Geschreven door: | Mariette (mbo) |
Datum ingestuurd: | 13 augustus 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.350 |
Bekeken: | 5837 keer (21 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1 Bouwmeester Berlage
Hoofdstuk 2 De betekenis van Berlage voor de Nederlandse bouwkunst
Hoofdstuk 3 Architecten en stromingen die een belangrijke rol hebben gespeeld in bouwkunst van Berlage
Hoofdstuk 4 De veelzijdigheid van Berlage
Hoofdstuk 5 Drie bouwwerken nader bekeken
.
Hoofdstuk 6 Conclusie
Nawoord
Bibliografie
Literatuurlijst
Voorwoord
Mijn werkstuk gaat over H. P. Berlage.
Ik ben hiertoe gekomen omdat ik bijna elk dag langs gebouwen kwam die door Berlage zijn ontworpen.
Zoals het Gemeentemuseum in Den Haag, Winkelhuis Meddens, First Church of Christ, gebouw “De Nederlanden” aan het Kerkplein.
Ik werd nieuwsgierig en wilde meer over deze architect te weten komen.
Ik heb voor mezelf een aantal vragen opgesteld over Berlage.
1. Wie was Berlage
2. Door welke architecten, stromingen is Berlage beïnvloed
3. Wat betekende Berlage voor de Nederlandse Bouwkunst.
4. Was hij alleen architect.
Aan de hand van deze vragen ben ik mijn onderzoek begonnen.
Hoofdstuk 1 Bouwmeester Berlage
H.P. Berlage werd in 1856 in Amsterdam geboren.
Omdat in Nederland in die tijd geen goede bouwopleidingen bestonden volgde hij van 1876 tot 1879 een opleiding voor architect aan de Technische Hogeschool in Zurich.
Hij komt daar in aanraking met de denkbeelden van de architecten Semper en Viollet-le Duc.
De theorieën van Gotfried Semper hadden grote invloed op Berlage.
Gotfried Semper gaf les aan de Technische Hogeschool toen Berlage daar studeerde.
De tweede leermeester van Berlage was Viollet-le Duc.
Op basis van deze twee architecten heeft Berlage een eigen stijl ontwikkeld.
Na zijn studie in Zurich krijgt Berlage de gelegenheid om enkele jaren te reizen. IN 1880 en 1881 trekt hij door Italië en bestudeert er de gebouwen uit de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de Renaissance.
Eind 1881 treedt hij in dienst bij de Amsterdamse Architect Th. Sanders.
Van 1884 zijn Berlage en Sanders compagnons.
In 1889 begint Berlage een zelfstandige praktijk.
Op basis van de denkbeelden van Semper en Viollet- le Duc ontwikkelt hij langzamerhand zijn eigen stijl
Hij raakt onder de indruk van het ideaal van de Gemeenschapskunst en wordt socialist.
Zijn ontwikkeling is goed te zien in de tussen 1892 en 1896 tot stand gekomen kantoorgebouwen voor de verzekeringsmaatschappijen ‘De Algemeene’en ‘De Nederlanden van 1845’in Den Haag en Amsterdam.
Andere gebouwen die hij heeft ontworpen zijn o.a. De Beurs in Amsterdam, St. Hubertusslot op de Hoge Veluwe.
Als stedenbouwkundige is Berlage vooral bekend geworden vanwege het door hem ontworpen Plan Zuid, de grote uitbreiding van Amsterdam.
Berlage hield zich zijn leven lang bezig met het ontwerpen van meubelen en andere voorwerpen. Van veel gebouwen die hij bouwde tekende hij ook het interieur. Daarnaast ontwierp hij boekbanden en schreef hij veel over architectuur, vormgeving en sociale woningbouw.
Ook bleef hij reizen onder andere naar de Sovjetunie en de Verenigde Staten.
Tijdens een bezoek aan de VS in 1911 raakte Berlage onder de indruk van het werk van Frank Lloyd Wright en andere belangrijke Amerikaanse architecten.
Berlage laatste werk
Het Haagsche Gemeente Museum werd geopend in 1935 een jaar na Berlages dood.
Hoofdstuk 2 De betekenis van Berlage voor de Nederlandse bouwkunst
Berlage is de grondlegger van de moderne bouwkunst van Nederland.
De betekenis van het werk van Berlage is het best te begrijpen als je nagaat hoe de toestand van Nederlandse architectuur was toen Berlage zijn bouwkundige inzichten naar voren bracht.
In die tijd werden er in de architectuur alleen maar kopieën gemaakt van oude bouwstijlen.
