Geschreven door: | anoniem (3 vmbo) |
Datum ingestuurd: | 28 januari 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.250 |
Bekeken: | 3792 keer (7 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Eigen onderzoek § 10
Kleding en schoenenindustrieDeelvraag 1: Beschrijf de verschillen tussen de landbouw in Nederland en de landbouw in de ontwikkelingslanden.In de ontwikkelingslanden leeft vaak meer dan de helft van de bevolking op het platteland. De landbouw is er dan ook het belangrijkste bestaansmiddel. De landbouw in de ontwikkelingslanden heeft twee gezichten: een moderne, commerciële sector tegenover een traditionele sector. De moderne sector bestaat uit grootschalige, gemechaniseerde bedrijven waar gewassen worden verbouwd die voor de export bestemd zijn. Deze bedrijven produceren voor de wereldmarkt.
In de traditionele sector zie je heel veel kleine bedrijfjes die voornamelijk gericht zijn op het verbouwen van voedsel voor eigen gebruik. Machines zie je bijna niet en als er genoeg geoogst wordt om ook wat te verkopen dan gebeurt dat op de lokale markt.
Er is veel verschil tussen de Nederlandse landbouw en die van ontwikkelingslanden. In Nederland leveren de producten veel meer op en zijn de arbeidsomstandigheden veel beter. In de ontwikkelingslanden is dat helemaal niet zo. De landbouw in Nederland is ook veel gemechaniseerd, terwijl ze in de ontwikkelingslanden alles nog met de hand moeten doen. Ook is datgene wat ze verbouwen ook datgene waarvan ze moeten leven. In Nederland is het maar gewoon ‘landbouw’.
Deelvraag 2: Op welke manier zijn
De opbrengsten in de Nederlandse landbouw zijn vergroot door schaalvergroting?Schaalvergroting houdt in dat je op een aantal manieren, afzonderlijk of in combinatie, je bedrijf zo verandert dat de opbrengst hoger wordt. Schaalvergroting kun je onder andere bereiken door mechanisatie. Dat houdt in: het gebruik van tractoren, melkmachines en zelfs voercomputers in de melkveehouderij. Een andere manier is bedrijfsvergroting. Dit kan door meer grond per bedrijf. In de melkveehouderij betekent dit dat de kleine bedrijfjes in snel tempo verdwijnen. Zij hebben niet genoeg geld voor dure investeringen. Schaalvergroting houdt ook specialisatie in. Dat wil zeggen dat een boer zich bijvoorbeeld helemaal richt op produceren van melk of graan. Intensivering is nog een mogelijk van schaalvergroting. Hierbij wordt de productie per dier of per hectare vergroot. Dit zie je vooral in de intensieve veehouderij. Die soort veehouderij noemen we ook wel bio-industrie. Kippen, varkens of kalveren worden gehuisvest in enorme schuren. De beesten komen nooit buiten. De boer heeft alleen grond nodig voor de schuur, het voer voor de beesten wordt gekocht bij en veevoederfabriek.
Deelvraag 3: Hoe zijn de opbrengsten in de landbouw in de ontwikkelingslanden vergroot?De opbrengsten in de landbouw in de ontwikkelingslanden waren nog niet zo groot tot dat de ‘Groene Revolutie’ kwam. Om de snel groeiende bevolking van de ontwikkelingslanden te kunnen voeden, was het nodig dat de opbrengst van de landbouw groter werd. De hoeveelheid landbouwgrond is daarvoor uitgebreid en er zijn nieuwe graansoorten ontwikkeld, die soms wel drie keer zo veel opleverden als de oude soorten. De enorme stijging van de opbrengsten van bijvoorbeeld tarwe, maďs en rijst wordt ‘de Groene Revolutie’ genoemd. Vooral de grote boeren hebben geprofiteerd van de ontwikkeling van de ‘wondergranen’. Zij konden het nieuwe zaaigoed en de benodigde dure kunstmest wel betalen, maar de kleine boeren hadden daar te weinig geld voor een ander nadeel is dat er veel bestrijdingsmiddelen nodig waren die het wondergraan goed lieten groeien, maar die de bodem in het water vervuilden.
Deelvraag 4: Verklaar hoe de wereldmarkt voor voedsel is ontstaan en wie de hoofdrolspelers zijn.De opbrengsten in de Nederlandse landbouw zijn vergroot door de mechanisatie, de schaalvergroting, de specialisatie en het variëren van voedsel.
De opbrengsten in de landbouw in de ontwikkelingslanden zijn te vergroten door goedkope bestrijdingsmiddelen te kopen. Die kunnen dan al het ongedierte doden, zodat het voedsel beter verbouwd kan worden. Het nadeel is alleen dat die bestrijdingsmiddelen niet goed voor het milieu zijn.
