CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (5e klas)

Datum ingestuurd:

26 november 2005

Taal:

Woorden:

950

Bekeken:

5954 keer (8 deze maand)

Waardering:

2.6/5 (19 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Architecturale tijdlijn

Egypte:
3100-332v.C.
-Mastaba: grafmonument.
-Trappenpiramides: vb. Djosercomplex te Sakkara.

-Knikpiramides: vb. Dasjoer.

-Piramides: vb. Cheops, Chefren, Mykerinos.
(Cheops)
-Godentempels: vb tempelcomplex van Karnak.
-Dodentempels.
-Rotstempels: vb. rotstempel van Aboe Simbel.

-Koningsgraven.
-Terrastempels.
Mesopotamië (=Sumerië =Babylonië)
3500-330v.C.
Monumentale bouwkunst.
-Steden rond heiligdom: tempels, paleizen, zikkoerat.
(zikkoerat van Samarra)
-Geen natuursteen, hout of metalen.
-Invoer van duurzame materialen.
-In de zon gedroogde klei steen.
-Glazuurtegels.
-Hangende tuinen van Babylon.

-Toren van Babel.
-Istjarpoort naar tempel.

Minoïsche beschaving
2800-1400v.C.
-Paleis van Knossos.

-Paleizen.
-Binnenhof met gebouwen rond.
-Voorraadkamers en erboven appartementen met terrassen en colonnades.
-Open informele, onregelmatige bouw.
-Gepleisterde muren in heldere kleuren. Rood, blauw of geel.
-Zuilen in hout.
Mycene
1600-1100v.C.
-Megaron.

-Er rond, gangen, kamers en vrouwenvertrekken.
-Leeuwenpoort Mycene.

-Burchten.
-Schachtgraven en koepelgraven.
Griekenland
6de eeuw v.C.-0
-3 Zuilenorden: Dorische, Ionische, Corintische.
-Architraafbouw.
-Theaters: marmeren zitbanken in een halve cirkel gebouwd op een natuurlijke helling.
Vb Theater van Epidourus.

-Tempels met vast bouwplan.
-Acropolis in Athene.

-Parthenon.

-Stoa’s.
-Gymnasia.
-Odeons.
Rome
0-450 n.C.
-Grote invloed van de Grieken.
-Pragmatisme.
-Totalitair machtsvertoon.
-Betonconstructie maakte de gewelfbouw mogelijk: de brede muren bevatten een kern van mortel en steenbrokken. De buitenzijde werd bekleed met baksteen of natuursteen.
-Ton-en kruisgewelven.
-Decoratieve (niet ondersteunende) overname van de 3 Griekse bouworden.
Vb. Colosseum te Rome.

-Fantasievolle variaties op Griekse architectuurelementen.
Vb. De composite-orde (corintische accantusbladeren onderaan en grote spiralen ionische
orde bovenaan)
De toscaanse stijl (variatie op dorische stijl)
-Nadruk op het interieur.
vb. Het Pantheon.

-De Romeinen hun gebouwen hebben veel grotere afmetingen dan hun Griekse voorgangers.
-Belangrijke types van de architectuur:
A. Forum Romanum

B. Tempel -Rechthoekig bouwplan: frontaal, podium, grote cella.
Vb. Maison Carreé te Nîme.

-Ronde grondplan: centraalbouw, volledig gesloten koepel. (vb.zie pantheon)
C. Basilica
D. Theater: de vorm van het Griekse theater word grosso modo overgenomen.
2 Vernieuwingen -volledig gesloten, half-cirkelvormig bouwwerk
-tribunes rusten op een gewelfconstructie
F. Amfitheater: (vb zie colosseum)
G. Circus of hippodroom
H. Triomfboog: vb Constatijn

I. Mausolea: grafmonument in centraalbouw.
J. Aquaducten en bruggen: vb. Aquaduct in Segovia.

K. Woning: -Insula.
-Atriumhuis.
Romaans
800-1200
-Indirect gebaseerd op bouwstijl Romeinen.
-Sterk religieus karakter.
-Rondbogen.
-Zware muren.
-Kleine vensters.
-Buitenkant versierd met veel architecturale ornamenten en beeldhouwwerk.
-Basilicaal grondplan met één dwarsbeuk.
-Tongewelven ondersteund door gordelbogen.
-Geleidelijke ontwikkeling kruisribgewelf.
-Grote diversiteit.
Vb. Het kloostercomplex te Fontenay.

