Geschreven door: | juudlisanelise (3 vwo) |
Datum ingestuurd: | 28 februari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.150 |
Bekeken: | 2575 keer (11 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoud
• Inleiding
• Geschiedenis
• De theorie achter de acupunctuur
• Hoe werk acupunctuur precies en waar gaan de acupuncturisten vanuit?
• De diagnose
• De therapie
• Bronnen
Inleiding
Er zijn verschillende soorten geneeswijzen. Een van die geneeswijzen is een alternatieve geneeswijze. Dit verslag gaat over een alternatieve geneeswijze, namelijk acupunctuur. Acupunctuur is een onderdeel van de Oosterse geneeskunde. Het energetisch evenwicht van de mens wordt beïnvloed door het behandelen van bepaalde punten op de huid of de slijmvliezen. De acupunctuur biedt daarbij mogelijkheden zowel op diagnostisch gebied als op therapeutisch gebied. In het Westen is acupunctuur vooral bekend geworden en daarom probeerde men deze geneeswijze te benaderen met westerse begrippen.
We waren met ons groepje er al snel uit dat we het werkstuk over een onderdeel van de alternatieve geneeswijze wilde maken. Acupunctuur sprak ons het meest aan daarom hebben wij dit onderwerp gekozen.
Er zijn twee stromingen ontstaan in de acupunctuur. De eerste stroming is de traditionele, oude filosofische met de daaraan verbonden empirische onderzoeksmethoden en behandelingsmethoden. De andere stroom is een soort geavanceerde acupunctuur. Bij de laatst genoemde acupunctuur is er de laatste 10 jaar speciale apparaten ontwikkeld voor een nieuwe vorm van acupunctuur. Enkele daarvan zijn bijvoorbeeld elektro-acupunctuur, laserstraalacupunctuur en neusacupunctuur. In dit verslag zullen we het voornamelijk hebben over de eerste stroming.
Geschiedenis
Acupunctuur betekent: acus = naald, punctum = prik, daar wordt dus de naam acupunctuur van afgeleid. Volgens de legende is de methode ontdekt door een soldaat die al jaren aan een ziekte leed. Toen hij op het slagveld door een pijl werd getroffen, genas hij van die ziekte. De Chinezen zagen dit als gegeven en gingen een geneeskunst ontwikkelen gebaseerd op het prikken met scherpe voorwerpen op zorgvuldig gekozen plaatsen op het lichaam. Dat was het begin van de ontwikkeling van de acupunctuur. Er waren ook opvattingen op papier gezet. De eerste geschriften over acupunctuur zijn ongeveer 1500 voor Christus gevonden. Nei Tsjing is een boek uit die tijd. Daarin wordt gesproken over keizer Huang Ti en zijn eerste minister Tsji Po die de problemen rondom ziekte en gezondheid bespreken. Hierin speelt de naaldengeneeskunde een belangrijke rol.
Eeuwenlang was acupunctuur de enige geneeswijze in China. Pas na de opiumoorlog van 1839 tot 1842 stichtte de Oost-Indische Compagnie ziekenhuizen in Kanton en Macau. Dat was de eerste kennismaking met de westerse geneeskunde in China. Tijdens het Kwomintang-stelsel (nationalistische en socialistische partij die werd gesticht na de val van het Chinese keizerrijk door Soen Yat-Sen en later onder leiding van Tsjang Kai-Sjek kwam) kreeg de westerse geneeskunde zelfs voorrang boven de acupunctuur. Maar met de overwinning van Mao Zedong in 1949 kwam de acupunctuur weer in het centrum van de belangstelling.
Acupunctuur staat bekend als oosterse geneeskunde uit China. Maar ook in Egypte, Japan, India, Tibet, Ceyclon en bij de Bantoe zijn er geschriften gevonden die wijzen op de geneeskunde. In Noord-Amerika en bij de Eskimo’s zijn er bovendien ook naalden gevonden die mogelijk dienden voor de geneeswijze.
