondsen maar ook beleggingsfondsen die alleen in Nederlandse aandelen of alleen in buitenlandse aandelen handelen.
Wat is het risico met een fonds
De risico’s zijn kleiner dan bij aandelen, maar daardoor kan de winst ook kleiner zijn. Stek dat je een aandeel koopt en die gaat ineens dalen. Dan raak je veel geld kwijt. Maar als je bij een beleggingsfonds zit, en dat beleggingsfonds heeft ook aandelen in dat bedrijf dan zullen de gevolgen minder zijn omdat het verlies wordt gecompenseerd door de winst die is behaald bij andere bedrijven. Het verlies zal natuurlijk veel minder zijn omdat de andere fondsen wel stijgen. Daardoor wordt het verlies dus kleiner. En dat geld dan natuurlijk ook voor het omgekeerde voor de winst. Want er is altijd wel een aandeel dat verlies maakt, en de winst moet dan gebruikt worden om te compenseren. Dus de winst die jij als individu maakt is kleiner.
De voordelen
Beleggingsfondsen hebben vele voordelen, we noemen er een paar.
§ Als je maar EUR 1000 kan beleggen is het moeilijk om dit in veel verschillende bedrijven te beleggen. Bij een beleggingsfonds gebeurd dat wel en hou je ook veel meer vermogen over omdat de kosten lager zijn. Een beleggingsfonds is niet alleen voor minder rijke mensen maar ook voor rijkere mensen en bedrijven.
§ Er is veel toezicht op de beleggingsfondsen. De portefeuillebeheerder van een beleggingsfonds kan niet met je geld in een keer allemaal dingen kopen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt daar toezicht op. Dit is een van de belangrijkste autoriteit op het gebied van toezicht van beleggingsfondsen. Het doel van het toezicht is het zorgen dat er een goede samenwerking is van de financiële markten en het beschermen van beleggers. Voordat een fonds mag beginnen moet het eerst een vergunning hebben. De AFM stelt eisen aan het beheer van een fonds en let er op dat ook na verlening van de vergunning aan deze eisen wordt voldaan. Ook de Nederlandsche bank en de Pensioen- en Verzekeringskamer houden er toezicht op.
Toezicht betekent niet dat je geen geld kan kwijt raken. De toezichthouders letten niet over het beleggingsbeleid van een fonds.
§ Als je van plan bent om aandelen of obligaties te kopen, moet je wel financiële verslagen kunnen begrijpen of een duration kunnen berekenen. Als je dit niet kan dan lijkt het meer op gokken dan op beleggen. Die kennis is niet nodig als je in een fonds belegt. Je moet wel een beetje weten hoe de markt in elkaar zit maar het beleggingsfonds bepaald waar in belegd wordt. Dit wordt gedaan door experts.
Dat er professionals beleggen, betekent niet dat beleggen in fondsen zonder risico is. Er zijn fondsen die hoge kosten in rekening brengen, er zijn fondsen die slechte prestaties laten zien, en er zijn ook nog fondsen die beide eigenschappen combineren. Maar over het algemeen zijn beleggingsfondsen een goede manier om te beleggen voor degene die het geld, de tijd en de interesse hebben.
Om te kunnen beleggen heb je eerst een beleggerrekening nodig. Je moet bij de bank dan een effectenrekening openen. Dit kan telefonisch of je moet even langs de bank gaan. Als je een rekening hebt geopend, kan je beginnen met beleggen.
Allereerst moet je natuurlijk weten waarin je wilt beleggen. Dit moet je doen door advies te vragen of zelf heel goed de beurs in de gaten houden. Als je weet waarin je wilt beleggen is het heel simpel verder. Je belt de bank via een speciale effectenlijn en zegt bijvoorbeeld “Ik wil 50 aandelen X willen kopen”. Als je genoeg geld op je rekening hebt staan is dit zo gebeurd. Dan ben je binnen een paar seconde eigenaar van de aandelen. Als je ook in opties wilt handelen dan moet je eerst een verklaring tekenen dat je op de hoogte bent van de gevaren etc.
