Geschreven door:

mahdi/jesse

Datum ingestuurd:

25 januari 2006

Niveau:

6 vwo

Woorden:

10630

Opvragingen:

13042 (283 deze maand)

Waardering:

3.9/5 (87 stemmen)


Verantwoording van het onderwerp
Waarom en het verband

1 januari 2002 was de datum dat de gulden door de euro vervangen werd. Dit was een grote verandering voor de hele maatschappij. Vooral economisch heeft dit voor grote veranderingen gezorgd. We zijn allebei geïnteresseerd in de economie en de euro is een actueel onderwerp, dus leek het ons wel een gepast onderwerp. We vragen ons ook af of we wel echt vooruitgang hebben geboekt met de komst van de euro, of was het nou veel beter met de gulden? Hier willen we achterkomen d.m.v. dit profielwerkstuk.

Hypothese


Door de appreciatie van de euro merk je dat de euro erg geliefd is onder de bevolking. De euro is ook meer waard dan de Amerikaanse dollar. Ook voor bedrijven is het nu makkelijker om te concurreren met andere landen. Onze handels- en concurrentiepositie is er dus op vooruitgegaan. Dit zijn allemaal aanwijzingen dat we vooruitgang geboekt hebben. Maar er zijn niet alleen maar positieve punten aan de euro. Er waren ook vele bedrijven die misbruik van de situatie hebben gemaakt met de komst van de euro, door prijzen flink te verhogen, bijvoorbeeld in de horeca. Dit had weer nadelige gevolgen voor de consument.

Plan van aanpak


Week Wat te doen Waar Wie Tijd/SLU’s

41
Informatie gezocht en gewerkt aan beoordelingsdeel Ieder thuis Allebei/zelfstandig 3
42 Beginnen met het zoeken van info voor deelonderwerp 1. Hierbij gaan wij zoeken naar relevante informatie uit boeken en internet. Thuis & school Jesse 6
43 Beginnen aan deelonderwerp 2 hierbij informatie gezocht naar de deelvragen die hierbij horen. Thuis & school Mahdi 6
44 Afmaken van deelonderwerp 2 beginnen aan deelonderwerp 3 Thuis & school Mahdi 8
45 Afronden van deelvraag 1 en daarna beginnen met deelonderwerp 4. Thuis & school Jesse 6
46 Het verder afronden van de deelonderwerpen 1 t/m 4 Op school Jesse & Mahdi 6
47 Beginnen aan deelonderwerp 5. Op school Jesse & Mahdi 6
48 Deelvraag 5 afmaken en proberen de conclusie te vormen. Thuis Mahdi 4
49 Inhoudsopgave maken, bronnenboek afmaken en afbeeldingen toevoegen. Thuis Jesse 8
50 Alle zaken die afgerond moeten worden afwerken. Op school Jesse & Mahdi 10

Dit geeft een totaal aantal uren van 62. Wij denken dat dit een reële schatting zal zijn.

Gemeenschappelijke Munt

Wat is de EMU?


De EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Met de Economische Unie wordt een markt zonder grenzen bedoeld, die in 1992 is ingevoerd door het openstellen van de grenzen. Onder de Monetaire Unie verstaan we een groep landen met één gezamenlijk monetair beleid. Dit betekent één centrale bank en één gezamenlijke munt, in het geval van Europa: de euro. De Monetaire Unie is een logisch vervolg op de Economische Unie: na één markt volgt één munt.
Op 1 januari 1999 is de Europese Economische en Monetaire Unie(EMU) van start gegaan. De valuta's kunnen niet meer schommelen. Bovendien was de euro toen al giraal ingevoerd.
Op 1 januari 2002 is de Europese munt, de euro, fysiek(dus als cash geld) ingevoerd.
Maar wat ging vooraf aan de EMU? Waarom wilde men binnen Europa een gemeenschappelijk munt? Welke gevolgen heeft dit voor de overheidsfinanciën en het begrotingsbeleid van de EU landen? Al deze punten zullen verder in deze hoofdstuk behandeld worden.

Wat ging vooraf aan de EMU?
Sinds 1993 hebben we in Europa al één gemeenschappelijke interne markt, waardoor de handel tussen de landen van de Europese Unie al een stuk eenvoudiger is geworden. De wisselkoersschommelingen waren toen nog een belangrijke drempel voor het voltooien van een volledig vrije handel. Doordat de waarde van een munt van een land, vreemde valuta, kan stijgen of dalen heeft het bedrijfsleven bij handel met het buitenland te maken met wisselkoersrisico’s. Een bedrijf kan door een waardedaling van een valuta ineens minder winst maken dan voorzien of meer moet betalen voor een product.
Al in 1979 hebben de landen van de Europese Unie geprobeerd het probleem van de wisselkoersschommelingen op te lossen. Toen is het Europese Monetaire Stelsel, de voorloper van de Economische en Monetaire Unie opgericht. De landen spraken in dit stelsel af dat ze probeerden de munten zoveel mogelijk dezelfde waardeverhouding ten opzichte van elkaar te laten hebben. In praktijk bleek dat de waarde van sommige munten nog vaak te hoog of te laag was, zodat de spilkoers moest worden aangepast. Dit gebeurde met enige regelmaat en zijn er munten uit het EMS gehaald zoals in 1992 de Italiaanse lire en de Engelse pond. Met de officiële komst van de euro behoren wisselkoersschommelingen binnen het eurogebied tot het verleden. De landen die de euro hebben ingevoerd vormen samen de Economische en Monetaire Unie. Het Europese Monetaire Stelsel bestaat ook nog steeds, zij het in een nieuwe vorm waarbij EU-lidstaten die nog niet deelnemen aan de euro hun munt al wel aan de euro kunnen koppelen. Deelname zonder grote wisselkoersschommelingen voor een periode van tenminste twee jaar is één van de voorwaarden om te mogen toetreden tot de EMU.

Economische en Monetaire Unie

Om de gemeenschappelijk munt, de euro in te kunnen voeren, moesten de landen op financieel en economisch terrein wel naar elkaar toegroeien. Want de euro moest wel een stabiele munt worden. Landen moesten daarom aan bepaalde criteria voldoen om aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) deel te kunnen nemen en de euro in te voeren. Dit zijn criteria op het gebied van inflatie, overheidsfinanciën en wisselkoers (convergentiecriteria).
Het belangrijkste criterium is de inflatie, deze mag niet hoger zijn dan 1,5% boven het gemiddelde van de drie lidstaten met de laagste inflatie. Dit is zo met de Europese Centrale Bank afgesloten.
Het tweede criterium is de rente. De rente op staatsobligaties mag niet hoger zijn dan 2%punten boven de gemiddelde rente van de drie lidstaten met de laagste rente. (Een staatsobligatie is een schuld die de staat heeft tegen een vaste rente.)
Het derde criterium heeft te maken met de wisselkoers. Deze koers moet twee jaar lang zonder devaluatie (waardevermindering) binnen de normale marges van het wisselkoersmechanisme van de EU-landen zijn gebleven én het land moet lid zijn geweest van dit mechanisme.
Het vierde criterium is het overheidstekort, dit mag niet hoger zijn dan 3% van het BBP
(bruto binnenlands product). Het overheidstekort zegt iets over het in de hand houden van de eigen overheidsfinanciën en daarmee de stabiliteit van het land.
Het laatste criterium is de staatsschuld. Dit moet lager zijn dan 60% van het BBP. Of een ander mogelijkheid is dat deze structureel moet dalen naar de 60%.

Sinds de start van de Economische en Monetaire Unie (EMU) op 1 januari 1999 is er sprake van één gemeenschappelijke munt en één monetair beleid. De landen die deelnemen aan de EMU hebben hun monetaire beleid aan de Europese Centrale Bank overgedragen. Het doel van het gemeenschappelijke monetaire beleid is prijsstabiliteit binnen het eurogebied. Al in het verdrag van Maastricht zijn afspraken gemaakt over het handhaven van de begrotingsdiscipline als landen eenmaal deelnemen aan de EMU, omdat het voor de stabiliteit (van inflatie, rente en euro) van belang is dat de financiën van een land op orde blijven. Deze afspraken zijn in 1997 verder uitgewerkt in het Stabiliteits- en Groeipact. De belangrijkste afspraak is dat landen op middellange termijn streven naar een begrotingsevenwicht of -overschot. Dit dien t te voorkomen dat het tekort in economisch slechte tijden groter wordt dan de toegestane drie procent. De EMU-landen blijven zelf verantwoordelijk voor hun begrotingsbeleid, maar wel binnen bepaalde Europese voorwaarden. Nederland neemt deel aan de EMU en voert sinds 1994 een begrotingsbeleid dat moet voldoen aan de Europese eisen.

Stabiliteits- en Groeipact

Als landen eenmaal de euro hebben ingevoerd, is het niet zo dat ze vervolgens kunnen doen en laten wat ze willen. Al in 1997 zijn in Amsterdam afspraken gemaakt over het handhaven van de begrotingsdiscipline, omdat het voor de stabiliteit (van onder meer de inflatie en de rente) van belang is, dat de financiën op orde blijven. Dit geheel van afspraken - het verdrag van Amsterdam en het Stabiliteits- en Groeipact - geldt voor alle EU-lidstaten, dus ook voor de EU-landen die (nog) geen lid zijn van de EMU.
De belangrijkste afspraak van het Stabiliteits- en Groeipact is, dat landen op middellange termijn streven naar een begrotingsevenwicht of -overschot. Dit kan voorkomen dat ook in economisch slechte tijden het begrotingstekort groter wordt dan de toegestane drie procent. Regeringen mogen in principe geen hoge tekorten hebben, omdat dat kan leiden tot hoge rente of tot een hogere inflatie. Alleen als sprake is van een zware economische recessie, is een tekort van meer dan drie procent van het BBP toegestaan.

Welke landen doen mee met de EMU sinds de oprichting en welke niet?