Er werden geen nieuwe vormen toegepast. Wel gebruikte men nieuwe materialen en constructies.
Er was geen eigen stijl.
Op deze periode volgde een reactie: het rationalisme.
Het rationalisme wilde af van alle nutteloze versieringen, torentjes en van het surrogaat materiaal zoals cement en zink.
De plattegrond, dus de kern, de ruimte-omsluitingen van het gebouw, werd de basis van de architectuur zowel buiten als binnen het gebouw.
Het materiaalgebruik bestaat uit metselwerk, aangevuld met natuursteen, ijzeren constructie-elementen en betonnen balken.
De constructie is zichtbaar. Het dragend karakter van bijvoorbeeld muren en bogen worden benadrukt.
De grote verdienste van Berlage is dat hij een grote rol heeft gespeeld bij het laten doordringen van deze nieuwe inzichten in de bouwkunst.
Hij geloofde ook dat de drie eenheid doel-constructie-vorm de basis is voor de bouwkunst.
Hij stond niet alleen, maar geen van de andere architecten in die tijd heeft zo een grote bijdrage hierin geleverd.
Een van de grootste monumenten van de moderne Nederlandse architectuur is de Beurs van Berlage.
Omdat zijn architectuur zuiver en modern was legde hij een goede bodem voor de moderne Nederlandse architectuur.
Berlage werd in die tijd vooral door de jongeren zeer gewaardeerd en hij had een grote invloed. De invloed bestond niet alleen door de mooie gebouwen maar vooral door hun karakter en de geest die er uit straalde.
Ondanks zijn sterke overtuiging in het rationalisme bleef Berlage een zoeker. Hij meende dat er nog iets aan ontbrak om tot een volledige basis van de bouwkunst te komen.
Hij heeft het gezocht in de hervorming van de samenleving en in de gemeenschapskunst. Hij heeft samengewerkt met kunstenaars van andere disciplines zoals beeldhouwers, schilders enz.
Zijn latere werken onderscheiden zich dan ook van de oudere.
De oude plaatsen van de drie eenheid doel-constructie-vorm verschoof in de loop der tijd een beetje in de richting van doel-vorm-constructie. Hij ging wat meer waarde aan de vorm en aan het beeldend vermogen geven.
Maar uiteindelijk bleef het beginsel van doel-constructie-vorm de basis van zijn bouwkunst.
Hoofdstuk 3 Architecten en stromingen die een belangrijke rol hebben gespeeld in bouwkunst van Berlage.
Gottfried Semper
De theorieën van Gottfried Semper hadden grote invloed op Berlage.
Met name zijn pleidooi voor een bouwstijl waarin functie en constructie van een gebouw duidelijk zichtbaar zijn, is van grote invloed op Berlage geweest.
Semper was overtuigd van het noodzakelijk harmonisch samengaan van doel, vorm en constructie om te komen tot een stijl die een levende kunstvolle eenheid bereikt.
Semper was van mening dat de ambachtsman en architect de materialen zo moesten gebruiken dat deze zichzelf bleven.
Hij wees de techniek van het buigen van hout af want dan werd het hout hetzelfde gebruikt als metaal.
Als voorbeeld liet hij een Egyptisch zitmeubel zien: hier had men het geraamte met een rechte hoek gebouwd, dat wil zeggen constructief, “in the nature of timbre, terwijl de zitting schuin, soms gebogen in dit structuurgeraamte werd gehangen.
Berlage paste deze leer toe op zijn eigen meubelen.
Viollet-le-Duc
Zoals ik in het eerste hoofdstuk al aan gaf was de tweede leermeester van Berlage Viollet-le-Duc.
In Frankrijk werden veel kathedralen, die tijdens de barak en de Franse revolutie, in verval waren geraakt onder invloed van de romantiek weer gerestaureerd.
De belangrijkste architect daarbij was Viollet-le-Duc. Hij was iemand die ijzer en staal als volwaardig materiaal aanvaardde en daardoor een van de grondleggers was van de moderne architectuur. Als een van de eerste stelden hij dat de vorm uit de constructie moest komen.
Rationalisme
Het rationalisme is een reactie op de neostijlen van eind 19e eeuw.
Basis voor deze stroming zijn de denkbeelden van Semper en Viollet-le-Duc. Uitgangspunt voor de ontwerpen zijn de vanuit functionele invalshoek ontworpen plattegronden.
Het materiaalgebruik bestaat uit metselwerk, aangevuld met natuursteen, ijzeren constructie-elementen en betonnen balken.
De constructie is zichtbaar.
Het dragend karakter van bijvoorbeeld muren en bogen wordt benadrukt.
