Geschreven door: | Elien (5 aso) [meer] |
Datum ingestuurd: | 22 oktober 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.900 |
Bekeken: | 5529 keer (19 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
AENEIS I: VertalingIk bezing de heldendaden van een man die vanaf de kusten van Troje als eerste naar Italië, het strand van Lavinium is gekomen, op de vlucht voor het lot. Hij is dikwijls heen en weer geslingerd op het land en op zee, door de kracht van de goden, vanwege de opgekropte woede van de woeste Juno, en heeft ook veel in de oorlog geleden totdat hij een stad stichtte en de (huis)goden naar Latium bracht, van waaruit het Latijnse volk, de voorvaders van Alba Longa en zelfs de versterkingen van het grote Rome kwamen.Muze, herinner me de oorzaken, door welke schending van de goddleijke macht, welke pijn de koningin van de goden een opvallend vrome man dwingt zoveel lotgevallen te doorstaan, zoveel werken uit te voeren. Kennen de goden zulke grote woede ?
Carthago was een oude stad, door kolonisten van Tyrus bewoond, het lag tegenover Italië en in de verte tegenover de monding van de Tiber, rijk aan macht en zeer fel in ijver voor de oorlog. Er wordt verteld dat Juno haar alleen, meer dan alle andere landen vereerde en dat Samos op de 2e plaats kwam. Hier waren haar wapens, hier was haar strijdwagen. Toen al legde de godin er zich op toe en hoopte dat, als het lot het op een of andere manier toeliet, dit (land) zou heersen over de volkeren. Ze had echter gehoord dat uit Trojaans bloed een nageslacht zou komen, dat ooit eens de Tyrische burchten zou vernielen. Daaruit zou een volk dat overal koning was, trots in de oorlog, komen om Libië te vernietigen : zo beschikten de Schikgodinnen. Dit vreesde ze en Juno herinnert zich de oude oorlog die ze op de eerste rij voor de geliefde Grieken bij Troje had gevoerd. De oorzaken van de woede en de woeste pijn waren nog niet uit haar hart verdwenen. Diep in haar hart bleef het oordeel van Paris, het onrecht van haar afgewezen schoonheid, het gehate geslacht en de eer van de ontvoerde Ganymedes. Bovendien hierdoor aangespoord hield ze de Trojanen, de overlevenden van de Grieken en vooral van de wrede Achilles, die heen en weer werden geslingerd op de hele zee, ver weg van Latium en ze zwierven vele jaren, gedreven door het lot, op alle zeeën rond. Zo'n last was het, het Romeinse volk te stichten !
AENEIS II: Vertaling Allen zwegen en richtten gespannen hun gezichten, vanaf dan begon vader Aeneïs, vanaf een hoog aanligbed, zo : " Koningin, je beveelt me een onuitsprekelijke pijn te herbeleven, namelijk dat de Grieken de Trojaanse macht en het beklagenswaardige koninkrijk vernietigd hebben, die vreselijke dingen die ik zelf heb gezien en waar ik een belangrijke rol in speelde. Wie van de Dolopes, de Myrmidones of welke soldaat van de harde Oddyseus zou zijn tranen kunnen bedwingen bij het vertellen van zo'n dingen? En de vochtige nacht stort al neer uit de hemel en de vallende sterren nodigen uit te gaan slapen. Maar als je zo nieuwsgierig bent om onze lotgevallen te weten te komen, kortom de laatste strijd van Troje te horen, zal ik beginnen, hoewel mijn hart huivert om het te herinneren en vlucht uit rouw.”
“Nu al zoveel jaren verstreken zijn, bouwen de Griekse leiders, gebroken door oorlog en verdreven door het lot, met de goddelijke kunst van Pallas een paard zo groot als een berg, ze weven de ribben met gezaagd dennenhout. Ze doen alsof het een votiefgeschenk is voor de terugkeer, zo deed het gerucht de ronde. Nadat de geschikte mannen uitgeloot zijn, sluiten ze hen hier heimelijk in de blinde flank en vullen de enorme holtes en de buik helemaal met gewapende soldaten.
