Geschreven door: | goodboy (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 29 maart 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.250 |
Bekeken: | 5748 keer (13 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Unit 67
Junction - aansluiting (van wegen, soort kruispunt)
Traffic lights - verkeers/stop lichten
Bend - bocht
Bridge - brug
Inside/slow lane - linkse rijbaan, netzo als rechter rijbaan in Nederland
Outside/fast lane - Inhaalstrook/rijbaan
Motorway - auto(snel)weg
Road signs - verkeersbord
Pedestain crossing - zebrapad/oversteekplaats voor voetgangers
Accident - ongeluk
Main roads - hoofdwegen
Lorry - vrachtwagen
Broke down - kapot
Blocking - blokkeren
Tailback - file
Was coming in the opposite direction - tegenligger
Brake - remmen
Prevent - voorkomen
Crashed into - botsen tegen
Badly injured - zwaar gewond
Badly damaged - zwaar beschadigd
Along - langs
Turn into - (straat)inslaan
Take the first turning - on your left - neem de eerste straat links
Keep going - doorgaan
Get to - aangekomen bij
Pedestrains - wandelaars
Park - parkeren
Speed limit - maximum snelheid
Speeding/breaking the speed limit - harder rijden dan de maximum snelheid
Pavement - bestrating
Petrol station - benzinepomp
Overtake - inhalen
Unit 68
Vehicle - voertuig
By bus - met de bus
By car - met de auto
Get a taxi - een taxi nemen
Coach - schoolbus
Motorbike - motor(fiets)
Lorry - vrachtwagen
Van - busje
Bicycle - fiets
Train passengers - trein passagiers
Single - enkele reis
Return - retour
Go to - gaan naar
Change - overstappen
Fast train - sneltrein
Stopping train - stoptrein
Platform - perron
Due to arrive - verwachte aankomst tijd
Punctual - stipt
Run - af- en aanrijden
Bus stop - bushalte
In a queue - in een wachtrij
Full up - vol met
Miss - missen
Meter - (betaal)meter
Drop me - afzetten
Tip - fooi
Fare - ritprijs
Belangrijk! Zie idioomboek bladzijde 138, het schema bij B.
Unit 69
What do you do? - Wat doe je?
I’m - Ik ben
What’s your job? - Wat voor werk doe je?
I work in - Ik werk in
What do you do for a living - Wat doe je voor de kost?
I work for/ I’m employed by - Ik werk voor
I’m self- employed - Ik ben eigen baas
Responsibilities - Verantwoordelijkheden
Daily routine - Dagelijkse routine
What does that involve? - Wat houdt dat in?
In charge for/ responsible for - Verantwoordelijk voor
Factory - Fabriek
Deal with/ handle - Behandel
Complaints - Klachten
I run - Ik run
Go to/attend - Gaan naar/ bijwonen
Meetings - Vergaderingen
Clients - Klanten
Advise - Advies geven
Involves - Sluit in
Working hours - Werkuren
Nine-to-five job - 9 tot 5 baan
Some people do flexitime - Sommige mensen hebben variabele werktijden
Shiftwork - Wisselende dienst
Work/do overtime - Overwerken
Paid - Betaald
Salary - Salaris
Earn/make - Verdienen
Minimum wage - Minimum loon
4-6 weeks - 4 tot 6 daagse werkweek
Paid holiday - Vakantiegeld
Sick pay - Betaald wanneer je ziek bent
Income - Inkomen
Pay - Betalen
Income tax - Inkomstenbelasting
Unit 70
Skilled - Geschoold/ vakkundig
Bricklayer - Metselaar
Builds Bouwt
Carpenter - Timmereman
Plumber - Loodgieter
Installs repairs - Installeert/repareert
Electrician - Elektricien
Mechanic - Automonteur
Architect - Architect
Designs - Ontwerpt
Lawyer - Advocaat
Represents - Vertegenwoordigd
Engineer - Ingenieur
Plans - Plant
Accountant - Accountant
University lecturer - Universiteits lector
Stockbroker - Effectenmakelaar
Buys and sells - Koopt en verkoopt
Sales/personnel manager - Verkoop/persoonlijk manager
Responsible for - Verantwoordelijk voor
Doctors - Doktoren
Nurses - Verpleegkundigen
Surgeons - Chirurgen
Operate on - Opereren
Hospitals - Ziekenhuizen
GPs/general practitioners - Huisartsen
Dentists - Tandartsen
Vets - Dierenartsen
Surgeries - Spreekkamers
Treat - Behandelen