Regelmaat en eenheid worden belangrijk gevonden
Gemeenschapskunst
Berlage was een groot voorstander van gemeenschapskunst.
Hij spreekt zich in tal van artikelen uit voor het socialisme en hij verdedigt de bouwkunst als ‘maatschappelijke kunst’, als ‘kunst van heel het volk’, waarin de andere kunsten zich kunnen verenigen.40 Zij is ‘... geen monopolie meer, maar ééne groote decoratieve kunst, wier wezen het is tot schoonheid te geraken..”, aldus Berlage.
Zijn idealen tracht hij onder andere te verwezenlijken in de Beurs.
Toch kan ook Berlage de kloof tussen gemeenschapsidealen en kunst niet overbruggen.
Zijn eerder geuite optimisme slaat om in pessimisme in zijn artikel ‘Waar zijn wij aangeland’, in De Beweging (april 1912), waarin hij concludeert dat de bouwkunst, als kunst van de gemeenschap, waarbuiten geen gemeenschapskunst kan bestaan, twintig jaar geleden verder was dan nu.
Dit wijt hij enerzijds aan de tegenwerking van officiële zijde, anderzijds aan het gebrek aan inzicht en talent van de architecten om de problemen ‘in overeenstemming met de moderne eischen op te lossen’.44
De Eerste Wereldoorlog vormt de volgende desillusie voor hem en zijn medestanders. De verwachte internationale solidariteit van socialisten blijft uit en de sociale omwenteling waaruit een nieuwe kunst zou voortkomen, blijkt een illusie, maar de Russische Revolutie in 1917 doet bij velen deze hoop herleven.
Ondanks geringe kansen vermindert Berlages idealisme niet, wat duidelijk wordt uit een aantal ontwerpen, waarbij hem een harmonieuze gemeenschap voor ogen staat.
Een voorbeeld kan het Haags Gemeentemuseum genoemd worden, dat één jaar na Berlages overlijden (1934) voltooid wordt.
De term gemeenschapskunst verdwijnt na de Eerste Wereldoorlog grotendeels van het toneel en wordt vervangen door de meer neutrale term monumentale kunst.
De laatste stromingen in het leven van Berlage zijn
- Nieuwe Zakelijkheid
Architecten streefden naar de verbetering van de woning en verhoging van het woongenot.
De term is een vertaling van het Duitse Neue Sachlichkeit en duidt het streven aan naar een volkomen objectief en statisch realisme.
Vooral door het optreden van Rietveld en Berlage ging de beweging al spoedig over in het Functionalisme
- Functionalisme
Deze stroming neemt de functie van een object, een bouwonderdeel of een gebouw als uitgangspunt.
Functionaliteit is een voorwaarde voor schoonheid.
Deze stroming ontwikkelde zich tussen de beide wereldoorlogen tot een bouwstijl en baseerde zich op een zuivere, elementaire geometrie en maakte gebruik van nieuwe materialen (staal en gewapendbeton).
Hoofdstuk 4 De veelzijdigheid van Berlage
Behalve dat hij een bouwkundige was, beheerst Berlage meer disciplines.
Hij was een begaafd stedenbouwkundige, meubelontwerper, binnenhuisarchitect en decoratief kunstenaar.
Stedenbouwkundige.
Tussen 1905 en 1917 werkte Berlage in twee fasen aan een plan voor uitbreiding van Amsterdam aan de zuidzijde.
Hij liet zich inspireren door de ruime boulevards die Haussmann in Parijs had aangelegd.
Een eerste ontwerp uit 1904 werd goedgekeurd door de Gemeente maar niet uitgevoerd.
Elf jaar later kreeg Berlage een herkansing en ditmaal werden zijn plannen wel gerealiseerd.
Zijn ontwerp voor Amsterdam-zuid bestond uit grote woningblokken.
Zij vormden de wanden van brede lanen, pleinen en straten. In de centrale as van het plan stond een woontoren.
De nadruk ligt bij de woningblokken op de totaalcompositie. De aparte woningen zijn onderdeel van de straatwand.
De gemeenschappelijkheid van de stadswijk stond voorop.
Bij het ontwerpen van het plan moest hij rekening houden met de geplande spoorwegstation-zuid en de begrenzing in het zuiden van een spoordijk.
Pleinen vormden een belangrijk element in de opbouw van de verschillende wijken. Het stationsplein vormde het centrum voor het westelijk deel van de uitbreiding, het “portaal” van de nieuwe stad.
