Geschreven door: | anoniem (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 5 februari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.500 |
Bekeken: | 1473 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoudsopgave:
Het karakter van de economie,
De arbeidsmarkt,
Het Bruto Natiolnaal Product (BNP),
De economische relaties.
Het karakter van de economie:
India is een heel groot land. In totaal 79,2 keer groter dan Nederland. De oppervlakte van India bedraagt 3.287.590 vierkante kilometer. India is een grondstoffen leverancier en heeft veel eindproducten. Die zijn ook heel divers. Allemaal verschillende dingen. Vaak ligt het ook aan het weer en aan de oogst wat de eindproducten zijn per jaar. Dat is namelijk vaak verschillend. Dat kan liggen aan helt weer en aal de voedingsstoffen die al in de grond zitten.
India importeert machines, ijzer, staal, aardolie(producten), katoen, chemicaliën, kunstmest en (vanwege wisselvallige oogsten en een sterk groeiende bevolking) voedselgranen en rijst. Belangrijkste leveranciers zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Iran, Saoedi-Arabië en Japan.
De belangrijkste exportartikelen zijn edelstenen, sieraden, textiel, katoen, jute, thee, ijzererts, huiden en vellen voor de leerindustrie, verse vruchten, noten en suiker. Een heel nieuw onderdeel is: spoorwegwagons, koelkasten, elektrische kabels en leidingen, dieselmotoren en auto's, maar de export daarvan nam aan het begin van de jaren tachtig af als gevolg van de recessie in de ontwikkelde landen. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, Hong Kong, de Verenigde Arabische Emiraten en de Benelux. Het is dus een heel gehandel omdat het heel veel producten zijn die geïmporteerd en geëxporteerd moeten worden.
De arbeidsmarkt:
De Indiase handelaren en ondernemers spelen in Azië een belangrijke rol (Midden-Oosten, Zuidoost-Azië); daarnaast werken vele Indiërs als gastarbeiders in de landen rond de Perzische Golf. Hun verdiensten vormen een zeer belangrijke inkomstenbron voor het land. Maar veel gast arbeiders heeft India niet. Wel wat maar niet veel.
India is voornamelijk een “boeren” land. Ongeveer 75% van de bevolking woont op het platteland. De agrarische sector biedt aan ruim 65% van de beroepsbevolking werkgelegenheid en draagt voor ca. 30% bij aan het nationaal inkomen. De landbouwgrond wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen (rijst, tarwe), meestal voor de export.
Het grote probleem van India is de Kinderarbeid. Daardoor zijn de areids omstandigheden voor de volwassenen niet zo goed. Ze zijn werkeloos omdat kinderen hun werk hebben over genomen. Of ze werken en krijgen het zelfde loon als de kinderen. En dat is echt heel erg laag. Veel te laag om ook nog een gezin te kunnen onderhouden. Maar dat moet ook gebeuren. En vaak zijn ze ook hun kinderen kwijt omdat die altijd moeten werken. Dit is niet bij alle mensen zo.
Het onderwijs daar is wel heel goed geregeld. Daar is het namelijk zo dat heel veel mensen onderwijs niet kunnen betalen. Daar hebben ze het zo geregeld dat het in de armste staten gratis is voor de mensen die dat niet kunnen betalen.
Elke staat in India heeft zijn eigen systeem van lesgeven en examens afnemen. Voor alle kinderen is de basisschool gratis. In sommige staten is dat bij de middelbare school ook het geval. Dan is het ook gratis. Maar de kosten voor het schrijfgerij, de boeken en het schooluniform moeten de ouders wel zelf betalen. Ook al kunnen ze dat niet allemaal. Met het gevolg dat dat door ook weer kinderen niet naar school kunnen. Omdar al die attributen wel verplicht zijn.
De grondwet in India schrijft leerplicht voor, voor alle kinderen tussen de vier en de veertien jaar voor. Al worden die wetten niet in alle provincies uitgevoerd. Het basisonderwijs en beginnende middelbare onderwijs duren tien jaar. Dan volgt er nog twee jaar middelbaar onderwijs. Na dat twee jaar middelbare onderwijs volgt er nog drie jaar beginnend universitair onderwijs tot aan de eerste graad, en dan volgt het hoger wetenschappelijke onderwijs dat word afgesloten met een academische graad.
Maar alleen de mensen met geld of met uitzonderlijke talenten kunnen worden toegelaten tot universitair onderwijs. De Indiase universiteiten zijn van zeer hoge kwaliteit. Mensen die daar hun geneeskunde behalen hebben groot aanzien overal ter wereld.
Omdat er zo veel verschillende godsdiensten zijn is er ook een beperkte vrijheid om daar voor uit te komen.
In India worden meer films gemaakt dan in welk land ook, meer dan achthonderd films per jaar. De meeste films wort wel alleen door het volk van dat land. Het zijn vaak erg onwerkelijke verhalen waarin traditionele waarden in ere word gehouden, en met vaak een moraal in het verhaal. Ook spelen de goden vaak een belangrijke rol. Maar er worden ook films gemaakt die het internationaal doorbreken. Hieraan kan je zien dat men nog heel veel in de traditie leeft. Dus word het niet veel gerespecteerd als je het daar niet mee eens bent. Dus is er geen spraken van een open vrijheid van mening uiting.
