ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Anne B. (4 havo)

Datum ingestuurd:

11 oktober 2005

Taal:

Woorden:

1.700

Bekeken:

5079 keer (18 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (18 stemmen)

Deel op:

  • Door Mattii_De_Maan op 19-05-2008
    Die gedichten zijn echt SUPER!!!! dikke adoratie daarvoor !!! xx!!
Inleiding

Ik heb als thema voor mijn bloemlezing de maan gekozen omdat je haar op veel manieren kunt beschrijven, het licht in het donker, onbereikbaar, duister, enzovoort. Het is een interessant onderwerp en een origineel onderwerp wat ik denk niet dat veel mensen de maan als thema zouden kiezen, mensen gaan eerder voor liefde, de dood, afscheid of iets in die richting.

Zelf ben ik erg geïnteresseerd in het heelal en vooral de maan. Als klein kind had ik een telescoop waarmee ik vaak naar de maan keek, en ook nu nog. Ik ben zeer geboeid door de maan, sterren en planeten. Ik wil graag nieuwe dingen daarover leren en weten hoe ze in elkaar steken en hoe ze zijn ontstaan. Bij de maan wil ik graag weten hoe de donkere kant er uit ziet (de achterkant) omdat die niet te zien is met een telescoop en je die dus nooit te zien krijgt, tenzij je aan de andere kant van de maan zit. Ik heb op het internet in mijn leven heel wat uurtjes gezocht naar nieuwe weetjes over onze maan. Ik ben veel te weten gekomen in die periode en vind haar steeds leuker en interessanter worden

De maan heeft voor mij vele betekenissen zoals, een licht in het donker, liefde vol, mysterieus, de toekomst, het verleden en nog veel meer. Veel mensen vinden de maan ook Romantisch, samen met je liefde in het maanlicht over het strand lopen nadat je de zonsondergang hebt gezien, maar voor mij betekend ze zo veel meer.

Ik heb al vaker gedichten over de maan en de sterren gelezen, maar nooit van officiële literaire dichters. Ik vind de gedichten van de ‘amateur’ dichters niet zo moeilijk te lezen, maar ze zijn ook vaak erg slecht, al zitten er ook erg mooie bij. De amateurs schrijven meestal ook alleen maar over de romantische kant van de maan en niet over andere eigenschappen van haar.

Ik hoefde niet lang na te denken over het onderwerp voor deze bloemlezing. Ik dacht alleen wel dat er niet zoveel gedichten te vinden waren over de maan dus wou ik eerst ook de sterren erbij doen, maar terwijl ik aan het zoeken was kwam ik zelfs meer gedichten over de maan tegen dan ik nodig had. Ik heb toen ook meteen besloten om de sterren te schrappen.

Om een naam voor deze opdracht te verzinnen die niet afgezaagd is, maar juist origineel en lokkend. Ik heb wel meer als twintig titels opgeschreven voor dat ik bij deze kwam. Ik zou eigenlijk niet echt weten hoe ik eraan kom, ik denk doordat we bij ‘Algemene Natuur Wetenschappen’ het hebben gehad over de maan en toen werd ons verteld dat de achterkant van de maan donker is en dat die (haast) nooit te zien is, dat vond ik wel erg interessant. Ik heb dat waarschijnlijk opgeslagen en ik denk dus dat daar deze naam uit geboren is.

Dit zijn dus de redenen waarom ik de maan als thema voor deze bloemlezing heb gekozen en waarom ik hem ‘de donkere kant van de maan’ heb genoemd.