Look after - Zorgen voor
Joined/went into the army - Ging in het leger
Soldier - Soldaar
The army - Het leger
Sailor - Matroos
Navy - Marine
Pilot - Piloot
Air force - Luchtmacht
Police officier - Politie officier
Policeman/policewoman - Politieagent/politieagente
Police force - Politie
Firefighter/fireman - Brandweerman
Firebrigade - Brandweer(brigade)
Unit 71
A.To apply for a job - solliciteren naar een baan
A trainee - stagiaire
To earn - verdienen
Low salary - laag salaris
In-house training - interne opleiding (tevens hulp en advies)
To go on / to do training courses - trainingscursussen
B. prospects - vooruitzichten voor de toekomst
Manager/ boss - manager/ werkgever
Pay rise - opslag (loonstijging)
To make promotion - promotie maken
To be in charge of - de baas zijn van
Employees - werknemers
Under her - onder haar verantwoordelijkheid
Employer - werkgever
Employee - werknemer
Trainer - training gevende
Trainee - de gene die de training krijgt/ ondergaat (stagiair)
C. a fresh challenge - nieuwe uitdaging
A career change - carrièreverandering
To work abroad - werken in het buitenland
To resign - je ontslag indienen
To leave your job - ontslag nemen
To quit - stoppen
To look for - zoeken naar
To involve - inbegrepen, inclusief
D. to dismiss / to sack - ontslaan
To be unemployed / out of work- werkloos
Part- time job - deeltijdbaan
E. to take over - overnemen
To retire - met pensioen gaan
Unit 72
A. Files - dossiers
Drawers - laden
Wastepaper basket - prullenbak
Briefcase - aktetas
Calculator - rekenmachine
Diary - agenda
Desk - bureau
Computer - computer
Filing cabinet - archiefkast
Monitor - beeldscherm
Keyboard - toetsenbord
Notice board - prikbord
Calendar - kalender
B. to produce / to make / produceren, maken
to manufacture
The factory - de fabriek
To work at a computer - met/ op een computer werken
To type - typen
To send - sturen
E-mails - emails
Invoices - rekeningen
To do paperwork - de administratie doen/ bijhouden
To fill reports - rapporten maken / invullen
To show people round the factory - mensen een rondleiding geven door de fabriek
To make appointments - afspraken maken
To arrange meetings - vergaderingen organiseren
The agenda - een lijst met onderwerpen waarover gepraat gaat worden op de vergadering
To attend - aanwezig zijn
To take the minutes - alles opschrijven wat er wordt gezegd
C. Photocopier - kopieermachine
Broken - kapot
It isn’t working - het werkt niet
To run out of.. - zonder..zitten (het is op)
To be down - kapot zijn
Colleagues - collega’s
To be off - er niet zijn
Loads of work- heel veel werk
Unit 73
Finance - financiën
Investments - investeringen
A loan - een lening
Pay interest - rente betalen
Interest rate - rente percentage
Pay back - terug betalen
Main objective - belangrijkste
Make a profit - winst maken
Make a loss - verlies maken
Break even - geen verlies of winst
Turnover - winst
Raw materials - onbewerkte materialen
Overheads - vaste lasten
Labour costs - loonkosten
Rise/go up/increase - stijgen
Fall/go down/drop dalen
Rise slowly - langzaam stijgen
Fall slowly - langzaam dalen
Go up steadily - gelijkmatig stijgen
Fall steadily - gelijkmatig dalen
Rise sharply - scherp stijgen
Drop sharply - scherp dalen
To grow/expand - groter worden
Be succesfull - succesvol zijn
Low inflation - lage inflatie
Low interest rates - laag rence percentage
Political stability - economische stabiliteit
A strong economy - een goede economie
Tax cuts - lagere belasting
Unit 74
Football - voetbal
Basketball - basketbal
Table tennis - tafeltennis
Volleyball - volleybal
Tennis - tennis
Rugby - rugby
Golf - golf
Baseball - honkbal
Hockey - hockey
Boots/training shoes - sportschoenen
Racket - racket
Bat - batje
Stick - stick
Clubs - clubs
Net - net
Court - baan
Goal - doel
