Geschreven door: | anoniem (5 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 11 mei 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 600 |
Bekeken: | 5456 keer (31 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
ANGST
Het was niet meer te dragen
en niet meer uit te staan.
Dat hebben de blauwe nonnen
moeder, mij aangedaan
Ik griezel van hun koorden
en gruw van hun habijt.
Zij hebben een doek genomen
en over mij uitgespreid.
Zij zeiden: ze is bedorven
De dokter zei: maanziek.
Ik ben altijd gestorven
bij hun òrgelmuziek.
Het was niet meer te dragen
en niet meer uit te staan.
Dat hoeft moeder, het orgel
der blauwe nonnen gedaan.
Bertus Aafjes (1940)
Zakelijke gegevens
Titel: Angst
Dichter: Bertus Aafjes
Bundel: Het gevecht met de muze Verzamelde gedichten, Meulenhoff, Amsterdam, 1974-1
Eerste reactie
Keuze: Ik heb het eigenlijk vooral gekozen omdat het als titel ‘angst’ had. Angst is mijn thema, dus dat was wel handig.
Inhoud:
Het gedicht is makkelijk geschreven en de opbouw is ook goed. Het is ook erg realistisch, want in die tijd waren er best veel kinderen bang voor de nonnen die hen les gaven.
Ik vind het niet zo’n mooi gedicht want ik vind gedichten met heel veel gevoel veel mooier.
Gedichten met mooie woorden zijn ook veel leuker om te lezen. In dit gedicht zitten niet veel mooie woorden. Ik kan dit gedicht niet vergelijken met iets wat ik ooit heb meegemaakt, want ik heb nooit les van nonnen gehad.
Verdieping
Samenvatting: Aan het woord is een meisje. Ze vertelt tegen haar moeder dat ze gruwt van de nonnen. Ze was bang voor hen. Er is dus sprake van het weergeven van een gevoel. De personen die in dit gedicht voorkomen zijn de verteller (een meisje), de moeder van het meisje, de nonnen en de dokter. Het meisje verteld dat de nonnen haar verstikten van angst (“zij hebben een doek genomen en over mij uitgespreid”), de nonnen vonden haar stout (“bedorven”). Ook vond het meisje de orgelmuziek vreselijk.
Onderzoek
Stijlfiguren:
Herhaling: De eerste 2 zinnen van het gedicht worden weer herhaald in de laatste strofe.
Eufemisme: ‘Zij hebben een doek genomen en over mij uitgespreid’ Dit wil eigenlijk zeggen: ik was verstikt van angst.
Tautologie: ‘niet meer te dragen’ en ‘niet meer uit te staan’. ‘griezel’ en ‘gruw’.
Hyperbool: ‘Ik ben altijd gestorven bij hun orgelmuziek. De werkelijkheid wordt hier overdreven.
Dit gedicht heeft de kenmerken van een traditioneel gedicht: strofen van gelijke omvang, ongeveer even lange versregels, eindrijm volgens een bepaald rijmschema, normaal gebruik van leestekens.
Het gedicht heeft een volrijm: zowel klinkers als medeklinkers rijmen op elkaar.
Het rijmschema van de 1e, 2e, en 4e strofe van dit gedicht is: ABCB
Het rijmschema van de 3e strofe is: ABAB (Gekruist rijm)
Dit gedicht heeft een eindrijm: de laatste woorden rijmen.
Strofebouw: kwatrijn (strofe van 4 versregels)
Tijd/stijlperiode: Dit gedicht komt uit de moderne tijd 1. In die tijd werden er nog traditionele gedichten geschreven. Kenmerken hiervan: normaal gebruik van leestekens, eindrijm volgens bepaald rijmschema, even lange versregels en strofen van gelijke omvang. Dit komt allemaal in dit gedicht voor.
Plaatsing in de context van de geschiedenis: Rond de tijd dat dit gedicht geschreven is, kregen veel kinderen nog les van nonnen. Kinderen waren vaak bang voor die nonnen. Ze waren zeer streng en je moest erg braaf zijn. Was je niet braaf dan kreeg je een akelige straf.
Waarom past dit gedicht bij mijn thema?
-In het verhaal kun je lezen dat het meisje bang was voor de nonnen. De nonnen verstikten haar van angst. Ook zegt ze dat ze het orgel vreselijk vond.
-Door bepaalde woorden met dezelfde betekenis te herhalen: ‘gruw’ en ‘griezel’, maar ook: ‘niet meer te dragen’ en ‘niet meer uit te staan’. Doordat je zulk soort woorden gaat herhalen, voel je de angst meer.
Bronvermelding: <-b>
Titel: Eldorado, Internationale literatuur voor de tweede fase (Basisboek VWO)
Schrijver: o.a.: Jos Schilleman en Frits Leijnen
Uitgever: Meulenhoff Educatief, Amsterdam
Jaartal: 1998 (1e druk)
Titel: Het gevecht met de muze, Verzamelde gedichten
Schrijver: Bertus Aafjes
Samengesteld door: Bertus Aafjes, D.W. Bloemena en Laurens Vancrevel
Uitgever: Meulenhoff Amsterdam
Jaartal: 1974 (1e druk)
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.