CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Nieko Woets (4e klas)

Datum ingestuurd:

12 juli 2001

Taal:

Woorden:

2.550

Bekeken:

3536 keer (1 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (18 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Inleiding:
De entree van het cafe heeft een eigen ingang die los staat van de ingang van het museum. Er is geen doorgang binnenlangs,maar het zit in hetzelfde volume als het museum.
Het interieur ziet er op eenzelfde manier uit als de leeszaal waaronder het zit gesitueerd. De scheve kolommen van de draagconstructie zijn duidelijk zichtbaar en bepalen samen met de glazen gevel van aluminium puien het hoofdbeeld van het interieur. Door het glas heb je uitzicht op het Museumpark en de dijk waaraan het gebouw ligt. Nog net door een hoek van de gevel kan je de Euromast zien. Er direct naast ligt het Natuur Historisch Museum, een ouder gebouw met een moderne uitbreiding aan de zijde van het park.

Interessant om te onderzoeken aan het interieur is als eerste het verband tussen de architectuur van Koolhaas van het gebouw en het interieur van het gebouw en dit toegespitst op het cafe.

Meer gedetailleerd is te onderzoeken hoe de inrichting is verlopen. Wie heeft eraan gewerkt en hoe is het ontwerpproces verlopen? Waarom is de wand achter de bar oranje en de achterwand in de zitruimte van diepblauwe stof met een klassiek tintje. Waarom zit er neonlicht tegen het plafond in grote cirkels en in verschillende kleuren? Waarom ziet het meubilair er uit als redelijk normaal cafe-meubilair met vierkante tafels op een enkele voet en donkerbruine stoelen?

De these: "Het cafe maakte ooit volledig deel uit van het museum, maar komt hier functioneel langzaam van los. In het gebruik door de cafe-eigenaar en de omgang met het interieur maakt het geen deel meer uit van het museum. Ook staat de architectuur van de inrichting onder vuur."

Een kort overzicht

Architecten: Rem Koolhaas, Fuminori Hoshino
Mede-ontwerpers:T.Adam, I.Batenburg, L.van Immerzeel, H.Jacobs, J.Schippers, R.Steiner, Petra Blaisse, G.Förg, M.Peeters, A.Harting, C.Smeets, J.Njoo, E.Arroyo Muñez.
Ingenieurs:Cecil Balmond (Ove Arup & Partners) en het Rotterdamse gemeentebestuur.
Acoustiek:Centrum Bouwonderzoek, TNO-TUE.
Restaurant ontwerp:Günter Förg.
Park ontwerp:Rem Koolhaas, Petra Blaisse, Yves Brunier.
Projectdatum:1988
Openingsjaar:1992
Tentoonstellingsarchitect: Herman Postma (vriend van Van Krimpen, directeur)

Architectuur en interieur


Het is niet alleen Koolhaas geweest, maar ook Fuminori Hoshino, die als architect aan de Kunsthal heeft gewerkt. Dit is opmerkelijk, want dit feit komt slechts in één boek naar voren. In alle andere literatuur gaat alle eer enkel naar Koolhaas toe (wat ook geen vreemde praktijk is).

Het museum staat aan de rand van het Museumpark aan de Westzeedijk. Het heeft eigenlijk geen echte zijde die als entreezijde aangewezen kan worden. Vanaf de Westzeedijk is het niet uitnodigend, omdat er in de directe omgeving nauwelijks parkeerplekken zijn. Vanuit het park vanaf het NAI Instituut en Boymans van Beuningen is het logischer de Kunsthal te benaderen over de asfaltvlakte en de brug, beide ook door OMA ontworpen. Langs het cafe kan je naar de hoofdingang lopen over de hellingbaan, alwaar een groot bord enig misverstand uit de weg ruimt. Op het probleem van de entree wordt al enige jaren gewerkt, maar tot dusver zonder concrete plannen.
De hellingbaan loopt vanaf de Westzeedijk en verbindt het gebouw met de dijk. Het gehele gebouw is meer een paviljoen-achtige object. De beweging vormt het gebouw en de verbinding met de omgeving is sterk aanwezig. Hellingbanen en glazen gevels vallen logisch op hun plek.