In de zeventiende eeuw werden de eerste geschriften in Europa geschreven over acupunctuur. De eerste werd gemaakt door de Franse Jezuïetenmissionaris (volgeling van Jezus) Harvieu. Het boek heet Les secrets de la médecine chinoise waarin de Chinese polsdiagnostiek is beschreven. Ook werden er door Hollanders boeken over de acupunctuur geschreven. Door de Hollandse kooplieden kreeg de acupunctuur zelfs zijn bekendheid in Europa. Zij waren bovendien de enigen die, via het eiland Decima, in contact kwamen met oosterse geneeskunde. Zo is er bijvoorbeeld in 1683 het boek Anoenitatum Exoticarum verschenen, geschreven door Willem Ten Rijen. Maar deze en een paar andere geschriften werden niet geaccepteerd door de officiële natuurwetenschappelijke artsen. Ondanks dat zijn er in alle westerse landen klinieken, poliklinieken, opleidingen en organisaties op het gebied van acupunctuur gevestigd. De basis daarvoor is gelegd in 1939 en 1959. In 1939 werd het boek L’acupuncture chinoise gepubliceerd door Soulié de Morant en in 1959 werd in Duitsland het boek Die Akupunktuur, eine Ordnungstherapie door Bachmann gepubliceerd. Deze twee geschriften waren de basis voor de huidige belangstelling voor de acupunctuur.
De theorie achter de Acupunctuur
Acupunctuur is een al eeuwen oude alternatieve geneeswijze uit China en is ook een van de weinig in stand gebleven Chinese geneeswijzen. Waarom de alternatieve geneeswijze is blijven bestaan, is te danken aan de krachtige werkingen er van. Bijzonder aan deze geneeswijze is, dat er geen inmengen zijn met de westerse medische geneeswijze. De kijk op de gezondheid is bij een acupuncturist heel anders dan bij de westerse geneeswijze.
Met de westerse geneeswijze ziet men het lichaam en de geest als twee aparte componenten. Het lichaam is een soort machine die op voedsel en drinken werkt. De geest is iets waar mee men zich pas bij gedragsstoornissen gaat bezig houden. De westerse wetenschap heeft zich in een razend tempo ontwikkeld. Maar ondanks de kennis die de westerse wetenschap op dit moment, heeft blijven er nog veel mensen rond lopen die nog niet van hun klachten af zijn. Dat komt vooral omdat de westerse medische wetenschap alleen de symptomen ervan geneest, maar niet de geestelijke beleving van een patiënt waardoor de kans op terugkeer vergroot wordt. Er is dus in de westerse medische wetenschap een scheiding tussen het verrichten van chirurgische ingrepen en de sessies die gehouden worden voor de geestelijke problemen. Wel is de laatste tijd de kloof verkleind tussen geest en het lichaam door meer geestelijke testjes, maar vergeleken met de acupunctuur is deze kloof nog steeds groot.
Bij acupunctuur ziet men het lichaam als een fenomeen. Lichaam en geest staan sterk met elkaar verbonden. In de acupunctuur gebruikt men het yin en yang teken. Dit teken staat voor twee tegenovergestelde krachten die elkaar in evenwicht proberen te houden. In de oude Chinese wereldbeschouwing bestaat het universum uit een kringloop van levensenergie. Deze energieën noemt men Qi of Chi. Deze energie bestaat uit twee gedeelten. Een positief gedeelte en een negatief gedeelte. De yin staat voor het donkere, de schaduw. De yang staat voor het verlichte, de zon. Alles om je heen, de dingen, je gedachten, maar ook je gevoelens heeft te maken met een wisselwerking tussen die twee krachten. De stippen in het yin en yang tekeningetje betekenen dat er nooit helemaal 100% evenwicht is, maar dat er wel de drang naar is.
Als je je emotioneel niet goed voelt of onder druk staat, kan het gebeuren dat de harmonie tussen het lichaam en de geest verstoord wordt. Dat kan als gevolg hebben dat men ziek wordt. Andersom kan het natuurlijk precies hetzelfde zijn dat door de ziekte de harmonie verbroken wordt. Maar het is niet zo als yin en yang even uit evenwicht zijn, dat je gelijk ziek bent. Hieronder leggen we dat wat verder uit..