Er zijn veel verschillende vormen van beleggen. Wij hebben er vijf uitgekozen. Deze vijf vormen van beleggen gaan we in dit hoofdstuk toelichten. De vijf vormen zijn:
§ 2.1 Aandelen
§ 2.2 Obligaties
§ 2.3 Opties
§ 2.4 Valuta
§ 2.5 Warrants
Een aandeel is deelname in het kapitaal van een onderneming. Een aandeelhouder stelt geld ter beschikking aan een onderneming. Met dit geld koopt hij een stukje van de onderneming (een aandeel), hij wordt dus een klein stukje eigenaar van een bedrijf. Men kan alleen aandelen kopen van een vennootschap, bedrijven met een andere rechtsvorm mogen geen aandelen uitgeven. Men kan ook meerdere aandelen kopen van een onderneming. Een aandeelhouder kan op twee manieren profiteren van zijn belegging: via het dividend en via koerswinst.
Dividend is een bedrag dat jaarlijks wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder en het hangt van de winst af. Meestal gebruikt het bedrijf een deel van de winst om dividend uit te keren. Als het bedrijf dan veel winst maakt kan er een hoog dividend worden uitgekeerd. Als de onderneming weinig winst of verlies maakt dan kan het dividend lager zijn of helemaal niets. Daarom zoekt een aandeelhouder een onderneming met een goede winstverwachting. Maar toch kan een bedrijf dat verlies maakt dividend uit keren. Dat geld komt dan uit de reserves die zijn opgebouwd in betere jaren. Veel bedrijven kiezen er tegenwoordig echter voor een keuzedividend. De aandeelhouder mag dan kiezen: óf het geld óf het geld in de vorm van aandelen in de onderneming (stockdividend). Dit is voor een bedrijf aantrekkelijker. Het bedrijf heeft in het jaarverslag beschreven wat ze met het uit te keren dividend doen.
De marktprijs van een aandeel wordt de koers genoemd. Als de vraag naar een bepaald aandeel toeneemt dan stijgt de koers van het aandeel. Dan word je ingelegde geld meer waard. Maar natuurlijk kan de vraag naar een bepaald aandeel ook afnemen. Dan wordt het aandeel minder waard en lijd je koersverlies. De vraag naar een aandeel wordt bepaald door de vooruitzichten van dat bedrijf en het vertrouwen in de economie.
Een rekenvoorbeeld:
Ik koop 20 aandelen van Ahold, tegen een koers van 60 euro per stuk. Doordat Ahold aangeeft meer aandelen uit te brengen, neemt de vraag naar het aandeel toe. De koers van het aandeel stijgt hierdoor naar 70 euro, hierdoor zou ik (20*10) 200 euro krijgen maar ik kies ervoor om 2 aandelen te nemen en 60 cash. Maar Ahold heeft ook nog winst gemaakt en ik krijg nog eens (20*7,50) 150 euro. Dus heb ik 17,50 per aandeel winst gemaakt
Alles nog even op een rijtje:
Voor de winstbijschrijving:
Aandelen Waarde aandelen
20 aandelen 1200 euro (20*60)
Na de winstbijschrijving:
Aandelen Waarde aandelen Geld bijschrijving
22 aandelen 1540 euro (22*70) 210 euro(60+(20*7,50))
Een instelling die voor een lange duur vreemd vermogen nodig heeft, kan een
obligatielening uitschrijven. Dergelijke instellingen zijn ondernemingen maar ook
organisaties zoals ziekenhuizen, banken en verzekeringsmaatschappijen, het Rode Kruis en de Staat geven obligaties uit. Zo'n lening is in stukken (obligaties) verdeeld die een bepaalde waarde hebben (meestal € 1.000). Een obligatie is een schuldbekentenis. Wie een obligatie koopt, ziet daarop vermeld voor welk bedrag hij in de lening deelneemt, hoeveel rente hij jaarlijks ontvangt en hoe en wanneer de lening wordt afgelost. De obligatiehouder is in tegenstelling tot de aandeelhouder geen eigenaar van de onderneming. Zijn vergoeding is niet afhankelijk van de hoogte van de winst. De obligatiehouder loopt hetzelfde risico als andere schuldeisers: het kan gebeuren dat de instelling zijn betalingsverplichtingen niet meer kan nakomen waarbij de aflossing en renteafdracht in gevaar kunnen komen.
Het lijkt misschien dat een obligatie hetzelfde is als sparen. De obligatiehouder krijgt tenslotte een vaste rente vergoeding. Het enige verschil is dat obligaties, net als aandelen, worden verhandeld op de beurs. En dat betekent dat je koerswinst kunt maken.