Maar niet alle landen van de EU hebben aan de EMU deelgenomen. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken ontbreken op de lijst van deelnemende landen. De Britten hebben in het Verdrag van Maastricht laten opnemen dat ze voorlopig niet meedoen met de euro. De Deense bevolking heeft deelname aan de euro in een referendum afgewezen. Zweden doet voorlopig ook niet mee aan de euro, maar komt in de toekomst mogelijk op dat standpunt terug.
De landen die hier wel aan meegedaan hebben zijn de landen die nu de Euro hebben en deze zijn Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, België, Italië, Portugal en Spanje ook namen de deelstaten Monaco, San Marino en Vaticaanstad deel.

Waarom streef Europa naar een gemeenschappelijke munt?

Deze landen hadden profijt van de invoering van de Euro. Zo heeft Nederland er veel profijt van dat de Europese grenzen open zijn en er geen invoerrechten e.d. betaald hoeven te worden over producten.
De oprichting van de EMU en de invoering van de euro zullen, als alles verder goed gaat, op lange termijn een gunstig effect hebben, voor de Nederlandse economie.
Als de Nederlandse economie groeit krijg je meer werkgelegenheid en dus ook meer welvaart.
Nederland heeft de euro ook ingevoerd om sterk te staan tegen het machtige handelsland Amerika, die de sterke dollar heeft.
Ook is het goed voor de Nederlandse bedrijven die geen wisselkoersrisico meer lopen.
Een andere reden voor de invoering van de euro is dat er een einde moet komen aan de schommelende wisselkoersen. Dat is namelijk een probleem voor de internationale handel. Als een wisselkoers plotseling stijgt of daalt kunnen transacties opeens problemen betekenen voor een bedrijf. Bedrijven konden zich verzekeren tegen koersrisico, maar dat kost veel geld. Deze kosten moesten de consumenten uiteindelijk betalen.
Als de koersschommelingen verdwijnen, scheelt dat dus het bedrijfsleven aan geld, maar dat scheelt ook voor de consument, net als de onzekerheid die weg wordt genomen.
Een tweede voordeel van de euro is dat de gemeenschappelijke Europese munt, door de vele landen die de euro gebruiken, een belangrijke munt wordt op de wereldmarkt. Net als de Amerikaanse Dollar en de Chinese Yen.
Als laatste punt kunnen consumenten dankzij de euro sneller prijzen vergelijken in de andere landen die meedoen met de euro. Ook hoeft er niet extra betaald te worden als je geld wilt omwisselen.

Wat waren de doelen van euro?

De euro heeft verschillende doelen. De belangrijkste doel is eigenlijk al hierboven vermeldt en deze luidt: '' Een einde moet maken aan de schommelende wisselkoersen''.
In de internationale handel wordt gebruik gemaakt van verschillende geldsoorten, valuta’s. Als de wisselkoers van een bepaalde valuta daalt, kan dat grote gevolgen hebben voor bedrijven. Zo had de Noord-Europese auto-industrie veel last van de devaluatie van de Italiaanse lire in 1992. Door de ontwaarding van de Italiaanse munt werden Fiats en Alfa Romeo’s goedkoper ten opzichte van de Volkswagens en Citroëns. Ook is er geen zekerheid voor de ondernemers. Een Nederlandse ondernemer die in 2003 belooft over twee jaar een partij tulpenbollen te leveren aan een handelaar in Frankrijk is bij het sluiten van de koop niet zeker van het bedrag dat hij in 2005 zal ontvangen. Hij kan nog wel eens onaangenaam verrast worden door een devaluatie van de franc.
Een bedrijf kan zich verzekeren tegen deze koersrisico’s, maar dit kost geld. De kosten die hierbij gemaakt worden, berekent de ondernemer door in de prijzen van de producten.

Met de invoering van de euro heb je geen last meer van de wisselkoersen. De bedrijven hoeven zich dan ook niet meer te verzekeren tegen de problemen die de wisselkoersen veroorzaken, er worden minder kosten gemaakt. Het product kan goedkoper worden en bespaart de consument dus geld.
De euro werkt als een smeermiddel voor de interne markt, het bevordert en vereenvoudigt het handelsverkeer tussen de deelnemende landen. Hierdoor zal de economische activiteit toenemen, wat weer gunstig kan zijn voor de werkgelegenheid. Het geld dat bespaard wordt door het wegvallen van wisselen en vertragingen die hiermee gepaard gaan, kan nu gebruikt worden voor nieuwe investeringen.
Voor de handel in een bepaald gebied is het goed als hun geldsoort belangrijk is op de wereldmarkt. De euro kan door het grote gebruiksgebied een belangrijke valuta worden op de wereldmarkt. Als een munt veel gebruikt wordt, is dat een belangrijke munt. Als er dus veel mensen gebruik gaan maken van de euro is dat positief voor de Europese economie.
Voor de ‘gewone’ burger heeft de invoering van de euro ook voordelen. Het meest praktische voordeel voor de meeste burgers is dat er geen geld meer betaald hoeft te worden voor het verkrijgen van een andere geldsoort.
De wisselkantoren en banken zullen deze inkomsten voortaan moeten missen. Maar de wisselkantoren en banken zijn toch voor de invoering van de euro, onder meer omdat ze verwachten dat door het bestaan van de euro veel extra handelstransacties op gang zullen komen. Wat ze daar aan bijverdienen compenseert de misgelopen inkomsten ruimschoots.

Met behulp van de euro kan de EU bovendien veel beter concurreren met de twee andere wereldmachten, de Verenigde Staten en Japan. Beiden hebben een zeer belangrijke munt , namelijk de dollar en de yen. Als het Verenigd Koninkrijk meedoet aan de euro, is de euro de grootste economie van de wereld.
De euro sluit natuurlijk ook aan bij het idee achter de Europese Unie. Eén munt bij een eenwording en samenwerking tussen de Europese landen.

Vooruitgang of achteruitgang

Wat zijn de argumenten voor de euro?


Voor de komst van de euro waren er veel discussies op tv en in de regering of we er wel op vooruit zouden gaan. Partijen kwamen met veel argumenten voor of tegen de euro. We behandelen in deze de deelvraag de argumenten voor de komst van de euro:

Een voordeel van de invoering van de euro is dat als we nu op vakantie gaan we niet eerst onze oude gulden hoeven in te wisselen voor bijvoorbeeld de Franse Franc.
Er ontstaat één grote, doorzichtige markt. Of je nu in Oostenrijk, in Spanje of in Nederland bent, prijzen staan aangegeven in euro’s. Zo kun je zien waar bijvoorbeeld cd’s of sportschoenen het goedkoopst zijn. Via Internet zou je deze spullen uit een ander EMU-land kunnen bestellen. Bedrijven in de EMU-landen moeten dus met elkaar gaan concurreren om de euro. Je krijgt daardoor meer keus, meer service en lagere prijzen.

Ook kun je nu in het buitenland minder snel belazerd worden omdat je weet hoeveel een euro waard is. Je kunt zo ook makkelijker prijzen gaan vergelijken met het buitenland. Je hoeft dus ook nooit meer te wisselen binnen de EU. Dit bespaard je niet alleen tijd, maar ook veel geld. Bij het wisselen van geld moest je ook wisselkoerskosten betalen. Hiermee werd vroeger door het bedrijfsleven ongeveer 45 miljard gulden per jaar verdient.

De Euro is ook een soort versterking voor de Europese Unie. Om in het spoor te blijven van landen als de VS en China, moet Europa meer samen gaan werken. De euro versterkt dit samenwerkingsverband. De Euro heeft een sterke positie t.o.v van bijv. de VS. Dit betekent dus dat onze concurrentiepositie t.o.v. van de verbeterd is. De euro schept dus ook duidelijkheid. Want pas als er één munt is, kan iedereen echt van één markt spreken. Zonder ingewikkeld omrekenen, kunnen prijzen dan direct worden vergeleken.

Voortaan zijn de valuta van de EMU-landen aan elkaar gekoppeld. Dit betekent dat wisselkoersen niet meer schommelen. In de landen die sinds 1 januari 1999 deel uitmaken van de EMU, bestaat geen onderling wisselkoersrisico meer. Hierdoor is de handel tussen deze landen eenvoudiger geworden. Het risico dat de munt waarin de onderlinge handel wordt betaald, plotseling minder waard wordt, is verdwenen. In het verleden dekten bedrijven dergelijke wisselkoersrisico's vaak af. Het afsluiten van deze contracten kostte tijd en geld. Nu is dat binnen de eurozone niet meer nodig.

Wat zijn de argumenten tegen de euro?

De euro heeft ook slechte kanten. De slechte kanten van de euro belichten we in deze deelvraag. De argumenten tegen de euro:

Een belangrijk argument tegen de euro is het verlies van de nationale munt. Naast het volkslied, de vlag en het nationale voetbalteam is de gulden iets om trots op te zijn. Ook was de gulden al jaren een van de sterkste munten ter wereld. Terwijl bijna alle andere munten om ons heen voortdurend in waarde afnamen, bleef de gulden keihard. Of het slim is geweest dat we de sterke Nederlandse gulden hebben opgegeven voor de zwakke euro is maar de vraag.

Het invoeren van de euro heeft veel geld gekost. Al het oude geld moest worden ingezameld, vernietigd, en vervangen worden voor euro's. Bovendien moesten alle pin- en geldautomaten vervangen worden. Dit heeft heel veel geld gekost, en het leverde niets op. Toch is het wel zo dat het een eenmalige uitgave is. Het is dus gewoon een investering.

De EMU-normen staan de economische groei in de weg. De strenge wetgeving van de EMU kan de economische groei van landen tegenhouden. Bijvoorbeeld:
De staat mag niet al teveel schulden maken.
Hierdoor kan een staat niet veel meer investeren. Er moet er dus ook veel bezuinigd worden of veel investeringsplannen kunnen eenvoudigweg niet uitgevoerd worden. Alles is erop gericht om het tekort onder de 3 procent te krijgen en de staatsschuld te laten dalen naar 60 procent van het BBP.