Hoe werkt acupunctuur precies en waar gaan de acupuncturisten vanuit?
Yin en Yang
Evenwicht wordt als het basisprincipe van het universum gezien. Het wordt gevormd door twee componenten die elkaars tegenpool en complement zijn : “Yin/Yang”.
Volgens de traditionele Chinese wereldbeschouwing bestaat het universum uit een kringloop van (levens)energie.
Deze energie wordt Qi of Chi genoemd. We vinden dit woord in de Chinese bewegingskunst Tai Chi, maar ook in het Japanse Aikido. Daarin zijn twee kanten te onderscheiden: yin en yang.
Yin is de negatieve pool met eigenschappen als passief, donker, vrouwelijk, ontvangend, chronisch en gevolg. Er zijn ook ‘yinorganen’. Dit zijn de parenchymateuze organen: hart, longen, lever, milt, nier en ‘de meester van het hart’. Met het laatstgenoemde orgaan wordt de bloedsomloop, bloeddruk, pericard en geheugen bedoeld. Ook regelt het de samenstelling van het bloed. Alles om ons heen, de dingen, onze gedachten en onze gevoelens zijn het resultaat van de wisselwerking van die tegengestelde krachten.
Yang is de positieve pool met eigenschappen als actief, licht, mannelijk, de zon, het scheppende, het acute en de oorzaak. Yang heeft, net zoals yin, ook zijn eigen organen. Dit zijn de holle organen: dunne darm, dikke darm, galblaas, maag, blaas en de ‘drievoudige verwarmer’. Onder de drievoudige verwarmer wordt een orgaanwerking die te maken heeft met de energiefunctie van de ademhaling, de spijsvertering en de voortplantingsorganen bedoeld.
Chi is al vanaf de geboorte aanwezig en wordt aangevuld met lucht via de ademhaling, de spijsvertering en via de interseksuele energie die vrij komt bij het vrijen. Maar deze verzamelde energie is onzuiver en moet worden gereinigd tot zuivere energie. Dit gebeurt in de parenchymateuze organen (yin). Zo worden yin en yang in het menselijk lichaam in stand gehouden. Bij een tekort of een teveel aan één van de twee polen wordt de mens ziek.
Als iemand emotioneel onder druk staat, kan het zijn dat de harmonie tussen lichaam en geest verbroken wordt. De persoon raakt uit balans en wordt ziek. Andersom werkt het ook: als je ziek bent is je mentale conditie vaak ook niet al te best. Door het gebruik van acupunctuur kan je Yin/Yang weer in evenwicht brengen. Oftewel het zoeken naar evenwicht en daar houdt de traditionele Chinese geneeskunde zich mee bezig.
Meridianen
Ook gaat de acupunctuur ervan uit dat er een aantal banen of meridianen over het lichaam lopen, vlak onder de huid. Deze meridianen zijn transportwegen van energie die wij nodig hebben om te bestaan. Een mens is gezond zolang er voldoende energie vrij en ongehinderd stroomt. Zijn er blokkades in de energiecirculatie dan zullen er, zowel door een teveel als een tekort aan energie, klachten ontstaan. Door de meridianen te beïnvloeden via de acupunctuurpunten kan men de energiecirculatie herstellen. Dit kan door naalden, warmte, elektriciteit of laser.
De mens heeft eenenzeventig meridianen. Daarvan zijn er zes yin- en zes yangmeridianen. Die meridianen corresponderen met de bijbehorende organen. Dus de yinmeridianen met het hart, de longen, lever, milt, nier en meester van het hart en de yangorganen met de dikke darm, maag, dunne darm, urineblaas, galblaas en drievoudige verwarmer. Een meridiaan begint of eindigt altijd aan een hand of een voet. Het eindpunt van de ene meridiaan ligt vlak bij het eindpunt van de andere meridiaan. Zo is het mogelijk dat Chi door het hele lichaam kan stromen. In vierentwintig uur heeft het alle meridianen doorlopen.
De yin meridianen: voorzijde van romp en binnenzijde van de ledematen.