Voorbeeld:
Je hebt voor €1000 een obligatie gekocht die 6.5% per jaar uitkeert, De marktrente daalt van 6.5% naar 5%. Je obligatie geeft een hogere rente dan nieuwe obligaties. Gevolg is dat beleggers meer voor je obligatie willen betalen, bijvoorbeeld €1100. Je hebt dan een koerswinst van € 100.
Men spreek over waardedaling van je obligatie als de marktrente boven je obligatierente stijgt en je hem dus niet meer met winst kunt verkopen.
Toelichting:
Een optie is het recht tot koop of verkoop van een bepaalde onderliggende waarde, gedurende een bepaalde termijn, tegen een vooraf vastgestelde prijs.
Met een optie krijg je het recht om iets te kopen of te verkopen.voor dit recht betaal je een bepaald bedrag. Hoe groter de kans dat je winst kunt behalen, hoe hoger de prijs. Is de kans echter klein dat de optie ooit geld gaat opleveren, dan is de optie goedkoop.
Het recht om iets te kopen is een calloptie; het recht om iets te verkopen is een putoptie. Een optie bestaat altijd uit honderd stuks van de onderliggende waarde.
De calloptie
Hiermee krijg je het recht om tot een vastgelegd tijdstip (altijd een derde vrijdag in de maand) iets te kopen tot een vastgelegde tijdstip tegen een vastgestelde prijs.
Bijvoorbeeld een calloptie Koninklijke Olie nov. 150, geeft je het recht om tot de derde vrijdag van november honderd aandelen Koninklijke Olie te kopen à €150 per aandeel. Als de beurskoers van het aandeel in die periode op €155 komt, kun je een mooie winst maken door de optie uit te oefenen en de honderd aandelen te kopen. Daarna verkoop je de aandelen door en maak je een winst van 100 x €5 = €500.
Andersom kan natuurlijk ook, dat betekent dat de beurskoers de hele periode onder de €150 blijft. De calloptie is dan waardeloos.
De putoptie
Eigenlijk is de putoptie precies het tegenovergestelde van een calloptie. Bij een putoptie koop je namelijk het recht om je aandelen tot een vastgesteld tijdstip (weer altijd een derde vrijdag in de maand) te verkopen tegen een vastgesteld bedrag.
Een putoptie Koninklijke Olie nov. 150 geeft het recht om tot de derde vrijdag van november 100 aandelen te verkopen tegen €150 euro per stuk. Als de beurskoers op een moment binnen de periode tot die vrijdag in november €140 is, maak je een mooie winst. Je koopt namelijk de 100 aandelen op de beurs en verkoopt ze door voor €150. Zo maak je een winst van 100 x €10 = €1000. Als de koers stijgt is de putoptie waardeloos.
Het is ook mogelijk om te beleggen in geldsoorten van binnenland en buitenland. Deze manier heeft een groot risico en kans op hoge rendementen. De buitenlandse valuta heet ook wel de vreemde valuta. Een voorbeeld is natuurlijk de dollar. Als je dit gaat doen, handelen in vreemde valuta's, moet je goed weten hoe de economie in het land zelf is.
Internationaal betalen betekent meestal dat de valuta van het ene land moet worden omgewisseld tegen die van een ander land. Deze omwisseling gebeurt in een bepaalde ruilverhouding : de wisselkoers. De hoogte van de wisselkoers wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt. Dat is de markt waar valuta's tegen elkaar worden geruild. Door de moderne communicatietechnieken is de valutamarkt een transparante markt. Met dat laatste wordt bedoeld dat de marktpartijen steeds goed zijn geïnformeerd over de koersen op de verschillende internationale markten. Daarom zal elke munt op ieder tijdstip op elke markt vrijwel dezelfde koers hebben. Als dat niet het geval is, zorgt de valuta-arbitrage ervoor dat zulke koersafwijkingen worden gladgestreken. In de dealingroom volgt de arbitrageant het koersverloop op de belangrijkste financiële markten. Is bijvoorbeeld de dollar in New York duurder dan in Amsterdam, dan koopt hij dollars in Amsterdam om ze met winst onmiddellijk in New York weer van de hand te doen. De gestegen vraag naar dollars in Amsterdam en het toegenomen aanbod ervan in New York zorgen er zo voor dat het koersverschil tussen beide markten verdwijnt. In de figuur is de koersvorming van de Amerikaanse dollar beschreven. Op de verticale as is de koers van de dollar uitgedrukt in eurocenten. Hoe hoger we ons op de verticale as bevinden, hoe hoger de koers van de dollar is en hoe lager de koers van de euro.