De grote landen hebben straks meer te zeggen dan de kleinere landen. Hierbij bedoelen we dat landen als Frankrijk en Duitsland bijvoorbeeld meer macht krijgen dan kleinere landen zoals Nederland. Met de komst van de euro heeft Nederland iets van haar soevereiniteit opgegeven. De ECB bepaalt het monetaire beleid in Europa. Dit betekent dat de Nederlandse regering daar niets meer over te zeggen heeft.

Wat zijn nou precies de gevolgen van de komst van de Euro?
Internationaal gezien is het geldverkeerd aanzienlijk vereenvoudigd binnen Europa sinds de komst van de euro; waar vroeger met minstens tien verschillende valutawaarden gerekend werd, geldt er nu één. Wereldwijd heeft de dollar daardoor aan invloed verloren.
Gevolgen voor de consument

De consument heeft vooral te maken met de praktische gevolgen. Het is erg wennen om te betalen met nieuwe biljetten en munten. Ook is het lastiger om te rekenen in euro’s: de euro is ongeveer twee gulden waard. Een prijskaartje van 70 euro aan een spijkerbroek lijkt dan goedkoper maar is het niet. Behalve deze kleine probleempjes, zijn er verder weinig veranderingen voor de consument bestaan. De Europese landen hadden namelijk afgesproken dat de consument zo weinig mogelijk last en helemaal geen schade mag ondervinden van de invoering van de euro.

Gevolgen voor het bedrijfsleven

Voor het bedrijfsleven heeft de invoering van de EMU en de daarbij behorende euro voor een ware waslijst van gevolgen gezorgd.
Bedrijven hebben veel moeten investeren in de euro en velen aanpassingen gedaan. Bijvoorbeeld: de prijslijsten moesten worden aangepast. Dat lijkt misschien gemakkelijk, maar geeft nog wel enkele complicaties. Veel hangt af van de vraag hoeveel Nederlandse guldens die euro waard is/wordt.

De ECU was een soort model van de euro. De ECU is vijftien jaar geleden uitgevonden als een soort rekenkundig gemiddelde van de munten van de landen die meededen aan het EMS. Begin 1996 werd er een conferentie gehouden van de Europese Raad in Madrid. Hier is besloten dat de koers van de euro gelijk zou zijn aan de koers van ECU.

De waarde van de ECU zou mooi stabiel blijven dachten economen en politici toen. De beginkoers was fl. 2,75. In 2000 had de ECU een koers met een waarde van nog maar fl. 2,19. Uiteindelijk is de koers van de ECU dus ongeveer fl. 2,20 geworden. Daarom werden er veel problemen verwacht, omdat de consument gewend is aan netjes afgeronde prijzen. Prijzen zouden er dan of onaantrekkelijk uitzien als gevolg van de omrekeningskoers van de euro en de gulden, of prijzen zouden naar boven afgerond worden. Dat betekende dus dat de prijzen zouden stijgen. En dit zou dan een gevolg hebben voor de consument. Het laatste blijkt dus uiteindelijk. Er zijn geen prijzen als 24,33 euro of 11,72 euro. We werken gewoon met afgeronde prijzen, maar dit heeft dus wel vaak geleid tot het naar boven afronden van prijzen. In de horeca en bijvoorbeeld in de kledingbranche zijn prijzen flink gestegen.

Er waren ook nog andere problemen voor winkels, horeca, supermarkten en andere bedrijven. We hadden namelijk in plaats van de fl. 0,05 cent, de 1 en 2 euro cent. Dit bracht veel problemen en veel instanties wilden daar dus ook vanaf. Ook de consument vond dit niet nodig. Tegenwoordig is het voor supermarkten niet eens meer verplicht om op de cent na af te rekenen. Supermarkten hebben nu dus de 1 en 2 eurocent afgeschaft en prijzen worden nu dus naar boven of naar beneden afgerond.

Gevolgen voor beleggers


Ook voor beleggers had de euro grote gevolgen. De invoering van de Euro in de EMU zorgt er niet alleen voor dat producten en diensten in één munt worden geprijsd, maar ook aandelen en alles wat tot het effecten- en beleggingsgebeuren gerekend wordt. Kortom, ook de financiële producten gaan in euro’s genoteerd worden. Er komt een gigantische eurokapitaalmarkt.

Eén munt, één gelijk rentepercentage

Sinds de invoering van de euro zijn alle valutarisico’s verdwenen in de EMU. De euro-obligatiemarkt ligt dan open voor alle beleggers in de wereld. Rentes binnen het EMU-gebied zijn nu allemaal even hoog. In het EMU-gebied wordt nu juist gestreefd naar één soort rente, die geleid wordt door de Europese Centrale Bank in Frankfurt.
Toch bestaan er nog wel kleine renteverschillen, maar die stellen niet heel veel voor.
Er zal ook altijd nog wel onderscheid worden gemaakt tussen landen. Beleggers hebben bijvoorbeeld meer vertrouwen in een staatslening die door de Nederlandse staat wordt uitgegeven dan door de Belgische staat, eenvoudigweg omdat de Nederlandse staat rijker is en omdat de Belgische staat kampt met een naar verhouding gigantisch staatsschuld.

De aandelenmarkt


De eurokapitaalmarkt bestaat niet alleen uit obligaties, maar ook uit aandelen. Obligaties brachten al wat problemen met zich mee sinds de invoering van de euro, maar dit geld helemaal voor de aandelenmarkt.
Voor de invoering van de euro bleek de ene beurs ‘goedkoper’ te zijn dan de andere beurs. Voor iedere Europese beurs gelden toen andere verhoudingen. Omdat de EMU een grote markt is met dezelfde verhoudingen, zouden de koers-winstverhoudingen langzaam naar elkaar toe groeien.

De EMU is dus als het ware een vergrote markt. Dit heeft automatisch ook voor meer concurrentie gezorgd en tot concentraties in het bedrijfsleven geleid. Dat wil zeggen dat bedrijven andere bedrijven in hun sector opkopen om zo een groter marktaandeel in de EMU te krijgen. Als een bedrijf A een bod doet op bedrijf B gaat de koers van het aandeel van bedrijf B meestal flink omhoog. De belegger moet dus gaan uitzoeken welke bedrijven er in de EMU de meeste kans maken om overgenomen te worden. Dan valt er goed te verdienen door juist in de aandelen van die ondernemingen te beleggen.

Voor wie is de invoering van de euro gunstig gebleken?

De invoering van een gemeenschappelijke munt is gunstig voor iedereen die nu geld en tijd verliest aan het omwisselen van geld. Het is daarom vooral gemakkelijk voor internationaal georiënteerde bedrijven.
Maar ook voor de consument is de komst van de euro gunstig. We kunnen nu eenvoudig de prijzen van dezelfde producten in verschillende landen vergelijken. Een ander voorbeeld is dat we geen meer hoeven te wisselen als we binnen de EMU-landen op vakantie gaan. De omwisselkosten, zijn dus ook verdwenen. Voor de banken betekent dit minder winst, maar daarentegen hebben zij het voordeel dat de markt ineens een stuk groter is geworden dan de guldenmarkt voor de invoering van de euro.

Voor wie is de invoering van de euro ongunstig gebleken?

Door de invoering van de euro waren heel veel banen en bedrijven niet meer nodig. Wisselkantoren, valutahandelaren en andere bedrijven die geld verdienden aan nationale munten. Er zijn ook veel bedrijven die verschillende prijzen in verschillende landen hanteren. Producten die in sommige landen bijvoorbeeld schaars zijn, worden duurder verhandelt in dat land dan in landen waar er genoeg van is. Door de komst van de euro, is het lastig voor deze bedrijven om te handhaven, aangezien het door de euro nu makkelijker is voor consumenten om in een ander EMU land iets te kopen.

Verschillen tussen de Euro en de Gulden

Hoe wordt de onderlinge waarde van de munten na de invoering van de Euro berekend?

De onderlinge waarde van de munten na de invoering van de Euro is via een bepaald model berekend.
Nadat de regering van de Verenigde Staten onder leiding van President Richard Nixon in augustus 1971 had besloten de goudconvertibiliteit van de dollar op te heffen en daarmee een einde was gekomen aan het Bretton Woods-stelsel, gingen de Lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap op zoek naar andere middelen om wisselkoersschommelingen tegen te gaan. In december 1978 besliste de Europese Raad van Brussel tot de oprichting van het Europees Monetair Stelsel - het EMS, dat in maart 1979 effectief van start ging.
Het EMS was gebouwd op drie pijlers : het wisselkoersmechanisme (WKM), een set van kredietmechanismen en de Ecu.

Elementen en mechanismen van het EMS
De Ecu was het centrale element. Als samengestelde munteenheid (valutamand) was de Ecu opgebouwd uit bepaalde bedragen van elk van de munteenheden van de deelnemende lidstaten. Deze bedragen werden berekend door het aan iedere munt toegekende gewicht te vermenigvuldigen met de wisselkoers van deze munt ten opzichte van de Ecu. Het gewicht van elke munt werd vastgesteld aan de hand van het aandeel van een land in het communautaire BNP en zijn aandeel in de intracommunautaire handel. Voor de ecu gold derhalve een specifieke koers ten opzichte van elk van de munteenheden waaruit zij bestond: deze koers was gelijk aan het aantal eenheden (of fracties van eenheden) waarmee de munteenheid in de Ecu was vertegenwoordigd, plus de bedragen van de andere Ecu-componenten, omgerekend in de betrokken munteenheid tegen de centrale wisselkoers (spilkoers) of tegen de actuele wisselkoers (marktkoers).
- Voorts was het een rekeneenheid waa rin met name de begroting van de Gemeenschap werd uitgedrukt.
- De Ecu werd normaliter niet gebruikt om te betalen: zij was geen wettig betaalmiddel.