Aan de horizon ligt Tenedos, een heel bekend en beroemd eiland, rijk aan macht zoalng Priamus' rijk stand hield, nu is het slechts een baai en een onbetrouwbare standplaats voor schepen. Hierheen voeren ze en verborgen zich op het verlaten strand.
Wij geloofden dat ze weg waren en door de wind naar Mycene gebracht. Dus maakte heel Troje zich los van de lange rouw : de poorten werden geopend, het deed plezier buiten te gaan en naar het Griekse kamp te kijken en de verlaten plaatsen en het achtergelaten strand te zien. Hier was de bende van de Dolopes, hier kampeerde de woeste Achilles, hier was plaats voor de vloot, hier strijdden ze gewoonlijk in slaglinie. Een deel staat verstomd bij het noodlottige geschenk van de ongetrouwde Minerva en ze bewonderen de grootte van het paard. Thymoetes spoorde als eerste aan het in de stad te leiden en in de burcht te plaatsen, ofwel uit list ofwel bracht het lot het al zo voor Troje. Maar Capys, en de anderen wiens geest een beter idee had, beveelden de valstrik van de Grieken in zee te storten of het verdachte geschenk in de vlammen te werpen of de holte van de buik te doorboren en de schuilplaatsen te onderzoeken. Het onzekere volk werd verscheurd in tegengestelde partijen. Laocoon kwam als eerste, voor allen, vergezeld door een grote groep, vurig van de top van de burcht gelopen, en van ver riep hij: "O ellendige burgers, wat voor een dwaasheid? Geloven jullie dat de vijand vertrokken is? Of menen jullie dat enig geschenk van de Grieken zonder list is? Staat Odysseus zo bekend? Ofwel zijn er Grieken verborgen, opgesloten in het hout, ofwel is deze machine tegen onze muren gebouwd, om de huizen te bekijken en van boven af in de stad te komen, of het verbergt een of andere list. Vertrouw het paard niet, Trojanen! Want wat het ook is, ik vrees de Grieken zelfs als ze geschenken brengen."
Zo zei hij en hij slingerde met grote kracht een enorme speer in de flank en in de door samenvoegingen gebogen buik van het dier. Zij staat er trillend, en nadat de buik getroffen was, weergalmen de holle holtes en ze lieten een gekerm horen. En, als het lot van de goden niet slecht was geweest, als onze geest niet verdwaasd was geweest, had dit ons ertoe aangezet om met het zwaard de Griekse schuilplaatsen te bezoedelen, en Troje zou er nu nog staan en jij, hoge burcht van Priamus, jij zou gebleven zijn.
Kijk, Trojaanse herders sleurden een jongeman onder luid geschreeuw naar de koning, met de handen op de rug gebonden, die zichzelf spontaan als een onbekende aanbood toen ze aankwamen om precies dit te beramen en Troje voor de Grieken te openen, vastberaden en tot beide bereid, om ofwel listen te beramen, ofwel een zekere dood te sneuvelen. Van overal kwam de samengstroomde Trojaanse jeugd aangestormd, nieuwsgierig en ze spotten om het meest met de gevange.
Verneem nu de Griekse hinderlaag en leer allen kennen uit één misdaad. Want toen hij onthutst, ongewapend midden in de kring stond en met zijn ogen de Trojaanse colonne rondkeek, zei hij:
"Ach, welke aarde, welke zeeën kunnen me nu ontvangen? Want wat rest er mij, ongelukkige voor wie er bij de Grieken nergens plaats is, en van wie de vijandige Trojanen de doodstraf eisen." Door dit geklaag veranderen onze gevoelens en alle geweld is onderdrukt. We sporen aan te vertellen uit welk geslacht hij geboren is of wat hij te zeggen had, hij moest zich herinneren welk vertrouwen er voor een gevangene was. Hij vertelde dit, nadat hij tenslotte zijn angst had neergelegd. "Ik zal u, koning, echt alles naar waarheid bekennen, wat er ook gebeurd zou zijn, ik zal niet ontkennen dat ik van Griekse afkomst ben, dat is het eerste, als de slechte Fortuna Sinon ongelukkig gemaakt heeft, ze zou geen ijdele en leugenachtige Sinon maken.