Vb. De kerk van Maria Laach.


Gothiek
100-1450
-Benadrukking van de verticale lijn.
-Natuursteen.
-Streven naar grote vensters. Men probeerde zeer grote kerken te bouwen met grote ramen. Luchtbogen, steunberen, kruisribgewelven en spitsbogen werden aangewend om dat te bereiken.

Vb. Le Notre-Dame.

-Kathedralen.
-Spitsbogen.
-Typisch gotische ornamenten zijn hogels, kruisbloemen en pinakels.

-Storten vaak in.
Renaissance
1300-1600
-Harmonieus, horizontaal karakter.
-Terugval op antieke vormen.
-Vensters en deuren krijgen een omlijsting van pilasters of halfzuilen met fronton.
-Laatklassieke zuilen met basement en kapiteel dragen rondbogen.
-Tegen hoge muren worden de 3 zuilen orden boven elkaar aangebracht en worden gescheiden door horizontale kroonlijsten..
-Houten plafonds in vakken verdeeld.
-Graatgewelven of tongewelven.
-Verhoudingen van de gebouwen en hun onderdelen zijn gebaseerd op deze van de mens.
-Klassieke decoratievormen
-Koepelbouw word hersteld
-Triomfboogmotieven als portaal.

Vb. Brunelleschi, Dom te Florence.

Vb. Alberti, Santa Maria Novella.

Barok
1600-1750
-Barok straalt steeds beweeglijkheid, pracht, praal en triomfalisme uit.
-Kostbare materialen. (marmer, bladgoud)
-Vormen zijn zelden symmetrisch.
-Clair-obscur.
-Sterke kleurconstrasten.
-Rechte lijn wordt zo veel mogelijk ontweken.
-De muren werden afwisselend hol en bol gebouwd om een golvend ritme te verkrijgen.
Vb. Borromini, San Carlo

-Vaak koepelvormige plafonds, vlakke plafonds werden beschilderd om zo ook een ruimtelijk effect te verkrijgen.
-De trap word een duidelijk belangrijk onderdeel.

Vb. Sint-Pieter, Rome

Rococo
-Wordt gezien als de laatste fase van de barok maar is soberder.
-Dezelfde vormen als bij barok maar de vormen worden nog fijner en grilliger.
-Binnenhuisarchitecten decoreerden muren en plafonds met sierlijke ranken van zacht gekleurd of verguld stucwerk.
-Speelse vormen.
-Schelpvormige versieringen.
-Verguld houtsnijwerk.
-Slingers.
Vb.Van Bauerscheit, Osterriethhuis.

Vb. Hotel de Soubise.

Neoclassicisme
1770-1850
-Hernieuwde interesse in de kunst van de klassieke oudheid.
-Symmetrisch ingedeeld.
-Vaak wit bepleisterde muren.
-Toepassing van classicistische elementen.
-Frontons, kroonlijsten, zuilen, pilasters.
Vb.Jacob Otten Husly ,Felix Meritis

Neogotiek
1740-1880
-Men wilde de gotische bouwkunst doen herleven.
-Reactie op de strakke, koele vormen van het classicisme.
-Spitsboogvensters.
-Gekanteelde torens.
-Waaiergewelven.
Vb. Palace of Westminster.

Neobarok
1880-1900
-Golvende lijnen.
-Veel versiering.
Vb. Opera van Berlijn.

Eclecticisme
1850-1910
-Kenmerken van verschillende neostijlen gecombineerd tot 1 geheel.
Vb. Justitiepaleis Brussel.

