Geschreven door: | Yanny (1e klas) |
Datum ingestuurd: | 19 maart 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.100 |
Bekeken: | 6519 keer (21 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
REC21: Hoofdstuk 1 Recht1.1 Rechterlijke organisatie- Rechtbank, sector kanton (arrondissementsrechter) 1 of 3 rechters
- Gerechtshof (3 rechters)
- Hoge Raad (5 rechters, gevestigd Den Haag)
Sector kanton voor eenvoudige en vaak kleine zaken (kleine strafzaken, geschil enz.)
Sector kanton heeft een kantonrechter (kleine, eenvoudige zaken) en een politierechter (kleine strafbare zaken).
Rechtbank > Gerechtshof -> Hoger beroep
Gerechtshof > Hoge Raad -> Cassatie
Hoger beroep gaan is om bezwaar te maken tegen uitspraak rechter. Alles wat door de Hoge Raad wordt bepaald geldt voortaan ook voor alle andere rechters in Nederland. Daarom is er ook maar 1, anders blijven we discussiëren.
1.2 Publiek en privaatrechtBij publiekrecht is de ene partij een burger en de andere partij de overheid, bij privaatrecht zijn dat 2 burgers.
In een strafzaak is één partij verdacht van een overtreding of misdrijf (verdachte), ander overheid. Één partij is de eiser, ander gedaagde.
1.3 Functies - officier van justitie
- advocaat
- griffier
- rechter
Officier van Justitie
- Zoekt zaak uit (onderzoek strafbare feiten, kijkt naar bewijzen daarvoor).
- Zorgt ervoor dat de zaak voor de rechter komt.
- In de zaal legt hij uit wat de strafbare feiten zijn en welke straf hij daarvoor eist.
Advocaat
Advocaat is juridisch aan de verdachte kant. Bij rechtszaken is een advocaat verplicht. Behalve bij de kantonrechter. Advocaat is een soort van woordvoerder van verdachte. Hij legt de rechter uit waarom de verdachte iets heeft gedaan of als de verdachte onschuldig is het te bewijzen.
Griffier
Schrijft alles letterlijk op wat iedereen zegt > notulist.
Rechter
Hoort alle partijen (officier van justitie, advocaat, verdachte) aan. Als hij voldoende informatie heeft, sluit hij de zaak. Meestal heeft hij binnen 14 dagen uitspraak gedaan.
Rechter moet alleen bekijken of de feiten die iemand heeft gepleegd strafbaar zijn, of hij die heeft gepleegd.
Hoofdstuk 2 Wie is wettelijk bevoegd?2.1 Natuurlijke en rechtspersonenIeder mens is een natuurlijk persoon. Om zelfstandig rechtshandelingen te plegen moet je ouder dan 18 jaar zijn en niet onder curatele staat.
Ondernemingsvormen waarbij de eigenaar zelf risico lopen:
- Eenmanszaak
- Vennootschap onder Firma (v.o.f.)
Eenmanszaak is één iemand eigenaar.
Vennootschap onder firma is een samenwerkingsvorm waarbij een klein aantal mensen eigenaar is v.e. onderneming.
Rechtspersonen zijn organisaties met een eigen vermogen die deelnemen aan het recht.
Rechtspersonen:
- Besloten vennootschap (BV)
- Naamloze vennootschap (NV)
- stichting
- vereniging
BV
Heel het vermogen van het bedrijf wordt verdeeld in aandelen. Ieder eigenaar krijgt een aantal aandelen. Eisen BV hoog: €18 000,-.
NV
Heel het vermogen wordt ook in aandelen verdeeld. Maar niet bepaald wie het in handen gaat krijgen: naamloos. Iedereen kan die aandelen kopen op de effectenbeurs (mede-eigenaar v.d. onderneming).
Eisen NV hoog: €45 000,-.
Stichting
Doel: Faciliteiten aanbieden zonder winstoogmerk. Als er meer geld wordt ontvangen dan betaald wordt aan de kostendekking, moet het overgebleven geld in het bedrijf worden geïnvesteerd.
Voorbeeld: Goed doel
Vereniging
Doel: Faciliteiten aanbieden zonder winstoogmerk.
Verschil met stichting: vereniging heeft leden.
Jaarlijks betalen de leden contributie, waarvan de vereniging de kosten kan dekken. En de leden mogen mee beslissen wat er met hen geld gaat gebeuren, bij stichting NIET.
2.2 HandelingsbekwaamAls je 18 jaar of ouder bent, ben je handelingsbekwaam. Je mag dan zelfstandig juridische handelingen verrichten.
Handlichting: verklaring handelingsbekwaam (door de rechter).
Iemand van 18 jaar of ouder die geen juridische handelingen mag verrichten (tenzij toestemming gevraagd aan curator), staat onder curatele.
Curator: iemand die zich wettelijk verantwoord stelt voor die persoon.
2.3 Handelingsbevoegd Normaal gesproken wanneer je handelingsbekwaam bent, ben je ook handelingsbevoegd. Tenzij je getrouwd bent (officieel geregistreerd), dan ben je in sommige gevallen waarbij beide partners betrokken zijn niet handelingsbevoegd. Voorbeeld: Je hebt een koophuis, je mag niet zomaar het huis verkopen zonder toestemming v.e. ander.