Spilkoersen en het monetaire stabilisatiemechanisme

Uit de Ecukoers van een gegeven munt kon de koers in elk van de deelnemende munten worden afgeleid (cross rates): dit waren de bilaterale spilkoersen. Deze koersen konden in onderlinge overeenstemming worden aangepast (devaluatie of revaluatie).
De spilkoersen vormden de grondslag voor de belangrijkste EMS-taak: de vaststelling van een percentage waarmee een munteenheid ten opzichte van de spilkoers met een andere valuta maximaal naar boven of naar beneden mocht afwijken. De deelnemende lidstaten hebben zich daartoe verplicht. Aanvankelijk werd dit percentage vastgesteld op 2,25%, later werd het gewijzigd.
Als het maximumpercentage was bereikt, waren de twee betrokken centrale banken verplicht in te grijpen om overschrijding van het percentage te voorkomen. Een dergelijke interventie werd uitgevoerd door het aankopen van de valuta in kwestie in het geval van een daling ten opzichte van de spilkoers of verkopen van de valuta in het geval van een stijging.
Zelfs nog voor het maximaal toegestane schommelingpercentage was bereikt, was het land van de betrokken valuta verplicht in te grijpen. Zodra de wisselkoers uitsteeg boven 75% van het maximumpercentage (afwijkingsindicator), werd de munt als "afwijkend" be schouwd en moest het land corrigerende maatregelen nemen: renteverhogingen, een strakker begrotingsbeleid en ondersteuning van de wisselkoers in het geval van een dalende koers en het omgekeerde bij een stijgende koers.
c. Mechanismen voor de financiering van monetaire interventies
Het Europees Fonds voor monetaire samenwerking (EFMS) beheerde de korte-termijnkredietfaciliteit van het EMS, die was opgezet voor de financiering van maatregelen ter ondersteuning van aan het stelsel deelnemende valuta's.

Ontwikkeling van het EMS
De jaren '80

Bij de oprichting van het EMS in 1979 traden alle lidstaten van de Gemeenschap, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk toe tot het EMS, waarbij hun valuta's een fluctuatiemarge kenden van 2,25% ten opzichte van hun spilkoersen, met uitzondering van de Italiaanse lire, waarvoor een marge van circa 6% gold.
Griekenland, dat in 1981 tot de Gemeenschap toetrad, nam niet deel aan het wisselkoersmechan isme (ERM).
Spanje en Portugal, die in 1986 tot de Gemeenschap toetraden, namen niet meteen deel aan het EMS: Spanje ging daartoe over in 1989 en Portugal in 1992, waarbij hun fluctuatiemarge werd vergroot tot 6%.
In 1987 (op hun vergadering van 17 september in Bazel-Nyborg) namen de ministers van Financiën een aantal maatregelen om het EMS te versterken:
een betere coördinatie van het preventieve optreden ("inter-marginale" interventies: voordat de grenzen van de fluctuatiemarges werden bereikt);
meer korte-termijnfinanciering en meer gebruik van het rente-instrument om de wisselkoersen stabiel te houden;
een flexibelere procedure voor herschikking van de monetaire pariteiten (zonder tussenkomst van de ministers van Financiën).

De crisis van 1992-1993

Het EMS geraakte in september en oktober 1992 in een ernstige crisis door de grote onrust op de Europese valutamarkten als gevolg van de problemen in verband met de ratificatie van het Verdrag van Maastricht in Denemarken en Frankrijk. Het Britse pond en de Italiaanse lire verlieten het wisselkoersmechanisme in september 1992 en in november van hetzelfde jaar werden de Spaanse peseta en de Portugese escudo met 6% gedevalueerd ten opzichte van de overige ERM-munten. In januari 1993 werd het Ierse pond met 10% gedevalueerd, gevolgd door een verdere devaluatie van de peseta en de escudo in mei. In augustus 1993 trokken de ministers van Financiën hieruit de nodige conclusies en werden de fluctuatiemarges verhoogd tot 15%.
De laatste jaren is de toestand duidelijk genormaliseerd. In 1996 zaten alle EMS-munten (inclusief de lire, die opnieuw tot het stelsel was toegetreden, en de Oostenrijkse en Finse munten die in 1995 respectievelijk 1996 hun intrede hadden gedaan) weer binnen de oorspronkelijke fluctuatiemarge (2,25%).

Het nieuwe wisselkoersmechanisme (EMS II)

De Europese Raad van Amsterdam stelde in juni 1997 de grondbeginselen en de structuur van een nieuw wisselkoersmechanisme vast dat de verhoudingen moet regelen tussen de gemeenschappelijke munt en de munten van de lidstaten van de Europese Unie die niet aan de monetaire unie deelnemen. Het nieuwe mechanisme trad op 1 januari 1999, de ingangsdatum van de derde fase van de EMU, in werking. In tegenstelling tot het EMS I, waarin voor alle munten ten opzichte van elkaar centrale pariteiten (spilkoersen) en fluctuatiemarges golden, werden in het nieuwe mechanisme de pariteiten en marges van het nieuwe wisselkoersmechanisme uitsluitend ten opzichte van de euro vastgesteld. De centrale pariteiten worden echter op multilaterale basis vastgesteld en bewaakt.
Sinds 1 januari 1999 zijn dus de wisselkoersen tussen de euro en de nationale valuta’s van de twaalf deelnemende landen vastgesteld. Ze liggen vast en zijn onveranderlijk. Het zijn de enige geldige koersen voor zowel het omrekenen tussen de nationale munteenheden en de euro als tussen de nationale valuta’s onderling.
Hieronder zijn de omrekeningskoersen tussen de euro en de verschillende deelnemende munteenheden. Het geeft de waarde van 1 euro weer in de verschillende munteenheden. Deze waarde moet steeds uitgedrukt worden in zes cijfers.

Duitse mark DEM 1,95583
Ierse pond IEP 0,787564
Nederlandse gulden NLG 2,20371
Griekse drachme GRD 340,750
Franse frank FRF 6,55957
Luxemburgse frank LUF 40,3399
Oostenrijkse schilling ATS 13,7603
Finse mark FIM 5,94573
Belgische frank BEF 40,3399
Italiaanse lire ITL 1936,27
Portugese escudo PTE 200,482
Spaanse peseta ESP 166,386

Heeft de euro haar doelen bereikt?

De euro heeft al heel van zijn doelen bereikt. Zo is er door de komst van de euro een einde gekomen aan de schommelende wisselkoersen binnen Europa. De euro-landen hebben nu allemaal een 'vast' wisselkoers waar ze mee kunnen concurreren buiten de EU-grenzen. Hierdoor is er dus ook tegelijkertijd meer handel ontstaan tussen de euro-landen, wat ook een streven was van de euro. Maar niet alleen tussen de landen onderling is er veel handel ontstaan, ook staan deze landen er ook sterk voor tussen grote wereldmachten zoals de VS en China.
Door de komst van de euro vormen de euro-landen een grote economie tegenover deze wereldmachten. Sterker nog, de euro-landen vormen, op de Verenigde Staten na, de grootste economie ter wereld. Als het Verenigd Konigrijk toetreedt tot de muntuniewordt de eurozone,dat is het gebied waarin de euro als wettig betaalmiddel wordt gebruikt, zelfs de grootste economie ter wereld.

Gaat de EMU ten koste van de sociale voorzieningen in Nederland?

De euro zal dus veel gebruikt worden in de internationale handel. Omdat de euro een sterke, stabiele munt wordt, zal het vertrouwen in de euro op de financiële markt groot zijn. De euro zal daarom een belangrijke munt worden naast de dollar.
Voor Nederland brengt de euro behalve voordelen ook nadelen met zich mee. Zo zullen de sociale voorzieningen in Nederland op lange termijn ten koste gaan van de euro. De Nederlandse regering bezuinigt namelijk om haar tekort en staatsschuld te verkleinen. Deze bezuinigingen gaan deels ten koste van de sociale voorzieningen in Nederland. De toelatingscriteria van de EMU zijn voor de regering het krachtigste argument voor deze bezuinigingen. Daartegen staat wel dat door de strikte criteria het tekort van de overheid daalt. Dit lage tekort en het vertrouwen in een gedisciplineerde overheid zorgen ervoor dat de rente daalt. En de lagere rente maakt investeren aantrekkelijker. Vervolgens zorgen deze investeringen voor economische groei en daarmee voor meer werkgelegenheid.
De EMU gaat dus ten koste van de sociale voorzieningen, maar hierdoor komt er meer bloei en werkgelegenheid in onze economie. De Europese Centrale Bank(ECB) speelt hierbij een grote rol binnen de euro-landen. Het moet ervoor zorgen dat alles op rolletjes gaat in de EU.
De Europese Centrale Bank is op 1 juli 1998 van start gegaan. De ECB, die in Frankfurt is gevestigd, is de centrale bank voor alle landen die sinds 1 januari 1999 één gezamenlijke munt, de euro, hebben. De eerste drie jaar bestond de euro alleen nog maar in het girale geldverkeer tussen banken. Ook werd hij door financiële instellingen zoals aandelenbeurzen gebruikt. Vanaf 2002 hebben de inwoners van de 11 euro-landen de munt ook echt in hun portemonnee gekregen.
De ECB heeft onder meer tot taak het uitgeven van de euro-biljetten en munten. Ook moet de bank ervoor zorgen dat de inflatie (de geldontwaarding) zo laag mogelijk blijft.

Is de ECB onafhankelijk?