Warrants zijn financiële producten die in de jaren 80 een definitieve doorbraak kenden. Dit instrument lijkt op het eerste zicht sterk op de converteerbare obligatie. Ook de warrant geeft immers het recht om in de toekomst een onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. En ook hier is de periode waarin dat kan gebeuren contractueel gestipuleerd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. De warrant is allerminst een obligatie en kan meestal van de obligatie worden gescheiden of geknipt.
Zo lang ze samen worden verhandeld, zal de koers van de obligatie "cum warrant" noteren. Zijn ze van elkaar gescheiden, dan spreken we van een notering "ex warrant". Vanaf dat ogenblik wordt de warrant apart genoteerd.
Er bestaan twee soorten warrants. Gedekte warrants geven recht op de aankoop van aandelen die reeds bestaan. Ongedekte warrants geven recht op de aankoop van aandelen die nog niet bestaan. Bij een ongedekte warrant zal de emitterende onderneming aandelen moeten creëren op het ogenblik dat de warranthouder zijn recht uitoefent. Hij zal dus zijn kapitaal moeten verhogen. Ongedekte warrants worden meestal door de onderneming in kwestie uitgegeven. Gedekte warrants worden meestal uitgegeven door een gespecialiseerde financiële instelling.
De uitoefenperiode is de termijn waarin de warranthouder zijn recht kan doen gelden. Deze periode verschilt van warrant tot warrant, maar ligt gemiddeld tussen drie en vijf jaar. Zolang ze niet uitgeoefend zijn, geven warrants in de meeste gevallen geen recht op een dividend. Dat is logisch: de warranthouder bezit de aandelen nog niet en participeert niet in het kapitaal van de vennootschap.
De warrant lijkt in vele opzichten op een optie. Een optie is namelijk ook een recht om een onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs binnen een vooraf bepaalde periode. Toch bestaat er een aantal duidelijke verschillen tussen een optie en een warrant. De tegenpartij van de warranthouder is altijd de emitterende vennootschap; de tegenpartij van een optiehouder is een andere belegger.
Voorts is de emittent van een warrant ofwel een onderneming die via de warrants later nieuwe aandelen wil creëren, ofwel een gespecialiseerde instelling. De emittent van een optie is de georganiseerde markt waarop de opties worden verhandeld. De uitoefening van opties leidt daarom nooit tot de creatie van aandelen, de uitoefening van ongedekte warrants wél. Warrants hebben meestal een langere uitoefenperiode dan opties. En de handel in warrants vindt gewoon plaats op de aandelenbeurs, terwijl de georganiseerde markt voor opties een specifiek beurssegment of een specifieke beurs is.
Beursrisico loopt een aandelenbezitter altijd. De koersschommelingen op de beurs houden vooral verband met de gang van zaken in het betreffende bedrijf en de bedrijfstak. Daarnaast spelen ook economische, politieke en emotionele factoren een rol van betekenis. Deze factoren hebben invloed op alle aandelenkoersen. Soms zijn ze zo belangrijk, vooral in negatieve zin, dat ze een enorme koersdaling voor alle aandelen veroorzaken. In 1929 deed zich al zo’n vrij plotselinge enorme koersdaling voor met wereldwijde gevolgen, beter bekend al de beurskrach van 1929. Op 19 oktober 1987 – de maandag die later ‘black Monday’ werd genoemd werden de effectenbeurzen in de hele wereld door een financiële aardbeving getroffen. In één dag gingen de aandelenkoersen met 22,6% naar beneden. Achteraf worden dan heel aannemelijke verklaringen gevonden, zoals de te hoge aandelenkoersen, de rentestand, de Amerikaanse betalingbalans en de positie van de dollar. Desondanks kwam de tuimeling van de koersen als een grote verrassing. Het beursrisico komt maar zelden tot uitdrukking in een dergelijk debacle. Meestal is het beursrisico beperkter van omvang. Als de koersen op de beurs nauwelijks reageren op bepaalde gunstige berichten omdat veel mensen en ook een deel van de beroepshandel op vakantie zijn, hebben we eveneens te maken met dit algemeen beursrisico. De geleidelijke afbrokkeling van koersen bij weinig handel behoort eveneens tot dit risico, al is het risico dan veel beperkter.
