ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Esrah (3 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

19 mei 2005

Taal:

Woorden:

600

Bekeken:

1864 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (12 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Wie war der Urlaub? Der war toll.
Hoe was de vakantie? Die was leuk.
Wie waren deine Ferien? Es ging.
Hoe was je vakantie (mv!)? Het ging.
Wo warst du? In Österreich/In Frankreich.
Waar was je? In Oostenrijk, in Frankrijk.
Wo wart ihr? In der Schweiz.
Waar waren jullie? In Zwitserland.
Wie war das Wetter? Wir hatten viel Regen, aber dann wurde es better.
Hoe was het weer? We hadden veel regen, maar daarna werd het beter.
Wir hatten zu wenig Schnee.
We hadden te weinig sneeuw.
Wann hast du Urlaub gemacht? Vom 22. Juli bis zum 4. August.
Wanneer ben jij op vakantie geweest? Van 22 juli tot 4 augustus.
Im Mai
Wie lange wart ihr weg? In mei.
Hoe lang waren jullie weg? Nur ein paar Tage.
Slechts een paar dagen.
14 Tage.
14 Dagen.
Drei Wochen.
Drie weken.
Einen Monat.
Een maand.
Mit wem warst du in Urlaub. Mit meinen Eltern.
Met wie was je op vakantie? Met mijn ouders.
Mit Freunden/Freundinnen.
Met vrienden/vriendinnen
Mit den Eltern von einem Freund/einer Freundin.
Met de ouders van een vriend/vriendin.
Wie seid ihr gereist? Mit dem Bus. Mit dem Zug.
Hoe hebben jullie gereisd? Met de bus. Met de trein.
Mit dem Auto. Mit dem Flugzeug.
Met de auto. Met het vliegtuig.
Wo habt ihr geschlafen? Auf einem Campingplatz.
Waar hebben jullie geslapen? Op een camping.
Wo hast du Übernachtet? In einem Zelt.
Waar heb je overnacht? In een tent.
In einer Ferienwohning.
In een vakantiehuisje.
In einem Hotel
In een hotel.
Was hast du alles gemacht? Ich habe geschwommen.
Wat heb je allemaal gedaan? Ik heb gezwommen.
Ich bin Rad gefahren.
Ik heb gefietst.
Wir sind viel gewandert.
We hebben veel gewandeld.
Wir sind zu Hause geblieben.
We zijn thuis gebleven.
Habt ihr Lust mitzukommen? Nein, wir haben keine Zeit.
Hebben jullie zin om mee te gaan? Nee, we hebben geen tijd.
Hast du Lust ins Kino zu gehen? Einverstanden.
Heb je zin om naar de bioscoop te gaan? Ja, (= ik ben het ermee eens).
Kommst du heute Abend mit in die Disko? Nein, nächste Woche vielleicht.
Ga je vanavond mee naar de disco? Nee, volgende week misschien.
Wann fährt der Zug nach Basel ab? Um 8.31 Uhr.
Wanneer vertrekt de trein naar Basel? Om 8.31 uur.
Wie spät bin ich dann in Zürich? Viertel nach eins.
Hoe laat ben ik dan in Zürich? Kwart over 1.
Wie oft muss ich umsteigen? Zweimal.
Hoe vaak moet ik overstappen? Twee keer.
Eine Fahrkarte nach Innsbruck. Eine Rückfahrtekarte oder einfach?
Een kaartje naar Innsbruck. En retour of enkele reis?
Viermal Lenzerheide, einfach. Das macht 32 Franken.
Viermaal Lenzerheide, enkele reis. Dat kost 32 franc.
Wissen Sie, wo der Zug nach Chur steht? Der steht au Gleis 5.
Weet u waar de trein naar Chur staat? Die staat op spoor 5.
Fährt dieser Bus nach Samnaun? Nein, tut mir Leid.
Gaat deze bus naar Samnaun? Nee, het spijt me.
Können Sie mir sagen, wo ich aussteigen soll? Selbstverständlich.
Kunt u mij zeggen, waar ik moet uitstappen? Vanzelfsprekend (natuurlijk).
Ich hätte gern einige Aus künfte. Was möchten Sie denn wissen?
Ik wil graag enkele inlichtingen. Wat wilt u (dan) weten?
Was kann man sonst noch alles machen? Ski fahren, Snowboard fahren.
Wat kan men verder nog allemaal doen? Skiën. Snowboarden.
Haben Sie vielleicht einen Stadtplan für uns? Natürlich, der ist gratis.
Heeft u misschien een plattegrond van de stad voor ons? Natuurlijk, die is gratis.
Haben Sie auch einen Prospekt über das Freizeitangebot? Bitte, macht 2 Franken.
Heeft u ook een folder over de mogelijkheden in de vrije tijd? Alstublieft, die kost 2 franc.
Wissen Sie, wo ma hier Skier leihen kann? In der Skischule.
Weet u,waar men hier ski’s kan huren? In de skischool.
Wo kann ich ein Snowboard mieten? In einem Sportgeschäft.
Waar kan ik een snowboard huren? In een sportwinkel.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.