Vb. Centraal station Antwerpen

Art nouveau of jugendstil
1880-1914
-Uitbundige decoraties.
-Gekleurde mozaïeken.
-Asymmetrische ornamenten.
-Vloeiende lijnen.
-Contrastwerking tussen licht en donker.
-Motieven van fauna en flora.
-Hoektorens, topgevels, dakkapellen, balkons en loggia's.
-Gevels in verblendsteen.
Vb. Horta, the Tassel House.


àStaal, glas, techniek.
Slaoliestijl
Vb. Jan toorop


wiener sezession
Vb. Hoffman

Modernismo
-Versiering verwerkt in gebouw.
-Strak gebouw: versierd met tegels, motieven, mozaïek.
Vb. Gaudi, casa milà

Liberty
Vb. Macintosh
Nieuwe zakelijkheid
1908
-Modernisme.
-Men streeft naar ideale maatschappij.
-Ornament und verbrechung.
-Versieringen overbodig.
-Composities geometrisch.
Vb. Adolf Loos, Mollerhaus

WO 1
1917
-Interbellum.
-Stemmen breken met verleden.
-Reorganisatie van de maatschappij.
-Functionaliteit is een voorwaarde voor schoonheid.
-Zuivere elementaire geometrie.
-Staal en gewapend beton.
Vb. Rietveld, Utrecht.


FFF: Form follows function.
LIM: Less is more.

Vb. Mies van der Rohe, Toronto

-Puristen.
-Alles puur.
-Strakke witte vormen.
-Geometrisch.
-Geen oneffenheden.
-Minimalisme.
Vb. Le Corbusier, Villa Savoye.

WO 2
à internationale stijl.
CIAM
1928
-Congrès Internationeax d'Architecture Moderne.
-Alles word groter en groter.
-Le Corbusier “Het huis is een woonmachine.”

Vb. Le Corbusier.

1968 Mei
-Men gaat alles als gelijk beschouwen en men kreeg evenwaardige gebouwen.
-Dambordpatroon, Barcelona.
-Alles rond centraal punt, Parijs.
1970
-CIAM wordt afgeschaft.
-Streven naar kleinschaligheid.
Post modernisme
1980
-Reactie op de internationale stijl.
-Verzameling bouwstijlen.
-Speelse en geavanceerde technologische oplossingen.
-Vaak versieringen die van vroegere bouwstijlen ontleend zijn.
Vb. AT&T, New York.

LLL: Learning from Las Vegas
-Je vind er alle mogelijke culturen.
-R. Bofill
-M. Bota
-A. Rossi
Vb. Robert Venturi, Guild house.

Neomodernisme
1990-2005
-Veelzijdig materiaal en kleur gebruik.
-Structuur van materialen vaak zichtbaar.
-Vooral platte daken en horizontale raamstroken.
-Uiterlijke vorm van het gebouw is belangrijk.
-Hout, glas, metaal, beton.
-Libeskind
Nieuwe WTC torens?

Jodenmuseum in Berlijn

-Verrassende mix van genres.
-Kwa materiaal geen basis om op terug te vallen.
-Meier.
-O’ Gehry, Disneyland.

Hightech
-Het idee van High Tech is dat de onderdelen van de gebouwen zoveel mogelijk in de fabriek worden geprefabriceerd. -De installaties en constructie van de gebouwen worden als een soort ornament of sculptuur aan de buitenzijde geplaatst. Hierdoor krijgen de gebouwen het uiterlijk van een machine.
-Het argument is dat er binnen een grote flexibele lege ruimte overblijft.
-De gebruikte materialen zijn vooral staal, aluminium en glas.
-In de projecten worden regelmatig in felle kleuren geschilderde tui-constructies, vakwerkliggers, ruimtevakwerken en raatliggers toegepast.

Vb.Centre De Pompidou

-Jean Nouvel.

-Foster
-Rogers
Deconstructivisme
-Chaotische en gefragmenteerde gebouwen die schots en scheef staan.
Vb. Zaha Hadid.

Vb. Peter Eisenman

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.