Het auditorium maakt een tegenbeweging t.o.v de dijk. Het hoogste punt van de ruimte ligt aan de zijde van het park en hieronder ligt het cafe. De bezoekers hebben zo hun uitzicht op het park aan de rustige zijde van het gebouw. De Westzeedijk aan de andere kant is een drukke doorgaande weg met dubbele gescheiden rijbanen.
Het cafe ligt daarmee in een restruimte gecreeerd door de helling van het auditorium. Voor de functie als rustpunt die een cafe voorstaat, ligt het op een goede plek. Het maakt deel uit van het gebouw, maar niet van de directe 'routing'. Dit komt ook terug in de tentoonstellingen. Het gehele gebouw is gewijd aan een variatie aan tentoonstellingen, die niet noodzakelijk eenzelfde thema dragen en elkaar in hoog tempo afwisselingen (zo'n 25 per jaar). De inrichting wordt niet specifiek afgestemd op een tentoonstelling (op een flexibelere indeling met panelen na), terwijl het restaurant altijd eenzelfde, op het gebruik afgestemde inrichting zal hebben.

Het cafe

Er zijn in het museum diverse veranderingen aangebracht sinds de opening in 1992. Een ervan is de doorgang vanuit het auditorium naar het cafe. Deze doorgang is afgesloten en om als bezoeker in het cafe te komen, moet je eerst naar buiten en vervolgens bij het cafe door de eigen entree naar binnen.
Vanuit het cafe is een doorkijk door een binnengevel naar de ruimte rechts van de hoofdingang. De museumwinkel die hier zat, is ook verplaatst, zodat je nu naar een kleine tentoonstelling kijkt, die daar nu in de ruimte is geplaatst. Het bord om aan te geven waar de hoofdingang zit, is waarschijnlijk pas geplaatst toen de tussendoorgang is verwijderd. Anders kan je een willekeurige ingang kiezen en kom je altijd wel bij de kassa uit, hetzij via de hoofdingang, hetzij via het cafe. In de axonometrische tekening is nog net te zien waar de trap heeft gezeten, die vanaf het balkon naar beneden loopt. Ook aan de inrichting van het cafe zijn een aantal zaken niet meer zoals ze bij oplevering waren.

Het café wordt sterk gevormd door de helling waaronder het ligt. Dit samen met de scheve kolommen en de glazen aluminium gevel bepalen de ruimte. De inrichtingselementen lijken vooralsnog toevoegingen te zijn, die het interieur aanvullen, maar die niet de ruimte maken. De motieven van de interierarchitect zijn interessant om te weten om na te kunnen gaan of dit de opzet is geweest en wat de inrichtingselementen wel dienen uit te drukken. De architect is Günter Förg. Petra Blaisse, die aan meerdere projecten van OMA heeft gewerkt, heeft zich niet bemoeit met het cafe, maar wel met de tentoonstellingsruimtes van het museum.
De aannemer DURA Bouw (verantwoordelijk voor de bouw) heeft in het kader van haar 135-jarige bestaan vijf kunstenaars gevraagd om een kunstobject te maken voor het pleintje tussen het Natuurmuseum en de Kunsthal, waaronder Gunther Forg en ook Henk Visch, Peter Walker, Susano Solano en Borek Sipek. Op deze manier zal Forg in contact zijn gekomen met Van Krimpen om het restaurant op te fleuren met zijn kunstwerk.

Naast de bouwkundig dominerende elementen zijn een aantal opvallende elementen in het interieur aangebracht. Aan het plafond zijn er twee, de ronde neonverlichting, die in meerdere kleuren het gehele plafond bestrijken en de recht aangebrachte leidingen van de electriciteit. De laatste overigens gewoon uitgevoerd in de gele PVC-pijpen. Achter de bar is de wand oranje geverfd. Het is een vorm van aandacht trekken naar de uiting van het cafe-karakter, de bar. De bar is ontworpen door Hoshino en de oranje wand is van Forg.

Vermoedelijk is het werk van Forg erop gericht de "...barbaarse esthetiek..." (van de Kunsthal) te ondersteunen en "...benadrukken door hun subtiele subjectiviteit tegelijk de impliciete rijkdom ervan. Dit steunt op de gedachte van de tot in het absurde toepgepaste "...Nederlandse systeem van rasters en maatvoeringen...",  waarmee Koolhaas wilde aantonen dat hiermee ook mooie dingen gemaakt konden worden (het andere kreeg zijn waardering niet). Hier komt bij dat de Kunsthal betrekkelijk kaal en ornamentloos is. De neonverlichting is wel een vorm van ornament te noemen, maar ligt op een ondergrond van hard en kaal beton. Hiermee verandert de betekenis toch enigszins. Het is niet langer een versiering, maar een toegevoegd element, dat op zichzelf herkenbaar en mooi is, en toch in de context van het gebouw past. Het mag dan in de laatste weken van het project bedacht en uitgevoerd zijn, het heeft zijn waarde binnen het geheel en niet enkel voor het restaurant.