Throw it - gooien
Head it - koppen
Pass it - doorgeven
Hit it - raken
Catch it - vangen
Kick it - schoppen
Pitch - stadion
Spectators - publiek
Stadium - stadion
Court - veld -
Referee - scheidsrechter
Umpire - scheidsrechter
Whistle - fluitje
Beat - versloeg
Lost to - verloren van
Winners - winnaars
Draw - gelijkspel
Score - score
Full-time - aan’t einde van de wedstrijd
Lead - leiden
Latest - score
Unit 75
Hiking - voetreis
Camping - camping
Rock climbing - rots beklimmen
Jogging - joggen
Go camping - gaan kamperen
Enjoy - genieten (van)
Keeps me fit - houd me fit
Do exercise - iets beoefenen
Play a game - een spel spelen
Do sport - sport doen
Go skiing - gaan skiën
Play ice hockey - ijshockey spelen
Go to the gym - naar de gymnastiekzaal (sportschool) gaan
Do aerobics - aerobics doen
Weight training - gewicht training
Join - verenigen
Club - club, vereniging
Take up - starten
Give up - opgeven, stoppen
Good for you - goed voor je, gezond voor je
Get fit - fit worden
Team support - team steunen
Take very seriously - heel serieus nemen
Competitive - concurrerend
I´m the complete opposite - ik ben compleet anders
I´m exactly the same - ik ben precies hetzelfde
For fun - voor plezier
Unit 76
Row - rij
Curtain - gordijn
Box - hokje, box
Stage - toneel
Stalls - afdeling, box
Aisle - gangpad
Circle - balkon
Plays - toneelstukken
Musicals - musicals
Book - reserveren
In advance - voortijdig
Performance - optreden
Are shown - zijn te zien
Screen - beeldscherm
Subtitles - ondertitels
Are dubbed - zijn betiteld
Director - regisseur
Film stars - filmsterren
War film - oorlogsfilm
Roman - thriller, spannende film
Disaster movie - rampenfilm
Action film - actiefilm
Horror film - horror film
Comedy - comedy, grappige film
Romantic comedy - romantische comedy
Critics - critici
Reviews - recencies
Brillian - ontroerend
Violent - gewelddadig
Awful/dreadful - afschuwelijk
Slow - saai
Gripping - boeiend
Good fun - wel leuk
Complex plot - verhaal met veel ideeën
Is set - gebeurt in
It´s about - het gaat over
Background achtergrond (familiegeschiedenis en situatie)
Fall in love - verliefd worden
Run away - vluchten
At first - sin het begin
Things go wrong - er ontstaan problemen
Unit 77
Classical music - klassieke muziek
Opera - opera
Rock music - rockmuziek
Pop music - popmuziek
Jazz - jazz
Cello - cello
Cellist - cellist
Violinist - violist
Violin - viool
Piano - piano
Pianist - pianist
Guitar - gitaar
Guitarist - gitarist
Saxophone - saxofoon
Saxophonist - saxofonist
Drums - drumstel
Drummer - drummer
Perfomed - opgetreden
Group/band - groep
Lead singer - voorzanger, eerste zanger
Solo artists - solo artiesten
Backing group - achtergrondgroep
Songwriters - mensen die de muziek of tekst s schrijven
Composer - componist
Orchestra - orkest
Conductor - dirigent
Choir - koor
Hit record - hit
Produce albums - album (cd) van 1 artiest, meestal tussen de 8 en 12 nummers
New album is out - nieuwe cd is uit
The latest album - het meest late album
Number one - nummer één
Favourite track - favoriete nummer
Taste in music - muzieksmaak
Unit 78
Daily - dagelijks
Come out/are published - komen uit
Weekly - wekelijks
Monthly - maandelijks
Tabloids - (sensatie) blad met zeer beknopt nieuws
Popular press - bladen met korte artikelen en veel foto´s
Circulation - omloop
The press - de drukpers
Reports - verslag doen van
Articles - artikels
Headlines - koppen
Adverts - advertenties
Editor - redacteur
Reporters/journalists - journalisten
Photographers - fotografen
Row - discussie, ruzie
Back - steunen
Quit - stoppen, ontslag nemen
Hit - treffen
Bid - proberen, bieden
Talks - discussies
Cut - verlagen
Key - voornaamste
It said in - het staat in, het is geschreven in
According to - volgens
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.