Analyse 1:
Maneschijn (LXXI)
De zon der nacht kwam uit de bergen klimmen,
En zoomt met zilver de afgedoolde wolken:
Het water wentelt ze in zijn blanke kolken,
En doet ze in kabbelende rimpels glimmen;

Door 't glanzend bergwoud dolen doffe schimmen,
Die, slank en trillend, bosch en berg bevolken...
De stilte alleen kan al die rust vertolken:
De nacht houdt de' adem in; de rotsen grimmen:

Aan ieder sprietje bleef een dauwdrup hangen, -
De hitte werd door de' avonddauw gevangen,
En geurt er mee uit de aard, die liefde wademt;

De mensch luikt vol genot de droomende oogen,
En 't luwtje, als liefde, al zoetjes aangevlogen,
Heeft kussend hem den sluimer ingeädemd...

Er zijn vier strofen, waarvan de eerste twee opgebouwd zijn uit vier zinnen en de laatste uit twee. De rijm in dit gedicht sluit zich daar ook op aan namelijk in de eerste twee is het abba - abba, de twee strofen rijmen dus op elkaar. En in de laatste twee is de rijm ccd - ccd dus ook die twee strofen sluiten op elkaar aan. Als laatste is het metrum de Jambe, wat betekend dat de eerste klank onbeklemtoond is en de tweede beklemtoond.

PROZAVORM:
De zon der nacht kwam uit de bergen klimmen, En zoomt met zilver de afgedoolde wolken: Het water wentelt ze in zijn blanke kolken, En doet ze in kabbelende rimpels glimmen; Door 't glanzend bergwoud dolen doffe schimmen, Die, slank en trillend, bosch en berg bevolken.... De stilte alleen kan al die rust vertolken: De nacht houdt de' adem in; de rotsen grimmen: Aan ieder sprietje bleef een dauwdrup hangen, - De hitte werd door de' avonddauw gevangen, En geurt er mee uit de aard, die liefde wademt; De mensch luikt vol genot de droomende oogen, En 't luwtje, als liefde, al zoetjes aangevlogen, Heeft kussend hem den sluimer ingeädemd....

Het gedicht is erg mooi geschreven, het is geschreven in het oud Hollands. Ik denk dat de schrijver de wonderen van de nacht wilde beschrijven en wat er ´s nachts veranderd. De manier waarop de schrijver naar de dingen kijkt spreekt me aan, hij ziet overal de schoonheid van, ook raakt het gedicht me op een of andere manier wel, maar ik kan niet uitleggen hoe.

Analyse 2:
De maan verrijst
Het duister doet de tinten samenvlieten,
En dekt met fulpen nacht het schel azuur, -
Nu gaat de glimvlieg heen en weder schieten,
Gelijk een star, gelijk een dansend vuur:

De stilte bidt.... Een tempel is natuur,
En de aard voelt zich met vrede als overgieten....
Het is dezelfde heilige avonduur',
Als toen ik 't eerst heur aanblik mocht genieten:

Eerbiedig denk ik aan het jong verleden:
Ik hoor heur stem, ik hoor heur zachte schreden....
Op bloemengeuren stijgt haar naam omhoog -

Wat zou dat zilver op den bergtop wezen?....
D ar is de maan in al haar glans verrezen....
Zóo rijst Mathilde voor het droomend oog!

Er zijn vier strofen, waarvan de eerste twee opgebouwd zijn uit vier zinnen en de laatste uit twee. De rijm in dit gedicht sluit zich daar ook op aan namelijk in de eerste twee is het abab - baba, de twee strofen rijmen dus op elkaar. En in de laatste twee is de rijm ccd - eed dus ook die twee strofen sluiten op elkaar aan. Als laatste is het metrum de Dactylus, wat betekend dat de eerste klank beklemtoond is en de tweede en derde onbeklemtoond.

PROZAVORM:
Het duister doet de tinten samenvlieten, En dekt met fulpen nacht het schel azuur, - Nu gaat de glimvlieg heen en weder schieten, Gelijk een star, gelijk een dansend vuur: De stilte bidt.... Een tempel is natuur, En de aard voelt zich met vrede als overgieten.... Het is dezelfde heilige avonduur', Als toen ik 't eerst heur aanblik mocht genieten: Eerbiedig denk ik aan het jong verleden: Ik hoor heur stem, ik hoor heur zachte schreden.... Op bloemengeuren stijgt haar naam omhoog - Wat zou dat zilver op den bergtop wezen?... Daar is de maan in al haar glans verrezen.... Zóo rijst Mathilde voor het droomend oog!

