CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Lex Wenneker (6 vwo)

Datum ingestuurd:

8 maart 2006

Taal:

Woorden:

950

Bekeken:

3345 keer (10 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (13 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
“Lustitia, virtus maximus?”

Stelling Thomas van Aquino: Rechtvaardigheid is de belangrijkste van alle morele deugden.

De ‘van Dale’ beschrijft rechtvaardigheid als volgt: Het beginsel dat ieder als lid van de maatschappij krijgt wat hem toekomt: uit een oogpunt van de sociale rechtvaardigheid is het noodzakelijk er naar te streven dat iedereen gelijke kansen krijgt.
Rechtvaardigheid is één van de zeven deugden. De andere zes zijn: verstandigheid (prudentia), gematigdheid (temperantia), moed (fortitudo), geloof (fides), hoop (spes) en naastenliefde (caritas).
Thomas van Aquino stelt dat wanneer wij spreken over wettelijke rechtvaardigheid, het duidelijk is dat zij uitblinkt onder alle morele deugden, in zoverre het goed van de gemeenschap (bonum commune) belangrijker is dan het individuele goed van een persoon.
Om te kijken of Aquino gelijk heeft gaan we eerst na wat er eigenlijk met het woord ‘deugd’ bedoeld wordt. De definitie van ‘deugd’ luidt als volgt: de voortdurende gezindheid het goede te doen en te bevorderen en het slechte na te laten. Ofwel, de natuurlijke neiging het goede te doen. In deze definitie zit meteen een van de redenen die Aquino gebruikt om aan te geven dat rechtvaardigheid de belangrijkste deugd is. Namelijk dat rechtvaardig handelen voortkomt uit het natuurlijke (het rationele), en dus is deze deugd zuiverder dan andere deugden die voortkomen uit het zintuiglijke, het bewuste. Wanneer je rechtvaardig handelt, kun je dit dus niet doen vanuit zelfzuchtige overweging, maar puur en alleen voor het welzijn van een ander (Aristoteles).

Vervolgens gaan we kijken naar de werkelijkheid, gaat het bovenstaande uitgangspunt ook op in de praktijk? Nussbaum stelt dat de mens moet kunnen voorzien in zijn basisbehoeften, de mens moet immers mens kunnen zijn. De basisbehoeften voor de mens zijn: de behoefte aan eten en drinken, de behoefte aan onderdak, de behoefte aan seksuele bevrediging en de behoefte aan mobiliteit. Ook heeft de mens een aantal capaciteiten die essentieel zijn en die de mens altijd wil ontwikkelen. Dit zijn onder andere: de capaciteit tot het ervaren van plezier en pijn, onze cognitieve capaciteiten, kinderlijke ontwikkeling, praktische rede, affectie met andere mensen, verbondenheid met andere natuurlijke soorten, humor en spel en afgescheidenheid.
Deze basisbehoeften en de behoefte tot het ontwikkelen van bovenstaande capaciteiten zijn voor groot belang voor het welzijn van de mens. En alleen rechtvaardigheid kan er voor zorgen dat ieder mens gelijke kansen krijgt om deze basisbehoeften en capaciteiten te verwezenlijken. Wanneer er namelijk geen sprake meer is van rechtvaardigheid, zou dat betekenden dat de basisbehoeften niet rechtvaardig verdeeld zijn en dus niet iedere mens evenveel kans heeft ‘mens te zijn’.

In feite kun je zeggen dat onze hele maatschappij, samenleving en cultuur gebaseerd is op rechtvaardigheid. We hebben dikke wetboeken waarin uitgelegd staat hoe deze rechtvaardigheid toegepast moet worden in de praktijk. Artikel 1 van de grondwet zegt het al: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Je zou je nu kunnen afvragen waarom de rechtvaardigheid dusdanig moet worden beschreven en uitgelegd, wanneer het voort zou moeten komen uit het rationele van de mens. Als iedereen zonder er bij na te denken rechtvaardig zou handelen dan zouden die wetboeken volstrekt overbodig zijn. Het is echter zo dat de mens bewust niet altijd rechtvaardig handelt. Wanneer je bijvoorbeeld met iemand vecht, dan weet je dat dit niet rechtvaardig is toch ga je bewust tegen je rationele gevoel in.

De volgende uitspraak van Plato laat zien dat een wetsysteem waarbij naar rechtvaardigheid wordt gestreefd altijd al van groot belang is geweest: Rechtvaardigheid wordt als de belangrijkste deugd gezien. Het is de deugd van de leider. De leider weet de balans aan te duiden en ieder het zijne te geven. Het staat voor het doen van de eigen taak, zonder je verder met van alles en nog wat te bemoeien.

Rechtvaardigheid is dus belangrijk, maar is het belangrijker dan alle andere deugden? Zo wordt wel gesteld dat vrijgevigheid al deugdzamer is dan rechtvaardigheid, omdat je dan iets van jezelf geeft aan een ander, en dat is een grotere deugd dan wanneer je de ander alleen geeft wat van hem is. Aristoteles stelt dat grootmoedigheid edeler zou zijn dan rechtvaardigheid. “Grootmoedigheid is het sieraad zowel van rechtvaardigheid als van alle andere deugden”. Moed zou ook edeler zijn dan rechtvaardigheid, omdat moed gaat over dingen die veel moeilijker zijn dan waar rechtvaardigheid over gaat, namelijk over wat levensgevaar oplevert. Maar moed is ook weer een deugd die voortkomt uit het bewuste en dus het zelfzuchtige. Wanneer we gaan kijken naar hoe rechtvaardigheid zich onderscheid van de andere zes deugden komen we weer uit op dat rechtvaardigheid de enige is die vanuit het onbewuste komt, en daarom zuiverder is dan alle andere deugden. Dus ook dan vrijgevigheid, dit is immers iets wat ook vanuit zelfzucht is ontstaan: vrijgevigheid met als doel daardoor zelf een goede naam te genieten (zelfzucht). Moed kan zelfs worden gezien als een onderdeel van rechtvaardigheid: iemand is willig zijn leven te riskeren vanuit de drang om rechtvaardig te handelen. Thomas van Aquino stelt ook dat moed alleen in oorlog nuttig is, terwijl rechtvaardigheid nuttig is zowel in oorlog als in vrede.

Concluderend kunnen we hieruit opmaken dat Thomas van Aquino met zijn stelling Rechtvaardigheid is de belangrijkste van alle morele deugden, gelijk heeft. Rechtvaardigheid is de belangrijkste deugd. Het is zuiverder dan de andere deugden het is nuttig in meerdere situaties, het is simpelweg de fundering van onze samenleving (Laat ik zeggen: “het zou de fundering van onze samenleving moéten zijn”) Wat mij voornamelijk is opgevallen is dat rechtvaardigheid een deugd is waar een hoop andere deugden op gebaseerd zijn. Rechtvaardigheid zou gezien kunnen worden als een soort ‘basisdeugd’. Veel deugden ontstaan namelijk vanuit de drang om rechtvaardig te handelen. De maatschappij, onze samenleving kan niet zonder rechtvaardigheid, het ontbreken hiervan zou de maatschappij onherstelbaar uit balans halen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.