De ECB is volstrekt onafhankelijk. Het moet onafhankelijk van politieke organen werken. Dat is zo bepaald in het Verdrag van Maastricht. In dat verdrag zijn de landen van de Europese Unie overeengekomen dat geen enkele overheid invloed mag uitoefenen op de besluitvorming van de ECB. Ook de ECB mag geen richtlijnen vragen aan de overheid. Dat betekent niet dat de ECB volledig naar eigen goeddunken kan handelen. In het Verdrag van Maastricht en in het statuur van het Europese Stelsel van Centrale Banken is duidelijk vastgelegd welke doelstellingen de ECB moet nastreven. Zo moet de ECB streven naar prijsstabiliteit, onder meer door het voeren van een stabiel rentebeleid. Daarnaast krijgt de ECB de opdracht het algemene economische beleid van de Europese Unie te ondersteunen.
Om de onafhankelijkheid van de ECB na te komen, hebben alle lidstaten van de Unie opdracht gekregen hun wetgeving aan te passen zodat ook hun nationale bank beantwoordt aan de onafhankelijkheidsbepalingen van het Verdrag van Maastricht. Ook is de onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd in de persoon van zijn voorzitter. De Nederlander Wim Duisenberg, die jarenlang president van de Nederlandse Bank is geweest, was tot 2002 de voorzitter van de ECB.
Over de benoeming van Duisenberg in het voorjaar van 1998 is veel te doen geweest. Frankrijk kwam met een tegenkandidaat voor Duisenberg op de proppen. Het ging hierbij niet alleen om de vraag of een Nederlander of een Fransman ECB-voorzitter zou worden. Veel belangrijker was de vraag of de ECB wel echt onafhankelijk van de politiek zou worden. Want in Frankrijk had de regering van oudsher veel invloed op de centrale bank. In Nederland daarentegen was de centrale bank (De Nederlandse Bank) altijd al volkomen onafhankelijk van de politiek.
Na een heftig politiek steekspel werd Duisenberg uiteindelijk benoemd tot eerste voorzitter van de ECB. Oorspronkelijk zou hij voor acht jaar worden benoemd. Maar om Frankrijk tevreden te stellen werd er tot een compromis besloten waarbij Duisenberg in ieder geval aan zou blijven tot 2002, het jaar waarin de euro daadwerkelijk het betaalmiddel werd. Door de komst van de Europese Centrale Bank wordt de rol van de afzonderlijke centrale banken in de euro-landen, en dus van de Nederlandse Bank een stuk minder belangrijk.

Veranderingen door de euro


De ECB waakt over de prijsstabiliteit in Europa. Hoe zit het nu dan met de inflatie in Europa?

Wat is inflatie?

Inflatie kan je ook wel omschrijven als een algehele prijsstijging. Inflatie is in tweeën te delen. Ten eerste kosteninflatie: inflatie die wordt veroorzaakt door hogere productiekosten die worden doorberekend in de verkoopprijs en ten tweede bestedingsinflatie: inflatie die veroorzaakt wordt door te hoge bestedingen.

Wat is de wisselkoers?

Onder de wisselkoers verstaan we de waarde van een munt, uitgedrukt in een andere munt. De euro is de laatste tijd flink in waarde gestegen op de valutamarkt. Dit heeft als voordeel:
- Producten in het buitenland zijn in verhouding goedkoper, waardoor de producten goedkoper te importeren zijn.
Maar dit heeft ook een nadeel:
- Ons land wordt dus duurder t.o.v. een ander land die een andere munt heeft, waardoor onze export terug zal lopen. Dit is dus slecht voor onze concurrentiepositie.

Appreciatie en depreciatie

In de economie gaat het om de vraag en aanbod. Ook de hoogte van de wisselkoers wordt bepaald door vraag en aanbod van valuta. Stijgt de vraag naar euro’s op de valutamarkt, dan zal de wisselkoers ook stijgen, omdat de euro dan schaarser wordt.
Zo’n stijging van de wisselkoers als gevolg van veranderingen in vraag en aanbod heet appreciatie. Wanneer de vraag naar euro’s op de valutamarkt daalt, of het aanbod van euro’s stijgt, dan zal de wisselkoers van de euro dalen. Zo’n daling van de wisselkoers heet een depreciatie.

Invloed euro op de inflatie.

Heeft de invoering van de euro nou ook invloed gehad op de inflatie?
Bij de komst van de euro moesten alle prijzen van guldens naar euro's omgerekend worden. Dit had als negatief effect dat alle producten duurder werden door afrondingsverschillen. Zo werd bijvoorbeeld een film bij de videotheek bij de omschakeling naar de euro f 0,80 duurder. Hiervoor was deze nog f 8,- nu 4,-. Door deze manier van omrekenen van gulden naar euro worden alle producten zo'n 10% duurder zoals in het voorbeeld is te zien. Dit betekent een verlies van de koopkracht van de consument, waardoor zij niet in staat zijn hun oude bestedingen te blijven voortzetten. De consument zal dus moeten bezuinigen.

Dit is niet de enige oorzaak van inflatie die de invoering van de euro met zich meebrengt. Door het wegvallen van de wisselkoersrisico's tussen de 12 EMU-landen, waartussen ongeveer 70% van de handel plaatsvindt, heeft een ondernemer niet meer te vrezen dat z’n aankopen veel duurder uit zullen vallen. Hierdoor zijn prijzen vrij stabiel en is er geen sprake van geïmporteerde kosteninflatie, die wordt veroorzaakt door hogere prijzen in het buitenland. Door het wegvallen van de grenzen van de financiële markt is de markt steeds transparanter/doorzichtiger geworden. Dit zorgt ervoor dat consumenten de prijzen goed kunnen vergelijken.

Hierdoor is de concurrentie tussen de EMU landen enorm toegenomen, omdat het nu makkelijker is geworden om aankopen in het buitenland te doen. Producenten zijn nu niet meer in staat om hun prijzen drastisch te laten toenemen en moeten rekening houden met de concurrentie in het EMU-gebied. Dit geldt vooral bij een markt van ‘volkomen concurrentie', waarbij het product homogeen is en dus géén of weinig onderscheid vertoont bij de verschillende producenten. Dit zijn goederen zoals rijst, graan en aardappelen.

Is het leven echt veel duurder geworden?

Volgens velen is door de komst van de Euro het leven veel duurder geworden. We gaan nu de inflatie bekijken van de afgelopen jaren met behulp van het CPI.

Tabel 1 CPI 2000-2003

Consumentenprijsindex totalen (2000=100) CBS
2000 Jan Feb Maa Apr Mei Juni
98,1 98,7 99,4 99,6 99,9 99,8
Juli Aug Sep Okt Nov Dec
100,1 101,2 101,3 101,4 100,8 100,0
2001 Jan Feb Maa Apr Mei Juni
101,8 102,6 103,5 104,1 104,4 104,0
Juli Aug Sep Okt Nov Dec
104,0 104,3 105,5 105,4 105,0 104,2
2002 Jan Feb Maae Apr Mei Juni
105,9 106,4 107,3 107,7 107,8 107,5
Juli Aug Sep Okt Nov Dec
107,4 107,8 108,9 108,7 108,4 108,1
2003 108,6

Tabel 2 CPI 2005

CPI Perioden

2000=100
Totaal bestedingen 2005 februari 112,1 109,9 100 000
2005 maart 113,1 110,9 100 000
2005 april 113,2 111,0 100 000
2005 mei 113,2 110,9 100 000
2005 juni 112,8 110,6 100 000
2005 juli 112,7 110,5 100 000
2005 augustus 113,2 111,0 100 000
2005 september 114,1 111,9 100 000
2005 oktober 114,0 111,8 100 000
2005 november 113,8 111,6 100 000
2005 december*
113,2 111,0 100 000
2005*
113,1 110,9 100 000
© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen 2006-01-18

Het CPI is de algemene maatstaf van de inflatie. In de tabellen hierboven kun je het CPI per maand aflezen. Uit de tabel valt te concluderen dat de groei van het CPI niet drastisch veranderd is sinds de invoering van de Euro. Toch zeggen veel mensen dat we er op achteruit gegaan zijn.

Wat is de verklaring hiervoor?
Ruim 70% van de Nederlanders is er naar eigen zeggen financieel op achteruit gegaan. Men geeft hiervan de euro de schuld. Men ziet prijsstijgingen als gevolg van de euro en de achterblijvende inkomensstijging als de belangrijkste oorzaken.

Uitgeven, bezuinigen en rood staan

De meeste mensen (72%) gaven in 2002 meer uit dan het jaar ervoor, vooral aan de dagelijkse boodschappen, kleding en de horeca. Toch heeft bijna de helft van de mensen toen bezuinigd vooral op kleding en luxe goederen. En meer dan de helft van de mensen deed zijn boodschappen bijvoorbeeld in andere winkels dan voorheen door bijvoorbeeld de prijzenoorlog. Het is tegenwoordig ook makkelijker om rood te staan, dus ook daar krijgen mensen steeds meer mee te maken.

Dat ons leven duurder geworden is ligt dus niet alleen aan de Euro, maar voornamelijk aan ons bestedingspatroon.

Welke soorten inflatie?
Er zijn 2 soorten inflatie die van invloed waren op het CPI.
Kosteninflatie en bestedingsinflatie:

- Bestedingsinflatie
Mensen zijn steeds meer uit gaan geven, door te bezuinigen op andere dingen, zoals hiervoor besproken is. Doordat mensen meer gingen uitgeven, steeg de vraag naar goederen. En waar de vraag stijgt, stijgt de prijs.

- Kosteninflatie
In het begin van de euro was de wisselkoers van de euro gedaald. Het was voor ons dus duurder om buitenlandse valuta te kopen. Hierdoor werden geïmporteerde producten duurder, en er ontstond geïmporteerde kosteninflatie. Ook stegen de lonen in die tijd en dat zorgde dus voor een verhoging van de verkoopprijs en dus voor een stijging van de inflatie. Inmiddels is die inflatie weer gedaald, omdat de koers van de euro gestegen is.

Kosteninflatie kan ook bestedingsinflatie tot gevolg hebben. Doordat werknemers meer verdienen, wordt dat door verrekend in de verkoopprijs. Hierdoor stijgen de prijzen, maar de werknemers kunnen ook meer consumeren, omdat ze meer verdienen. Hierdoor stijgt weer de vraag naar producten wat weer bestedingsinflatie tot gevolg heeft. De stijging van de inflatie komt volgens ons dus niet alleen door de invoering van de euro, maar ook door het koopgedrag van de consument.