De yan meridianen: achterzijde van de romp en buitenzijde van de ledematen.
Naast de besproken hoofdmeridianen zijn er ook nog de conceptie- en de gouverneurmeridiaan. Hiervan zijn er in totaal acht. De banen lopen vanaf het stuitbeen, via de meridiaanlijn, naar respectievelijk over de voor- en achterkant van het lichaam naar de onder- en bovenlip. Verder zijn er nog op elke lichaamshelft zes extra wondermeridianen. Deze functioneren als er storingen optreden in de hoofdmeridianen. Dan zijn er nog de nevenmeridianen, die een yin- en yangmeridiaan met elkaar verbinden, en de spiermeridianen, die functioneren met huid- en spierfuncties.
Op de meridianen liggen punten die variëren in aantal. Zo liggen er bijvoorbeeld op de hartmeridiaan negen en op de maagmeridiaan vijfenveertig punten. Om al die punten te onthouden gaf men ze nummers. Nu zijn er ruim 950 punten beschreven, maar door onderzoek wordt dit aantal steeds groter. De punten zijn ongeveer twee millimeter in doorsnede en liggen op uiteenlopende dieptes onder de huid. Ze kunnen voor twee dingen gebruikt worden: diagnose en therapie. De diagnose kan worden gesteld doordat de patiënt een specifieke pijnlijke plaats aanwijst, die correspondeert met een inwendig orgaan.
Therapeutisch zijn de punten van belang ten gevolge van het toe- en afvoeren van de levensenergie. Voor geoefende acupuncturisten is er een heel klein elastisch knobbeltje voelbaar in de spier. Sommige acupuncturisten gebruiken een soort puntzoeker. Dat is een instrument dat de elektrische huidweerstand meet. De weerstand boven de acupunctuurpunten zou lager zijn dan die van de omgeving.
Dit zou duidelijker moeten worden gemaakt doordat er een lampje gaat branden of doordat er een pieptoon te horen is. Een nadeel van deze methode is dat de weerstand tijdens het meten steeds verandert door de op de huid uitgeoefende druk. Een methode waarbij er geen contact wordt gemaakt met de huid is de Mardice-Methode. Hier wordt gebruik gemaakt van een soort airocap die, op een afstand van minder dan tien centimeter, verschillen in weerstand zou moeten kunnen decteren. Maar de betrouwbaarheid van deze methode en de puntzoeker staan nog steeds ter discussie.
Er zijn dus ruim meer dan 950 acupunctuurpunten. In de Chinese medische werken worden er de volgende belangrijke groepen van beschreven:
1) Alarmpunt (mo-punt): Dit punt komt in ieder meridiaan voor. Wanner het desbetreffende orgaan in functie verstoord raakt, slaan de punten alarm. Dit uit zich in pijn bij drukuitoefeningen. Door middel van punctering bij deze punten wordt er resultaat geboekt.
2) Begin- en eindpunten van de meridiaan: Door toevoer van energie van deze punten kan er een algemene harmonisatie van het lichaam ontstaan.
3) Stimulatie- en sedatiepunt (respectievelijk toevoer en afvoer van energie): Dit zijn de belangrijkste punten op de meridiaan. Ze brengen het verstoorde lichaamsdeel weer in evenwicht.
4) Bronpunt (jüan-punt): Dit punt is op elke meridiaan aanwezig en versterkt de invloed van het stimulatie- en sedatiepunt van die meridiaan.
5) Doorgangspunt (lo-punt): Dit punt is van invloed op de energie-uitwisseling tussen twee functioneel met elkaar verbonden meridianen.
6) Toestemmingspunt (jü-punt): Deze ligt op de blaasmeridiaan. Ieder orgaan heeft een toestemmingspunt op deze meridiaan en wordt gebruikt om de desbetreffende organen te activeren.
7) Appendixpunt: dit zijn de speciale punten die gebruikt worden bij bepaalde aandoeningen.
8) Reüniepunten: Deze liggen op de kruisingen van meridianen.
9) Kardinaalpunten: Deze punten hebben bijzonder veel invloed op de energiestroom.