Het vertellen van verhalen is ook heel erg populair. Daar blijven die legendes en mythes bestaan. Dus zijn er geen nieuwe vorderingen.
De mensen die in India leven hebben het niet altijd even goed maar er zijn niet veel mensen die India uit vluchten. Meer mensen die naar India toe komen. Maar India is heel druk bevolkt. Dus kunnen er niet veel mensen meer bij.
Het Bruto Nationaal Product (BNP):
Het geboorte cijfer was in 2000: 25 per 1000 inwoners. En het sterfte cijfer was in 2000: 9 per 1000 inwoners. De bevolkingstoename is in 44 jaar verdubbelt.
Het aandeel van de industrieën het bruto nationaal product bedroeg in 2002 25% (1965: 20%). Dat is dus een grote groei, toename. Het grootste industriegebied ligt rond Mumdai en Poona, met ondermeer katoen industrie als grootse onderdeel. Verder heeft India ook een groot aandeel in de chemische, petrochemische, elektronische auto en plasticindustrie. India is dus een grote producent voor heel veel producten. Ook word er heel erg veel voor de export geproduceerd. Dat is ook een grote inkomsten bron van India.
De economische relaties:
India is een op zich zelf staand land. Niet samen gekoppeld aan een ander.
India is lid van de Verenigde Naties, commissies en gespecialiseerde organisaties van de VN, het Colomboplan, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het Gemenebest, de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), de South Asian Association for Regional Cooperation (SAARC) en van het African Development Fund. Dit is heel belangrijk voor India, omdat ze daarmee ook haar sociale contacten behoud. en er daar alleen mar mee vooruit gaat en dat is heel belangrijk voor en land datin die staat verkeert.
De Indiase vakbonden opereren niet als zelfstandige pressiegroepen: de vakbondsleiding is meestal helemaal in handen van partijpolitici. Grootste vakbond is de Indian National Trade Union Congress (INTUC, beheerst door de Congrespartij; ca. 5,4 miljoen leden in 1990), gevolgd door de All-India Trade Union Congress (AITUC, beheerst door de Communist Party of India (CPI; 3,3 miljoen leden), de Bharatija Mazdoor Sangh (BMS, beheerst door de hindoeïstische Jan Sangh; 4,5 miljoen leden), de Hind Mazdoor Sabha (HMS, beheerst door de Janata; 4,8 miljoen leden) en de Centre of Indian Trade Unions (CITU, beheerst door de marxistische CPI-M; 2,5 miljoen leden). De Indiase arbeidswetten verbieden stakingen in ‘essentiële sectoren’ en stellen arbitrage verplichten. Het land is bestuurlijk ingedeeld in 25 deelstaten en 6 unieterritoria.
Multilaterale hulp ontvangt India vooral in de vorm van leningen via de Wereldbank. Bilaterale hulp wordt hoofdzakelijk gegeven door de landen van de EU (m.n. Duitsland en Groot-Brittannië), de Verenigde Staten en Japan.
India is voornamelijk een “boeren” land. Ongeveer 75% van de bevolking woont op het platteland. De agrarische sector biedt aan ruim 65% van de beroepsbevolking werkgelegenheid en draagt voor ca. 30% bij aan het nationaal inkomen. De landbouwgrond wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen (rijst, tarwe).
Maar nu ontvangt India heel veel hulp. Ook omdat nu net die tsunami is geweest en daar heel veel schade aan is geweest en dat allemaal nog opgeknapt moet worden. Ook zijn heel veel mensen hun huizen en familie kwijt en dat is natuurlijk een heel groot verlies. Er volgen nu zelfs nog steeds bevingen die veel schade aan richten en dat is alleen maar slopend. India heeft op het moment heel veel moeite met opbouwen van het land maar het gaat al heel goed.
Mijn mening:
Het was heel erg moeilijk om informatie te vinden. De informatie die ik vond was of onvolledig of het was hele oude informatie. En dan ding ik zoeken naar recentere informatie en die was dan weer niet verkrijgbaar. En omdat ik dyslectisch ben heb ik er nog meer moeite mee. Het heeft mij heel erg veel moeite en inspanning gekost.
Maar toch vond ik het heel erg leuk. En komt achter dingen die je zelf nooit op zou gaan zoeken of je doet gewoon volledige nieuwe interesse op. Zo wist ik veel dingen van India niet die heel erg interessant zijn en dingen waar je zelf nooit bij stil zou hebben gestaan.
Maar ik heb er heel erg mijn best op gedaan en ik hoor heel erg dat het een mooi en verzorgt werkstuk is geworden.
De informatie die er niet is is verwerkt kon ik niet vinden of was in het Engels. En ik kan dat helemaal niet vertalen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.