Invloed inflatie op de werkgelegenheid

We hebben nu dus gekeken wat voor gevolgen de euro heeft. Inflatie was een van die gevolgen. We hebben de inflatie verder behandeld en gekeken wat het verband was met de invoering van de euro. Maar wat heeft de inflatie voor invloed op de werkgelegenheid?

Net zoals er voor- en tegenstanders van de euro zijn, zijn er ook negatieve en positieve gevolgen voor de inflatie. Die gevolgen hebben dan automatisch ook betrekking op de werkgelegenheid. We gaan eerst naar de negatieve gevolgen kijken:
Ondernemers gaan, door de invoering van de euro, prijzen in hun voordeel omrekenen. Ze gingen de prijzen natuurlijk naar boven afronden en niet naar beneden. Dit kon soms wel leiden tot een prijsverhoging van 10%. De koopkracht bij consumenten daalt dus en de afzet van ondernemers ook. Een dalende afzet zorgt weer voor een dalende productie en dat heeft weer als gevolg dat er mensen ontslagen zullen moeten worden. De werkloosheid zal dus toenemen. Echter wanneer de bestedingen weer toenemen zullen deze conjunctureel werklozen weer aan een baan komen, omdat de productie dan weer toeneemt en hun arbeidskracht weer nodig is. Ook zullen werknemers meer loon vragen bij een daling van de koopkracht. Hogere lonen zorgen voor hogere kosten voor een ondernemer, hier komen we dus weer bij de kosteninflatie.
En als lonen meer toenemen dan de arbeidsproductiviteit gaat de ondernemer er alleen maar op achteruit. Het zal dan voordeliger worden om arbeidsplaatsen te vervangen door kapitaal. Hierdoor zal het aantal structureel werklozen toenemen, omdat er dan minder arbeidsplaatsen zijn. Ook al nemen de bestedingen na een tijd weer toe, dan is er nog geen werk voor deze mensen, omdat het aantal arbeidsplaatsen verminderd is.

Maar de invoering van de euro heeft ook positieve gevolgen, indien de inflatie zal verminderen. De positieve uitwerkingen van de euro op de inflatie zullen hogere bestedingen tot gevolg hebben. De productie neemt dan dus toe en de kosten per product zullen afnemen. De ondernemer maakt dan meer winst en heeft dan ook geen reden om prijsverhogingen door te voeren, aangezien hij toch al meer winst maakt dan voorheen. Een hogere productie, brengt een hogere afzet met zich mee. Er zal dan ook een grotere behoefte zijn aan arbeidskrachten.

De komst van de euro zal voor de inflatie zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Na verloop van tijd zullen de positieve gevolgen de overhand nemen. De conjuncturele werkloosheid zal mede dankzij het beleid van de ECB, dat streeft naar een daling van de inflatie, weer dalen door een aantrekkende conjunctuur. Het negatieve gevolg voor de inflatie door de invoering van de euro, is dat er structurele werkloosheid kan ontstaan.Op lange termijn zullen deze verdwenen arbeidsplaatsen wel weer terugkomen.

Wat heeft de euro betekent voor de concurrentiepositie van Nederland?


De euro is nu al een tijdje een feit in de EMU. Een van de doelen van de euro was om het handelsgebied te vergroten en meer buitenlandse concurrentie te creëren. Hoe zit het nu met de concurrentiepositie van Nederland in de EU?

We hebben een paar artikels doorgelezen over de concurrentiepositie van ondernemers in de industrie. Hieruit is gebleken dat de ondernemers in de industrie steeds positiever worden over de concurrentiepositie. In de eerst 9 maanden van 2004 is er sprake geweest van een verbetering van de concurrentiepositie op de EU-markt. Uitvoer van de Nederlandse productie is toen sterk gestegen. Dit gebeurde eigenlijk pas voor het eerst weer in 2004 sinds de invoering van de Euro. Met de invoering van de euro was er een enorme daling, maar het lijkt erop dat we nu weer aan het terugkomen zijn. De industrie heeft dit jaar eindelijk kunnen aanhaken bij de groei van de wereldhandel in belangrijke exportproducten. Het jaar daarvoor hadden we dus te maken met een verslechtering van de concurrentiepositie.
Tabel 3 Oordeel concurrentiepositie op EU-markt en uitvoer

De concurrentiepositie van een land in de EU is heel erg belangrijk. Een goede concurrentiepositie zorgt namelijk voor mee export en dus meer inkomsten. Vooral voor de industrie is die positie van groot belang, aangezien 80% van de productie in de industrie bestemd is voor geëxporteerde Nederlandse producten. Het grootste gedeelte van deze export is bestemd voor EU-landen.
Tabel 4 Nederlandse uitvoer en relevante wereldhandel

Verloop van de Euro
Wat valt je op als je de ontwikkelingen van de consumptie en prijzen sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?

Sinds de komst van de euro zijn de prijzen behoorlijk omhoog gegaan. Zo betaal je voor een glas cola waar je vroeger 1,50 gulden voor betaalde nu hetzelfde bedrag maar dan alleen in €'s. Maar de prijzen van producten lopen in Europa uiteen.
Het vergelijken van prijzen in de Europese Unie leidt tot verrassende ontdekkingen. Identieke producten zijn in het ene land soms vijftig procent duurder dan in het andere. Bekende voorbeelden zijn auto's, medicijnen en sigaretten, die door belastingregels in sommige landen stukken duurder zijn dan elders. Maar tal van andere factoren zijn eveneens van invloed op de prijs, zoals de mate van concurrentie, verschil in transportkosten en smaakverschillen bij het publiek.
Vooral merkartikelen zijn voor een belangrijk deel van smaakverschillen afhankelijk. De prijs van een spijkerbroek, sportschoenen of een flesje parfum wordt vrijwel volledig bepaald door de marktpositie van het bijbehorende merk. Aangezien die positie, afhankelijk van het succes van marketinginspanningen, per land verschilt, lopen de prijzen uiteen.
Over de hele linie zijn de prijzen van de door de Consumentenbond onderzochte producten sinds november 2001 met 2,8 procent gestegen. Maar niet op alle terreinen zijn er grootschalige stijgingen van prijzen op te merken. Zo zijn veel producten in de supermarkten, sinds de komst van de euro, gedaald.
Ondanks de vele stijgingen van prijzen sinds de komst van de euro heeft de consumptie daar niet onder geleden. Sterker nog, de consumptie is er juist op vooruit gegaan.

Hieronder in de grafiek is te zien op welke terreinen de prijsstijgingen geen invloed op de consumptie hebben gehad.

Wat valt je op als je de ontwikkelingen van de handel sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?


Op economisch gebied zijn het vooruitzicht van de uitbreiding van de Europese Unie op middellange termijn en de nakende invoering van de euro twee sleutelfactoren die de handel en de economische groei aanzwengelen. De euro zal de Europese Unie in staat stellen om uiteindelijk de voordelen van de Europese eenheidsmarkt volop te benutten, via de afschaffing van de vele nationale munten die een belemmering vormden voor het vrij verkeer van personen, goederen en diensten, en kapitaal. Het verdwijnen van de wisseloperaties en dus van de kosten en het risico die daarmee gepaard gingen, zal de rentabiliteit van de grensoverschrijdende transacties doen stijgen. Die toegenomen rentabiliteit en de absolute doorzichtigheid met betrekking tot de prijzen, die direct met elkaar zullen kunnen worden vergeleken, zullen de concurrentie doen toenemen, wat onze economieën nieuw leven zal inblazen. De schaalvergroting die mogelijk wordt met de komst van de euro, zal producenten en consumenten ten goede komen wat uiteindelijk de handel zal gaan stimuleren.

Hieronder is een grafiek te zien die de goederen en diensten van de euro-landen,sinds de komst van de Euro, aantoont.

Wat valt je op als je de ontwikkelingen van de economie sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?

De economie van de EU is er ook op vooruit gegaan. Sinds de komst van de euro zijn de euro-landen de op een na grootste economie ter wereld. De euro heeft tegenwoordig heel veel invoed in de wereld. Het heeft er ook voor gezorgd dat Europa nu goed kan concurreren met andere grote wereldmachten, zoals de Verenigde Staten en China.
Na een economische groei van gemiddeld 3% gedurende de eerste twee jaar van de EMU heeft de economie van de eurozone in 2001 een kortdurende vertraging gekend die werd veroorzaakt door meerdere factoren zoals de stijging van de olieprijzen, het knappen van de luchtbel van de aandelenmarkt en de gebeurtenissen van 11 september. Maar toch hebben consumenten en bedrijven meer vertrouwen in de economie en geven meer uit dan voor de invoering van de euro. Ook in Nederland is de economische bloei goed aan te merken. Zo zal Nederland in 2007 een groei kennen van 2% en in 2008 zelfs een economische groei van 2,4%.Het afgelopen jaar stond Nederland bijna achteraan. Met een groei van slechts 0,5% hebben alleen Italië en Portugal het slechter gedaan. De gemiddelde groei in de eurolanden kwam het afgelopen jaar uit op 1,3% en in de EU als geheel op 1,5%.
Door de economische groei daalt de werkloosheid in de eurolanden van 8,9% het afgelopen jaar tot 8,1 in 2008. Nederland zal dit jaar voor het eerst sinds lange tijd boven 5% werkloosheid zitten, maar het percentage daalt snel naar 4,2 procent over twee jaar.