Het gedicht is onbegrijpelijk voor mij, ik word er zelfs na vijf keer lezen niet wijzer van. Het gedicht heeft wel een mooi soort melodieachtig iets, het klinkt wel lekker als je het voorleest. Er worden veel beeldspraken gebruikt in dit gedicht.

Analyse 3:
Onder de Maan
Doodstil ligt het alom beschenen leven
onder de maan die door de nachtegaal
wordt toegejubeld. De doden ontzweven
de zoden om te luisteren naar de taal
der zaligen die nu wordt aangeheven
zolang God het gedoogt. Dat is maar kort.
Weldra gaat de zon op zonder meedogen
en maakt de zaligen voor eeuwig zwart,
de kinderen der goden; voor hun ogen
steekt hij het lieve leven in het hart.

Er is maar één strof, opgebouwd uit 10 regels. De rijm vind ik niet helemaal bij die Anapest, wat betekend dat de eerste klank onbeklemtoond is en de tweede en derde beklemtoond.

PROZAVORM:
Doodstil ligt het alom beschenen leven onder de maan die door de nachtegaal wordt toegejubeld. De doden ontzweven de zoden om te luisteren naar de taal der zaligen die nu wordt aangeheven zolang God het gedoogt. Dat is maar kort. Weldra gaat de zon op zonder meedogen en maakt de zaligen voor eeuwig zwart, de kinderen der goden; voor hun ogen steekt hij het lieve leven in het hart.

Ook dit gedicht begrijp ik niet. Het is een gedicht dat gaat over dat de maan de dalen in iemands leven betekent en de zon de goede momenten. Het gedicht heeft een mooie melodie die vooral mooi klinkt als je het voorleest. De tekst van het gedicht is eigenlijk als een soort metafoor gebruikt. Dit is een mooi voor beeld van een niet goed te begrijpen gedicht dat toch een duidelijke betekenis heeft.

Analyse 4:
Maanlicht
Mijn kamer, waar ik argeloos
Daar straks kwam binnen loopen,
Verlangende alleen te zijn,
Waar ik mij veilig dacht,
Was mij door 't felle manelicht
Ontvreemd, dat door het open-
geslagen venster binnenkwam
Uit klaren zomernacht.

O, dat gewetenlooze licht!
Dat rustig lag te slapen
Op 't koele bed, waar ik zoo graag
Mijn hoofd verbergen ging,
En dat mijn lieve kamer in
Een lichtgrot had herschapen,
Waar ieder ding mij vreemd en koud
En zwijgende ontving.

Er zijn twee strofen, en ze bestaan allebei uit acht regels. De rijm in beide strofen is ab – cd – eb - fd. Als laatste is het metrum de Jambe, wat betekend dat de eerste klank onbeklemtoond is en de tweede beklemtoond.

PROZAVORM:
Mijn kamer, waar ik argeloos Daar straks kwam binnen loopen, Verlangende alleen te zijn, Waar ik mij veilig dacht, Was mij door 't felle manelicht Ontvreemd, dat door het open- geslagen venster binnenkwam Uit klaren zomernacht. O, dat gewetenlooze licht! Dat rustig lag te slapen Op 't koele bed, waar ik zoo graag Mijn hoofd verbergen ging, En dat mijn lieve kamer in Een lichtgrot had herschapen, Waar ieder ding mij vreemd en koud En zwijgende ontving.

Dit gedicht raakt mij erg, ik vind het een mooi en verdrietig. Het geeft me het gevoel dat ik nooit alleen kan zijn, waar ik ook ben. Het gedicht is niet erg melodieus, ik vind hem niet zo mooi in de zin van de opbouw maar meer de woord keuze.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.