Kansen:
De opbrengsten van obligaties zijn over de gehele periode hetzelfde. Men koopt een obligatie bij een bepaalde onderneming of organisatie, op de obligatie staat om hoeveel geld het gaat vaak €1000,- per obligatie en de afgesproken rente opbrengsten per jaar. Dit is een hele duidelijke investering die vooral voor de oude dag wordt gebruikt. Dit komt ook omdat hier weinig risico’s aanzitten, het risico is dat het bedrijf failliet gaat en je al je geld verliest is bijzonder klein als je in grotere bedrijven belegt, bijv. KPN, Philips, Mcdonalds of in de overheid.
Maar er zijn natuurlijk wel een paar risico’s:
§ Je hebt een bepaalde hoeveelheid geld geïnvesteerd en je krijgt een vast rente bedrag per jaar maar de inflatie is hoger dan de vaste rente per jaar. Hierdoor neemt je hoeveelheid geld toe maar de waarde van je geld af.
§ De rente kan na de investering in de obligatie stijgen, hierdoor zal de obligatie minder op de beurs opbrengen dan er is geïnvesteerd.
§ Je investeert in een bepaalde onderneming, maar die onderneming kan zijn ideeën niet waarmaken en kan de rente en/of aflossing niet meer afbalen. Hierdoor kan de investeerder het gehele ingelegde vermogen of een deel van het ingelegde vermogen kwijt raken.
§ Als je een Amerikaanse obligatie koopt met Amerikaanse dollars en dus ook uitbetaald krijgt in Amerikaanse dollars kan de geldwaarde van Amerikaanse dollars ten opzichte van de euro minder waard geworden zijn. Dan kun je misschien in Amerika nog veel van de opbrengst kopen maar in landen met de euro stukken minder.
Kansen voor calloptie:
Je kunt grote winsten maken met callopties, je kunt bijvoorbeeld het recht kopen om op een bepaalde datum een optie voor op een voor een van te voren afgesproken prijs een pakket aandelen te kopen. Dan kun je een calloptie kopen met een vooraf afgesproken prijs van 200 per aandeel en als die datum is aangebroken en het aandeel is opeens 250 euro waart kun je de aandelen met 50 euro winst verkopen. Dan maak je 50 euro per aandeel winst.
Kansen voor putoptie
Met putopties kun je ook grote winsten maken, je koopt bijvoorbeeld het recht om je aandelen op een bepaalde datum voor een van te voren afgesproken prijs te verkopen. Zo koop je aandelen in voor 250 euro per stuk. Dan spreek je af dat je je aandelen voor 300 euro verkoopt op een bepaalde dag, maar op die dag is het aandeel 250 euro waard, dan heeft degene die jouw calloptie(voor hem een putoptie) heeft gekocht een verlies van 50 euro per aandeel, maar heb jij geluk gehad dat jouw aandelen weg zijn voor een hogere prijs dan de marktprijs.
Risico voor calloptie:
Weinig, je moet het recht niet benutten om de aandelen te kopen. Maar je kunt je
Risico voor putoptie:
Bij een putoptie heb je wel een risico, geen risico dat je geld kost maar je had meer aan een bepaald aandeel kunnen verdienen. Je hebt bijvoorbeeld van te voren 150 euro per aandeel afgesproken maar de aandelen zijn op dat moment 200 euro waard.
Kansen en Risico’s:
Het valutarisico is een risico waarmee vooral de aandeelhouders van de grote internationaal georiënteerde bedrijven en van de veel exporterende bedrijven rekening mee moeten houden. Als bijvoorbeeld een veel naar Amerika exporterend bedrijf bij een daling van de dollar zijn prijzen gelijk houdt, zal dat bedrijf minder winst maken. Als dat bedrijf bijvoorbeeld een product in Amerika verkoopt voor $ 1000,- en de dollarkoers is 1,14 euro dan zal dat bedrijf hiervoor 1136 euro ontvangen. Daalt de dollar naar 0,91 euro dan zal dat bedrijf nog maar 909 euro ontvangen. Het bedrijf zou haar prijs dan kunnen verhogen naar $ 1250,- zodat de opbrengst gelijk blijft. Maar door zo’n prijsverhoging verliest het wellicht zijn concurrentiepositie aan Amerikaanse bedrijven, die datzelfde product nog steeds voor $ 1000,- verkopen. Ook in een dergelijke situatie komt de winst onder druk te staan.