De oostelijke toegang werd gevormd door de Amstelbrug (nu Berlagebrug). De woonblokken waren voornamelijk voor arbeiders bedoeld.
In Den haag vindt men in de stedenplannen rond die tijd typisch Berlagiaanse motieven aan: de diagonale doorbraken door bestaande wijken. Ook woningcomplexen rond binnenhoven met groen, toegankelijk door poorten in de bebouwing.
Een andere stedenkundige ingreep van Berlage in Den haag werd na jarenlang vormgegeven. Namelijk de verbinding tussen Buitenhof en Kneuterdijk.
Berlage ontwierp een doorbraak langs de Gevangenpoort, waarbij de bestaande bebouwing werd gesloopt en een vijf meter brede strook van de Hofvijver werd gedempt.
Hierdoor kwam de relatie tussen de Gevangenpoort en de Hofvijver te vervallen maar de Gevangenpoort bleef gespaard en de verbinding tussen Buitenhof en Kneuterdijk werd gerealiseerd.
In 1908 ontwierp Berlage in een algemeen uitbreidingsplan voor Den Haag een groot volkspark namelijk het Zuiderpark.
Hij voorzag dat daar jaren later in dat gedeelte van Den haag een groot complexe woonwijk zou worden gesticht. Dus zou er een behoefte aan een groot recreatiegebied ontstaan.
Velen vond het idee toen belachelijke maar tien jaar later niet meer.
Meubelontwerper.
Berlage heeft veel meubels ontworpen. Al het meubilair o.a. in het jachthuis Sint Hubertus is door Berlage ontworpen.
Op twee ontwerpen ga ik wat dieper in nl. zijn eigen tekeningenkast en een eikenhouten armstoel.
De tekeningenkast
Rond 1895 ontwierp Berlage voor eigen gebruik een robuust uitgevoerde tekeningenkast van eikenhout.
De kast is opgebouwd uit een raamwerk van regels en stijlen dat de bovendeuren en drie benedenladen omsluit.
IJzeren beslagwerk onderstreept het stoere karakter van het meubel.
Het decoratieve snijwerk beperkt zich tot de uiteinden van de bovenregel van de kast.
De constructieve opbouw van de kast wordt geaccentueerd door toognagels die als het getal vijf op een dobbelsteen het raamwerk van de deurpanelen bijeenhouden.
Eikenhouten armstoel
Een ander ontwerp is een eikenhouten armstoel met leren bekleding die Berlage heeft ontworpen voor de directiekamer van de Haagse vestiging van de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845.
Het is een van zijn vroegste ontwerpen waarin de rugleuning los is geplaatst van de constructie van de stoel.
Hierdoor bereikte hij een optimaal zitgemak, zonder dat hij afbreuk hoefde te doen aan zijn rationele ontwerpprincipes.
De rugstijlen en bovenkant van de stoelpoten zijn volgens Berlage’s versieringsprincipes voorzien van een eenvoudig geometrisch ornament.
De doorgaande pen- en gatverbindingen zijn niet met toonnagels vastgezet maar met geelkoperen schroeven.
Op de wereldtentoonstelling die in 1900 te Parijs gehouden werd was een meter lange kastenwand te zien.
De Amsterdamse meubelfabrikant Hillen behaalde hiermee de gouden medaille. Dit ontwerp van de wand was ook van Berlage.
Hij maakte gebruik van het ontwerpsysteem dat uitgaat van de Egyptische driehoek.
Het Gemeentemuseum heeft onlangs het krukje dat ontworpen was door Berlage weer in productie gebracht. Zo ook de prullenbak die Berlage voor het Gemeentemuseum heeft ontworpen.
Deze prullenbak is geheel vervaardigd van hout. Door de strakke lijnen is het uitstekend geschikt voor ieder interieur.
Straatmeubilair
In 1925 werd de eerste Berlage straatlantaarnpaal ontworpen.
De lantaarn bestaat uit verschillende onderdelen.
1. een zware gietijzeren sokkel met verticale ribben
2. een ronde getrokken paal die zich op twee punten versmalt
3. een vijfdelig draagstel uit gebogen staven met T-profiel waaraan de armatuur hangt
4. een gietijzeren afsluitbolletje met vier pootjes tegen inwateren van de bovenkant van de buis.
De volgende kleurcombinatie werd gekozen: een zwarte sokkel met rode letters, aluminiumverf voor de paal en ook weer rood voor het draagstel en het bolletje.
Het bolletje wordt later op talloze gemeentepalen gebruikt en het is een typisch Haags detail in het straatmeubilair.
In het hoofdstuk drie bouwwerken nader bekeken komen ook de andere disciplines van Berlage naar voren.