Elementenleer
Hiernaast kent het traditionele Chinese denken nog een andere belangrijke theorie:
de Elementenleer (ook wet vijf fasen genoemd). Uitgangspunt van deze theorie is, dat alles voortdurend in beweging is. Dat geldt voor de cyclus van de seizoenen, het ritme van de dag, maar ook voor het functioneren van de mens. In tegenstelling tot onze afspraak om over vier seizoenen te spreken, hanteren de Chinezen er vijf. Dit vijfde seizoen zouden wij nazomer noemen. Elk van deze seizoenen is verbonden met een element. Hierbij valt niet te denken aan de scheikundige elementen, zoals die in de chemie zijn ontdekt en die keurig in het periodiek systeem der elementen zijn vermeld. De vijf elementen, waarmee de acupuncturist werkt, zijn Metaal, Water, Hout, Vuur en Aarde. Naast deze vijf elementen hanteren de Chinezen nog een zesde element: het Keizerlijk Vuur. Dit element vormt een soort overkoepeling van de vijf elementen en werkt min of meer als een stabilisator tussen de verschillende elementen.
De vijf elementen
Het element Metaal hoort bij de herfst, Water bij de winter, Hout komt overeen met de lente, Vuur met de zomer en Aarde staat voor de nazomer. Wanneer we deze elementen binnen de Yin-Yang theorie bekijken, dan zal duidelijk zijn dat lente en zomer bij Yang (veel energie) horen en herfst en winter bij Yin (weinig energie). De nazomer (aarde) bevindt zich in het midden. Het is een periode, die de groei van lente en zomer afsluit en de rust van de winter inluidt.
Binnen onze medische traditie komen we niet veel verder dan her onderkennen van begrippen als voorjaarsmoeheid en herfstdepressies:
De Chinese artsen gingen veel verder en hebben het functioneren van de mens in relatie tot de seizoenen en de biologische klok uitvoerig in kaart gebracht. De elementen uit de natuurlijke jaarlijkse cyclus corresponderen met de organen in het menselijk lichaam. Elke verstoring van de natuurlijke Cyclus - buiten of binnen het lichaam - zal een reactie oproepen van een tegengestelde kracht, omdat het evenwicht hersteld wil warden. Als we weten hoe dit proces in zijn werk gaat en als we weten waar deze krachten werkzaam zijn, dan kunnen we het lichaam helpen om het evenwicht sneller te bereiken. Dit is het basisprincipe van acupunctuur.
De diagnose
In de klassieke acupunctuur is de belangrijkste diagnose te vinden in de sfymologie of de leer van de pols. Aan elke arteria radialis zijn 6 polsgolven en die polsgolven worden onderscheiden in 3 oppervlakkige en 3 diepe. Elk golf komt overeen met een bepaald orgaan. Als de onderzoeker met zijn middelste drie vingertoppen op de rechter arteria radialis houdt, dan voelt de onderzoeker de drievoudige warmer met zijn ringvinger, de maag met zijn middelvinger en met zijn wijsvinger voelt hij de dikke darm. Als de onderzoeker wat harder drukt dan voelt hij met zijn ringvinger de meester van het hart, met zijn middelvinger de milt, en met zijn wijsvinger de long. Doet de onderzoeker dit met de linker arteria radialis, dan voelt de onderzoeker de nieren, de lever, en het hart, en als hij harder drukt dan voelt hij de blaas, de galblaas, en de dunne darm.
De oppervlakkige organen zijn de yangorganen en de diepe organen zijn de yinorganen. Volgens een persoon genaamd Bachmann (1976) wijst de oppervlakkige pols op de spanning van de wand van de arterie, en de diepe pols op de bloeddruk. Er zijn dus 12 polsgolven te voelen aan beide polsen. Elk polsgolf wordt in de klassieke leer onderverdeeld in 28 kwaliteiten. Dat betekent dat men aan elke arteria radiales ongeveer 300 karakteristieken kan waarnemen. Deze gegevens worden uitgelegd wat betreft het al dan niet verstoorde yin-yang-evenwicht.