Beleggen is het voorzien van een koersdaling of een koersstijging
waardoor je weet wanneer je je aandelen of obligaties moet kopen of verkopen en je dus winst kunt maken. Hoe je deze koersdalingen of koersstijgingen kunt voorspellen vertellen we in dit hoofdstuk aan de hand van factoren die daar mee te maken hebben.
De koerswaarde van een aandeel en obligatie wordt bepaald door vraag en aanbod. Is er veel vraag naar een bepaald aandeel stijgt de koers van dit aandeel. Is er veel aanbod van een aandeel dan daalt de koerswaarde van dit aandeel.
Of er veel vraag is naar een aandeel van een bedrijf hangt af van het vertrouwen dat beleggers in dat bedrijf hebben. Hebben ze veel vertrouwen in een bedrijf willen ze veel aandelen van dat bedrijf kopen. Hebben beleggers weinig vertrouwen in een bedrijf zullen ze de aandelen van dat bedrijf niet kopen of, wanneer ze aandelen van dat bedrijf in hun bezit hebben, verkopen. Hoeveel vertrouwen de beleggers hebben hangt af van:
§ Aard van een bedrijf
§ Hoeveelheid dividend dat een bedrijf uitkeert
§ Het verleden van een bedrijf of sector
§ De toekomstverwachtingen van een bedrijf of sector
§ Algemene economische situatie van een land
§ Terroristische aanslagen
De aard van een bedrijf
De aard van een bedrijf bepaalt de hoogte van de koersschommelingen. Een bedrijf uit de kapitaalgoederen sector is veel gevoeliger voor koersschommelingen dat een bedrijf uit de levensmiddelen sector.
Dividend
Als een bedrijf veel dividen uitkeert betekent dit dat het bedrijf veel winst heeft gemaakt. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst waardoor de waarde van het aandeel kan gaan stijgen. Maar het is natuurlijk ook ook zo dat wanneer een bedrijf geen of nauwelijks dividend uitkeert de waarde van het aandeel kan gaan dalen. Maar in sommige gevallen keren de ondernemingen expres geen dividend uit omdat ze de winst willen gebruiken om te investeren in de toekomst. Dat kan ook vertrouwen opwekken bij beleggers waardoor het aandeel kan gaan stijgen.
Verleden
Een bedrijf dat al een lange tijd goede resultaten behaalt geeft meer vertrouwen aan de belegeers dan een bedrijf dat een lange tijd slechte resultaten behaald en veel verlies lijdt. De vraag naar aandelen van het bedrijf met de goede resultaten zal dus hoger zijn dan van het bedrijf dat slechte resultaten behaald, waardoor de waarde van de aandelen van het winstgevende bedrijf een grotere kans op stijgen heeft dan de aandelen van het verlieslijdende bedrijf.
Toekomst
De toekomstverwachtingen spelen ook een grote rol met bij het vertrouwen dat beleggers hebben in een bedrijf of in een sector. Als een bedrijf met hoge toekomstverwachtingen komt dan zal het vertrouwen in dat bedrijf toenemen. Daardoor zal ook de vraag naar aandelen toenemen en zal de waarde van de aandelen stijgen. Maar als een bedrijf met een winstwaarschuwing komt, dat betekent dat ze de eerder gemaakte voorspellingen corrigeren op een negatieve manier, dan neemt het vertrouwen, en de vraag weer af zodat de waarde van de aandelen weer daalt.
Economische situatie van een land
Ook de economische situatie in een land draagt bij in het vertrouwen die beleggers hebben. In een land waar het economisch slecht gaat, en waarbij de vooruitzichten ook niet goed zijn, zullen de bedrijven niet goed draaien. Hierdoor hebben beleggers weinig vertrouwen in de toekomst van die bedrijven. Er zijn dan weinig mensen die de aandelen van de bedrijven willen kopen en daardoor zal de waarde van de aandelen afnemen.
Maar als het wel goed gaat met het land, dan zal het vertrouwen juist toenemen en zullen de mensen weer meer gaan beleggen zodat de waarden van de aandelen weer zullen toenemen.
Terroristische aanslagen
Een terroristische aanslag kan een grote invloed hebben op het vertrouwen dat mensen hebben. Een goed voorbeeld is de aanslagen op het World Trade Center in New York. Na de aanslagen zijn veel aandelen in de waarde gedaald omdat mensen geen vertrouwen meer hadden.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.