Hoofdstuk 5 Drie bouwwerken nader bekeken.
De Beurs van Berlage
In 1896 krijgt Berlage de belangrijke opdracht voor het bouwen van een nieuwe Beurs. Hij maakte vele ontwerpen voor dat de bouw in 1898 begint.
Uiteindelijk komt hij tot een zeer radicale uitwerking van zijn ideeën.
Hij gaat uit van geometrische grondslagen en wijst alle op oude stijlen gebaseerde ornamenten af. Het gebouw is sober. De constructie is duidelijk zichtbaar.
De verschillende materiaalsoorten worden niet bepleisterd of weggeschilderd, maar houden hun eigen karakter. Zo ontstaan prachtige contrasten tussen bakstenen muren, hardstenen elementen en overkappingen van glas en staal.
De gevel aan de het beursplein is een goed voorbeeld van een muurvlak dat nergens onderbroken wordt door beeldhouwwerk of versiering.
De zuidgevel doet sterk denken aan een kerk.
In de hoogte spelen de gevel en de toren in op de hoogte van de voormalige bebouwing.
Boven de drie ingangen vormen vertegenwoordigers van visserij, nijverheid en jacht de sluitstenen.
De afgeplatte toren met het portiek om de hoek kondigt de kleinere schaal van de Damrak-gevel aan. Zij beantwoordt door haar hoogte en ritme, veroorzaakt door de dakkapellen en de regenpijpen, de schaal van de tegenoverliggende pandjes.
Afgeplatte torens suggereren een symmetrie in de gevelcompositie die een monumentale ingang als middelpunt heeft.
De ovaalvormige gaten in de ingangstorens waren bedoeld voor de hete luchtverwarming.
De binnenkant van de Beurs gaat uit van dezelfde grondslagen als de buitenkant.
Het meest interessante is de goederenbeurs.
De wanden zijn van grijsoranje baksteen gemetseld. Ze zijn doorbroken met bogen die op de begane grond het contact vormen van de grote zaal met de vroegere boxen voor de handelaren links en recht. Daarboven treft je een tweetal reeksen van bogen, die de twee galerijen licht geven. De kleine korte zuilen zijn van graniet, de aanzetstukken van de bogen zijn van zandsteen. De ijzeren kap is goed zichtbaar.
In die tijd was dat ongebruikelijk. Het was alleen zichtbaar in een fabriek of loods. De meeste mensen vonden dat toch wel erg ordinair.
De goederenbeurs werd indertijd door de lokalen voor de gemeente- en rijkstelefoon en de telegrafie gescheiden van de graan- en effectenbeurs.
De ingang van de goederenbeurs lag aan het beursplein en aan het Damrak, waar zich ook de kleinere schippersbeurs bevond. De ingang van de beide andere zalen lagen op de hoeken aan de noordzijde.
Verder omvatte de Beurs toentertijd een koffiehuis, representatieve vergaderzalen, een postkantoor, een conciërgewoning, een politiebureau en een buurtsecretariaat en werd zij voorzien van de nieuwste technische voorzieningen zoals elektriciteit en een hete lucht verwarmingssysteem.
Berlage had de dichter Albert Verwey gevraagd het decoratieprogramma uit te denken.
De daaraan meewerkende beeldhouwers en schilders (nl.Toorop, Derkinderen, Zijl en Mendes da Costa). maakten beeldhouwwerken, gebrandschilderde ramen, muurschilderingen en tegeltableaus.
Uit deze samenwerking tussen architectuur, poëzie en kunst moest een “Gesammtkunstwerk” voortkomen, waarin Berlage zijn artistieke en sociaal-politieke idealen kon verbeelden.
Uiteindelijk hoopten Berlage en Verwey dat de beurs haar oorspronkelijke functie zou overleven en in de toekomst zou dienen als “tempel van cultuur”. Die wens zou ongeveer tachtig jaar later in vervulling gaan.
Wat een enorme indruk maakt in ruimten van de beurs zijn de trappenhuizen die in allerlei vormen voorkomen. Het draaipunt ligt meestal op een bordes.
Ook in kleur gaat hij uit van de grondbeginselen net als in de architectuur. Hij geeft de voorkeur aan primaire kleuren, zoals helder blauw, oranje, wit, diepbruin.
Dit kan je terug vinden in de Berlagezaal (vroeger vergaderzaal van de Kamer van Koophandel). Het glas in lood, tapijten en schilderingen getuige hiervan. Hieruit blijkt dat hij ook een begaafd interieurbouwer was.