Een minder opvallend bijzonder element is de diepblauwe bank tegen de achterwand op het laagste deel van de ruimte. Het zitgedeelte ervan is verwijderd. Vermoedelijk wordt het gebruik van de bank ontmoedigd ten gunste van de dinertafels voor het restaurant. Dit kan aanvankelijk niet de bedoeling zijn geweest, want volgens de plattegronden zit nu juist hier de lounge, maar in het gebruik is de lounge en het cafe/zitgedeelte precies omgekeerd. Het dient als een element dat de ruimte in het smalste punt, waar je nog net kan staan, beeindigt en voltooit. Een muurschildering zou evenwel volstaan, maar het kaal houden van deze plek zou misstaan. Dat  moet de gedachte geweest zijn om niet het gehele meubel te verwijderen, maar enkel het zitgedeelte.

Naast deze opvallende en voor dit cafe unieke elementen zijn er nog een aantal andere. De houten planken vloer (een typische cafe-vloer), de tafels en stoelen voor het cafe-gedeelte (an sich wederom typisch voor een cafe), de garderobe (enigszins verborgen in een hoek achter een semi-transparant scherm van golfplaat) en de trap na binnenkomst (van marmer, zoals de gevel aan de parkzijde).

Oprichting en exploitatie van het cafe
De expolitatie van de hal gebeurt volledig in pacht. Het is ook aan de pachter om de inrichting te veranderen op een wijze die de exploitatie ten goede komt. De veranderingen aan de inrichting worden in overleg besproken met de Kunsthal, maar de pachter is vrij in het bepalen van de voor hem gunstigste wijze van exploitatie.
Na de oplevering van de Kunsthal was het restaurant nog niet klaar voor gebruik. In de bezuinigingen voor de hal werd het cafe buiten de financien gehouden. De inrichting kwam voor rekening van de Kunsthal na de oplevering en maakte geen deel uit van het project. In twee weken is het restaurant ontworpen!
Win van Krimpen en Koolhaas hebben later aan een oplossing gewerkt. Een voorstel betrof het aanbrengen van een acoustisch plafond. Hier was Van Krimpen niet tevreden mee. Hij verafschuwde het idee van een cassette-achtig plafond. Gunther Forg is pas toen gevraagd om het huidige plafond te ontwerpen met de neonverlichting. Hoshino heeft de bar ontworpen en de blauwe zitbank tegen de achterwand van het restaurant.
Het tot stand komen van het cafe/restaurant heeft een korte, roerige geschiedenis. De angel die hierbij er nog inzit, is dat na de oplevering OMA een aangetekende brief heeft gestuurd aan Van Krimpen met de eis dat er niets aan de Kunsthal veranderd mag worden, want anders worden alle rechters van Nederland erbij gehaald. Echter, er gaat in het gebruik altijd wel wat mis en dus is er wel van alles veranderd. Het druist tegen de verhalen van Koolhaas in dat de wereld in constante beweging is waarin alles veranderd. Niet aan zijn gebouwen!
Binnenkort komen er weer aanpassingen aan het cafe. In hoeverre bepaalde elementen van de inrichting zonder meer vast liggen, wilde Van Krimpen niet zeggen. Het cafe wordt dermate door het gebouw bepaald, dat m.i. de bar, de oranje wand, de blauwe bank en de neonverlichting vaste elementen zijn waar niet aan gesleuteld mag worden, maar dat is niet het geval. De bank heeft al geen zitgedeelte meer, omdat de vloer werd vervangen en het zitgedeelte niet teruggeplaatst is. Het werd niet gebruikt en zat de pachter in de weg, omdat hij zijn dinertafels er vlak naast wilde plaatsen.

De betrekkelijke relatie tussen gebouw en interieur

Terugkerend naar de these is nu de breuk duidelijk tussen het museum en het cafe. In het gebruik is het aan het museum gekoppeld, want geen bezoekers, dan ook geen klanten. Het park vormt 's avonds een barriere. Maar in het gebruik in de zin hoe je er komt, staat het los van het museum, want het heeft een eigen ingang. Het is wederom aan het gebouw gekoppeld doordat het in hetzelfde volume zit, maar komt er weer van los, omdat het een eigen eigenaar heeft. Het zit aan het museum vast, omdat de hoofdvorm bepaald wordt door het auditorium erboven en is qua inrichting nog sterk verbonden met de architectuur die door het hele gebouw zit, maar de inrichting wordt stilletjes gewijzigd naar de wens van de pachter/eigenaar.