De wereldmarkt voor voedsel is ontstaan door de handel. Rijke landen gingen bedrijven oprichten in de ontwikkelingslanden. De rijke landen van de Europese Unie zijn dus ook de hoofdrolspelers.
Deelvraag 5: Noem voorbeelden van de import en export van voedingsmiddelen van en naar ontwikkelingslanden.De voedingsmiddelenindustrie in Nederland is erg afhankelijk van agrarische grondstoffen uit ontwikkelingslanden. Een goed voorbeeld daarvan is de import van cacao uit West-Afrikaanse landen als Ivoorkust, Ghana en Kameroen. De export van cacao is een belangrijke inkomstenbron, maar deze cacaoboom groeit alleen in de tropen. Elk vruchtje lijkt wel een kleine rugbybal. In die rugbybal zitten landen. Al vanaf de ‘gouden’ eeuw (de 17de eeuw) speelden de Nederlanders een belangrijke rol in de cacaohandel.
De 30 tot 40 zaden zijn de cacaobonen. Het lukte de Nederlander Van Houten om in 1825 chocolade uit cacaobonen te maken. Uit de cacaoboter en de cacaopoeder van de bonen wordt ook lippenstift en chocoladepasta gemaakt. Nederland is een van de belangrijkste cacaoverwerkende landen ter wereld.
Andere voorbeelden van import producten van ontwikkelingslanden zijn:
-Industriële producten, zoals machines.
Voorbeelden van export producten zijn:
- koffiebonen
- bananen
- sinaasappelen
- rijst
Deelvraag 6: Beschrijf de rol van een multinationale onderneming in de voedselproductie.De Nederlandse multinationale onderneming Ahold, eigenaar van de Albert Heijn supermarkten, zit sinds 1997 in Thailand. Met zijn TOPS supermarkten is Ahold in dat land marktleider. Alleen al in Bankok zijn 33 grote TOPS-vestigingen. De mensen daar zijn daar heel blij om: een jong echtpaar in een TOPS supermarkt aan het woord: ‘we gaan er eens per week heen voor boodschappen, meestal ’s avonds. In plaats van rijst met curry te eten, ontbijten we nu snel met boterhammen, crackers met jam en een glas melk. Die zijn op een gewone markt moeilijk te krijgen.'
Chiquita Brands International is een ander voorbeeld van een multinationale onderneming in de voedselproductie. Het begon in 1899 met United Fruit Company. Toen gingen Boston Fruit Company en de Amerikaanse eigenaar van de spoorwegen in Costa Rica samenwerken. En sinds 1990 heet het bedrijf: Chiquita Brands International. De Amerikaanse spoorwegeigenaar had lading en reizigers nodig om winst te maken en liet daarom bananenplantages aanleggen langs de rails. United Fruit breidde uit in Midden-en Latijns- Amerika en vervoerde de bananen met eigen treinen over eigen rails en met eigen schepen. De communicatie tussen de landen verliep via een eigen telefoonnetwerk en United Fruit groeide uit tot een staat binnen een staat.
Deelvraag 7: Beschrijf de arbeidsomstandigheden in de exportlandbouw in ontwikkelingslanden.De arbeidsomstandigheden in de exportlandbouw in de ontwikkelingslanden zijn erg slecht. 1 op de 8 arbeiders werkt op een vaste aanstelling en minimale sociale voorzieningen. Ze verdienen niet meer dan 290 Keniaanse shillings dat is ongeveer 75 gulden per maand. Ieder dag moeten de arbeiders maar afwachten of ze ook echt die dag aan de beurt zijn om te werken. Bij het geringste proces sta je op straat. Er is een oorverdovend lawaai door alle machines en de geur van ananas is overal en leid tot een vreselijke stank. En de fabriek bepaalt wanneer je ziek mag worden, als er dus geen werk meer voor je is.
Deelvraag 8: Beschrijf de milieuproblemen die ontstaan door de intensieve productie in de exportlandbouw in ontwikkelingslanden.Door de intensieve productie in de exportlandbouw in ontwikkelingslanden ontstaan er ook milieuproblemen. Voor de uitbreiding van landbouwgrond wordt veel tropisch regenwoud gekapt. De verbouw van handelsgewassen in droge gebieden kan alleen met behulp van irrigatie. Het irrigatiewater bevat altijd zouten die achterblijven in de bodem als het water verdampt, er ontstaat dan verzilting. Er wordt ook veel kunstmest gebruikt. Niet alle mest wordt opgenomen door de plant, een deel komt ook in de bodem of in het water terecht. Ook bestrijdingsmiddelen zorgen voor aantasting van het milieu.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.