In de meeste gevallen zijn ook de meubels en de lampen door Berlage ontworpen. Voor de armaturen van de lampen en kroonluchters liet hij zich inspireren door de lagere natuurorganismen, die indertijd door de nieuwste microscopen waarneembaar werden.
Zoals de veelvormigheid van de natuur was terug te brengen tot een beperkt aantal geometrische motieven, zo zocht ook Berlage naar de meest elementaire vormen.
Hierdoor is een samenhang ontstaan tussen architectuur en haar inrichting.
De Beurs worden door velen beschouwd als het grootste en meest belangrijke werk van Berlage.
Het jachtslot St. Hubertus.
Dit jachtslot staat in het Nationale Park De Hoge Veluwe.
Het werd rond 1914 ontworpen door Berlage in opdracht van het echtpaar Króller-Muller. Het werd ontworpen als woonhuis.
De bouw duurde van 1915 tot 1920. Het was een enorme opdracht, waar veel geld mee gemoeid was. De familie Kröller-Müller was voor die tijd een uitzonderlijk vermogend echtpaar.
Berlage was vrij in zijn ontwerp, waardoor zijn ideeën over vormgeving volledig tot uiting konden komen. Later ontstond echter een gevoel van onvrede bij Berlage nadat het opdrachtgevende paar zich steeds maar opnieuw met de ontwerpen bemoeide. Deze frictie leidde er uiteindelijk toe dat Berlage zich terugtrok en Henry van der Velde zijn werk overnam.
Het hele gebouw is opgetrokken uit baksteen, vaak geglazuurd en van leisteen. Berlage ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook het interieur. Alles in het interieur is op elkaar afgestemd: de tegeltjes, de lampen, de meubels, het staat allemaal in onderlinge verhouding.
Naast Berlage hebben nog een aantal kunstenaars meegewerkt aan de bouw van Jachtslot Sint Hubertus.
Het jachtslot is vernoemd naar de heilige Hubertus van Luik. De vorm van het jachtslot heeft ook alles van doen met de legende van Sint Hubertus.
In het midden staat een hoge toren en het gebouw heeft twee zijvleugels. Hierdoor heeft het jachtslotde vorm van een hertengewei en op de toren in het midden van het gebouw staat een kruis afgebeeld.
Dit is ook heel duidelijk op de plattegrond te zien.
Het jachtslot staat tegenwoordig deels open voor publiek, deels is het een verblijf voor gasten van de Nederlandse staat.
Gemeentemuseum van Den Haag
Het eigenlijke bijna vierkante museum werd gebouw rond een binnenhof. Daar werd een bedrijfsvleugel tegenaangezet, met daarin o.a. de vestibule, voordrachtzalen, bibliotheken en conciërgewoning. Een lange oorspronkelijke open gang voert tussen twee vijvers naar de entree.
Via de donkere entree kwam je in de lichte hal en daarna in de kunstnijverheidszalen.
Verder waren op de benedenverdieping de zaken te vinden, die geen bovenlicht nodig hadden: stijlkamers, muziekinstrumenten, prentenkabinet, studiezaak. Voor de akoestiek, de verlichtingen en verwarming werden het oordeel van wetenschappers ingeroepen.
Er werd zelf een apart gebouwtje neergezet, waarin de verschillende belichtingsmogelijkheden werden uitgeprobeerd.
Het museum heeft een betonskelet dat werd bekleed met een “vlechtwerk”van gele baksteen.
Het lage complex wordt gekenmerkt door eenvoudige hoofdvormen die verspringen en in hoogte verschillen. De vlakke baksteenwanden worden als het ware door de binnenruimte gevormd. Zij komen naar voren of wijken terug.
De driehoekige glazen kappen op de “museumdozen”blijven in het zicht.
Bij het ontwerp van het gemeentemuseum speelde de invloed van Frank Lloyd Wright een rol. Zijn lage over de grond uitdijende”landhuizen oefenden met hun onderlinge verwevenheid van ruimten en horizontale accenten zoals overstekken, grote invloed uit op de Europese bouwkunst. Ook maakte Wright graag gebruik van een vijver en van inspringende hoeken, zoals Berlage ook hier toepaste.
Het inwendige van het Museum verrast door de ruimtelijke effecten die Berlage weet op te roepen met zaken als licht, hoogte, ritme, doorkijkjes en kleur. De grote hal is daar een mooi voorbeeld van, met trappen, de wat hoger gelegen ontvangstzaal en doorgang naar de museumzalen. De ruimtelijke verwevenheid moest ook de museummoeheid bestrijden: geen vergezichten, maar doorkijkjes naar de vijver, binnenhof, gang, groen, zaal of trap.