Allerlei factoren van de pols zijn bij de verklaring belangrijk. Als men denkt dat er een yinziekte aanwezig is dan zal men eerst de rechter arteria radialis voelen, omdat deze pols meer de yintoestanden weergeeft. Men moet ook rekening houden met de tijd van het jaar. Zo is bijvoorbeeld de polsgolf die overeenkomt met de longen sterk in de herfst en de polsgolf die overeenkomt met de dunne darm sterk in de zomer. De polsgolf van de urineblaas zal anders aanvoelen als men juist geplast heeft dan wanneer de blaas in volle toestand is. Ook de windrichting, het klimaat, het sterrenbeeld en het temperament hebben te maken met de polsdiagnose.
Als men de pols gaat voelen krijgt men een indruk van hoe het orgaan er aan toe is. Men bekijkt niet alleen de klachten, maar men zoekt naar een algemeen beeld van de zieke mens. De acupuncturist bekijkt en behandelt dan ook de gehele mens.
Het is opgemerkt dat er meer dan 12 organen en lichaamsdelen aangetast kunnen worden door ziekten. Al deze aandoeningen uiten zich echter in de 12 meridianen en polsgolven die erbij horen. Men zoekt hiervoor in de embryologische concepten voor deze verklaring.
Bij de diagnose wordt door sommige acupuncturisten gebruik gemaakt van de akabane-test. Een dunne moxa-stick wordt op enige millimeters boven een nagelpunt (beginpunt of eindpunt van een meridiaan) heen en weer bewogen. De patiënt voelt de pijn na een aantal keren. Dit aantal geeft het energieniveau aan in de meridiaan.
Behalve de polsdiagnose, die 5 tot 15 minuten duurt, haalt men ook gegevens uit de anamnese en het algemeen lichamelijke onderzoek. De traditionele Chinese diagnose is hierbij vooral belangrijk. Men veronderstelt dat de toestand van de inwendige organen kan worden gezien op de tong, op de nagels, in de ogen en in het gezicht. Bij het vaststellen van de diagnose spelen ook de lichaamsgeuren een belangrijke rol. Bij lichamelijk onderzoek zijn ook de alarmpunten belangrijk.
De Therapie
Als men in de diagnose genoeg informatie heeft verzameld kan men beginnen aan de therapie. Het doel van de therapie is het herstellen van de harmonie tussen yin en yang. Dit doet men door een of meer naalden op zorgvuldige gekozen acupunctuurpunten te plaatsen. Door deze methode kan men de verstoorde harmonie in het lichaam herstellen. Als er een tekort aan energie is wordt het stimulatiepunt op de meridiaan geprikt; de naald wordt rondgedraaid naar rechts en het wordt snel en kort door de huid gestoken. Als er teveel energie is wordt het sederingspunt geprikt en wordt de naald met tussenpozen verder in de huid gestoken. Dit zou, evenals het naar links draaien, een kalmerend effect hebben. Als je prikt tegen de energiestroom in, heeft het een kalmerend effect, prikken met de energiestroom mee krijgt een stimulerend effect. De naalden kunnen ook verwarmd worden of elektrisch gestimuleerd.
Om de goede plaatsen te vinden van de verschillende punten die liggen op een meridiaan, gebruikt men een individuele afstandsmaat genaamd tsou. Een tsou is de afstand tussen de twee gewrichtsspleten van het middelste kootje van de middelvinger, bij de man is het de linker en bij de vrouw is het de rechter.
Bij het vinden van de punten heb je iemand nodig die veel van de anatomie weet en die veel ervaring heeft. Als de plaats is bepaald wordt de naald ingebracht. Dit moet snel gebeuren en meestal loodrecht op de huid. Het gebeurt soms onder een hoek van 45 graden (borstkas) of onder een hoek van 15 graden (in het gezicht, hoofd en hals). Bij het vinden van de goede plaats van het punt is de houding van de patiënt zeer belangrijk als men de naald inbrengt. Hiervoor zijn allerlei voorschriften. Hoelang een naald in het lichaam blijft, varieert. Het kan secondes duren maar ook uren. In de klassieke acupunctuur hangt het af van de tijd waarin de pols weer normaal wordt. Het aantal naalden dat gebruikt wordt hangt af van de acupuncturist en de ziekte. Het kunnen er één zijn maar ook tientallen, maar het liefst zo weinig mogelijk.