Hieronder is een link naar een site waarop een tabel te staat waar je de opwaartse groei van economie sinds de komst van de euro kan zien. We kunnen de tabel niet in ons werkstuk doen, omdat hij veel te groot is.

http://statline.cbs.nl/StatWeb/table.asp?PA=7530nr&D1=0-16,20,25,28,31,38,41,58,62-319&D2=0&D3=(l-11)-l&DM=SLNL&LA=nl

Conclusie / Samenvatting

De EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Met de Economische Unie wordt een markt zonder grenzen bedoeld, die in 1992 is ingevoerd door het openstellen van de grenzen. Onder de Monetaire Unie verstaan we een groep landen met één gezamenlijk monetair beleid. De EMU is opgericht op 1 januari1991. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken doen niet mee aan de EMU. De deelnemende landen zijn Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, België, Italië, Portugal en Spanje ook namen de deelstaten Monaco, San Marino en Vaticaanstad deel.
Europa streef naar een gezamenlijke munt, omdat er een einde aan de schommelende wisselkoersen moest komen.

Er waren voorstanders en tegenstanders van de euro. Uiteindelijk is de euro toch ingevoerd. Voorstanders van de euro gebruikte verschillende argumenten:
- Geld wisselen is niet meer nodig. Dit bespaart niet alleen tijd, maar ook geld.
- Invoering van de euro heeft voor een verbetering van de concurrentiepositie gezorgd. Hierdoor is er meer keus voor de consument en kan je de prijzen van producten makkelijker vergelijken met elkaar.
- Nu we maar één munt in Europa hebben, kunnen er ook geen wisselkoersen meer schommelen.
- De EU is opgericht om een eenheid te creëren. De euro versterkt zo deze eenheid en nu kan Europa in concurrentie gaan met grootmachten als de VS en China.

Tegenstanders van de euro gebruikte andere argumenten:
- De Nederlandse gulden was een erg sterke munt. Die hebben we nu op moeten geven voor de euro.
- Invoering van de euro heeft veel geld gekost. Dit waren wel eenmalige kosten, maar de investering is groot geweest.
- Nederland zal zich nu aan de EMU wetgeving moeten houden en die de wetgeving van de EMU is erg streng. Dit zou de economische groei tegen kunnen houden.

De consument heeft zich redelijk snel aan de euro aangepast. Het was even wennen met omrekenen, maar inmiddels zijn de meeste mensen al aan de euro gewend. Veel mensen zeiden wel dat ze er sinds de invoering van de euro op achteruit gaan zijn gegaan, maar wat uit onderzoek gebleken is, is dat dit niet aan de euro ligt, maar aan het consumptiegedrag van de consument. Bedrijven en ondernemers hebben veel moeten investeren in de euro, maar zullen er op lange termijn toch profijt aan hebben. De markt is nu enorm uitgebreid en er is dus één grote markt ontstaan. De invoering van de euro heeft ook gevolgen gehad voor de werkgelegenheid.
Wat betreft de inflatie zal de komst van de euro zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Op den duur zullen de positieve gevolgen de overhand nemen, want de conjuncturele werkloosheid zal mede door het beleid van de ECB, dat streeft naar een verlaging van de inflatie, weer dalen door een aantrekkende conjunctuur. Het negatieve gevolg voor de inflatie door de invoering van de euro, is dat er structurele werkloosheid kan ontstaan. Op lange termijn zullen deze verdwenen arbeidsplaatsen wel weer terugkomen.

De onderlinge waarde van de munten na de invoering van de Euro werd via een bepaald model berekend. Deze model, het Europees Monetair Stelsel(EMS), is in december 1978 door de Europese Raad van Brussel opgericht.
Het EMS betond uit 3 onderdelen:
- het wisselkoersmechanisme (WKM),
- een set van kredietmechanismen
- de Ecu
Maar deze model bleek niet echt goed uit te vallen, daarom trad op 1 januari 1999 het nieuwe mechanisme in werking. In tegenstelling tot het EMS I, waarin voor alle munten ten opzichte van elkaar centrale pariteiten (spilkoersen) en fluctuatiemarges golden, werden in het nieuwe mechanisme de pariteiten en marges van het nieuwe wisselkoersmechanisme uitsluitend ten opzichte van de euro vastgesteld.
De EMU gaat door de toelatingscriteria van de EMU ten koste van de sociale voorzieningen, omdat de overheid dan moet bezuinigen. Maar hierdoor komt er meer bloei en werkgelegenheid in onze economie.
De euro heeft al veel van zijn doelen bereikt. Zo is er door de komst van de euro een einde gekomen aan de schommelende wisselkoersen binnen Europa en hierdoor is er ook tegelijkertijd meer (internationale)handel ontstaan.
De ECB is onafhankelijk. Het werkt onafhankelijk van politieke instanties en mag geen richtlijnen vragen aan de overheid.

Maar is het leven nu echt veel duurder geworden? Het klopt dat prijzen zijn gestegen met de komst van de euro. Dit komt omdat ondernemers hun prijzen naar boven af hebben gerond wat dus in hun voordeel is. Maar het ligt niet alleen aan de prijsverhogingen, het ligt ook aan het koopgedrag van de consument. Ook staan er steeds meer mensen rood.

Op het begin ging het stroef in Nederland. De concurrentiepositie zou verbeteren was de voorspellen, maar de uitvoer daalde juist alleen maar. Vanaf begin 2004 zien we onze voorspelling toch uitkomen. De concurrentiepositie stijgt, en de uitvoer en export stijgt mee. Het lijkt erop dat we er nu dan eindelijk op vooruit gaan.

Sinds de komst van de euro zijn de prijzen behoorlijk omhoog gegaan. Maar de prijzen zijn niet in alle Europese landen evenredig omhoog gegaan. Ondanks de vele stijgingen van prijzen sinds de komst van de euro heeft de consumptie daar niet onder geleden. Sterker nog, de consumpte is er juist op vooruit gegaan.
De ontwikkelingen van de handel door de komst van de euro zijn sterk toegenomen. Zo is er nu binnen Europa meer handel onderling dan vooreen van toepassing was. Ook is de internationale handel sinds de komst van de euro toegenomen.
De economie van de EU is er ook op vooruit gegaan. De euro-landen vormen nu samen de op een na grootste economie ter wereld. De werkloosheid binnen de meeste euro-landen daalt hierdoor ook aanzienlijk.

Wij zelf vinden de invoering van de euro een goede zaak. We zijn nu een stuk meer te weten gekomen over de euro. We keken eerst alleen naar de negatieve gevolgen van de euro. We merkten zelf bijvoorbeeld wanneer we kleren kochten, dat die een stuk duurder waren geworden, en de prijzen bleven maar stijgen. We zijn er nu dus achter gekomen dat dit niet alleen door de invoering van de euro komt. We merken zelf ook wel dat we zelf ook steeds meer interesse in bijvoorbeeld kleding hebben. We hebben ons allemaal aan moeten passen, maar zullen er ook wel degelijk van profiteren op verloop van tijd.

Bronvermelding

Gemeenschappelijk munt

Wat is de EMU en wanneer werd de EMU opgericht?
Boek: ‘’Hoeveel Euro krijg ik voor mijn Gulden’’ , blz. 12 ‘’Wat is de EMU?’’
http://www.minfin.nl/default.asp?CMS_ITEM=D51C1D3C404B487EB8A8A61A720E1200X1X55340X11 hier hebben we de informatie gehaald over de oprichting van de EMU en de doelen ervan.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Economische_en_Monetaire_Unie
Wat vooraf ging voordat de EMU werd opgericht en de sociale aspecten die hierbij een rol speelden.
http://www.ecb.int/ecb/history/emu/html/index.nl.html
De drie fasen op weg naar een Economische en Monetaire Unie.

Welke landen doen mee met de EMU sinds de oprichting?
http://www.europarl.eu.int/workingpapers/econ/106anlsum_nl.htm
De doelen en behoeften van de deelnemende landen. Welke vooruitzichten en problemen zijn er? Monetaire stabiliteit en wisselkoersstabiliteit door de komst van de EMU.

Welke landen doen niet mee met de EMU?
Via krantenbank zijn wij terecht gekomen bij een
artikel uit de NRC-handelsblad: Waarom EMU?
Datum: 13-06-2002
Hierin worden de nadelen van de EMU behandeld.

Waarom streef Europa naar een gemeenschappelijke munt?
http://www.digibasisschool.nl/ds/dbs/groepen/7-8/vakken78/aardrijkskunde/europa/munt/
Europa als één geheel met één munt.
http://www.europasite.net/euro.htm
Europese landen die hieraan deelnemen.

Wat waren de doelen van de euro?
http://www.ecb.int/press/key/date/2002/html/sp020315.nl.html
Waar streven de eurolanden naar? Welke voordelen spelen hierbij een rol?
http://www.livius.org/gewonemensen/2002/euro.html
De euro belicht van bepaalde kanten en hierbij de doelen.