Hoofdstuk 7 Conclusie
Berlage is van grote betekenis geweest voor de Nederlandse Bouwkunst.
Hij ontwikkelde een eigen stijl. Hiervan zijn nog vele gebouwen te zien in Nederland.
Ook komt naar voren dat Berlage veel disciplines beheerste.
Veel stedenbouwkundige plannen zijn door hem ontworpen.
De meubels die hij heeft ontworpen zijn ook getuige van een eigen stijl.
Tevens was hij een begaafd interieurontwerper. Voorbeelden hiervan vinden terug in bijna alle gebouwen die hij heeft ontworpen.
Hij heeft als geen ander een enorme stempel gedrukt op de cultuur in Nederland
Nawoord.
Ik ben begonnen aan dit werkstuk op grond van een paar gebouwen van Berlage waar ik in Den Haag regelmatig langskwam.
Naarmate ik meer las over Berlage kwam ik steeds meer onder de indruk van zijn werk.
Wat hij heeft ontworpen en met welke gedachte erachter heeft bij mij een grenzeloze bewondering achtergelaten.
Ik ben de gebouwen die hij heeft ontworpen met andere ogen gaan bekijken.
Het roep bij mij ook de nieuwsgierigheid op om de gebouwen van de binnenkant te gaan bekijken.
Toen ik aan het werkstuk begon wist ik niet dat Berlage ook meubelontwerper was.
Het was heel leerzaam om te lezen en te zien wat voor meubels hij ontwierp en welke gedachte er achter zit.
Al met al was dit een hele boeiend onderwerp.
En voorlopig ben ik nog niet uitgekeken op zijn ontwerpen.
BIBLIOGRAFIE VAN DE VOORNAAMSTE UITGEVOERDE WERKEN EN ARCHITECTONISCHE ONTWERPEN
1890 Kantoorgebouw voor de firma Kerkhoven &Co aan de Herengracht te Amsterdam, verbouwd in 1907
1892 Woonhuis gebouwd voor dr. E.d. Pijzel in de Van Baerlestraat te Amsterdam
1893 Kantoorgebouw voor de Algemene maatschappij voor levensverzekering en rente aan de Damrak te Amsterdam, verbouwd in 1902 en 1903.
Villa gebouwd voor dr. Frederik van Eeden te Bussum verbouwd in 1902
Proeflokalen ’t Lootsje te Hamburg en Bremen
1894 Villa voor prof. dr.G. Heymans te Groningen
Villa gebouwd voor de familie Cruys te Hilversum.
1895 Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden aan het Sophiaplein te Amsterdam, verbouwd in 1911
Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden aan het Kerkplein te Den Haag, verbouwd in 1902 en 1909
Proeflokaal ‘Loodsje te Antwerpen, voor de Lucas Bols
1896 Villa Sonnenheuvel te Hilversum
Villa gebouwd voor mevr. Van Vloten te Noordwijk aan Zee
1897 De Beurs aan het Damrak te Amsterdam, voltooid in 1903
1898 Woonhuis voor Carel Henny aan de Scheveningseweg te Den Haag
Villa Eslaan te Bussum
1899 Gebouw voor de Algemene Nederlandse Diamantbewerkerbond te Amsterdam
Villa gebouwd voor J.H. Toorop te Katwijk aan Zee
1900 Kantoorgebouw te Surabaya voor de Algemene Maatschappij voor levensverzekering
Het huis parkwijck te Amsterdam, later afgebroken en gewijzigd weer opgebouwd te Bilt
Proefstation voor bouwmaterialen van Koning& Bienfait da Costakade te Amsterdam, verbouwd in 1908
1901 Wisselkantoor van de Amsterdamse Bank met lunchroom De Beursbeugel aan het Damrak te Amsterdam
1902 Kantoorgebouw te Lijzig voor de Algemene Maatschappij voor levensverzekering
Landhuis gebouwd voor Roland Holst te Laren, verbouwd in 1913
Zomerhuis voor prof.dr. Hesseling te Noordwijk aan Zee
Villa gebouwd voor D. Wilggers te Beek
Ontwerp voor een beurs voor de Boekhandel te Amsterdam
Eerste uitbreidingsplan voor Amsterdam-Zuid
1904 Woon en winkelhuizen in de Hobbemastraat te Amsterdam
1905 Villa gebouwd voor hr. De Veije te Wassenaar
Leeszaal in de Ooster speeltuin te Amsterdam
Woonhuis in de Kettingstraat te Den Haag
Landhuisje gebouwd voor Henri Polak te Laren