Hoofdstuk 3 Verbintenissen 3.1 OvereenkomstenOvereenkomsten zijn afspraken tussen 2 of meer partijen, waarbij 1 of meer partijen verplicht zijn iets te doen. Meeste overeenkomsten zijn wederkerige overeenkomsten. Dit houdt in dat beiden partijen verplicht zijn iets te presteren.
Voorbeelden: koopovereenkomst, arbeidsovereenkomst en huwelijk.
Opschortingrecht: Wanneer een partij niet aan zijn verplichting houdt, heeft de ander recht om zijn verplichten op te schorten.
Opschorten is op een later tijdstip stellen.
Voorbeeld: een klant mag wachten met betalen als de garage de auto niet goed heeft gerepareerd.
Recht van retentie (achterhouden): het achterhouden van een product wanneer de koper niet aan zijn verplichtingen heeft gehouden. Bijv. niet betalen.
Recht van reclame: leverancier mag terugvragen van een product wanneer de andere partij niet aan zijn verplichtingen heeft gehouden. Bijv. niet betalen.
Bij een arbeidsovereenkomst komen de werkgever en werknemer overeen dat de werknemer zijn arbeidskracht levert en de werkgever hiervoor salaris geeft.
Regels arbeidsovereenkomst:
- Salaris mag nooit onder het minimumloon.
- Proeftijd mag maximaal 2 maanden duren.
Als de proeftijd langer dan een maand duurt dan wordt het een contract voor onbepaalde tijd. In de proeftijd mogen werknemers en werkgevers niet zomaar zonder opgaaf van reden stoppen met de arbeidsrelatie.
Huwelijk
Eisen:
- Beiden moeten handelingsbekwaam zijn.
- Beiden mogen niet al gehuwd zijn.
- Maximaal 2 keer met dezelfde persoon trouwen.
Formele eisen: men moet minimaal 14 dagen in ondertrouw zijn en maximaal een jaar. Vervolgens moet het huwelijk gesloten worden op een trouwlocatie die door gemeente is aangewezen (gemeentehuis).
Huwelijksvoltrekkingen zijn altijd openbaar en er moeten minimaal 2 en maximaal 4 getuigen bij zijn. Als een huwelijksvoltrekking thuis gebeurt, dan moeten er 6 getuigen zijn.
Alimentatie: Bij scheiding moet een partner (vaak man) maandelijks een bedrag betalen aan de ander voor de onderhoudskosten.
Bij het huwelijk worden beiden partners aansprakelijk voor het hele vermogen van beiden (gemeenschap van goederen). Tenzij je huwelijks voorwaarden op stelt bij de notaris. Na het huwelijk blijven de vermogens van beiden gescheiden.
Overeenkomsten niet geldig in geval van:
- Dwaling (andere verwachtingen v.e. product door advertenties)
- Dwang (gedwongen worden, moet wel kunnen aantonen)
- Bedrog (door verkoper)
3.2 Verbintenissen uit de wetVerbintenissen uit de wet ontstaan door een situatie waarmee je te maken krijgt met diegene die in de situatie is. Je hebt dan volgens de wet een juridische relatie ermee, een verbintenis.
Verbintenissen uit de wet komen meestal voort uit onrechtmatige daad. Bijvoorbeeld je hebt schade toegebracht bij iemands bezittingen (auto, huis).
Overeenkomsten en verbintenissen uit de wet zijn beiden verbintenissen.
Verschil:
- Overeenkomsten heb je ervoor gekozen (huwelijk, koopovereenkomst)
- Verbintenis uit de wet heb je er niet voor gekozen (het moet onder omstandigheden).
3.3 Onrechtmatige daad Onrechtmatige daad is als je iets doet of laat dat:
1. Inbreuk maakt op iemand anders recht
2. In strijd is met de rechtsplicht
3. Tegen de goede zegen of zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer verwacht mag worden.
De dader hoeft alleen de schade te vergoeden die je ter plekke hebt verricht. Eventuele andere negatieve gevolgen dat door die situatie komt mag niet toegekend worden aan de dader.
Voorbeeld: Een heel erg net gekleed huwelijksgetuige stapt in een tram om naar Stadhuis (gemeentehuis) te gaan. Heel zijn witte pak kost boven de €500,-. Naast hem in de tram stond een groep jongeren met drinken en snacks. De tram was bomvol. Per ongeluk maakte de trambestuurder een noodstop. De jongere die naast hem stond met een volle blik cola morste op hem. De grote colavlekken absorbeerde aan zijn witte pak. Hij eist hiervoor schadevergoeding. Ook al is dit de schuld van de trambestuurder dat weer te danken is aan de auto de voor wilt dwingen. Maar de jongen moest wel zijn pak vergoeden. Je mag trouwens in een tram niet drinken. Als hij dat niet had gedaan was dit ook niet gebeurd. Stel dat de huwelijksgetuige zijn nieuwe pak gaat halen en hij wordt bedrogen door een verkoper. Dan hoeft de dader deze schade (van bedrog) niet te betalen.