Vooruitgang of achteruitgang
Wat zijn de argumenten voor de euro?
http://www.ecb.int/press/key/date/2002/html/sp020315.nl.html
De invoering van de euro: een (kritische) terugblik en een vooruitblik. Toespraak gehouden door Dr. Willem F. Duisenberg, President van de Europese Centrale Bank. Hij geeft argumenten voor de invoering van de euro.
http://www.rug.nl/Corporate/nieuws/archief/archief2004/podium/Opinie_01
Opinie van prof. J. de Haan dat de invoering van de euro voor verbetering heeft gezorgd.
Krantenbank:
Artikel uit de Volkskrant: Britse ondernemers positief over invoering van euro.
Datum: 21-02-2001
Artikel uit de Volkskrant: Zonder euro dreigt het einde voor Europa.
Datum: 07-06-1997
Boekje:
Hoeveel euro krijg ik voor mijn gulden?
Hoofdstuk 3: argumenten voor en tegen de euro; blz. 18 t/m 26

Wat zijn de argumenten tegen de euro?
Krantenbank:
Artikel uit het Parool: Invoering euro kost winkeliers 3 miljard.
Artikel uit Trouw: Ik stem tegen.
Artikel uit Algemeen Dagblad: Niet doen, die euro; EMU bedreigt Nederland als handelsnatie. Datum: 07-03-1997
Boekje:
Hoeveel euro krijg ik voor mijn gulden?
Hoofdstuk 3: argumenten voor en tegen de euro; blz. 27 t/m 29

Wat betekent de euro voor de consument?
Krantenbank:
Artikel uit het Parool: Invoering euro kost winkeliers 3 miljard.
Artikel uit trouw: Consument schakelt sneller over van gulden op euro.
Datum: 16-06-1998
Internet:
Consument buit voordelen zwakke dollar euro niet uit
http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2004/12_december/07-eurodollar_dure_euro_consument_bestedingen.xml

Wat zijn nou precies de gevolgen van de komst van de Euro?
Boekje:
Hoeveel euro krijg ik voor mijn gulden?
Hoofdstuk 6 Gevolgen van de euro blz. 46 t/m 62

Voor wie is de invoering van de euro gunstig gebleken?
http://www.nrc.nl/gatekeeper/missing-permission_abonneesite.jsp?nextUri=%2Fdossiers%2Feuro%2F1104758360443.html
Artikel van het NRC waarin ze praten over de positieve en negatieve gevolgen sinds de invoering van de euro.
http://www.minfin.nl/default.asp?CMS_ITEM=MFCWDBB774A50F3A34714A5B2BE572BD5C577X3X58383X22
Terugblik op invoering euro.
http://europa.eu.int/scadplus/leg/nl/lvb/l25058.htm
Site waar ze terugblikken op de invoering van de euro.

Voor wie is de invoering van de euro ongunstig gebleken?
http://www.nrc.nl/gatekeeper/missing-permission_abonneesite.jsp?nextUri=%2Fdossiers%2Feuro%2F1104758360443.html
Artikel van het NRC waarin ze praten over de positieve en negatieve gevolgen sinds de invoering van de euro.
http://www.minfin.nl/default.asp?CMS_ITEM=MFCWDBB774A50F3A34714A5B2BE572BD5C577X3X58383X22
Terugblik op invoering euro.
http://europa.eu.int/scadplus/leg/nl/lvb/l25058.htm
Site waar ze terugblikken op de invoering van de euro.

Verschillen tussen de euro en de gulden
Hoe wordt de onderlinge waarde van de munten na de invoering van de euro berekend?
Boek: ‘’De nieuwe europese munt in vraag en antwoord’’
blz. 26 ‘’Hoe zal de onderlinge waarde van de munten na de invoering van de euro berekend worden?’’
http://euro.fgov.be/practical/convert/convert_02n.htm
De vastlegging van de onherroepelijke omrekeningskoersen.

Gaat de EMU ten koste van de sociale voorzieningen in Nederland?
Boek: ‘’hoeveel Euro krijg ik voor mijn gulden?’’ blz. 58 : ‘’Verandering sociale voorzieningen door komst EMU’’.

Heeft de euro haar doelen bereikt?
http://europa.eu.int/abc/12lessons/index5_nl.htm
De doelen die de euro bereikt heeft en de taken van de EMU wat betreft de euro.

Is de euro even belangrijk als de dollar?
http://europa.eu.int/comm/agriculture/publi/fact/euro/index_nl.htm
De euro tegenover andere munten op de beurs. http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2005/01_januari/07-eurodollar_lager_dollar_sterker_snow_cijfers.xml
Hier zie je cijfers van de euro ten opzichte van de dollar.

Is de ECB onafhankelijk?
http://www.ecb.int/ecb/orga/governance/html/index.nl.html
hier staan de externe en interne controlelagen binnen de ECB die ervoor zorgen dat alles goed geregeld wordt.
http://www.scriptieservice.fnv.nl/ecb.html
De ECB als een onafhankelijk instelling.

Veranderingen door de euro
De ECB waakt over de prijsstabiliteit in Europa. Hoe zit het nu dan met de inflatie in Europa?
http://europa.eu.int/abc/keyfigures/economy/inflation/index_animated_nl.htm
De strijd tegen de inflatie binnen Europa.
Krantenbank: Artikel NRC-Handelsblad: ‘’ Inflatie in Europa daalt sterk van 1,9 naar 1,6 procent’’
Datum: 27-02-2002

Zijn de prijsverschillen tussen Europese landen nu verdwenen?
http://www.zetnet.nl/db/euro.php3?id=39
prijsverschillen tussen de EU-landen.

Wat gebeurt er met staatsschulden van Europese landen?
http://www.nrc.nl/W2/Nieuws/1998/03/25/Vp/01.html
schulden van de Europese landen met betrekking tot de Euro.

Wat heeft de euro betekent voor de concurrentiepositie van Nederland?
Krantenbank: artikel NRC-Handelsblad: ‘’De sociale spiraal; Concurrentie op loonkosten in EMU’’
Datum:18-11-2003

Verloop van de euro
Wat valt op als je de ontwikkelingen van de consumptie en prijzen sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?
http://www.fashionunited.nl/nieuws/cbs.htm
onderzoek via CBS over de ontwikkelingen van de prijzen sinds de komst van de euro.
http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie-financiele-instellingen/prijzen/publicaties/persberichten/2005-124-pb.htm
De inflatie sinds de komst van de euro.
http://www.dnb.nl/dnb/bin/doc/wo0654_tcm12-36363.pdf
De invloed van de euro op de prijzen.
http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2004/06_juni/18-consumptieve_bestedingen.xml
de groei van de consumptie te zien in een tabel door komst van de euro.

Wat valt op als je de ontwikkelingen van de handel sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?
http://www.pvk.nl/dnb/pagina.jsp?pid=tcm:12-65496-64&activepage=
de ontwikkelingen van de handel binnen Europa door komst euro.
http://www.ecb.int/press/key/date/1999/html/sp991105_3.nl.html
de ontwikkelingen van de handel sinds de komst van de euro door Dr. Willem F. Duisenberg, President van de Europese Centrale Bank.

Wat valt op als je de ontwikkelingen van de economie sinds de komst van de euro onderzoekt en vergelijkt?
http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2004/11_november/12-economie_eurozoen_groei_0,3_procent_derde_kwartaal.xml
de groei van de economie sinds de komst van de euro in Nederland en de andere euro-landen.
http://www.rtl.nl/(/financien/rtlz/dossiers/)/components/financien/rtlz/nieuws/dossier/recessie_tekst.xml
doorlinken naar CPB ziet economie groeien in 200 hier zie je een kort fragment over de voorspelling van de economie door de CPB.

Is de euro een verslechtering of een verbetering t.o.v. de gulden?
http://www.nrc.nl/geld/voorjou/990101906116.html
Artikel NRC-Handelsblad: ‘’Gulden was beter geweest’’
Datum: 17-05-2001
http://www.eur.nl/nieuws/persberichten/archief04/kippers/
De euro als een goede zaak.

Logboek



Week Wat te doen Waar Wie Tijd/SLU’s

43
44 Informatie gezocht en gewerkt aan beoordelingsdeel Ieder thuis Allebei/zelfstandig 4
45 Beginnen met het zoeken van info voor deelonderwerpen. Hierbij gaan wij zoeken naar relevante informatie uit boeken en internet. Thuis & school Beide 5
46
47 Nog meer over de deelvragen zoeken en hierbij informatie gezocht naar de deelvragen. Thuis & school Beide 4
48 Handelingsdeel 2 maken, Sites ordenen, etc. Thuis & school Beide 4
49 Afronden enkele deelvragen en handelingsdeel 2 inleveren. Thuis & school Beide 2
50 Deelonderwerpen 1 en 2 afronden Thuis Werk verdeeld, zelfstandig 3
51 Overige deelonderwerpen werken Thuis Samen 4
Kerst
vakantie RUSTEN en ONTSPANNEN Overal 0
2 Deelonderwerpen 3 en 4 afronden Thuis Werk verdeeld
3 Deelonderwerp 5 afronden
Conclusie maken
En overige zaken afronden die afgerond moeten worden. Thuis
School Allebei, zelfstandig en samen op school 8

Dit is het aantal uren per persoon.
Dit is wel een schatting van ongeveer 34 uur per persoon.


Beoordelingsmoment III 17 januari 2006



Beoordeling van de presentatie: Mogelijke score
score opmerkingen / beoordeling
1. Inleiding.
- Introductie van het onderwerp
- Formulering van de hoofdvraag en deelvragen
- Afbakening van het onderwerp
- Plan van aanpak en uitvoering 0-4 pnt
2. Beantwoording van de deelvragen.
- Leidt de beantwoording tot de eindoplossing van de onderzoeksvraag op het gewenste niveau? Zijn feiten en meningen duidelijk als zodanig herkenbaar?
- Is er sprake van meer dan alleen de weergave van bronnen en citaten?
- Zijn bronnen en feitelijkheden correct en begrijpelijk weergegeven? 0-30 pnt

3. Samenvatting en conclusie.
- Is de inhoud correct samengevat?
- Sluit de conclusie op heldere wijze aan bij de vraagstelling?
- Bevat de conclusie ook een eigen mening op HAVO/VWO niveau?
- Geeft de conclusie ook blijk van reflectie? 0-8 pnt
4. Verzorging.
- Is de omvang volgens afspraak?
- Zijn titelpagina, inhoudsopgave en logboek (volledig) opgenomen?
- Is er een volledige bronvermelding / literatuurverwijzing op de juiste wijze?
- Is voldoende aandacht besteed aan lay out ,illustraties en afwerking?
- Is het taalgebruik duidelijk, begrijpelijk en in correcte spelling? 0-8 pnt
Subtotaal score beoordelingsmoment III

0-50
Subtotaal score beoordelingsmoment II

15-24
Subtotaal score beoordelingsmoment I

9-16
Beoordeling mondelinge presentatie

10

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Win beltegoed met Cash


Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.



Bij Daan op school hebben ze hard hun best gedaan om vriendengroepen KAPOT te maken.

geef je mening: Dag van de leerplicht

Bekijk het één keertje van de andere kant: wat vind jij leuk aan school?



» resultaten poll