Huizenblok aan de Linnaeusstraat te Amsterdam
1906 Villa Walewijk te Watergraafsmeer
Ontwerp voor een Wagnertheater te Amsterdam
Gebouw voor de Arbeiderscoöperatie Voorwaarts te Rotterdam
De tweede Amstelbrug te Amsterdam
1907 Woonhuis voor A. Hingst aan de Koninginneweg te Amsterdam
Ontwerp voor het Vredespaleis te Den haag
1908 Uitbreidingsplan voor de gemeente Den haag
Dagteken- en kunstambachtschool voor meisjes te Amsterdam
Ontwerp voor het Beethovenhuis te Bloemendaal
Gevel voor woonhuizen in Sarphattisttraat te Amsterdam
1909 Postkantoor te Bergen
Concertzaal te Venlo
1910 Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden aan Zuidblaak te Rotterdam
Villa gebouwd voor H. Salomonson te Baarn
Ontwerp voor een Wagnertheater te Den Haag
1911 Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden te Nijmegen
Plannen voor arbeiderswoningen aan de Tolstraat te Amsterdam
Uitbreidingsplan van de gemeente Purmerend
1912 Ontwerp voor een Kunstenaarshuis te Amsterdam
Woonhuis aan het Kanaal te den Haag
Plannen voor arbeiderswoningen in de Zaagmolenstraat te Amsterdam
Woningen aan de Transvaalstraat en Ringkade te Amsterdam
1913 Woonhuis in het Prinse-Vinkenpark te Den Haag
Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden te Batavia
Eigen huis aan de Violenweg te Den Haag
Ontwerp voor een villa voor de familie Kröller te bouwen in Wassenaar
1914 Woningbouw over het IJ te Amsterdam
Winkelgebouw voor de firma Meddens aan de Hofweg te Den Haag
Kantoorgebouw te London voor de firma Müller & Co
Boerderij De Schipborg te Zuid Laren
1915 Ontwerp voor het Pantheon der menschheid
Tweede uitbreidingsplan voor Amsterdam-Zuid
Woningbouw in de Java-, Molukken- en Balistraat te Amsterdam
1916 Jachthuis gebouwd voor A.G. Krüller te Hoenderlo
1919 Ontwerp voor een Gemeentemuseum te Den Haag, gebouwd en in 1935 voltooid
1922 Ontwerp te verbetering van het Hofplein te Rotterdam
1924 Uitbreidingsplan voor de gemeente Utrecht
Ontwerp voor verkeersweg langs de Gevangenpoort te Den Haag
Bouw kiosk op het Buitenhof te den Haag
1925 Kantoorgebouw voor de maatschappij De Nederlanden aan de Raamweg Den Haag
First church of Christ, Scientist aan de Banstraat te Den Haag
Ontwerp voor het Mercatorplein en de ombouwing daarvan in Amsterdam-West
Literatuurlijst.
Dr.H.P.Berlage Bouwmeester 230 afbeeldingen van zijn werk met een inleiding door ir. Jan Gratama. Uitgeverij W.L & J. Brusses Rotterdam 1925
Nederlandse Bouwkunst: Koen Kleijn, Jos smit, Claudia Thunissen een uitgave van het Atrium
Architectuurgids van Nederland. Van de prehistorie tot 1940. M.W. Stenclak uitgeverij Elmar.
Beurs van Berlage. Jan Derwig en Jouke van der Werf. Uitgeverij Architectura & Narura. Amsterdam 1994
Architectuur 1800 – 1940. Den Haag H.P.R. Rosenberg, E.C. Vaillant, D. Valentijn. Uitgeverij SDU 1988
Monumenten in Den Haag. Evelyn de Regt, Staatsuitgeverij 1986
Die Haghe Jaarboek 1977, Drukkerij Trio
http//deu.archinform.net –Gottfried Semper
http//
www.cambridge.org/uk – Gottfried Semper and the problem of historicism
http//
www.architectuur. org -oevre Hendrik Petrus Berlage
http//
www.absofacts.com – Absolute Facts
http//www. Kunstbus.nl. – Hendrik Petrus Berlage
http//
www.dbnl.org - DBNL Caroline Boot en Marijke van der Heyden ‘Gemeenschapskunst”
http//
www.bma.amsterdam –Amsterdam Monumenten –Plan Berlage
http//
www.cultuurwijzer. nl - cultuurwijzer – jachthuis Sint Hubertus
http//
www.cultuurwijzer.nl – Virtueel Rondkijken jachthuis Sint Hubertus
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.