Als de naam van Palamedes, zoon van Belus en zijn grote roem u toevallig, door erover te spreken, ter ore is gekomen, die wegens vals verraad en met onuitsprekelijk bewijs onschuldig ter dood gebracht is door de Grieken, omdat hij oorlog verbood, en nu bewenen ze dat hij gestorven is: naar hem werd ik door m'n arme vader, sind de eerste jaren, hierheen naar het leger gezonden, als gezel, nabij door bloedverwantschap. Zolang zijn koningschap ongedeerd was, en hij invloed had in de raad van koningen, hadden wij een zekere naam en roem. Nadat hij door de haat van de sluwe Odysseus (ik vertel helemaal niets onbekend) gestorven was, sleepte ik, teneergeslagen, mijn leven in duisternis en rouw voort en bij mezelf was ik verontwaardigd over het lot van mijn onschuldige vriend. Ik, dwaas, zweeg niet, en als het lot het zou toelaten, als ik ooit als overwinnaar naar het vaderlijke Griekenland zou terugkeren, beloofde ik hem te wreken, en met deze woorden bewoog ik een scherpe haat.Vanaf dan begon voor mij het eerste kwaad, vanaf dan joeg Odysseus me schrik aan met nieuwe misdaden, vanaf dan verspreidde hij dubbelzinnige geruchten onder het volk en verzamelde hij bewust wapens, hij rustte immers nooit, totdat, met de hulp van Calchas.... Maar waarom vertel ik deze onaangename dingen tevergeefs opnieuw, waarom draal ik ? Als jullie alle Grieken over een kam scheren, is het genoeg dit te horen. Straf me ! Odysseus wil het graag en de Atriden zouden er veel geld voor betalen."
r. 105 : Trojanen zijn nieuwsgierig : laten Sinon leven
r. 108 : Sinon vertelt verder : Grieken wilden weg van Troje, te veel stormen op zee => naar orakel : Mensenoffer gevraagd
r. 120 : Calchas (na 10 dagen denken) duidt Sinon als offer aan
r. 132 : Offer : Sinon kan ontsnappen
r. 145 : Trojanen vol medelijden : Sinon wordt Trojaan + Vraag naar paard
r. 154 : Roof van het Palladium => Pallas boos -> Paard moet Pallas terug voor de Grieken winnen + Paard werkt voor wie haar vereert : paard in de stad => werkt voor Trojanen
r. 199 : Einde speech Sinon
Toen deed zich iets anders, iets groters en veel huiveringwekkender voor aan ons, ongelukkigen en het verzwaarde onze argeloze harten. Laocoon, uitgeloot tot priester voor Neptunus, offerde een enorme stier bij het heilig altaar. Maar kijk, aan de kant van Tenedos, doken, bij een kalme zee, ik huiver wanneer ik het vertel, twee slangen met enorme kronkelingen op uit zee, gezamelijk doken ze op uit zee, en gezamelijk gaan ze naar de kust. Hun borst, opgericht tussen de golven, en de bloederige kam staken boven de golven, het ander deel streek achteraan over de zee en buigt de enorme rug in kronkels. Er klonk geluid, van de schukmende zee: ze hadden het strand al bezet, met hun brandende ogen doordrenkt van bloed en vuur likten ze de sissende mond met bewegende tongen. We vluchtten lijkbleek uit elkaar door het zicht. Zij gingen met zekere tred naar Laocoon en eerst omhelzen en omstrengelen beide slangen de lichamen van de twee kinderen en met een beet eten ze de ongelukkige ledematen op. Daarna grijpen ze hem die ter hulp komt met speren en ze bonden hem vast met enorme kronkelingen. Ze omvatten reeds tweemaal zijn middel en wierpen tweemaal de geschubte rug rond zijn nek en staken boven hem uit met het hoofd en hun lange nek. Hij probeerde tegelijk met zijn handen de knopen los te rukken, zijn lintjes overgoten met slijm en zwart gif. Tegelijk hief hij huiveringwekkende kreten ten hemel, zoals het geloei, wanneer de gewonde stier het altaar ontvlucht en de onzekere bijl van zijn nek afschudt.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.