De patiënt wordt tijdens de prik geadviseerd om te hoesten of uit te ademen omdat het dan minder pijn doet bij het inbrengen van de naald. De patiënt krijgt dan meestal een doof gevoel of tintelingen en een bittere of zure smaak. Dit wordt de chi genoemd. Er zijn zelden mensen die klagen over pijn.
De naalden
Het is over het algemeen bekend dat er gebruik wordt gemaakt van naalden. Die naalden worden dan in het lichaam gezet. Wat overigens helemaal geen pijn doet. De acupuncturist gaat aan het werk om de energie doorstroming in bepaalde gedeelten van het lichaam te herstellen. Dat gebeurt door het inbrengen van hele dunnen naalden. Die veel dunner zijn dan injectie naalden. Voor dat de naalden erin worden gestoken moet de plek waar het gebeurt eerst worden schoon gemaakt. Dat gebeurt met alcohol.
Het doel van het inbrengen van de naalden kan verschillend zijn:
Ø Een betere doorstroming van energie bewerkstelligen;
Ø Het opheffen van een energieblokkade;
Ø De hoeveelheid energie verhogen;
Ø De hoeveelheid energie verlagen;
Ø De kwaliteit van de energie verbeteren.
De naalden zijn niet allemaal even dik omdat je de naalden niet overal even diep in moet prikken.
Om juist bepaalde effecten te krijgen moet je de naald juist ronddraaien of heen en weer bewegen. Vroeger gebeurde dit handmatig maar tegenwoordig gebeurt dit via naalden die verbonden zijn met draadjes waar elektrische stroompjes doorheen gaan en waarbij de frequentie is ingesteld.
Het voorbereiden kan een hele tijd duren omdat voor iedere patiënt een andere behandeling nodig is.
De moxabehandeling
Een tweede mogelijk van therapie is een therapie met het gebruik van moxa. Moxa is een kruid, de Echte bijvoet (Artemisia vulgaris), dat op de naalden wordt gezet en dan wordt aangestoken. De brandende moxa wordt soms in andere gevallen ook op de acupunctuurpunt gelegd. Soms leggen ze het direct op de huid, en soms op een schijfje, bijvoorbeeld gember. Het doel hiervan is, is dat het desbetreffende punt warm wordt, zonder dat de huid te warm wordt. Dit heeft een goed effect op de inwendige organen. Er zijn technieken ontwikkeld om de punten te stimuleren en te kalmeren. Bij een combinatie van Artemisia vulgaris met knoflook, gember of zout ontstaan speciale behandelingsmogelijkheden.
De acumassage
Een derde mogelijkheid van therapie is een behandeling door middel van een massage. De punten worden met de vinger gemasseerd die toegang vormen tot het verstoorde yin-yang-evenwicht. Bij punten vlak bij het oog of vlakbij bij de grote bloedvaten, is acumassage aangewezen omdat het gebruik van naalden op die punten gevaarlijk is.
De cupping behandeling
Ook wel het zetten van 'koppen' of 'bollen' genoemd. Het zijn glazen bollen, waarbij een vacuüm wordt gecreëerd, zodat ze op de huid blijven zitten. Dit onder andere om blokades op te heffen en de bloedcirculatie te stimuleren. Onder andere veel gebruikt bij klachten aan het bewegingsapparaat zoals rug-, nek- en schouderklachten; r.s.i. en bijvoorbeeld tenniselleboog.
De Chinese ooracupunctuur
die gebruikt wordt ter ondersteuning van een acupunctuur- behandeling en vooral pijnreductie geeft. Hier zie je dat de vorm van het oor sterk overeenkomt met het lichaam van een embryo.
Bronnen
•
www.acu-putten.nl
•
www.betterhealth.ltd.uk
•
www.gaia-abc.com
•
http://acupunctuur.startkabel.nl/
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.