In sommige gevallen is iemand anders aansprakelijk:
Kinderen > ouder(s), voogd
Werknemers > werkgever
Leerlingen/ stagiairs > docent
Ouders zijn meestal aansprakelijk voor wat hun kinderen gedaan hebben, tenzij ze aan kunnen tonen dat ze de daad niet hebben kunnen verhinderen.
Werkgever is aansprakelijk voor wat de werknemer heeft gedaan. Bijvoorbeeld een buschauffeur in een verkeersongeluk. De schade moet de werkgever betalen. En als het bedrijf verzekerd is, de verzekering.
Docent is soms aansprakelijk voor wat de studenten gericht hebben.
Er zijn eisen daarbij: er moet een verhouding zijn tussen onderwijzer/ leerling en de daad moet gepleegd zijn in de periode waarin de docent verantwoordelijk is voor de student (onder schooltijd). Docenten zijn niet aansprakelijk wanneer ze het aan kunnen tonen dat ze zelf de daad niet hebben kunnen verhinderen.
Hoofdstuk 4 Eigendomsrecht4.1 Eigendom van zaken en vermogen Eigendom is een recht. Bezit is een situatie. Als je iets koopt wordt je eigenaar. Maar ook wanneer je iets in bezit neemt wat geen eigenaar (meer) heeft.
Als je iets vindt (vinderschap) ben je ook eigenaar, maar je hebt geen eigendomsrechten wanneer je eerst geen aangifte hebt gedaan. Als laatste optie is schatvinding.
Eigendomsrecht kan je hebben over zaken en vermogen (een zelfgeschreven liedje, gedicht, rap, verhaal, verslag).
4.2 Intellectueel eigendom Is het recht dat iemand heeft over dingen die je bedenkt hebt (voortgekomen uit de menselijk geest). Bijv. liedteksten, melodieën, schilderijen, foto etc.
Deze rechten zijn te verkopen. Ook als de rechten verkocht zijn, je kunt er altijd nog bezwaar maken tegen de uitvoering (wanneer er een duidelijke verandering plaats vindt).
4.3 OctrooiEen octrooi is een recht op iets nieuws (uitvinding), een nieuw werkwijze of een verbetering. De 1e aanvrager krijgt octrooirecht.
Je kunt je ontwerp daarna verkopen. Dat mag alleen aan één fabrikant, uitgeverij e.d.
Eenmalig toestemming heet licentie.
Hoofdstuk 5 Auteursrecht 5.1 Waarop vestig je auteursrechtenLetterlijk beschermt de auteurswet “Voortbrengselen v.d. geest” (letterkunde, wetenschap, kunst).
Alles wat geschreven of gemaakt wordt door iemand moet uniek en waarneembaar zijn, dan pas heeft het bescherming van de wet. De auteur van het werk kan altijd wijzigen aanbrengen of eventueel bezwaar tegen maken, ook al is het product verkocht.
Bijvoorbeeld: Iemand die een site heeft gemaakt krijgt het recht om kleine verbeteringen op aan te brengen. Een beeldhouwer mag protesteren wanneer zijn beeld er veranderd wordt.
5.2 Hoe worden auteursrechten gevestigdAuteursrecht geldt automatisch. Je hoeft niet perse ergens te gaan registreren. © Teken geeft aan wie de auteursrechten hebben. Ook zonder dit teken heeft iemand recht. Werk dat je doet voor een werkgever valt automatisch onder het auteursrecht van de werkgever. Werkgever wordt gezien als de maker v.d. product. Als een uitgever een opdrachtgever is, dan heeft de uitgever auteursrecht (bijv. een uitgever geeft een aantal mensen de opdracht voor het schrijven van een boek).
5.3 GeldigheidAuteursrecht bestaat 70 jaar na de dood van de maker, vroeger was dit 50 jaar. Daarna mag het vrij gekopieerd en uitgevoerd worden. De 70 jaar gaat in op de 1e januari na het overlijden van de maker, het auteursrecht gaat over op de nabestaanden (erfgenamen).
De auteursrechten van een boek van een uitgever komen nooit vrij, omdat een uitgever nooit sterft. De 70 jaar gaat in op de 1e datum van openbaarmaking.
5.4 Overdragen van auteursrechtAuteursrecht geeft de maker het recht om te bepalen of het werk wordt gepubliceerd en zo ja tegen welke vergoeding.
Twee opties schrijver:
- Je kunt licentie geven aan de uitgever (je kunt geld ervoor vragen).
- Het overdragen van auteursrechten/ het verkopen van alle auteursrechten (je krijgt een bepaald bedrag als verdienste)
Belangrijke verschillen tussen verkopen van alle rechten en licentie:
Bij het verkopen van alle rechten heb je niks te zeggen over het verkoop en het drukken van het boek. Maar bij een licentie heb je alle auteursrechten nog. De uitgever mag bijv. 1 oplage van een boek maken. Voor nog een oplage moet hij weer vragen om toestemming.
Als iemand een verfilming van het wilt maken dan moet hij toestemming vragen aan de auteursrechthebbende: uitgever of de schrijver.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.