In de ogen van Koolhaas mag er niets veranderd worden aan het gebouw, maar het gebruik in de breedste zin van het woord laten dit niet toe, omdat het anders zijn eigen doodvonnis schrijft en weg zal kwijnen in verminderde bezoekersaantallen en financiele teloorgang.
Het lijkt me ook geen vreemd verschijnsel wat ik hier beschrijf. De bedrijfsvoering verlangt veranderingen aan het gebouw, zonder dat dit het architectonisch beeld te veel verstoort. De architectuur zelve wordt echter niet als heilig beschouwt. Specifiek voor de inrichting is dit veel sterker aan verandering onderhevig. Winkels, kantoren en ook gewoon woningen worden aan de binnenkant volledig getransformeerd als het van eigenaar wisselt, zonder dat dit betekent dat de specifieke interieurarchitectuur de architectuur van het gebouw moet ondermijnen.
Het zal bij het restaurant moeilijk zijn het zodanig te veranderen dat men een compleet andere wereld betreedt. Koolhaas' architectuur is hiervoor te dominant aanwezig. Er zijn aan de huidige inrichting echter geen elementen aan te wijzen, die niet tot het gebouw behoren die onveranderlijk zijn. Ook het opvallende kunstwerk van Förg kan verwijderd worden

Biografie Gunther Forg (engels)
Günther Förg was born in Füssen, Germany, in 1952. He lives and works in Areuse, Switzerland.
In 1973 Günther Förg embarked on his training at the Akademie der Bildenden Künste in Munich. After one year of studies - in 1974 - he had his first separate exhibition, 6 Grey Pictures. In 1979 Förg graduated from the Academy in Munich.
Günther Förg worked as a professor at the Staatliche Hochschule für Gestaltung, Karlsruhe, during the period 1992-98. In 1999 he has returned to the Akademie der Bildenden Künste in Munich as professor of painting and graphics.
In Denmark Günther Förg is represented at Aarhus Museum of Art, Louisiana Museum of Modern Art and the Royal Museum of Fine Arts.
Together, the works at these museums comprise a representative selection of Förg's output, with the collections including painting and sculpture as well as photography.
Günther Förg was awarded the Wolfgang Hahn Prize in 1996.
Because monochromatic color fields are an important aspect of Günther Förg's work, it seems natural to consider him a minimalist painter. However, examination of the range of his work demonstrates Förg's dual purposes. His mimicry of minimalism is indeed homage, but also strives to highlight the failure of modernist ideals.
Förg's fascination with failure is shared with many German artists of the post-war generation. Faced with the aftermath of World War II, the younger genertion has struggled with ambivalence toward their own cultural legacy. This dilemma, though not always directly expressed in the content, plays a central role in Förg's work. He attempts to reassess the positivistic impulse that drove modern art -- art based on paring down color, shape and line to a crucial essence -- by using its devices.

Bibliografie

1. Joseph M. Montaner, "Museums for the new century", Editorial Gustavo Gili, Barcelona, 1995, p.100-106.
2. *Ch.E.van Blommenstein, J.A.Verstegen, "Rapport over de mogelijkheden tot vestiging van een nationale tentoonstellingshal", Rotterdam, 30 dec. 1986.
3. *Hans Kollhof, "Uber Tektonik in der Baukunst",...
4. *Mark Wigley, "White walls, designer dresses. The fashioning of modern architecture", Cambridge/London, 1995.

Tijdschriften

1. De architect, 1990, jg. 21, no. 7, juli/augustus, p.10-11
2. De architect, 1993, jg. 24, no. 1, januari, p.18-34
3. De architect, 1993, jg. 24, no. 1, januari, p.35-37
4. Architectuur en bouwen, 1992, jg. 8, no. 10, p.13
5. Building Design, 1992, no. 1101, 6 november, p.16-17
6. El Croquis, 1992, jg. 11, no. 53, maart, p.102-117
7. *Archis, 1993, no. 1, januari, p.17-27
8. *Domus, 1993, no. 747, maart, p.38-47
9. *Stedebouw, 1992, jg. 44, no. 493, p.53-55
10. *Baumeister, 1992, jg. 88, no. 11, november, p.40-45

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.